28 augustus 2014

Bevreemdende wittebroodsweken


"Entre Moscou et Tel-Aviv, une étrange lune de miel", schrijft Le Monde Diplomatique in zijn septembernummer:

L’incident n’est pas passé inaperçu. Lors de la réunion de l’Assemblée générale de l’Organisation des Nations unies (ONU) du 27 mars 2014, destinée à condamner l’annexion de la Crimée par Moscou, le représentant israélien a brillé par son absence. Au grand dam des États-Unis, Tel-Aviv s’est abstenu de voter une résolution appelant à ne pas reconnaître le rattachement de la péninsule à la Fédération de Russie. Cet épisode est venu confirmer la complexité des relations israélo-russes. Car, en dépit de leurs différends toujours aussi fondamentaux sur le nucléaire iranien, Israël et la Russie entretiennent un dialogue constructif. Faisant de plus en plus figure de citadelle assiégée sur la scène proche-orientale, Israël a pris acte de l’érosion de l’influence américaine dans la région, qui, par contrecoup, favorise celle du Kremlin.
[Het incident ging niet ongemerkt voorbij. Bij de Algemene Vergadering van de UNO van 27 maart 2014, bedoeld om de annexatie van de Krim door Moskou te veroordelen, schitterde de Israëlische vertegenwoordiger door zijn afwezigheid. Tot groot ongenoegen van de VS, heeft Tel-Aviv afgezien van de stemming over een resolutie die opriep om de aanhechting van het schiereiland bij de Russische Federatie niet te erkennen. Deze episode was een bevestiging van de complexiteit van de relatie tussen Israël en Rusland. Want, hun blijvende meningsverschillen over het kernprogramma van Iran ten spijt, onderhouden Israël en Rusland een opbouwende dialoog. Terwijl het op het toneel van het Midden-Oosten meer en meer op een belegerde vesting begint te lijken, heeft Israël geconstateerd dat de Amerikaanse invloed in de regio geërodeerd raakt, wat van de weeromstuit die van het Kremlin bevordert.]

Aan het woord is de historicus en defensiespecialist Igor Delanoë.
Nu had ik van die onthouding of afwezigheid van Israël niets gelezen in de kranten hier. Misschien merkten onze journalisten die onthouding of afwezigheid niet op, of ze vonden ze het vermelden niet waard, of, dat kan vanzelfsprekend ook, ik keek er gewoon over en er is wél verslag van gedaan (iemand zei me dat hij in Le Soir misschien iets had gezien, maar hij wist het niet zeker). Deze kwestie ging, meen ik, toch ongemerkt voorbij.

Maar een mens moet aan vele dingen denken, want veel machtsevenwichten verschuiven, en om bijvoorbeeld de situatie in Oekraïne te beoordelen, om het standpunt daaromtrent van de VS en dat van de EU, hun onecht kind, en dat van de NAVO, hun legitiem kind te begrijpen, en om het stilaan verdachte officiële (en journalistieke) stilzwijgen rond de neergehaalde MH17 te verklaren, lijkt me die tanende macht van de VS toch niet een verwaarloosbaar detail.

Zou het kunnen, je mag er niet aan denken, dat Rusland in dezen minder te verbergen heeft dan sommige anderen, die wel beschuldigingen uitten maar niet met bewijzen voor de dag willen komen? Zou het de NAVO, de VS, de EU niet goed uitkomen als de zaak rond de MH17 nog een flinke tijd in het ongewisse bleef, en intussen tegen Rusland uitgespeeld kon worden?

En dan komt die Rasmussen (niet te verwarren met de coureur) doodgemoedereerd verklaren dat: Punt is, dat om het even welke potentiële agressor moet weten dat als hij er nog maar aan mocht denken een NAVO-bondgenoot aan te vallen, hij niet alleen soldaten uit het desbetreffende land voor zich krijgt, maar ook NAVO-manschappen. (The point is that any potential aggressor should know that if they were to even think of an attack against a Nato ally they will meet not only soldiers from that specific country but they will meet Nato troops.)

Oekraïne is weliswaar geen NAVO-lid, maar anderzijds lijkt het er wel op alsof het toevallig een “bondgenoot”, an ally zou kunnen zijn in een strijd die wij nog niet mogen kennen en die met geheimhouding het best is gediend.


26 augustus 2014

Dostojefski, niet over de Krim, maar over Constantinopel


In 1986 besprak de sinoloog Simon Leys een reisverslag dat toen nog heel vers was, de Impressions d'Asie van Bernard-Henri Lévy. Dat boek hing aaneen van de fouten, woordkramerijen en platitudes lezen we. Leys gaf in zijn recensie zeven of acht voorbeelden, onder de titel: Une Excursion en haute Platitude

Helaas is die mooie titel slecht te vertalen. Zijn beginzinnen vertalen lukt misschien nog net, en de rest vindt u in de verzamelbundel: L'Humeur, l'Honneur, l'Horreur (Robert Laffont, 1991). 

Dans son aimable insignifiance, l'essai de M. Lévy semble confirmer l'observation d'Henri Michaux: "Les philosophes d'une nation de garçons-coiffeurs sont plus profondément garçons-coiffeurs que philosophes." Quiconque a jamais dû essuyer, pendant la durée d'une tonte, la faconde d'un figaro inspiré en aura fait l'expérience: des propos qui manquent de sérieux se sont pas nécessairement drôles pour autant. 
[In zijn beminnelijke onbenulligheid lijkt het essay van M. Lévy de opmerking van Henri Michaux te bevestigen: "Filosofen van een natie van kappersjongens, blijven ten diepste kappersjongens eerder dan filosofen." Iedereen die voor de duur van een scheerbeurt de woordenvloed van een bevlogen figaro heeft moeten doorstaan, zal het al  hebben ondervonden: praatjes die elke ernst missen, zijn daarom niet noodzakelijk grappig.]
Leys ried Lévy nog aan om iets te schrijven in de aard van: "Impressions de Pontoise", zijnde een stadje van dertigduizend inwoners.

Nu las ik gisteren in De Standaard ('s maandags verschijnt De Tijd niet), dat de beminnelijke professor Rik Coolsaet een paar impressies ten beste heeft gegeven over de grote wereldpolitiek. Over het jihad-terrorisme had hij het deze keer niet (dat terrorisme is immers "geschiedenis geworden", hoogstens enkele "heel kleine vriendengroepjes, soms familie" houden zich er nog mee bezig, zonder veel succes overigens), maar wel over het grote Rusland:
'Poetin denkt nog steeds in het 19de-eeuwse concept van invloedszones', zegt de Gentse hoogleraar Rik Coolsaet. 'Volgens Poetin heeft Rusland een veiligheidsbuffer nodig. Hij ervaart Oekraïens lidmaatschap van de Navo als een bedreiging.' Maar de Centraal- en Oost-Europeanen gruwen van zo'n [bedoeld wordt “zulke”] geopolitieke afspraken, weet Coolsaet.

Opmerkelijk is dat de Navo dat verouderde concept blijkbaar niet hanteert, volgens de professor.

Kijk Rik, voor politicologen volstaat het misschien om iets 19de-eeuws te noemen en het af te schrijven, en misschien denken zij dan wel iets verklaard te hebben omdat ze een etiketje hebben gekleefd, maar ernstige mensen vinden dit coiffeurspraatjes.

