29 mei 2004

Doornaert-Doormat


Verzonden: zaterdag 29 mei 2004 13:42, aan Peter Vandermeersch van De Standaard.
Onderwerp: nav de rubriek ? Che (van 29mei) “Doornaert-minded”

Dat minister Michel zijn standpunten uit de dagelijkse gazet haalt is duidelijk: il dit tout et le contraire de tout. Maar misschien raakt de naam Mia Doornaert dankzij hem nu wel bekend in het Witte Huis! ...al zal die naam uit de mond van Bush, zo valt te vrezen, klinken als My Doormat.


3 mei 2004

De onvoorstelbare vermaledijdingen van de sjeik van Vénissieux



7 april 2004

Op zijn tweeënvijftigste is Abdelkader Bouziane onder de islamisten van Lyon een figuur waar je niet aan voorbijgaat. Hij is het die in deze agglomeratie het salafisme heeft in­ge­plant, een fun­da­men­ta­listische stroming in de is­lam. Hij schrikt er dus niet voor terug om vlam­men­de kritiek op het Westen te geven bij zijn preken in de Ursaff­moskee van Vénis­sieux[1]. Als je hem voor­werpt dat hij terroristen in de kaart speelt, dan veroordeelt de sjeik de aan­slagen, en erkent te­ge­lijk de mogelijkheid dat sommigen van zijn gelovigen in de handen van ronse­laars vallen. Verbazingwekkend personnage. Zo te zien zacht, maar ten gronde on­buigzaam.



Wat was uw parcours voor u in Lyon aanlandde?
Abdelkader Bouziane : Ik ben geboren in 1952, in een zeer bescheiden Algerijnse familie, in Saïda ten zuiden van Oran. Mijn ouders waren kleine boeren die in moeilijke omstandigheden zes kinderen hebben grootgebracht. Ik liep school tot mijn zeventiende. Nadat ik in eigen land eerst enkele jaren Arabisch had onderwezen, kwam ik in oktober 1979 naar Frankrijk, als imam van een moskee in Châlons-sur-Marne. Drie jaar later werd ik imam in de Quarantaine in Villefranche-sur-Saône; daarna, in 1991 aan de moskee van la Duchère tot 2000, met een onderbreking van zes maanden in 1996 in Medina, Saoudi-Arabië. En sinds april 2003 ben ik imam aan de moskee van de Urssaf in Vénissieux.

Tot welke strekking van de islam behoort u?
Ik ben salafist, met andere woorden aanhanger van de terugkeer tot het ware muzelmaanse geloof, met een strikte naleving van gebed, bedevaart, ramadan… in mijn preken waarschuw ik de moslims voor de verlokkingen van de westerse maatschappij: muziek, sex, drugs… want die zijn zondig.

Voor u is muziek zondig?
Ja, want ze leidt af van de Koran. Bij muziek gaan de gedachten naar meisjes, naar sex… kortom het zet aan tot losbandigheid.


Uw meningsverschillen met de Moslimbroederschap?
Hun doelstellingen en strategie zijn zeer politiek van aard, wat hen tot toegevingen dwingt, om zo in het westen aanvaard te worden. Onze doelstellingen zijn enkel religieus van aard. Een voorbeeld: wij zullen niet de straat opgaan om te betogen, want zoiets geeft aan het uitschot een gelegenheid om vernielingen aan te richten, te stelen en te branden… zo hebben de salafisten trouwens niet betoogd tegen de wet die het dragen van de hoofddoek op school verbiedt, daar waar de Broederschap wel aan die manifestaties heeft deelgenomen.

En nochtans bent u zeer gekant tegen die wet op de hoofddoek?
Ja, want de hoofddoek is een verplichting voor moslimvrouwen. Ik besef dat er moslims zijn die het bestaan van zo’n verplichting ontkennen, maar dat is verkeerd. Het staat in de Koran geschreven: hoofddoek, zowel als gebed of bedevaart zijn verplichtingen.

Al zijn er veel moslimvrouwen die de hoofddoek weigeren te dragen, omdat ze die mannelijke overheersing afwijzen.
Maar de meerderheid van de vrouwen die de hoofddoek wel dragen doen dat omdat ze goede praktizerende moslimvrouwen willen zijn, en niet vanwege een verplichting tot hun man.

Is de vrouw voor u de gelijke van de man?
Neen. Voorbeeld: ze heeft niet het recht om samen met mannen te werken want dan zou ze in de verleiding kunnen komen om overspel te plegen. Ze mag dus wel les geven aan meisjes en kleine jongens, maar niet aan oudere jongens want eens te meer, daar zou ze tot overspel kunnen worden verleid.

De vrouw moet zodus aan de man onderdanig zijn.
Ja, want het hoofd van de familie is altijd de man. Maar hij moet rechtvaardig zijn met zijn vrouw: haar niet slaan zonder reden, haar niet als een slavin beschouwen…

En daarom bent u voorstander van de polygamie?
Ja, een moslim mag meerdere vrouwen hebben, maar opgelet, vier is het maximum. En er zijn ook wel voorwaarden. Ten eerste moet hij over voldoende geld beschikken om al zijn vrouwen te onderhouden. Ten tweede moet hij sexueel zijn mannetje kunnen staan om al zijn vrouwen te bedienen. Ten derde moet hij een degelijke kennis van de Koran bezitten.

En waarom mag een vrouw niet meerdere mannen hebben?
Omdat je dan niet weet wie de vader van de onderscheiden kinderen is! Terwijl een man die meerdere vrouwen heeft geen probleem stelt.

Hoeveel vrouwen hebt uzelf?
Ik heb twee vrouwen, en bij elk van hen acht kinderen. Meer dan twintig jaar heb ik met mijn twee vrouwen en mijn zestien kinderen onder één dak gewoond. Maar sinds twee jaar ben ik gescheiden van mijn eerste vrouw.

Terwijl polygamie verboden is in Frankrijk!
Weet ik, maar ik heb bij de prefectuur aangifte gedaan van mijn statuut, en zij hebben aanvaard dat mijn tweede vrouw bij me introk in Frankrijk, zonder dat ze haar een verblijfsvergunning afleverden. Maar aangezien onze kinderen in Frankrijk geboren zijn, zijn het Fransen. Meteen kan ook zij niet worden uitgewezen, ook al beschikt zij niet over papieren.

Bent u voorstander van het stenigen van vrouwen?
Ja, want je vrouw slaan wordt door de Koran toegestaan, zij het onder voorwaarden, meer bepaald als zij haar man bedriegt. In dat geval mag de man haar slaan.

Nogmaals, in Frankrijk is het verboden om je vrouw te slaan!
Ja, maar voor de Koran niet. Opgelet echter, de man heeft niet het recht om gelijk waar te slaan. Hij mag niet in het gezicht slaan, maar moet op de armen mikken, op de benen of de buik. Hij mag wel hard slaan, om zijn vrouw schrik in te boezemen, zodat ze niet herbegint.

En hoe beoordeelt u de Franse samenleving?
Ik kan enkel zeggen dat ik rondom mij veel zonde zie, want de westerse samenleving is onzuiver, ze staat heel ver van God.

In islamitische landen ligt dat beter?
Ja, in die maatschappijen komt minder ondeugd voor, minder overspel…

Is sex niet een obsessie voor u?
Nee, maar sex is een groot gevaar, het verderf van de westerse maatschappij en een bedreiging voor de moslims.

Is het uw wens dat Frankrijk een islamitisch land wordt?
Ja, want de mensen zouden gelukkiger worden als ze dichter tot Allah kwamen. Samenlevingen die in zonde zwelgen straft Allah trouwens, met aardbevingen, of ziekten zoals aids… en ik ben heel blij als ik Fransen zie die zich tot de islam bekeren, want ik weet dat die op het rechte pad zijn.

Wenst u in alle oprechtheid dat in Frankrijk echt een Islamitische Republiek tot stand komt?
Ja, maar niet in Frankrijk alleen. Mijn wens is dat de hele wereld muzelmaans wordt.

Dit is dus een oproep tot de heilige oorlog!
Neen, want er is een Koranvers dat zegt dat je mensen niet tot bekering tot de islam mag verplichten. Ik wens noch mijn stem te verheffen, noch geweld te gebruiken, noch aanslagen te plegen om de mensen tot de islam te bekeren.

Veroordeelt u de aanslagen van Ben Laden?
Ik kan Ben Laden niet veroordelen zolang er geen bewijzen zijn dat het werkelijk hij was die de aanslagen in New York en Madrid heeft georganiseerd. Maar als men mij bewijst dat hij het was, dan zou ik hem veroordelen, want die aanslagen gaan in tegen het doel dat ze beogen.

En geen mededogen voor de slachtoffers van die aanslagen?
Ik zeg u nogmaals dat het plaatsen van een bom een grote zonde is, want Allah ontsteekt in woede als je onschuldigen doodt.

