23 januari 2026

Casanova als genadeloos recensent


Giacomo Casanova publiceerde in 1797, een jaar voor zijn dood (4 juni 1798), een grondige bespreking van een pas verschenen woordenboek.

Leonhard Wilhelm Snethlage, docent Frans aan de Universiteit van Göttingen,* had er namelijk een laten verschijnen met neologismen die na de Franse Revolutie in zwang waren geraakt. Het was bedoeld als aanvulling bij de Dictionnaire de l’Académie française.

Casanova was geen voorstander van de Revolutie (heel wat Parijse vrienden hadden de Terreur niet overleefd) en evenmin van de meeste neologismen waar Snethlage mee uitpakte** en nog minder was hij een liefhebber van diens gedichten.

Zijn kritiek is genadeloos, maar in het algemeen is Casanova's toon toch vriendschappelijk. Hij kende Snethlage goed en sprak hem aan met mon cher confrère – beiden immers waren docteur en droit.

Als het over de Franse taal gaat, meen ik als Italiaan evenveel recht als u te hebben om me daarmee te bemoeien. [...] Ik spreek zonder omwegen en verontschuldig me op voorhand, mochten de waarheden die ik vertel u iets te zwaar vallen. Non potes me simul amico et adulatore uti.***

En inderdaad, een zin als deze liegt er niet om:

Wat een intelligent man dwingt om zich meteen te corrigeren als hij beseft dat hij zich belachelijk heeft gemaakt, is dat zoiets op zijn minst twijfel zaait over zijn verstand, en bij die gedachte beeft hij, want alleen een ware dwaas is nooit bang om voor dwaas te worden versleten. Dit maakt dat ik er zeker van ben dat u pas dan nog gedichten of woordenboeken zult maken als we weer enkele jaren verder zijn.


Ma voisine, la postérité
Bibliotheca Casanoviana
Paris, Allia, 1998
 

___________
    * Die Stadt Göttingen, berühmt durch ihre Würste und Universität, zei later Heine die onder meer daar gestudeerd had. 
  ** Hij lacht met vondsten als la sansculottide (een vierjaarlijks feest) en citeert Horatius' De arte poetica 70-72
              multa renascentur quae iam cecidere,
              cadentque quae nunc sunt in honore vocabula, si volet usus,
              quem penes arbitrium est et ius et norma loquendi.
[Veel in onbruik geraakte woorden zullen een nieuw leven kennen, en verdwijnen zullen termen die nu in de mode zijn, als het gebruik het zo wil, waar het oordeel, het recht en de regels van de taal bij berusten.]
Casanova lachte ook met de regeldrift van de Académie française.  
*** [
Als vriend en vleier tegelijk heb je niks aan mij]. Toegeschreven aan de Atheense generaal Phokion.

21 januari 2026

Nu al twee rectoren in zwaar weer!


Oud-rector Torfs (Leuven) is vandaag in De Ochtend van Radio1 rector De Sutter (Gent) flink te hulp geschoten met zijn uitleg over geheugen, omschrijvingen &c.

In zijn recente boek Waarheid staan namelijk kreupele ‘citaten’, niet van Einstein weliswaar, maar van Camus, Kierkegaard, Feyerabend et alii. Bij een volgende druk zal Torfs zijn aanhalingstekens weghalen.

Niet stiekem weghalen zoals het Gentse rectoraat probeerde –dat lukt niet in een boek– gewoon weghalen. Voorzichtig is het inderdaad niet om blind op je professorale geheugen te vertrouwen. Torfs erkent dat zonder omwegen en zegt ook niet aanmatigend, zoals de Gentse rector, dat wij allemaal daaruit kunnen leren.*

Bij Lieven Vandenhaute werd gisteren al glashelder aangetoond dat De Sutter maar blijft kronkelen en volharden in de boosheid.

Nu goed, vals citeren is één ding en kronkelen een ander, maar het meest beschamende voor De Sutter is toch dat een rector gewoon hoort te weten dat Hans Jonas, jood zijnde, nooit rector in München kón zijn geweest in de nazitijd, en er a fortiori geen inaugurale rede heeft kunnen afsteken.

Erger en ridiculer dan vals citeren is een gebrek aan historisch inzicht. Alleen ...noch Apache, noch de VRT, noch de kranten wijzen op deze intellectuele afgang.



_______
* 1Korinthe 14:19 ...opdat ik ook anderen moge onderwijzen. (Statenvertaling; Paulus, onvolledig maar wel correct geciteerd).

16 januari 2026

In de val gelokt !


In 1786 publiceerde Casanova in Praag anoniem Soliloque d’un penseur, een pamflet tegen de in heel Europa bekende, en in vrijmetselaarskringen zeer populaire magiër en geneesheer ‘graaf’ Cagliostro, die hij ook enkele keren had ontmoet. Casanova vertelt in dat pamflet hoe je je tegen oplichterijen kunt wapenen, want deze Cagliostro was inderdaad een gewiekste oplichter die tot in de hoogste kringen mensen in de val lokte.

