22 juli 2014

Raison d'État


 Il y a quelques jours, en fin de semaine dernière, le Front National disait: soyons prudents, attention, ne pointons pas tout de suite du doigt! Les séparatistes pro-russes aujourd’hui, tous les éléments semblent pointer la responsabilité vers ces séparatistes. Est-ce que vous n’avez pas fait une erreur au Front National de les soutenir, ces séparatistes pro-russes?

 
 Non, on ne les soutient pas. On ne soutient pas les séparatistes pro-russes. Nous avons une position, encore une fois, qui défend les intérêts de la France. Mais nous disons: attention, ce n’est pas parce que les États-Unis en trois heures vous trouvent des preuves et des coupables, que c’est vrai. Parce que…

 Pour vous c’est pas vrai?

 Mais je ne sais pas si c’est vrai... mais parce que la parole des États-Unis est très décrédibilisée, notamment depuis la guerre d’Iraq. On sait bien qu’ils ont l’habitude aux Am… les Américains de trouver des preuves et des coupables en trois heures quand ça les arrange. Alors, la France doit fonder sa position sur la vérité, la réalité, parce que les conséquences sont potentiellement explosives, et non sur l’intérêt d’autres puissances.


 Vóór een paar dagen, eind vorige week zei het Front National: laten we voorzichtig blijven, opgelet en niet meteen met het vingertje wijzen! Vandaag lijken alle elementen in de richting van die pro-Russische separatisten, en van hun verantwoordelijkheid te wijzen. Hebben jullie bij het Front National niet een fout gemaakt door hen te steunen, die pro-Russische separatisten?
 Nee, wij steunen die niet. Wij steunen de pro-Russische separatisten niet. Onze insteek, nogmaals, is de verdediging van de Franse belangen. Maar wij zeggen wel: opgepast, het is niet omdat op de tijd van drie uur de Verenigde Staten u bewijsmateriaal en verdachten leveren, dat dit ook waarheid is, want…
 Voor u is het niet waar?
 Kijk, ik weet niet of het waar is, maar het woord van de Verenigde Staten is bijzonder ongeloofwaardig geworden, zeker sinds de oorlog in Irak. We weten allemaal dat het de gewoonte is in Am… dat de Amerikanen in drie uur tijd bewijsmateriaal en schuldigen zullen vinden als hen dat goed uitkomt. Maar Frankrijk moet zijn positie bepalen op grond van de waarheid, de realiteit, en niet laten afhangen van de belangen van andere mogendheden, want de gevolgen kunnen explosief zijn.

Florian Philippot, ondervoorzitter van het Front National (en die ooit een thesis schreef over de gevolgen voor de EU, van de splitsing van België), heeft natuurlijk overschot van gelijk. De Amerikanen logen over Pearl Harbor, over Tonkin, over de Varkensbaai, over het neerhalen van het Iranees lijnvliegtuig, over zo veel. Anderzijds, alle staten liegen, ook Frankrijk, en ook over het neerhalen van een passagierstoestel, zoals we toevallig lazen in Le Monde Diplomatique van deze maand.
Maar dat de leugen onder Bush-Bliar nieuwe hoogtepunten heeft bereikt is zeker waar, en die smerige schuld is nog lang niet afbetaald.


21 juli 2014

Waarom haten onze journalisten Poetin?

(en al van lang vóór de crash in Oekraïne)

Tussen kranten bestaan er grote verschillen, en bij een gebeurtenis van mondiale betekenis komen die goed tot uiting. Neem Le Temps, een degelijke Geneefse krant. Die schreef direct na de ramp met de Boeing heel genuanceerd dat de verantwoordelijken te vinden konden zijn «à Donetsk, à Moscou, à Kiev ou ailleurs. Le pire serait maintenant de salir, par des mensonges d’Etat, la mémoire des 295 disparus.» Bij een ding als de Daily Mirror deed men dat anders, en zij waren niet de enigen.

Maar ook een ernstige krant als Le Temps lijdt soms een dag later al aan geheugenverlies:
«Si les rebelles séparatistes disposent désormais d’un équipement sophistiqué et d’armes lourdes, c’est que la Russie les leur a fournis. Ou qu’elle a fermé les yeux de manière bienveillante sur les convois d’armements que les ultranationalistes russes, venus en renfort des insurgés, ont acheminés en Ukraine. Comment douter en effet de l’expertise russe en matière de contrôle des frontières? Impossible de passer de Russie en Ukraine sans que les services secrets russes en soient informés.»
[Als de separatistische rebellen inmiddels over gesofisticeerd en zwaar wapentuig beschikken, dan heeft Rusland hen dat geleverd. Of het moet welwillend de ogen hebben dichtgeknepen voor de konvooien, in Ukraine aangevoerd door de ultranationalistische Russen die de opstandelingen kwamen versterken. Wie zou er immers kunnen twijfelen aan de expertise van de Russen als het op grensbewaking aankomt? Onmogelijk om van Rusland naar Oekraïne te gaan, zonder dat de Russische geheime dienst daarvan op de hoogte zou zijn.]

Dat de negentienjarige Duitse student Mathias Rust op 28 mei 1987, in volle Koude Oorlog met zijn Cessna-sportvliegtuigje in hartje Moskou landde, is men bij Le Temps blijkbaar al vergeten.