Maar om jouw negentiende-eeuwse fantasieën nog wat voedsel te geven, zal ik even Dostojefski citeren. In het Duits weliswaar, want ik kocht bij De Slegte destijds zijn Sämtliche Werke voor een appel en een ei, wegens in Frakturschrift en daar wil gelukkig niemand nog aan. Mag ik er, met mijn excuses, van uitgaan dat voor iemand die de Grote Wereldpolitiek bestudeert het Duits geen hinderpaal is?
En zoals je zult zien, Rik, is Vladimir nog de kwaadste niet. Fjodor had destijds heel andere plannen:


Ja, Byzanz muß unser werden, und nicht nur als berühmter Hafen, als »Pforte«, als »Mittelpunkt der Welt«; nicht nur vom Standpunkt der längst anerkannten Notwendigkeit für solch einen Riesen wie Rußland, endlich aus seinem verschlossenen Zimmer, in dem er schon bis zur Decke gewachsen ist, in die weite Welt hinaustreten und die freie Luft der Meere und des Ozeans atmen zu können. 
Fjodor Michailowitsch Dostojewski
Früher oder später muß Konstantinopel doch uns gehören (März 1877)
(Politische Schriften, Sämtliche Werke II,13, München, 1923, S.356)


Stukje verschenen in Doorbraak

17 augustus 2014

Een nieuwe rubriek in De Tijd


Bij belangrijke beslissingen is het verstandig om eerst je horoscoop te raadplegen. De Romeinse keizers deden dat, en later volgden Ronald Reagan, François Mitterrand, Tony Bliar en nog vele andere presidenten en ministers hun goede voorbeeld.

Het is ook een kleine moeite: je slaat het eerste het beste vrouwenblad open, en je vindt een horoscoop die helemaal bij jouw sterrenbeeld past. Ook sommige kranten bieden hun lezers die service aan.
Waarom de zogenaamde kwaliteitskranten dat niet doen, is mij een raadsel. Zij laten hun lezers over aan het blinde lot, waardoor dezen aangewezen zijn op horoscopen die ze op het web vinden, en iedereen weet hoe onbetrouwbaar de berichtgeving daar vaak is.

Op het web las ik bijvoorbeeld onder de afdeling Leeuw een verontrustende mededeling. Het hoofdstuk liefdesleven sla ik over omdat jullie daar ten eerste geen zaken mee hebben, en omdat het toch altijd algemeenheden zijn: geduld hebben, niet te hard van stapel lopen, niet tegendraads zijn, een dipje is normaal, als de basis goed is dan komt het wel in orde en dergelijke.
Maar er stond ook iets over geld: “17 augustus 2014 | Er kan dit weekend een vervelende brief bij de post zitten. Misschien wel van een deurwaarder. Schrik niet meteen, maar vraag je af of het wel terecht is. Onderneem wel meteen actie, want als je het laat liggen komt er niets meer van. Dus, schrijf meteen dat bezwaarschrift, ook al is het weekend.”
Ik heb mijn bus direct gecontroleerd, ook al is het weekend, maar vond tot mijn verbazing niets.

Achteraf gezien had ik mij helemaal niet ongerust hoeven maken, want gisteren nog had ik de horoscoop in DeTijd geraadpleegd (p.29), en daar was de titel heel geruststellend: “Geopolitieke crisissen geen reden tot paniek”. De wichelaar Peter Van Maldegem vertelt ons dat fondsenbeheerders zich niet al te zenuwachtig tonen over Oekraïne, de Islamitische Staat, Ebola en zo meer. Veel actie ondernemen ze niet, geen grote verschuivingen in hun portefeuilles, en over het algemeen kijken ze de kat uit de boom. Maar zijn artikel viel nogal lang uit besefte Peter, en daarom voegde hij in een klein kadertje een mooi astrologisch tekstje toe.
We mogen hopen dat De Tijd hier een vaste rubriek van zal maken.

12 augustus 2014

Simon Leys over sociologie en aanverwante


Om terug te komen op het onuitputtelijke werk van Simon Leys, geef ik nog een enkele van de tientallen en dozijnen passages die mij bij hem bevallen. Toevallig komt ze ook uit het genoemde boek Le Bonheur des petits Poissons:


Quand on lit certains ouvrages de sociologie, de sciences politiques ou de théorie littéraire, on souscrirait volontiers à cette suggestion jadis formulée par un de mes collègues: de même que les gouvernements de certains pays hyperdéveloppés paient de temps à autre leurs paysans pour qu’ils ne produisent pas de beurre ou de maïs, ne pourrait-on pas subsidier certains universitaires pour qu’ils cessent d’écrire des livres?

Als je bepaalde sociologische werken leest, of over politieke wetenschappen of over literatuurtheorie, dan zou je grif instemmen met de suggestie die een van mijn collega’s destijds deed: net zoals de regeringen van bepaalde hyperontwikkelde landen hun boeren van tijd tot tijd geld toestoppen om geen boter of mais te produceren ...zou het ook niet mogelijk zijn om bepaalde universitairen te subsidiëren om hen te laten ophouden met boeken schrijven?

In Memoriam Simon Leys


"Il est si peu provencial que l'on a peine à croire qu'il soit un Français moderne", zei destijds iemand over Cartier-Bresson, en hetzelfde geldt voor Simon Leys.


Gisteren stierf in Canberra Pierre Ryckmans, geboren in Brussel in 1935 en van afkomst Antwerpenaar. Onder zijn auteursnaam Simon Leys genoot hij wereldfaam. Hij schreef tientallen boeken, honderden essays – bijvoorbeeld in The New York Review of Books –, vertaalde uit het Chinees en het Engels. Zijn onderwerpen waren heel uiteenlopend, politiek, de kunst van het zeilen, de betekenis van de Chinese kalligrafie.
Vooral was hij een grote Franse auteur met een ontwapenend eenvoudige en vaak grappige stijl. Enkel zijn understatements verraden al dat hij verder keek dan de Franse wereld alleen. Hij bewonderde bijvoorbeeld de Havelaar, meer dan velen onder ons misschien.
Marnix Gijsen moet eens gezegd hebben dat Georges Simenon de enige Belg was die voor de Nobelprijs literatuur in aanmerking kwam. Hij had gelijk, maar Leys schreef toen nog niet. Bij de «Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique» kreeg Leys in 1990 trouwens de stoel van Simenon.
Ik bekijk nu even mijn rijtje boeken van hem, en hoe kun je een auteur beter eren dan door hemzelf aan het woord te laten? Ik kies, en vertaal naar best vermogen een fragmentje uit een van zijn jongste boeken die ik bezit: “Le Bonheur des petits Poissons” (Jean-Claude Lattès, 2008). Het is een essaybundel, en dit essay heet:

Notre seul parapluie
Du rôle de l’art
dans les expéditions polaires en particulier, et dans la vie en général.

