23 januari 2026

Casanova als genadeloos recensent


Giacomo Casanova publiceerde in 1797, een jaar voor zijn dood (4 juni 1798), een grondige bespreking van een pas verschenen woordenboek.

Leonhard Wilhelm Snethlage, docent Frans aan de Universiteit van Göttingen,* had er namelijk een laten verschijnen met neologismen die na de Franse Revolutie in zwang waren geraakt. Het was bedoeld als aanvulling bij de Dictionnaire de l’Académie française.

Casanova was geen voorstander van de Revolutie (heel wat Parijse vrienden hadden de Terreur niet overleefd) en evenmin van de meeste neologismen waar Snethlage mee uitpakte** en nog minder was hij een liefhebber van diens gedichten.

Zijn kritiek is genadeloos, maar in het algemeen is Casanova's toon toch vriendschappelijk. Hij kende Snethlage goed en sprak hem aan met mon cher confrère – beiden immers waren docteur en droit.

Als het over de Franse taal gaat, meen ik als Italiaan evenveel recht als u te hebben om me daarmee te bemoeien. [...] Ik spreek zonder omwegen en verontschuldig me op voorhand, mochten de waarheden die ik vertel u iets te zwaar vallen. Non potes me simul amico et adulatore uti.***

En inderdaad, een zin als deze liegt er niet om:

Wat een intelligent man dwingt om zich meteen te corrigeren als hij beseft dat hij zich belachelijk heeft gemaakt, is dat zoiets op zijn minst twijfel zaait over zijn verstand, en bij die gedachte beeft hij, want alleen een ware dwaas is nooit bang om voor dwaas te worden versleten. Dit maakt dat ik er zeker van ben dat u pas dan nog gedichten of woordenboeken zult maken als we weer enkele jaren verder zijn.


Ma voisine, la postérité
Bibliotheca Casanoviana
Paris, Allia, 1998
 

___________
    * Die Stadt Göttingen, berühmt durch ihre Würste und Universität, zei later Heine die onder meer daar gestudeerd had. 
  ** Hij lacht met vondsten als la sansculottide (een vierjaarlijks feest) en citeert Horatius' De arte poetica 70-72
              multa renascentur quae iam cecidere,
              cadentque quae nunc sunt in honore vocabula, si volet usus,
              quem penes arbitrium est et ius et norma loquendi.
[Veel in onbruik geraakte woorden zullen een nieuw leven kennen, en verdwijnen zullen termen die nu in de mode zijn, als het gebruik het zo wil, waar het oordeel, het recht en de regels van de taal bij berusten.]
Casanova lachte ook met de regeldrift van de Académie française.  
*** [
Als vriend en vleier tegelijk heb je niks aan mij]. Toegeschreven aan de Atheense generaal Phokion.

21 januari 2026

Nu al twee rectoren in zwaar weer!


Oud-rector Torfs (Leuven) is vandaag in De Ochtend van Radio1 rector De Sutter (Gent) flink te hulp geschoten met zijn uitleg over geheugen, omschrijvingen &c.

In zijn recente boek Waarheid staan namelijk kreupele ‘citaten’, niet van Einstein weliswaar, maar van Camus, Kierkegaard, Feyerabend et alii. Bij een volgende druk zal Torfs zijn aanhalingstekens weghalen.

Niet stiekem weghalen zoals het Gentse rectoraat probeerde –dat lukt niet in een boek– gewoon weghalen. Voorzichtig is het inderdaad niet om blind op je professorale geheugen te vertrouwen. Torfs erkent dat zonder omwegen en zegt ook niet aanmatigend, zoals de Gentse rector, dat wij allemaal daaruit kunnen leren.*

Bij Lieven Vandenhaute werd gisteren al glashelder aangetoond dat De Sutter maar blijft kronkelen en volharden in de boosheid.

