2 maart 2015

Platgeslagen, nog voor het spektakel begint


Moeilijk is de vraag of een bepaald boek of een bepaalde auteur het lezen waard zouden zijn. “Meestal niet” is een redelijk antwoord, maar lost het probleem niet op.
De onrechtvaardige opmerking destijds van Karel van het Reve, dat je ook een hekel kunt hebben aan auteurs waar je nog nooit één letter van gelezen hebt, is volkomen correct maar helpt ons ook niet verder. Het is zelfs nog erger dan wat hij zegt.
Zo voel ik me ontzettend schuldig, maar succesauteurs, mensen die in journalistieke lijstjes voorkomen en dan prijzen winnen, gaan mij altijd ongemerkt voorbij. Van een hekel is hier geen sprake: de titels van hun geschriften, evenmin als hun namen zelf worden in mijn geheugen opgenomen. Voorkeuren en grillen vallen niet te meten.
Soms kan een goede beginzin waar iemands oog op valt, een twijfelende ziel nog over de streep trekken. “Call me Ishmael” is bijvoorbeeld geen slechte beginzin. Maar over eerste zinnen is al veel geschreven, en daar zullen we het niet over hebben.

Sterker nog dan een goede beginzin, voor mij althans, is een waarschuwing vooraf van de auteur, een soort bijsluiter die hij geeft: «À n’imprimer que dix ans au moins après mon départ, par délicatesse pour les personnes nommées. Cependant les deux tiers sont mortes dès aujourd’hui.» 
[Mag maar gedrukt worden als er minstens tien jaren over mijn vertrek zijn heengegaan, dit uit fijngevoeligheid jegens personen wier naam hier voorkomt. Ook al zijn twee derden ervan al dood vandaag]
Stendhal schreef dit boven zijn manuscript van “Souvenirs d’Égotisme”, souvenirs die beginnen in juni 1832, in Rome.
Dat tweede zinnetje deed het voor mij.
Ik begin nog maar, maar dit is een schitterend boek!

24 februari 2015

Bezigheidstherapie doet bejaarden goed



Iemand die “structurele en constructieve alternatieven” wil formuleren tegen het populisme, doet er goed aan onmiddellijk met een paar voorstellen voor de draad te komen. Eerst nog een denktank oprichten om te zien of daar misschien iets uitkomt, zoals Jean-Pascal Labille dat graag wil doen, is minder aangewezen. Dan mag die denktank ideologisch nog zo verscheiden zijn als zijn “Ceci n’est pas une crise”, het blijft een slecht idee.
Natuurlijk, niemand zal betwisten dat het op zich waardevol is om de ideologische verschillen tussen bijvoorbeeld de skiënde motard Louis Michel, tekenaar Pierre Kroll en pandaliefhebber Eric Domb te willen overbruggen, maar op zich volstaat dit niet. Ook ruiken die Luddieten die prof.dr.sc.pol.Elchardus erbij wil betrekken wat belegen. Bijna zo belegen en onnozel als die Magritteslogan zelf.
Anderzijds: zo’n nieuwe denktank kan iemand wel aan het denken zetten. Ik bedenk nu bijvoorbeeld dat als Elchardus, Michel, Maystadt, Dom, Kroll, Goossens &c. wérkelijk goud konden maken, en er dus een goed recept voor hadden, ze dat ook zouden doen.
Nu lijkt het erop dat ze enkel willen leuren met toekomstige formules om goud te maken.


20 februari 2015

De kwestie Tuymans


Of Tuymans mooie tempels opricht, zou ik durven betwijfelen, maar als dat toch het geval zou zijn, krijgt hij de steun van Heinrich Heine:


Niets toch is idioter dan dat verwijt van plagiaat, in de kunst is er geen zesde gebod,* de dichter mag overal zijn slag slaan waar hij materiaal voor zijn werk vindt, en zelfs volledige zuilen met uitgewerkte kapitelen mag hij zich toe-eigenen, tenminste als de tempel prachtig is die hij daarmee stut. Dit heeft Goethe zeer goed begrepen en voor hem zelfs Shakespeare. Niets is idioter dan de vereiste dat een dichter al zijn stof uit zichzelf zou trekken; dat zou dan originaliteit zijn. Ik herinner me een fabel waarin de spin met de bij spreekt, en haar het verwijt maakt dat zij voor haar wassen constructie, en voor de honing die zij daarin bereidt, het materiaal uit duizend bloemen bijeenzoekt: “maar ik”, voegt zij er triomfantelijk aan toe, “ik trek heel mijn kunstige web in originele draad uit mezelf”.


Aber nichts ist thörichter als dieser Vorwurf des Plagiats, es gibt in der Kunst kein sechstes Gebot,* der Dichter darf überall zugreifen, wo er Material zu seinen Werken findet, und selbst ganze Säulen mit ausgemeißelten Kapitälern darf er sich zueignen, wenn nur der Tempel herrlich ist, den er damit stützt. Dieses hat Goethe sehr gut verstanden, und vor ihm sogar Shakespeare. Nichts ist thörichter als das Begehrnis, ein Dichter solle alle seine Stoffe aus sich selber herausschaffen; das sei Originalität. Ich erinnere mich einer Fabel, wo die Spinne mit der Biene spricht und ihr vorwirft, daß sie aus tausend Blumen das Material sammle, wovon sie ihren Wachsbau und den Honig darin bereite: “ich aber”, setzt sie triumphierend hinzu, “ich ziehe mein ganzes Kunstgewebe in Originalfäden aus mir selber hervor”.

Über die französische Bühne,
Vertraute Briefe an August Lewald, sechster Brief.
(Geschrieben im Mai 1837, auf einem Dorfe bei Paris)
Sämtliche Werke, Meyers Klassiker-Ausgaben,
Ernst Elster, 1893, vierter Band, S.527.
_____________________

* “Du sollst nicht stehlen” ist das siebente Gebot. [Elster]


19 februari 2015

Geen orde uit chaos, zegt Guy


Eén ding kan niet meer worden betwist, Guy Verhofstadt weet nu, anders dan enkele jaren geleden, waar Libië ligt. Dichter bij Italie dan velen denken, verklapt hij ons (in De Morgen, die krant die wel eens van racisme wordt verdacht).
En in Libië gaat het niet voorspoedig want er heerst chaos. Hijzelf is daar niet door verrast, want die chaos is er al sinds de val van Kadhafi, en een staatsman van zijn kaliber laat zich niet verrassen. Sinds die val (eigenlijk de moord op Kadhafi, maar “val” klinkt ruim zo goed) vragen “de Libiërs”, blijkbaar allemaal mensen die hij goed kent, om hulp.
Die chaos zelf komt niet op zijn rekening, al was Guy een hevige voorstander van die "val", nee die is voor rekening van de Europese landen die daarna niet naar hem hebben willen luisteren.
En uit chaos kun je niet zomaar orde scheppen, zegt hij nog, maar Guy zal in de klas nooit goed opgelet hebben, want zijn deelwoorden zijn nog niet wat ze zouden moeten zijn.


Correctie! waarschijnlijk betreft het een stupiditeit van een Morgenredacteur, want in het artikel gebruikte Guy de noemvorm. De rest van wat hij beweert slaat evengoed nergens op, maar dat "geschept" is allicht niet van hemzelf.

18 februari 2015

Pas d'amalgame s'il vous plaît!


Pastoors zijn de enigen die het volk ter beschikking staan om het wat moraal bij te brengen, zei Stendhal in Le Rouge et le Noir, en zonder hen kwam daar niets van terecht. Hij vond dit geen ideale toestand en cynisch sprak hij de hoop uit: zullen kranten ooit hun rol kunnen overnemen? Le journal pourra-t-il jamais remplacer le curé?
Dit is geen ijdele hoop geweest. Vandaag beschouwen kranten het als hun hoofdtaak om de lezer te sensibiliseren en op het rechte pad te brengen. Parallel doet ook de overheid haar duit in het zakje, en zet zij velerlei campagnes en programma's op. Bij de vleet vindt men zelfs nieuwe zonden uit, dagelijkse zowel als doodzonden. Vlees eten, of suiker eten zijn dagelijkse zonden. Sigaretten roken ook. Maar lezers die bijvoorbeeld een amalgaam zouden maken van begrippen als islamisme en islam, verkeren in doodzonde. Pas d'amalgame! In Frankrijk is de term al tot één woord, we zullen zien zelfs tot een eigennaam versmolten.