Ik dacht aan Casanova zijn boekje, omdat ook rector De Sutter verklaarde in de val te zijn gelokt. Dat was nogal kinderachtig, want ChatGPT is een machientje en geen graaf Cagliostro die vallen opstelt. Toch zou de rector van de Gentse Universiteit dit werkje met vrucht kunnen lezen, en er zelfs enige troost in vinden. Dat iemand ‘in de val loopt’ bewijst volgens Casanova namelijk helemaal niet dat we dan met een dwaas te maken hebben, integendeel bijna:

Wie meent dat alleen een gek zich om de tuin kan laten leiden, heeft het verkeerd voor want het gaat daarbij slechts om een partiële gekte. Ziehier waarom een verstandig man eerder het slachtoffer van een bedrieger zal worden dan een volslagen gek: de volslagen gek is achterdochtig, en met zijn compleet afgestompte geestelijke vermogens is hij niet capabel om in een grote valkuil te trappen. Zijn dwaasheid zelf beschermt hem tegen vele valstrikken.
Een verstandig man, ontwikkeld en vol vertrouwen in zijn eigen inzicht, gelooft rotsvast
* in zichzelf en hals over kop tuimelt hij erin.** […]

Overal en altijd hoor je zeggen dat het minder erg is om bedrogen te worden dan om te bedriegen. Dat is een waarheid waar zonder onvoorzichtig te worden alleen de bedrieger tegenin kan gaan; maar laten we, aangezien we toch over alles en nog wat redenaties opzetten, van dit aforisme eens ons probleem maken.
Feit is dat je noch bedrogen wil worden, noch een bedrieger wil zijn. De bedrieger heeft een vastberaden wil, de bedrogene is dat alleen buiten zijn wil.
De eerste handelt als een slecht mens, maar als mens; de tweede als een braaf beest, maar als beestachtig dwaas.*** De eerste is een eerloos man, de tweede wordt geminacht. De onteerde bedrieger verliest niets, want om eer heeft hij nooit gegeven; de bedrogene zit in een lastiger parket want minachting valt nooit een geëerd man ten deel. De bedrieger gelooft niet in eer en staat daar in alle opzichten boven; de bedrogene verliest die. De eerste mist integriteit, de tweede komt gezond verstand te kort.


Casanova
Soliloque d’un penseur
1998, Paris, Éditions Allia, pp.15 & 19-20



__________
    * Matthéüs 16:18  En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.
  ** Al is naar de sterren kijken iets anders dan naar een machientje staren, Æsopus beschreef daar de gevaren al van, en we zien Thales van Milete inderdaad in een kuil vallen.
*** bête is hier moeilijk te vertalen: Le premier agit en homme méchant, mais en homme; le second en bonne bête, mais en bête.

14 januari 2026

Dit zijn geen broodrellen


In Frankrijk en elders, ook hier, zien we dat feministen en experts –van de journalisten zwijg ik– moeite hebben om de revolutie in Iran te duiden. Liefst nog wijst men op bijvoorbeeld de inflatie ginds, en wil men er een soort broodrellen van maken. Onderwerpen als de islam en de hoofddoek vallen helaas niet altijd te vermijden, maar die krijgen dan een bijrolletje.
Mathieu Bock-Côté analyseerde* bij CNews de psychologie van dit soort kenners en specialisten:

In de geest van onze doorsnee analisten, kunnen uitsluitend alledaagse beslommeringen ergens de aanzet toe geven. Ongevoelig zijn zij voor de diepgaande invloed van geschiedenis, van identiteit en cultuur. Een volksrevolte begrijpen die de dagelijkse zorgen overstijgt, ligt buiten hun begripsvermogen. Flutmarxisme van de rommelmarkt is dat.

Interessant in dit licht is, hoe links ontsteld staat te kijken naar een revolte tégen het islamisme. Nochtans, de dag dat het regime valt, wordt Iran niet ’s anderendaags christelijk, protestants, katholiek, orthodox of weet ik veel: het blijft een moslimland. Maar kijk, dan zijn er die moslimstemmen die ons uitleggen dat ze bij hén geen islamisme meer willen.
En wie voert daar de strijd? Met name de vrouwen. Laten we niet vergeten: de vrouwen daar verbranden hun hoofddoeken. Is er één plek op aarde waar duidelijker blijkt dat de islamitische sluier een instrument is ter onderwerping van de vrouw? Is er één plek op aarde die ontegenzeglijk laat zien dat vrouwen de eerste slachtoffers zijn van het totalitaire islamisme?
Welnu, die vrouwen zeggen: wij verzetten ons ondubbelzinnig tegen dit regime.
En wat zien we in het Westen? Een deel van links hier is druk met de verdediging door dik en dun van de hoofddoek als teken van emancipatie. Tot elke prijs verdedigt links in onze wereld het recht op de hoofddoek.

Maar dan ...ook zij kunnen er niet omheen en moeten de revolutie die in Iran gaande is wel toejuichen. Dit leidt tot geestelijke verscheurdheid, tot een intellectuele paradox – maar misschien gaat het hier eenvoudig wel om bedrog, om mentale fraude. 
Ja, ja zegt men ons, maar in Iran eisen ze het recht om al dan niet een hoofddoek te dragen, terwijl men hen in het Westen het recht ontzegt er een te dragen. Hoe verwrongen klinkt dit niet ...welbeschouwd zouden wij hier de echte plek van onderdrukking zijn, in tegenstelling tot Iran, waar de zaken ingewikkelder liggen.

Hier zien we eens te meer analisten die niet in staat zijn de houding te begrijpen van een volk dat zich wil bevrijden uit een ideologisch cocon, en vandaag bereid is om daarvoor mensenlevens te verliezen! We zien hier mensen die bij honderden, misschien bij duizenden zullen sterven om zich te verlossen van een systeem dat zodanig drukkend was dat het vrouwen tot in hun binnenste verstikte.

Dan vraag je je toch af hoe het komt dat links onbekwaam is om cultuur of eigenheid
te begrijpen, en niet in staat om de invloed van de geschiedenis te vatten?
Wel, aangezien links eens en voor goed besloten heeft dat de islam de religie van de onderdrukten is, de religie van het integrale tiermondisme, is het voor hen onbegrijpelijk dat men die vandaag bestrijdt.