En imam Benchellali van Vénissieux die onder verdenking staat dat hij zijn zonen heeft geholpen bij de voorbereiding van een aanslag?
In alle eerlijkheid, ik heb hem niet goed gekend want hij leunt aan bij de Moslimbroeders. Maar ik zal hetzelfde zeggen als voor Ben Laden: als er sprake is van onwettelijke handelingen, dan zal ik hem veroordelen. En ik herhaal u nogmaals: ik ben tegen terrorisme gekant.

Sommigen nochtans beschuldigen de salafisten ervan dat ze tijdens de Wereldbeker voetbal van 1998 gepoogd hebben om aanslagen op touw te zetten?
Zij die de aanslagen organizeren zijn nooit salafisten! In de agglomeratie van Lyon ben ik het die het salafisme heeft ingevoerd, en ik kan u zeggen dat er nooit enig bewijs is geweest voor ook maar de minste meegaandheid met terroristen. Ik woon zoetjesaan 25 jaar in Frankrijk trouwens, en nooit heb ik bij de politie in verdenking gestaan. Iedereen hier kent me. Kamel Kabtane, de directeur van de Grote Moskee van Lyon; Gérard Collomb, de burgemeester van Lyon, die couscous is komen eten in mijn moskee in la Duchère toen hij nog burgemeester van het 9e arrondissement was… en de DST
[2] weet heel goed dat ik de gelovigen nooit heb aangezet tot het organizeren van aanslagen. Juist daarom lusten sommige jongeren mij niet.

Maar geef toe dat uw predikingen aanzetten tot haat tegen het Westen !
Neen, want al geef ik kritiek op het Westen, ik vraag steeds aan de moslims die naar mij komen luisteren om respect op te brengen voor de wetten van het land waarin zij leven.


Maar u effent het terrein voor terroristische netwerken, die vervolgens kunnen recruteren onder berooide jongeren !
Ik herhaal u nogmaals, in mijn preken veroordeel ik elk terrorisme kordaat. Maar het is niet uitgesloten dat sommigen mijn aanbevelingen niet verstaan, vooral niet als ze blootstaan aan manipulatie. En daar, helaas, kan ik niets tegen beginnen.


Lyon Mag, le mercredi 7 avril 2004



Les incroyables imprécations du cheik de Vénissieux
A 52 ans, Abdelkader Bouziane est une personnalité incontournable des islamistes à Lyon. C'est lui qui a implanté dans l'agglomération le salafisme, un courant fondamentaliste de l'islam. D'ailleurs dans ses prêches à la mosquée de l'Urssaf à Vénissieux, il n'hésite pas à critiquer violemment l'Occident. Accusé de faire le jeu des réseaux terroristes, le cheik Abdelkader condamne les attentats, tout en reconnaissant que certains de ses fidèles peuvent tomber entre les mains de recruteurs. Un personnage surprenant. Doux en apparence mais inflexible sur le fond.

Votre parcours avant de débarquer à Lyon ?Abdelkader Bouziane : Je suis né en 1952 en Algérie, à Saïda au sud d'Oran, dans une famille très modeste. Mes parents étaient de petits agriculteurs qui ont élevé six enfants dans des conditions difficiles. Je suis allé à l'école jusqu'à l'âge de 17 ans. Après avoir enseigné l'arabe pendant quelques années dans mon pays, je suis arrivé en France en octobre 1979, comme imam dans une mosquée à Châlons-sur-Marne. Trois ans plus tard, je suis devenu imam à la mosquée de la Quarantaine à Villefranche-sur-Saône. Puis en 1991, à la mosquée de la Duchère, jusqu'en 2000. Avec une parenthèse de six mois en 1996 à Médine, en Arabie Saoudite. Et depuis avril 2003, je suis l'imam de la mosquée de l'Urssaf à Vénissieux.
A quel courant de l'islam vous appartenez ?Je suis salafiste, c'est-à-dire que je suis partisan d'un retour à la vraie religion musulmane. Avec le respect strict de la prière, du pèlerinage, du ramadan... D'ailleurs, dans mes prêches, je mets en garde les musulmans contre les tentations de la société occidentale : la musique, le sexe, la drogue... Car ce sont des péchés.
La musique est un péché pour vous ?Oui, car ça détourne du Coran. La musique fait penser aux filles, au sexe... Bref, elle pousse à la débauche.
Vos différences avec les Frères musulmans ?Eux, ils ont des objectifs et une stratégie très politique, ce qui les pousse à faire des concessions pour se faire accepter en Occident. Alors que nous, les salafistes, notre objectif est uniquement religieux. Exemple : on s'interdit de manifester dans la rue. Car ça donnerait l'occasion à des voyous de casser, de voler, de brûler... D'ailleurs, les salafistes n'ont pas manifesté contre la loi qui interdit le port du voile à l'école, alors que les Frères musulmans ont participé à ces manifestations.
Et pourtant vous êtes très opposés à cette loi contre le voile !Oui, car le voile, c'est une obligation pour les musulmanes. Je sais que d'autres musulmans disent que c'est pas obligé. Mais c'est faux. C'est écrit dans le Coran : le voile, comme la prière ou le pèlerinage, c'est obligatoire.
Mais beaucoup de musulmanes ne veulent pas porter le voile, car elles refusent cette domination de l'homme !Mais la majorité des femmes qui portent le voile le font parce qu'elles veulent être de bonnes musulmanes pratiquantes. Pas par obligation envers leur mari.
Pour vous, la femme est l'égale de l'homme ?Non. Exemple : elle n'a pas le droit de travailler avec des hommes parce qu'elle pourrait être tentée par l'adultère. Elle peut aussi enseigner à des filles et à des petits garçons, mais pas aux grands, car là encore elle pourrait être tentée par l'adultère.
La femme doit être forcément soumise à l'homme ?Oui, car le chef de famille, c'est toujours l'homme. Mais il doit rester juste avec sa femme : ne pas la frapper sans raison, ne pas la considérer comme une esclave...
C'est pour ça que vous êtes pour la polygamie ?Oui, un musulman peut avoir plusieurs femmes, mais attention, quatre au maximum. Et il y a des conditions. Premièrement, il doit avoir suffisamment d'argent pour faire vivre toutes ses femmes. Deuxièmement, il doit être fort sexuellement pour honorer toutes ses femmes. Et troisièmement, il doit bien connaître le Coran.
Mais pourquoi la femme ne peut pas avoir plusieurs hommes ?Parce qu'on ne saura qui est le père des différents enfants ! Alors que si un homme a plusieurs femmes, ça ne pose pas de problème. Vous-même, vous avez combien de femmes ?J'ai deux femmes, et avec chacune d'elle, j'ai eu huit enfants. Pendant plus de vingt ans, j'ai vécu avec mes deux femmes et mes seize enfants sous le même toit. Mais depuis deux ans, je me suis séparé de ma première femme.
Mais la polygamie, c'est interdit en France !Je sais, mais j'ai déclaré à la préfecture mon statut, qui a accepté que ma deuxième femme me rejoigne en France, sans lui délivrer une carte de résidence. Mais comme nos enfants sont nés en France, ils sont Français. Du coup, même si elle n'avait pas de papiers, elle ne pouvait pas être expulsée.
Et vous êtes pour la lapidation des femmes ?Oui, car battre sa femme, c'est autorisé par le Coran, mais dans certaines conditions, notamment si la femme trompe son mari. Dans ce cas, son mari peut la frapper.
Mais là encore, c'est interdit de battre sa femme en France !Oui, mais pas dans le Coran. Mais attention, l'homme n'a pas le droit de frapper n'importe où. Il ne doit pas frapper au visage mais viser le bas, les jambes ou le ventre. Et il peut frapper fort pour faire peur à sa femme, afin qu'elle ne recommence plus.
Et comment vous jugez la société française ?Je peux simplement dire que je vois beaucoup de péchés autour de moi, car les sociétés occidentales ne sont pas pures, elles sont très loin de Dieu.
Dans les pays islamistes, c'est mieux ?Oui, car ce sont des sociétés où il y a moins de vices, moins d'adultère...
Vous êtes obsédé par le sexe ?Non, mais le sexe est un grand danger qui pourrit l'Occident et qui menace les musulmans.
Vous souhaitez que la France devienne un pays islamiste ?Oui, car les gens seraient plus heureux en se rapprochant d'Allah. D'ailleurs Allah punit les sociétés qui s'enfoncent dans le péché, avec des tremblements de terre, des maladies comme le sida... Et je suis très heureux quand je vois des Français se convertir à l'islam, car je sais qu'ils sont sur le droit chemin.
Franchement, vous souhaiteriez vraiment l'installation d'une République islamique en France ?Oui, mais pas seulement pour la France. Je souhaite que le monde entier devienne musulman.
Mais c'est un appel à la guerre sainte !Non, car il y a un verset du Coran qui dit qu'il ne faut pas obliger les gens à se convertir à l'islam. Moi, je ne veux pas élever la voix, frapper ou commettre des attentats pour convertir les gens à l'islam.
Vous condamnez les attentats de Ben Laden ?Je ne peux pas condamner Ben Laden tant qu'il n'y a pas de preuves que c'est vraiment lui qui a organisé les attentats à New York et à Madrid. Mais si on me prouvait que c'est lui, je le condamnerais, car ces attentats vont à l'encontre du but qu'ils poursuivent.
Pas de pitié pour les victimes de ces attentats ?Je vous répète que c'est un grand péché de poser une bombe, car Allah est en colère quand on tue des innocents.
Et l'imam Benchellali de Vénissieux qui est suspecté d'avoir aidé ses fils à préparer un attentat ?Franchement, je ne le connaissais pas très bien, car c'est un proche des Frères musulmans. Mais je dirai la même chose que pour Ben Laden : s'il a eu des activités illégales, je le condamnerai. Et je vous le répète : je suis contre le terrorisme.
Certains accusent pourtant les salafistes d'avoir tenté d'organiser des attentats pendant la Coupe du monde de football en 1998 ?Ceux qui organisent des attentats ne sont jamais des salafistes ! Moi, j'ai implanté le salafisme dans l'agglomération lyonnaise. Et je peux vous dire que jamais on a fait preuve de la moindre complaisance vis-à-vis des terroristes. D'ailleurs, ça fait près de 25 ans que je suis en France. Et je n'ai jamais été suspecté par la police. Tout le monde me connaît ici. Kamel Kabtane, le directeur de la grande mosquée de Lyon, Gérard Collomb, le maire de Lyon, qui est venu manger le couscous dans ma mosquée à la Duchère, quand il était encore maire du 9e arrondissement... Et la DST sait très bien que j'ai jamais poussé des musulmans à organiser des attentats. C'est d'ailleurs pour ça que certains jeunes militants ne m'aiment pas.
Mais reconnaissez que vos prêches poussent à la haine de l'Occident !Non, car même si je critique l'Occident, je demande toujours aux musulmans qui m'écoutent de respecter la loi du pays où ils vivent.

Mais vous préparez le terrain aux réseaux terroristes, qui peuvent ensuite recruter des jeunes paumés !
Je vous le répète une fois de plus, je condamne fermement le terrorisme dans mes prêches. Mais il se peut que certains n'entendent pas mes recommandations. Surtout s'ils sont manipulés. Et ça, malheureusement, je ne peux rien faire contre.

[1] De moskee is een voormalig gebouw van de URSSAF, de sociale zekerheid.
[2] Direction de la Surveillance du Territoire, binnenlandse veiligheid.

24 april 2004

Eerste indruk na het Blokarrest

.
Over de "vrijheid van meningsuiting" heeft Verhofstadt zijn mening gegeven in het radionieuws daarnet om zeven uur, en hij "stelt vast" dat het Vl.Bl. zijn "racistische en haatdragende" standpunten handhaaft. Dat zou meer indruk maken als de man zelf wat geloofwaardiger was... na zijn fake, en bijgevolg ondemocratische kandidatuurstelling, maar dit terzijde. Waarom Verhofstadt het overigens voortdurend over "revisionisme en negationisme" moest hebben leek me niet duidelijk. Het gààt daar niet om, dat weet een kind en een kiezer ook. Angst allicht verklaart dit jongensachtig en lukraak woordgebruik.
Uiterst algemene kreten, verdachtmakingen, procès d'intention, context, verder komt de man niet. In het strafrecht gaat het om precieze zaken, zou hij moeten beseffen. Dat het arrest "niet tegen de blokkiezers is gericht"? wat is dat toch voor een zinledige commentaar! een arrest is nooit tegen iemand in het bijzonder gericht, sukkel van een jurist. Als het al ergens tegen is gericht, dan tegen elke burger...
Ach, en dan geeft hij nog enig gewicht aan het onnozele AEL, als zijn bruikbaar schaamlapje, en om flink te zijn, terwijl niemand wakker ligt van het AEL mijnheer Verhofstadt, maar wel van de stortvloed van islamieten die hier de laatste veertig jaar is komen opzetten. Hùn onaanvaardbare opvattingen moeten worden bestreden, en zij moeten die opvattingen in volle openbaarheid laten vallen; niets minder dan zich schikken naar de normen die hier gelden moeten zij. Ik wens geen enkele legitimiteit voor islamitische opvattingen en uitingen in Europa. Is dat racisme? Kom nu, dat is inderdaad superieur Westers liberalisme. Zoals de christenen weigerden om de Romeinse keizer te erkennen (want de christelijke god was toen nog heel jong en krachtig) zo weigeren de islamieten nu --àlle islamieten... tenzij helemaal privé... dan hoor je natuurlijk andere zaken-- niet om de Verlichting te aanvaarden, nee! daar zijn ze nog lang niet aan toe, ze weigeren zelfs het verdrag van Worms, de aanzet tot de scheiding van kerk en staat.

De vulgaire en simpele waarheid echter is dat een franskiljonse Gentse rechter -- die zijn arrest voorlas in een compleet belachelijk Nederlands (ik vermoed dat die man meer op zijn gemak is bij het wekelijks voorzitterschap van zijn rotary- of is het lionsclubje, le premier mardi du mois in de hostellerie van het kasteel van Laarne) -- gretig een wet heeft toegepast die we niet nodig hadden. De Napoleontische wetten over belediging, kwetsende uitlatingen &cet volstonden ruimschoots, en waren in hogere zin zelfs effectiever, want minder "gericht".
Het is een wet die manifest de vrijheid van mening aantast, en het is kromspraak, flauwekul om iets anders te willen volhouden, maar ja... wie heeft die wet niét goedgekeurd? Niemand kan met goed fatsoen zijn bek nog opendoen.
Vrijheid van meningsuiting is een belangrijk goed, je kunt zeggen het belangrijkste goed in onze open maatschappij.
Om even een auteur aan te halen die écht heeft nagedacht over zulke moeilijke zaken, en daarbij zonder eigenbelang heeft nagedacht, want de man ambieerde geen politieke ambten, geef ik twee citaatjes. Het cursief is van mij.



[...] Ook kun je van Popper leren dat je bij het debatteren, bij het bestrijden van iemands beweringen niet de oorsprong van die beweringen moet bespreken, maar die beweringen zelf. Dat iemands argumenten voortkomen uit nijd of lafheid of uit frustratie of uit racistische vooroordelen of uit zijn maatschappelijke positie of uit zijn milieu bewijst niets ten aanzien van de juistheid of onjuistheid van die argumenten. Bij een debat over de juistheid of onjuistheid van die argumenten behoort de oorsprong van die argumenten geen rol te spelen.
Karel van het Reve
Toespraak over Popper te Enschede
in: Afscheid van Leiden
G.A. van Oorschot, Amsterdam 1984, p.54


Dat mensen goden en profeten willen aanbidden, al dan niet met gebruik van afgodsbeelden, is hun zaak. Maar anderen moeten de volle vrijheid hebben om daar smalende en lasterlijke opmerkingen over te maken. Natuurlijk is het onaardig om voortdurend gelovigen te pesten, en het is redelijk om iemands lichtgeraaktheid te ontzien, of het nu zijn gedichten, zijn moeder, zijn god, zijn inkomen of zijn oorlogsverleden betreft - maar je mening moet je kunnen zeggen, ook op smalende toon, lichtgeraaktheid of niet.
Karel van het Reve
De Ondergang van het Morgenland
G.A. van Oorschot, Amsterdam 1990, pp.198

.

25 januari 2004

Het conclaaf van Gembloers

.
.
Eerst de Maan, vervolgens Mars !

Wij maken heroïsche tijden mee,
Onze helden zijn achttien-karaats.
Niet dat het vroeger minder was –
Noem de Vaderen niet ondermaats!
Maar tussen twee epische daden,
Lieten die redelijk veel plaats.

Nu roept men gedurig: man overboord!
Elke minister moet nodig iets doen.
Het aantal der helden – is Legioen. [1]
Ja, hoe waar was het woord
Van de Fransman: – “Je ne crains
Pas le vide, mais le trop plein.” [2]

Precies het probleem van dit Heldendicht!
Olympische Spelen, weet u nog wel?
Hoe ‘t gloednieuw vliegveld werd gebouwd,
De zwarte kas terloops gelicht,
Daarbij nog 't geld van ‘t Zilverspel –
Aah! geleek niet alles gedekt met goud?

Romantiek op de Gembloerse hoeve…
Op het neerhof werd heel wat bedisseld,
Er zijn normen geruisloos verwisseld.
Gaat dié vlieger op in Medialand?
Ook zonder Noël (de bajesklant)? [3]
“Wát?”, roept Guy: “Kerseneten met boeven?

“Mijn civiele normen zijn niet vervaagd!
“Laat noord’lijke prinsessen zijn ontmaagd
“Door gangsters, ‘k en wil ‘t nog nie weten!
“Romances met slangenbroed moet je vergeten! [4]
“Daarbij – tzelfs in bad word ik nie nat […]
In de korf van de kiezer zet hij zijn pad.

Ik weet nog goed, hoe vroeger de Tsjeven
(Gaston en Leo… ’k vergeet er zes-zeven, [5]
Want éindeloos waren zij aan de macht)
Mij welhaast tot wanhoop hadden gebracht.
Maar nu vallen de schellen van d’ogen…
[6]
Toch weer bidden tot de Heer in den Hoge?

Homerus, verzekeren Zeven Steden,
Werd binnen hún wallen geboren. [7]
Ik bezweer die goede Homerus:
Bezorg dit ploegje de pleuris!
En al resten geeneens meer gebeden –
Als hij niet gaat suffen – niets is verloren! [8]


januari 2004


[1] Marcus 5:9; Lukas 8:30.
[2] Aan Charles de Gaulle werd gevraagd of er, na zijn verdwijning, niet een leegte dreigde in de Franse politiek? "En politique, antwoordde hij, ce n'est jamais le vide qui menace, c'est le trop plein."
[3] Noël S., succesvolle foordoktoor, tevens fabrikant van suikerspin.
[4] Voor deze uitval zijn vast twee verklaringen mogelijk: Mabel Wisse Smit, de aanstaande bruid van Johan Friso Bernhard Christiaan David, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg, bracht in een vorig leven een aantal nachten door op de sloep Neeltje Jacoba, toen eigendom van de Nederlandse peetvader, drugsbaron Klaas“de Dominee”Bruinsma, zaliger; er zouden bij deze gelegenheden niet nader omschreven substanties zijn gebruikt.
Evengoed echter, kan hier prinses Mette-Marit Tjessem Høiby zijn bedoeld: deze kersverse moeder Mette-Marit, gehuwd met Haakon van Noorwegen, Magnus Glücks­burg, zoon van koning Harald V., bracht net als Mabel, in parallelle omstandigheden, enkele nachten door aan boord van pleziervaartuigen.
[5] Rijmnood eist een gewisse tol… er waren in totaal elf christelijke premiers (enkel na de oorlog gerekend). Ter volledigheid hier de namen, met de dubbels weggelaten, want enkelen kwamen twee-drie keer aan de bak: Gaston & Jean & Joseph & andere Jean & Théo & Pierre & Paul & Leo & Wilfried & Mark & tenslotte Jean-Luc, het paard dat achter de (amper)zandkar werd gespannen.
[6] Handelingen 9:18.
[7] Smyrna, Rhodos, Colophon, Salamis, Chios, Argos, Athenae, hae septem certant de stirpe insignis Homeri: deze zeven strijden om de afstamming van de beroemde Homerus.
[8] Alhoewel… Quandoque bonus dormitat Homerus, heeft Horatius al moeten vaststellen.

P.S. ingezonden voor de KLARA-gedichtendag, met als thema: het Heldendicht. Niet gewonnen...


.

21 december 2003

Castar Danneels

Ten geleide:

Overbodige mediaprijzen horen niet in een volwassen maatschappij. Die prijzen zijn enkel een eindeloze nageboorte van de TIME-Man-of-the-Year-Awards en de jaarlijkse Hollywood-Oscar-Onderlinge-Masturbatiescenes.

Maar nu ter zake:

Dat een onbenul als Danneels de castar-prijs wint stoort me niet, integendeel het lijkt me juist gepast. Die Danneels heb ik nog nooit iets met stelligheid weten formuleren – misschien is hij intellectueel daar niet toe in staat, in elk geval heb ik het nog nooit meegemaakt dat die purperrode platitudepauw na een serieuze vraag verder kwam dan wat gestamel van: azo, abeetje. Dat maakt hem tot een waardige winnaar. Ghèt et of ghèt et nie, zoals hijzelf het in alle nederigheid uitdrukte.

Danneels is in zijn onschuld echter ook gevaarlijk: "de doodstraf mag worden uitgesproken maar niet uitgevoerd" slaat hij gisteren uit zijn dikke voeten. Waarschijnlijk een ingeving ter plekke.

Dat deze uitspraak ten eerste nogal hermafrodiet aandoet, tot daar aan toe, dat wisten we al. Om zich toch een airtje van stelligheid aan te meten voegt hij toe: "...je ontneemt iemand zijn betekenis in het leven. Hij is uit het land van de levenden gebannen."

Zulk een uitspraak is ook fundamenteel onchristelijk, maar dat zal hem niet meteen zijn opgevallen... voor mij geen bezwaar: .ik hanteer die denkcategorie niet, maar je zou het anders verwachten van een verstándige vertegenwoordiger van het eeuwenoude christendom. Danneels kent weinig van christendom, tant pis, er zijn ook dokters die de geneeskunde mismeesteren, en er zijn groentenboeren die bedorven aardappelen aan de man proberen te brengen. Ik zou Danneels aanraden om dagelijks zijn evangelie te lezen: begrijpend lezen dan.

Maar het blijft een schande: deze Godfried wil graag de burgerlijke dood weer invoeren. Iemand niet terechtstellen, maar wél hem "uit het land van de levenden bannen". Precies die straf hééft bestaan, stuk ignoramus!* In de middeleeuwen kon een mens vogelvrij worden verklaard, zijn goederen werden dan verbeurd, en gelijk wie mocht –als hem dat inviel– zo iemand om zeep helpen of gewoon azo abeetje mishandelen: hij was toch al uit het land van de levenden gebannen.

De Code Civil kent die straf niet meer, Godfried. De West-Europese beschaving is een stapje verder, en al een tijdje. Leer eens je dikke kop houden in de mediaklas !


...en lees ook eens goed wat er onderaan op je eigen wapenschild staat, die spreuk uit de kerstliturgie:. APPARUIT HUMANITAS DEI NOSTRI – Verschenen is de menslievendheid van onze God.

Titus 3,4: CUM AUTEM BENIGNITAS ET HUMANITAS APPARUIT SALVATORIS NOSTRI DEI, uit de Vulgaat, hetgeen in de Statenvertaling luidt : "Maar wanneer de goedertierenheid van God, onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is".
______
*


19 december 2003

Chahdortt Djavann uiterst kort geëxcerpeerd

.

J’ai porté dix ans le voile. C’était le voile ou la mort. Je sais de quoi je parle.
Chahdortt Djavann
Bas les Voiles!
Gallimard 2003, p.7

[…] l’honneur des hommes musulmans se lave avec le sang des filles! Qui n’a pas entendu des femmes hurler leur désespoir dans la salle d’accouchement où elles viennent de mettre une fille au monde au lieu du fils désiré, qui n’a pas entendu certaines d’entre elles supplier, appeler la mort sur leur fille ou sur elles-mêmes, qui n’a pas vu la détresse d’une mère qui vient de mettre au monde sa semblable, celle qui va lui jeter à la figure ses propres souffrances, qui n’a pas entendu des mères dire «Jetez-la dans la poubelle, étouffez-la si c’est une fille!», par peur d’être tabassées ou répudiées, ne peut pas comprendre l’humiliation d’être une femme dans les pays musulmans.
p.10
Une religion existe historiquement, elle est ce qu’on en fait, mais elle est aussi ce qu’elle a fait. Et elle est telle qu’elle existe dans les sociétés à travers les siècles. On ne peut pas la réduire aux idées qu’élaborent à son propos quelques beaux esprits ou quelques bonnes consciences.
[ik vermoed dat ze het hier onder meer heeft over half-intellectuelen, genre Bernard-Henri Lévy]
p.18
À quand un protectorat sur les banlieues ?
[zij spreekt over het gezag dat door de burgerlijke overheid de facto wordt toegekend aan imams en dergelijken, omdat de brave burger denkt dat er via de islam misschien kan worden bekomen dat de zg. “jongeren” hun gedrag enigszins temperen; de burger verkeert in de waan dat de islam op zich goed is… terwijl in de koran duidelijk geschreven staat wat er met niet-islamieten dient te gebeuren, altijd en overal, en op gelijk welke manier, tja...]
p.29
[...] dans l’islam, l’âge de la majorité pour les filles est de neuf ans.

p.31
_____________

–Tien jaar heb ik de hoofddoek gedragen. Het was de hoofddoek of de dood. Ik weet waarover ik spreek.
–[ …] de eer van de muzelman wordt schoongewassen met het bloed van meisjes! Wie nooit vrouwen in de kraamzaal hun wanhoop heeft horen uitschreeuwen, waar ze een meisje op de wereld hadden gezet in plaats van de gewenste zoon, wie sommigen van hen nooit heeft horen smeken, de dood heeft horen afroepen over hun dochter of over henzelf, wie nooit de ontreddering heeft gezien van een moeder die haar gelijke op de wereld had gezet, zij die haar later haar eigen lijden in het gezicht zal werpen, wie nooit moeders heeft horen zeggen “Gooi haar in de vuilnisbak, verstik haar, het is een meisje!”, uit schrik voor de slagen die zij zou krijgen of voor verstoting, die kan de vernedering niet begrijpen die erin bestaat een vrouw te zijn in de muzelmaanse landen.
–Een religie heeft haar bestaan in de geschiedenis, zij is wat men ervan maakt, maar zij is ook datgene wat zij heeft gedaan. Zij is, zoals zij door de eeuwen heen bestaat in de samenlevingen. Men kan haar niet terugbrengen tot de ideeën die enkele goedmenenden of deugdzamen over haar uitwerken.
–Wanneer komt er een protectoraat in [hun] wijken?
–[…] in de islam is een meisje meerderjarig op haar negende.