Alleen oudere lezers zullen bij het woord nog aan de tandarts denken, en daarom is enige etymologische uitleg gepast. In de tijd van de alchemisten was het, zoals later dus voor de tandartsen, een zachte verbinding van kwik met bijvoorbeeld lood of zilver of goud, al stond hen enkel de alchemisten dan ook wel de vleselijke verbinding van man en vrouw voor de geest.*
Wie hiermee nog niet tevreden is moet dieper zoeken, van het Arabisch over het Latijn, tot bij de Grieken: μάλαγμα, málagma, van μαλάσσω, week, soepel, zacht maken.
Het spreekt dat een gezonde denkwijze iets dergelijks uitsluit en enkel met zuivere stoffen werkt. Ter verbreiding van de zuivere leer spannen onze overheden, samen met onze journalisten zich dan ook in, sommigen zullen zeggen ad nauseam.

In het volgende interview legt Finkielkraut dit alles wat beter uit, en ik heb enkele knipjes aangebracht, maar hier staat het Youtube-filmpje.

Élisabeth Lévy: Recht op een huis van de Geschiedenis van Frankrijk hebben niet, maar ter compensatie krijgen we als het ware wel een Huis van de Franse Misdaden?
Alain Finkielkraut: Ja, en meerdere musea, straks per gemeente één. Maar ik ben mij ervan bewust dat als ik me zo uitdruk, mijnheer of madame Padamalgame daar heel driftig van worden. Dus voor mijnheer of madame Padamalgame uitbarsten, zou ik willen zeggen dat ik er wel voor oppas om islam en islamisme te verwarren, maar dat, juist om te beletten dat het ene in het andere verglijdt, de Europese politiek er meer en meer toe zal neigen, en dit ten koste van autocensuur, om de gevoeligheid van de mohammedanen te ontzien. Daar stevenen we op af. Maar ik stel ook vast, als gevolg van dit wijdverbreide klimaat van verzoening, geruststelling of vergelijk, dat men onze eigen wetten niet meer durft te doen respecteren, meer bepaald het verbod op de boerka in de openbare ruimte. En meer en meer zal men de godsdienstvrijheid, te weten de Mensenrechten inroepen om deze abdicatie te rechtvaardigen. En dan worden onze zeden en gewoonten langzamerhand opgegeven voor onze rechten, wat mij betreft een niet zo fraai programma.
Élisabeth Lévy: Eigenlijk is het onze geschiedenis die men opoffert.
Alain Finkielkraut: Onze zeden en gewoonten, onze zeden, en akkoord, ook onze geschiedenis zoals we die vandaag spontaan beleven. Onze zeden: je bedekt je aangezicht niet in de publieke ruimte. Eén zaak staat vast: Europa verandert, en dat veranderen heeft te maken met zijn verandering van bevolking. Deze vaststelling is zonneklaar, maar niettemin taboe want voor ons zijn mensen inwisselbaar. We beseffen het niet altijd, maar ik meen dat onze denkbeelden verwijzen naar de onbekende soldaat. Hij, en ik citeer Ernst Jünger, wiens verdienste het is dat men hem kan vervangen, omdat achter elke gesneuvelde zijn aflosser al klaarstaat als reservist. En zeker, de oorlog van 1914 heeft ons genezen van het nationalisme, maar niet van de onbekende soldaat. We hebben hem gemondialiseerd. Vandaag belichaamt hij onze idee van de mens. Maar zo lopen de zaken nu eenmaal niet, mensen zijn niet inwisselbaar, niet vervangbaar. En hoe lang zal het duren, voor we de conclusie trekken uit onze economische vergissing en bereid zullen zijn om te verzaken aan dit antropologische model van de onbekende soldaat? Maar vandaag heeft het antiracisme zich ten dienste gesteld van deze economische vergissing. De industriëlen, patroons, ondernemers blijven op dat denkspoor, zoals ook de technocraten van de Europese Unie en de Verenigde Naties. En uitgerekend diezelfden die zogenaamd kritiek hebben op het kapitalisme zitten met hun argumentatie op één lijn met die van de ergste kapitalisten, en meer dan dat, met dit antiracistische programma dat ze vurig verdedigen, leveren ze hen een onverhoopt alibi.



Élisabeth Lévy: On n’a pas droit à une maison de l’Histoire de France, en revanche on a droit à une maison des crimes français en quelque sorte?
Alain Finkielkraut: Oui, et plusieurs musées, un musée par municipalité bientôt. Alors je sens, je sens quand je m’exprime ainsi, que la moutarde monte au nez de monsieur ou de madame Padamalgame. Alors donc, avant que monsieur ou madame Padamalgame n’explosent, je voudrais dire que je me garde bien de confondre l’islam et l’islamisme, mais que pour empêcher le glissement de l’un vers l’autre, la politique européenne va tendre de plus en plus, et au prix de l’autocensure, à ménager la susceptibilité des musulmans. C’est vers cela que nous allons. Mais je constate aussi, du fait de ce climat général, soit d’expiation, soit d’apaisement ou d’accommodement, que on n’ose pas faire respecter nos propres lois, notamment l’interdiction du voile intégral dans l’espace public. Et on invoquera de plus en plus la liberté religieuse, c’est-à-dire les Droits de l’Homme, pour justifier cet abandon. Et là, nos mœurs sont en train d’être sacrifiés à nos droits, et ce n’est pas un très beau programme à mes yeux.
Élisabeth Lévy: C’est-à-dire notre histoire, en fait c’est notre histoire qu’on sacrifie.
Alain Finkielkraut: Nos mœurs, nos mœurs, nos mœurs. Oui voilà, notre histoire mais telle qu’elle est vécue spontanément aujourd’hui. Nos mœurs: on ne se voile pas le visage dans l’espace public. Une chose est sûre: l’Europe change, et ce changement a avoir avec son changement de population. Ce constat est évident, il est pourtant tabou, parce que pour nous les hommes sont interchangeables. Nous ne savons pas toujours, mais je crois que notre philosophie spontanée est celle du soldat inconnu. Celui, et je cite Ernst Jünger, dont la vertu réside dans le fait qu’on puisse le remplacer et que derrière chaque tué, la relève se trouve déjà en réserve. Alors bien sûr la guerre de quatorze nous a guéris du nationalisme, mais pas du soldat inconnu. Nous l’avons mondialisé. Il incarne aujourd’hui notre idée de l’homme. Mais précisément, les choses ne se passent pas de cette façon, les hommes ne sont pas interchangeables, ils ne sont pas remplaçables. Et combien de temps faudra-t-il pour que nous tirions les conséquences de notre erreur économique, et que nous soyons capables de renoncer à ce modèle anthropologique du soldat inconnu? Mais l’antiracisme d’aujourd’hui s’est mis au service de cette erreur économique. Les industriels, les patrons, les entrepreneurs continuent de penser ainsi, et les technocrates de l’Union européenne ainsi que des Nations Unies. Mais précisément, ceux-là mêmes qui, disons critiquent le capitalisme alignent leurs arguments sur ceux des pires capitalistes et plus que d’aligner leurs arguments ils leur donnent un alibi inespéré avec cette cause antiraciste dont ils sont les ardents défenseurs.


* zie «De matrimonio et conjunctione», traktaat waarin de man met het kwik en de vrouw met het zilver wordt gelijkgesteld, en de vereniging dezer beiden geprezen: «Natura laetatur quando sponsus cum sponsa copulatur».

16 februari 2015

Een dichter verklaart meer dan een economist


Engeland zat destijds, we spreken van de jonge negentiende eeuw, diep in de schulden. Vandaag is het de beurt aan Griekenland.
Of die twee dingen vergelijkbaar zijn weet ik niet, maar als je uitleg vraagt aan economisten, academici, politici, bankiers &c. zul je moeten vaststellen: zoveel hoofden, zoveel zinnen. Misschien is het probleem te ingewikkeld, of de economie is niet echt een wetenschap, maar een antwoord blijft uit.
In elk geval, een verstandiger idee lijkt het mij om bij zulke moeilijke vraagstukken als de openbare schuld niet bij economisten, maar meteen bij een dichter, een ziener te rade te gaan.