Nu goed, vals citeren is één ding en kronkelen een ander, maar het meest beschamende voor De Sutter is toch dat een rector gewoon hoort te weten dat Hans Jonas, jood zijnde, nooit rector in München kón zijn geweest in de nazitijd, en er a fortiori geen inaugurale rede heeft kunnen afsteken.

Erger en ridiculer dan vals citeren is een gebrek aan historisch inzicht. Alleen ...noch Apache, noch de VRT, noch de kranten wijzen op deze intellectuele afgang.



_______
* 1Korinthe 14:19 ...opdat ik ook anderen moge onderwijzen. (Statenvertaling; Paulus, onvolledig maar wel correct geciteerd).

16 januari 2026

In de val gelokt !


In 1786 publiceerde Casanova in Praag anoniem Soliloque d’un penseur, een pamflet tegen de in heel Europa bekende, en in vrijmetselaarskringen zeer populaire magiër en geneesheer ‘graaf’ Cagliostro, die hij ook enkele keren had ontmoet. Casanova vertelt in dat pamflet hoe je je tegen oplichterijen kunt wapenen, want deze Cagliostro was inderdaad een gewiekste oplichter die tot in de hoogste kringen mensen in de val lokte.

Ik dacht aan Casanova zijn boekje, omdat ook rector De Sutter verklaarde in de val te zijn gelokt. Dat was nogal kinderachtig, want ChatGPT is een machientje en geen graaf Cagliostro die vallen opstelt. Toch zou de rector van de Gentse Universiteit dit werkje met vrucht kunnen lezen, en er zelfs enige troost in vinden. Dat iemand ‘in de val loopt’ bewijst volgens Casanova namelijk helemaal niet dat we dan met een dwaas te maken hebben, integendeel bijna:

Wie meent dat alleen een gek zich om de tuin kan laten leiden, heeft het verkeerd voor want het gaat daarbij slechts om een partiële gekte. Ziehier waarom een verstandig man eerder het slachtoffer van een bedrieger zal worden dan een volslagen gek: de volslagen gek is achterdochtig, en met zijn compleet afgestompte geestelijke vermogens is hij niet capabel om in een grote valkuil te trappen. Zijn dwaasheid zelf beschermt hem tegen vele valstrikken.
Een verstandig man, ontwikkeld en vol vertrouwen in zijn eigen inzicht, gelooft rotsvast
* in zichzelf en hals over kop tuimelt hij erin.** […]

Overal en altijd hoor je zeggen dat het minder erg is om bedrogen te worden dan om te bedriegen. Dat is een waarheid waar zonder onvoorzichtig te worden alleen de bedrieger tegenin kan gaan; maar laten we, aangezien we toch over alles en nog wat redenaties opzetten, van dit aforisme eens ons probleem maken.
Feit is dat je noch bedrogen wil worden, noch een bedrieger wil zijn. De bedrieger heeft een vastberaden wil, de bedrogene is dat alleen buiten zijn wil.
De eerste handelt als een slecht mens, maar als mens; de tweede als een braaf beest, maar als beestachtig dwaas.*** De eerste is een eerloos man, de tweede wordt geminacht. De onteerde bedrieger verliest niets, want om eer heeft hij nooit gegeven; de bedrogene zit in een lastiger parket want minachting valt nooit een geëerd man ten deel. De bedrieger gelooft niet in eer en staat daar in alle opzichten boven; de bedrogene verliest die. De eerste mist integriteit, de tweede komt gezond verstand te kort.


Casanova
Soliloque d’un penseur
1998, Paris, Éditions Allia, pp.15 & 19-20



__________
    * Matthéüs 16:18  En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.
  ** Al is naar de sterren kijken iets anders dan naar een machientje staren, Æsopus beschreef daar de gevaren al van, en we zien Thales van Milete inderdaad in een kuil vallen.
*** bête is hier moeilijk te vertalen: Le premier agit en homme méchant, mais en homme; le second en bonne bête, mais en bête.