Il y a quelques années – vous en souvenez-vous ? – l’acteur anglais Hugh Grant fut arrêté par la police de Los Angeles, comme il se livrait dans un lieu public, en compagnie d’une dame de la nuit, à une activité particulièrement privée. Pour le commun des mortels, pareille mésaventure serait simplement embarrassante mais, pour un acteur aussi célèbre, elle aurait pu avoir des conséquences catastrophiques : toute sa carrière hollywoodienne parut un moment sur le point de sombrer. Au milieu de ce marasme, il fut interviewé par un journaliste américain, qui lui posa une question …très américaine : « Recevez-vous maintenant les conseils d’un psychothérapeute ? – Non, répondit Grant, en Angleterre, nous lisons des romans. »
[…]
À cet égard, il est révélateur de noter, par exemple, que le célèbre explorateur polaire Mawson avait donné à ses enfants la sévère consigne de ne jamais lire de romans, mais au contraire de donner toute leur attention aux biographies des grands hommes et aux ouvrages historiques – seules lectures propres à leur assurer un sain développement intellectuel.
Cette opinion mérite qu’on s’y arrête un moment, car elle reflète deux malentendus très courants. La première erreur consiste à ne point percevoir que tout ouvrage littéraire, par définition même, est œuvre d’imagination (et même s’il ne l’est pas au départ, placé en bonnes mains, il ne tarde pas à le devenir : l’annuaire du téléphone était une lecture favorite de Simenon). Les distinctions de genre – romans et histoire, prose et poésie, fiction et essai – sont conventionnelles et n’existent que pour la commodité des bibliothécaires. Les romanciers sont les historiens du présent, les historiens sont les romanciers du passé, et tout écrit qui présente une certaine qualité littéraire aspire essentiellement à être poème.
La seconde erreur mawsonienne repose sur une vue naïve de ce qui serait « sain ». L’illustre docteur Farabeuf nous avait déjà mis en garde : « La bonne santé est un état précaire qui ne présage rien de bon ». [...]

Onze enige paraplu
Over de rol van de kunst,
bij poolexpedities in het bijzonder en bij het leven in het algemeen

Enkele jaren terug – herinnert u zich dat nog ?– werd de Engelse acteur Hugh Grant aangehouden door de politie van Los Angeles terwijl hij op een publieke plaats, in het gezelschap van een nachtmadelief zich overgaf aan een activiteit met een uitgesproken privékarakter. Voor de gewone sterveling zou een dergelijke tegenslag simpelweg pijnlijk zijn, maar voor een zo bekende acteur had dit catastrofale gevolgen kunnen hebben: heel zijn Hollywoodcarrière leek op een bepaald moment schipbreuk te zullen lijden (Leys was zoals gezegd een zeiler en schreef daar veel over, vertaalde bijvoorbeeld ook het meesterwerk “Two Years before the Mast” van Richard Dana, voorloper van Herman Melville). Nog volop in die malaise werd hij door een Amerikaanse journalist geïnterviewd, en die stelde hem een …zeer Amerikaanse vraag: “Gaat u nu te rade bij een psychotherapeut? – Neen, antwoordde Grant, in Engeland lezen wij romans.”
[…]
Nog in dit verband, is het bijvoorbeeld veelzeggend dat de beroemde poolreiziger Mawson aan zijn kinderen het strenge consigne had meegegeven nooit romans te lezen, maar integendeel alle aandacht te wijden aan biografieën van grote mannen en aan historische werken – de enige lectuur die borg kon staan voor een gezonde intellectuele ontwikkeling.
Deze mening verdient het dat we er even bij stilstaan, want zij laat twee heel courante misverstanden zien. De eerste vergissing bestaat erin dat zij niet opmerkt dat elk literair werk, per definitie, een product van de verbeelding is, en zelfs als dat aanvankelijk niet zo is, dan wordt het er al snel een, vooropgesteld dat het in goede handen terechtkomt: telefoonboeken behoorden tot de lievelingslectuur van Simenon). Die onderverdelingen in genres – romans en geschiedenis, proza en poëzie, fictie en essay – zijn conventioneel en bestaan enkel ten gerieve van bibliothecarissen. Romanciers zijn de historici van het heden en de historici zijn romanciers van het verleden, en ten diepste verlangt elk geschrift dat aanspraak maakt op een zekere literaire kwaliteit, poëzie te zijn.
De tweede mawsoniaanse vergissing berust op een naïeve opvatting over wat “gezond” zou zijn. De beroemde dokter Farabeuf (Franse chirurg van de negentiende eeuw) had ons al gewaarschuwd: “Gezondheid is een precaire toestand die weinig goeds voorspelt”. [...]

Eerst verschenen in Doorbraak


PS: ook hier lees je enkele dingen over Simon Leys.



31 juli 2014

Eerst was het Libië, nu Oekraïne


In zijn augustusnummer heeft Le Monde Diplomatique weer een paar interessante artikels. Artikels zijn namelijk interessant als zij bevestigen wat ikzelf al lang wist en schreef, en wat de gemiddelde journalist, bijvoorbeeld in het jaar 2011 wist noch schreef.

Ook hebben ze bij Le Monde Diplomatique altijd mooie koppen, zodat je als lezer niet voor verrassingen staat.
Zo vraagt men op p.8 : Fallait-il tuer Kadhafi?  In het licht van de recente ontwikkelingen in Libië is het antwoord vanzelfsprekend neen, en sommige politici en journalisten zullen dat nu ook inzien, maar in 2011 was hun antwoord nog anders.
Onze Kamerleden vonden het unaniem toen een mooi humanitair idee om Libische burgers een beetje te bombarderen. Ze wilden op die manier voorkomen dat Kadhafi dat zelf zou doen (een ondertitel in het artikel van LMD luidt: Derrière le prétexte humanitaire). Mensen die op een slinkse manier hun zitje krijgen, want ongrondwettelijk wás hun verkiezing, zijn eenmaal doller en gevaarlijker dan regelmatig verkozenen.

In Knack schreef ik in 2011 tegen die barbaarsheid, maar de 150 genieën in de Kamer vonden helaas dat het niet anders kon, en ook onze journalisten waren opgeruimd en blij. Er gebeurde nog eens wat! Sommigen van hen hadden wellicht de ridicule Franse filosoof Bernard-Henri Lévy gehoord of gelezen, en hem zo goed en kwaad als mogelijk vertaald.
Maar kom, dat is alweer jaren geleden, en laten we even kijken wat de titel is op p.9.

«Médias français en campagne ukrainienne», lezen we, en we krijgen een overzicht van wat de Franse pers te bieden had de laatste weken.
Dat is niet zo fraai. Leugens, dwaasheden en vooringenomenheden. Net zoals hier dus. Een zender als France Culture meldde op 6 mei dat: «les paramilitaires séparatistes venaient d’arracher les globes oculaires [de trois officiers ukrainiens] avec un couteau». Hen de ogen uitgestoken dus, zoals men in andere culturen koppen afsnijdt en harten opeet.
Ja, achteraf was dat een vals bericht, maar in momenten van opwinding kunnen analogieën journalisten parten spelen.

De schertsfilosoof BHL komt op p.9 trouwens nog eens ter sprake, met zijn Maidanspeech: «Les vrais Européens, c’est ici, sur Maïdan, qu’ils se trouvent réunis», hurlait-il aux manifestants de Kiev le 9 février. ["Hier op het Maidanplein is het dat de echte Europeanen bij elkaar staan", schreeuwde hij de negende februari de manifestanten in Kiev toe.]

En nog een ander Frans licht komt op p.9 aan bod: André Glucksmann l’imita dans un texte lu devant la foule à Kiev et reproduit sur le Huffington Post français (5 mars) : « Nous sommes unis contre les relents de totalitarisme rouge ou noir. Tenez bon, le sort de l’Ukraine dépend de vous, le monde entier retient son souffle devant votre courage. Vous, les gars  et les filles de Maïdan, vous êtes les étoiles du drapeau de l’Europe. »
À l’instar de nombreux journalistes occidentaux, Glucksmann semblait ignorer que le drapeau horizontal rouge et noir souvent brandi à Maïdan par des militants était celui de l’Armée insurrectionnelle ukrainienne (UPA), la branche militaire de l’Organisation des nationalistes Ukrainiens (OUN), qui collabora avec le IIIe Reich.
[André Glucksmann deed hem dat na met een tekst die hij aflas voor de massa in Kiev, en die te vinden is op de Franse Huffington Post van 5 maart: “Wij zijn eendrachtig in de strijd tegen de walm van het rode of zwarte totalitarisme. Houd vol, het lot van Oekraïne ligt in uw handen, uw moed laat heel de wereld zijn adem inhouden. Jullie, de jongens en meisjes van Maidan, jullie zijn de sterren van de Europese vlag.”
Net zoals meer westerse journalisten scheen ook Glucksmann niet te weten dat de horizontaal zwart-roodgestreepte vlag waar op het Maidanplein vele militanten mee zwaaiden, die was van het Oekraïens Opstandelingenleger, de militaire tak van de Organisatie van Oekraïense Nationalisten, die met het Derde Rijk collaboreerden.]

Dat tussendoor ook Guy Verhofstadt zijn duit in het zakje was komen doen, vermeldt Le Monde Diplomatique helaas niet. Dat was op 21 februari, en moest vooral zijn eigen kiescampagne dienen, zal de auteur geoordeeld hebben. Het moet erg zijn om nog minder ernstig te worden genomen dan een BHL.

Maar de auteur, Mathias Reymond, maître de conférences aan de universiteit van Montpellier, besluit met een optimistische noot:
Au demeurant, les violences impliquant l’extrême droite alliée au nouveau pouvoir issu de l’insurrection, l’organisation du référendum en Crimée, l’éclatement de la guerre civile dans l’est du pays rendaient moins tenable l’unilatéralisme éditorial.
[Overigens, het geweld waarbij extreem rechts betrokken is, en dat met de nieuwe machthebbers is gelieerd die na de opstand aan de macht kwamen, en verder het houden van het referendum in de Krim en de uitbarsting van de burgeroorlog in het oosten van het land maakten, voor de hoofdartikelschrijvers hun eenzijdigheid minder houdbaar.]

Bij ons moet dat laatste vooralsnog blijken.


Stukje verschenen op Doorbraak

22 juli 2014

Raison d'État


 Il y a quelques jours, en fin de semaine dernière, le Front National disait: soyons prudents, attention, ne pointons pas tout de suite du doigt! Les séparatistes pro-russes aujourd’hui, tous les éléments semblent pointer la responsabilité vers ces séparatistes. Est-ce que vous n’avez pas fait une erreur au Front National de les soutenir, ces séparatistes pro-russes?

 
 Non, on ne les soutient pas. On ne soutient pas les séparatistes pro-russes. Nous avons une position, encore une fois, qui défend les intérêts de la France. Mais nous disons: attention, ce n’est pas parce que les États-Unis en trois heures vous trouvent des preuves et des coupables, que c’est vrai. Parce que…

 Pour vous c’est pas vrai?

 Mais je ne sais pas si c’est vrai... mais parce que la parole des États-Unis est très décrédibilisée, notamment depuis la guerre d’Iraq. On sait bien qu’ils ont l’habitude aux Am… les Américains de trouver des preuves et des coupables en trois heures quand ça les arrange. Alors, la France doit fonder sa position sur la vérité, la réalité, parce que les conséquences sont potentiellement explosives, et non sur l’intérêt d’autres puissances.


 Vóór een paar dagen, eind vorige week zei het Front National: laten we voorzichtig blijven, opgelet en niet meteen met het vingertje wijzen! Vandaag lijken alle elementen in de richting van die pro-Russische separatisten, en van hun verantwoordelijkheid te wijzen. Hebben jullie bij het Front National niet een fout gemaakt door hen te steunen, die pro-Russische separatisten?
 Nee, wij steunen die niet. Wij steunen de pro-Russische separatisten niet. Onze insteek, nogmaals, is de verdediging van de Franse belangen. Maar wij zeggen wel: opgepast, het is niet omdat op de tijd van drie uur de Verenigde Staten u bewijsmateriaal en verdachten leveren, dat dit ook waarheid is, want…
 Voor u is het niet waar?
 Kijk, ik weet niet of het waar is, maar het woord van de Verenigde Staten is bijzonder ongeloofwaardig geworden, zeker sinds de oorlog in Irak. We weten allemaal dat het de gewoonte is in Am… dat de Amerikanen in drie uur tijd bewijsmateriaal en schuldigen zullen vinden als hen dat goed uitkomt. Maar Frankrijk moet zijn positie bepalen op grond van de waarheid, de realiteit, en niet laten afhangen van de belangen van andere mogendheden, want de gevolgen kunnen explosief zijn.

Florian Philippot, ondervoorzitter van het Front National (en die ooit een thesis schreef over de gevolgen voor de EU, van de splitsing van België), heeft natuurlijk overschot van gelijk. De Amerikanen logen over Pearl Harbor, over Tonkin, over de Varkensbaai, over het neerhalen van het Iranees lijnvliegtuig, over zo veel. Anderzijds, alle staten liegen, ook Frankrijk, en ook over het neerhalen van een passagierstoestel, zoals we toevallig lazen in Le Monde Diplomatique van deze maand.
Maar dat de leugen onder Bush-Bliar nieuwe hoogtepunten heeft bereikt is zeker waar, en die smerige schuld is nog lang niet afbetaald.


21 juli 2014

Waarom haten onze journalisten Poetin?

(en al van lang vóór de crash in Oekraïne)

Tussen kranten bestaan er grote verschillen, en bij een gebeurtenis van mondiale betekenis komen die goed tot uiting. Neem Le Temps, een degelijke Geneefse krant. Die schreef direct na de ramp met de Boeing heel genuanceerd dat de verantwoordelijken te vinden konden zijn «à Donetsk, à Moscou, à Kiev ou ailleurs. Le pire serait maintenant de salir, par des mensonges d’Etat, la mémoire des 295 disparus.» Bij een ding als de Daily Mirror deed men dat anders, en zij waren niet de enigen.

Maar ook een ernstige krant als Le Temps lijdt soms een dag later al aan geheugenverlies:
«Si les rebelles séparatistes disposent désormais d’un équipement sophistiqué et d’armes lourdes, c’est que la Russie les leur a fournis. Ou qu’elle a fermé les yeux de manière bienveillante sur les convois d’armements que les ultranationalistes russes, venus en renfort des insurgés, ont acheminés en Ukraine. Comment douter en effet de l’expertise russe en matière de contrôle des frontières? Impossible de passer de Russie en Ukraine sans que les services secrets russes en soient informés.»
[Als de separatistische rebellen inmiddels over gesofisticeerd en zwaar wapentuig beschikken, dan heeft Rusland hen dat geleverd. Of het moet welwillend de ogen hebben dichtgeknepen voor de konvooien, in Ukraine aangevoerd door de ultranationalistische Russen die de opstandelingen kwamen versterken. Wie zou er immers kunnen twijfelen aan de expertise van de Russen als het op grensbewaking aankomt? Onmogelijk om van Rusland naar Oekraïne te gaan, zonder dat de Russische geheime dienst daarvan op de hoogte zou zijn.]

Dat de negentienjarige Duitse student Mathias Rust op 28 mei 1987, in volle Koude Oorlog met zijn Cessna-sportvliegtuigje in hartje Moskou landde, is men bij Le Temps blijkbaar al vergeten.