Als kleine jongen las Heinrich Heine in de krant vaak over de immense Engelse schuldproblemen, en over de worstelingen van hun achtereenvolgende prime ministers. Dezer lot was zwaarder zelfs dan dat van de grootviziers in het langwerpige Constantinopel, waar hij ook over las. Zij werden op last van de sultan wel eens met het zijden koord vereerd, als het met de financiën te slecht ging.

Later maakte Heine een reis naar Engeland, en hij deed daar vanzelfsprekend verslag van: zijn Englische Fragmente (1828). Het volgende fragmentje komt uit hoofdstuk VII. Die Schuld.

Schulden ebenso wie Vaterlandsliebe, Religion, Ehre usw. gehören zwar zu den Vorzügen des Menschen — denn die Tiere haben keine Schulden — aber sie sind auch eine ganz vorzügliche Qual der Menschheit, und wie sie den Einzelnen zu Grunde richten, so bringen sie auch ganze Geschlechter ins Verderben, und sie scheinen das alte Fatum zu ersetzen in den Nationaltragödien unserer Zeit.

Schulden, net als vaderlandsliefde, religie, eer enzovoort, behoren weliswaar tot de uitverkorenheden van de mens – de dieren hebben immers geen schulden – maar ze zijn ook een uitgelezen kwaal van de mensheid, en zoals zij de enkeling te gronde richten, zo storten ze ook volledige geslachten in het verderf, en in de nationale tragediën van onze tijd schijnen zij de plaats van het oude Fatum in te nemen.

Nu mag u verder lezen in de krant van vandaag, beste lezer.

12 februari 2015

In het Hiernamaals geen communautair gekibbel


Nu de laatste getuige van de verschijning van de Maagd Maria in Beauraing op haar eenennegentigste is overleden, en wij al bijna dertig jaar, namelijk sinds Verviers 1986 op een nieuwe verschijning wachten, lijkt het wel een geschikt moment om te wijzen op het taalevenwicht dat door de Heilige Maagd altijd min of meer is gerespecteerd. Er waren ongeveer evenveel verschijningen als apparitions. Ook had Zij haar allereerste optreden heel passend voor de hoofdstad gereserveerd.

Natuurlijk, in Beauraing verscheen Zij drieëndertig keer, wat de balans sterk doet doorslaan naar de francofone kant, maar ik ben bereid dit als één manifestatie te beschouwen. Wel valt op dat 1933 een uitzonderlijk vruchtbaar jaar is geweest, met als gemiddelde één verschijning of apparition per maand.

Kerkelijk erkend in België zijn: 1911, Brussel – 1932, Beauraing – 1933, Banneux, Berchem (A’pen), Etikhove, Herzele, Houlteau-Chaineux, Malen, Olsene, Onkerzele, Tubeke, Verviers, Wielsbeke, Wilrijk – 1936, Ham-sur-Sambre – 1952, Gerpinnes – 1966, Luik – 1967, Bohan – 1970, Limal – 1973, Mortsel – 1986, Verviers.

Iemand zou uit deze opsomming een puntenwolk moeten puren, in de hoop dat wij op basis daarvan een enigszins betrouwbare voorspelling krijgen van de volgende plaats en datum van afspraak.

7 februari 2015

Uitkijken met dat twitteren, Björn!


Ik las net die tweet van Björn Soenens over het VTM-nieuws, tweet die hijzelf snel weer verwijderd heeft, maar helaas en onvermijdelijk te laat.
Blijkbaar weet Björn, die om gotweetwelke redenen hoofd van de vrt-nieuwsdienst is geworden, niet zo goed hoe Twitter werkt. Het gaat daar om privéconversaties, moet hij gezegd hebben.
En al kun je hier van een betreurenswaardige onwetendheid spreken, toch siert die onbevangenheid hem. Vraag je het mij, dan treft Björn weinig schuld: Ik heb de naam VTM nergens expliciet vermeld, las ik in De Morgen. 
En ja, akkoord ...voor de geletterde mens zal een overbodig, of toch ondoordacht woord als “expliciet” volstaan om Björn onder te brengen bij het soort mensen dat kan spreken noch lezen, laat staan schrijven. Maar het zijn verzuurde types die over stijlkwesties beginnen en als iemand als antwoord schrijft “de juiste zender” is dat voor sommigen misschien duidelijk genoeg, maar met “expliciet” stond Björn voor ogen dat hij het woord "VTM" niet met zoveel letters geschreven had. Ik meen dat we hem hierin mogen volgen.

Maar, zult u vragen, hoe gaat het dan bij bevorderingen en assessments echt in zijn werk? Kijk, in zijn algemeenheid valt op die vraag niet te antwoorden. Er zullen voorafgaande voorwaarden en veronderstellingen zijn, maar meer weet niemand ervan.
Wel is in dit verband The Peter Principle een begrip dat je vaak hoort noemen: iemand kan een bepaald, eenvoudig ding goed, liefst zelfs heel goed en dan gaat men er redelijkerwijs van uit dat hij een iets ingewikkelder taak ook wel zal aankunnen. Daar valt weinig tegenin te brengen, al komt het helaas meer voor dat zo’n man dan overweldigd wordt door de nieuwe taak die men hem op de schouders heeft gelegd. Ze gaat hem te boven, hij is er niet tegen opgewassen, ze overstijgt hem om zo te zeggen. 
Let wel: zoiets gebeurt dan terwijl die assessoren dat Peter Principle goed kennen, want bijna altijd verstaan zij wat Amerikaans.

Nu mag u over bovengenoemde kwestie denken wat u wil, lezer, maar ik ben geneigd om de schuld voor die ongelukkige tweet, en voor het verwijderen ervan niet bij Björn zelf, maar precies bij die assessoren te leggen.
Ik wed dat zij niet eens weten dat Clausewitz al in 1832 net hetzelfde had gezegd als hun Peter.
„Wir müssen immer wieder darauf zurückkommen, daß nichts gewöhnlicher ist als Beispiele von Männern, die ihre Tätigkeit verlieren, sobald sie zu höheren Stellen gelangen, denen ihre Einsichten nicht mehr gewachsen sind […].“

Vom Kriege
Hinterlassenes Werk des Generals Carl von Clausewitz

----------------
P.S. een aandachtige lezer merkt me op dat Björn het onderscheid niet kent tussen jij en u, verder dat content een ontoelaatbaar woord is voor een baas van het Nieuws, en nog verder dat iemand die Björn heet, te jong moet zijn om een belangrijke redactie te leiden (dat laatste had hij berekend met Wimbledonstatistieken).

5 februari 2015

«Être Charlie» zal niet volstaan


Zes stellingen over de wereldvreemdheid van onze bestuurders:
«être Charlie» zal niet volstaan

1) Vandaag trouw zijn aan Charlie, betekent breken met de eensgezindheid en de oppervlakkige weldenkendheid, breken met de identificatie van «Je suis Charlie». Die slogan rammelt in elk van zijn termen. Het draait niet om 'ik', maar om 'wij', hetgeen het verschil uitmaakt tussen de individuele identificatie van een 'toeschouwer' en een politieke reactie, die per definitie collectief is. Het gaat ook niet om 'zijn', waarbij men zich via een denkbeeldige identificatie in de plaats van het slachtoffer stelt. Het gaat om 'handelen' en wel ageren tegen hen die zichzelf onze vijanden noemen. En vervolgens gaat het niet enkel om Charlie, maar ook over politiemensen en joden, om vrije mensen dus die als burgers van de Franse staat als dusdanig erkend zijn. Het zijn de Fransen en Frankrijk die werden aangevallen. Het antwoord moet op dat vlak liggen. «Nous sommes français», en omdat wij Fransen zijn verdedigen wij Charlie, en alle anderen die in hun recht om in Frankrijk te leven zijn aangevallen.