____________
* Mijn vertaling pretendeert helemaal geen letterlijkheid, maar er is het klankfragment.

11 januari 2026

Over omzichtigheid bij het citeren

 

U kent het gezegde wellicht, lezer, dat een paar erudiete citaten de hele mens sieren, want het staat al jaar en dag hiernaast in de linkerkolom, en het komt uit Das Buch Le Grand (1826), waarin Heine een heel hoofdstuk wijdt aan de kunst van het citeren. Ik vertaal een paar beginfragmentjes.

Kapittel XIII.

Madame,
[...] In alle voorgaande hoofdstukken staat geen enkele regel die niet ter zake doet, ik schrijf beknopt, ik vermijd alles wat overbodig is, ik sla zelfs vaak het noodzakelijke over, ik heb bijvoorbeeld nog niet eens behoorlijk geciteerd [...] terwijl toch het citeren uit oude en nieuwe boeken het grootste plezier van een jonge auteur is, en een paar erudiete citaten de hele mens sieren.
Denkt u vooral niet, Madame, dat ik geen kennis heb van boektitels. Bovendien ken ik de knepen van grote geesten die weten hoe ze de krenten uit de broodjes, en de citaten uit de collegeboeken moeten halen.
In geval van nood zou ik bij mijn geleerde vrienden zelfs citaten kunnen lenen. Mijn vriend G. in Berlijn is als het ware een kleine Rothschild op het gebied van citaten, en leent me er graag een paar miljoen, en als hij ze zelf niet in voorraad heeft, kan hij ze gemakkelijk bij een paar andere kosmopolitische geestelijke bankiers bij elkaar brengen – Maar ik hoef nu nog geen lening aan te gaan, ik ben een welgesteld man, jaarlijks heb ik mijn 10.000 citaten om te verbruiken, ja, ik heb zelfs ontdekt hoe je valse citaten voor echte kunt laten doorgaan. Mocht een of andere grote, rijke geleerde, bijvoorbeeld Michael Beer,* dit geheim van mij willen kopen, dan wil ik het graag afstaan voor 19.000 Taler contant; hij mag voor mijn part zelfs wat afbieden.
Nog een andere ontdekking wil ik ter wille van de literatuur niet verzwijgen, en hier gratis delen: ik acht het namelijk raadzaam om alle obscure auteurs mét hun huisnummer te citeren.** [...]
Overigens, Madame, hebt u er geen idee van met wat voor gemak ik weet te citeren. Overal zie ik de kans om blijk te geven van mijn grote geleerdheid.
__________
  * Vandaag vergeten auteur, broer van de componist Meyerbeer.
** Heine vermoedt, wat verderop in de tekst, dat obscure auteurs wier boeken onvindbaar zijn, thuis toch nog een exemplaartje zullen hebben liggen ...maar dan moet je wél hun huisnummer weten.


Ideen, Das Buch Le Grand
in: Heinrich Heines sämtliche Werke, dritter Band
Herausgegeben von Prof.Dr. Ernst Elster
kritisch durchgelesene und erläuterte Ausgabe
1890, Leipzig und Wien, Bibliographisches Institut

8 januari 2026

Einstein heeft echt bestaan!

 

Iedereen maakt zich vandaag vrolijk over de academische openingsrede van rector De Sutter. Terecht natuurlijk: een nóg belabberder figuur slaan wordt moeilijk. Bedankt, Apache!

Toch dit, ter vertroosting: weliswaar hebben Albert Einstein (die op het web altijd Engels spreekt), Hans Jonas (die dat ook doet) en Paul Verhaeghe niet de dingen gezegd waar De Sutter zo graag mee wilde uitpakken – maar dat zij echt hebben bestaan, of zelfs nóg bestaan, betwijfelt zo goed als niemand.

De rector mag zich wel gelukkig prijzen dat het in die miserabele speech niet om compleet onbestaande figuren ging, zoals de filosoof Jean-Baptiste Botul waar die andere fabulator, Bernard-Henri Lévy ooit naar verwees in een boek van hem – want een boek laat zich niet herschrijven zoals een webtekstje ...wat het rectorale team helaas iets te laat deed in een poging om te redden wat er nog te redden viel. Arme Universiteit Gent!


6 januari 2026

Casanova als kwaaie krantenlezer

In zijn dagen al had Casanova bedenkingen bij wat de kranten allemaal afdrukten. Hier enkele fragmenten uit Il Duello. De volledige titel van dit werkje luidt: Il Duello ovvero Saggio della vita di G. C. Veneziano, en het verscheen voor het eerst in juni 1780 in Opuscoli miscellanei, een periodiek waarvan Casanova de enige redacteur was. 

Het vandaag zo bepalende begrip desk opinion kuddegeest was bij hem dus tot zijn enkelvoudigste vorm herleid.

Ik van mijn kant* kom er niet uit welke van de twee de grootste straf verdient: de lafaard die een anonieme brief schrijft tegen iemand, of de onbezonnene die er geloof aan hecht en ervoor zorgt dat de verraderlijke briefschrijver zijn doel bereikt. Gif, messen en heimelijke valstrikken zouden nooit iemand kwaad doen als ze geen lui vonden die er inderdaad voor zorgen dat ze hun schadelijke werking kunnen hebben. Wie een anonieme brief schrijft is tenslotte altijd een verrader, zelfs al mocht de brief gunstige gevolgen hebben.

Van Breslau reisde de Venetiaan naar Dresden en vervolgens naar de beurs van Leipzig, en van daaruit naar Praag en Wenen, waar hem een nogal vreemd avontuur overkwam. Als iemand die de details daarvan goed kent dit verhaal zou opschrijven, dan zou dat, tot straf voor de lezer, een boekje opleveren dat niet veel dunner zou zijn dat dit hier.**

Vanuit Wenen reisde hij naar Beieren en vervolgens naar Augsburg, waar hij enige persoonlijke contacten had, en waar hij bleef totdat hij hoorde dat prinses Lubomirski, geboren Czartoryski, in augustus in Spa zou verblijven. De Venetiaan begaf zich dus die kant op, maar stopte onderweg in de Palts en in Württemberg, vanwege verschillende wederwaardigheden, en op een dag ook in Keulen aan de linkeroever van de Rijn om een zaak af te ronden die hem na aan het hart lag en niet onvermeld mag blijven aangezien ze het duel betreft.

