3 november 2009

De kleine Douglas wil niet groot worden

.
Het blijft verbazen dat een stuk gepeupel, of gespuis, of geboefte, of schorem, of crapuul als u wil, kortom een stuk tuig als de journalist Douglas De Coninck, zomaar wegkomt met een opmerking als de onderstaande, die hij op Facebook maakte toen Luckas Vander Taelen zijn intussen beruchte stuk in De Standaard had geschreven:

Douglas De Coninck

Luckas is gewoon een akelige racist en geen verdere aandacht waard

October 13, 1:18am



Ik heb geduldig gewacht, maar stilaan begin ik me af te vragen: .heb ik iets gemist, en heeft er toch iemand, ergens, aan die snotneus een paar oorvijgen verkocht?
.

29 oktober 2009

Een geval van twijfel

.
Le hasard fait bien les choses. zeggen de Fransen, en ik ben niet geneigd om hen tegen te spreken.
Wat wil het geval? Eergisteren vertelt een oude vriend mij dat hij een interessante ontdekking heeft gedaan in Parijs, enkele weken geleden. Petrus Prunus heet die vriend, en hij zit vaak in Frankrijk –zo vaak zelfs dat ik hem soms Pierre noem– en bij een bouquiniste aan de Seine had hij een oud document zien liggen, zwaar gehavend en in het Latijn geschreven. Gewoon een blad papier dacht hij eerst, maar zoals later zou blijken was het velijn.

Zulke dingen zie je meer. Misschien komt dat blad uit een oud missaal of zo, maar om de een of andere reden had het toch zijn aandacht getrokken. Hij probeerde het te lezen, en begreep min of meer waar de tekst over ging, maar een goed deel van de letters was half uitgewist of ontbrak. Er waren veel scheuren en gaten. Enfin, het stuk toch maar gekocht, want veel vroegen ze er niet voor.

En nu bleek die tekst, na voorlegging aan een college van filologen, een fragment te zijn uit een veel groter, jammerlijk verloren gegaan werk –misschien van de hand van zekere Carolus Vossius emendeerden de geleerden– waarin vermanend werd gewezen op de kwalijke rol die de Media in het Rome van het late Keizerrijk al moeten gespeeld hebben.
Het ontdekte fragment zelf is een bevlogen, bijna pathetische oproep tot matiging in de bewoordingen. Een luide schreeuw om stilte wordt erin uitgestoten. Zachtmoedigheid, medemenselijkheid en redelijkheid, kortom begrip en respect was nodig in turbulente en onzekere tijden.

Waarom val ik u met deze anekdote lastig, lezer?
Wel, omdat die dingen blijkbaar van alle tijden zijn! en de Media ook in onze dagen hun kwalijke en luidruchtige rol verder spelen.

Nemen we één voorbeeld. Vandaag had Patrik Vankrunkelsven (de afscheidnemende VLD-senator) in De Standaard een gesprekje met hun reporter Frans De Smet, die aan het slot een zogezegd guitige opmerking plaatst:
'Knack'-columnist Koen Meulenaere verliest een geliefkoosd doelwit. Hij beschreef u graag als 'kabouter drift'.
'Kijk, ook dat speelde mee om te stoppen. Want Meulenaere ging er altijd vér over. Ik kan niet ontkennen dat ik en mijn omgeving daardoor werden geraakt. Te vaak wordt door de media vergeten dat politici ook mensen zijn, die met enig respect moeten worden behandeld.'
Het is nogal evident dat Meulenaere –met zijn insinuaties altijd– hier vooruitloopt op twee onderzoeken die nog volop gaande zijn in Leuven!

Deugddoend is het dan, om te zien dat er ook vandaag wel gematigder stemmen opgaan. Deze van Carl Devos bijvoorbeeld, die als een roepende in de woestijn journalisten, en zeker bloggers tot rede probeert te brengen. Met graagte herhaal ik hier Devos zijn woorden, bis repetita placet, ook al komen zij, met wat ik nu weet, in het licht van wat vriend Prunus in Parijs pas ontdekte, helaas in een wat verdacht perspectief te staan.
Zoals het er namelijk uitziet heeft Devos (en vraag me niet hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen) vroegtijdig de hand kunnen leggen op het genoemde fragment van Carolus Vossius ...en heeft hij diens woorden meteen schaamteloos tot de zijne gemaakt (een praktijk die meer en meer ingang vindt aan universiteiten lees je).
Ik laat het oordeel aan u lezer, maar mijn vermoeden is dat hier onoorbare zaken zijn gebeurd:

EST PERICULUM NE MEDIARUM RERUM CENSURA IN ACERBAS INCURSIONES AD HOMINEM PRÆCIPITETUR.
ID ETIAM EIS ACCIDIT QUI MENTIS APERTI, PACEM AMANTES, ANIMÆ INCORRUPTÆ, ERUDITI AUT PROGREDIENTIS HUMANITATIS STUDIOSI DICI MALUNT.
ILLIS QUOQUE SENTENTIÆ AD REM PERTINENTES SÆPE, QUASI PELLE DETRACTA, IN SORDIDAS VINDICATIONES AURA QUASI DOCTA PERFUSAS MUTANT.
OLEO EX SULFURE IMBUENDA SIT CENSURA ET IN REPREHENSIONEM AD HOMINEM MUTANDA.
SINT CAPITA GLADIO TRADENDA.
EO SPECTACULO CARENTE PARUM VENTI ARGUMENTA NANCISCUNTUR.
SINT CYNICÆ SATURÆ CONTUMELIÆQUE!
LÆSIONES VIDEAMUS!
INIMICITIÆ PATENTIS CAUSA DISSENSIONES DELABUNTUR IN VINDICATIONES.
ALIQUANDO SUPER AQUAM, SÆPIUS SUB AQUA.
VEHEMENTER SE MUTUI TELORUM NUBE INFESTANT.
CENSURA RERUM MEDIARUM COMMUNITER IN SCÆNA RERUM MEDIARUM OBVENIT.
RARO OBVENIT PER LIBRUM TAMQUAM HUNC.
SCRIPTORES SE SÆPIUS MUTUI IN LIBELLO AGGREDIUNTUR μίκρῳ ῥηματι θανατηφορῳ BENE DIRECTO.
[…]
RARO FIT UT ALTER TANTUMMODO IN PROFESSIONIBUS QUÆ AD REM PERTINENT ERRET.
IN MALEDICTA DISPUTATIONIS SUBSTANTIA EVANESCIT.


Herlezen wij nu de tekst die Carl Devos afleverde:

Mediakritiek dreigt snel te vervallen in zurige, persoonlijke aanvallen. Ook bij diegenen die zich als open, tolerant, objectief, erudiet of progressief laten omschrijven. Ook bij hen vervellen inhoudelijke beoordelingen vaak tot platte afrekeningen, overgoten met een intellectualistisch sausje.
Kritiek moet in vitriool gedrenkt en gepersonaliseerd worden. Er moeten koppen zijn om op te schieten,zonder dat spektakel vangen de argumenten anders te weinig wind. Er moet cynisme en sarcasme zijn. Kwetsuren.
Meningsverschillen verloederen tot afrekeningen, omwille van openstaande vetes. Soms boven, vaker onder de waterlijn. Er wordt duchtig op elkaar geschoten.
Mediakritiek verloopt doorgaans via de media. Zelden via een boek als dit. Vaker valt de ene editorialist in zijn stukje de andere aan, met een welgemikte petit phrase qui tue. […]
Zelden gaat het erom dat de ander zich alleen maar inhoudelijk vergist. De inhoudelijke discussie verdwijnt onder de schimpscheuten.

In gemoede, lezer, kan zoiets toeval zijn?
.

22 oktober 2009

Een goede les !

.
Lezer! ik zal in dit blog zo voorzichtig mogelijk blijven bij mijn bewoordingen, schroomvallig welhaast. Elk sarcasme, cynisme of zelfs intellectualisme zal ik uit de weg gaan, laat staan dat ik mij tot platte persoonlijke afrekeningen zou laten verleiden.

Dat komt omdat ik het voorwoord heb gelezen dat professor doctor scientiæ politicologicæ Carl Devos* schreef bij het pas verschenen boek “Media & Journalistiek in Vlaanderen, kritisch doorgelicht”.**

Ik ben het met de professor namelijk eens, en in het verleden heb ik wellicht zelf tegen de regels gezondigd die Carl Devos hieronder zo eenvoudig en klaar op een rijtje zet.
Ja, op haar tijd kan een kleine codificatie een groot gerief zijn! .Zelfs buiten de journalistiek kan zij tot nut strekken, ik denk hier aan de uitgeschreven regels voor email-verkeer, die we nu bij de SP-a mogen verwachten, of, als we even in de tijd terug-gaan, aan de Fatsoensregels voor Senatoren, die in het vooruitzicht werden gesteld toen hun voorzitter Lizin het principe van de Scheiding der Machten onvoldoende onder de knie bleek te hebben.
Journalisten in het algemeen, en bloggers in het bijzonder kunnen er enkel bij winnen als zij de woorden van Devos tot de hunne maken:

Mediakritiek dreigt snel te vervallen in zurige, persoonlijke aanvallen. Ook bij diegenen die zich als open, tolerant, objectief, erudiet of progressief laten omschrijven. Ook bij hen vervellen inhoudelijke beoordelingen vaak tot platte afrekeningen, overgoten met een intellectualistisch sausje. Kritiek moet in vitriool gedrenkt en gepersonaliseerd worden. Er moeten koppen zijn om op te schieten,zonder dat spektakel vangen de argumenten anders te weinig wind. Er moet cynisme en sarcasme zijn. Kwetsuren. Meningsverschillen verloederen tot afrekeningen, omwille van openstaande vetes. Soms boven, vaker onder de waterlijn. Er wordt duchtig op elkaar geschoten.
Mediakritiek verloopt doorgaans via de media. Zelden via een boek als dit. Vaker valt de ene editorialist in zijn stukje de andere aan, met een welgemikte petit phrase qui tue. […] Zelden gaat het erom dat de ander zich alleen maar inhoudelijk vergist. De inhoudelijke discussie verdwijnt onder de schimpscheuten.
Laat mij een voorbeeld geven van hoe ik deze tekst vroeger had aangepakt. .Ik zou het, vrees ik, niet hebben kunnen nalaten om de professor te wijzen op het zinsdeel …zonder dat spektakel vangen de argumenten anders te weinig wind, en hem hebben gezegd dat zijn woord “anders” lichtjes dubbel-op is met “zonder”, en dat hij dat woord dus beter had geschrapt, toch in een tekst die voor een echt boek bedoeld was. Of ik had Devos een alternatieve zin aangeboden, met behoud van zijn anders, maar dan zonder zonder.
Verder had ik misschien nog gezegd dat hij het zinnetje “Soms boven, vaker onder de waterlijn” beter als slot van zijn paragraaf had kunnen bewaren, want vetes zijn nooit boven of onder de waterlijn, maar schoten wel, en onzekerheid moet de lezer bespaard worden, ook al duurt zij maar een kort moment.
Waarschijnlijk had ik de professor ook gezegd dat men bij citaten uit vreemde talen altijd dubbel moet uitkijken een beestigheid is rap gebeurd en dat phrase in het Frans feminien is.

Maar u hebt begrepen lezer, dat ik de teneur van Devos zijn stuk goedkeur, en dan zijn zulke zaken niet op hun plaats.

Als bewijs van mijn goede voornemens, zal ik nu een stuk van Standaardjournalist Lieven Sioen bespreken, zonder enige stijlkritiek, ook niet op behaagzieke clichés als zijn “Nog iets..Ik zal deze journalist –die in een kwaliteitskrant wordt gevraagd om een duidingsartikel te schrijven, in een rubriek die stoutweg "Vlam" heet, over een onderwerp waar hij blijkbaar niet de eerste letter van afweet– ik zal hem er op wijzen dat hij zich alleen maar inhoudelijk vergist.

[...] Nog iets. Wat hoor ik vrijdagavond op ATV? Het neen-kamp heeft de imams in alle moskeeën tijdens het vrijdaggebed laten oproepen om tegen de brug te stemmen. Het was SP.A-gemeenteraadslid Karim Bachar die op ATV kwam vertellen dat er bovendien 50.000 folders met Arabische en Turkse tekst tegen het BAM-tracé werden verspreid in de moskeeën, vzw's en verenigingen. 40.000 moslimstemmen, dat legt gewicht in de schaal.