2) Wij zijn Fransen, en wij hebben vijanden die bij naam genoemd moeten worden. Het gaat niet om een strijd tegen het terrorisme, een abstractie die toelaat om de vis te verdrinken. Terrorisme is een middel dat gebruikt wordt door onze vijand. Die term volstaat niet om onze vijand te kenmerken. Onze vijand is het islamisme, en zelfs dat is te algemeen, vanwege de concurrentie en rivaliteit tussen verschillende groepen islamisten, met de steun van verschillende staten. Deze vijanden slaan niet vandaag toe omdat ze tot voor kort daartoe nog niet in staat waren, maar omdat ze ertoe besloten hebben. Het komt erop aan, uit te leggen waarom ze tot dat besluit zijn gekomen. Zij namen dat besluit omdat ook wij met hén in oorlog zijn, en aan de Fransen had men duidelijk moeten maken welke risico's we namen en waarom. Dit is niet gebeurd. Terrorisme is geen meteorologisch verschijnsel dat men even met een 'code oranje' kan bezweren. Men moet ermee ophouden de Fransen voor imbecielen te verslijten.

3) En ook als de vijand benoemd is, het islamisme, zal ter indijking het niet volstaan om de terroristische variant ervan te bestrijden. Terrorisme is immers maar een van de middelen die het islamisme aanwendt om zijn project tot een goed einde te brengen, en ook dat project dient men te benoemen, en het is goed en wel de islamisering van onze samenleving. Het moest eens gedaan zijn met iedereen 'islamofoob' te noemen (een term die op de ideeënmarkt gelanceerd werd door Khomeiny, om alle kritiek op de islam en het islamisme de kop in te drukken, en die domweg overgenomen werd in de geaccepteerde taal van media en politiek), iedereen die werkt om dit heerszuchtige project, want dat is het, ter kennis te brengen en aan te klagen. Terreur is enkel het complementaire luik van het islamiseringsproject 'van onderuit', dat de mislukking van de assimilatie in de republiek aanwendt, en zich in de plaats ervan aandient. Wat voor krediet kunnen we voortaan nog geven aan politici die beweren het terrorisme te bestrijden, zonder dat zij de voedingsbodem van de islamisering aanpakken?

4) Het zal niet volstaan om te zwaaien met het taboe van het 'amalgaam', om het heel reële risico op een burgeroorlog in ons land te neutraliseren, risico dat deels al werkelijkheid is. Het eerste dat onze politieke elite had moeten doen, in tegenstelling tot datgene waartoe zij zich allemaal verplicht achtten, was niet het zwaaien met het gevaar van het 'amalgaam', maar wel het Franse volk feliciteren met zijn geduld en mildheid, juist omdat het nooit, tot nog toe, heeft toegegeven aan het amalgaamdenken. Want eerst komt het de Franse moslims toe te bewijzen dat het amalgaam tussen islam en islamisme niet pertinent is. Al meteen in de eerste reacties na de feiten aan de niet-mohammedaanse Fransen vragen om geen 'amalgaam' te maken, wat zowel F. Hollande als N. Sarkozy en M. Le Pen deden, was de verantwoordelijkheid omgooien en de bewijslast omkeren. Waarom zouden de Fransen beslagen moeten zijn in de islam, en instaan voor het moeilijke onderscheid tussen islam en islamisme? Aan de muzelmannen zelf, per definitie beslagen in de islam, komt het toe zich niet met islamisme te amalgameren, en met woord en daad aan hun medeburgers te laten zien dat er geen reden is voor angst, en dat het amalgaam inderdaad ongegrond is. Dit haastige en unanieme discours, dat waarschuwde voor het risico op amalgaamdenken is dubbel problematisch. Het is een teken van een bepaalde lafheid ten opzichte van de Franse moslims, die men niet met de rug tegen de muur zet door hen te verplichten in te gaan op het problematische verband tussen islam en islamisme. Het is alsof men hen, door meteen al te af te kondigen dat er geen verband bestaat, de moeite van een hervorming wilde besparen. Het is ook een teken van minachting voor het Franse volk, waarvan men de intelligentie ontkent, en dat men op voorhand ervan verdenkt een amalgaam te zullen maken nog voor dit heeft plaatsgehad.

5) Misschien is Charlie wel het symbool geworden van de Franse vrijheid. Voor mijzelf ben ik er niet van overtuigd dat het altijd een voorbeeld van die vrijheid is geweest. Vrijheid is geen losbandigheid en onverantwoordelijkheid in de schoot van een moederlijke en beschermende Staat, ook al is die Gaullistisch. Deze historie heeft iets tragisch en hegeliaans. Als Charlie het symbool is geworden van een waarachtige en bewonderenswaardige vrijheid, als het bewondering heeft afgedwongen en nieuwe lezers heeft gewonnen, is dit wel sinds de affaire met de karikaturen in 2006. Omdat het toen de islamistische meester is tegemoet getreden, en de handschoen heeft opgenomen, is Charlie vrij geworden. Tragisch is de ironie van de Geschiedenis hier, want Charlie heeft toen, om zichzelf te kunnen blijven, opnieuw aanknoping moeten zoeken met waarden die ver afstonden van zijn soixante-huitard anarchisme. Het heeft zijn vrijheid moeten bewijzen in doodsgevaar, en de vrijheid moeten erkennen van dezen die hen lange tijd hebben beschermd, niet lang genoeg helaas: de politiemannen. Hen die ze vroeger bespotten met hun stupide slogan CRS-SS [Compagnie républicaine de sécurité - mv] ... Al diegenen die menen dat «être Charlie» kan doorgaan voor een publicitaire slogan, genre «touche pas à mon pote» [handen af van mijn makker - mv] of «gewaarborgd biologische teelt», zijn onbekwaam om de mate te zien waarin de voorwaarden tot uitoefening van de vrijheid zijn gewijzigd. Zij hebben de les niet begrepen die men uit dit tragische gebeuren dient te halen, en die een pagina omslaat in onze geschiedenis, de pagina van het linkserige gebrek aan verantwoordelijkheidszin.

6) Hoe kan men een oproep tot nationale eenheid ernstig nemen, afkomstig van diegenen, links zowel als rechts, die al veertig jaar niets anders hebben gedaan dan deze onderuithalen? Nationale eenheid zal geen product zijn van morele verontwaardiging, en van een massa die samenkomt om daar lucht aan te geven. Het volk is niet de menigte of de massa, maar een bepaalde omgangsvorm waarin men zich dag na dag één voelt in de banale woorden en daden van het gewone leven, een 'common decency' zoals Michéa dat zou noemen, in navolging van Orwell, en die onze elites verwoed hebben willen vernietigen tussen de klemschroef van ongecontroleerde immigratie en ongebreideld, individualistisch consumentisme. Het volk is niet de menigte of de massa, maar de uitoefening van een collectieve soevereiniteit door middel van een Staat die naam waardig, dit wil zeggen, in staat om zijn onafhankelijkheid te bewaren, en daarvan is de veerkracht ook al gebroken door de beate EU-adepten die nu plots, en al even beaat ontdekken dat ze 'Charlie zijn', terwijl ze al de tijd niets hebben gedaan om dat te bewijzen, door bijvoorbeeld gewoon de Franse vrijheid te verdedigen, die de vrijheid van Charlie om Charlie te zijn omvat.





26 januari 2015

Een ontologisch postulaat


Stukje uit het recentste gesprek tussen Élisabeth Lévy en Alain Finkielkraut, voor de uitzending van L'Esprit de l'Escalier.
Het is altijd plezierig om iemand te horen zeggen wat je zelf denkt, en hier wijst Finkielkraut de wetenschap van de sociologie op haar verzwegen veronderstellingen en drijfveren. Veel beoefenaren zullen zich trouwens van die veronderstellingen niet eens bewust zijn.
Le Monde had het gehad, maar niet enkel die krant, ook politici en "wetenschappers" hadden het in de nasleep van de islamaanslagen direct weer over de "echte oorzaken", en dat waren vanzelfsprekend ghettovorming en apartheid.

maar, beste lezer, als u liever een grappige commentaar bij deze wetenschap wil horen, dan moet u bij Tom Lehrer zijn, een echte mathematics ph.d.  Sociologen zitten, zo zingt hij
... in an ivory steeple,
far away from all people