De Venetiaan was nog in Dresden, een maand na zijn vertrek uit Polen, waar hij, in een stijl en met details die hem veel pijn deden, in een Keulse krant een artikel uit Warschau las, met het verhaal van het uitwijzingsbevel dat hij van het Hof aldaar had gekregen.***

Allemaal samengenomen vormen kranten de geschiedenis van de wereld, en hun lezers, die de details niet kennen (en dat is de grote hoop) houden zich aan wat daarin staat om van alles op de hoogte te blijven: de personen die er worden geprezen lijken hun helden, en ze hebben een ronduit kwalijke opinie over degenen die men als oneerlijke individuen en oplichters afschildert. Aangezien zij geen andere informatie hebben en geen andere klok horen om die eerste indruk te compenseren,**** blijven deze ideeën, die naar ze veronderstellen op echte feiten zijn gebaseerd, in hun geheugen gegrift.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de arme Venetiaan verontwaardigd was toen hij in die krant werd afgeschilderd in kleuren die niet de zijne waren, en omkleed met leugens op een manier die hij abject vond, terwijl er in de wereld blijkbaar iemand was die hem zo in het geheugen wilde prenten. Die beledigende leugens sloeg de Venetiaan op in zijn hoofd, een evenzo het voornemen om de onbezonnen gazetschrijver op het gepaste moment van zijn dwaling te overtuigen.*****
_______________
        * Hier spreekt de auteur van Il Duello, die altijd in de derde persoon over le Vénitien bericht.
      ** Een goede verteller verklapt niet alles aan zijn lezer. Volledigheid is een recept voor verveling, en als we Voltaire mogen geloven: 'la vie n’est que de l’ennui ou de la crème fouettée', dan houdt Casanova het gelukkig bij slagroom.
    *** De koning had hem, na anonieme brieven, bevolen binnen de acht uur Warschau te verlaten.
  **** Er waren toen nog geen social media.
***** Dat lijkt voor die pennenridder weinig goeds te voorspellen, maar er is verder weinig met zekerheid over bekend.

3 januari 2026

Casanova duelleert op het pistool met graaf Branicki


Zoals elk jaar zullen er ook in 2026 op FaceBook, op TwitterX enzovoort weer duels gevochten worden. Vaak vallen daarbij onvertogen woorden, onkiese uitlatingen en beledigingen. Dit verschijnsel is niet nieuw, en evenmin specifiek voor de sociale media.

Graaf Franciszek Ksawery Branicki had, zoals we al zagen, Giacomo Casanova ce poltron vénitien genoemd, die Venetiaanse schijterd, en daar kwam begrijpelijkerwijs een duel van. De graaf was op dat moment boven zijn theewater en had Casanova betrapt in de loge van zijn maîtresse. 

De afspraak voor het duel werd per brief gemaakt, en dat ging bijzonder hoffelijk en vormelijk, zoals passend bij een zaak met de eer als inzet – om die ballerina gaven ze tenslotte geen van beiden.

Casanova had als beledigde partij het recht om het wapen te kiezen, en koos voor de degen. De graaf wilde liever het pistool, maar gaf toe dat hij niet het recht had zelf te kiezen. Casanova stemde welwillend in, en vroeg tijdens de rit naar de plek buiten de stad of de graaf vóór het duel eerst nog wat wilde eten – om toch iéts te zeggen, schrijft hij – maar die wilde liever erna. Van die maaltijd kwam niets in huis, want beiden liepen ernstige schotwonden op. Ze bleven wel vrienden.


Woensdag 5 maart 1766, bij het krieken van de dag.*
Monseigneur,

gisteravond in het theater heeft Uwe Excellentie, in uitgelaten stemming,
mij beledigd en zij had geen recht of reden om mij aldus te behandelen. De zaak zo staand geloof ik dat u mij haat, Monseigneur, en mij dus uit het getal der levenden wenst te verwijderen. Ik kan en wil Uwe Excellentie genoegdoening geven.
Wees dus zo vriendelijk, Monseigneur, mij in uw koets naar een plek te brengen waar mijn nederlaag geen problemen met de Poolse wet voor u oplevert, en waar ik hetzelfde voordeel kan genieten als ik met Gods hulp Uwe Excellentie zou doden.** Ik zou, Monseigneur, u dit voorstel niet doen zonder de hoge idee die ik heb van uw grootmoedigheid.***
Ik heb de eer te zijn, Monseigneur, uw zeer nederige en zeer gehoorzame dienaar.

Het antwoord kwam snel:

Meneer,
ik aanvaard uw voorstel. Weest u zo goed mij te laten weten wanneer ik de eer heb u te mogen ontmoeten.
Ik ben, Meneer,
geheel en al uw zeer nederige en zeer gehoorzame dienaar.
Braniski
Postoli C.P.
****
5 maart 1766.


_____________
      * Zo in Il Duello: à la pointe du jour. Minder mooi in Histoire de ma Vieà 5 heures du matin.
    ** In Warschau stond op duels met fatale afloop de doodstraf, geldend in een straal van 4 mijl (~18km) rond de starost.
  *** Een edelman vecht geen duels met roturiers. Voor Casanova ware het een eer, mocht de graaf er toch in toestemmen. Vandaar zijn toegeeflijkheid nadien wat het wapen betreft.
**** Panetier, Broodmeester van het Hof, een lucratieve functie, vermoedelijk niet meer bestaand.