Een paar dagen voor de crash in Oekraïne kreeg ik een boekje in mijn bus, een aflevering van een maandblad met als titel “Wladimir Putin, Reden an die Deutschen”, uitgegeven door Jürgen Elsässer en Yasmine Pazio, met daarin teksten van redevoeringen die Poetin hield in Duitsland, of gericht tot de Duitsers. Soms zijn ze vertaald, soms sprak Poetin zelf Duits. Hoofdredacteur Jürgen Elsässer verklaart waarom hij die teksten graag wilde publiceren:

Putin wird von unseren Medien und Politikern dämonisiert. Andererseits, die Bevölkerung ist relativ Rußland-freundlich, wahrscheinlich das Rußland-freundlichste Land in Europa, außerhalb Serbiens vielleicht, und wir wollten dieser spontanen Stimmung pro-Putin Argumente verschaffen und deswegen haben wir die wichtigsten Reden von Wladimir Putin auf Deutsch übersetzt oder zusammengetragen, damit jeder sich ein objektives Bild machen kann. […]  Ohne deutsche Unterstützung können die USA den Krieg den sie führen wollen nicht entfesseln, deswegen ist hier ein neuralgischer Punkt. Ich glaube die Entscheidungen über Krieg und Frieden fallen in Berlin, und das war auch ein Motiv für uns dieses Buch zu machen, um eben hier im Hotspot Deutschland die Meinung Richtung Frieden zu beeinflussen.


[Poetin wordt door onze media en politici gedemoniseerd. De bevolking anderzijds is Rusland relatief welgezind. Wij zijn waarschijnlijk het meest Russischgezinde land in Europa, op Servië na wellicht. Wij wilden die spontane pro-Poetin-stemming van argumenten voorzien en daarom hebben wij de belangrijkste redevoeringen van Vladimir Poetin naar het Duits vertaald of ze verzameld, zodat elkeen zich een objectief beeld kan vormen. […] De oorlog die zij willen voeren kunnen de VS niet zonder Duitse steun ontketenen, en dit is bijgevolg een zeer gevoelig punt. Ik meen dat de beslissingen omtrent oorlog en vrede in Berlijn vallen, en dit was voor ons ook een beweegreden om dit boek te , maken, om juist hier in de hotspot Duitsland de mening te beïnvloeden in de richting van vrede.]

De ondertitel van het boekje luidt: “Vom Selbstbestimmungsrecht gegen die Neue Weltordnung. Was der russische Präsident wirklich sagte – Originaltexte von 2001 bis 2014, en hij verklaart al meteen waarom Poetin bij onze krantenmakers zo slecht ligt.
Poetin is namelijk geen aanhanger van de politieke correctheid en hij gebruikt vaak begrippen die slecht aankomen.
Een klein stukje uit zo’n redevoering “Die Identitäten der Völker erhalten”, kan hier als voorbeeld dienen. Voor onze hoofdartikelschrijvers is zo’n titel op zich al een provocatie. Poetin sprak die rede uit op 19 september 2013 in Novgorod, “het spirituele centrum van Rusland” noemt hij die stad, op het Valdai-forum, een jaarlijks congres van historici, filosofen en velerlei experten die zich met de Russische binnen- en buitenlandse politiek bezighouden.
Onder meer dit vertelde Poetin daar:

[…] Eine weitere Herausforderung für die russische Identität hängt mit den Prozessen zusammen, die wir in der Welt beobachten. Dazu zählen außenpolitische und moralische Aspekte. Wir sehen, dass viele euro-atlantische Staate den Weg eingeschlagen haben, ihre eigenen Wurzeln zu verneinen beziehungsweise abzulehnen, einschließlich der christlichen Wurzeln, die die Grundlage der westlichen Zivilisation bilden. In diesen Staaten werden moralische Grundlagen und jede traditionelle Identität negiert. Nationale, religiöse, kulturelle oder sogar geschlechtliche Identitäten werden verneint. Dort wird eine Politik durchgesetzt, die eine kinderreiche Familie mit einer homosexuellen Partnerschaft gleichsetzt.
[Nog een andere uitdaging voor de Russische identiteit hangt samen met ontwikkelingen die wij in de wereld bemerken. Ze raken aan de buitenlandse politiek en vertonen ook morele facetten. Wij zien dat vele Euro-Atlantische staten een weg zijn ingeslagen die de ontkenning van hun eigen wortels inhoudt, of deze zelfs verwerpt, inbegrepen de christelijke wortels die de grondslag van de Westerse beschaving vormen. In deze staten worden morele beginselen en elke traditionele identiteit afgewezen. Nationale, religieuze, culturele of zelfs seksuele identiteiten worden ontkend. Daar wordt een politiek gevoerd die een kinderrijk gezin op gelijke voet plaatst met een homoseksueel partnerschap.]

Dit is duidelijk een verwijzing naar de weigering van de EU om het woord christelijk op te nemen in haar handvest dat geen grondwet mag heten, en naar enkele merkwaardige besluiten van het Hof voor de Rechten van de Mens.

Die Exzesse der politischen Korrektheit in diesen Ländern führen dazu, das sogar ganz ernsthaft die Zulassung von Parteien diskutiert wird, die sich für die Pädophilie einsetzen.
Die Menschen in vielen europäischen Staaten schämen sich und haben regelrecht Angst, offen über ihre religiöse Zugehörigkeit zu sprechen. Christliche Feiertage und Feste werden abgeschafft oder sogar umbenannt. Damit versteckt oder verheimlicht man den tieferen moralischen Wert dieser Feste. Und dieses Modell versuchen diese Leute aggressiv weltweit zu exportieren. Ich bin überzeugt, dass das der direkte Weg zur Degradierung und Primitivisierung der Kultur ist. Das führt zu tiefen demografischen und moralischen Krisen.
[De uitwassen van de politieke correctheid in die landen leiden ertoe dat daar zelfs in alle ernst gediscussieerd wordt over de toelating van partijen die zich voor pedofilie inzetten. De mensen in veel Europese staten schamen zich en hebben waarlijk angst om openlijk te spreken over hun religiositeit. Christelijke feestdagen worden afgeschaft of krijgen een andere naam. Zo verbergt of verdoezelt men de diepere morele waarde van die feesten. En deze lui proberen dit model op een agressieve manier wereldwijd te exporteren. Ik ben ervan overtuigd dat dit de directe weg is naar verval en primitiviteit van de cultuur. Dit voert naar diepe crisissen, moreel en demografisch.]

Es gibt noch einen wesentlichen Aspekt, auf den ich ihre Aufmerksamkeit lenken möchte. In Europa und in einigen andern Ländern wird der sogenannte Multikulturalismus transplantiert, ein in vielerlei Hinsicht künstliches Modell, das nun aus verständlichen Gründen in Frage gestellt wird. […] Die Bildung spielt in der Erziehung zum individuellen Patriotismus eine erhebliche Rolle und deswegen müssen wir die Lehren der großen russische Kultur und Literatur wieder aufleben lassen. Sie müssen als Grundlage für die persönliche Identität der Menschen, die Quelle ihrer Einzigartigkeit und ihrer Basis für das Verständnis der nationalen Idee dienen.
Hier hängt viel von der Lehrerschaft ab, die schon immer ein sehr wichtiger Behüter der gesamtnationalen Werte, Ideen und Philosophien war und sein wird.
[Er is nog een wezenlijk aspect waarop ik uw aandacht zou willen vestigen. In Europa en in enkele andere landen wordt het zogenaamde multiculturalisme getransplanteerd. In vele opzichten is dit een kunstmatig model, dat vandaag om begrijpelijke redenen ter discussie staat. […] Vorming speelt in de opvoeding tot individueel patriottisme een belangrijke rol en daarom moeten wij de lessen van de grote Russische literatuur weer laten opleven. Zij moeten het fundament vormen van de persoonlijkheid van de mensen, de bron van hun eigenheid en de basis voor hun begrip van nationale identiteit. Hier hangt veel af van het lerarenkorps, dat van de gezamenlijke waarden, ideeën en filosofische inzichten der natie altijd al een zeer belangrijke hoeder is geweest en zal blijven.]