Parler d’apartheid ce n’est pas seulement une erreur, c’est une catastrophe parce que dans ce mot il y a le "coupable mais pas responsable" que rabâche la sociologie depuis des années: oui, il y a de la délinquance, de la criminalité, de la radicalisation islamiste, mais il faut remonter aux causes. La cause c’est la politique de la ville, le chômage. Tous les phénomènes qui nous attristent aujourd’hui, ont une cause et cette cause c’est effectivement une politique générale, un état d’esprit tout à fait scandaleux. Mais surtout, là je voudrais dire un mot sur la sociologie, parce que la sociologie je la mets souvent en cause. Et ce n’est pas parce que…
Peut-être, d’ailleurs peut-être que vous faites un amalgame avec «la sociologie»? Vous stigmatisez toute une corporation, mon cher Alain.
Voilà, mais pour le moment en tout cas, cette discipline, dans son état actuel, et quelles qu’en soient les écoles, elle repose toute entière sur cet apriori, ce postulat ontologique: la question sociale est en dernière instance une question économique. Ce sont, autrement dit, les inégalités qui mettent en péril la cohésion d’une société. Et enquêter, ce n’est jamais rien d’autre que valider cette hypothèse préalable. Autrement dit, la dimension culturelle des phénomènes n’est jamais pris en compte, puisqu’il a été décidé au départ qu’elle était secondaire, ou dérivée. C’est une conséquence, c’est un effet dont la cause doit être recherchée dans les souffrances générées par l’injustice économique.
Alors d’abord, je précise quand-même que vous avez oublié Kepel, que vous citez souvent et quelques autres, mais je ne sais pas si… il n’est pas sociologue, c’est vrai, il n’est pas sociologue.
Il ne l’est pas, justement, et là, c’est très intéressant ce que vous dites sur Kepel, parce que Kepel vient de l’anthropologie. Et c’est Lévi-Strauss qui nous a appris que toute humanité appartenait à une culture, que toute expérience humaine était structurée par une expérience collective du monde, et cette découverte de l’anthropologie est aujourd’hui occultée par la sociologie. Et je termine en disant que le politiquement correcte, c’est la victoire de Bourdieu sur Lévi-Strauss: tout se ramène au rapport entre dominé et dominant.

Spreken van apartheid is niet enkel een vergissing, het is een catastrofe want in dat woord zit het begrip “schuldig maar onverantwoordelijk” waar de sociologie al jaren over zanikt: ja er is delinquentie, en criminaliteit, en islamistische radicalisering, maar we moeten naar de oorzaken teruggaan. En oorzaak is de urbanisatiepolitiek, de werkloosheid. Alle verschijnselen die ons vandaag zo bedrukken hebben een oorzaak, en die oorzaak zit uiteindelijk bij het algemeen beleid, en bij een geestgesteltenis die compleet schandalig is. Maar vooral, en hier zou ik iets willen zeggen over de sociologie, want die stel ik vaak aan de kaak. En het is niet omdat…
Misschien overigens gooit u met “de sociologie” nu alles op één hoop? U stigmatiseert een hele beroepsgroep, mijn beste Alain.
Juist, maar in elk geval vandaag berust deze discipline, in de huidige stand ervan, en om het even over welke school het gaat, berust zij als geheel op dit a priori, op dit ontologisch postulaat: het sociale vraagstuk is in laatste instantie een economisch vraagstuk. Anders gezegd, het is de ongelijkheid die de cohesie van een samenleving in gevaar brengt. En enquêteren is nooit iets anders dan het valideren van die uitgangshypothese. Anders gezegd, de culturele dimensie van verschijnselen wordt nooit in aanmerking genomen, want er is van meet af aan besloten dat deze secundair is of afgeleid: een gevolg, een effect waarvan de oorzaak moet worden gezocht in het leed dat de economische onrechtvaardigheid meebrengt.
Maar eerst wil ik toch preciseren dat u Kepel vergeten bent, die u vaak citeert, en nog enkele anderen. Maar ik weet niet of… hij is geen socioloog, juist, hij is geen socioloog.
Precies: dat is hij niet, en juist daarom is het interessant wat u daar zegt over Kepel, want Kepel komt uit de antropologie. En het is Lévi-Strauss die ons geleerd heeft dat alles wat des mensen is tot een cultuur behoort, dat elke menselijke ervaring haar structuur ontleent aan een gedeelde beleving van de wereld, en deze ontdekking van de antropologie wordt vandaag aan het oog onttrokken door de sociologie. Mag ik besluiten met te zeggen dat de politieke correctheid de overwinning is van Bourdieu op Lévi-Strauss: alles wordt teruggebracht tot de verhouding van meester tot onderhorige.

25 januari 2015

Abdullah, Christine, Theo en Jean-Baptiste


Die oude koning van Saoedi Arabië die net in het zand gebeten heeft, Abdallah – slaaf van Allah als ik het goed heb – was volgens Christine Lagarde een felle voorstander van vrouwenrechten. Lagarde is baas van het IMF, waar zij die andere vrouwenliefhebber Dominique Strauss-Kahn opvolgde, en zij deed deze verklaring in de wat ijle lucht van Davos:

Hij was een grote leider, voerde veel hervormingen door in zijn land, en op een heel discrete manier was hij een felle verdediger van de vrouwen. Dat ging heel geleidelijk, zoals allicht aangewezen in dit land, maar ik sprak hem verschillende keren over dit onderwerp en hij geloofde er sterk in. Zo vaak wordt Saoedi Arabië voorgesteld als een plek waar vrouwen niet helemaal een gelijke rol spelen, maar zijne majesteit was vast van plan om echte verandering in deze toestand te brengen.


He was a great leader, implemented lots of reforms at home, and in a very discreet way he was a strong advocate of women. It was very gradual, appropriately so probably for the country, but I discussed that issue with him several times and he was a strong believer. So very often Saudi Arabia is portrayed as a place where women do not play quite the same role, but his majesty was determined to actually change quite really the situation.

Nu moest ik denken aan twee boeken die zij bij gelegenheid eens zou moeten lezen, tijdens een lange vlucht misschien. Een ervan zal ze al gelezen hebben, meen ik te begrijpen uit haar luchthartige verklaring, maar ik signaleer het toch maar, namelijk: «Landru, précurseur du féminisme: correspondance inédite 1919-1922». Het verscheen bij Éditions Mille et une Nuits, een sprookjesachtige naam voor een uitgeverij, en Christine houdt wel van sprookjes. Auteur-bezorger is de filosoof Jean-Baptiste Botul die hier eerder al ter sprake kwam.

Het andere boek is helaas in het Nederlands geschreven: "Sla ik mijn vrouw wel hard genoeg?" van Theo van Gogh (uitgeverij L.J.Veen, 1996). Theo was in 1996 nog niet ritueel geslacht door Mohammed Bouyeri, en bijgevolg nog een stuk minder bekend toen bij ons.
Ik las dat boek toch maar, een bundeling van stukjes die deels in HP/De Tijd waren verschenen, en wel tot op het moment dat hem werd gemeld: "De kloof tussen Van Gogh en HP/De Tijd is te groot geworden."

Nu is het waar dat van Gogh soms inging op kwesties die bij werkelijk álle redacties slecht zouden zijn gevallen, zoals bijvoorbeeld dat slaan van vrouwen in de islam. Nochtans is dit een goed gedocumenteerd voorschrift, en zelfs wordt beschreven hoe je bij dat slaan tewerk moet gaan (bij voorkeur niet in het aangezicht, en ook niet in een eerste opwelling van woede, maar in alle kalmte, met een frisse kop).
De islam is tenslotte weinig meer dan een geheel van nauwkeurige gedragsregels, en een goede mohammedaan kan inderdaad met die vraag van de hoehardheid worstelen. In geval van twijfel zal hij dan een imam raadplegen. Ook Theo probeerde op die legitieme vraag een antwoord te vinden, maar dat werd hem kwalijk genomen door de latere Charliejournalisten.

Misschien waren het wel die modaliteiten van het afranselen die Christine Lagarde ter sprake heeft gebracht bij Abdallah, koning van Saoedi Arabië ...so very often portrayed as a place where women do not play quite the same role.