Onvoorstelbaar! Dat uitgerekend de socialistische partij de klok honderd jaar terugdraait, naar de tijd toen de pastoors van op de preekstoel opriepen om tegen de goddeloze socialisten te stemmen, dat kan er bij mij niet in. Politici mogen uiteraard hun achterban mobiliseren. Dat hoort bij het politieke spel. Maar pastoors, imams en rabbijnen horen geen stemadvies te geven. Dat is nu net een van de essentiële aspecten van de scheiding tussen kerk en staat. [...]
Beste kwaliteitsjournalist Sioen: een pastoor mag op zijn kansel, en een imam mag op zijn matje gelijk wat verkondigen (we begrijpen elkaar: binnen bepaalde grenzen, bv. die van het Strafrecht), en dat is juist een toepassing van de Scheiding van Kerk en Staat.

Dixi.

___________________

* Het zou een impertinentie van mij zijn om deze man hier nog uitgebreider voor te stellen, aangezien hij genoegzaam bekend is van radio en tv, en ook van zijn showproducties in de Universiteit, waar hij geregeld bevriende politici een plekje gunt op de politicologisch-wetenschappelijke bühne.
** bezorgd door Johan Sanctorum en Frank Thevissen (Van Halewyck, 2009).
____________________________

P.S. (24 oktober)
Al kan ik er geen apart blog aan wijden, bang als ik ben om mijn lezers te vervelen, en hoe spijtig het ook is om pas afgelegde beloften te verbreken, maar vandaag heeft alweer een Standaardcolumnist (weliswaar een minderbegaafde, dus respect graag) een artikel gewijd aan de “Scheiding van Kerk en Staat”.
Paul Goossens heet de knaap, en hij weet niet het verschil tussen een privébezoek aan de Paus, zoals het echtpaar Coburg er een aflegde, en een Staatsbezoek.
Ik weet wel lezer, misschien had ik dit beter niet kunnen vermelden. Tenslotte schrijft deze jongen ook dingen als "fine fleure", en wat kun je dan verwachten?
Maar als ik de Marketeer een suggestie zou mogen doen, dan deze: nodig op een rustige dag een jurist uit, die aan de voltallige redactie enkele basisbegrippen bijbrengt van Kerk&Staat, Scheiding der Machten &c.
Geweldig veel kan dat niet kosten, en de return zou enorm zijn Peter, we vertrekken immers van NUL. En vergeet ook niet de gast-columnisten méé uit te nodigen, en vanzelfsprekend ook een drankje te voorzien dan.

16 oktober 2009

Malika Sorel valt Luckas Vander Taelen bij

.
Mignonne, allons voir si la rose

A Cassandre

Mignonne, allons voir si la rose
Qui ce matin avoit desclose
Sa robe de pourpre au Soleil,
A point perdu ceste vesprée
Les plis de sa robe pourprée,
Et son teint au vostre pareil.

Las ! voyez comme en peu d'espace,
Mignonne, elle a dessus la place
Las ! las ses beautez laissé cheoir !
Ô vrayment marastre Nature,
Puis qu'une telle fleur ne dure
Que du matin jusques au soir !

Donc, si vous me croyez, mignonne,
Tandis que vostre âge fleuronne
En sa plus verte nouveauté,
Cueillez, cueillez vostre jeunesse :
Comme à ceste fleur la vieillesse
Fera ternir vostre beauté.

Pierre de Ronsard
1524-1585


Wie geen hoofdtelefoon of oortjes bezit, zal verderop aan de mp3-s op dit blog weinig vreugde beleven, en daarom zijn we maar met een klassiek gedrukt gedicht begonnen.
Alle Franse schoolkindjes moeten dit gedicht van buiten leren, en vroeger moesten zelfs Vlaamse kindjes dat. De Vlaamse kindjes moeten dat al een poos niet meer, meen ik, en als het van de HALDE afhangt –de Franse tegenhanger van het CGKR, de zedenbrigade van onze Jozef De Witte– zullen binnenkort ook de Franse kindjes er van verlost worden ...want het is een discriminerend gedicht! Minstens moet er een bijsluiter komen.
Auteur Malika Sorel, française van Algerijnse komaf, legt dat straks uit maar nu nodigt Alain Finkielkraut haar uit, om zich voor te stellen aan de luisteraars van zijn Répliques op France Culture:
(een transcriptie plus vertaling van de klankfragmenten vindt u hier)

De tegenspeler van Malika Sorel in dit debat is de filosoof Alain Renaut, maar ik geef hem in de uittreksels hieronder nauwelijks het woord, want de man was gewoon geen partij. Sorel veegde met groot gezag zijn politiek-correcte standpunten van tafel. Wie dit liever zelf beoordeelt, verwijs ik naar de volledige uitzending, waarin natuurlijk ook de schitterende radioman Finkielkraut te horen is. Maar eerst lopen we wat vooruit en laten Sorel verklaren waarom Ronsard zo’n verwerpelijke dichter is. Als aanloop daartoe, heeft ze het over positieve discriminatie en over de nefaste invloed van de officiële racismebestrijding, in Frankrijk dus toevertrouwd aan de genoemde HALDE:

Renaut in zijn boek, was volgens Sorel wat licht omgesprongen met bepaalde onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het lapje stof:

Alle onheil, als er van onheil sprake mag zijn, is tenslotte terug te voeren zegt Renaut op het verschrikkelijke koloniale verleden van Europa en van Frankrijk in het bijzonder:

Ze legt nu aan de filosoof Alain Renaut nogmaals uit wat diversiteit betekent, een uitleg die Malika Sorel ook bij ons eens mocht komen geven:


Er is een onwil om te integreren constateert Sorel, en als politici dit feit liever ontkennen, dan bewijzen zij in de eerste plaats een slechte dienst aan de kinderen van de immigatie:

Hoe zit het met het ingebakken racisme van Fransen en Europeanen? Is er voor het wantrouwen van de inheemse bevolking misschien een verklaring mogelijk die niet op inherente slechtheid terug te voeren is?


Die raadgeving van haar aan de verzamelde journalisten, over hun onophoudelijke, goedbedoelde, maar natuurlijk valse gebruik van de term "jongeren", zal ik te hunnen behoeve in voetnoot vertalen.*
Maar wat vindt men in Algerije zoal van uw opvattingen? vroeg Finkielkraut nog aan Sorel, en haar antwoord zal Luckas Vander Taelen plezier doen, en Paul Goossens wellicht minder plezier doen, want zij wil waarden aan de schoolkinderen opdringen. Of hoe moet je anders des valeurs non negociables verstaan? En in Algerije is men verbijsterd om Europa plat op de buik te zien gaan voor dreigementen. Ook vindt men dat immigrantenouders hun kinderen verwaarlozen.
Nog iets dat Vander Taelen liet verstaan, en dat hem evengoed kwalijk werd genomen door lichtgewicht Goossens en enkele anderen, was ...dat je geen waarden kunt opdringen als je er zelf geen hebt. Zoiets vraagt zelfs geen uitleg vindt Sorel, c'est quand-même le be-à-bas de la psychologie! .Ook wijst Sorel op het determinerend belang van taalbeheersing bij immigranten: bij ons heeft Laurette Onkelinx het liever over seulement une des conditions...

Wat we zeker kunnen overwegen, en wat de politici wellicht ook het liefst van al zouden doen, is de kat uit de boom kijken. Maar zoals Sorel bij het begin van het gesprek opmerkte tikt de tijdbom, en politicologenpraatjes of bakerpraatjes à la Renaut houden niet langer stand. De kans bestaat dat een bevolking die haar vertrouwen in de politici totaal is kwijtgeraakt, het lot in eigen hand neemt:


___________________

*
En ik wil nog even zeggen, een aanbeveling doen: laat de media er mee stoppen, om blindelings het woord “jongeren” te gebruiken. Want ook dat op zich is een ernstig probleem. Het is de oorzaak van vooroordelen tegen onze jongeren, tegen onze jeugd die zich daarna in het economische leven wenst opgenomen te zien. Telkens als er delinquenten en schoften in het spel zijn, zegt men “Jongeren hebben agressie gepleegd”, en men geeft zich er geen rekenschap van, in wat voor mate het slechte gebruik van het woord “jongere” problemen stelt voor de "goede jeugd" tussen aanhalingstekens, die eenvoudig haar plaats in onze samenleving wenst in te nemen.


Het was, om kort te gaan, een pracht van een radioprogramma. Eén woord, vond ik, ontbrak opvallend, al had dat ene woord wellicht veel zaken kunnen verklaren. Het had misschien zelfs kunnen verklaren waarom ik op het web nergens een foto van Malika Sorel heb gevonden. En ook voor Finkielkraut leek het wel een soort vijfletterig tetragrammaton ...dat woord islam.

Bon, laten we maar eindigen met een vers dat vroeg of laat misschien ook in het vizier zal komen, een van Pierre Corneille. Tristan Bernard voegde er nog een strofe aan toe, en Georges Brassens .zette het op muziek: . . Marquise.



9 oktober 2009

Eindelijk spreekt de Wetenschap!

.
Het plezierigste aan een krant is altijd, om erin te lezen wat je zelf al lang wist. Natuurlijk, er zullen ook mensen bestaan die met plezier hun eigen overtuigingen onderuit zien halen, maar dat aantal moet gering zijn.
Zo vermoed ik dat gisteren minstens twee Standaardlezers, namelijk Marc Reynebeau en Dave Sinardet, danig in hun nopjes zullen geweest zijn met de wetenschappelijke studie van de professoren Deschouwer, Hooghe, Walgrave e.a.
Deze geleerden hebben zopas staalhard –zij het politicologisch– bewezen dat de Burger bij de laatste verkiezingen helemaal niet aan de staatshervorming heeft gedacht! en dat, als die burger in het hokje er toch even aan gedacht zou hebben, zijn gedachten hoogstens zijdelings waren en pas op de vijfde-zesde plaats kwamen.
Argeloze leken zoals u en ik zullen misschien de partijprogramma's bekeken hebben, en tot de bevinding zijn gekomen dat die burger eventueel wel een beetje nationalistisch had gestemd, maar de stem van de burger moet natuurlijk convenabel geïnterpreteerd worden. Cijfers op zich zeggen niets.
Min of meer spijtig is het, dat wij de vraagstellingen niet kennen die onze wetenschappers gebezigd hebben bij hun vorsingswerk. We mogen echter aannemen dat zij de grootst mogelijke objectiviteit hebben nagestreefd bij hun werk, waarvoor zij alles bijeen goed betaald werden.
En tenslotte –het mag eens meezitten ook– het toeval wil nu dat hun bevindingen meer dan gelegen komen voor onze Federale Regering die dezer dagen volop, of toch al bijna met de begroting bezig is. Zo zien we dat een regering er altijd belang bij heeft om degelijk wetenschappelijk onderzoek met gulle hand te steunen.
Een Reynebeau of een Sinardet mogen dan al direct na de verkiezingen net hetzelfde geschreven hebben, en nog een paar andere belgicistische herauten ook, maar anders dan bij de kiesuitslag zelf, hebben we nu echte en goed geduide cijfers!

.

2 oktober 2009

Komaan Ierland!

.
Met vandaag het referendum in Ierland voor ogen, hadden ze bij deBuren gisteravond een panelgesprek over Europa, in het mooie Flageygebouw in Brussel. Tenminste, op de aankondigingen heette het Europa, maar het debat ging enkel over de EU.

Deelnemers waren Bart Staes van Groen!, Saïd El Khadraouï van de Sp.a, Derk-Jan Eppink van LDD, en Hendrik Vos als stem van de Wetenschap. Moderator was Rob Heirbaut, maar die speelde verder geen rol in het stuk, aangezien er in de persoon van Vos in het panel zelf al een soort redelijkheid was ingebouwd. Op Eppink na dus vier mensen die het au fond met elkaar eens waren.

Voorafgaand aan het debat werd er kort iets voorgelezen door twee beduusde, bedeesde, bedremmeld stamelende Vlaamse jongens, David Van Reybrouck en Peter Vermeersch. Zij lazen enkele stukjes voor uit de “Europese Grondwet”, zo begrepen we, maar ze vertelden ons vooraf wel dat we naar Poëzie zouden luisteren. Erg tactvol, want anders denken de toehoorders misschien dat ze onzin horen.

Na een kort inside-grapje tussen de moderator en de wetenschapper, over een boek dat zij samen geschreven hadden, en dat van hoge kwaliteit is begreep ik, begon het debat.
Bart Staes kreeg het woord en na hem, hop, meteen Eppink. Eppink wilde iets kwijt over regelgeving in verband met zelfstandigen, want dat was ’s ochtends nog het onderwerp geweest van een debat in het “Europees Parlement”, maar hij kon zijn zin niet afmaken omdat Staes zei dat het daar enkel over de oostblokvrachtwagenchauffeurs op de EU-wegen ging. Niet over zelfstandigen in het algemeen dus. Goed, een debat over Europa moet ergens beginnen.
El Khadraouï kwam nu aan het woord, en hij was interessanter. Volgens hem was een referendum geen goed instrument voor zo iets ingewikkelds als een Grondwet. De mensen stemmen dan over dingen die ze niet begrijpen. Wij mogen geredelijk er van uitgaan dat El Khadraouï zelf die tekst wél goed begrijpt, en ook ...dat de gewone kiezer bij de gewone stembusgang gewoon weet waar hij voor stemt. Zoniet wordt het hele stelsel van de vertegenwoordigende democratie op de helling gezet, en voor zulke consequentie leek Saïd mij nog niet klaar.
De opmerking van El Khadraouï maakte bij het panel geen reacties los. Niemand die bijvoorbeeld opmerkte dat Dehaene destijds vond dat zo’n EU-grondwet liefst zo onverstaanbaar mogelijk moest zijn. Misschien bedoelde Jean-Luc zelfs dat de onverstaanbaarheid ook voor iemand als El Khadraouï intact moest blijven?

Passons!
het werd stilaan tijd voor een wetenschappelijk praatje. Prof.dr.Vos verklapte ons dat hij een boekje, nee zelfs een dik boek had gelezen over Europa, geschreven door een Hollander.
Daaruit was hem gebleken dat het onhaalbaar was om een soort Europees gevoel aan te kweken bij de onwillige massa.
Professor Vos, dat zullen de lezers begrepen hebben, bedoelde natuurlijk dat er bij de onwetenden helaas geen EU-gevoel wil ontbotten, maar in zijn wetenschappelijk jargon heet dat anders, omdat je ook als wetenschapper niet té veel onderscheiden moet maken als je nog ergens wilt raken.
Een Europees voetbalteam bv. zag Vos niet direct zitten, en ook vlaggen en hymnen leek hij met wetenschappelijke skepsis af te wijzen (ja, skepsis met een Europese kappa voor mij).
Moest Europa dan misschien, als tweede mogelijkheid om in de volksgunst te komen, maar brood en spelen geven? .Ik dacht eerst nog dat die mogelijkheid al in Vos zijn eerste punt vervat zat, maar blijkbaar behoort voetbal niet meer tot de spelen. Voetbal is oorlog.
Brood, naar onze eigen tijd vertaald, zo verklaarde vorser Vos, kon misschien de gedaante aannemen van …Europese subsidies voor allerhande projecten?
Alle Europeanen zouden dan, neem via Erasmusprogramma’s, een poosje in een ander stuk van het continent kunnen doorbrengen. Maar ook deze denkoefening, zo was Vos zijn vrees, zou niet werken...

Op dat moment, met mijn excuses beste lezer, maakte zich een hevige vermoeidheid van mij meester. Ik verlangde plots naar de aangename Brusselse buitenlucht, en wat Spelen, afgezien van het voetbalspel, voor Vos verder nog konden inhouden heb ik niet meer mogen vernemen, want ik heb de zaal verlaten voor hij zijn periode kon afmaken.

Wat zonde dat dit debat niet rechtstreeks
op de Ierse televisie was!

.

26 september 2009

Verstoppertje spelen blijft spannend

.
Het vorige blog hier (“He dares not speak his name”) ging over de undercover Terzake-reportage waarin een Hobokense onthaalmoeder aan de schandpaal werd genageld vanwege een Hitlerportret in haar huiskamer.
Ik heb dat blog verwijderd, zeker en vast niet omdat ik vond dat ik ten gronde ongelijk had, maar wel omdat inderdaad het misschien beter aan de journalist zelf kon overgelaten worden om zijn meelijwekkende "dubbele" anonimiteit –eerst op tv, daarna nog eens in de krant– op te geven. Aan die anonimiteit was geen aardigheid meer want zijn naam was meteen na de uitzending al op het web te vinden, en de naam van de "geïnterviewde" vrouw was zelfs op het tv-scherm verschenen in het Nieuws ...dágen voor het briefje naar de krant.

Bij valavond verstoppertje spelen blijft natuurlijk opwindend, of eens Günther Wallraffje spelen, of Tweede Wereldoorlogje. Deel van de spanning is dan, om zo laat mogelijk ontdekt te worden. Te snel ontdekt worden is teleurstellend, maar helemaal niet ontdekt worden ronduit vervelend.
In ons geval was de spanning er direct uit, want zoals gezegd de dag na de gedurfde tv-reportage stond de naam van de jonge reporter al vrijelijk op het web (hier de vroegste melding mij bekend).

Wat volwassenen over zulke spelletjes meestal denken, hebben de advocaat Hugo Lamon en de journalist Mark Grammens beter verwoord dan ik het zelf deed in mijn blogartikel, en ik besluit dus met twee citaten:

De Standaard, woensdag 23 september
[...] Hugo Lamon vraagt zich af of de deontologische codes wel werken.

[...]
En hoe zit het met een journalist die met een verborgen camera een losse babbel voert en daar dan later een nieuwsitem van maakt? Voor advocaten en magistraten bestaan er tuchtprocedures. De benadeelde burger is geen partij in die tuchtzaak en verneemt daar ook maar weinig over. De veelal ongeschreven regels worden dus achter hoeken en k
anten door gelijken getoetst en de benadeelde wordt meestal niet eens gehoord. Vertrouwenwekkend is dat niet.
Journalisten hebben het anders aangepakt. De Raad voor de Journalistiek heeft een aantal (geschreven) regels en werkt aan een hele codex, de klager wordt uitvoerig gehoord en de beslissing wordt openbaar gemaakt. Probleem is dat die raad geen sancties kan opleggen en het enkel om een 'morele blaam' gaat, wat bij de klager vaak even weinig genoegdoening geeft.
[…]
De journalist die undercover een reportage maakte bij een onthaalmoeder met extreemrechtse sympathieën, verdedigde zich in deze krant (DS 12 september), maar vond het niet nodig daarbij te verwijzen naar de deontologische regels inzake undercoverjournalistiek. Niet nodig of niet aan gedacht? En waren de gebruikelijke journalistieke methoden van informatiegaring niet toereikend om het verhoopte resultaat te bereiken? En wat moet de burger denken van een journalist die zich ook daarna anoniem wegsteekt?
[...]

Hugo Lamon, advocaat, lid van de Hoge Raad voor de Justitie, lector journalistieke deontologie.
________________

Journaal, 24 september

Dag mevrouw uit Hoboken
Hou toch op met Hitler

Mark Grammens

I do not come to praise Caesar, but to bury him (Shakespeare, J.Caesar)

Hij mag dan 64 jaar dood zijn, als de naam Adolf Hitler valt, maakt het rationele denken plaats voor emotie, onredelijkheid en zelfs onrecht.
Dit laatste overkwam een onthaalmoeder in Hoboken (Antwerpen). Door een cynische sloeber van de VRT werd ze in de val gelokt. Onder valse voorwendsels slaagde hij erin bij haar binnen te dringen en met verborgen camera haar woning te bespieden en met verborgen microfoon haar een paar bekentenissen te ontlokken. Bleek dat deze brave mevrouw op wie professioneel niets aan te merken viel, samen met haar man een late bewonderaarster was van Hitler. Zijn portret hing in de huiskamer en volgens Gazet van Antwerpen (8.9.09) vond ze Hitler "een heel intelligente mens", die het in veel opzichten goed voorhad.
Er brak een kabaal van jewelste uit, leidend tot zelfs een "krisisberaad" op het kabinet van de Vlaamse "minister van Zorg", Jo Vandeurzen. Op initiatief dus van Vandeurzen werd de licentie van de vrouw uit Hoboken om kinderen op te vangen ingetrokken.
Juridisch heeft deze beslissing geen poot om op te staan, maar plak op iets of iemand het etiket "extreem-rechts", of erger nog: Hitler, en alle beginselen van de rechtsstaat worden terzijde geschoven. [...]
.

29 augustus 2009

Een geïndoctrineerd duo: Shaju&Stijn

.
Een moslimman wel, maar een moslimvrouw kan nooit of jamais met een ongelovige trouwen. Maakt niet uit of haar kerel christelijk, boeddhistisch of azteeks is, laat staan gewoon atheïst: hij is geen volgeling van de profeet en daarmee is de kous af.
Eenvoudige regel, en onze eigen Wetgever zou aan deze eenvoud een voorbeeld kunnen nemen. Goede wetten zijn kort en weinig talrijk, en behoeven nauwelijks uitvoeringsbesluiten.
Natuurlijk gaat de mohammedaanse regel tegen elk beschaafd rechtsgevoel in, maar dat is een andere kwestie.

Daarom dat het mij zo verwonderde dat de Standaardjournalist Shaju Hendrikx –in een obligaat ramadanartikeltje, zoals je het in elke Vlaamse krant tegenwoordig moet hebben– kon schrijven over het Gentse gezin Lesage-Kaçar, en ons daarbij vertellen dat de man des huizes géén moslim was, maar zijn vrouw wél.

"Dries mag dan geen moslim zijn, hij heeft wel respect voor het geloof van zijn vrouw."

Ik vroeg Hendrikx per mail of hij wel zeker was van zijn mededeling, want zo’n vreemde gezinstoestand achtte ik op algemene gronden niet goed mogelijk. Mijn eerste gedachte was dat de reporter hier zijn wensen, misschien voortkomend uit een mooie multiculturele maatschappijvisie, voor werkelijkheid had genomen en ze begrijpelijkerwijs aan de lezer ook als werkelijk waargenomen wilde presenteren?
Shaju antwoordde mij het volgende:

[…] Ik heb het bij de betrokkenen nog eens nagevraagd en er is mij bevestigd dat ik geen fouten heb geschreven.
Met vriendelijke groeten
Shaju Hendrikx


Goed, maar als blogger heb ik andere journalistieke opvattingen dan een reguliere journalist, en dan mag bij De Standaard het volstaan om aan dezelfde persoon nogmaals dezelfde vraag te stellen …voor een deugdelijke journalistieke double-check is meer nodig.

Blijkt nu, uit een mail die ik aan Hendrikx (en carbon copy ook aan Vandermeersch) partieel heb laten ziendat noch de man des huizes, noch zijn vrouw, die vraag naar dat moslimzijn ooit hebben gekregen. Niet tijdens het oorspronkelijke interview, niet achteraf.
Komt nog bij dat Lesage nooit de bedoeling had, vernam ik, om zijn bekering tot Allah en de Profeet te loochenen, alleen: de vraag is hem nooit gesteld.

Dit betekent ten eerste, dat Hendrikx de mededeling in zijn artikel gewoon heeft VERZONNEN, en ten tweede dat hij koeltjes –zij het wellicht met toegeknepen billen– heeft GELOGEN bij zijn antwoord op de vraag in mijn mail. En subsidiair betekent het ook dat de Marketeer de kat uit de boom kijkt, natuurlijk zonder enige last van zijn journalistieke billen.

Ach, geloofwaardigheid! Journalistiek hier in Vlaanderen is knechtschap, dat weet het publiek. Maar dat die journalisten bij het verrichten van hun livreiwerkjes zodanig dom te werk gaan dat, gewoon met een laptopje voor je, je hen kunt zien voor wat ze zijn: dat is voor mij altijd weer een verrassing.

Maar een solidair gild vormen ze wel! Zo kwam op Facebook, naar aanleiding van mijn vorige blog, al na enkele minuten de reactie: “eikes! zoveel kromme redeneringen in één stukje!”

Die reactie kwam van zekere Stijn Aelbers, en dat is een eindredacteur van De Ochtend op Radio1 godbetert! Nu wist deze jongen van de eigenlijke kwestie niets af –heeft zo te zien ook niet al te veel lectuur over de islam achter zijn kiezen– maar dat belette Stijn niet om onmiddellijk in de houding te springen.
Hij vertelde honderduit, en kende véél van die gezinnen, “…absoluut 100 % vrijzinnige mannen die getrouwd zijn met een gelovige moslima. Mag dat van Allah? Nee. Gebeurt dat? Jazeker.”

Stijn is een jonge kerel, en zijn taalgebruik is soms nog wat onomatopeïsch, maar ongetwijfeld meent hij het goed –en dat hij in dit specifieke geval niet goed zag waar het stukje over ging, namelijk over een journalistieke kwestie, doet er niet eens toe– de echte vraag is: waarom springt zo’n jochie ongevraagd recht?

Omdat hem is geleerd dat in de multiculturele wereld Sein und Sollen mooi samenvallen?
Welja, Stijn&Shaju, zo ken ik er ook wel: “moslima's”, gehuwd of samenlevend met een ongelovige hond – maar jullie mogen dat niet verwarren met een opgaan van de islam in de Europese Beschaving.
Die vrouwen zien zich namelijk gedwongen om met hun eigen familie to-taal te breken, en om andere moslims zoveel als mogelijk uit de weg te blijven.
Dat is pijnlijk voor hen, gevaarlijk soms, en de rest van hun dagen zullen zij in onrust leven. Maar inderdaad, er zijn moedige uitzonderingen die kiezen voor ...een nieuw monoculturalisme, en zelfs voor een soort clandestiniteit.
Hen zou je asielzoeksters kunnen noemen.
.

25 augustus 2009

Ronduit liegen staat een Kwaliteitskrant niet

.
Nu de premier weer terug is in het land, en niet te ver van zijn deur veilig in Zaventem is neergestreken, mogen wij de vakantie als afgesloten beschouwen.
Bij wijze van herhalingsoefening zullen wij vandaag beginnen met een paar zinnetjes van Marc Reynebeau, en daarna onmiddellijk het ernstige werk aanpakken.
Reynebeau had vandaag een klein opstelletje in De Standaard en, hoe vergeeflijk ook, zijn stukje was niet geheel van fouten vrij. Na de grote vakantie komt zoiets vaker voor.
We zien onze Marc schrijven: “Maar de meeste van die pendelaars kennen Brussel zoals Yves Leterme hem kent.” In dit korte zinnetje staan twee fouten, die elk voor zich nu mag verbeteren, maar let u op zijn derde, en op zijn voorlaatste woord.
Inhoudelijk viel zijn stukje nog goed mee, zeker voor een eerste opstel. Wel begon Marc onbewust met een oude FDF-slogan over Vlamingen die naar hun dorp terug moeten. Maar aangezien Marc .–zoals iedereen weet– Geschiedenis heeft gestudeerd, zal die slogan (die pas van de jaren zestig dateert) hem onbekend zijn omdat die periode nog te vers is.
Enigmatisch was echter een andere zin van hem: “Vooral om historische redenen is een stedelijke mentaliteit vele Vlamingen nu eenmaal vreemd.”
Marc, wat je wel had mogen onthouden uit jouw studies, is dat de meeste geschiedkundigen (bv de befaamde Norman Davies in zijn “Europe, a History” van 1996) …het fenomeen van de verstedelijking juist typisch Noord-Italiaans én Vlaams noemen. Misschien ligt die geschiedenis voor jou weer te veraf.

Nu dus ernstiger werk.
Gisteren of eergisteren begon de ramadan, en omdat ze bij De Standaard beseffen dat de meeste Vlamingen dat woord nog nooit gehoord hebben, stuurden zij hun reporter Shaju Hendrikx op speurtocht naar een gezin waar deze gewoonte in ere wordt gehouden.
Hij kwam terecht bij de familie Lesage-Kaçar in Gent. Geen doorsneegezinnetje, want vader is prof politicologie aan de univ, een soort wetenschapper kun je zeggen, en moeder is gemeenteraadslid.
Het werd een mooi artikel, meer een culinair verslag eigenlijk, maar zonder taalfouten (Hendrikx is geen vaste redacteur). Het bevatte wel één zin die fel mijn aandacht trok: "Dries mag dan geen moslim zijn, hij heeft wel respect voor het geloof van zijn vrouw."
Professor Lesage, bevestigt ons de reporter, is dus zelf geen moslim, maar wel degelijk getrouwd met een moslimse!
Zoiets kan natuurlijk niet. Een moslim kan wel een ongelovige vrouw nemen, en de profeet zelf gaf hier het voorbeeld wil het verhaaltje, maar dat een mohammedaanse een ongelovige man zou kunnen huwen is uitgesloten. Dan moet zij zelfs worden omgebracht door haar mannelijke familieleden lees je in buitenlandse kwaliteits-kranten, die wel eens verslag uitbrengen over zulke feiten.

Maar we mogen niets uitsluiten. Wellicht hebben wij te maken met een volslagen nieuw fenomeen, een totale omslag in de islam eigenlijk …en heeft deze ideologie hier –in de verstedelijkte Vlaamse omgeving– na eeuwen van achterlijkheid en brutaliteit, tenslotte een mate van rationaliteit geïncorporeerd? of zelfs een bepaalde verdraagzaam-heid?

Of heeft onze reporter dat zinnetje gewoon verzonnen? De gedachte is ondraaglijk, maar de wens is de vader van de gedachte, en Hendrikx kan tenslotte de bedoeling hebben gehad om aan zijn simpele lezers te laten geloven, wat hijzelf zo graag zou willen? Zoiets heet duiding tenslotte. Het leven, zoals het leven zou moeten zijn.
Hij had natuurlijk aan de professor zélf kunnen vragen hoe de vork in de steel zat, en of hij dat zo mocht opschrijven, van die ongelovige die met een moslimse getrouwd was ...maar of Shaju dat ook heeft gedaan, weten wij lezers niet.
Moeten wij dan maar veronderstellen dat onze Standaardman Shaju Hendrikx bewust gelogen heeft?

Ik stelde hem deze vragen per mail, en ook aan de bekroonde Marketeer van De Standaard vroeg ik wàt er nu van aan was, maar helaas verkozen zij solidair hun mond te houden.

Dat is spijtig, want journalisten genieten al zo weinig vertrouwen bij het publiek.
Bij gebrek aan beter dus, mag ik stellen dat Hendrikx, en daarna Vandermeersch, bewust gelogen hebben, en het vertrouwen van hun lezers niet waard zijn.
.

8 augustus 2009

Kantiek voor de Krant

.

Alles en iedereen leest. De huurkoetsier op zijn bok haalt een boek uit zijn tas van zodra zijn klant is uitgestapt; de fruitverkoopster laat zich de Constitutionnel voorlezen door haar buurvrouw, en de portier leest alle bladen die voor de vreemde gasten in het hotel worden afgegeven. De echte abonnee mag elke ochtend weer bellen dat zijn armen lam worden, de portier brengt hem zijn blad niet eerder dan dat hij het zelf gelezen heeft.
Voor een genreschilder is er geen rijker aanblik voorhanden dan de tuin van het Palais Royal in de voormiddag. Duizend mensen houden daar een krant in de hand en vertonen daarbij de meest ver-scheidene posities en bewegingen. De een zit, de andere staat, een derde stapt, nu eens langzaam, dan weer met versnelde pas. Plots trekt een bericht sterker zijn aandacht, hij vergeet zijn tweede voet neer te zetten, en voor de tijd van enkele seconden staat hij als een pilaarheilige op één been. Sommigen staan tegen een boom geleund, anderen tegen de balustrades die de bloemperken afzomen, nog anderen tegen de pijlers van de arcaden. De slagersknecht wist zijn bebloede handen schoon, om geen rode vlekken op de krant te laten, en de pasteiventer laat bij zijn lectuur de koeken koud worden.
Als op een dag Parijs op dezelfde manier ten onder zou gaan als Herculanum en Pompeii zijn ondergegaan, en men groef het Palais Royal en de mensen daar weer op, en men vond ze in dezelfde houding waarin zij door de dood waren verrast – de papieren in hun handen waren tot stof vergaan – dan zouden archeologen zich de kop breken over wat al die mensen daar precies aan het uitrichten waren toen de lava hen overdekte. Een markt was er niet, een theater evenmin, dat blijkt uit de plek. Geen bijzonder schouwspel had hun aandacht getrokken, want de koppen stonden in verschillende richtingen, en de blikken waren naar de aarde gebogen.
Wat waren die toch aan het doen?. zullen zij vragen, en geen van hen zal het antwoord geven:. zij waren de krant aan het lezen.



Ludwig Börne

Schilderungen aus Paris (1822 und 1823)
X. Die Lesekabinette


Gesammelte Schriften
Vollständige Ausgabe in sechs Bänden
nebst Anhang in zwei Bänden

Leipzig, Max Hesse Verlag, um 1900-1905

Zweiter Band, SS. 40-41
.

3 augustus 2009

Heel de Oosterse wijsheid gaat op één Westerse boekenplank, zei geloof ik Carlyle


.

Eén keer verlichting staat op 49 euro, menselijkheid inbegrepen:
De Dalai Lama schenkt zijn vrolijkheid vier dagen aan Frankfort.

Jan Grossarth

Waar anders het doel staat, heeft nu Zijne Heiligheid plaatsgenomen. Op de bühne in het voetbalstadion van Frankfort zit, in kleermakerszit gehurkt in een fauteuil, de veertiende incarnatie van de Dalai Lama. Rondom hem op het podium, zitten drie professoren in tenue. Met de benen gekruist spreken zij over hun geliefkoosde thema’s: de klimaatvorser Mojib Latif over de klimaatmaatregelen, over de interest spreekt de ethicus-economist Karl-Heinz Brodbeck en over het gegarandeerde basisinkomen de ondernemer Götz Werner. De Dalai Lama geeuwt. Hij wiebelt met zijn bovenlijf heen en weer. Götz Werner onderbreekt de meditatie: “Het was misschien het moment, om eens aan Zijne Heiligheid te vragen, wat hij vond van de idee van een basisinkomen.”

Tot en met zondag heeft de Dalai Lama vier dagen zijn optreden gedaan in de Commerzbank-Arena van Frankfort. Per dag kwamen er zo’n tienduizend mensen – niet meer dus dan kortgeleden nog voor de wedstrijden van de tweedeklasserploeg FSV Frankfurt. “Uitweg en Hoop” staat de zaterdag op het program. Dat past mooi in deze tijd, maar ook al is het crisis, en bijgevolg hoogconjunctuur voor de zoekers naar zingeving, toch zijn er wat minder bezoekers opgekomen dan twee jaar terug voor de masterclasses van de Dalai Lama in Hamburg. Nu waren de kaartjes ook niet echt goedkoop: negenenveertig euro voor één dag, honderd vijfentwintig voor de vier dagen samen.

Ja, en wat vindt Zijne Heiligheid van een onvoorwaardelijk basisinkomen, een idee waar de mensen in India en Tibet misschien minder vertrouwd mee zijn dan hier te lande? De Lama zegt: “Ik weet het niet. Ik ben nu meer in de war dan daarnet. Niets in het leven kan enkel positief zijn, want er zijn ook altijd negatieve bijwerkingen.” Plots schiet hij in een luide lach, en de mensen lachen met hem mee. Een toehoorster, die zojuist nog applaudisseerde voor het basisinkomen, slaakt een kort gilletje van vervoering bij deze heilige eerlijkheid. Zij perst haar handpalmen op elkaar, ten teken van boeddhistische zegening.

Overal in en rond het stadion ruikt het naar wierookstokjes, al is er nergens een te zien. Nadat in het eerste podiumgesprek de ontbossing, de interest en de overmatige vleesproductie gehekeld waren, werden er in de persruimte gehaktballetjes aangeboden op wegwerpbordjes, en cola in kartonnen bekertjes, waarbij te hopen valt dat de drie inrichtende boeddhistische verenigingen zich niet op de kapitaalmarkt in de schulden hebben gewerkt: zaterdag nog was de 1,6 miljoen euro kostende organisatie deficitair. Het hoge bezoek is nu eenmaal geen commerciële aangelegenheid en ook geen wereldjongerendag. De gemiddelde leeftijd ligt wellicht tien jaar onder die van een katholieke Zondagsmis. De deelnemers doen denken aan andere hoogmissen van de menselijkheid, zoals biologische kankercongressen of antroposofenbijeenkomsten, waar onzekere mensen naar voorbeelden op zoek gaan, die hen kunnen sterken in hun vermoeden dat er een spirituele werkelijkheid moet bestaan naast de materiële.

Elke morgen weer houdt de Dalai Lama een begroetingsrede. Zaterdag wil een presentator daarop nog de bezoekers welkom heten, maar als hij het leidmotto wil noemen overvalt hem een blackout. Hij kijkt op zijn spiekbriefje: “Ach ja: één wereld, één idee, één hart.” Kort daarop vergeet ook de Dalai Lama het thema, en laat hij zich door een monnik die schuin achter hem zit dit in het oor fluisteren. “One world? Yes. One heart, one mind - hm, I don't know.” Hij lacht om zijn eigen bescheidenheid: “Er zijn er die mij God-koning noemen, anderen noemen mij een demon. Maar ik ben tenslotte ook gewoon een mens.” Zijn stem schiet piepend de hoogte in en galmt lang na in de Arena. De toehoorders applaudisseren.

De Dalai Lama zegt dat het “fundamentele niveau” van de mens, voor hem dat van de menselijkheid is, en van de naastenliefde; dat niveau was het belangrijkste, belangrijker dan secundaire, of nog verdere niveaus waar bijvoorbeeld de religie haar plaats had. Op dit fundamentele niveau heerst er in de Arena de grootste harmonie, en de gnuivende Heilige is een prima projectiescherm voor humanisten, socialisten, sympathisanten van onderdrukte volkeren en christenen voor wie de Paus te intolerant en te veeleisend is. Over het secundaire niveau wordt niet gediscussieerd. Wellicht is dat allemaal één groot misverstand.

“Ik wil eindelijk daden zien”, roept de klimaatvorser – applaus. Zijne Heiligheid zegt over de klimaatpolitiek: “Misschien sterft straks de wereld, misschien brandt de zon binnenkort niet meer, en dan is dat gewoon de realiteit. Maar tot zolang moeten wij zo gelukkig zijn als mogelijk.” Applaus. De Lama wuift de menigte toe, wat de harmonie hernieuwd de hoogte injaagt. Hij zegt: “Geestelijk welzijn zal nooit met een machine geproduceerd kunnen worden.”

Aan het eind van de discussie legt de Dalai Lama de professoren witte sjaals om de hals, een paar honderd bezoekers lopen voor het podium en maken foto’s, een vrouw in een geel T-shirt prevelt: “Dit is de beste mens van heel de wereld.” De Dalai Lama neemt zich (op het fundamentele niveau) niet zo ernstig, neemt de politiek en de intellectuelen niet ernstig, hij lacht en predikt menselijkheid en weet de harten te raken.
De professoren kletsen, in hun midden geeuwt de lachende infantiele Godmens. Ja, God is misschien wel een clown?

F.A.Z., 03.08.2009, Nr. 177 / Seite 27
.

19 juli 2009

Sono anch'io Poeta

.
Atal Bihari Vajpayee is een stokoude maar in zijn land zeer geziene dichter. Zijn naam zal u misschien weinig zeggen, maar deze man was een tijdlang ook minister-president van India. Trouwens nog een andere Indiase premier, Shri Vishwanath Pratap Singh, vorig jaar gestorven, stond als dichter bekend. Deze Shri Singh schilderde bovendien.

Goed, dat is het magische Indië, maar eerste ministers die tegelijk artiest of dichter zijn, komen meer voor dan iemand zou denken.
Om even in Azië te blijven, en meer bepaald in Turkije: hun premier Bülent Ecevit, in 2006 gestorven, was naar het schijnt ook een verdienstelijke poëet.
En destijds in Afrika hadden we Léopold Sédar Senghor, president van Senegal, uitvinder van het begrip négritude, maar tegelijk ook auteur van enkele dichtbundels met mooie titels als Hosties Noires, Chants d'ombre &c.

Er komen mij niet direct andere continenten voor de geest, maar mocht iemand er nog een willen noemen, dan zou dat van de Peruaan Mario Vargas Llosa een slecht voorbeeld zijn – ten eerste omdat die Llosa nooit president of eerste minister is geweest, en ten tweede omdat hij geloof ik geen verzen schrijft.

Dichter bij ons, in Europa, zijn er wel goede voorbeelden. De Britse premier John Major heeft in de loop der jaren voor een behoorlijk pak verzen gezorgd. Ik twijfel echter of wij hem hier in dit verband voor vol mogen rekenen, want zoals John zelf zei, schreef hij zijn gedichtjes enkel “to combat stress”, en dat diskwalificeert hem toch min of meer, zeker als we weten dat Robert Graves bezwoer dat bij een ware dichter de haren juist ten berge horen te rijzen.*
Václav Havel integendeel mag zeker vermeld worden, want hij maakte meer dan een half dozijn dichtbundels, zij het met titels die wij niet kunnen verstaan.

Nog dichter bij huis hebben we natuurlijk Achiel Van Acker, en laten wij misschien even in het gezelschap van deze man vertoeven.
Ik bezit een bundeltje van hem, twintig fraai gedrukte pagina's, en mijn exemplaar bevat ook een geschreven opdracht: Aan Mej. Maria Rosseels, van harte, A. Van Acker, jaareinde 1962. Ik geef pagina één:

G
ebeden van gebeiteld steen,
Zo rijzen torens om ons heen;
Waarom ze bidden weet niet een.
Drie sterren aan de hemeltrans,
Drie sterren zenden ons hun glans,
Drie sterren bieden ons een kans;
Fortuna schenkt ons mild een blik.
Hij, gij, ik.

Gebeden van gebeiteld steen,
Zo rijzen torens om ons heen;
Misschien is hun gebed er een
Als dit der eindeloze zee
Of van de mens een stille bee,
Het hart vol liefde voor de vree.
Gestameld, twijfelend geklik.
Tik, tak, tik.
Alle twintig gedichtjes eindigen met dezelfde regels Hij, gij, ik en Tik, tak, tik. Een gedurfd procedé, zeker als wij in aanmerking nemen dat het voor een Bruggeling niet meevalt om telkens weer die Hij, gij, ik voor te moeten dragen.

Zelfs komt de eerder genoemde combinatie premier-dichter-schilder hier voor – natuurlijk hoogstens af en toe, maar denken wij aan de jonge Eyskens.
Vandaag hebben wij in ons land misschien niet echt een regering, maar toch zeker een premier, en al schildert die niet, dichten doet hij wel. Herman Van Rompuy maakt evenwel geen echte verzen zoals zijn illustere voorgangers, maar haiku's, onberijmde observaties met enkel een vast aantal lettergrepen per regel. Vijf, zeven, en weer vijf. Het zou nochtans verkeerd zijn om hier van een dichtkunst voor boekhouders te spreken, zoals Heine eens deed. Ik geef een voorbeeldje:

.
Tijd
Het leven is varen
op de zee van de tijd maar
alleen de zee blijft.

Het lijkt mij een verstandige beslissing van onze laatste premier, om niet voor het rijm te kiezen. Hij vermijdt op die manier wat Goethe overkwam.
Goethe had uit de handen van zijn vorst de functie van Geheimrat aanvaard, geen premier dus, maar misschien in de verte vergelijkbaar met minister van Cultuur.
Nu had de gezagsgetrouwe minister Goethe niet enkel vrienden, maar ook vijanden. Dezelfde Heine bijvoorbeeld noemde hem: .“een grote man in een zijden rok”.
Niet kwaad, maar de omschrijving van de journalist en criticus Ludwig Börne** vind ik nog grappiger.
Die noemde Goethe: .“de rijmende knecht”.


__________________

* Graves wilde er wel eens lelijk tegenaan gaan: The reason why the hairs stand on end, the eyes water, the throat is constricted, the skin crawls and a shiver runs down the spine when one writes or reads a true poem is that a true poem is necessarily an invocation of the White Goddess, or Muse, the Mother of All Living, the ancient power of fright and lust – the female spider or the queen-bee whose embrace is death.
The White Goddess
A historical grammar of poetic myth
by Robert Graves
amended and enlarged edition
London, Boston,1961, Faber and Faber

** Ludwig Börne (Löw Baruch) was misschien de bekendste politieke journalist van het begin van de XIXde E. Volgens wijlen Martin van Amerongen moest je hem zelfs politicus noemen, niet journalist.
In 1818 begon hij in Frankfurt met het tijdschrift Die Wage, maar al na drie jaar hadden de autoriteiten er genoeg van en verboden ze het blad. In 1830 ging Börne naar Parijs, enthousiast als hij was over de Julirevolutie, en, consequent als hij was gaf hij daar een tijdlang La Balance uit.

.

10 juli 2009

100.000 bezoekers

.
Met mijn honderdduizendste lezer wil ik graag een glas heffen!
Dat hij/zij zich ten spoedigste kenbaar wille maken!

6 juli 2009

Geen thuismatch voor Oscar

.
Het Westen en het Oosten kunnen elkaar maar moeilijk begrijpen, zo begint Oscar van den Boogaard zijn columnpje in De Standaard vandaag, en er zit veel waarheid in die woorden.
Kipling had een dergelijke gedachte eerder. Hij formuleerde die misschien zelfs nog krachtiger en mooier met: Oh, East is East, and West is West, and never the twain shall meet, maar wij moeten bedenken dat Kipling een dichter was, en dat tenslotte zelfs in halfbakken vorm een waarheid een waarheid blijft, en dus herhaald mag worden.
Laten we eens kijken wat Oscar verder nog weet over het Oosten en het Westen:

In Europa gaan steeds meer stemmen op voor een verbod van de islamitische sluier die de vrouw van top tot teen omzwachtelt. Het zou een mobiele gevangenis zijn. Een teken van onderdrukking. Een belediging voor de waardigheid van de vrouw. Maar is een verbod niet strijdig met het principe van individuele vrijheid? En zou een gesluierde vrouw niet net zo goed kunnen menen dat het westerse ideaalbeeld van de vrouw een keurslijf is dat zij gedwongen is aan te trekken. Onder de boerka's, niqabs en sluiers beleven vrouwen misschien juist een opvallende vrijheid. Ze hoeven zich onder hun mantel van liefde in ieder geval niet te schamen voor dikke benen, brede heupen en hangtieten en ze kunnen denken wat ze willen.

Ja, omzwachtelen klinkt wat mooiig, en zeker ook maniëristischer dan gewoon inpakken of verpakken, maar daar is Oscar eenmaal ook Literator voor.
Ook mooi vind ik, dat hij zijn twijfels zo eerlijk onder woorden brengt: ...misschien juist een opvallende vrijheid beleven. En dat hij de conditionalis of voorwaardelijke wijs zo vlot weet aan te wenden: de boerka zou een mobiele gevangenis zijn &c., .zelfs al gebruikt hij deze wijs enkel voor “Oosterse” vrouwen, terwijl de Westerse vrouw wel degelijk in de indicatief, de aantonende of stellende wijs “gedwongen is”, volgens hem.

Lezer!. ik zal niet heel de tekst van onze Oscar op deze manier bespreken, want daar is de man te langdradig en dweperig en slap voor, en hij heeft hier op dit blog tenslotte al vaak genoeg de eer gehad.
Toch nog een kleinigheid: Oscar meldt ons dat hij een interessant boek gelezen heeft, over harems, en dat daarin nog maar eens bewezen wordt – hoe onnoemelijk onwetend het Westen wel is.
Kunstenaars als Ingres, Delacroix of Matisse mogen dan met plezier haremvrouwen geschilderd hebben, zij gaven ons toch een verkeerd beeld van dat verschijnsel.
De westerse man projecteert in de haremvrouw inschikkelijkheid en de bereidwilligheid van vrouwen om te gehoorzamen.

Hoeveel interessanter zijn niet moslimmannen!
Mannelijke moslimkunstenaars zien de haremvrouwen geheel anders en hebben hen vanaf de achtste eeuw altijd voorgesteld als ruiters op snelle paarden, gewapend met pijl en boog en gekleed in zware mantels. Vrouwen zijn voor hen zelfbewuste vechtersbazen die heel goed weten wat ze zelf verlangen.

Goed, vrouwen –verpakt of onverpakt– zijn zoals men in Gent zegt, Oscar zijne rayon nie. Al belet deze omstandigheid hem niet om verrassenderwijs ook over het vrouwelijk orgasme zijn licht te werpen.
En zeker, enige afstand van het onderwerp kan bij theoretische beschouwingen geen kwaad, soms zelfs een voordeel opleveren, en over het vrouwelijke orgasme is al te veel verteld, ook als het laatste woord nog niet is gevallen. Moeten wij bijvoorbeeld zonder meer aannemen, enkel omdat die man dichter bij zijn onderwerp stond, wat Georges Brassens daarover zong?

Quatre-vingt-quinze fois pour cent,
la femme s’emmerde en baisant.

Laten wij zeggen dat kwantificeren, zeker bij dit soort van onderwerpen, altijd een hachelijke zaak blijft. Maar Oscars gedachten hieromtrent –al worden zij nergens vulgair, of zelfs maar te precies– kunt u, bezoeker, misschien toch beter bij de auteur zelf nalezen.

Een klein minpuntje, voor mij toch, is bij Oscars betoog – dat hij nogal in mineur besluit:
Aan al deze misverstanden moet ik denken als ik gesluierde vrouwen op straat zie lopen en niet in de ogen kan kijken. Ik weet niet of ze wel zo onderdrukt, ongeëmancipeerd en ongelukkig zijn als westerlingen geneigd zijn te denken.
Zolang ze zwijgen zullen we dat in ieder geval niet weten.

Ik wil het natuurlijk niet hebben over die minuscule grammaticale onachtzaamheid van onze columnist-auteur-dichter-librettist. Op zijn uitstekende gebruik van de werkwoordsvormen wees ik al, en dan plots, aan het eind bijna ...toch nog die foute ellips, waar in één enkel zinsdeel de vrouwen tegelijk lijdend voorwerp zijn, en meewerkend voorwerp.
Te zeggen dat met een kleine toevoeging, zoals “hen niet in de ogen”, of sierlijker nog “haar niet in de ogen kan kijken”, dit probleempje zó was opgelost...
Spijtig, dat wel, maar zulke kleine smet is onbetekenend als wij de allerlaatste zin van Oscar zien. Die is zodanig grappig, dat er niet meteen iemand zal opstaan om hem te verbeteren.


29 juni 2009

Een oude kwestie opgelost

.
Bij De Standaard hebben ze altijd mooie ingezonden stukjes. Vandaag hebben ze er eentje van een voormalige restauranthouder, die tussen de soep en de patatten ook socioloog moet geworden zijn. Dat eerste, van dat restaurant, weten we omdat de schrijver het ons zelf vertelt, en het tweede maak ik op uit het redactionele onderschrift bij zijn briefje: Hugo Van Assche is socioloog.
Wij hebben geloof ik een wet die zegt dat je geen café of restaurant mag houden, als je niet over het juiste brevet beschikt. Of sociologen ook iets dergelijks moeten bezitten om zich socioloog te mogen noemen weet ik niet. Wellicht niet, of anders gaat het om een loutere formaliteit. Een vak als logica bijvoorbeeld zal niet tot de propedeuse van de sociologie behoren, hoogstens er summier aan bod komen, want wat lezen wij bij de socioloog Hugo Van Assche?

Maar het dragen van de hoofddoek maakt ook deel uit van de godsdienstvrijheid en de identiteit van die meisjes. Dat verbieden getuigt van een gebrek aan respect voor hun identiteit en hun individuele keuze, zelfs al wordt die keuze hen opgedrongen. Onze wetten garanderen die meisjes dat ze later sowieso hun eigen keuzes kunnen maken. Laat het hun verdienste zijn, als zij later kiezen om niet meer toe te geven aan die groepsdruk.
Nu kun je over de vrije wil verschillend denken, en zo schreef bijvoorbeeld Erasmus van Rotterdam in 1524 zijn De Libero Arbitrio, waarin hij beweerde dat er wel degelijk zoiets als vrije wil bestaat. Luther dacht daar anders over en diende hem twee jaar later van antwoord in De Servo Arbitrio. Die twee zijn daar nooit goed uitgeraakt.
Maar de wetenschap staat niet stil, en nu zien wij, in dit korte lezersbriefje in De Standaard, dat je een vrije keuze ook aan iemand kunt opdringen! Moslimmeisjes kunnen dus eenvoudig gedwongen worden om vrij voor de hoofddoek te kiezen.
Hoe heeft het gezamenlijke, en toch niet geringe verstand van Luther, Erasmus en al diegenen die na hen kwamen, deze schitterende oplossing kunnen overzien?
___________

Noot van 30 juni: Luc Huyse, die vandaag in de krant de harde taak op zijn schouders nam om te bewijzen dat de kiezers in Vlaanderen niét nationalistisch hebben gestemd, en die alweer naar datzelfde "wetenschappelijke" (but it is only sociology, zoals de Harvard wiskundeprof Tom Lehrer lang geleden al zong) onderzoekje verwees, waar eerder Sinardet en Reynebeau al mee zwaaiden, lijkt hieronder ook een logische fout te maken, al kan in dit geval wel een lofwaardige onwetendheid omtrent het voetbalspel hebben gespeeld:

"De dag na 7 juni was te lezen en te horen dat de opiniepeilers weer eens de grootste verliezers waren. Maar is dat wel zo zeker? Natuurlijk heeft TNS-Media/Dimarso, de Madame Soleil van De Standaard en de VRT, serieuze missers gescoord."

23 juni 2009

Logofobie is een bekend probleem

.
Dit is een transcriptie van een 5 minuten durend fragment uit “Répliques”, de onvolprezen zaterdagmiddagrubriek van Alain Finkielkraut op France Culture. De zesde juni had zijn rubriek als titel: Qui a peur de la banlieue?, en Finkielkrauts gasten waren de professoren Judith Revel en Pierre Jourde.

Eén vraag van het gesprek was, zoals vaker, hoe het mag komen dat onze islamitische gasten, ook van de nde generatie, het op school toch zo slecht doen?
(Blijkbaar is dat niet enkel in Vlaanderen het geval, zoals onze journalisten graag concluderen uit internationaal wetenschappelijk onderzoek.)
Ligt het aan schandelijke discriminatie, of zou het denkbaar zijn dat er toch aan de islam zelf, of aan die cultuur, of anders aan de huwelijkspatronen die daarmee samenhangen, iets schort? Hoe komt het bijvoorbeeld dat jongeren zich nog wel eens tegen de school zelf en haar gebouwen keren?

We vallen in het gesprek binnen, bij een repliek van Jourde aan zijn welmenende gespreksgenote die een paar spijtige insinuaties had gemaakt, die ik niet hoef te citeren aangezien zijn antwoord duidelijk genoeg is, en procedés als deze van Revel aan iedereen genoegzaam bekend zijn.

Pierre Jourde: …non mais je suis d’accord. L’explication socio-économique est nécessaire, mais à mon sens elle n’est pas suffisante. Je veux dire par là, que dans des conditions –il y a parfois des conditions qui sont assez bonnes, aussi dans les collèges de banlieue– il y a des dégradations qui sont en effet, comme vous l’avez dit, dues à un manque d’investissements, mais il y en a qui sont dues directement, à l’action malheureusement des ...des élèves, il y a aussi je crois –qui est un trait d’époque d’ailleurs, qui n’est pas seulement un trait de banlieue– la difficulté, ça n'a pas été mon cas, mais la difficulté pour certains collègues, je le voyais bien, à simplement faire un cours, faire un cours même dans de bonnes conditions, c'est-à-dire faire accepter une parole qui soit une parole apportant du ...du sens, apportant des connaissances. De plus en plus, au fond, le cours se passe à négocier, d’un certain côté. À négocier toutes sortes de choses d’ailleurs, l’entrée, la sortie, la bagarre avec le voisin, à négocier le contenu du cours d’ailleurs, cela arrive aussi, donc, je veux dire, l’école est fondamentale en effet pour, comment dirais-je, pour le progrès social qu’on peut, qu’on doit souhaiter pour ces populations reléguées des banlieues. Simplement, elle ne fonctionne pas, et à mon sens, si elle ne fonctionne pas ça n’est pas seulement pour des conditions socio-économiques, c’est de manière toute aussi importante dû à la fois à une impossibilité de faire passer un discours, une attention qui est la seule manière au fond de faire passer des connaissances, et aussi à une philosophie de l’école qui s’est développée pendant vingt ans, qui a consisté à dire que c’étaient les apprenants, comme on dit, qui avaient à apprendre quelque chose aux professeurs, et non pas l’inverse.
Tout à l’heure vous m’avez relevé, à propos d’identité culturelle – je voudrais m’y attarder un instant parce que vous avez laissé entendre …qu’au fond, mon discours consistait à donner comme causalité à ces problèmes, la couleur de peau, ou l’origine nationale ou ethnique.
C’est un peu un coup bas. Alors je voudrais vous dire un certain nombre de choses.
Je viens de gagner un procès, contre des paysans du Cantal, qui ont lapidé mes enfants noirs. Un procès pour racisme. J’ai donné des cours d’alphabétisation, gratuitement, sur mon temps libre, dans ma jeunesse, à des immigrés, d’origine maghrébine. Je me suis battu dans le métro contre des gens qui tenaient des propos racistes, anti-arabes. Je tiens à dire tout ça.
Je veux dire que le discours essentialiste, le discours essentialiste populaire et xénophobe, qui consiste à dire que… telle population a tel comportement parce que c’est comme ça, c’est inné: c’est l’Ennemi! de même que le discours iréniste, qui consiste à dire que …ne-voyons-pas-le-problème, est aussi l’Ennemi.
Je veux vous raconter une anecdote, elle n’est pas tout à fait hors sujet. Dans une émission, récemment, j’étais face à l’ancien conseiller de Lionel Jospin, à la télévision, et je lui ai dit la chose suivante: lorsque j’étais professeur dans un Lycée technique de Nogent-sur-Oise j’avais une classe de chaudronniers, à cent pour cent blancs –Nogent-sur-Oise– qui me disaient: monsieur, les arabes, nous on les aime pas, parce qu’ils nous agressent, et ils nous volent.
Je leur ai dit, là les gars –alors, essentialisme populaire– je leur ai dit là les gars, il y a un problème qu’il va falloir qu’on règle.

Il se trouve que dans une autre classe il y avait un jeune homme, d’origine maghrébine mais puisque tel est le problème il faut bien le nommer! puisque c’est leur problème, c’est ainsi qu’ils le nomment et je leur ai dit: un, j’ai été contacter le jeune homme qui était assez brillant, assez intelligent, qui réfléchissait, je lui ai dit: est-ce que tu acceptes de venir dans ma classe de chaudronniers, ça va être difficile, leur parler de ta condition? Il est venu, il leur a parlé en effet de ses problèmes, et ils ont été non pas convaincus, ils ont été ébranlés. En tout cas, ils se sont posé un certain nombre de questions sur ce qu'il pensait. J’avais l’impression, ce faisant, de faire un acte militant antiraciste, comme je l’ai fait toute ma vie.
Qu’a dit l’ancien conseiller de Jospin qui était en face de moi?
Monsieur j’estime indigne de la part d’un professeur d’avoir prononcé plusieurs fois le mot Arabe!
C'est-à-dire que nous voulons bien une société métissée, mais nous ne voulons pas savoir ce qu’on métisse. Nous voulons bien, enfin nous acceptons qu’il y ait des problèmes, mais nous ne voulons pas nommer les problèmes, or, pour moi, je m’excuse Alain Finkielkraut [non, mais allez-y], je fais partie de cette génération pour qui le progrès, la liberté, l’égalité, la lutte pour les droits des femmes, la lutte contre le racisme, étaient des choses qui allaient de pair. Parce que c’est là la génération qui a soutenu la Marche des Beurs, qui a soutenu Touche pas à mon pote”.
Et puis, dans cette génération il y a un certain nombre de gens qui ont commencé à se poser des questions. Quand on voit des jeunes gens qui manifestent contre le travail précaire, qui se font casser la figure, aux cris de
sales blancs, et dépouiller aux cris de sales blancs, par des groupes, au fond, qui se définissent eux-mêmes –pas moi qui définis– par leur ethnicité ...j’ai commencé à me poser des problèmes.
Quand j’ai eu une, deux, trois, quatre amies travaillant en banlieue dans des collèges, me disant: je ne peux pas enseigner la Shoah! ou des jeunes femmes me disant: je me fais draguer dans la rue, je ne veux pas être draguée, et on me dit:
t’as qu’à mettre ton voile! ...parce que là, ces femmes en question sont colorées, donc identifiées à la communauté maghrébine, et si elles sont maghrébines elles doivent porter le voile ...ou elles sont draguables.
Et là, tout à-coup, j’ai senti une rupture, parce qu’il m’a semblé que la lutte que j’ai toujours menée pour ce progrès-là, et bien ...il y avait un problème. Et la question que je me suis posée, c’est pourquoi certains d’entre nous, certains intellectuels ont refusé cette rupture.





…zeker, daar ga ik mee akkoord. De socio-economische verklaring mag niet ontbreken, maar naar mijn smaak volstaat ze niet. Ik bedoel, dat onder omstandigheden –en soms zijn die omstandigheden nog redelijk gunstig, ook in voorstadsscholen– er inderdaad verval voorkomt, dat zoals u opmerkte duidelijk te wijten is aan onderinvestering, maar je ziet ook verval dat helaas direct aan het gedrag van de leerlingen te wijten is. Ook komt het voor, meen ik –en dat is een fenomeen van onze Tijd, niet enkel van de voorsteden– dat het moeilijk wordt om les te geven, dat was niet mijn geval, maar sommige collega’s ondervonden problemen, zag ik, om simpelweg les te geven, zelfs in goede omstandigheden. Dat wil zeggen om een boodschap te laten aanvaarden die inhoud wilde aanreiken, kennis wilde aanreiken. Van langs om meer wordt de lestijd besteed aan onderhandelingen mag je zeggen. Onderhandelingen over alles en nog wat: beginuur, einduur, ruzie met de buur, onderhandelingen verder over de inhoud van de les, dat heb je ook.
Maar wat ik wil zeggen: voor de sociale promotie, die je aan die, hoe zal ik het zeggen, aan die achtergestelde voorstadsbevolking kunt en moet toewensen ...is de school toch essentieel? Maar ze functioneert simpelweg niet, en als je het mij vraagt dan zijn het niet enkel socio-economische factoren die maken dat ze niet functioneert.
In even belangrijke mate ligt dat eerstens aan de onmogelijkheid om nog een boodschap over te brengen, om aandacht te wekken, wat tenslotte de enige manier is om kennis door te geven, en ook aan een bepaalde onderwijsfilosofie van de laatste twintig jaar, die beweert dat het de leerlingen zijn die aan de leraar iets moeten bijbrengen, en niet omgekeerd.
Daarstraks, in verband met culturele identiteit, hebt u mij voorgeworpen –en ik wil daar toch even bij stilstaan– u liet namelijk verstaan dat, ten gronde genomen, mijn redenering er in bestond om de oorzaak van deze problemen in de huidskleur, of de nationale of etnische afkomst te zoeken.
Die slag komt wat laag aan. Laat ik u even een paar zaken vertellen.
Nog maar net heb ik een proces gewonnen, tegen boeren van de Cantal, die aan mijn kinderen, zwarte kinderen, verwijten hadden gemaakt. Een proces wegens racisme.
Ik heb alfabetiseringsles gegeven, voor niets, in mijn vrije tijd, toen ik nog jong was, aan immigranten, van Maghrebijnse afkomst.
In de metro heb ik gevochten tegen lui die racistische, anti-Arabische praat verkochten.
Dat wil ik graag even kwijt.
Wat ik bedoel is, dat de essentialistische gedachtegang, de populaire en xenofobe essentialistische gedachtegang, die er in bestaat te zeggen dat …deze of gene populatie, dit of dat gedrag vertoont omdat het nu eenmaal zo is, aangeboren namelijk – dát is de Vijand! en net zo goed is de irenische gedachtegang, die erin bestaat te zeggen …ach wat, ik zie geen probleem – ook de Vijand!
Laat ik u een anekdote vertellen, ze is niet geheel naast de kwestie.
In een recent televisieprogramma zat ik tegenover de oud-adviseur van Lionel Jospin, en ik zei hem het volgende: toen ik leraar was in een technische humaniora in Nogent-sur-Oise, had ik een klas van koperslagers, voor honderd procent blank –Nogent-sur-Oise– die mij zegden: mijnheer, Arabieren, daar moeten wij niet van hebben want zij vallen ons aan, en bestelen ons.
Ik zei hen: kijk jongens –duidelijk populair essentialisme– ik zei hen: kijk jongens, hier is iets aan de hand, en dat moeten wij uit zien te klaren.
Nu zat er in een andere klas een jongeman, van Maghrebijnse komaf –ja, tenslotte is dát het probleem, en moet je het benoemen! want het is hun probleem, zij geven het die naam– en ik heb hen gezegd... (vooraf, ik heb die jongeman aangesproken, die vrij briljant was, vrij intelligent, die nadacht over dingen, en ik heb hem gevraagd: zou je bereid zijn om aan mijn klas van koperslagers, niet zo makkelijk, iets te vertellen over jouw situatie?).
Hij is gekomen, hij heeft hen inderdaad verteld over zijn problemen, en ze waren …niet overtuigd, zij waren uit hun lood geslagen. In elk geval, ze hebben zich een aantal vragen gesteld, over hoe hij dacht over de zaken.
Mijn indruk daarbij was, dat ik een daad van militant anti-racisme stelde, zoals ik mijn hele leven al had gedaan. Wat had nu die oud-adviseur van Jospin te vertellen, die recht over mij zat? “Mijnheer, ik beschouw het als onwaardig, dat een leraar bij herhaling het woord Arabier in de mond neemt!”
Het komt er dus op neer, dat wij graag een gekleurde maatschappij willen, maar wélke kleurtjes wij mengen willen we niet weten. Wij geven toe, of liever wij accepteren dat er problemen zijn, maar een naam aan die problemen geven doen we liever niet. Terwijl voor mij, en ik verontschuldig mij Alain Finkielkraut [onnodig, gaat u door], ik behoor tot die generatie voor dewelke vooruitgang, vrijheid, gelijkheid, strijd voor de vrouwenrechten, strijd tegen het racisme, zaken waren die een geheel vormden. Tenslotte stond die generatie achter de “Mars van de [tweede generatie- mv] Noord-Afrikanen”, stond achter “Touche pas à mon pote”.
En dan, zijn er in dié generatie een aantal mensen zich vragen beginnen te stellen.
Als je jonge mensen hebt zien betogen tegen de hachelijke arbeidstoestanden, en je die vervolgens in elkaar zag slaan onder kreten van “smerige blanken”, terwijl zij beroofd werden onder kreten van “smerige blanken”, door groepen die als het er op aankomt zichzelf –ik hoef dat niet te doen– etnisch definiëren …ik ben mij daar vragen beginnen bij stellen.
Als ik één, twee, drie, vier vriendinnen heb, die werken in voorstadsscholen, en die mij zeggen: Over de Shoa kan ik geen les geven! of jonge vrouwen die mij zeggen: ik word lastiggevallen op straat, ik wil niet lastiggevallen worden, en dan antwoorden ze mij: “Je moet je sluier maar omdoen!” …want ja, het betreft hier donkere vrouwen, en dus worden zij tot de Maghrebijnse gemeenschap gerekend, en als Maghrebijnsen zijn zij verplicht om de sluier te dragen, zo niet kunnen zij …rustig worden lastiggevallen.
Kijk, daar, plots, heb ik, een breuk gevoeld. Want het leek alsof de strijd die altijd de mijne al was geweest, voor die vooruitgang ...wel er was een probleem.
En de vraag die ik mij toen stelde was, waarom sommigen van ons, sommige intellectuelen, die breuk weigeren te zien.

Misschien een idee voor de zoon van die andere 68-er, Goossens? een debat met deze Pierre Jourde, in zijn KVS ? Maar dan niet met zijn vader als tegenspeler, want die moet nog wat boterhammen eten.
.
.

11 juni 2009

Cees weet wel raad !

.
De reizende schrijver Cees Nooteboom krijgt eerstdaags de Prijs der Nederlandse Letteren uitgereikt. Nu zal die prijs hem mogelijk niet zoveel waard zijn als destijds zijn vermelding in Das Literarische Quartett op de ZDF, waar de grote Marcel Reich-Ranicki hem de hemel in prees, maar toch: anders dan Gerard Reve zal Nooteboom zijn prijs ontvangen uit de doorluchtige handen van Albert Coburg. Die prijs zal hem dus niet gewoon per postkoets bezorgd worden.

Maar genoeg over literatuur!. niemand kan er naast kijken dat we net Verkiezingen hebben gehad, en daarom stelde Kurt Van Eeghem, presentator van het culturele middagmagazine Ramblas op Klara, aan Nooteboom de vraag wat hij vond van de uitslag in Nederland.

Onze vijfenzeventigjarige auteur was maar pas terug van een verblijf in Australië. Een tocht naar zo'n ver continent is best vermoeiend, en daarom maakte hij op de heenreis enkele tussenstops. Zo bracht Cees eerst een bezoekje aan enkele oude vrienden in Noord-Thailand, daarna ook aan enkele oude vrienden in Bali, en dan pas ging het naar het tropische Noord-Australië, alwaar hij een 4 Wheel Drive huurde om mee naar Sidney te rijden.

Door zijn verre reizen krijgt zo'n man natuurlijk een helder zicht op een klein lapje grond als Nederland. Of op probleempjes als immigratie, integratie, islam en dergelijke. Dingen waar wij ons wel eens op willen verkijken.

Zo ging (een stukje uit) het gesprek gisterenmiddag:

U bent net teruggekeerd uit de verre andere kant van de wereld, toen Nederland net zoals de andere Europeanen net naar de stembus was geweest. Wat vindt u van het resultaat? …Geert Wilders?
Ach, weet u, hmm…
Als wereldburger moet u daar toch uw kijk op hebben?
Jaa... nou, ik moet u eerlijk zeggen, ik denk: die dingen die komen en gaan. In alle oprechtheid, kijk als je net uit het werelddeel komt, Azië waar met enorme Schwung, enorme vooruitgang gemaakt wordt –misschien is er even een adempauze nu door de recessie– maar Europa moet zorgen dat het, heu, één groot land wordt, om aan die uitdaging een antwoord te geven want het is onvoorstelbaar wat er daar allemaal gebeurt.
En dan kom je hier terug, en het gekissebis, en het gedoe, enne, ik bedoel het idee dat je tegen de islam, de islam dat is iets in de wereld wat zo groot is, hoe je daar als klein partijtje in Nederland op deze manier …en dan krijg je ook de ironie dat iemand als Obama een grandioze rede houdt en het heeft over de Holy Quran, terwijl hier in Nederland iemand is die vindt dat het boek verboden moet worden ...ja, zo weet ik er nog wel een paar. (hihihi) Ik kan mij dus, eerlijk gezegd, het zou misschien moeten, en het moet ook van sommige mensen, maar ik kan me daar niet zo vreselijk over opwinden, en ik word ook uit Duitsland gevraagd “Wat is er met Nederland aan de hand?” en dan zeg ik: “Er is in Nederland aan de hand wat er bij jullie ook aan de hand is, alleen, jullie hebben niet een mijnheer die daar, ja, zo populistisch succes mee heeft, met dat thema.”
Maar de karavaan trekt voorbij.
Ach, ik denk dat integratie zoals die d’er is, en die natuurlijk voor veel mensen problematisch is, die ook echt voor mensen die niet, ja ...niet uit hun omgeving wég kunnen, inderdaad een probleem kan zijn. Dat is altijd, dat wrijft en dat wringt, en dat doet ook pijn en, ja de Geschiedenis leert dat in de loop van de tijd dingen opgelost worden, en dat gaat vaak met van alles en nog wat gepaard. Het euh…
Maar het moet wel gebeuren?
Ja… ik, ik zie nu al tekenen dat er toch een vorm van integratie is, op niveau, die wel degelijk succes heeft.

De oplossing die Nooteboom hier voorstelt is de eenvoud zelf: als alle autochtonen eens op reis vertrokken, dan konden de inwijkelingen op hun gemak integreren. En verder zal de Geschiedenis wel oplossingen brengen, indien nodig.
Dat zijn collega-reisjournalist V.S.Naipaul, met zijn wat somberder kijk op de islam, dáár nooit opgekomen is!

.

6 juni 2009

Mia Doornaert verslaat een Frans TV-incident

.
Een tv-debat tussen Franse lijsttrekkers ontspoorde door een hevige ruzie.

De centristische leider François Bayrou viel helemaal uit de rol van wijze, gematigde politicus die hij zich jaren wist aan te meten. In het programma 'A vous de juger' op de openbare tv-zender Antenne2 [sic] ging hij hevig tekeer tegen de groene lijsttrekker, de Frans-Duitse Daniel Cohn-Bendit. […]
De centrist viel Cohn-Bendit hevig aan omdat hij 'driemaal geluncht heeft' bij president Nicolas Sarkozy. Voor Bayrou, die een viscerale afkeer van Sarkozy heeft, wees dat op 'medeplichtigheid' met het beleid van de president.
Meestal weet 'rode Danny' zijn kalmte en humor te bewaren. Maar de hardnekkige aanvallen van Bayrou
kregen Cohn-Bendit toch kwaad. 'Je zal nooit president worden', beet hij Bayrou toe. 'Tu es trop minable' ('Je bent een stumperd').
Bij dat misprijzen voor zijn presidentiële ambities sloegen bij Bayrou de stoppen helemaal door. Cohn-Bendit zou de term 'minable' beter op zichzelf toepassen, zei hij, gezien zijn standpunten over seksuele contacten met kinderen.
Bayrou verwees daarmee naar een boek dat Cohn-Bendit 34 jaar geleden schreef, en dat onder meer gaat over zijn ervaringen als kleuterleider in Frankfurt. In de libertaire sfeer van die tijd lijkt 'rode Danny' milde seksuele spelletjes met kinderen enigszins goed te praten. Cohn-Bendit heeft al jaren geleden gezegd dat hij die 'slechte tekst' zelf ook afwijst.[…]
Bayrou weigerde gisteren excuses uit te spreken. 'Ik bedrijf geen politiek van excuses', zei hij.