Zoals u ziet, is het begrippenarsenaal dat Poetin hanteert een vloek voor onze weldenkende journalisten én de echte reden voor hun afkeer van de man, al betwijfel ik of veel journalisten ook weten wat hij woordelijk zegt.
Maar het is goed dit in gedachten te houden, want over Poetin zult u de komende dagen in onze pers niet veel meer dan insinuaties, na-aperijen en scheldwoorden lezen.

Stukje verschenen in Doorbraak

5 juli 2014

Jupilerjournalistiek


Negen malen daags wordt de rechtvaardige beproefd, zei een kerkvader. Ik geloof hem graag, en in zijn tijd zal dat cijfer correct zijn geweest, maar vandaag gaat alles sneller. Wie des ochtends de moeite neemt om een paar kranten in te kijken, mag zich nog voor het uur van de middag onder de rechtvaardigen rekenen.
Wie de geschriften van Yves Desmet leest, mag dit al bij zijn eerste kop koffie.
Zijn jongste artikel helemaal analyseren doe ik niet, lezer. Wie onder de rechtvaardigen gerekend wil worden, moet daar namelijk zelf ook iets voor doen.

Ik meen echter dat we al een derde van de weg kunnen afleggen, als we volgende twee zinnen van Yves doorproeven en ons gezamenlijk ergeren aan zijn inhoudelijke leegte (“simpelweg wat gelukkiger”), zijn stilistische zwakte (“vertrouwensbarometers”), zijn ronduit onwaardige en slaafse wensgedachten (“de populariteit van zetelende regeringen verhogen”).
Vanzelfsprekend, we zouden nog een eind weegs kunnen gaan en beproevingen als “Ce n'est pas le moment om de Cassandra van dienst uit te hangen” in stilte over ons heen laten komen, wetend dat wij onze klep moeten houden.
“…in zowat alle landen die nog aan de kwartfinales van het WK deelnemen, lopen mensen simpelweg wat gelukkiger rond dan anders. Voor zover u de gekte nog niet zelf in uw eigen straatbeeld heeft opgemerkt, zie je ook de vertrouwensbarometers stijgen en de populariteit van zetelende regeringen verhogen.”

Aan u om de abdicerende, collaborerende knecht-journalist Desmet helemaal te lezen, rechtvaardige lezer. Bij hem lijkt meer dan één werveltje gebroken, of misschien te ontbreken.

24 juni 2014

Klein accidentje bij De Standaard


Filip Van Ongevalle, chef cultuur, media & wetenschap van de Kwaliteitskrant, bedoelt het goed met zijn “Belgische veelkleur”, maar hij begrijpt maar half waar hij het over heeft …en schrijft bijgevolg ook belabberd.
Alleen al "dient zich een momentum aan" bewijst dat we hier met een simpele te maken hebben die graag een woord gebruikt dat hij niet kent. Verder zit hij op zijn fiets "als een vogel voor de kat".

En dan, de crux interpretum van zijn verhaal, vertelt hij dat: “Frankrijk in 1998 wereldkampioen werd met zijn befaamde ‘Beur-blanc-rouge’-team”.

Goede wil is mooi, maar op zich volstaat goede wil niet. Filip weet niet genoeg om over moeilijke zaken te schrijven, want Beur-blanc-rouge is weliswaar de ironische titel van een film, maar de Franse voetbalploeg was (schreef Libération toen nog hoopvol): “celle qui a pu incorporer le beur-blanc-black dans le bleu-blanc-rouge.”

Dat laatste was een verwijzing naar de Franse vlag, Filip. En “beur” is ook geen boter, wat je logischerwijs misschien denkt.
Steeds tot uw dienst.

12 juni 2014

Het probleem met vertalingen


Vlaamse journalisten, al menen ze het nog zo goed, gaan makkelijk uit de bocht.
Heine zei het al over Kants "Kritik der reinen Vernunft":
"Man muß Deutsch verstehen, um dieses Buch lesen zu können."

Gedichten zijn onvertaalbaar, dat weet iedereen maar ook proza is weerbarstig. Zo is P.G. Wodehouse amper te vertalen. Nochtans is het mogelijk, want ik las hem eerst in het Nederlands (Prismareeks, twintig frank per deeltje) en raakte verslaafd.
Of de Maigrets van Simenon: zet die maar eens in het Nederlands. Toch lukt ook dat, want hij is in den vreemde de bestverkopende Franse schrijver las ik ergens, en bij Livre de Poche zijn voor vijf euro zestig per stuk al zijn vertellingen beschikbaar.
Wat de taak van hun vertalers wellicht vergemakkelijkte: die Wodehouses, vijftig of zestig las ik er, zou een structuralist wellicht tot één boek kunnen terugbrengen. De intriges zijn immers altijd dezelfde. Bij Maigret ook. En laat Maigret dan te maken hebben met echte moordenaars, en Bertie Wooster enkel met aangeschoten vrijgezellen die door een onachtzaamheid in een huwelijk verzeild dreigen te raken, de problemen van hun vertalers zullen niet op het inhoudelijke vlak liggen.

De problematische kwestie is: hoe komt het dat Wodehouse of Simenon telkens weer hetzelfde verhaal kunnen vertellen, zonder dat hun arme lezer zijn bekomst krijgt?
Dat komt door hun stijl.
En alles weergeven kan niet, maar de vertaler moet daar meer dan een snuifje van weten te bewaren of er blijft niets over. Vanzelfsprekend, je moet als vertaler dan eerst Frans of Engels verstaan, maar hen vertalen is mogelijk, en sommigen lukt het aardig zeggen de miljoenencijfers.

Dezelfde eisen kun je natuurlijk niet aan journalisten stellen. Die hebben bijvoorbeeld een interview met een schurk gezien, of beweren het gezien te hebben, en het interview was in het Frans. Wat nu gedaan?


Die schurk geeft wekelijks televisiepraatjes met zijn visie op de actualiteit, en besluit ze met een vast rubriekje: Le Pauv'con de la semaine, de Dwaas van de week. Dat is altijd één figuur, een politicus of een andere bekende Fransman.
En de uitdrukking mag wat ruw klinken maar ze is in Frankrijk geconsacreerd door Sarkozy, die op een landbouwsalon een lastige boer wegduwde met de woorden: Scheer je weg sukkel, Casse-toi pauv'con!