.

12 december 2003

Albanese Roverhoofdman

.
Dat Coveliers zijn politiek leven bij de Volksunie begon, zoals het RadioNieuws net zei, is niet helemaal correct. Hij had aan de Gentse Univ, bij verkiezingen voor het toenmalige Politiek Convent, al een tweede plaats  –of was het derde plaats?–  bekleed op de SVB-lijst (StudentenVakBeweging – maoïstisch van strekking). Ook toen moest hij anderen laten voorgaan…

Zou Coveliers bij zijn term Albanese bendeleider hebben gedacht aan de beroemde Ali Pascha Tepelenë, bijgenaamd de Leeuw van Janina (1744–1822) ?
Door moord en intrige werd deze Albanese roverhoofdman pascha van Janina; hij ontsnapte aan talloze aanslagen, wat hem legendarisch maakte; zijn rijk strekte zich uit over Albanië, Makedonië, Epirus, Thessalië en Morea; hij gedroeg zich als een onafhankelijke heerser, en werd door de Fransen en Engelsen als dusdanig behan­deld,  al was hij eigenlijk slechts onder­ko­ning van de Ottomaanse sultan Mahmud II;  deze laatste gaf in 1819 dan ook bevel om Ali Pascha te vermoorden. Maar het had nog heel wat voeten in de aarde voor dat ook lukte.
Karel De Gucht heeft nog een lang leven tegoed!

cf. Voyage dans la Grèce &c., par F.C.H.L. Pouqueville, 5 vol. Paris 1820.
(Landreis door Griekenland: Met name Den Peloponnesus, naar Konstantinopel, Albanien, en andere gedeelten des Turkschen rijks... Den Hage, 1806)

(Maar toch eigenaardig dat de Gucht vindt dat er door politici niet mag worden gescholden, zelfs niet op de oppositie ?! Zijn eigen "mestkevers" was anders ook niet direct een technische omschrijving van de politieke tegenstander.)

11 december 2003

Amerika is gewoon té vulgair voor de rest van de wereld

54 gekwetsten (en dooien?) bij de Amerikaanse bezetter vandaag. A whole deck of cards! jokers included, and all this at one go (well... two maybe). (als rechtgeaarde schaakspeler, blijf ik 64 natuurlijk een gaver getal vinden dan 54, maar dat is niet het punt)

Niémand heeft de opmerking gemaakt: die Amerikanen, die over hun (zelfverklaarde) tegenstanders spreken als over speelkaarten, gebruiken bijna nazi-taal. Onze media hebben hun versie van de yankee-vulgariteit gebracht als: "een handig geheugensteuntje met die kaarten! ...je moet er maar op komen! ... mnemotechnisch middeltje op maat van de G.I. ...ach die Amerikanen toch! ...een verkoopstruukje, zo typisch!"
Nergens heeft iemand zijn walg uitgesproken voor een cultuur die dat soort zaken produceert en normaal vindt. Op antenne, en in het dagelijkse leven ben ik bang, nous sommes tous des Américains, zoals le Monde kopte na 11september.
Mijn idee: de Amerikaanse vulgariteit is het meest schokkende dat de West-europese mens ooit heeft leren slikken.

25 oktober 2003

De eerste en tweede afgeleide

.
Zoals we allemaal weten, het nieuws gaat heel vaak over zaken die niet écht zijn gebeurd, maar over afgeleide producten van gebeurtenissen, zoals enquêtes en straatonderzoekjes allerhande. "Denkt u volgend jaar méér te gaan verdienen?" en dergelijke. In rustige tijden is dat een welkome vorm van vermaak, en hij verschaft bovendien werk, werk en nog eens werk aan tal van sociologen. Een simpel soort van eerste afgeleide. We zijn dat gewend geraakt, en meer en meer mensen geloven langzamerhand ook dat het echte nieuws uit zulke producten bestaat.

Er zijn helaas ook minder onschuldige vormen van de eerste afgeleide. De BBC bv. blinkt uit in een bepaald soort: een werkelijke oorlog verslaan doen we niet, maar we besteden wel veel aandacht aan enkele morele vraagjes rond …pakweg de affaire Kelly. "Heeft hier iemand gelekt of gelogen ?" "Blair zelf?" "Hoe denkt u hierover?"
Heel interessant, en zoiets houdt het journalistiek eergevoel op peil. Het onderwerp kan op gelijk welk moment ook weer worden gedropt: nog een voordeel als je zelf je nieuws maakt.

Tot hier de eerste afgeleiden. Ze geven de richting aan van een bepaalde reële ontwikkeling, zijn niet zo pijnlijk als de feiten zelf, maar houden er toch een zeker verband mee. Alleen, het is niet vol te houden: vroeg of laat dient zich de noodzaak aan om toch weer echte tellingen te doen, van body-bags bv. of van andere niet-afgeleide producten.
Zo'n terugkeer naar de echte dingen is heel vervelend, maar hij hoeft niet! Er is namelijk een uitweg: de tweede afgeleide.


Op Kanaal Z heeft een onschuldige economische expert, zekere Piet Penneman, ons de weg gewezen. Aanleiding was een rondvraag over het consumentenvertrouwen in Frankrijk en, ik meen, de States. Dit consumentenvertrouwen bleek beide malen gunstig te zitten: nu nog enkel wachten op de uitslagen van eenzelfde onderzoek in Duitsland, want hiervan hangen allerhande beslissingen af. Wat heeft de heer Penneman nu voor ons in petto?

"We kunnen erop vertrouwen,
dat het vertrouwen gestegen is."

.

20 oktober 2003

Beata Teresa

.
Advocatus Diaboli,
advocaat van de Duivel, is de volksnaam voor een belangrijke functie bij de Heilige Congregatie van de Riten, in 1587 gesticht door paus Sixtus de Vijfde..Sixtus wilde zalig- en heiligverklaringen in een geordende, juridische vorm gieten.
De officiële titel van de Advocatus Diaboli is Promotor Fidei, geloofsbevorderaar. Hij wordt verondersteld alle mogelijke argumenten, die in voorkomend geval ook tégen een verheffing tot de Eer der Altaren zouden spreken, aan te kaarten zelfs al zouden zijn tegenargumenten op het eerste gezicht, in de perceptie pietluttig lijken. Een pleiter à charge dus, zoiets als onze openbare aanklager min of meer.
(Informeel was de functie van Promotor bekend ook vóór Sixtus’ tijd, aangezien er onder Leo X (1513-21), bij de heiligverklaring van St.Laurens Justinianus al een Promotor aan te pas kwam.)
Het ambt van Promotor moet veeleisend zijn geweest, want in 1631 heeft Urbanus VIII het wijze besluit genomen dat deze man zich desgevallend door een substituut kon laten vertegenwoordigen. Er dreigde op zeker moment een gerechtelijke achterstand.


Prospero Lambertini (1675­-1758), de latere Benedictus XIV, zette de hele procedure van heiligverklaring definitief op poten. In zijn werk De Servorum Dei Beatificatione et Beatorum Canonizatione liet de geleerde man, die de achting van Voltaire wegdroeg, zich aan zaken als perceptie niet veel gelegen liggen – tenslotte was er vóór hem al eens een Benedictus XIV geweest (een Franse anti-tegen-paus, genaamde Bernard Garnier: even was de kerkleiding drievuldig toen).
Onze ware Benedictus XIV was een “man van het veld”. Twintig jaar promotorschap vóór hij paus werd. Hij vond het in het belang van de Kerk, en tegelijk haar eer dat er voortaan streng juridisch werd aangetoond of iemand daadwerkelijk “welgevallig in het aanschijn van God” was geweest, vooraleer hem of haar tot de genoemde Eer der Altaren te verheffen. Het probleem was namelijk dat er meer dan eens sujetten waren zalig- of heiligverklaard om redenen die nogal aards leken, vaak zelfs van pecuniaire aard waren. Eén van Benedictus’ regels was, dat geen enkele zalig- of heiligverklaring nog kon doorgaan zonder het uitdrukkelijke advies van de Promotor. Ook was het diens plicht om zalig- of heiligverklaringen te verhinderen, zelfs als er in de procesgang enkel vormfouten waren gemaakt! De mensen mochten zoiets dan onrechtvaardig vinden: no matter vond hij.

