In memoriam Jan Timman
Gisteren overleed grootmeester Jan Timman. Hij werd 74.
Zowat een halve eeuw geleden speelde hij in Wijk aan Zee het jaarlijkse Hoogoventoernooi, en omdat ik daar –welteverstaan in een kleine amateurgroep– ook speelde, ontmoette ik hem toen hij na de partijen ‘s avonds aan de bar een glas wijn dronk samen met Alexander Münninghoff. Dat ging toen nog zo. Vandaag joggen en tennissen schaakspelers wel, maar wijn drinken is er niet bij.
Nu had ik die namiddag met zwart een variant gespeeld van de Naidorfverdediging, waar Timman een groot kenner van was. In die partij had ik een pion geslagen, wat een Dameoffer inhield, omdat ik uitgerekend had dat mijn tegenstander op zijn beurt zijn Dame moest offeren en ik een pion zou overhouden aan die transactie. Tevreden stond ik op. Mijn tegenstander dacht een half uur na, en sloeg mijn Dame helaas niét… Na enig geschuif zou ik door die weigering juist een pion achter komen zag ik, dacht op mijn beurt een half uur na en gaf teleurgesteld op.
Aan de bar ‘s avonds stond zoals gezegd Jan Timman, en ik verstoutte mij hem op een zakschaakspelletje de positie te tonen die ik had opgegeven, het was tenslotte een lievelingsvariant van hem.
Hij keek enkele seconden naar de positie, en zei: ‘Opgegeven? Dat hoeft toch niet te verliezen!’ en hij toonde me de rechte weg naar remise…
Aan die momenten denk ik nu piëteitsvol terug.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten