26 januari 2015

Een ontologisch postulaat


Stukje uit het recentste gesprek tussen Élisabeth Lévy en Alain Finkielkraut, voor de uitzending van L'Esprit de l'Escalier.
Het is altijd plezierig om iemand te horen zeggen wat je zelf denkt, en hier wijst Finkielkraut de wetenschap van de sociologie op haar verzwegen veronderstellingen en drijfveren. Veel beoefenaren zullen zich trouwens van die veronderstellingen niet eens bewust zijn.
Le Monde had het gehad, maar niet enkel die krant, ook politici en "wetenschappers" hadden het in de nasleep van de islamaanslagen direct weer over de "echte oorzaken", en dat waren vanzelfsprekend ghettovorming en apartheid.

maar, beste lezer, als u liever een grappige commentaar bij deze wetenschap wil horen, dan moet u bij Tom Lehrer zijn, een echte mathematics ph.d.  Sociologen zitten, zo zingt hij
... in an ivory steeple,
far away from all people




Parler d’apartheid ce n’est pas seulement une erreur, c’est une catastrophe parce que dans ce mot il y a le "coupable mais pas responsable" que rabâche la sociologie depuis des années: oui, il y a de la délinquance, de la criminalité, de la radicalisation islamiste, mais il faut remonter aux causes. La cause c’est la politique de la ville, le chômage. Tous les phénomènes qui nous attristent aujourd’hui, ont une cause et cette cause c’est effectivement une politique générale, un état d’esprit tout à fait scandaleux. Mais surtout, là je voudrais dire un mot sur la sociologie, parce que la sociologie je la mets souvent en cause. Et ce n’est pas parce que…
Peut-être, d’ailleurs peut-être que vous faites un amalgame avec «la sociologie»? Vous stigmatisez toute une corporation, mon cher Alain.
Voilà, mais pour le moment en tout cas, cette discipline, dans son état actuel, et quelles qu’en soient les écoles, elle repose toute entière sur cet apriori, ce postulat ontologique: la question sociale est en dernière instance une question économique. Ce sont, autrement dit, les inégalités qui mettent en péril la cohésion d’une société. Et enquêter, ce n’est jamais rien d’autre que valider cette hypothèse préalable. Autrement dit, la dimension culturelle des phénomènes n’est jamais pris en compte, puisqu’il a été décidé au départ qu’elle était secondaire, ou dérivée. C’est une conséquence, c’est un effet dont la cause doit être recherchée dans les souffrances générées par l’injustice économique.
Alors d’abord, je précise quand-même que vous avez oublié Kepel, que vous citez souvent et quelques autres, mais je ne sais pas si… il n’est pas sociologue, c’est vrai, il n’est pas sociologue.
Il ne l’est pas, justement, et là, c’est très intéressant ce que vous dites sur Kepel, parce que Kepel vient de l’anthropologie. Et c’est Lévi-Strauss qui nous a appris que toute humanité appartenait à une culture, que toute expérience humaine était structurée par une expérience collective du monde, et cette découverte de l’anthropologie est aujourd’hui occultée par la sociologie. Et je termine en disant que le politiquement correcte, c’est la victoire de Bourdieu sur Lévi-Strauss: tout se ramène au rapport entre dominé et dominant.

Spreken van apartheid is niet enkel een vergissing, het is een catastrofe want in dat woord zit het begrip “schuldig maar onverantwoordelijk” waar de sociologie al jaren over zanikt: ja er is delinquentie, en criminaliteit, en islamistische radicalisering, maar we moeten naar de oorzaken teruggaan. En oorzaak is de urbanisatiepolitiek, de werkloosheid. Alle verschijnselen die ons vandaag zo bedrukken hebben een oorzaak, en die oorzaak zit uiteindelijk bij het algemeen beleid, en bij een geestgesteltenis die compleet schandalig is. Maar vooral, en hier zou ik iets willen zeggen over de sociologie, want die stel ik vaak aan de kaak. En het is niet omdat…
Misschien overigens gooit u met “de sociologie” nu alles op één hoop? U stigmatiseert een hele beroepsgroep, mijn beste Alain.
Juist, maar in elk geval vandaag berust deze discipline, in de huidige stand ervan, en om het even over welke school het gaat, berust zij als geheel op dit a priori, op dit ontologisch postulaat: het sociale vraagstuk is in laatste instantie een economisch vraagstuk. Anders gezegd, het is de ongelijkheid die de cohesie van een samenleving in gevaar brengt. En enquêteren is nooit iets anders dan het valideren van die uitgangshypothese. Anders gezegd, de culturele dimensie van verschijnselen wordt nooit in aanmerking genomen, want er is van meet af aan besloten dat deze secundair is of afgeleid: een gevolg, een effect waarvan de oorzaak moet worden gezocht in het leed dat de economische onrechtvaardigheid meebrengt.
Maar eerst wil ik toch preciseren dat u Kepel vergeten bent, die u vaak citeert, en nog enkele anderen. Maar ik weet niet of… hij is geen socioloog, juist, hij is geen socioloog.
Precies: dat is hij niet, en juist daarom is het interessant wat u daar zegt over Kepel, want Kepel komt uit de antropologie. En het is Lévi-Strauss die ons geleerd heeft dat alles wat des mensen is tot een cultuur behoort, dat elke menselijke ervaring haar structuur ontleent aan een gedeelde beleving van de wereld, en deze ontdekking van de antropologie wordt vandaag aan het oog onttrokken door de sociologie. Mag ik besluiten met te zeggen dat de politieke correctheid de overwinning is van Bourdieu op Lévi-Strauss: alles wordt teruggebracht tot de verhouding van meester tot onderhorige.

25 januari 2015

Abdullah, Christine, Theo en Jean-Baptiste


Die oude koning van Saoedi Arabië die net in het zand gebeten heeft, Abdallah – slaaf van Allah als ik het goed heb – was volgens Christine Lagarde een felle voorstander van vrouwenrechten. Lagarde is baas van het IMF, waar zij die andere vrouwenliefhebber Dominique Strauss-Kahn opvolgde, en zij deed deze verklaring in de wat ijle lucht van Davos:

Hij was een grote leider, voerde veel hervormingen door in zijn land, en op een heel discrete manier was hij een felle verdediger van de vrouwen. Dat ging heel geleidelijk, zoals allicht aangewezen in dit land, maar ik sprak hem verschillende keren over dit onderwerp en hij geloofde er sterk in. Zo vaak wordt Saoedi Arabië voorgesteld als een plek waar vrouwen niet helemaal een gelijke rol spelen, maar zijne majesteit was vast van plan om echte verandering in deze toestand te brengen.


He was a great leader, implemented lots of reforms at home, and in a very discreet way he was a strong advocate of women. It was very gradual, appropriately so probably for the country, but I discussed that issue with him several times and he was a strong believer. So very often Saudi Arabia is portrayed as a place where women do not play quite the same role, but his majesty was determined to actually change quite really the situation.

Nu moest ik denken aan twee boeken die zij bij gelegenheid eens zou moeten lezen, tijdens een lange vlucht misschien. Een ervan zal ze al gelezen hebben, meen ik te begrijpen uit haar luchthartige verklaring, maar ik signaleer het toch maar, namelijk: «Landru, précurseur du féminisme: correspondance inédite 1919-1922». Het verscheen bij Éditions Mille et une Nuits, een sprookjesachtige naam voor een uitgeverij, en Christine houdt wel van sprookjes. Auteur-bezorger is de filosoof Jean-Baptiste Botul die hier eerder al ter sprake kwam.

Het andere boek is helaas in het Nederlands geschreven: "Sla ik mijn vrouw wel hard genoeg?" van Theo van Gogh (uitgeverij L.J.Veen, 1996). Theo was in 1996 nog niet ritueel geslacht door Mohammed Bouyeri, en bijgevolg nog een stuk minder bekend toen bij ons.
Ik las dat boek toch maar, een bundeling van stukjes die deels in HP/De Tijd waren verschenen, en wel tot op het moment dat hem werd gemeld: "De kloof tussen Van Gogh en HP/De Tijd is te groot geworden."

Nu is het waar dat van Gogh soms inging op kwesties die bij werkelijk álle redacties slecht zouden zijn gevallen, zoals bijvoorbeeld dat slaan van vrouwen in de islam. Nochtans is dit een goed gedocumenteerd voorschrift, en zelfs wordt beschreven hoe je bij dat slaan tewerk moet gaan (bij voorkeur niet in het aangezicht, en ook niet in een eerste opwelling van woede, maar in alle kalmte, met een frisse kop).
De islam is tenslotte weinig meer dan een geheel van nauwkeurige gedragsregels, en een goede mohammedaan kan inderdaad met die vraag van de hoehardheid worstelen. In geval van twijfel zal hij dan een imam raadplegen. Ook Theo probeerde op die legitieme vraag een antwoord te vinden, maar dat werd hem kwalijk genomen door de latere Charliejournalisten.

Misschien waren het wel die modaliteiten van het afranselen die Christine Lagarde ter sprake heeft gebracht bij Abdallah, koning van Saoedi Arabië ...so very often portrayed as a place where women do not play quite the same role.

20 januari 2015

Hollande en Churchill


Alain Finkielkraut, de onsterfelijke (als lid van de Académie française), werd door de journaliste Audrey Pulvar geïnterviewd voor iTélé. Zij stelde hem verstandige vragen, en dus werd het een verstandig gesprek.
Finkielkraut kreeg bijvoorbeeld de gelegenheid om erop te wijzen dat de grote manifestatie op 11 januari in Parijs moins bigarrée was dan sommigen misschien hadden verwacht – minder kleurrijk, minder divers, geen echt goede mix laten we zeggen. Van het black-blanc-beur van de wereldbeker voetbal tien jaar geleden was niet veel te bespeuren in de optocht.
Ook zei hij (negentien minuten ver in de uitzending) dat de huidige paus een demagoog was, die al zwaaiend met zijn vuistje hetzelfde argument gebruikte als Zidane een paar jaar geleden, toen die zijn crapuleuze kopstoot uitdeelde aan, ik meen een Italiaanse voetballer: Hij heeft mijn moeder beledigd! Vulgair argument natuurlijk, iedereen zal dat beamen, en uit de mond van de filosoof Ratzinger zou iets dergelijks nooit gekomen zijn.

Finkielkraut zei nog meer mooie dingen, maar die kunt u beter zelf eens beluisteren.
Wat ik bijzonder grappig vond, en bij ons ondenkbaar (Pulvar deed haar best om niet te lachen), was de manier waarop Finkielkraut over de syntaxis en grammatica van Hollande sprak, en hoe belangrijk hij grammatica en taal vond als het over een cultuurgemeenschap gaat, een identiteit.
Sommigen hier vinden dat taal geen deel is van de identiteit, maar dan moeten ze Finkielkraut maar tegenspreken, ik bemoei mij er verder niet mee.
In de uitzending begint op de vijfendertigste minuut wat ik hieronder transcribeer en vertaal, omdat ik het komiek vind, maar al op de achtendertigste minuut was hij weer serieus: 'Onze moedertaal maakt ons tot wat we zijn, wij zijn niet onze eigen oorzaak, wij staan door de taal die wij spreken in de schuld bij onze voorouders, het is de uitdrukking van onze eindigheid'. Voor zulke dingen wil ik zelfs tv-kijken, maar nu dus over Hollande:

La France semblait entrée dans une ère post-culturelle et post-nationale. C'était une patrie littéraire, disait Mona Ozouf. Bon, il est clair que le Surmoi littéraire n'exerce que peu d'autorité sur le discours de nos hommes politiques. François Hollande par exemple pratique le redoublement du sujet : « La France, elle a des ressources », « L'Europe, elle est en crise » et cetera, qui en fait un peu un Churchill en salopette. Mais si vous voulez, c'est dommage! C'est dommage, il faudrait donner l'exemple de la rectitude syntaxique. Tout le monde devrait apprendre à se tenir droit.
Frankrijk leek een postcultureel, postnationaal tijdvak te zijn binnengetreden. Het was een literair vaderland, zei Mona Ozouf (Franse historica, publiceerde veel over de Revolutie). Goed, maar het mag duidelijk zijn dat het literaire Überich maar weinig gezag laat gelden op de taal van onze politici. François Hollande bijvoorbeeld beoefent de verdubbeling van het onderwerp: "Frankrijk, het heeft rijkdommen", "Europa, het verkeert in crisis" et cetera, wat van hem een beetje een Churchill in werkbroek maakt. Maar, staat u me toe, dat is toch jammer! Het is jammer want hij zou het goede voorbeeld moeten geven en op de syntactische rechte lijn blijven. Zich recht houden zou iedereen moeten leren.

17 januari 2015

Wat eet Maigret allemaal?


Een van de dingen bij Maigret, is dat ik zijn lievelingsgerechten zelf ook allemaal graag eet. Andouillette bijvoorbeeld, of cassoulet, maar hij heeft er veel meer.
Vanavond was ik een escalope aan het eten bij mijn geliefkoosde Italiaan, en terwijl ik die opat vroeg Maigret zijn vrouw hem:

Tu crois que tu rentreras déjeuner?
–Ce matin, j‘ai l’impression que oui.
Tu aimerais du poisson?
–De la raie au beurre noir, si tu en trouves.
Voilà, rog met kappertjes en een beurre noir! Iets beters bestaat er toch niet?

Bij bijvoorbeeld Wodehouse heb ik dat niet. Zeker, er wordt bij hem goed en zelfs rijkelijk getafeld, en alles wordt opgediend door personeel in livrei, een van zijn verhalen draait trouwens om een gestolen roomkan in de vorm van een koe, maar Wodehouse is een Engelsman en meestal krijg je niet te horen wat Bertie Wooster die middag of avond precies gegeten heeft.
Fish&Chips is nochtans bijzonder lekker als je bij een goed adres bent, dus geen kwaad van de Engelse keuken.

Zelfs bij Casanova, de Venetiaan, lees je weinig over wat hij gegeten heeft, of over wat hij het allerliefste eet. Meestal zegt hij iets in de trant van “on y a bien mangé”, of copieusement mangé, maar dat is het. En dan mag het waar zijn dat zijn hoofd vaak naar andere dingen stond, in drieduizend en zoveel bladzijden had hij toch iets meer details kunnen geven.

Datzelfde kun je Heine niet verwijten. Hij schrijft bladzijden en bladzijden over eten. Van hem bezit ik zelfs twee kookboeken, “Heine à la carte” en “Essen und Trinken mit Heinrich Heine”. Enfin, van hem: die boeken werden uitgegeven in 1997, juist toen Heinrich zijn tweehonderdste verjaardag vierde, iets dat ons allemaal te wachten staat.

Er staan recepten in voor “Austern in Kartoffeln und Kaviarsauce” of “Gebratene Forelle mit Suppengemüse und Nußbutter”. Geen dingen die je elke dag eet, maar waar hij het bij gelegenheid inderdaad wel over had. Over de Engelse keuken, zoals over de Engelsen zelf, was Heine niet enthousiast, behalve over hun rosbiefs. Maar groenten werden hem in Londen opgediend, gekookt in water en verder “geheel zoals God ze geschapen had”.

Over Parijs nog gezwegen, maar ook in Duitsland at men beter. In herberg Die Krone in Klaustal at hij eens »einen Kalbsbraten, groß wie der Chimborazo in Miniatur, sowie auch eine Art geräucherter Heringe, die Bückinge heißen, nach dem Namen ihres Erfinders, Wilhelm Bücking, der 1447 gestorben und um jener Erfindung willen von Karl V. so verehrt wurde, daß derselbe Anno 1556 von Middelburg nach Bievlied in Seeland reiste, bloß um dort das Grab dieses großen Mannes zu sehen. Wie herrlich schmeckt doch solch ein Gericht, wenn man die historischen Notizen dazu weiß und es selbst verzehrt!«

En gelijk heeft hij, je moet iets zelf eten om te weten hoe het smaakt.

12 januari 2015

Radionieuws spreekt Libération tegen


Marche républicaine : Marine Le Pen acclamée à Beaucaire, schreef Libération.

Merkwaardig. Wie Libération gelooft, zal menen dat Marine Le Pen veel succes had in Beaucaire («acclamée» zegt het blad tenslotte).

Le Pen was, zoals we weten, ongewenst bij de grote charlie-optocht in Parijs en trok dan maar naar een eigen bastion. Bijval daar lijkt me niet uitgesloten, en allicht heeft Libération dit goed gehoord en gezien.

Maar als radioluisteraar, om 22u, hoorde je van Johan Tas een heel ander geluid. 

Van ongewenstheid is geen sprake, maar bij die optocht in Parijs “voelde zij zich niet welkom”. En in Beaucaire werd ze bovendien nog eens "uitgefloten".

Hier moet het om een vergissing gaan, hoogstens om een geval van onschuldige stupiditeit, want moedwillig een woord vertalen door het omgekeerde ervan zou al van vooringenomenheid getuigen. Laten we het voorzichtig houden bij een gebrekkige schoolopleiding.


Acclamer: Saluer par des cris collectifs d'enthousiasme et d'approbation.

9 januari 2015

De kop toont de "redactionele lijn"


Een onschuldige krantenredacteur vertelt vaak meer dan hijzelf beseft, of verondersteld is te vertellen.

Natuurlijk, de titel boven zijn artikel verzint een redacteur niet zelf, en hij is er bijgevolg niet verantwoordelijk voor, maar toch… er is die redactionele lijn waaraan hij zich onderworpen heeft.
In De Morgen zag ik de titel hiernaast. Mooie multiculturele kop, dat zult u beamen.
Maar in de kleine lettertjes van het artikel van de reporter, Stieven Ramdharie, werd die kop vervolgens volledig tegengesproken.
Misschien gaat de eindredactie bij de Zalmkrant ervan uit dat lezers alleen koppen lezen, en geloven zij niet dat er ook lezers bestaan, of dat hun aantal verwaarloosbaar is, die – weliswaar met gebruik van een bril – ook de rest lezen?
Hoe anders kun je verklaren dat hun kop op p.6 zegt dat het om een vermoorde "medemoslim" gaat, terwijl in het artikel staat dat het helemaal niet om een moslim gaat, maar om een ander soort Mustapha? 

Natuurlijk is een eindredacteur bij Charlie Hebdo geen moslim, uilskuikens! Maar dat kun je enkel weten als je het blad al langer dan een week kent ...en bovendien is dat blad in het Frans geschreven.

Hier moeten Charlotte Imbo, of anders Charlie Desmet mij uit de onzekerheid verlossen, of het nu om een slecht artikel gaat, of om een vooringenomen kop.

o-o-o-o-o-o


P.S.  Ik vergat inderdaad nog te zeggen dat, zoals een lezeres hieronder opmerkt, niet enkel de eindredacteur, maar ook Charlie Desmet zelf blijk gaf van ...enige luchthartigheid. Zijn haastige en vooringenomen beweringen over "islamitische slachtoffers" zijn nergens op gesteund. Voor hem zijn feiten  maar dat wisten we al  onbelangrijk tot hinderlijk. Zijn moraliserende bobo-duiding kwijtraken, daar is het hem om te doen.

Nu plots zijn ze 'Charlie'!


Wat is het jaar toch slecht begonnen voor onze journalisten, ik denk dan onder meer aan Charlie Camps, Charlie Desmet en Charlotte Imbo, met hun hypocriete U-bocht die ze zó weer zullen vergeten.

Zij zullen wel met weemoed terugdenken aan de voorbije rustige tijden die ze met zoveel verve wisten te beschrijven, te analyseren en te duiden, en waar er algemeen gesproken niet veel aan de hand was. Natuurlijk, er was Rushdie geweest, Van Gogh, de cartoons, al eens een brandbom bij een onbekend Parijs weekblad enzovoort, maar dat waren geïsoleerde gevallen. Van Gregorius Nekschot, die het zwijgen werd opgelegd (de tekenaar op de site "De Gezonde Roker", van wijlen Theo Van Gogh) hadden ze vanzelfsprekend nooit gehoord, want deftige journalisten lazen dergelijke sites niet, ook niet als iemand hen op het bestaan ervan wees.
Van de dode Van Gogh zeiden ze zelfs dat hij grof was, hij had het toch een beetje aan zichzelf te danken. Toen daarna de moordenaar in de rechtbank verklaarde dat hij volgens de islamleer had gehandeld, namen ze dat niet ernstig. Dat kon immers niet waar zijn.
Op de Franse televisie hoorde ik gisteren een oordeel over de "geïsoleerde gevallen". De specialisten in de uitzending vonden integendeel dat er altijd sprake was van moslimnetwerken, overtuigde mohammedanen. "Les loups solitaires, ce sont des poésies de journalistes". Prachtig Frans zinnetje, dat onze journalisten bij wijze van oefening misschien eens van buiten mogen leren. Het komt hen zeker nog van pas.
Wat was het vroeger toch mooier! Toen Oriana Fallaci stierf – en zij had een boek geschreven, niet over "geïsoleerde gevallen" maar over de islam zelf – toen schreef Patrick Stouthuysen (De Standaard, 27 dec. 2006, p.24) nog dit paragraafje:
"Jammer genoeg zal Fallaci wellicht vooral herinnerd worden om haar laatste boeken, waarin ze ten strijde trekt tegen wat ze de dreigende islamisering van Europa noemt. Fallaci was duidelijk de pedalen kwijt."
Inderdaad maakte Fallaci niet het onnozele journalistieke onderscheid tussen "islamistisch" en "islamitisch", en dat was een doodzonde. Misschien had zij de woorden van die Algerijnse generaal ten tijde van de GIA ernstig genomen: "Cet islam modéré, je ne sais pas de quoi ils parlent". Met zijn "ils" bedoelde de man onze Europese verlichte geesten.
Goed, "de pedalen kwijt" was weliswaar belachelijk maar toch nog enigszins beschaafd uitgedrukt.
Voor een echte beestachtigheid, een walgelijke brutaliteit, konden we vanzelfsprekend terecht bij Charlie Camps.
Die cursiefjes-schrijver, die in de waan verkeert dat zijn artikeltjes in hoofdletters worden afgedrukt, en die heel fier is over het pseudohollandse taaltje dat hij zichzelf heeft aangeleerd, en die een soort van namaak-janmulderachtige droefgeestigheid ten toon spreidt die in zijn geest waarschijnlijk voor sérieux doorgaat, die man mocht toen op de eerste pagina van De Morgen (16 september 2006) het In Memoriam voor Oriana Fallaci schrijven.
Charlie geeft eerst een literaire appreciatie van Fallaci. Zij schreef: "als de eerste de beste Ayaan Hirsi Ali".
Een kleine zandgrondworm mocht het zich toen permitteren om iemand te noemen die wereldwijd wordt geacht om haar fysieke moed, en waar geen tweede exemplaar van bestaat. Hij, die zich enkel in anakoloeten weet uit te drukken, en van wie geweten is dat alle gedachten die zijn geest simultaan kan bevatten makkelijk op een bierviltje gaan.
Maar dat was nog maar een begin. Wie de islam bekritiseerde werd in die mooie tijden, nog als volgt aangepakt in de zalmkrant, via een zatte vlegel: "Oriana Fallaci was doorgeschoten in haat, zelfhaat wellicht. Ik, haar aanbidder, had alleen nog medelijden. Een mildere vorm van verachting. Was het de kanker die haar lichaam doorkliefde?"

Deze krant is nu "Charlie"

4 januari 2015

Karel De Gucht en het Corpus Mysticum


De grondslag is eigenlijk de basis voor de grondslag, hoorde ik Karel De Gucht vanmiddag verklaren bij Trio, op Klara. Klare, heldere, verstandige taal, and it's turtles all the way down.
Ik meen niet dat tegen deze stelling één lezer bezwaar zal hebben, al zullen er onder mijn lezers onvermijdelijk ook dezulken zijn die de Nieuwjaarsdagen al slempend en zuipend hebben doorgebracht.
Karel zei meer behartigenswaardige dingen. Wat mij direct trof was: concurrentie moet er zijn omdat er nu eenmaal concurrentie moet zijn, anders is er geen concurrentie. Waarheid is altijd van een verrukkelijke eenvoud.
Die bandbreedte van hem was ook mooi, maar het mooiste vond ik toch zijn beschouwingen over de “unanimiteit binnen Europa”, die jammerlijk genoeg voorlopig nog compleet afwezig was (Karel bedoelde met “Europa” enkel de EU, iets heel anders en veel beperkter, maar de gedachte blijft even mooi en hij is zeker niet de enige die deze fout maakt).
Karel geloofde in die toekomstige unanimiteit, die was niet iets illusoirs.
Hier leek me het concept van het mystiek lichaam, een corpus mysticum Europae niet veraf. Zo zien we dat mensen die zich ongetwijfeld in alle oprechtheid voor ongelovig houden, toch verborgen mystieke ideeën kunnen koesteren.

2 januari 2015

Gelukkig Nieuwjaar!


Net viel er een mooie nieuwjaarswens in mijn bus, van vrienden die in Schaarbeek wonen.
Hun wens zelf stuur ik mijn geëerde lezers niet door, want die gaat mijn geëerde lezers niet aan.
Wel geef ik hen de eenvoudige boodschap door die ik van de enveloppe, of pregnanter gezegd van de postzegel zelf meende af te lezen.
Het zit zo:
die hele staat België, zelfs in geschenkverpakking, kan tegen normaal tarief, gewoon met B-post verstuurd worden.

30 december 2014

Wat nu broodnodig heet, was voor kort nog te mijden


In het Knack-interview met Siegfried Bracke vandaag, staan enkele verwonderlijke dingen. Zo las ik dat Theodore Dalrymple 'zijn beste tijd heeft gehad'. Dit moet een journalistiek atavisme van Bracke zijn, want Dalrymple is een soort filosoof en geen potje yoghurt waar een vervaldatum op gedrukt staat. Bedoeld wordt allicht dat hij niet meer 'hot' zou zijn, niet meer in de mode, althans volgens de journalistieke logica die alles wat eergisteren is gebeurd of geschreven als onbelangrijk beschouwt. Om helemaal eerlijk te zijn: Siegfried voegde daaraan toe dat Dalrymple wel iets goeds had gezegd destijds. Spons hierover dus, passons.

Wat Bracke daarna antwoordde op de vraag van Jan De Meulemeester – of was het nu Simon Demeulemeester? die twee namen samen zijn verwarrend voor een lezer – was een stuk eigenaardiger. Hun vraag was:
Kan je stellen: onze naoorlogse welvaartstaat is erin geslaagd de meest pijnlijke vormen van armoede uit te sluiten. Behalve die onder nieuwkomers, onder allochtonen.

'Dat heeft te maken met hoe wij onze migratie niet hebben geregeld. En dat heeft dan weer alles te maken met de verziekelijking ervan door het Vlaams Blok. Zij hebben belet dat een broodnodige maatschappelijke discussie gevoerd werd.'

Nu zou ik van de Kamervoorzitter graag vernemen hoe één partij al de andere partijen kan beletten een 'broodnodige discussie' te voeren. Lachwekkend is die kreet, een flauwe drogredenering die door iedereen doorgeprikt zal worden wiens geheugen twee-drie decennia ver reikt. Er wáren toen namelijk geen partijen die deze broodnodige discussie wilden voeren, op één na.
Men vond het toen vooral broodnodig om erover te zwijgen, journalisten en politici zoals gewoonlijk in één front. Het enige begripje dat die samen konden bedenken was 'cordon sanitaire'.
Ik zou de Voorzitter willen aanraden om nu Enoch Powell eens te lezen, maar dan spreken we niet meer over twee decennia, maar over een halve eeuw geleden.

"The supreme function of statesmanship is to provide against preventable evils. In seeking to do so, it encounters obstacles which are deeply rooted in human nature. One is that by the very order of things such evils are not demonstrable until they have occurred: at each stage in their onset there is room for doubt and for dispute whether they be real or imaginary. By the same token, they attract little attention in comparison with current troubles, which are both indisputable and pressing: whence the besetting temptation of all politics to concern itself with the immediate present at the expense of the future. Above all, people are disposed to mistake predicting troubles for causing troubles and even for desiring troubles: "If only," they love to think, "if only people wouldn't talk about it, it probably wouldn't happen."

De hoogste taak van staatsmanschap bestaat erin om voorzieningen te treffen tegen voorkoombare kwalen. Bij die betrachting ontmoet zij obstakels die diep geworteld zijn in de menselijke natuur. Eén daarvan is dat zulke kwalen uiteraard niet aantoonbaar zijn alvorens zij zich hebben voorgedaan: in elk stadium van hun opdoemen is er plaats voor twijfel en voor dispuut, of het om werkelijkheid gaat of om inbeelding. Ergo trekken zij weinig aandacht naast de actuele bekommernissen, die zowel onbetwistbaar zijn als dringend: vandaar de hardnekkige neiging van alle politiek om zich met het onmiddellijke nu bezig te houden, ten koste van de toekomst. Bovenal zijn mensen geneigd om het voorspellen van problemen te verwarren met het veroorzaken van problemen, of zelfs het zoeken van problemen: "Als men" willen ze graag denken, "als men er maar niet over praat, dan gebeurt het wellicht niet."

Zeker de laatste zin moet de vriendengilde van journalisten en politici broodnodig nog een tweede keer lezen, en nu met al hun aandacht erbij.

28 december 2014

Intellectueel terrorisme is geen nieuwigheid, het gaat al jaren mee!

Gesprek met Jean Sévillia,
historicus, auteur en journalist,
27 december, op Boulevard Voltaire

Wat heeft u het felst gechoqueerd in deze affaire Zemmour?
Een geheel van zaken, maar voor alles is het een gebeurtenis die in de lijn der dingen ligt, echt nieuw is het niet. Intellectueel terrorisme gaat heel ver terug in Frankrijk, en vijftien jaar geleden al schreef ik een boek dat de laatste vijftig jaar van de gedachtedictatuur beschreef! Kuiperijen die beogen iemand het spreken te beletten, hebben we al honderd keer meegemaakt. Deze keer neemt de zaak een extreme vlucht, doordat Zemmour in de media ook een extreme positie innam, en de laatste twee jaar een echte ster is geworden. Zijn boek is een maatschappelijk fenomeen: hij is het media-icoon dat men op de korrel neemt, of waarmee men zich identificeert ... Maar anderen hebben dezelfde gemelijkheden gekend, zonder dat iemand zich ervoor interesseerde. Zemmour zelf zou op hoogstens twee regeltjes in de krant hebben kunnen rekenen, als de affaire twee jaar geleden had plaatsgehad.
Hoe is hij dat icoon kunnen worden, is er dan iets veranderd?
Rond zijn naam heeft een kristallisatie plaats, door het nieuws in het algemeen, gevolg van de verschrikkelijke onmacht van Links dat aan het bewind is. Voor veel linkse mensen belichaamde François Hollande een nieuwe hoop, en de teleurstelling is immens. Paradoxaal genoeg stelt Rechts het evenmin goed, en zit het vast in interne twisten terwijl projecten ontbreken. Zemmour is vanzelfsprekend eerder rechts te situeren, maar hij kiest nooit voor een partijpolitieke categorie, wat het makkelijker maakt om je met hem te identificeren, temeer omdat hij straffe taal gebruikt in kwesties die de Fransen bezighouden.
En voor deze rel tegen zijn persoon, werkt de actualiteit niet echt mee!
Voor wat hij vertelde over de islam in Frankrijk, wordt hij bij iTélé aan de deur gezet. De dag daarop zijn er aanslagen. Men vertelt ons dat het om gekken gaat, kan best, maar dan wel gekken die «Allah akbar» roepen ...begrijpelijk dat velen de indruk krijgen dat men hen openlijk uitlacht! Als er anderzijds toch iets nieuws is, dan zijn het de sociale media die dienst doen als klankkast en zich werkelijk als tegenmacht aandienen. Je vindt er het beste en het slechtste, de emoties zijn er vaak opgeklopt en bijgevolg gevaarlijk, maar er circuleert ook informatie.
Journalisten zijn overigens de eersten om zich op een vakbroeder te werpen...
Ook dat is helaas geen nieuwigheid. Nationaal gezien zijn 80 % van de journalisten links, en bij sommige kranten gaat dit gemiddelde tot 90, 95, ja zelfs 99%. Het intellectueel terrorisme probeert de koppen boven het maaiveld af te hakken, en exact dat mechanisme speelt al jaren. Maar er zijn niet enkel die storende ideeën ...over de financiële kant van de zaak spreekt niemand, maar die speelt zeker. Zemmour verkoopt een pak boeken, heeft veel succes en verdient dus veel geld. In de journalistiek daarentegen lopen er veel mislukkelingen rond, sommigen met een heel matig loontje, en die zijn dan jaloers op dat succes. Dat telt ook mee.
Boulevard Voltaire lanceert een steunpetitie voor Zemmour. Zou u die ondertekenen?
Ja. Maar Zemmour is ook weer geen ijkpunt, hij is niet het middelpunt van het politieke of intellectuele leven, en evenmin is hij Onze-Lieve-Heer. Hij kan zich vergissen! Enorm veel schrijvers, filosofen en theologen zeggen evengoed heel interessante dingen die onze aandacht verdienen. De politieke of metapolitieke gevechten die wij leveren, zijn van lange adem en daarin moet elk volgens zijn talenten zijn plek innemen. Wij hebben iedereen nodig, en zijn buitensporige sterstatus is noch goed voor de ideeënstrijd, noch voor Éric Zemmour zelf. Zijn talent erkennen, zijn uitgesproken moed, een boodschap aanmoedigen ...allemaal goed en wel, maar je mag je leven niet afstemmen op wat Zemmour vertelt. Het zou bijzonder ongezond zijn om je achter een man te verschuilen die voor alles in jouw plaats denkt. Waar hij nu zit, levert hij werkelijk interessant werk, laten we hem die plek vanzelfsprekend gunnen, maar ook niet meer dan die plek.

Gesprek met Charlotte d'Ornellas

22 december 2014

Finkielkraut over censuur ... door journalisten


Vertaling van het eind van een gesprek tussen Élisabeth Lévy en Alain Finkielkraut, voor het programma L'Esprit de l'Escalier,
uitzending van gisteren die u hier in haar geheel kunt zien.


Élisabeth Lévy: Voor we afscheid nemen, toch een woordje over Éric Zemmour, die werd weggewerkt bij iTélé, als gevolg van een toch wel schaamteloze manipulatie van zijn uitspraken in een Italiaans dagblad, en van de druk ...pardon ik herstel, er was de minister van Binnenlandse Zaken die min of meer om zijn hoofd vroeg, twee redacties, die van RTL en die van iTélé die afstand van hem hebben genomen, en tot slot heeft iTélé besloten om het zonder...
Alain Finkielkraut: Om hem te ontslaan.
Élisabeth Lévy: ...om het maar zonder de kip met de gouden eieren te stellen, wat bijna angstwekkend is.
Alain Finkielkraut: Ja, en waarom is dat angstwekkend? Al mijn bedenkingen tegen het boek van Zemmour formuleerde ik eerder al, met name in dit programma, maar dit neemt niet weg: van deportatie heeft hij niet gesproken en de vraag naar deportatie werd hem niet gesteld, zoals de journalist van de Corriere della Sera die hem had geïnterviewd ook heeft bevestigd. Hij heeft dus ...er is een schandaal gecreëerd op basis van niets. Wat ik vaststel is dat er vanzelfsprekend altijd een strijd is geweest tussen vrijheid van meningsuiting en censuur. Maar de censuur werd door de Staat belichaamd, en de journalisten verdedigden de vrijheid van spreken. Vandaag zijn het de journalisten die als eersten om censuur roepen. Zijzelf zijn het trouwens die hun medeburgers in de gaten houden, zoals je elke dag kunt zien bij Mediapart [een onafhankelijke ...weliswaar gesubsidieerde nieuws- en opiniesite, ongeveer zoals hier DeWereldMorgen]. Wat wij nu zien gebeuren, is dat de Staat altijd maar zwakker wordt, en de journalistiek sterker en sterker. Ik zal niet zeggen totalitair, maar hun macht lijkt mij tegelijk drukkend en verontrustend. En dan...
Élisabeth Lévy: Verbijsterend was het trouwens gisteren te horen dat, ik meen zelfs Edwy Plenel, maar echt heel wat journalisten het ontslag hebben toegejuicht.*
Alain Finkielkraut: Zeg dat wel! Van de antiracistische verenigingen zijn we dat gewend, maar van de kant van journalisten, dat is toch wel eigenaardig, een ommekeer. Daarnaast ook interessant was het de minister te horen, de woordvoerder van de regering, Le Foll, wat is zijn voornaam ook alweer...
Élisabeth Lévy: Stéphane Le Foll.
Alain Finkielkraut: Stéphane Le Foll... van hem te horen dat Zemmour in persoon het probleem was van Frankrijk. En dan zie je pas wat politieke correctheid inhoudt. Niet enkel zegt de politieke correctheid ons wat we moeten denken, zij vertelt ons ook wat we moeten zien. Je hebt niet meer het recht om te zien wat je ziet. Trouwens het is niet wát je ziet dat problematisch, verontrustend en schandalig is, maar het feit zelf dát je ziet. Éric Zemmour neemt men kwalijk dat hij een aantal problemen aankaart waarvan men heeft besloten – ten bewijze de toespraak van François Hollande – dat ze niet bestaan! Nogmaals, wat ik zeg betekent niet dat ik de stellingen van Éric Zemmour aanhang, sommige ervan leken me zelfs schandalig, en dan bedoel ik zeker niet zijn beweringen in de Corriere della Sera, maar bijvoorbeeld zijn bevreemdende verdediging van Soral en Dieudonné. Ik meen dat men stevig met hem in debat moet gaan, maar dat men hem de mond snoert bewijst dat hoe meer zij zich in het nauw gedreven voelt, hoe gemener de politieke correctheid wordt.
Élisabeth Lévy: Is het in die twee gevallen trouwens niet evengoed hetzelfde probleem van de democratie? U hebt een kop uit Le Monde geciteerd daarnet, die zei dat populisme het probleem van Europa was, wat erop neerkomt dat het probleem van Europa de volkeren zijn...
Alain Finkielkraut: Voilà.
Élisabeth Lévy: ...en de lezers van Éric Zemmour, of ze nu al zijn ideeën delen of niet, worden tenslotte behandeld als...
Alain Finkielkraut: Maar natuurlijk!
Élisabeth Lévy: ...behandeld, een beetje zoals een deel van de kiezers, alsof ze er helemaal niet toe doen.
Alain Finkielkraut: Die zin van Bertolt Brecht blijft hé, omdat het volk ons heeft teleurgesteld, hebben wij besloten ...besluiten wij om het op te heffen. Dat opheffen doet men niet, maar de stichting Terra Nova [een think tank] heeft volgend besluit genomen: dat volk schuiven we terzijde, we stigmatiseren het – voor één keer mogen we dat woord in gemoede gebruiken – en we proberen er met een nieuwe meerderheid omheen te trekken. Wat diegenen betreft die in naam ervan spreken, welaan dan, die proberen we monddood te maken. Dat wil nog niet zeggen dat er geen populisme bestaat, en dat men sommige uitlatingen niet moet bekritiseren, maar tussen kritiek en censuur ligt er een drempel. Men hoort die niet te overschrijden.

* Wat Plenel zei was: «Mieux vaut tard que jamais. Après avoir banalisé en opinion son délire raciste, certains médias découvrent l'idéologie meurtrière de Zemmour».
«Beter laat dan nooit. Nadat ze zijn racistisch gebazel eerst hadden gebanaliseerd tot een opinie als een andere, ontdekken sommige media nu de moorddadigheid van Zemmour zijn ideologie».

Hieronder het klankfragment en de transcripte, maar ik voeg hieraan toe dat wie graag iets grappigers wil lezen, over de censuur ten tijde van Poesjkin en Heine bijvoorbeeld, hier terecht kan.


Élisabeth Lévy: Avant de nous quitter, un mot tout de même sur Éric Zemmour et sur son éviction de iTélé, donc à la suite d’une manipulation tout de même éhontée de ses propos dans un quotidien italien, il a donc et de la pression …pardon, je me reprends, il y a eu le ministre de l’intérieur qui en quelque sorte demandait sa tête, deux rédactions, celle de RTL et de iTélé qui se sont désolidarisées, et pour finir, iTélé a décidé de se passer…
Alain Finkielkraut: Son licenciement
Élisabeth Lévy: …de se passer d’une poule aux œufs d’or en quelque sorte, ce qui est presque inquiétant.
Alain Finkielkraut: Alors, c’est inquiétant, pourquoi? J’ai dit toutes les réserves que j’avais vis-à-vis du livre d’Éric Zemmour, notamment dans cette émission, il n’empêche: il n’a pas parlé de déportation, et la question de déportation ne lui a pas été posée, comme l’a confirmé le journaliste du Corriere della Sera, qui l’interrogeait. Donc il a créé… le scandale a été créé à partir de rien. Ce que je constate, c’est qu’il y a toujours eu bien sûr un combat entre la liberté d’expression et la censure. Mais la censure était incarnée par l’État, et les journalistes défendaient la liberté d’expression. Aujourd’hui, ce sont les journalistes qui sont en première ligne pour réclamer la censure. Et ce sont eux d’ailleurs qui surveillent, comme on le voit tous les jours sur Mediapart, leurs concitoyens. Alors nous somment à l’heure d’un État de plus en plus faible et d’un journalisme de plus en plus fort. Je ne dirai pas qu’il est totalitaire, mais son pouvoir m’apparaît à la fois pesant et inquiétant. Alors…
Élisabeth Lévy: Il était d’ailleurs sidérant hier d’entendre, même Edwy Plenel me semble-t-il, et vraiment beaucoup de journalistes se félicitant de l’éviction.
Alain Finkielkraut: Bien sûr! Des associations antiracistes on a l’habitude, mais de la part des journalistes, c’est quand-même assez singulier, c’est un renversement. Alors ce qui est intéressant aussi, c’est d’entendre le ministre, porte-parole du gouvernement, c’est quoi son prénom, Le Foll…
Élisabeth Lévy: Stéphane Le Foll.
Alain Finkielkraut: Stéphane Le Foll… c’est d’entendre dire que le problème de la France c’est Zemmour lui-même. Et là on voit quand-même ce qu’est le politiquement correcte. Non seulement le politiquement correcte nous dit ce qu’il faut penser, il nous dit aussi ce qu’il faut voir. On n’a pas le droit de voir ce qu’on voit, et ce n’est pas ce qu’on voit qui est problématique, inquiétant et scandaleux: c’est le fait même de le voir. Parce que on en veut à Éric Zemmour d’énoncer un certain nombre de problèmes, dont on a décidé – preuve le discours de François Hollande – qu’il n’existait pas. Encore une fois, ce que je dis ne vaut pas allégeance aux propos d’Éric Zemmour, certains m’ont paru véritablement scandaleuses, certainement pas ceux qu’il a tenus au Corriere della Sera, mais par exemple sa défense étrange de Soral et de Dieudonné. Je crois qu’il faut discuter fermement avec lui, mais lui fermer la boucher, c’est la preuve que plus le politiquement correcte est aux abois, plus il devient méchant.
Élisabeth Lévy: Est-ce-que dans les deux cas d’ailleurs ce n’est pas le même problème de la démocratie? Vous avez cité un titre du Monde tout à l’heure, disant que en gros le problème de l’Europe c’est le populisme, ça veut dire que le problème de l’Europe c’est les peuples...
Alain Finkielkraut: Voilà.
Élisabeth Lévy: …et dans le fond, les lecteurs d’Éric Zemmour, qu’ils partagent toutes ses idées ou pas, me semble-t-il sont traités…
Alain Finkielkraut: Mais bien entendu!
Élisabeth Lévy: …sont traités un peu comme une partie des électeurs, comme quantité tout à fait négligeable.
Alain Finkielkraut: Oui, et d’ailleurs c’est toujours la phrase de Bertolt Brecht hein, le peuple nous ayant déçus, nous avons décidé, on décide de le dissoudre. Alors on ne le dissout pas mais la fondation Terra Nova a pris la décision suivante: ce peuple, on le met entre parenthèses, on le stigmatise – pour une fois le mot peut être employé à bon escient – et on essaye de le contourner par une nouvelle majorité. Quant à ceux qui parlent en son nom, et bien en effet, on essaye de les bâillonner. Ce n’est pas pour autant d’ailleurs que le populisme n’existe pas, et qu’il faille critiquer certains propos, mais entre la critique et la censure il y a un pas que l’on ne devrait pas franchir.

21 december 2014

De sfeer is namelijk ook belangrijk


Ter aanvulling op het stukje over Zemmour gisteren, vertaal ik enkele passages uit een artikel op de site van BFMTV. Burgemeester Mayeur, die wel eens rustig tv kijkt ook als er iets belangrijks aan de hand is in zijn stad, zal hier steun vinden bij een aantal Franse kameraden.

"Ça se dispute" werd afgevoerd na verschillende dagen van hevige polemieken rond de uitspraken die Éric Zemmour deed in een Italiaanse krant. Meer bepaald had hij verklaard dat de moslims “onder elkaar leefden, in de voorsteden”, en dat “de Fransen zich verplicht hadden gezien deze te verlaten”. Wat Zemmour integendeel bevestigde was dat het woord “deporteren” (van vijf miljoen Franse moslims), dat voorkomt in het interview met de Corriere della Sera, door hem nooit uitgesproken werd, wat de Italiaanse journalist ook heeft erkend.
Jean-Luc Mélenchon, copresident van “Parti de gauche [PG, partij gesticht in 2009, als afsplitsing van de PS], die de eerste was om de polemist op zijn woorden vast te pinnen, heeft zaterdag verklaard dat “ter bestrijding van zijn ideeën, de beslissing om Zemmour aan de deur te zetten niet dienstig was.”
Van de kant van de PS hebben meerdere verkozenen zich over de beslissing verheugd. Net zoals SOS Racisme en de CRAN, die RTL, Paris Première en Le Figaro aangespoord hebben om “dezelfde beslissing” te nemen.
Antiracistische verenigingen hebben aangekondigd dat ze voornemens zijn zich tot justitie te wenden, na de uitlatingen van de chroniqueur die eerder al veroordeeld werd voor het aanzetten tot rassenhaat.

Nu heb ik de Corriere della Sera niet gelezen. Op zich niet erg, aangezien het blijkbaar een onbetrouwbaar product is, maar als wat hierboven staat – over moslims die onder elkaar leven en over autochtonen die dan maar verkiezen een andere woonplek te zoeken – als dat de grond van hun klacht moet vormen, dan lijkt mij dat dunnetjes. Die twee beweringen zijn waar of onwaar, maar daar houdt het op.
Ik zou SOS Racisme en de CRAN willen aanraden om ineens te gaan voor dat woord “deporteren”, dat weliswaar niet uitgesproken werd, maar misschien zal de rechtbank begrip tonen voor het feit dat de journalist het toch had ménen te horen.
Allicht was de sfeer in dat gesprek van die aard dat het woord net zo goed wel had kunnen vallen, en dan is het bewijs van racisme toch klaar? En dat moslims geen ras zijn, is al lang geen argument meer.

"Éric Zemmour is het slachtoffer van een media-fatwa"


In een onderhoud dat hij toestond aan FigaroVox, neemt Jean-François Kahn* de verdediging op van Éric Zemmour, en hekelt hij de onmogelijkheid om in Frankrijk nog sereen debat te voeren.

Alexandre Devecchio: Bent u geschokt door het feit dat i-Télé aan Éric Zemmour de bons heeft gegeven naar aanleiding van een polemiek die Jean-Luc Mélenchon op gang had getrokken, en die werd opgepikt door de patron van de PS-afgevaardigden, tevens minister van Binnenlandse Zaken?
Kahn: Ja, ten zeerste geschokt, en wel om drie redenen. Vooreerst kan men door het ongehoorde succes van zijn boek zien dat een belangrijk deel van de bevolking zich kan vinden in wat Éric Zemmour schrijft. Men kan dit betreuren, en soms doe ik dat ook. Maar kan men zich in de ontkenning verschuilen? Kan men in ernst een zo sterke stroming in het land op die manier wegcijferen? In zekere zin sluit de zaak Zemmour aan bij de algemene verkiezingen. Kan men in ernst zich erover verheugen dat een partij die 19% van de stemmen haalt, door amper twee verkozenen vertegenwoordigd wordt in de Assemblée nationale? De zaak Zemmour toont het probleem aan van het gebrek aan pluralisme in onze democratie.
Ten tweede vind ik het schokkend dat i-Télé wijkt voor een perscampagne die grenst aan een mediatieke lynchpartij. Éric Zemmour vertelt niets nieuws. Onderhand twintig jaar onderhoudt hij hetzelfde discours. Bij i-Télé wist men wat men deed toen ze hem aanwierven, overigens misschien precies omdat hij die ideeën verdedigde. Waarom hem dan nu wegsturen? Omwille van een ‘woord’ dat hij niet eens heeft uitgesproken. Verachtelijk vind ik het procedé dat erin bestaat een ‘woord’ of een ‘zinsnede’ te gebruiken, vaak uit hun verband gerukt, om zo iemand uit te schakelen. Ik zeg dit des te liever, omdat ikzelf al het slachtoffer werd van die methode.
En tenslotte wens ik eraan te herinneren dat «Ça se dispute», een debatprogramma was waar Éric Zemmour een tegenstem moest trotseren. Het was niet zo dat hij een vrije tribune ter beschikking kreeg. In een debat is het normaal dat er twee invalshoeken zijn. Het gaat niet op te beslissen dat één ervan ongepast is, en eruit moet. Wat mij bij de televisie vandaag choqueert, zijn niet de debatten waar een echte ideologische confrontatie plaatsheeft, maar die waar iedereen met iedereen akkoord gaat. In de media vandaag zien we de liberaal-modernistische houding overheersen, die Alain Minc omschreef als de “club van de redelijkheid”. Die gedachtegang is niet noodzakelijk verkeerd, maar als hij even hegemoniaal blijft, kan dat afschrikkende gevolgen hebben. 

Devecchio: Zou u zeggen dat Marine Le Pen dankjewel mag zeggen aan al diegenen die liever verbieden dan weerwerk te bieden?
Kahn: Door Zemmour aan de deur te zetten doet men niets anders dan voedsel geven aan de wrok bij een deel van de bevolking, dat terecht zich niet meer vertegenwoordigd voelt. Dat is inderdaad een geweldig cadeau voor Marine Le Pen. Vanzelfsprekend geeft dit legitimiteit aan haar discours tegen het systeem. Mag ik eraan toevoegen dat ook voor Éric Zemmour dit een formidabel cadeau is, want nu heeft hij makkelijk spel als hij zich voor martelaar van de politieke correctheid wil uitgeven. Wees maar zeker dat hij nu nog 40 000 boeken meer zal verkopen, en dat het hem in zijn statuut van rebel tegen het establishment zal sterken, en daar is hij dol op.

Devecchio: Hebt u er begrip voor als organisaties vragen dat een journalist geen tribune meer krijgt?
Kahn: Daar alweer verwijderen we ons verder en verder van de grondbeginselen van de democratie. Wie benoemt en verkiest die organisaties? Hun politiek gewicht lijkt me niet in verhouding te staan tot hun representativiteit. Volstaat het om twaalf man bijeen te brengen en communiqués te schrijven, om voor legitiem door te gaan? Die organisaties, dat zijn onbenoemde imams, overigens niet altijd onbenoemd, die dan fatwa’s lanceren.

Devecchio: Zijn er niet toch grenzen aan de vrijheid van meningsuiting? Heeft Éric Zemmour die overschreden?
Kahn: Er bestaan wetten, met name wat betreft racisme en het vergoelijken van oorlogsmisdaden. Maar zodra iemand, zonder de wet te schenden een sterke stroming vertegenwoordigt, moet hij mogelijkheid krijgen om zich uit te drukken. Vandaag is dat niet het geval, zeker wat economische en sociale thema’s betreft, als iemand zich voorneemt om af te wijken van de liberaal-modernistische consensus. Zo bijvoorbeeld is de vraag rond de exit uit de Euro taboe. Men zal zich ook herinneren dat 90% van de media zich in 2005 uitspraken voor een ‘Ja’ bij het referendum over het grondwettelijk verdrag, waarbij ze in het voorbijgaan ook elke vorm van tegenstand diaboliseerden. Nochtans heeft het ‘nee’-kamp het gehaald, al was het slecht vertegenwoordigd.

Devecchio: Is debatteren vandaag nog mogelijk?
Kahn: Om te beginnen wil ik opmerken dat het boek van Zemmour nogal moeilijk leest. Voor wie nog andere bezigheden heeft, neemt het een week in beslag. Maar de dag dat het verscheen waren er in de linkse pers al lange bladzijden te lezen over Le Suicide français. Duidelijk was dat de meeste journalisten maar een paar uittreksels gelezen hadden. Wat we dus bijwoonden, was een aanzwellende polemiek, uitgaande van een boek dat niemand gelezen had. Men raakte gepolariseerd rond een oninteressant hoofdstuk gewijd aan Vichy, terwijl heel wat passages veel interessanter waren. Ik denk dan speciaal aan het hoofdstuk over de Crif, dat de communautaristische wending van veel Franse joden op de korrel neemt. Over die kwestie ging evenwel niet één artikel. Als reactie op de ontketende linkse pers, heeft de rechtse pers eerder de lof gezongen van het boek. Nochtans is het zonneklaar dat zij het evenmin gelezen hadden. Want inderdaad, laat Le Suicide français het meest reactionaire boek zijn sinds lang, het is tegelijk ook een antiliberaal pamflet. Op sociaaleconomisch gebied is het een waar neomarxistisch manifest, waarin Zemmour tekeergaat tegen het financieel kapitalisme, dat volgens hem verantwoordelijk is voor alles wat misgaat. Wat men moet lezen zijn de tien pagina’s gewijd aan een lofzang op Georges Marchais, of het dithyrambische hoofdstuk waarin hij zijn steun betuigt aan de sociale strijd tegen de wetten Juppé van 1996.
Dit alles zegt veel over het ideologische debat vandaag: lezen doet men niet meer, men redeneert afgaand op etiketten, en banvloeken lanceert men al na een paar slagzinnetjes.

Frans journalist en auteur, historicus van opleiding. In 1984 stichtte hij L'Événement du jeudi, en in 1997 het weekblad Marianne, waarvan hij directeur was tot 2007. Zijn jongste boek, Marine Le Pen vous dit merci! verscheen bij Plon.

14 december 2014

Journalistiek zoals het hoort


Niets is de dag van vandaag banaler dan kwaadspreken van de traditionele pers. Iedereen doet het, het is een mode. Eigenaardig genoeg doen ze het soms zelf ook, en betalen er speciaal een ombudsman voor. 
Maar neem nu het hoongelach dat Yves Desmet, toch een man van aanzien in vele kringen, te beurt viel toen hij onthulde dat Fabiola, die ergens vorige week haar kaars had uitgeblazen, katholiek was en royalistisch en ook nog eens belgicistisch. Plots was iedereen zogezegd al lang op de hoogte van die dingen.
Yves zijn scherpe analyse stak, vond ik, juist gunstig af bij de rest van wat we te horen en te lezen kregen. Vaak was dat sentimentele flauwekul als “Fabiola is weer bij Boudewijn” &c.

Ik zag niet de uitvaartdienst die georganiseerd werd, en waar naar het schijnt mooi gezongen werd en met castagnetten geklepperd. Speciaal daarvoor naar Brussel afzakken had ik niet gedaan, en de tv ervoor opendraaien ook niet.
Toch ben ik sinds vanochtend voldoende op de hoogte van wat er gisteren allemaal is omgegaan in Brussel.
Dat komt door een krant, het traditionele medium bij uitstek. In De Tijd, op hun pagina zeven, in een rechthoekje bovenaan, las ik alles wat ik moest weten, en er was zelfs een kleurenfoto bij.
Dat noem ik nu goede journalistiek: droge verslaggeving zonder duiding.

5 december 2014

Simenon brengt de psychoanalyse te berde


Gewoonlijk stopt Maigret zijn pijp, stapt een café of brasserie binnen en bestelt een demi of een calvados, soms een vin blanc. Meestal een demi, maar wat het wordt, hangt van het uur af, van de buitentemperatuur ook en dus van het seizoen van het jaar. Ook is hij door de ingewikkeldheid van een zaak soms genoopt tot het drinken van meer dan een calvados.
Voor een gewone lezer volstaat dit, en hij begrijpt de commissaris.
In «Maigret et le corps sans tête» (1955) moet Simenon evenwel gedacht hebben, misschien in een moment van hypergevoeligheid, dat ook de lezer die wat meer uitleg en inzicht en diepgang wenste iets gegund mocht worden.
Hij vertelt hem daarom over het zielenleven van de jonge Maigret, en ook wie daar niet om vroeg, leest mee:

Lorsqu’il était jeune et qu’il rêvait de l’avenir, n’avait-il pas imaginé une profession idéale qui, malheureusement, n’existe pas dans la vie réelle? Il ne l’avait dit à personne, n’avait jamais prononcé les deux mots à voix haute, fût-ce pour lui-même: il aurait voulu être un «raccommodeur de destinées».
Curieusement, d’ailleurs, dans sa carrière de policier, il lui était arrivé assez souvent de remettre à leur vraie place des gens que les hasards de la vraie vie avaient aiguillés dans une mauvaise direction. Plus curieusement, au cours des dernières années, une profession était née, qui ressemblait quelque peu à celle qu’il avait imaginée: le psychanalyste, qui s’efforce de révéler à un homme sa vraie personnalité.

Hypergevoeligheid zei ik, maar dat kan het niet geweest zijn. De psychoanalyse, een nieuwe broodwinning in Parijs in die tijd, te berde brengen in een zaak waar de kop van het in mootjes gehakte slachtoffer maar niet gevonden wordt, is niet echt een eerbewijs aan Freud.

2 december 2014

Heinrich Heine geeft raad aan Francesca Vanthielen


"Schuldig klimaatverzuim": 11 BV's stellen overheid in gebreke, zo las ik in de krant. Een van die bekenden is de tv-omroepster Francesca Vanthielen.
Als we op haar verklaringen mogen afgaan (ik las die in De Morgen) dan heeft Francesca heel persoonlijke opvattingen over de werking van de rechtsstaat. Scheiding der machten en het primaat van de wetgever spelen geen rol in dat stuk. In haar stelsel moet de rechter aan de wetgever duidelijk maken wat voor wetten hij moet 'stemmen' – ze bedoelt natuurlijk 'aannemen' of 'goedkeuren', en pleit onbevangen voor een démocratie des juges:
"Via de rechter willen we hen verplichten om een klimaatwet te stemmen en eindelijk woorden in daden om te zetten", zegt Francesca Vanthielen, een van de initiatiefnemers. "De bedoeling is dat zoveel mogelijk burgers mede-eisers worden."
In dat laatste zinnetje meen ik nog een late echo te horen van de jammerlijk ter ziele gegane G708.
Francesca gaat verder:
"Ludieke acties helpen niet meer. Dan maar de juridische weg. We hebben een topteam van advocaten die het helemaal zien zitten."

Dat van die advocaten die het 'zien zitten' geloof ik best. Advocaten zien het vaak zitten. Toch zou ik Francesca en haar medestanders willen waarschuwen. Of liever, ik laat die taak aan Heinrich Heine over, zelf jurist – hij had ooit nog een doctoraat geschreven, in het Latijn, over de bruidsschat, de DOS. Nu echter zijn we tien jaar verder en in 1833, en advocaat is hij nooit geworden: 'Es ist nichts aus mir geworden, nur ein Dichter'.

Maar hij blijkt toch nog goed te weten hoe de zaken werken, en Francesca kan zijn woorden maar beter ter harte nemen. Dat zal haar zuurverdiende spaarcentjes ongetwijfeld ten goede komen, want dit consult is gratis:

Die Advokaten, die Bratenwender der Gesetze, die so lange die Gesetze wenden und anwenden, bis ein Braten für sie dabei abfällt, diese mögen noch so sehr streiten, ob die Gerichte öffentlich sein sollen oder nicht; darüber sind sie einig, daß alle Gerichte gut sein müssen, und jeder von ihnen hat sein Leibgericht.

[Aus den Memoiren des Herren von Schnabelewopski]

In mijn vertaling gaat veel verloren, en ik nodig de lezer uit om liever het Duits nog eens te lezen:

De advocaten, de braadspitten van de wetten, die de wetten net zo lang draaien en omdraaien tot er daarbij een stuk braadvlees voor hen afvalt, zij kunnen er nog zo fel over discussiëren of de gerechten openbaar moeten zijn of niet, hierover zijn zij het eens: dat alle gerechten goed moeten zijn, en elk van hen heeft zijn lijfgerecht.


Stukje ook op Doorbraak

30 november 2014

Gecorrigeerd weerbericht bij Simenon


Een gevoelige afzwakking van het sombere beeld dat ik onder invloed van Simenon in een vorig blog schetste van de weersomstandigheden in Parijs, vond ik in “Maigret et l’homme du banc” (1953). Mijn lezer kan de indruk hebben opgedaan van wel, maar het is zeker niet zo dat het in Parijs al-tijd regent:


Il ne plut pas de la journée. Tout au moins n’y eut-il pas de pluie visible, mais les pavés restaient mouillés, plus gras à mesure que la foule les piétinait. Puis, vers quatre heures de l’après-midi, un peu avant que la nuit tombe [dit mag vroeg lijken, maar het is 19 oktober], la même brume jaunâtre que le matin était descendue sur Paris, brouillant la lumière des lampadaires et des étalages.


24 november 2014

Ook politicologen mogen niet voortdurend schertsen


«Il faut s'appliquer avec soin dans les grandes affaires, encore plus que dans les autres, à se défendre du goût que l'on trouve à la plaisanterie.» In belangrijke zaken, meer nog dan bij andere, dien je zorgvuldig erover te waken niet toe te geven aan je neiging tot scherts, schreef in de zeventiende eeuw Jean-François Paul de Gondi, cardinal de Retz.
Deze wijsheid lijkt me nog niet doorgedrongen tot bij alle beoefenaren van de wetenschap der politicologie. Ik las via Blendle een interview in de NRC, en hun correspondent Tijn Sadée probeerde daar een ernstig woord uit prof.dr.Marc Hooghe te krijgen. Hij antwoordde met de ene kwinkslag op de andere:

“Veranderen en het invoeren van strenge regels, daar houdt de Belg niet van. Een land als Nederland is rigide als het op begrotingsregels aankomt. België is rigide als het om tradities gaat. En één van onze Latijnse tradities is: laat-maar-waaien. Daar voelen Walen én Vlamingen zich goed bij.”
Belgen bestaan dus wel degelijk volgens onze wetenschapper, en ze voelen zich goed bovendien, al spreekt hij daar een honderd jaar oude zin van Jules Destrée tegen. Ook lijkt prof.dr.Hooghe de gedachte toegedaan dat "la Belgique sera Latine ou elle ne sera pas".
Een geletterde mens denkt hier aan de honderd jaar oude uitspraak van de wallingant Raymond Colleye. En laat die uitspraak onze schertsende politicoloog zelfs onbekend zijn, niets belet dat hij een eeuw later, en nu op basis van wetenschappelijk onderzoek tot eenzelfde inzicht kan zijn gekomen.
Ik neig tot deze laatste veronderstelling want zijn “rigide op gebied van tradities” is onbetwistbaar een eigen wetenschappelijke vondst.
Tijn Sadée blijft er ernstig bij:

De fout die de nieuwe regering volgens Marc Hooghe maakt, is „dat ze te dicht bij de burger komt”. „Belgen zijn anarchistisch van aard”, zegt de hoogleraar. „Ze houden de overheid graag op afstand. De Belg zegt: ‘Regering, blijf van ons imperfecte land af!’ ”
Ik vraag mij af waar onze wetenschapsman dat protest mag opgevangen hebben, en waar hij die waarschuwing van “de Belg” heeft opgetekend.
De NRC-journalist probeert nu nog een laatste keer Marc een soort sérieux op te dringen:

“Maar kapotte wegen, stroomuitval, dreigend bankroet bij Justitie – dat zijn toch ‘dingen’ die je als politicus wil aanpakken?”
Hooghe: „In België is het belangrijk dat je eigen huis en tuin er goed uitzien, maar níét de ruimte die van iedereen is. Belgen kunnen goed leven met verwaarlozing. Daar schuilt een zekere schoonheid in.” 
Dit is geen eigen vondst. Bij politicologen, columnisten en journalisten duikt die Belgische schoonheid wel vaker op, soms vergezeld van het adjectief “surrealistisch”. Ook bij intellectuelen als Hertmans of Arno tref je ze aan. Elders nooit, tenminste ik ken niemand die het daar ooit over heeft.

Maar aangezien je nooit duidelijk genoeg kunt zijn, en de katholieke universiteit Leuven Hooghe in dienst wenst te houden (weliswaar met gemeenschapsgeld), is het misschien goed om hier de woorden van de Retz eens extra te laten onderstrepen door een andere geestelijke: Baltasar Gracián s.j. in zijn “Handorakel en de kunst van de voorzichtigheid”, zoals vertaald door Theo Kars.

76. Niet voortdurend schertsen. Het verstand kenmerkt zich door ernst, die hoger wordt aangeslagen dan geestigheid. Wie altijd grapjes maakt, wordt niet ernstig genomen. Men behandelt hem hetzelfde als iemand die liegt: men gelooft hem niet op zijn woord. De een wordt gewantrouwd om zijn leugens, de ander om zijn grappen. Men weet bij hen nooit wanneer hun verstand spreekt, wat erop neerkomt dat men hun dit niet toekent. Niets is zo storend als voortdurende geestigheid. Het komt vaak voor dat iemand de naam verwerft een vlot prater te zijn, maar zijn reputatie van zinnigheid verliest. Er is niets tegen een grapje op zijn tijd, als men voor de rest maar ernstig is.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html