Psychose of verzinsel?
Le Monde diplomatique (niet te verwarren met Le Monde) is een heel interessant links blad,* maar vermoedelijk leest men het niet overal even grondig, wat zonde is. En wellicht mag het niet, maar bij wijze van reclame vertaal ik toch een artikel uit hun decembernummer.
Het is een column van hun journalist Pierre Rimbert, met als oorspronkelijke titel: Fabriquer la menace. Tenminste, dat zag ik in het ip-adres van de online versie die abonnees altijd wat vroeger kunnen zien. Om een of andere reden werd de gedrukte titel echter:
Psychose
Geloven de Europese leiders oprecht dat binnenkort Russische tanks zullen defileren in Warschau of Berlijn? Of is hun oorlogszuchtige roes vooral bedoeld om een beleid te legitimeren dat zij als het enig mogelijke presenteren, maar waarvan zij weten dat het impopulair is: bezuinigingen voor het volk, weelde voor het leger?“We zijn in confrontatie met Rusland”, verklaarde Emmanuel Macron op 1 oktober, toen in verschillende Europese landen drones het luchtverkeer verstoorden. “We zijn allemaal in gevaar, de meest geavanceerde Russische raketten kunnen Rome, Amsterdam of Londen raken met vijf keer de geluidssnelheid”, herhaalde Mark Rutte, NAVO-secretaris-generaal. Geconfronteerd met het Kremlin, dat “zich voorbereidt op een confrontatie met onze landen tegen 2030, ontbreekt het ons aan karaktersterkte”, aldus de chef-staf van de Franse strijdkrachten op 18 november tijdens het congres van de Franse burgemeesters. De natie moet “aanvaarden dat ze haar kinderen verliest, we moeten eerlijk zijn, en economisch zal er worden geleden”. Om het goud van de sociale bescherming om te smelten tot lood en kanonnen, hoort de angst voor oorlog groter te worden dan de onvrede bij de bevolking.
Op donderdag 20 november publiceerde de Franse regering het handboek Tous responsables [Iedereen verantwoordelijk] voor gezinnen. Oorspronkelijk bedoeld voor gevallen van natuurrampen of aanslagen, is het nu aangevuld met een nieuwe dreiging: “Het inzetten van de strijdkrachten kan niet langer worden uitgesloten.” Je ruikt ook het sympathieke sfeertje dat de overheid wil creëren: “Verspreid geen valse geruchten!” “VERGEET NIET: luister in crisissituaties alleen naar de mededelingen van de overheid via de officiële kanalen, en sla alleen daar acht op.” De handleiding is opzettelijk in eenvoudige taal geschreven voor burgers die men als licht achterlijk beschouwt, en in een “gemakkelijk te lezen en te begrijpen taal” verduidelijkt men: “Een staat of organisatie die vijandig staat tegenover Frankrijk kan valse informatie verspreiden over de Franse regering. Mogelijk geloven de Fransen die informatie. Dat is gevaarlijk voor de regering.” De brochure noemt twee betrouwbare nationale media als voorbeeld: Le Monde en France Télévisions.**
De eerste gaat er prat op “voorlichting te geven over de defensie-inspanningen ” (redactioneel artikel van 23-24 november), en tegelijkertijd over sociale bezuinigingen. Sylvie Kauffmann is daar de spreekbuis van de wapenhandelaars. “Zijn we er klaar voor?”, vraagt de hoofdredactrice zich af. “In Europa is het antwoord, behalve in Finland, nee. Het besef is er, maar de uitvoering blijft achter” (13 november 2025). Wat France Télévisions betreft, is voorzitter Delphine Ernotte van mening dat de publieke omroep “de Franse positie moet verdedigen als er morgen oorlog uitbreekt in Europa” (Le Monde, 19 september 2025) — een beetje zoals de Russische zenders het standpunt van het Kremlin verdedigen. Wat karaktersterkte betreft, kan de stafchef rekenen op een divisie van journalisten die vol enthousiasme anderen naar het front en de dood in willen te sturen, en de militaire dienst weer invoeren. “De strijd aan het thuisfront is begonnen”, waarschuwt Patrick Forestier, columnist bij Le Télégramme, waarna hij het heeft over “een regen van raketten op steden en tienduizenden gewonden die per trein vanuit het oostfront naar Frankrijk worden gerepatrieerd” (20 november).
In Duitsland kwam een weekblad op het wilde idee om de informatie die de herfstpsychose aanwakkerde eens te controleren: die drones namelijk, die op LCI [La Chaîne Info] en France Info meteen aan Rusland werden toegeschreven.*** Die Zeit (6 november) nam even contact op met de luchthavenverantwoordelijken en de politie- en gerechtelijke autoriteiten van de betrokken staten, om de feiten op een rijtje te zetten. “Hun antwoorden zijn... wazig”, merken de auteurs op. Wazige foto's, onbevestigde waarnemingen, een minister van Transport die “de situatie eerder bagatelliseert”: niet alleen is er geen bewijs voor de militaire of Russische herkomst van de tuigen, maar elk jaar worden er meer dan honderdvijftig vluchten van drones boven Duitse luchthavens geregistreerd, vaak bestuurd door jonge luchtvaartliefhebbers. Het lijdt geen twijfel dat Moskou aan de landen die samen met Oekraïne tegen Rusland strijden graag wil laten zien hoe kwetsbaar zij wel zijn. Maar, zo concludeert het onderzoek, “het maakt niet uit of de drones al dan niet voor rekening van Rusland vliegen: het is de Europese reactie die Poetin bevalt” — de radeloosheid. Gewend als ze allemaal zijn om angst te zaaien, verwarren de generaals, journalisten en politici niet paniek met moed?


Geen opmerkingen:
Een reactie posten