20 januari 2015

Hollande en Churchill


Alain Finkielkraut, de onsterfelijke (als lid van de Académie française), werd door de journaliste Audrey Pulvar geïnterviewd voor iTélé. Zij stelde hem verstandige vragen, en dus werd het een verstandig gesprek.
Finkielkraut kreeg bijvoorbeeld de gelegenheid om erop te wijzen dat de grote manifestatie op 11 januari in Parijs moins bigarrée was dan sommigen misschien hadden verwacht – minder kleurrijk, minder divers, geen echt goede mix laten we zeggen. Van het black-blanc-beur van de wereldbeker voetbal tien jaar geleden was niet veel te bespeuren in de optocht.
Ook zei hij (negentien minuten ver in de uitzending) dat de huidige paus een demagoog was, die al zwaaiend met zijn vuistje hetzelfde argument gebruikte als Zidane een paar jaar geleden, toen die zijn crapuleuze kopstoot uitdeelde aan, ik meen een Italiaanse voetballer: Hij heeft mijn moeder beledigd! Vulgair argument natuurlijk, iedereen zal dat beamen, en uit de mond van de filosoof Ratzinger zou iets dergelijks nooit gekomen zijn.

Finkielkraut zei nog meer mooie dingen, maar die kunt u beter zelf eens beluisteren.
Wat ik bijzonder grappig vond, en bij ons ondenkbaar (Pulvar deed haar best om niet te lachen), was de manier waarop Finkielkraut over de syntaxis en grammatica van Hollande sprak, en hoe belangrijk hij grammatica en taal vond als het over een cultuurgemeenschap gaat, een identiteit.
Sommigen hier vinden dat taal geen deel is van de identiteit, maar dan moeten ze Finkielkraut maar tegenspreken, ik bemoei mij er verder niet mee.
In de uitzending begint op de vijfendertigste minuut wat ik hieronder transcribeer en vertaal, omdat ik het komiek vind, maar al op de achtendertigste minuut was hij weer serieus: 'Onze moedertaal maakt ons tot wat we zijn, wij zijn niet onze eigen oorzaak, wij staan door de taal die wij spreken in de schuld bij onze voorouders, het is de uitdrukking van onze eindigheid'. Voor zulke dingen wil ik zelfs tv-kijken, maar nu dus over Hollande:

La France semblait entrée dans une ère post-culturelle et post-nationale. C'était une patrie littéraire, disait Mona Ozouf. Bon, il est clair que le Surmoi littéraire n'exerce que peu d'autorité sur le discours de nos hommes politiques. François Hollande par exemple pratique le redoublement du sujet : « La France, elle a des ressources », « L'Europe, elle est en crise » et cetera, qui en fait un peu un Churchill en salopette. Mais si vous voulez, c'est dommage! C'est dommage, il faudrait donner l'exemple de la rectitude syntaxique. Tout le monde devrait apprendre à se tenir droit.
Frankrijk leek een postcultureel, postnationaal tijdvak te zijn binnengetreden. Het was een literair vaderland, zei Mona Ozouf (Franse historica, publiceerde veel over de Revolutie). Goed, maar het mag duidelijk zijn dat het literaire Überich maar weinig gezag laat gelden op de taal van onze politici. François Hollande bijvoorbeeld beoefent de verdubbeling van het onderwerp: "Frankrijk, het heeft rijkdommen", "Europa, het verkeert in crisis" et cetera, wat van hem een beetje een Churchill in werkbroek maakt. Maar, staat u me toe, dat is toch jammer! Het is jammer want hij zou het goede voorbeeld moeten geven en op de syntactische rechte lijn blijven. Zich recht houden zou iedereen moeten leren.

17 januari 2015

Wat eet Maigret allemaal?


Een van de dingen bij Maigret, is dat ik zijn lievelingsgerechten zelf ook allemaal graag eet. Andouillette bijvoorbeeld, of cassoulet, maar hij heeft er veel meer.
Vanavond was ik een escalope aan het eten bij mijn geliefkoosde Italiaan, en terwijl ik die opat vroeg Maigret zijn vrouw hem:

Tu crois que tu rentreras déjeuner?
–Ce matin, j‘ai l’impression que oui.
Tu aimerais du poisson?
–De la raie au beurre noir, si tu en trouves.
Voilà, rog met kappertjes en een beurre noir! Iets beters bestaat er toch niet?

Bij bijvoorbeeld Wodehouse heb ik dat niet. Zeker, er wordt bij hem goed en zelfs rijkelijk getafeld, en alles wordt opgediend door personeel in livrei, een van zijn verhalen draait trouwens om een gestolen roomkan in de vorm van een koe, maar Wodehouse is een Engelsman en meestal krijg je niet te horen wat Bertie Wooster die middag of avond precies gegeten heeft.
Fish&Chips is nochtans bijzonder lekker als je bij een goed adres bent, dus geen kwaad van de Engelse keuken.

Zelfs bij Casanova, de Venetiaan, lees je weinig over wat hij gegeten heeft, of over wat hij het allerliefste eet. Meestal zegt hij iets in de trant van “on y a bien mangé”, of copieusement mangé, maar dat is het. En dan mag het waar zijn dat zijn hoofd vaak naar andere dingen stond, in drieduizend en zoveel bladzijden had hij toch iets meer details kunnen geven.

Datzelfde kun je Heine niet verwijten. Hij schrijft bladzijden en bladzijden over eten. Van hem bezit ik zelfs twee kookboeken, “Heine à la carte” en “Essen und Trinken mit Heinrich Heine”. Enfin, van hem: die boeken werden uitgegeven in 1997, juist toen Heinrich zijn tweehonderdste verjaardag vierde, iets dat ons allemaal te wachten staat.

Er staan recepten in voor “Austern in Kartoffeln und Kaviarsauce” of “Gebratene Forelle mit Suppengemüse und Nußbutter”. Geen dingen die je elke dag eet, maar waar hij het bij gelegenheid inderdaad wel over had. Over de Engelse keuken, zoals over de Engelsen zelf, was Heine niet enthousiast, behalve over hun rosbiefs. Maar groenten werden hem in Londen opgediend, gekookt in water en verder “geheel zoals God ze geschapen had”.

Over Parijs nog gezwegen, maar ook in Duitsland at men beter. In herberg Die Krone in Klaustal at hij eens »einen Kalbsbraten, groß wie der Chimborazo in Miniatur, sowie auch eine Art geräucherter Heringe, die Bückinge heißen, nach dem Namen ihres Erfinders, Wilhelm Bücking, der 1447 gestorben und um jener Erfindung willen von Karl V. so verehrt wurde, daß derselbe Anno 1556 von Middelburg nach Bievlied in Seeland reiste, bloß um dort das Grab dieses großen Mannes zu sehen. Wie herrlich schmeckt doch solch ein Gericht, wenn man die historischen Notizen dazu weiß und es selbst verzehrt!«

En gelijk heeft hij, je moet iets zelf eten om te weten hoe het smaakt.

12 januari 2015

Radionieuws spreekt Libération tegen


Marche républicaine : Marine Le Pen acclamée à Beaucaire, schreef Libération.

Merkwaardig. Wie Libération gelooft, zal menen dat Marine Le Pen veel succes had in Beaucaire («acclamée» zegt het blad tenslotte).

Le Pen was, zoals we weten, ongewenst bij de grote charlie-optocht in Parijs en trok dan maar naar een eigen bastion. Bijval daar lijkt me niet uitgesloten, en allicht heeft Libération dit goed gehoord en gezien.

Maar als radioluisteraar, om 22u, hoorde je van Johan Tas een heel ander geluid. 

Van ongewenstheid is geen sprake, maar bij die optocht in Parijs “voelde zij zich niet welkom”. En in Beaucaire werd ze bovendien nog eens "uitgefloten".

Hier moet het om een vergissing gaan, hoogstens om een geval van onschuldige stupiditeit, want moedwillig een woord vertalen door het omgekeerde ervan zou al van vooringenomenheid getuigen. Laten we het voorzichtig houden bij een gebrekkige schoolopleiding.


Acclamer: Saluer par des cris collectifs d'enthousiasme et d'approbation.

9 januari 2015

De kop toont de "redactionele lijn"


Een onschuldige krantenredacteur vertelt vaak meer dan hijzelf beseft, of verondersteld is te vertellen.

Natuurlijk, de titel boven zijn artikel verzint een redacteur niet zelf, en hij is er bijgevolg niet verantwoordelijk voor, maar toch… er is die redactionele lijn waaraan hij zich onderworpen heeft.
In De Morgen zag ik de titel hiernaast. Mooie multiculturele kop, dat zult u beamen.
Maar in de kleine lettertjes van het artikel van de reporter, Stieven Ramdharie, werd die kop vervolgens volledig tegengesproken.
Misschien gaat de eindredactie bij de Zalmkrant ervan uit dat lezers alleen koppen lezen, en geloven zij niet dat er ook lezers bestaan, of dat hun aantal verwaarloosbaar is, die – weliswaar met gebruik van een bril – ook de rest lezen?
Hoe anders kun je verklaren dat hun kop op p.6 zegt dat het om een vermoorde "medemoslim" gaat, terwijl in het artikel staat dat het helemaal niet om een moslim gaat, maar om een ander soort Mustapha? 