Dit gezegd zijnde: een hoffelijke Nieuwjaarsgroet van uw dienaar, beste lezers!

30 december 2025

Casanova liet 'alternative facts' voor wat ze waren


Anna Binetti was een Venetiaanse prima ballerina, van 1765 tot 1767 verbonden aan de Koninklijke Saksische Opera in Warschau. Bij zijn bezoek aan die stad zocht Casanova haar op in haar loge, na een theatervoorstelling waarbij hij zich stierlijk had verveeld, want hij verstond geen Pools. De balletintermezzi hadden hem evenwel zeer bekoord, en hij wilde Binetti daarmee complimenteren. Nu was de ballerina in die dagen de minnares van koninklijk luitenant-generaal graaf Franciszek Ksawery Branicki, van graaf August Fryderyk Moszyński en waarschijnlijk ook een van de geliefden van koning Stanislaus II, August Poniatowski.


Graaf Xavier Branicki betrapte hem in die loge, en bezag hem zoals een kleermaker, van kop tot teen: ‘Ik heb niet de gewoonte rivalen te dulden.’ De Venetiaan —Casanova vertelt het verhaal in de derde persoon— antwoordde dat hij van die passie niet op de hoogte was, en afzag van alle aanspraken die hij mocht hebben op de beminnelijke schone. Maar dan zei Branicki: ‘En maar goed ook, alleen ...als een schijtluis
[poltron] moet zwichten, il fout le camp.’* En aan een viertal officieren die daar stonden gaf hij mee: Die schijtluis van een Venetiaan deed er goed aan er vandoor te gaan, j'allais l'envoyer se faire foutre.
Waarop de andere zonder zich om te draaien antwoordde: ‘Un poltron vénitien enverra dans un moment, à l'autre monde, un brave polonais.
Daar kwam natuurlijk een duel van, want in zulke omstandigheden zijn er maar twee wegen: ‘ofwel doet men veel, ofwel niets.’
Al hád Casanova die grove term schijterdpoltron, misschien nog laten passeren, zegt hij, als niet Branicki daar l'épithète de Vénitien aan had toegevoegd ‘want er is meen ik niet één mens op aarde die een term kan gedogen die een hele natie beledigt.’

Casanova publiceerde deze geschiedenis in het Italiaans, lang voor hij zijn Histoire de ma Vie schreef waarin de episode uiteraard ook voorkomt, zij het in verschillende bewoordingen en in de ik-vorm.** Een Franse vertaling van Il Duello verscheen destijds bij Éditions Allia als tweede in een reeks van vijf boekjes. Het vijfde is overigens van prins de Ligne: Fragment sur Casanova, gevolgd door hun briefwisseling.***

Maar, nu wilde ik eigenlijk iets helemaal anders vertellen! ...alleen is de stijl van Casanova zo verleidelijk dat een mens zijn draad kwijtraakt. Hij vertelt ons namelijk, nog voor die duelkwestie, hoe je met alternative facts moet omgaan! Onze fact-checkers zullen van
il veneziano wellicht iets opsteken:

Acht dagen nadat hij in Warschau was aangekomen, had hij de eer om ten huize van principe Adam Czartoryski te dineren met deze vorst waar heel Europa van sprak en die hij zo graag wilde leren kennen. Aan de ronde tafel zaten acht mensen die allemaal veel of wat minder veel aten, op de prins en de Venetiaan na, want zij praatten de hele tijd over Rusland, dat de prins goed kende en over Italië dat hij, hoewel hij er zeer nieuwsgierig naar was, nog nooit had gezien. Dan te bedenken dat in Rome, Napels, Firenze en Milaan veel mensen me hadden verteld dat ze hem in hun huis hadden ontvangen. Ik liet hen dat maar zeggen en geloven, want in deze wereld loopt iemand groot gevaar die zich waagt aan het moeilijke ambacht**** van het ontnuchteren van gedupeerden.
__________
      * Zo in de Italiaanse tekst: die mensen spraken Frans met elkaar.
    ** Histoire de ma Vie, Édition établie par Jean-Christophe Igalens et Érik Leborgne, Bouquins, Éditions Robert Laffont, Paris 2013, tome III, pp. 400 e.v.  — waarin overigens Casanova zich wél omdraait voor zijn antwoord. Hierin ook een nieuwe vertaling van Il Duello van Paola Perazollo en J-C Igalens, pp. 1133 e.v.
  *** Met de notoire eerste zin: Ce serait un bien bel homme, s'il n'était pas laid.
**** il difficil mestiere.

Giacomo Casanova
Le Duel
ou Essai sur la vie de J.C. Vénitien
Traduit de l'italien par Raoul Vèze
Paris 1998, Éditions Allia

26 december 2025

Tijd voor geschenkjes!


 Als hij het nodig achtte kritiek te leveren op een schrijfbroeder (om eens een modieus woord te gebruiken), dan stond Stendhal steeds op post:

21 mars 1813         
Chateaubriand pèche contre le bon ton en parlant trop de lui. Ses louanges sont des énigmes, enfin il ne pense pas. Cet homme shall not outlive his century. Je parierais qu’en 1913 il ne sera plus question de ses écrits.
[...] 
Son histoire de France ne sera bonne tout au plus que pour des femmes. Il y aura de belles pages, forme de louange qui seule, à mes yeux, est une critique.

Journal
Préface de Dominique Fernandez
Édition d’Henri Martineau
revue par Xavier Bourdenet
Folio classique, Gallimard 1955, 2010. pp. 958-9
(postuum verschenen)


Stendhals voorspelling over 1913 is niet helemaal uitgekomen, maar zijn belles pages (cursief van de auteur) is moorddadig – en die bewering over de vrouwen was al niet mis.
Maar toch, er bestaat erger! Zo las ik onlangs over een bepaald boek van een bepaalde auteur: vlot geschreven ...gegarandeerd leesgenot ...prachtig relatiegeschenk.
Twee schimpscheuten en dan het genadeschot.

23 december 2025

Hoe zeg je dat ook alweer?

 

Vanmiddag leek in de Franse Assemblée de strijdbijl even begraven toen Marine Le Pen iedereen un Joyeux Noël wenste.
Goed, maar dan wenste eerste minister Sébastien Lecornu op zijn beurt ook haar een vrolijk Kerstfeest ...en dat viel niet in goede aarde bij LFI (het linkse La France insoumise). Zo’n wens is vandaag immers politiek geladen. Het is gewoon een provocatie.
Zelf heb ik jarenlang enigszins provocerend Yulefeest gezegd, maar ook dat kan niet meer dienen, want inclusief is het al evenmin.
Termen als Kerstfeest of Yulefeest kunnen kwetsend zijn voor sommige bevolkingsgroepen, en beter is het dus om naar volslagen inhoudsloze begrippen als Winterfeest te grijpen. Voorlopig althans lijkt dat nog aanvaardbaar.


22 december 2025

Oekraïne als onbeschreven blad

 Voor een Zwitser is het onbegrijpelijk dat een besloten EU-clubje 90 miljard euro belastinggeld kan uitgeven zonder énige democratische controle, en zonder enig zicht zelfs op de aanwending van dat geld, laat staan op het uiteindelijke resultaat te velde.

Stilaan merkt men toch dat Oekraïne, ook niet na al die retorische inspanningen, het brandschone voorbeeld van een democratie en rechtsstaat geworden is, maar nog altijd de vreselijk corrupte staat is gebleven waar alle generaals miljonairs zijn omdat zij commissies opstrijken bij de wapenhandel, of de wapens eenvoudig doorverkopen. En al diegenen die nu zonder het volk te raadplegen 90 miljard steun aan Oekraïne betalen, zonder enige vorm van inspraak voor het volk, zonder enige democratische terugkoppeling, dat is een ...dit geld, in aanmerking genomen dat de regering Zelensky tot aan haar nek in corruptie verwikkeld is en de dichtste medewerkers het land, of minstens de regering moesten verlaten ...en dat men nu gelooft dat dit geld op de juiste bestemming zal aankomen – dat is een geloof, dat het geloof aan de Onbevlekte Ontvangenis* tot een volstrekt rationeel gegeven, tot een wetenschappelijke stelling verheft, dames en heren.


___________
* Een vaak verkeerd begrepen leerstelling, afgekondigd door Pius IX in Ineffabilis Deus (1854), maar dat zou ons hier te ver voeren. Laten we het erbij houden dat Maria zelf, in vloeiend Gascons, aan Bernadette Soubirous (1844-1879) heeft gezegd « Que soy era Immaculada Councepciou », daarmee Pius gelijk gevend.

18 december 2025

Psychose of verzinsel?

Le Monde diplomatique (niet te verwarren met Le Monde) is een heel interessant links blad,* maar vermoedelijk leest men het niet overal even grondig, wat zonde is. En wellicht mag het niet, maar bij wijze van reclame vertaal ik toch een artikel uit hun decembernummer.

Het is een column van hun journalist Pierre Rimbert, met als oorspronkelijke titel: Fabriquer la menace. Tenminste, dat zag ik in het ip-adres van de online versie die abonnees altijd wat vroeger kunnen zien. Om een of andere reden werd de gedrukte titel echter:

Psychose

Geloven de Europese leiders oprecht dat binnenkort Russische tanks zullen defileren in Warschau of Berlijn? Of is hun oorlogszuchtige roes vooral bedoeld om een beleid te legitimeren dat zij als het enig mogelijke presenteren, maar waarvan zij weten dat het impopulair is: bezuinigingen voor het volk, weelde voor het leger?

“We zijn in confrontatie met Rusland”, verklaarde Emmanuel Macron op 1 oktober, toen in verschillende Europese landen drones het luchtverkeer verstoorden. “We zijn allemaal in gevaar, de meest geavanceerde Russische raketten kunnen Rome, Amsterdam of Londen raken met vijf keer de geluidssnelheid”, herhaalde Mark Rutte, NAVO-secretaris-generaal. Geconfronteerd met het Kremlin, dat “zich voorbereidt op een confrontatie met onze landen tegen 2030, ontbreekt het ons aan karaktersterkte”, aldus de chef-staf van de Franse strijdkrachten op 18 november tijdens het congres van de Franse burgemeesters. De natie moet “aanvaarden dat ze haar kinderen verliest, we moeten eerlijk zijn, en economisch zal er worden geleden”. Om het goud van de sociale bescherming om te smelten tot lood en kanonnen, hoort de angst voor oorlog groter te worden dan de onvrede bij de bevolking.

Op donderdag 20 november publiceerde de Franse regering het handboek Tous responsables [Iedereen verantwoordelijk] voor gezinnen. Oorspronkelijk bedoeld voor gevallen van natuurrampen of aanslagen, is het nu aangevuld met een nieuwe dreiging: “Het inzetten van de strijdkrachten kan niet langer worden uitgesloten.” Je ruikt ook het sympathieke sfeertje dat de overheid wil creëren: “Verspreid geen valse geruchten!” “VERGEET NIET: luister in crisissituaties alleen naar de mededelingen van de overheid via de officiële kanalen, en sla alleen daar acht op.” De handleiding is opzettelijk in eenvoudige taal geschreven voor burgers die men als licht achterlijk beschouwt, en in een “gemakkelijk te lezen en te begrijpen taal” verduidelijkt men: “Een staat of organisatie die vijandig staat tegenover Frankrijk kan valse informatie verspreiden over de Franse regering. Mogelijk geloven de Fransen die informatie. Dat is gevaarlijk voor de regering.” De brochure noemt twee betrouwbare nationale media als voorbeeld: Le Monde en France Télévisions.**