In aanmerking voor genoemde rubriek kwam deze keer dhr. Yannick Noah, vroeger tennisspeler en nu zanger, die had aangekondigd dat hij niet meer in Frankrijk wilde zingen als het Front National de verkiezingen zou winnen.
Nu gebeurde dat helaas wel en onze schurk, Jean-Marie Le Pen, stichter van dat Front, gebruikte aan zijn adres de mooie uitdrukking: «Cochon qui s'en dédit!» Droogweg vertaald: "belofte maakt schuld".
Maar die Franse uitdrukking is altijd komiek bedoeld, en daarom zou ik een journalistieke vertaler aanraden om hier een minder bekend Nederlands equivalent te gebruiken. Misschien in de zin van: "de klok luiden maar niet schaften".
Nu goed, de interviewster onderbrak Le Pen en zei hem dat nog een andere zanger, Patrick Bruel ook al niet meer wilde zingen in de Zeshoek! En daarvoor hadden ze het al over Madonna gehad, en over Guy Bedos: te veel voor één rubriekje.

Over Bruel en die anderen zei Le Pen nu: «Ah, ça ne m'étonne pas! Écoutez, on fera une fournée la prochaine fois.» Volgende keer doen we meteen een hele lading, zou je kunnen vertalen want inderdaad, het format van de schurk is zoals gezegd: un con par semaine.

The Guardian vertaalde nogal droog en letterlijk: next time we'll make a batch.
Next time, zijnde de week daarop.
De Standaard vertaalde wat vrijer, dichterlijker zo u wil: Le Pen: We moeten nieuwe oven bouwen, en verderop: We zullen volgende keer een oven voor hem bouwen, liet hij optekenen.
U begrijpt: "optekenen" is hier in figuurlijke zin gebruikt, want hij zei dat voor de camera.
Bij Knack was ook een dichter aan het woord: In een reactie op kritiek van de Frans-Joodse zanger Patrick Bruel zei hij 'de volgende keer weer een oven te zullen bouwen'.

Let op hun aanhalingstekens, die naar goede journalistieke gewoonte weliswaar enkel gebruikt worden voor citaten of letterlijke vertalingen, terwijl "te zullen bouwen" natuurlijk geen citaat kan zijn. Nooit les grammatica gehad wellicht, deze jongen.

Het Frans van de journalisten van deze kwaliteitsbladen - ik wil hun namen niet noemen want die mensen hebben misschien kinderen of kleinkinderen - dat Frans moet nog wat bijgewerkt worden.
Nu geven zij de indruk te horen wat ze dolgraag willen horen, en trouwens al lang wisten nog voor ze iéts gehoord hadden.


Stukje eerst verschenen op Doorbraak

1 juni 2014

U wist dat niet, maar ook binnen de politicologie bestaan er tegenwoordig specialismen


Een politicoloog moet heel wat kunnen. Schrijven bijvoorbeeld. Professor Herwig Reynaert, professor lokale politiek aan de UGent, weet dat en in Knack schrijft hij: “Onder een al bij al stralende zon trokken we naar de 'moeder van alle verkiezingen'.” Een levendige, bijna blijmoedige zin.
En net daarvoor had de wetenschapsman ook al over het voetbalspel gesproken. Over een match tussen twee lokale Madrileense clubs, en lokaliteit is zijn specialiteit.

Natuurlijk blijft het daar niet bij en laat hij ons na zijn weerkundige inleiding delen in specifiek politicologische inzichten, maar toch had ik van de professor graag vernomen wat hij bedoelde met zijn nogal zure kwalificatie “al bij al stralend”. Had hij zondag dan geen vrede met de breedtegraad waarop hij lokaal leeft?

Wat mij weer aangenaam trof bij zijn inzichten en beschouwingen was de aandacht die de professor had, ook voor de psychologische aspecten van een verkiezingsdag: “Het bleef bibberen tot de verlossende resultaten binnenkomen”.
Goed, dat moest misschien “binnenkwamen” zijn voor wie per se grammaticaal wil blijven, maar als je zulke dingen niet uit de lagere school hebt onthouden dan is het niet de afdeling Politicologie waar je ze nog zult leren.

Maar de al bij al stralende kruin van de professor verbergt gelukkig meer schatten.
Wist u bijvoorbeeld, lezer, dat “de politieke kaarten nu op tafel liggen”? En dat de politici er nu “verder mee aan de slag moeten”? En dat er nu “een paringsdans van jewelste, geen wandeling door het park” begint?
Natuurlijk wist u dat niet want u hebt geen politicologie gestudeerd.
Die wandeling door het park bewijst anders wel dat de professor een aardig mondje Engels moet kennen.
En wist u wat er bij coalitiebesprekingen zoal een rol speelt? Natuurlijk niet, maar het zijn “talrijke strategische overwegingen”. Je zou jaloers worden op het intellect van zo’n man.
En weet u wat de bedoeling is van coalitievormingen? Die moeten leiden tot “een bestuursmeerderheid op de diverse niveaus”, en “graag geen nieuw wereldrecord!”.

Die laatste overweging is meer een cri du cœur dan een wetenschappelijke observatie zult u zeggen, maar ze bewijst nogmaals dat de professor een man van vlees en bloed is die er niet voor terugdeinst om ook de psychologie in zijn analyse te betrekken.

Ik meen dat het Mark Twain was die de vraag stelde of een aap per toeval de Divina Commedia zou kunnen typen. Het antwoord op die vraag is ja. Alleen is de kans kleiner dan één, gedeeld door het aantal elementaire deeltjes in het ons bekende Heelal.
De kans dat hij een publiceerbaar politicologisch artikel produceert, lijkt mij aanmerkelijk groter.


Stukje eerder verschenen in Doorbraak

24 mei 2014

Lieven De Cauter, philosophe


Le Soir
Carte blanche
Vendredi 23 mai 2014

La N-VA s’exclut-elle elle-même des négociations fédérales?
Lieven De Cauter, philosophe, Rits, Kuleuven, Luca,
membre du Vooruitgroep


De Wever est soudainement candidat Premier ministre, alors qu’il y a une semaine encore, il avait dévoilé et puis nié (comme d’habitude) sa stratégie de négociation définitive : d’abord former les gouvernements régionaux et puis négocier le fédéral à partir de ceux-ci.

Notre hypothèse [wetenschappers werken met hypotheses] est qu’il parlait vrai (pour ensuite nier, donc donner des signaux aux électeurs et tester le champ) [«het terrein verkennen, aftasten», zat in zijn Nederlandstalig hoofd; de vertaling met «tester le champ» is nogal ongebruikelijk]. Cette stratégie ne serait pas seulement anti-démocratique, elle friserait aussi l’illégalité, puisque aucune loi ne la permet. [Hij denkt blijkbaar dat wat de wet niet expliciet toestaat meteen ook verboden is. Eerder het omgekeerde is waar: wetten verbieden. Slecht puntje voor een filosoof] En tout cas, elle démontrerait une politique frontale du pourrissement, puisque l’aboutissement d’un accord fédéral à partir des gouvernements régionaux ne peut qu’être renvoyé aux calendes grecques [een filosoof weet zulke dingen]. Le record mondial de durée de formation d’un gouvernement peut encore être battu ! Et c’est sans doute ce que De Wever souhaite : prouver par les faits que la Belgique est ingouvernable. Et puis forcer la séparation, puisque le « confédéralisme » n’est que la feuille de vigne, ou mieux encore l’écran de fumée qui cache le but ultime, le divorce.