Natuurlijk is een eindredacteur bij Charlie Hebdo geen moslim, uilskuikens! Maar dat kun je enkel weten als je het blad al langer dan een week kent ...en bovendien is dat blad in het Frans geschreven.

Hier moeten Charlotte Imbo, of anders Charlie Desmet mij uit de onzekerheid verlossen, of het nu om een slecht artikel gaat, of om een vooringenomen kop.

o-o-o-o-o-o


P.S.  Ik vergat inderdaad nog te zeggen dat, zoals een lezeres hieronder opmerkt, niet enkel de eindredacteur, maar ook Charlie Desmet zelf blijk gaf van ...enige luchthartigheid. Zijn haastige en vooringenomen beweringen over "islamitische slachtoffers" zijn nergens op gesteund. Voor hem zijn feiten  maar dat wisten we al  onbelangrijk tot hinderlijk. Zijn moraliserende bobo-duiding kwijtraken, daar is het hem om te doen.

Nu plots zijn ze 'Charlie'!


Wat is het jaar toch slecht begonnen voor onze journalisten, ik denk dan onder meer aan Charlie Camps, Charlie Desmet en Charlotte Imbo, met hun hypocriete U-bocht die ze zó weer zullen vergeten.

Zij zullen wel met weemoed terugdenken aan de voorbije rustige tijden die ze met zoveel verve wisten te beschrijven, te analyseren en te duiden, en waar er algemeen gesproken niet veel aan de hand was. Natuurlijk, er was Rushdie geweest, Van Gogh, de cartoons, al eens een brandbom bij een onbekend Parijs weekblad enzovoort, maar dat waren geïsoleerde gevallen. Van Gregorius Nekschot, die het zwijgen werd opgelegd (de tekenaar op de site "De Gezonde Roker", van wijlen Theo Van Gogh) hadden ze vanzelfsprekend nooit gehoord, want deftige journalisten lazen dergelijke sites niet, ook niet als iemand hen op het bestaan ervan wees.
Van de dode Van Gogh zeiden ze zelfs dat hij grof was, hij had het toch een beetje aan zichzelf te danken. Toen daarna de moordenaar in de rechtbank verklaarde dat hij volgens de islamleer had gehandeld, namen ze dat niet ernstig. Dat kon immers niet waar zijn.
Op de Franse televisie hoorde ik gisteren een oordeel over de "geïsoleerde gevallen". De specialisten in de uitzending vonden integendeel dat er altijd sprake was van moslimnetwerken, overtuigde mohammedanen. "Les loups solitaires, ce sont des poésies de journalistes". Prachtig Frans zinnetje, dat onze journalisten bij wijze van oefening misschien eens van buiten mogen leren. Het komt hen zeker nog van pas.
Wat was het vroeger toch mooier! Toen Oriana Fallaci stierf – en zij had een boek geschreven, niet over "geïsoleerde gevallen" maar over de islam zelf – toen schreef Patrick Stouthuysen (De Standaard, 27 dec. 2006, p.24) nog dit paragraafje:
"Jammer genoeg zal Fallaci wellicht vooral herinnerd worden om haar laatste boeken, waarin ze ten strijde trekt tegen wat ze de dreigende islamisering van Europa noemt. Fallaci was duidelijk de pedalen kwijt."
Inderdaad maakte Fallaci niet het onnozele journalistieke onderscheid tussen "islamistisch" en "islamitisch", en dat was een doodzonde. Misschien had zij de woorden van die Algerijnse generaal ten tijde van de GIA ernstig genomen: "Cet islam modéré, je ne sais pas de quoi ils parlent". Met zijn "ils" bedoelde de man onze Europese verlichte geesten.
Goed, "de pedalen kwijt" was weliswaar belachelijk maar toch nog enigszins beschaafd uitgedrukt.
Voor een echte beestachtigheid, een walgelijke brutaliteit, konden we vanzelfsprekend terecht bij Charlie Camps.
Die cursiefjes-schrijver, die in de waan verkeert dat zijn artikeltjes in hoofdletters worden afgedrukt, en die heel fier is over het pseudohollandse taaltje dat hij zichzelf heeft aangeleerd, en die een soort van namaak-janmulderachtige droefgeestigheid ten toon spreidt die in zijn geest waarschijnlijk voor sérieux doorgaat, die man mocht toen op de eerste pagina van De Morgen (16 september 2006) het In Memoriam voor Oriana Fallaci schrijven.
Charlie geeft eerst een literaire appreciatie van Fallaci. Zij schreef: "als de eerste de beste Ayaan Hirsi Ali".
Een kleine zandgrondworm mocht het zich toen permitteren om iemand te noemen die wereldwijd wordt geacht om haar fysieke moed, en waar geen tweede exemplaar van bestaat. Hij, die zich enkel in anakoloeten weet uit te drukken, en van wie geweten is dat alle gedachten die zijn geest simultaan kan bevatten makkelijk op een bierviltje gaan.
Maar dat was nog maar een begin. Wie de islam bekritiseerde werd in die mooie tijden, nog als volgt aangepakt in de zalmkrant, via een zatte vlegel: "Oriana Fallaci was doorgeschoten in haat, zelfhaat wellicht. Ik, haar aanbidder, had alleen nog medelijden. Een mildere vorm van verachting. Was het de kanker die haar lichaam doorkliefde?"

Deze krant is nu "Charlie"

4 januari 2015

Karel De Gucht en het Corpus Mysticum


De grondslag is eigenlijk de basis voor de grondslag, hoorde ik Karel De Gucht vanmiddag verklaren bij Trio, op Klara. Klare, heldere, verstandige taal, and it's turtles all the way down.
Ik meen niet dat tegen deze stelling één lezer bezwaar zal hebben, al zullen er onder mijn lezers onvermijdelijk ook dezulken zijn die de Nieuwjaarsdagen al slempend en zuipend hebben doorgebracht.
Karel zei meer behartigenswaardige dingen. Wat mij direct trof was: concurrentie moet er zijn omdat er nu eenmaal concurrentie moet zijn, anders is er geen concurrentie. Waarheid is altijd van een verrukkelijke eenvoud.
Die bandbreedte van hem was ook mooi, maar het mooiste vond ik toch zijn beschouwingen over de “unanimiteit binnen Europa”, die jammerlijk genoeg voorlopig nog compleet afwezig was (Karel bedoelde met “Europa” enkel de EU, iets heel anders en veel beperkter, maar de gedachte blijft even mooi en hij is zeker niet de enige die deze fout maakt).
Karel geloofde in die toekomstige unanimiteit, die was niet iets illusoirs.
Hier leek me het concept van het mystiek lichaam, een corpus mysticum Europae niet veraf. Zo zien we dat mensen die zich ongetwijfeld in alle oprechtheid voor ongelovig houden, toch verborgen mystieke ideeën kunnen koesteren.

2 januari 2015

Gelukkig Nieuwjaar!


Net viel er een mooie nieuwjaarswens in mijn bus, van vrienden die in Schaarbeek wonen.
Hun wens zelf stuur ik mijn geëerde lezers niet door, want die gaat mijn geëerde lezers niet aan.
Wel geef ik hen de eenvoudige boodschap door die ik van de enveloppe, of pregnanter gezegd van de postzegel zelf meende af te lezen.
Het zit zo:
die hele staat België, zelfs in geschenkverpakking, kan tegen normaal tarief, gewoon met B-post verstuurd worden.

30 december 2014

Wat nu broodnodig heet, was voor kort nog te mijden


In het Knack-interview met Siegfried Bracke vandaag, staan enkele verwonderlijke dingen. Zo las ik dat Theodore Dalrymple 'zijn beste tijd heeft gehad'. Dit moet een journalistiek atavisme van Bracke zijn, want Dalrymple is een soort filosoof en geen potje yoghurt waar een vervaldatum op gedrukt staat. Bedoeld wordt allicht dat hij niet meer 'hot' zou zijn, niet meer in de mode, althans volgens de journalistieke logica die alles wat eergisteren is gebeurd of geschreven als onbelangrijk beschouwt. Om helemaal eerlijk te zijn: Siegfried voegde daaraan toe dat Dalrymple wel iets goeds had gezegd destijds. Spons hierover dus, passons.