14 januari 2026

Dit zijn geen broodrellen


In Frankrijk en elders, ook hier, zien we dat feministen en experts –van de journalisten zwijg ik– moeite hebben om de revolutie in Iran te duiden. Liefst nog wijst men op bijvoorbeeld de inflatie ginds, en wil men er een soort broodrellen van maken. Onderwerpen als de islam en de hoofddoek vallen helaas niet altijd te vermijden, maar die krijgen dan een bijrolletje.
Mathieu Bock-Côté analyseerde* bij CNews de psychologie van dit soort kenners en specialisten:

In de geest van onze doorsnee analisten, kunnen uitsluitend alledaagse beslommeringen ergens de aanzet toe geven. Ongevoelig zijn zij voor de diepgaande invloed van geschiedenis, van identiteit en cultuur. Een volksrevolte begrijpen die de dagelijkse zorgen overstijgt, ligt buiten hun begripsvermogen. Flutmarxisme van de rommelmarkt is dat.

Interessant in dit licht is, hoe links ontsteld staat te kijken naar een revolte tégen het islamisme. Nochtans, de dag dat het regime valt, wordt Iran niet ’s anderendaags christelijk, protestants, katholiek, orthodox of weet ik veel: het blijft een moslimland. Maar kijk, dan zijn er die moslimstemmen die ons uitleggen dat ze bij hén geen islamisme meer willen.
En wie voert daar de strijd? Met name de vrouwen. Laten we niet vergeten: de vrouwen daar verbranden hun hoofddoeken. Is er één plek op aarde waar duidelijker blijkt dat de islamitische sluier een instrument is ter onderwerping van de vrouw? Is er één plek op aarde die ontegenzeglijk laat zien dat vrouwen de eerste slachtoffers zijn van het totalitaire islamisme?
Welnu, die vrouwen zeggen: wij verzetten ons ondubbelzinnig tegen dit regime.
En wat zien we in het Westen? Een deel van links hier is druk met de verdediging door dik en dun van de hoofddoek als teken van emancipatie. Tot elke prijs verdedigt links in onze wereld het recht op de hoofddoek.

Maar dan ...ook zij kunnen er niet omheen en moeten de revolutie die in Iran gaande is wel toejuichen. Dit leidt tot geestelijke verscheurdheid, tot een intellectuele paradox – maar misschien gaat het hier eenvoudig wel om bedrog, om mentale fraude. 
Ja, ja zegt men ons, maar in Iran eisen ze het recht om al dan niet een hoofddoek te dragen, terwijl men hen in het Westen het recht ontzegt er een te dragen. Hoe verwrongen klinkt dit niet ...welbeschouwd zouden wij hier de echte plek van onderdrukking zijn, in tegenstelling tot Iran, waar de zaken ingewikkelder liggen.

Hier zien we eens te meer analisten die niet in staat zijn de houding te begrijpen van een volk dat zich wil bevrijden uit een ideologisch cocon, en vandaag bereid is om daarvoor mensenlevens te verliezen! We zien hier mensen die bij honderden, misschien bij duizenden zullen sterven om zich te verlossen van een systeem dat zodanig drukkend was dat het vrouwen tot in hun binnenste verstikte.

Dan vraag je je toch af hoe het komt dat links onbekwaam is om cultuur of eigenheid
te begrijpen, en niet in staat om de invloed van de geschiedenis te vatten?
Wel, aangezien links eens en voor goed besloten heeft dat de islam de religie van de onderdrukten is, de religie van het integrale tiermondisme, is het voor hen onbegrijpelijk dat men die vandaag bestrijdt.



____________
* Mijn vertaling pretendeert helemaal geen letterlijkheid, maar er is het klankfragment.

11 januari 2026

Over omzichtigheid bij het citeren

 

U kent het gezegde wellicht, lezer, dat een paar erudiete citaten de hele mens sieren, want het staat al jaar en dag hiernaast in de linkerkolom, en het komt uit Das Buch Le Grand (1826), waarin Heine een heel hoofdstuk wijdt aan de kunst van het citeren. Ik vertaal een paar beginfragmentjes.