De eerste gaat er prat op “voorlichting te geven over de defensie-inspanningen ” (redactioneel artikel van 23-24 november), en tegelijkertijd over sociale bezuinigingen. Sylvie Kauffmann is daar de spreekbuis van de wapenhandelaars. “Zijn we er klaar voor?”, vraagt de hoofdredactrice zich af. “In Europa is het antwoord, behalve in Finland, nee. Het besef is er, maar de uitvoering blijft achter” (13 november 2025). Wat France Télévisions betreft, is voorzitter Delphine Ernotte van mening dat de publieke omroep “de Franse positie moet verdedigen als er morgen oorlog uitbreekt in Europa” (Le Monde, 19 september 2025) — een beetje zoals de Russische zenders het standpunt van het Kremlin verdedigen. Wat karaktersterkte betreft, kan de stafchef rekenen op een divisie van journalisten die vol enthousiasme anderen naar het front en de dood in willen te sturen, en de militaire dienst weer invoeren. “De strijd aan het thuisfront is begonnen”, waarschuwt Patrick Forestier, columnist bij Le Télégramme, waarna hij het heeft over “een regen van raketten op steden en tienduizenden gewonden die per trein vanuit het oostfront naar Frankrijk worden gerepatrieerd” (20 november).

In Duitsland kwam een weekblad op het wilde idee om de informatie die de herfstpsychose aanwakkerde eens te controleren: die drones namelijk, die op LCI [La Chaîne Info] en France Info meteen aan Rusland werden toegeschreven.*** 
Die Zeit (6 november) nam even contact op met de luchthavenverantwoordelijken en de politie- en gerechtelijke autoriteiten van de betrokken staten, om de feiten op een rijtje te zetten. “Hun antwoorden zijn... wazig”, merken de auteurs op. Wazige foto's, onbevestigde waarnemingen, een minister van Transport die “de situatie eerder bagatelliseert”: niet alleen is er geen bewijs voor de militaire of Russische herkomst van de tuigen, maar elk jaar worden er meer dan honderdvijftig vluchten van drones boven Duitse luchthavens geregistreerd, vaak bestuurd door jonge luchtvaartliefhebbers. Het lijdt geen twijfel dat Moskou aan de landen die samen met Oekraïne tegen Rusland strijden graag wil laten zien hoe kwetsbaar zij wel zijn. Maar, zo concludeert het onderzoek, “het maakt niet uit of de drones al dan niet voor rekening van Rusland vliegen: het is de Europese reactie die Poetin bevalt” — de radeloosheid. Gewend als ze allemaal zijn om angst te zaaien, verwarren de generaals, journalisten en politici niet paniek met moed?
_________________
    * Een blad met voetnoten, waar vind je dat nog?
  ** Uitgangspunt: in een democratie kan de burger niet zelfstandig oordelen. 
*** Allemaal дроны dus.

6 december 2025

Wie kies je, Retz of Zwagerman?


Ik lees bij de voortreffelijke Christof Vekeman (epitheton van Geraard Goossens) iets over een schrijver die ik nooit gelezen heb, en dat zal ik nu zeker nooit doen – echt niet omdat hij nog niet lang genoeg dood is, al blijft dat een goed criterium. 

Neem de dagboekpassage die Zwagerman ooit wijdde aan de Franse schrijfster Élisabeth Barillé en die in Zwaag valt na te lezen: “Ze kuste een beetje wild, te ongebreideld. Ze heeft mooie smalle schouders en van die borsten met bleke tepels.” Enzoverder.

Dat die Zwagerman blijkbaar zo schrijft, over die kussen en die tepels van – mogelijk – een verovering van hem, is een teken van creatieve onmacht. Er wordt de lezer niets onthouden, het vat Zwagerman geeft in één geut wat er in zit.

Als Jean-François Paul de Gondi, beter bekend als le cardinal de Retz, een ervaren vrouwenliefhebber en goede auteur, de wellicht wat lichtzinnige Anne-Geneviève de Bourbon-Condé, duchesse de Longueville (1619-1679) beschrijft, doet hij dat anders. Hij vervalt niet zoals tweederangsauteurs in onnozele technische details.

 

Portrait de la Duchesse de Longueville

[…] Elle eût eu peu de défauts, si la galanterie ne lui en eût donné beaucoup.

Cardinal de Retz
Mémoires
Édition présentée et annotée par Michel Pernot, (2003)
Texte établi par Marie-Thérèse Hipp (1984)
2011, Gallimard, Folio classique

P.S. (8dec.) Vekeman raadde me aan om toch de essays van Zwagerman te lezen.

Onsamenhangende professorale praat

 Teevee-expert professor Patrick Loobuyck lijkt niet te beseffen dat wie in de eerste 12 seconden van een filosofische uiteenzetting over een kerststal drie keer het begrip natuurlijk nodig heeft om zijn gedachten snel wat op orde te brengen ...niet de beste indruk maakt, en hij voor de verdere ontwikkeling van zijn thesis op enige welwillendheid bij het wispelturige publiek zal moeten rekenen.

Die aanvankelijke benevolentia verslapt echter zienderogen als de professor in zijn antwoord op Van Grieken begint over de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Parijs, met die scene van het Laatste Avondmaal.

Bij hemzelf had de voddige kerststal in Brussel die reminiscentie opgeroepen, en hij vermoedde dat ook de anderen aan tafel zich dat Parijse schouwspel nog konden herinneren.