Dit gezegd zijnde: wat moeten wij stervelingen denken van de zaligverklaring van Moeder Teresa?
De zaak is niet simpel. Ten eerste is er tussen de zaligverklaring van een doordeweekse gelovige, en de zaligverklaring van een maagd een procedureel onderscheid. Laten we deze kwestie terzijde: Johannes-Paulus de Tweede heeft Teresa goed gekend, en wij van onze kant hebben geen elementen die toelaten te beslissen welke procedure van toepassing diende te zijn. Ik stel voor, ook al blijven wij in het ongewisse over de gevolgde procesgang: laten we in goed vertrouwen afgaan op de pauselijke beslissing ter zake.
Anders is het gesteld met de formele vereiste dat er bijtijds een paar mirakels moeten plaatshebben vóór we tot een beatificatie overgaan. Mirakels zijn niet iets vaags. Het canoniek recht is hieromtrent heel precies: het Mirakel doet een beroep op onze kennis én op onze zintuigen; een pure indruk kan niet doen besluiten tot een Mirakel; het Mirakel is een materieel feit, dat plaatsheeft in de werkelijke, materiële wereld; het werpt zich op als een onloochenbaar getuigenis want het gaat in, zowel tegen onze zintuigen als tegen onze kennis. (Geïnteresseerden verwijs ik graag naar de geëigende teksten.)

Welnu, na dit alles: wij weten uit bronnen dat een Indische vrouw is genezen van een kwalijke tumor, nadat er een Teresa-foto (of -medaillon?) op haar zieke buik was gelegd. Mirakel! en wij verwonderen ons.
Post hoc non est propter hoc denken weer ongelovigen, en ik verkeerde onder hen.
Blijkt een plaatselijke dokter recent te hebben verklaard dat het gezwel helemaal niet cancereus was, maar tuberculeus van aard… er waren gepaste medicijnen gebruikt en het gezwel was verdwenen, geheel volgens best practice..Sedert de Tweede Wereldoorlog heeft men inderdaad de beschikking over antibiotica, en vooralsnog lijken die vaak een genezende, ja miraculeuze werking te hebben. Vanzelfsprekend, tegen kanker halen ze niets uit.
Nu had volgens getuigenissen die mevrouw kanker. Dan moet het mirakel erin hebben bestaan dat Moeder Teresa vanuit haar hoge positie heeft besloten om in dit speciale geval en door wonderwerking een kankergezwel om te zetten in een tuberculeuze wond, daarbij in haar oneindige goedheid beseffend dat TBC relatief goed te genezen is?
Wij kunnen dit niet uitsluiten..Toch meen ik dat het ambt van de Promotor Fidei, of zoals wij gemeenlijk zeggen Advocatus Diaboli, hier kansen heeft laten liggen.


.

15 september 2003

Keizerin Sisi en Anna Lindh stierven op dezelfde dag

.
.

Sisi was een intrigerende vrouw: tragisch natuurlijk, uitgehuwelijkt op haar vijftiende, moeder van drie op haar achttiende (met nog een vierde, doodgeboren kindje). Daarna was ze "haar figuur kwijt" en begon zij zichzelf uit te hongeren, lange uitputtende bergtochten te maken. Anorexie zeggen we nu. Ze kreeg œdeemvlekken en haar tanden werden slecht.
Altijd droeg ze een zwarte sluier, of ze hield een waaiertje voor haar gelaat (ook het standbeeld bij het meer van Genève toont aan de argeloze voorbijganger dat kokette waaiertje).

Ze dweepte met de dichter Heine, en zelf schreef Sisi ook grappige, soms erotische gedichten zoals het onderstaande, waar ze een ontmoeting met haar neefje –de prins van Wales– beschrijft, en hem een erectie bezorgt; dit alles vóór haar vijftiende natuurlijk:

Wir saßen im Drawing room beisammen,
Er rückte sehr nahe und nahm meine Hand
Und lispelte: ,Dear cousin, wie wär’s’
Ich lachte von Herzen und drohte:

,There is somebody coming upstairs!’
Wir lauschten, es war aber nichts,
Und weiter ging das Spiel.
Ich wehrte mich nicht, es war interessant,

Ich lachte: ,Dear cousin, wie wär’s?’
Da ward er verlegen und flüsterte leis’
,There is somebody coming upstairs!’

En nu een gedichtje dat ze voor haar man schreef (ik heb er gauw een vertalinkje bijgeschreven, zodat niemand zijn geduld hoeft te verliezen) :

Du ahntest nichts von meinen Schwingen.
Was Schwingen hat, ist niemals treu.
Nie läßt sich in den Käfig zwingen,
Und wär er golden auch, was frei.
.
Drum staune nicht, wenn beim Verrichten
Nach altem Patriarchenbrauch
Der legitimen Ehepflichten
Dich streift ein eisigkalter Hauch.

Mijn vleugels heb jij nooit vermoed.
Wat vleugels heeft, weet van geen trouw.
Vrijheid gaat niet in een kooi
Al was die nog van goud.
.
Laat  het dus geen wonder zijn,
Dat er bij het patriarchenwerkje
Van de legitieme huwelijksplicht,
Een ijskoude adem over je strijkt.

Sisi stierf doordat een Italiaanse anarchist, Luigi Lucheni, haar in de vroege namiddag van de tiende september 1898 tegen het lijf liep bij het meer van Genève, en daarbij een driekantige ijzervijl in haar borst plantte. Ze dacht dat ze stomweg tegen hem aan was gelopen en wandelde verder naar een boot die klaarlag aan de kade (13u40' was dat). Ze wilde naar Caux varen, waar zij meen ik een kasteel bezat. Sisi was zich nergens van bewust en vroeg aan haar gezelschapsdame: "Wat moest die man toch?" "Geen idee, Majesteit". 

Op de boot verloor Sisi het bewustzijn en de bijgeroepen kapitein zag ter hoogte van het hart een klein gaatje in haar batisten hemdje, en een bloedvlekje. Hij liet de steven wenden en ze voeren terug naar de kade. Daar werd Sisi naar het dichtstbij gelegen hotel gedragen, waar ze vrijwel onmiddellijk stierf. De doodsakte vermeldt: "...morte à l'Hôtel Beau Rivage, le dix Septembre 1898, à 2h10' de l'après-midi."

Luigi Lucheni had onbedoeld haar grootste wens vervuld: sterven zonder pijn, en ver van haar familie.
Bij Beau Rivage kun je tegenwoordig voor 10 CHF, zijnde 270 belgische franken, een lauwe pint bier drinken.

12 mei 2002

Hugo Claus bij Betty Mellaerts

.
Ik hoop dat u het met mij eens zult zijn, maar om het even welke vorm van Geloof is een aanfluiting van het menselijk bestaan; dat is [heu] dat is iets [heu, heu]: welke vorm van Geloof …dat mag je niet in je huis dulden, in je geestelijke huis; dat moet je verbannen, nou ja, met de grootste hardnekkigheid. Geloof is de dood in de pot, maar dan helemaal, zonder enige kans op [heu] op toch een sensatie van leven.

Hugo Claus
in het radioprogramma Het Vermoeden van 11 februari 1991

11 februari 2001

Heine over Muziek

.
Aber was ist die Musik? [...] Es hat mit der Musik eine wunderliche Bewandtnis; ich möchte sagen, sie ist ein Wunder. Sie steht zwischen Gedanken und Er­schei­nung; als dämmernde Vermittlerin steht sie zwischen Geist und Mate­rie; sie ist beiden verwandt und doch von beiden verschieden: sie ist Geist, aber Geist, welcher eines Zeitmaßes bedarf; sie ist Materie, aber Materie, die des Raumes entbehren kann.

Heinrich Heine.
Über die französische Bühne,
Vertraute Briefe an August Lewald,
(Geschrieben im Mai 1837, auf einem Dorfe bei Paris)
Neunter Brief.

3 januari 1999

Het Afschrijverke ?


Voor een goed begrip is het nuttig om vooraf volgende twee gedichten te lezen (Libelle en Schrijverke), maar eigenlijk gaat het me alleen om twee versregels.