De Wever semblait pour un bref instant supplier d’être exclu des négociations fédérales. Dès lors, les autres partis devraient prendre position et déclarer que la formation du gouvernement fédéral est indépendante de celles des gouvernements régionaux. Ce serait parfaitement démocratique de ne pas tenir compte de la N-VA lors des négociations fédérales. Maintenant candidat Premier, il brouille toutes les pistes pour confondre ces adversaires, disciple de Machiavel qu’il est (et sans doute aussi Leo Strauss, parrain philosophique des néoconservateurs, qui disait qu’il faut faire la politique avec des « mensonges pieux » et des « mythes utiles »). Ce n’est pas le football panique que Magnette y voit : « There is method in the madness » - « Il y a de la méthode dans la folie ».

Bien sûr, si on suit l’hypothèse qu’il parlait vrai, le parti et ses partisans bruyants et surtout intolérants protesteront à grands cris. Et bien sûr ils entreront dans leur rôle favori : celui de Caliméro, mis à l’écart de façon antidémocratique [originele vondst van onze filosoof, deze vergelijking met het stripfiguurtje]. Mais nous en avons marre de cette chanson ["avoir marre de" is een wat brutale uitdrukking, maar niets vergeleken bij wat deze man bij andere gelegenheden al heeft uitgestoten, zie verder] et entre-temps, le poussin noir s’est métamorphosé en pitbull. La N-VA veut faire taire définitivement la majorité qui ne veut pas de la division du pays. Et cela, nous ne l’acceptons pas.

Si la N-VA ne veut pas s’attabler aux négociations fédérales, le temps est peut-être venu de l’en exclure (je ne peux pas parler d’un cordon sanitaire) [waarom niet, Lieven? Een filosoof mag niet terugschrikken voor het gebruik van een correcte term]. Celui qui ne respecte pas la démocratie, va dans le coin. La majorité de la population, même flamande – 70 % –, ne veut pas de la scission du pays [hij rekent bij zijn 70% o.m. ook de Belangstemmers. Lieven zal dus toch tegen het cordon zijn?]. Et donc, la N-VA veut imposer celle-ci contre la volonté de la population, ce qui est antidémocratique. [Lieven gebruikt “democratie” en antidémocratique” wel, maar geeft een geheel eigen invulling aan deze termen. Een "idiosyncratische" manier van denken, om eens een filosofische term te gebruiken die hij misschien wél kent] Leur promesse d’un gouvernement de relance économique au niveau fédéral n’est que du boniment. La relance peut apparemment attendre, puisqu’il faut d’abord former les gouvernements régionaux et puis le fédéral, ce qui peut prendre une éternité. Bref, c’est la doctrine Maddens (stratégie politique flamande pour le dialogue communautaire développée par le politicologue Bart Maddens de la KUL en 2009, NDLR) - dans sa forme la plus extrême. D’ailleurs être candidat Premier pourrait, en fin de compte revenir au même : mettre une liste de demandes impossibles sur la table pendant 500 jours et plus. Bien possible. Ou combiner les deux stratégies : d’abord faire les coalitions régionales pour être un candidat Premier ministre très fort mais inacceptable.

Ma proposition pour une exclusion de la N-VA est-elle sérieuse ? Mon point de vue n’a pas changé depuis des années : la prudence et l’apaisement n’ont aucun sens avec les extrémistes néoconservateurs à la De Wever et co. Si vous ne me croyez pas, pensez aux déclarations de Jan Jambon : celui qui perd son emploi n’a qu’à vendre sa maison avant d’avoir droit au revenu d’intégration. Nié par après, évidemment. Il y a du système dans leurs dénégations. L’Etat disciplinaire néolibéral devient un fait avec la N-VA au pouvoir. Cela, c’est sûr et certain. Toutes les tentatives pour réparer les « gaffes », et de contredire « l’image de parti antisocial » qui – finalement – commence à hanter la N-VA, sont inutiles : la liste des mesures antisociales des séparatistes est immensément longue (voir le parcours désastreux de Liesbeth Homans, l’« Iron Lady » anversoise).

Ajoutez à cette politique impitoyable la diminution d’impôts spectaculaire pour les riches (86 % est pour eux !) et le tableau est complet : « punissez les pauvres et récompensez les riches », voilà le programme électoral officiel de la N-VA ! Cette politique de pourrissement institutionnel et d’injustice sociale est totalement malsaine.
Aux Flamands bien intentionnées (si, si ils existent, cher lecteur du Soir, ils sont même une grande majorité – 70 % ne votent pas pour le N-VA). [op de valreep nog enkele kleine foutjes: hij maakt zijn zin niet af, en het moest “intentionnés” zijn, en hij rekent bij zijn 70% blijkbaar weer de Belangstemmers].
Les francophones et De Wever semblent oublier cela : aux vrais Flamands donc, je dis : suivez votre cœur avant que la N-VA ne vous ait transformé en sans-cœur. Ouvrez les yeux avant que la N-VA ne les ferme !


o-o-o-o-o-o

Maar voor de liefhebbers van de geschriften van deze filosoof geef ik hier nog een voorbeeldje waarin zijn stijl, zijn denkkracht en zijn verbluffende talenkennis nog beter tot hun recht komen: een wat oudere mail die hij naar zowat alle redacties heeft gestuurd, en naar talloze andere adressen, helaas ook naar het mijne:


from: Lieven De Cauter [mailto:lieven.decauter@asro.kuleuven.be]
date: zondag 23 december 2012 22:12
to: XXX, XXX 
subject: Pokeren over postmodernisme? I call your bluff, Bart De Wever. I call your bluff!

Pokeren over postmodernisme? I call your bluff!

Geachte Meneer De Wever, Gij denkt dat ge ons in De Standaard de les kunt lezen over de autonomie van de kunst?

Sorry boy! I don't don't buy this shit! De waarheid is: je hebt gewoon iemand die een weekje op een tekstje kan kauwen. Sorry: je kan niet tegelijk de populistische, reactionaire,neo-nationalistisch/neoliberale politicus willen spelen én tegelijk de grootste intellectueel van de lage  landen. Niet tegelijk. Sorry. Ik daag je uit (look in my eyes) om serieus (niet zomaar met ghost writers) te discussiëren.   Over Adorno, Weber, Nietzsche, Wagner, de autonomie van de kunst, Hegel, de kunstsmarkt, het einde van de kunst, modernisme en postmodernisme. The works! Sorry. Sorry, maar da’s wel van ons hé! Ge wilt dat ook afpakken? Thruth or dare! I CALL YOUR BLUFF. Adorno? You  must be joking! You don’t wanna go there! Do you? Come on??? Ik probeer daar al 20 jaar in de gazet over te schrijven en gij ga da nu effekes gebruiken voor uw politiek project? Dat ga geen waar zijn. Niet, zolang ik leef. Ge gaat mij eerst moeten vloeren. Try me! Trouwens, het is ook typisch, hé, op de vooravond van Kerstmis, ... als niemand tijd heeft..., "ja sorry jongens, maar ik heb wel ghost writers, hé". Awel: Fuck you! Ik heb geen ghost writers. Maar ik  maak in no time brandhout van al je argumenten - voor zover het argumenten zijn -  op om het even welk medium: radio, televisie, whatever. En velen met mij, zo mag ik hopen. Try me for starters. I eat you for breakfeast.


prod dr. Lieven De Cauter,
filosoof en kunsthistoricus
_____________________________
Lieven De Cauter,  Koninginnelaan 232  1020 Brussel + 32 2 428 47 41 / + 32 477 617 420
lieven.decauter@asro.kuleuven.be / website: www.brusselstribunal.org

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html