Hij leerde de kijker nu dat er door de kunstenaar toen helemaal geen Avondmaal was bedoeld – al werd dat door de acteurs van die vulgaire scene wel bevestigd, maar dat zal uit de professorale memorie weggeveegd zijn. Die scene toen was goedbedoeld, en die kerststal ook. Hon(n)i soit qui mal y pense, zoals de Engelsen zeggen.



2 december 2025

Dat was niet slim, Emmanuel!


Veel goede journalisten hebben het verderfelijke 𝕏 van Musk verlaten, en verhuisden naar een veiliger platform – de naam wil me nu even niet te binnen schieten – maar niet zo Emmanuel Macron. Hij bleef 𝕏 trouw.

Helaas kunnen die goede journalisten de officiële site van het Élysée nu niet meer zien, en blijven zij volslagen onwetend van de belangrijke taak die Emmanuel hen wil toevertrouwen. Zij moeten namelijk nieuwsberichten, en de boodschappers ervan, van een label voorzien! Een uitstekend idee. Waarom inderdaad zouden labels die voor voedingswaren, huishoudtoestellen enzovoort zo goed werken ...dat ineens niet meer doen voor het Nieuws?

Echter, de Staat mag de triage tussen goed en kwaad niet zélf doen, waarschuwt Manu. Maar zullen we hem dat in het Frans laten uitleggen:

« C'est pas l'État qui doit vérifier,* si c'est l'État ça devient une dictature. Mais il faut que les journalistes garantissent à leurs lecteurs que eux ont vérifié avec une déontologie dont ils sont les garants entre eux. [hier bracht het Élysée een knipje aan] Je pense que c’est important qu’il y ait une labellisation faite par des professionels qui puissent dire: ça c’est des gens qui sont sérieux, et ça ne sont pas des gens qui informent. »

"Het is niet de taak van de Staat om te controleren,* want dan wordt het een dictatuur. Maar journalisten moeten hun lezers garanderen dat ze hun werk hebben gecontroleerd volgens een beroepscode waarvoor ze onderling instaan. [knipje] Ik denk dat het belangrijk is dat er een keurmerk komt van professionals die kunnen zeggen: dit zijn serieuze mensen, en dit zijn geen mensen die informeren."

Onder meer de gecursiveerde woorden, lezer, moet u zelf maar van duiding voorzien, maar het begrip censuur heb ik nog nooit zo onbeholpen zien verdedigen. Ik dacht altijd dat Emmanuel slimmer was. Wat had hij van prins Metternich niet allemaal kunnen opsteken!

Pascal Praud van CNews, rechtstreeks geviseerd door Macron – een hele eer vond hij – lachte hem uit:

Ik vraag me af –ik denk dat het ons goed zou uitkomen– of we niet beter kunnen uitpakken met: zonder label! Ik meen dat non labelisé geloofwaardiger zou zijn voor diegenen die naar ons luisteren. Begrijpt u, rond gelabeld zijn hangt a priori een fake luchtje, terwijl je bij de ongelabelden niet kunt uitsluiten dat ze de waarheid spreken.
_______
Macron dacht hier aan Reporters sans Frontières (een NGO, ‘niet-gouvernementele organisatie’). Le Monde diplomatique, heeft bedenkingen bij de financiering van RSF, die voor een kwart van de Franse staat komt, en verder van het EU-’parlement’ en het National Endowment for Democracy, een Amerikaanse 'niet-gouvernementele organisatie' die bepaalde taken overneemt die voorheen aan de CIA toekwamen. Onder de privésponsors zien we Georges Soros, François Pinault enzovoort. RSF wordt geleid door Pierre Haski (ex-Libération, ex-Nouvel Obs, France Inter), een hevige voorstander van een federaal Europa.

3 december:

  Het is natuurlijk erg voor Macron, die als president op zijn laatste benen loopt, internationaal niet meer ernstig wordt genomen en nationaal op 11% staat in de populariteitspolls ...dat CNews de grootste nieuwszender van Frankrijk is geworden.


Pascal Praud:
Gisteren op dit uur herinnerde ik eraan dat Emmanuel Macron overwoog om een label in te voeren voor de media. Dit is een feit. Ik voegde eraan toe dat ik daarin een autoritaire neiging zag. Dat is een commentaar. En ik argumenteerde: wie zou die labels dan uitdelen? tenzij dan organisaties die min of meer vanuit het Élysée gestuurd worden, of in elk geval onder invloed staan van de machthebbers? Ook dat is een commentaar. Ik bracht de Pravda ter sprake, het Ministerie van de Waarheid. Dat heet ironie, ook al is een grapje nooit onschuldig.

Gisteren om 19u03 publiceerde het Élysée een videobericht dat Le Journal du Dimanche viseerde, en Philippe de Villiers en uw dienaar, na de woorden die ’s ochtends gevallen waren. We werden beschuldigd van desinformatie.
Nee! Als Philippe de Villiers zegt: ‘Nooit was de totalitaire dreiging er meer dan in de nadagen van de macronie.’ dan is dat geen desinformatie. Het is een commentaar, en commentaar staat vrij.

Ziedaar wat de kern is van de strategie van het Élysée: commentaar laten doorgaan voor desinformatie. Emmanuel Macron verdraagt geen kritiek meer, heeft daar reden toe. Onder zijn presidentschap lijkt Frankrijk wel een ruïne, de diplomatie is verzwakt, de onveiligheid nam toe, de immigratie is geëxplodeerd. Het onderwijs, het gerecht, de gezondheidszorg gaan door crisissen zonder voorgaande. Het heersende klimaat is vergiftigd na de parlementsontbinding. Dat besluit tot ontbinding was een grilletje van hem, maar nooit heeft hij zijn vergissing erkend. Vandaar die wil om een andere geschiedenis te beschrijven. Gisterochtend was het nog een mogelijkheid, gisteravond is het werkelijkheid geworden: het Ministerie van de Waarheid is geboren.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html