Voor Vlaamse journalisten is het normaal, zoals ik hier al vaker zei, om feiten onnauwkeurig te rapporteren, om ze bij voorkeur zelfs scheef voor te stellen*, en vooral om ze goed te duiden, want er zijn tenslotte figuren die ontzien moeten worden. In bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland komen zulke zaken ook wel eens voor, maar hier zijn ze de regel.
Nu, Mia Doornaert ként waarschijnlijk niet de juiste toedracht van wat Bayrou heeft gezegd, en wellicht had zij ook niet de tijd om met de teksten vóór zich na te trekken wat er precies aan de hand is geweest ...34 jaar geleden tenslotte.
Bijgevolg, helaas, is wat zij schrijft zonder meer een leugenachtige voorstelling van zaken.
Cohn-Bendit noemde op France2 (!) zijn tegenstander "minable", sprak hem ook nog aan met "tu", en kreeg meteen lik op stuk. Volgens Doornaert kun je dit aldus samenvatten: "bij Bayrou slaan de stoppen door". Bovendien, vindt zij, had Bayrou (!) zich moeten verontschuldigen.
Cohn-Bendit daarentegen viel weinig te verwijten: In de libertaire sfeer van die tijd lijkt 'rode Danny' milde seksuele spelletjes met kinderen enigszins goed te praten. Cohn-Bendit heeft al jaren geleden gezegd dat hij die 'slechte tekst' zelf ook afwijst.

Wat Cohn-Bendit in zijn boek echter deed, was niet milde seksuele spelletjes enigszins lijken goed te praten, maar kort en goed erkennen dat hijzelf pedofiele handelingen had gesteld. Dat hij die tekst nu slecht vindt, hem zelfs afwijst, zal iedereen wellicht begrijpen. Voor Mia Doornaert volstaat het afkeuren van die tekst al lang.
Over de handelingen zelf is onze baronesse mild, immers er was toen die libertaire sfeer. Een beetje zoals de graaicultuur in het bankwezen ook de georganiseerde diefstallen van bankiers kan vergoelijken. Genoemde pedofiele handelingen, schrijft zij in haar verslag overigens niet aan Dany zelf toe: als je haar leest, lijkt het wel of de man heeft enkel een bekritiseerbaar theoretisch opstel gepleegd.
Ik weet niet of de toevallige Standaardlezer wel een goede voorstelling van zaken krijgt, als hij enkel de tekst van Mia, baronesse Doornaert te zien krijgt... laten wij daarom kleuterleider Daniel zelf zijn verhaal doen:

«Il m’était arrivé plusieurs fois que certains gosses ouvrent ma braguette et commencent à me chatouiller. Je réagissais de manière différente selon les circonstances, mais leur désir me posait un problème. Je leur demandais: "Pourquoi ne jouez-vous pas ensemble, pourquoi m’avez-vous choisi, moi et pas les autres gosses?" Mais s’ils insistaient, je les caressais quand même.»
“Het is me vaker overkomen dat bepaalde jochies mijn gulp openmaakten, en mij begonnen te strelen. Ik reageerde verschillend al naargelang de omstandigheden, maar hun begeerte stelde mij voor een probleem. Ik vroeg hen: ‘Waarom spelen jullie niet met elkaar, waarom hebben jullie mij uitgekozen, mij en niet de andere kinderen?’ Maar als ze aandrongen, streelde ik hen toch maar.”

En Cohn-Bendit heeft nog lang niet gedaan. Tenslotte waren die pedofiele lotgevallen slechts anekdotisch, futiliteiten eigenlijk, en een politiek analist van zijn kaliber hoort zulke zaken in een breder kader te plaatsen, voor enige duiding te zorgen.
Wat waren de sociale implicaties bijvoorbeeld? Volgens pedofiele Dany was het voornaamste gevolg dat Daniel ...op een bepaald moment zijn job als kleuterleider dreigde te verliezen!

Alors on m’accusait de «perversion». Il y a eu une demande au Parlement pour savoir si j’étais payé par la municipalité, toujours au nom de la loi qui interdit aux extrémistes d’être fonctionnaires. J’avais heureusement un contrat direct avec l’association des parents, sans quoi j’aurais été licencié. En tant qu’extrémiste je n’avais pas le droit d’être avec des enfants. C’était trop dangereux. L’interdiction d’exercer des fonctions dans l’enseignement frappe les gauchistes, les communistes et même parfois les sociaux-démocrates de gauche.
Men beschuldigde mij nu van “perversie”. Er kwam een vraag in het Parlement om te weten of ik door de gemeente betaald werd, natuurlijk in naam van de wet die aan extremisten het recht ontzegt om ambtenaar te zijn. Gelukkig had ik een rechtsreeks contract met de oudervereniging, zoniet had men mij ontslagen. In mijn hoedanigheid van extremist had ik niet het recht om met kinderen om te gaan. Dat was te gevaarlijk. Het verbod om een functie op te nemen in het onderwijs treft de gauchisten, de communisten et soms zelfs de linkse sociaal-democraten.
.


Daniel Cohn-Bendit
Le Grand Bazar
Mai et Après
Entretiens avec Michel Lévy,
Jean-Marc Salmon, Maren Sell
Bibliothèque Méditations
Denoël/Gonthier, Paris, 1975
p. 203

.
____________

P.S bij Luc Van Braekel staat een link naar France2, en daar kun je ook nog even horen dat de journaliste, Arlette Chabot, het heeft over "une vieille histoire", als ik goed begrepen heb. Ze valt D C-B bij, was mijn indruk, als dienstmaagd van de weldenkende macht, niet als journaliste, maar ik heb de uitzending zelf niet gezien. In het uittreksel dat LVB geeft is echter te horen dat Dany zelfs zo ver gaat om, behalve dat tutoyeren, zijn politieke tegenstander ook nog "mon pote" te noemen, "maatje"! een onbeschaamdheid die ik nooit eerder hoorde, nog van geen Berlusconi. Een langer fragment is hier te zien.
_____________

* Mia Doornaert verslaat duidelijk een debat dat ze ofwel niet heeft gezien, ofwel slecht begrepen. Bayrou had het (zoals in het fragment te zien) bij zijn repliek helemaal niet over dat onbeschofte “minable” van DC-B.
DC-B : Je trouve ça ignoble de ta part […] et ce genre de jeu, devant les citoyens, et bien mon pote, je te dis, jamais tu ne seras président parce que tu es trop minable, trop minable.

FB : Je ne suis pas sûr que vous puissiez vous, employer le mot “ignominie” […]
Nu, van Dale geeft voor “ignoble”: laag, laaghartig, (in)gemeen, onwaardig, weerzinwekkend, walgelijk, afgrijselijk, smerig, vuil.
Dit is geen onbeleefdheid meer zoals tutoyeren of “minable” roepen, zaken die tenslotte enkel degene die d
at doet besmeuren.
Misschien is voor Doornaert de draagwijdte van de term “ignominie” niet geheel duidelijk ...al zou een baronesse, weze het een nieuwbakken baronesse daar wel gevoel voor mogen hebben. Óf Mia rapporteerde slecht ...ofwel bewu
st vals, omdat Bayrou dan als lichtgeraakt kon worden voorgesteld, of als een man die makkelijk uit zijn evenwicht te brengen is.

.

4 juni 2009

Consolatio Philosophiæ

.
Sloterdijk: [...] von siegen im Sinne einer großen Gestaltungsvision, wie der Kommunismus des 19. Jahrhunderts sie formuliert hat, kann heute ja nicht mehr die Rede sein. Also es geht nicht mehr, es geht gar nicht mehr um Gestalten, sondern es geht darum, wie man das Datum der Selbstzerstörung ein wenig aufschiebt, um Spielräume für irgendetwas Gestaltungsartiges in der Zukunft noch zu eröffnen.
Man muss das ganz ernst nehmen, weil jetzt zum ersten Mal so etwas wie eine apokalyptische Endspielsituation eingetreten ist. Wir haben immer geglaubt, die Apokalypse ist nur eine symbolische Struktur oder eine Schreibweise für Texte, mit denen Fanatiker sich selber aufputschen wollen, ja?
Wir bekommen aber inzwischen von unseren Freunden, den Meteorologen, von unseren Freunden, den Ozeanografen, von den Wirtschaftsstatistikern, von den Demografen aus allen möglichen Bereichen, in denen äußerst nüchterne Personen Forschung betreiben, wir bekommen von allen Fronten relativ gleichzeitig gleichlautende Hinweise darauf, daß im Augenblick die Krisenspannung an 20 Fronten gleichzeitig steigt.
Müller-Schmid: Haben Sie persönlich Zukunftsangst?
Sloterdijk: Dazu bin ich ein wenig zu alt. Die Alten lehnen sich zurück und sagen: Nach uns die Sintflut! Die Jungen haben zu einer Sintflut ein ganz anderes Verhältnis, weil es sie in ihren besten Jahren treffen würde.




Sloterdijk: [...] van zegepralen in de zin van een groot toekomstproject, zoals in de XIXde E. .het Communisme er nog een heeft geformuleerd, kan vandaag geen sprake meer zijn. Met andere woorden, het gaat niet meer –helemaal niet meer– om projecten, maar om de vraag hoe men het moment van de zelfvernietiging nog een poosje voor zich uit kan schuiven, zodat er in de toekomst wat speelruimte open blijft voor iets dat met een project toch enige gelijkenis vertoont.
Je moet dat heel ernstig nemen, omdat er nu voor de eerste keer zoiets als een apocalyptische eindspelfaze is aangebroken. Wij gingen er altijd van uit dat de Apocalyps louter een symbolische structuur was, of een literaire vorm waar fanatiekelingen zichzelf mee willen opzwepen, toch?
Maar inmiddels krijgen wij van onze vrienden de meteorologen, van onze vrienden de oceanografen, van de ecomomen-statistici, van de demografen, uit alle mogelijke toepassingsgebieden waar bloednuchtere lui vorsingswerk verrichten, wij krijgen van alle fronten min of meer gelijktijdig gelijklopende aanwijzingen, dat op dit moment de crisisspanning op 20 fronten tegelijk oploopt.
Müller-Schmid: Hebt u persoonlijk angst voor de toekomst?
Sloterdijk: Daar ben ik een tikje te oud voor. De oudjes leunen achterover en zeggen: Na ons de Zondvloed! De jongeren staan heel verschillend tegenover een zondvloed, omdat die hen in hun beste jaren zou treffen.
.

27 mei 2009

Het verschil tussen kapitalisme en socialisme

.
In het algemeen springt onze pers nog wel zachtaardig om met de corrupte jongens en meisjes van de PS. Trouwens niet enkel met de betrokken individuen doet zij dat, ook de Partij zelf mag niet klagen. De journalistieke omzichtigheid in dezen, de discretie zelfs, kun je alleen maar voorbeeldig noemen.
De behoedzaamheid in het taalgebruik blijkt nog het duidelijkst hieruit, dat je enkel passiefzinnen leest in de aard van: De PS alweer door een corruptieschandaal getroffen, of Di Rupo opnieuw geplaagd met affaire in de partij, of varianten zoals Vlaag van schandalen trekt nu ook over Bergen.
Over de bankjongens lees je ook wel dat er in hun wereld een graaicultuur heerst, maar toch zijn de aanvallen op Mittler, Lippens en consorten heel wat bitsiger en persoonlijker. Terecht denk ik, maar je vraagt je toch af waar dat verschil vandaan komt. Dat het bij de banken om grotere bedragen gaat, kan niet de hele verklaring zijn, het betreft hier immers principes.
De diepere grond voor het verschil in behandeling, hoef gelukkig niet ik te onderzoeken, want dat heeft Karel van het Reve al lang voor ons allen gedaan:.
.


.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html