Es tanzt die schöne Libelle
Wohl auf des Baches Welle;
Sie tanzt daher, sie tanzt dahin,
Die schimmernde, flimmernde Gauklerin.

O krinklende winkelende waterding,
met ’t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op ’t waterke gaan!


(dit artikel verscheen in 1998 in: Gierik&Nieuw Vlaams Tijdschrift)


Gezelle 1860

Gezelle moet Heine gelezen hebben. Het is aannemelijk dat hij ooit Die Libelle onder ogen heeft gehad.
Chronologisch past het: de Vlaamsche Dichtoefeningen zijn van 1858 en Die Libelle verscheen voor het eerst in 1854 (twee jaar voor Heine zou sterven). Vóór 1858 heeft Gezelle nooit met diezelfde klanken gespeeld, naar mijn weten. Later wel, hij citeert dan zichzelf: "die pinkelende winkelende oogskes daar", uit "Slaapt, slaapt, kindtje slaapt" [1], door Jozef Boets –onzeker– op 1858-60 gedateerd. Ander voorbeeld: "Hij hinkelde, hij winkelde, hij kronkelde, hij krinkelde, op een been!" [2], door Boets –eveneens onzeker– op 1861 gedateerd.
Guido Gezelle, dat weten we, las alles wat hem onder ogen kwam. Hij vertaalde nogal wat gedichten, voor het merendeel Engels, maar hij was zeker niet alleen anglo­fiel: op vele plaatsen (bij De Averulle en de Blomme, bijvoorbeeld) geeft hij aan: "uit het Duitsch"; elders zegt hij: "Op nen duitschen leest". Hij had blijkens zijn Verantwoordinge bij de Dicht­oefeningen, Hoffmann von Fallersleben gelezen. Sa­men met zijn lieve­lings­leerling Eugeen van Oye las hij Novalis. Kunnen daar niet een paar onschuldige gedichtjes uit Heines Buch der Lieder tussengeslopen zijn? Hugo Verriest kreeg, in de klas van Gezelle in Roeselare, Klopstock te lezen. Gezelle heeft, zegt hij zelf, Duitsland ook bezocht [3]. Een enkele keer heeft hij zelfs in het Duits gedicht.
In zijn uitvoerige studie [4] signaleert Herman Uyttersprot niets van een Heinereceptie bij Gezelle. Uyttersprot ging nochtans, zoals hij zelf zei, op Parallelenjagd tot bij de kleinste DII MINORES. En hij vond ook hier en daar invloeden – meestal bij Vlaamse goden die wij al lang niet meer kennen. Ook recente auteurs over Gezelle vermelden –voor zover ik weet– nergens Heine.
Nochtans kon Gezelle het werk van Heine zeker kennen. In 1857 was er anoniem een reeks Liederen naar H.Heine verschenen in de almanak van het taalminnend genootschap ’t Zal Wel Gaan [5]. Mogelijk van Vuylsteke zegt Uyttersprot. Stond Die Libelle daartussen? Een andere entree tot zijn werk zou bijvoorbeeld de Génestet kunnen geweest zijn: die was zeer onder de indruk van Heine en vertaalde hem. Gezelle was een bewonderaar van de Génestet. In Nederland werd Heine wel veel gelezen in die dagen.
Gezelle heeft de linkse, Fransgezinde, "goddeloze" Heine toch maar gelezen, kan men zich indenken –hij kon daar als echte dichter niet omheen– maar hij zal dat, als goede flamingante katholiek liever niet aan het klokzeel gehangen hebben. Hij had daar redenen voor: Heine werd in die dagen als zedeloos beschouwd, noch min noch meer (en als jood viel hij automatisch onder allerlei vooroordelen).
Een anonieme criticus schreef in De Kunstkronijk (Ne­der­land,1863): «Er behoort misschien eenigen moed toe om te spreken over een man, wiens werken behoren tot de categorie, dont la mère ne permettra pas la lecture à sa fille [...].» [Uyttersprot 1953].
Conrad Busken Huet (1826-1886), die Heine zeer bewonderde, herinnert zich dat in de dagen zijner jeugd het lezen van Heines gedichten gelijkstond met "het uitsteken van de hand naar verboden vruchten".
"Wer Heine las, hielt das geheim, weil er sich an Anarchie und Verspottung des Heiligsten, an Zügellosigkeit und Gotteslästerung mitschuldig fühlte. Mit Heines Gedichten zu Bett zu gehen, war verbrecherisch." Hij was een Venus­priester, Bacchusdienaar, vorstenhater en hemelstormer, zegt Nop Maas in Heine war ein Holländer [6].
Maar heeft Gezelle, behalve hem gelezen, Heine ook nagevolgd? onbewust misschien? Moeilijk te zeggen [7], alhoewel... is het waarschijnlijk dat twee contemporaine dichters schrijven met dezelfde klanken, in hetzelfde ritme, over hetzelfde beest bijna, en dan toch onafhankelijk zouden zijn? Er zijn klanken blijven nazinderen, laat ons dat aannemen.
Ik wil evenwel ook de thema’s met elkaar verbinden, zij het niet in gelijkenissen maar in diametrale tegenstellingen.
Het Schrijverke speelt in een eeuwige, vóórmoderne wereld. Heine, de dichter, kent en bemint die wereld ook –hij noemt zichzelf de laatste grote zanger van het woud– maar hij heeft hem al wenend verlaten. Voor Gezelle is die wereld nog niet weg, hij wil hem juist vasthouden. Denkt hij echt dat zoiets nog kan? De horizonten van Parijs lieten dat niet meer toe, maar die van Brugge, van Kortrijk, van Roeselare?
Daarmee hebben beiden een maatschappelijk, politiek programma. Gezelle en Heine schrijven vaak politieke verzen, zijn trouwens ook allebei journalisten, maar ze zijn elkaars tegenvoeters. Heine strijdt voor sociale emancipatie en vooruitgang in bladen zoals de Augsburger Allgemeine Zeitung, of de Revue des Deux Mondes. Gezelle verafschuwt "de religie van ’t progrès", en vecht bijvoorbeeld in zijn blad ’T Jaar 30 terug – niet dat Gezelle echt op de artikelen van Heine zou geantwoord hebben, of deze zelfs maar gelezen zou hebben (er is tenslotte de tijdsdécalage) maar hij antwoordt natuurlijk wel op een stroming, op geestverwante artikelen.
Illustratief is wat beiden te zeggen hebben over de groeiende rol die kranten spelen. Heine in 1828 (twee jaar voor Gezelle geboren wordt): "Es ist die Zeit des Ideenkampfes, und Journale sind unsre Festungen". Gezelle ziet het belang van kranten eveneens, en meer dan dertig jaar later kan hij het zich in Vlaanderen nog permitteren om te zeggen: "[de gazetten] Die moeders van ’t kwaad en styfmoeders van ’t goed." De mensen moeten dat niet lezen, kranten zijn de wapens van de Antichrist, zoals Bismarck zal zeggen.
Iets anders nu: tot op een zeker punt, daar waar het schrijverke "zijne oorkes recht", vind ik Gezelles gedicht sterker, misschien, nauwelijks paradoxaal, door de beperktheid van zijn thematiek: hij kijkt met een vergrootglas. Met die "oorkes" wordt de vergroting mij wat te sterk. Het beeld van dat schrijverke dat zijn preek afsteekt is eventjes, lichtjes, net iets te ver..­­­. Maar wat voorafgaat is groot.
Die Libelle is juist niet een van Heines grote gedichten (zo kon de verwantschap bijna anderhalve eeuw verborgen blijven; anderzijds, als Gezelle een minder bekend gedicht van Heine gelezen heeft, is het aannemelijk dat hij er meer gelezen heeft [8]). Heine is hier wat hij altijd is: grappig, erotiserend, politiek, klagerig, ironisch, witzig, complex. Alles tegelijk. Gezelle is eenvoudiger, heeft minder dimensies, en juist dat is zijn kracht. De afstandelijkheid van de ironie, de ongesublimeerde erotiek en nog een paar van die zaken hebben nooit tot de poëtische wereld van Gezelle behoord.
Uyttersprot zegt dat Heine "eigenlijk een mens van de 20e eeuw is!"; »Er ist das vorweggenommene Beispiel des modernen Menschen.« zegt Heinrich Mann... Nog vele andere critici, van Max Brod over Ludwig Marcuse tot Gerhard Höhn [9], spreken over die verbluffende moderniteit.
Achteraf gezien kan men Heine, zou ik zeggen, een postmoderne mens noemen. Wel, laat dit wat sterk uitgedrukt zijn, niettemin blijkt uit Heines hele œuvre dat hij, in één grote sprong de moderniteit al voorbij was. Hij kent de onvermijdelijkheid van de vooruitgang, de redelijkheid en de wenselijkheid ervan, maar ziet tegelijk dat de mensheid aan een wankel avontuur begonnen is. Hij kan geen omvattend antwoord geven op de vragen van zijn tijd en hij spot met systeembouwers. Hij heeft wel fragmentarische antwoorden –"patchwork, Lappenwerk" heeft men opgemerkt– hij zet soms een groots verhaal op, maar maakt het niet af. Hij gelooft dan al niet meer in Grote Verhalen. Heine schrijft over alles en nog wat, heeft een geweldige "stofhonger". Zovele onderwerpen heeft hij aangeraakt, dat men hem wel themaloos genoemd heeft. Grove vergissing: er is wel degelijk een bindteken – de ideologie, de (post-)moderniteit, de versnippering zelf.
Men kan beide gedichten dus, met enige goede wil, als politieke geschriften lezen: Heines gedicht als schotschrift (libelle) en Gezelles gedicht, zoals al de gedichten van deze monoliet, als propaganda (fidei).
Heine heeft het over de verleidelijke Franse ideeën van vrijheid en revolutie. Daarvoor had hij de Duitse bodem verlaten en was hij in ballingschap gaan leven – al vond hij zijn ballingschap in Parijs lange tijd best verteerbaar. "Libelle" staat ook voor "Liberté", toch?
Daarnaast dan Gezelles onwereldse wereldbeeld: zoals gezegd het tegendeel van nieuwlichterij. Zijn ideaal is statisch, niet emancipatorisch. Van de moderniteit omarmt Gezelle alleen het nationalisme. Met een lelijk woord, hij is aartsconservatief, en daarbij zeer combattief.
Dat laatste is Heine ook, maar alhoewel hij strijdt als de dappersten (hij zegt het zelf), hij kampt zoals Ogier de Deen, die al slaapwandelend de Saracenen versloeg. Heine vecht tegen beter weten in. En hij weent al op voorhand om de onvermijdelijke nederlagen.
Gezelle kent dat soort dubbelheid niet en daarmee komt hij –niet in de chronologie, maar in de geschiedenis, zoals in het alfabet– vlak vóór Heine.
________________________