Kapittel XIII.

Madame,
[...] In alle voorgaande hoofdstukken staat geen enkele regel die niet ter zake doet, ik schrijf beknopt, ik vermijd alles wat overbodig is, ik sla zelfs vaak het noodzakelijke over, ik heb bijvoorbeeld nog niet eens behoorlijk geciteerd [...] terwijl toch het citeren uit oude en nieuwe boeken het grootste plezier van een jonge auteur is, en een paar erudiete citaten de hele mens sieren.
Denkt u vooral niet, Madame, dat ik geen kennis heb van boektitels. Bovendien ken ik de knepen van grote geesten die weten hoe ze de krenten uit de broodjes, en de citaten uit de collegeboeken moeten halen.
In geval van nood zou ik bij mijn geleerde vrienden zelfs citaten kunnen lenen. Mijn vriend G. in Berlijn is als het ware een kleine Rothschild op het gebied van citaten, en leent me er graag een paar miljoen, en als hij ze zelf niet in voorraad heeft, kan hij ze gemakkelijk bij een paar andere kosmopolitische geestelijke bankiers bij elkaar brengen – Maar ik hoef nu nog geen lening aan te gaan, ik ben een welgesteld man, jaarlijks heb ik mijn 10.000 citaten om te verbruiken, ja, ik heb zelfs ontdekt hoe je valse citaten voor echte kunt laten doorgaan. Mocht een of andere grote, rijke geleerde, bijvoorbeeld Michael Beer,* dit geheim van mij willen kopen, dan wil ik het graag afstaan voor 19.000 Taler contant; hij mag voor mijn part zelfs wat afbieden.
Nog een andere ontdekking wil ik ter wille van de literatuur niet verzwijgen, en hier gratis delen: ik acht het namelijk raadzaam om alle obscure auteurs mét hun huisnummer te citeren.** [...]
Overigens, Madame, hebt u er geen idee van met wat voor gemak ik weet te citeren. Overal zie ik de kans om blijk te geven van mijn grote geleerdheid.
__________
  * Vandaag vergeten auteur, broer van de componist Meyerbeer.
** Heine vermoedt, wat verderop in de tekst, dat obscure auteurs wier boeken onvindbaar zijn, thuis toch nog een exemplaartje zullen hebben liggen ...maar dan moet je wél hun huisnummer weten.


Ideen, Das Buch Le Grand
in: Heinrich Heines sämtliche Werke, dritter Band
Herausgegeben von Prof.Dr. Ernst Elster
kritisch durchgelesene und erläuterte Ausgabe
1890, Leipzig und Wien, Bibliographisches Institut

8 januari 2026

Einstein heeft echt bestaan!

 

Iedereen maakt zich vandaag vrolijk over de academische openingsrede van rector De Sutter. Terecht natuurlijk: een nóg belabberder figuur slaan wordt moeilijk. Bedankt, Apache!

Toch dit, ter vertroosting: weliswaar hebben Albert Einstein (die op het web altijd Engels spreekt), Hans Jonas (die dat ook doet) en Paul Verhaeghe niet de dingen gezegd waar De Sutter zo graag mee wilde uitpakken – maar dat zij echt hebben bestaan, of zelfs nóg bestaan, betwijfelt zo goed als niemand.

De rector mag zich wel gelukkig prijzen dat het in die miserabele speech niet om compleet onbestaande figuren ging, zoals de filosoof Jean-Baptiste Botul waar die andere fabulator, Bernard-Henri Lévy ooit naar verwees in een boek van hem – want een boek laat zich niet herschrijven zoals een webtekstje ...wat het rectorale team helaas iets te laat deed in een poging om te redden wat er nog te redden viel. Arme Universiteit Gent!


6 januari 2026

Casanova als kwaaie krantenlezer

In zijn dagen al had Casanova bedenkingen bij wat de kranten allemaal afdrukten. Hier enkele fragmenten uit Il Duello. De volledige titel van dit werkje luidt: Il Duello ovvero Saggio della vita di G. C. Veneziano, en het verscheen voor het eerst in juni 1780 in Opuscoli miscellanei, een periodiek waarvan Casanova de enige redacteur was. 

Het vandaag zo bepalende begrip desk opinion kuddegeest was bij hem dus tot zijn enkelvoudigste vorm herleid.

Ik van mijn kant* kom er niet uit welke van de twee de grootste straf verdient: de lafaard die een anonieme brief schrijft tegen iemand, of de onbezonnene die er geloof aan hecht en ervoor zorgt dat de verraderlijke briefschrijver zijn doel bereikt. Gif, messen en heimelijke valstrikken zouden nooit iemand kwaad doen als ze geen lui vonden die er inderdaad voor zorgen dat ze hun schadelijke werking kunnen hebben. Wie een anonieme brief schrijft is tenslotte altijd een verrader, zelfs al mocht de brief gunstige gevolgen hebben.

Van Breslau reisde de Venetiaan naar Dresden en vervolgens naar de beurs van Leipzig, en van daaruit naar Praag en Wenen, waar hem een nogal vreemd avontuur overkwam. Als iemand die de details daarvan goed kent dit verhaal zou opschrijven, dan zou dat, tot straf voor de lezer, een boekje opleveren dat niet veel dunner zou zijn dat dit hier.**

Vanuit Wenen reisde hij naar Beieren en vervolgens naar Augsburg, waar hij enige persoonlijke contacten had, en waar hij bleef totdat hij hoorde dat prinses Lubomirski, geboren Czartoryski, in augustus in Spa zou verblijven. De Venetiaan begaf zich dus die kant op, maar stopte onderweg in de Palts en in Württemberg, vanwege verschillende wederwaardigheden, en op een dag ook in Keulen aan de linkeroever van de Rijn om een zaak af te ronden die hem na aan het hart lag en niet onvermeld mag blijven aangezien ze het duel betreft.

De Venetiaan was nog in Dresden, een maand na zijn vertrek uit Polen, waar hij, in een stijl en met details die hem veel pijn deden, in een Keulse krant een artikel uit Warschau las, met het verhaal van het uitwijzingsbevel dat hij van het Hof aldaar had gekregen.***

Allemaal samengenomen vormen kranten de geschiedenis van de wereld, en hun lezers, die de details niet kennen (en dat is de grote hoop) houden zich aan wat daarin staat om van alles op de hoogte te blijven: de personen die er worden geprezen lijken hun helden, en ze hebben een ronduit kwalijke opinie over degenen die men als oneerlijke individuen en oplichters afschildert. Aangezien zij geen andere informatie hebben en geen andere klok horen om die eerste indruk te compenseren,**** blijven deze ideeën, die naar ze veronderstellen op echte feiten zijn gebaseerd, in hun geheugen gegrift.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de arme Venetiaan verontwaardigd was toen hij in die krant werd afgeschilderd in kleuren die niet de zijne waren, en omkleed met leugens op een manier die hij abject vond, terwijl er in de wereld blijkbaar iemand was die hem zo in het geheugen wilde prenten. Die beledigende leugens sloeg de Venetiaan op in zijn hoofd, een evenzo het voornemen om de onbezonnen gazetschrijver op het gepaste moment van zijn dwaling te overtuigen.*****
_______________
        * Hier spreekt de auteur van Il Duello, die altijd in de derde persoon over le Vénitien bericht.
      ** Een goede verteller verklapt niet alles aan zijn lezer. Volledigheid is een recept voor verveling, en als we Voltaire mogen geloven: 'la vie n’est que de l’ennui ou de la crème fouettée', dan houdt Casanova het gelukkig bij slagroom.
    *** De koning had hem, na anonieme brieven, bevolen binnen de acht uur Warschau te verlaten.
  **** Er waren toen nog geen social media.
***** Dat lijkt voor die pennenridder weinig goeds te voorspellen, maar er is verder weinig met zekerheid over bekend.