Wat Bracke daarna antwoordde op de vraag van Jan De Meulemeester – of was het nu Simon Demeulemeester? die twee namen samen zijn verwarrend voor een lezer – was een stuk eigenaardiger. Hun vraag was:
Kan je stellen: onze naoorlogse welvaartstaat is erin geslaagd de meest pijnlijke vormen van armoede uit te sluiten. Behalve die onder nieuwkomers, onder allochtonen.

'Dat heeft te maken met hoe wij onze migratie niet hebben geregeld. En dat heeft dan weer alles te maken met de verziekelijking ervan door het Vlaams Blok. Zij hebben belet dat een broodnodige maatschappelijke discussie gevoerd werd.'

Nu zou ik van de Kamervoorzitter graag vernemen hoe één partij al de andere partijen kan beletten een 'broodnodige discussie' te voeren. Lachwekkend is die kreet, een flauwe drogredenering die door iedereen doorgeprikt zal worden wiens geheugen twee-drie decennia ver reikt. Er wáren toen namelijk geen partijen die deze broodnodige discussie wilden voeren, op één na.
Men vond het toen vooral broodnodig om erover te zwijgen, journalisten en politici zoals gewoonlijk in één front. Het enige begripje dat die samen konden bedenken was 'cordon sanitaire'.
Ik zou de Voorzitter willen aanraden om nu Enoch Powell eens te lezen, maar dan spreken we niet meer over twee decennia, maar over een halve eeuw geleden.

"The supreme function of statesmanship is to provide against preventable evils. In seeking to do so, it encounters obstacles which are deeply rooted in human nature. One is that by the very order of things such evils are not demonstrable until they have occurred: at each stage in their onset there is room for doubt and for dispute whether they be real or imaginary. By the same token, they attract little attention in comparison with current troubles, which are both indisputable and pressing: whence the besetting temptation of all politics to concern itself with the immediate present at the expense of the future. Above all, people are disposed to mistake predicting troubles for causing troubles and even for desiring troubles: "If only," they love to think, "if only people wouldn't talk about it, it probably wouldn't happen."

De hoogste taak van staatsmanschap bestaat erin om voorzieningen te treffen tegen voorkoombare kwalen. Bij die betrachting ontmoet zij obstakels die diep geworteld zijn in de menselijke natuur. Eén daarvan is dat zulke kwalen uiteraard niet aantoonbaar zijn alvorens zij zich hebben voorgedaan: in elk stadium van hun opdoemen is er plaats voor twijfel en voor dispuut, of het om werkelijkheid gaat of om inbeelding. Ergo trekken zij weinig aandacht naast de actuele bekommernissen, die zowel onbetwistbaar zijn als dringend: vandaar de hardnekkige neiging van alle politiek om zich met het onmiddellijke nu bezig te houden, ten koste van de toekomst. Bovenal zijn mensen geneigd om het voorspellen van problemen te verwarren met het veroorzaken van problemen, of zelfs het zoeken van problemen: "Als men" willen ze graag denken, "als men er maar niet over praat, dan gebeurt het wellicht niet."

Zeker de laatste zin moet de vriendengilde van journalisten en politici broodnodig nog een tweede keer lezen, en nu met al hun aandacht erbij.

28 december 2014

Intellectueel terrorisme is geen nieuwigheid, het gaat al jaren mee!

Gesprek met Jean Sévillia,
historicus, auteur en journalist,
27 december, op Boulevard Voltaire

Wat heeft u het felst gechoqueerd in deze affaire Zemmour?
Een geheel van zaken, maar voor alles is het een gebeurtenis die in de lijn der dingen ligt, echt nieuw is het niet. Intellectueel terrorisme gaat heel ver terug in Frankrijk, en vijftien jaar geleden al schreef ik een boek dat de laatste vijftig jaar van de gedachtedictatuur beschreef! Kuiperijen die beogen iemand het spreken te beletten, hebben we al honderd keer meegemaakt. Deze keer neemt de zaak een extreme vlucht, doordat Zemmour in de media ook een extreme positie innam, en de laatste twee jaar een echte ster is geworden. Zijn boek is een maatschappelijk fenomeen: hij is het media-icoon dat men op de korrel neemt, of waarmee men zich identificeert ... Maar anderen hebben dezelfde gemelijkheden gekend, zonder dat iemand zich ervoor interesseerde. Zemmour zelf zou op hoogstens twee regeltjes in de krant hebben kunnen rekenen, als de affaire twee jaar geleden had plaatsgehad.
Hoe is hij dat icoon kunnen worden, is er dan iets veranderd?
Rond zijn naam heeft een kristallisatie plaats, door het nieuws in het algemeen, gevolg van de verschrikkelijke onmacht van Links dat aan het bewind is. Voor veel linkse mensen belichaamde François Hollande een nieuwe hoop, en de teleurstelling is immens. Paradoxaal genoeg stelt Rechts het evenmin goed, en zit het vast in interne twisten terwijl projecten ontbreken. Zemmour is vanzelfsprekend eerder rechts te situeren, maar hij kiest nooit voor een partijpolitieke categorie, wat het makkelijker maakt om je met hem te identificeren, temeer omdat hij straffe taal gebruikt in kwesties die de Fransen bezighouden.
En voor deze rel tegen zijn persoon, werkt de actualiteit niet echt mee!
Voor wat hij vertelde over de islam in Frankrijk, wordt hij bij iTélé aan de deur gezet. De dag daarop zijn er aanslagen. Men vertelt ons dat het om gekken gaat, kan best, maar dan wel gekken die «Allah akbar» roepen ...begrijpelijk dat velen de indruk krijgen dat men hen openlijk uitlacht! Als er anderzijds toch iets nieuws is, dan zijn het de sociale media die dienst doen als klankkast en zich werkelijk als tegenmacht aandienen. Je vindt er het beste en het slechtste, de emoties zijn er vaak opgeklopt en bijgevolg gevaarlijk, maar er circuleert ook informatie.
Journalisten zijn overigens de eersten om zich op een vakbroeder te werpen...
Ook dat is helaas geen nieuwigheid. Nationaal gezien zijn 80 % van de journalisten links, en bij sommige kranten gaat dit gemiddelde tot 90, 95, ja zelfs 99%. Het intellectueel terrorisme probeert de koppen boven het maaiveld af te hakken, en exact dat mechanisme speelt al jaren. Maar er zijn niet enkel die storende ideeën ...over de financiële kant van de zaak spreekt niemand, maar die speelt zeker. Zemmour verkoopt een pak boeken, heeft veel succes en verdient dus veel geld. In de journalistiek daarentegen lopen er veel mislukkelingen rond, sommigen met een heel matig loontje, en die zijn dan jaloers op dat succes. Dat telt ook mee.
Boulevard Voltaire lanceert een steunpetitie voor Zemmour. Zou u die ondertekenen?
Ja. Maar Zemmour is ook weer geen ijkpunt, hij is niet het middelpunt van het politieke of intellectuele leven, en evenmin is hij Onze-Lieve-Heer. Hij kan zich vergissen! Enorm veel schrijvers, filosofen en theologen zeggen evengoed heel interessante dingen die onze aandacht verdienen. De politieke of metapolitieke gevechten die wij leveren, zijn van lange adem en daarin moet elk volgens zijn talenten zijn plek innemen. Wij hebben iedereen nodig, en zijn buitensporige sterstatus is noch goed voor de ideeënstrijd, noch voor Éric Zemmour zelf. Zijn talent erkennen, zijn uitgesproken moed, een boodschap aanmoedigen ...allemaal goed en wel, maar je mag je leven niet afstemmen op wat Zemmour vertelt. Het zou bijzonder ongezond zijn om je achter een man te verschuilen die voor alles in jouw plaats denkt. Waar hij nu zit, levert hij werkelijk interessant werk, laten we hem die plek vanzelfsprekend gunnen, maar ook niet meer dan die plek.

Gesprek met Charlotte d'Ornellas

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html