[1] Kleengedichtjes, Laatste XXIII, n°17.
[2] Rijmreken, Nageldeuntjes, Spakerlingen, etc., n°44.
[3] Frank Baur, Gezelle's Proza en Varia, Groningen 1950, p.400.
[4] Heinrich Heine en zijn invloed in de Ne­der­landse letter­kunde, Oudenaar­de 1953.
[5] van Oye werd later, aan de Gentse universiteit, ac­tief lid van 't Zal. Hij las daar niet alleen Heine, maar begon zelfs à la Heine te dichten.
[6] in: Ich Narr des Glücks, hrsg. Joseph A. Kruse, Metzler 1997, S.238.
[7] Het zou natuurlijk helemaal mooi zijn als ik ook nog andere citaten uit Heines werk bij Gezelle zou teruggevonden hebben. Mijn probleem hier is, dat ik wel de hele Heine gelezen heb, maar niet alles van Gezelle. Ook is het niet zo zeker of de juiste versregel van Heine mij wel te binnen zou schieten, mochten er nog andere dingen bij Gezelle te vinden zijn.
[8] Het beeld van de kever (of vlinder) die zijn vleugels verbrandt aan een kaars, zou van Perzische inspiratie zijn. Zie Halbmond, Kreuz und Schibboleth, Heinrich Heine und der islamische Orient, van Mounir Fendri, Hoffmann und Campe, Heinrich-Heine-Verlag, 1980 (Heine-Studien). Belangstelling voor de mohammedaanse wereld was ook Gezelle niet vreemd. Kan ook dat een invalshoek geweest zijn?
[9] Men leze zijn Heinrich Heine un intellectuel moderne, PUF/Perspectives Critiques, 1994.
. 

Die Libelle

.

Es tanzt die schöne Libelle
Wohl auf des Baches Welle;
Sie tanzt daher, sie tanzt dahin,

Die schimmernde, flimmernde Gauklerin.

Gar mancher Junge Käfer-Thor
Bewundert ihr Kleid von blauem Flor,
Bewundert des Leibchens Emaille
Und auch die schlanke Taille.

Gar mancher Junge Käfer-Thor
Sein bischen Käfer-Verstand verlor;
Die Buhlen sumsen von Lieb’ und Treu,
Versprechen Holland und Brabant dabei.

Die schöne Libelle lacht und spricht:
"Holland und Brabant brauch’ ich nicht,
Doch sputet euch ihr Freier,
Und holt mir ein Fünkchen Feuer.


"Die Köchin kam in Wochen,
Muß selbst mein Süpplein kochen;
Die Kohlen des Herdes erloschen sind —
Holt mir ein Fünkchen Feuer geschwind."

Kaum hat die Falsche gesprochen das Wort,
Die Käfer flatterten eilig fort.
Sie suchen Feuer, und lassen bald
Weit hinter sich den Heimatwald.

Sie sehen Kerzenlicht, ich glaube
In einer erleuchteten Gartenlaube;

Und die Verliebten, mit blinden Mut
Stürzen sie sich in die Kerzenglut.

Knisterend verzehrten die Flammen der Kerzen
Die Käfer und ihre liebenden Herzen;
Die einen büßten das Leben ein,
Die andern nur die Flügelein.

O wehe dem Käfer, welchem verbrannt
Die Flügel sind! Im fremden Land
Muß er wie ein Wurm am Boden kriechen,
Mit feuchten Insekten, die häßlich riechen.

Die schlechte Gesellschaft, hört man ihn klagen,
Ist im Exil die schlimmste der Plagen.
Wir müssen verkehren mit einer Schar

Von Ungeziefer, von Wanzen sogar,

Die uns behandeln als Kameraden,
Weil wir im selben Schmutze waten —
Drob klagte schon der Schüler Virgils,
Der Dichter der Hölle und des Exils.

Ich denke mit Gram an die bessere Zeit,
Wo ich mit beflügelter Herrlichkeit
Im Heimat-Äther gegaukelt,
Auf Sonnenblumen geschaukelt,

Aus Rosenkelchen Nahrung sog
Und vornehm war, und Umgang pflog
Mit Schmetterlingen von adlichen Sinn,
Und mit der Cikade, der Künstlerin —

Jetzt sind meine armen Flügel verbrannt;

Ich kann nicht zurück ins Vaterland,
Ich bin ein Wurm, und ich verrecke
Und ich verfaule im fremden Drecke.

O, daß ich sie nie gesehen hätt’
Die Wasserfliege, die blaue Kokett’

Mit ihrer feinen Taille —
Die schöne falsche Kanaille!


Heinrich Heine.
Nachlese zu den Gedichten.
3.Buch. Romanzen und Fabeln.
Sämtliche Werke, (Meyers Klassiker-Ausgaben)
Ernst Elster, 1893, zweiter Band, S.14

.

Het Schrijverke




Het Schrijverke
(Gyrinus Natans)
O krinklende winkelende waterding,
met ’t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op ’t waterke gaan!
Gij leeft en gij roert en gij loopt zoo snel,
al zie ’k u noch arrem noch been;
gij wendt en gij weet uwen weg zoo wel,
al zie’k u geen ooge, geen één.
Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
Verklaar het en zeg het mij, toe!
Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn,
dat nimmer van schrijven zijt moe?
Gij loopt over ’t spegelend water klaar,
en ’t water niet méér en verroert
dan of het een gladdige windtje waar
dat stille over ’t waterke voert.
o Schrijverkes, schrijverkes, zegt mij dan,—
met twintigen zijt gij en meer,
en is er geen een die ’t mij zeggen kan:—
Wat schrijft en wat schrijft gij zoo zeer?
Gij schrijft, en ’t en staat in het water niet,
gij schrijft, en ’t is uit en ’t is weg;
geen Christen en weet er wat dat bediedt:
och, schrijverke, zeg het mij, zeg!
Zijn ’t visselkes daar ge van schrijven moet?
Zijn ’t kruidekens daar ge van schrijft?
Zijn ’t keikes of bladtjes of blomkes zoet,
of ’t water, waarop dat ge drijft?
Zijn ’t vogelkes, kwietlende klachtgepiep,
of is ’et het blauwe gewelf,
dat onder en boven u blinkt, zoo diep,
of is het u, schrijverken, zelf?
En ’t krinklende winkelende waterding,
met ’t zwarte kapoteken aan,
het stelde en het rechtte zijne oorkes flink,
en ’t bleef daar een stondeke staan:
"Wij schrijven," zoo sprak het, "al krinklen af
het gene onze Meester, weleer,
ons makend en leerend, te schrijven gaf,
één lesse, niet min nochte meer;
wij schrijven, en kunt gij die lesse toch
niet lezen, en zijt gij zoo bot?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nòg,
den heiligen Name van God!"

Guido Gezelle,
Dichtoefeningen, 1858.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html