3 januari 2026

Casanova duelleert op het pistool met graaf Branicki


Zoals elk jaar zullen er ook in 2026 op FaceBook, op TwitterX enzovoort weer duels gevochten worden. Vaak vallen daarbij onvertogen woorden, onkiese uitlatingen en beledigingen. Dit verschijnsel is niet nieuw, en evenmin specifiek voor de sociale media.

Graaf Franciszek Ksawery Branicki had, zoals we al zagen, Giacomo Casanova ce poltron vénitien genoemd, die Venetiaanse schijterd, en daar kwam begrijpelijkerwijs een duel van. De graaf was op dat moment boven zijn theewater en had Casanova betrapt in de loge van zijn maîtresse. 

De afspraak voor het duel werd per brief gemaakt, en dat ging bijzonder hoffelijk en vormelijk, zoals passend bij een zaak met de eer als inzet – om die ballerina gaven ze tenslotte geen van beiden.

Casanova had als beledigde partij het recht om het wapen te kiezen, en koos voor de degen. De graaf wilde liever het pistool, maar gaf toe dat hij niet het recht had zelf te kiezen. Casanova stemde welwillend in, en vroeg tijdens de rit naar de plek buiten de stad of de graaf vóór het duel eerst nog wat wilde eten – om toch iéts te zeggen, schrijft hij – maar die wilde liever erna. Van die maaltijd kwam niets in huis, want beiden liepen ernstige schotwonden op. Ze bleven wel vrienden.


Woensdag 5 maart 1766, bij het krieken van de dag.*
Monseigneur,

gisteravond in het theater heeft Uwe Excellentie, in uitgelaten stemming,
mij beledigd en zij had geen recht of reden om mij aldus te behandelen. De zaak zo staand geloof ik dat u mij haat, Monseigneur, en mij dus uit het getal der levenden wenst te verwijderen. Ik kan en wil Uwe Excellentie genoegdoening geven.
Wees dus zo vriendelijk, Monseigneur, mij in uw koets naar een plek te brengen waar mijn nederlaag geen problemen met de Poolse wet voor u oplevert, en waar ik hetzelfde voordeel kan genieten als ik met Gods hulp Uwe Excellentie zou doden.** Ik zou, Monseigneur, u dit voorstel niet doen zonder de hoge idee die ik heb van uw grootmoedigheid.***
Ik heb de eer te zijn, Monseigneur, uw zeer nederige en zeer gehoorzame dienaar.

Het antwoord kwam snel:

Meneer,
ik aanvaard uw voorstel. Weest u zo goed mij te laten weten wanneer ik de eer heb u te mogen ontmoeten.
Ik ben, Meneer,
geheel en al uw zeer nederige en zeer gehoorzame dienaar.
Braniski
Postoli C.P.
****
5 maart 1766.


_____________
      * Zo in Il Duello: à la pointe du jour. Minder mooi in Histoire de ma Vieà 5 heures du matin.
    ** In Warschau stond op duels met fatale afloop de doodstraf, geldend in een straal van 4 mijl (~18km) rond de starost.
  *** Een edelman vecht geen duels met roturiers. Voor Casanova ware het een eer, mocht de graaf er toch in toestemmen. Vandaar zijn toegeeflijkheid nadien wat het wapen betreft.
**** Panetier, Broodmeester van het Hof, een lucratieve functie, vermoedelijk niet meer bestaand.

Dit gezegd zijnde: een hoffelijke Nieuwjaarsgroet van uw dienaar, beste lezers!

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html