Een paar dagen voor de crash in Oekraïne kreeg ik een boekje in mijn bus, een aflevering van een maandblad met als titel “Wladimir Putin, Reden an die Deutschen”, uitgegeven door Jürgen Elsässer en Yasmine Pazio, met daarin teksten van redevoeringen die Poetin hield in Duitsland, of gericht tot de Duitsers. Soms zijn ze vertaald, soms sprak Poetin zelf Duits. Hoofdredacteur Jürgen Elsässer verklaart waarom hij die teksten graag wilde publiceren:

Putin wird von unseren Medien und Politikern dämonisiert. Andererseits, die Bevölkerung ist relativ Rußland-freundlich, wahrscheinlich das Rußland-freundlichste Land in Europa, außerhalb Serbiens vielleicht, und wir wollten dieser spontanen Stimmung pro-Putin Argumente verschaffen und deswegen haben wir die wichtigsten Reden von Wladimir Putin auf Deutsch übersetzt oder zusammengetragen, damit jeder sich ein objektives Bild machen kann. […]  Ohne deutsche Unterstützung können die USA den Krieg den sie führen wollen nicht entfesseln, deswegen ist hier ein neuralgischer Punkt. Ich glaube die Entscheidungen über Krieg und Frieden fallen in Berlin, und das war auch ein Motiv für uns dieses Buch zu machen, um eben hier im Hotspot Deutschland die Meinung Richtung Frieden zu beeinflussen.


[Poetin wordt door onze media en politici gedemoniseerd. De bevolking anderzijds is Rusland relatief welgezind. Wij zijn waarschijnlijk het meest Russischgezinde land in Europa, op Servië na wellicht. Wij wilden die spontane pro-Poetin-stemming van argumenten voorzien en daarom hebben wij de belangrijkste redevoeringen van Vladimir Poetin naar het Duits vertaald of ze verzameld, zodat elkeen zich een objectief beeld kan vormen. […] De oorlog die zij willen voeren kunnen de VS niet zonder Duitse steun ontketenen, en dit is bijgevolg een zeer gevoelig punt. Ik meen dat de beslissingen omtrent oorlog en vrede in Berlijn vallen, en dit was voor ons ook een beweegreden om dit boek te , maken, om juist hier in de hotspot Duitsland de mening te beïnvloeden in de richting van vrede.]

De ondertitel van het boekje luidt: “Vom Selbstbestimmungsrecht gegen die Neue Weltordnung. Was der russische Präsident wirklich sagte – Originaltexte von 2001 bis 2014, en hij verklaart al meteen waarom Poetin bij onze krantenmakers zo slecht ligt.
Poetin is namelijk geen aanhanger van de politieke correctheid en hij gebruikt vaak begrippen die slecht aankomen.
Een klein stukje uit zo’n redevoering “Die Identitäten der Völker erhalten”, kan hier als voorbeeld dienen. Voor onze hoofdartikelschrijvers is zo’n titel op zich al een provocatie. Poetin sprak die rede uit op 19 september 2013 in Novgorod, “het spirituele centrum van Rusland” noemt hij die stad, op het Valdai-forum, een jaarlijks congres van historici, filosofen en velerlei experten die zich met de Russische binnen- en buitenlandse politiek bezighouden.
Onder meer dit vertelde Poetin daar:

[…] Eine weitere Herausforderung für die russische Identität hängt mit den Prozessen zusammen, die wir in der Welt beobachten. Dazu zählen außenpolitische und moralische Aspekte. Wir sehen, dass viele euro-atlantische Staate den Weg eingeschlagen haben, ihre eigenen Wurzeln zu verneinen beziehungsweise abzulehnen, einschließlich der christlichen Wurzeln, die die Grundlage der westlichen Zivilisation bilden. In diesen Staaten werden moralische Grundlagen und jede traditionelle Identität negiert. Nationale, religiöse, kulturelle oder sogar geschlechtliche Identitäten werden verneint. Dort wird eine Politik durchgesetzt, die eine kinderreiche Familie mit einer homosexuellen Partnerschaft gleichsetzt.
[Nog een andere uitdaging voor de Russische identiteit hangt samen met ontwikkelingen die wij in de wereld bemerken. Ze raken aan de buitenlandse politiek en vertonen ook morele facetten. Wij zien dat vele Euro-Atlantische staten een weg zijn ingeslagen die de ontkenning van hun eigen wortels inhoudt, of deze zelfs verwerpt, inbegrepen de christelijke wortels die de grondslag van de Westerse beschaving vormen. In deze staten worden morele beginselen en elke traditionele identiteit afgewezen. Nationale, religieuze, culturele of zelfs seksuele identiteiten worden ontkend. Daar wordt een politiek gevoerd die een kinderrijk gezin op gelijke voet plaatst met een homoseksueel partnerschap.]

Dit is duidelijk een verwijzing naar de weigering van de EU om het woord christelijk op te nemen in haar handvest dat geen grondwet mag heten, en naar enkele merkwaardige besluiten van het Hof voor de Rechten van de Mens.

Die Exzesse der politischen Korrektheit in diesen Ländern führen dazu, das sogar ganz ernsthaft die Zulassung von Parteien diskutiert wird, die sich für die Pädophilie einsetzen.
Die Menschen in vielen europäischen Staaten schämen sich und haben regelrecht Angst, offen über ihre religiöse Zugehörigkeit zu sprechen. Christliche Feiertage und Feste werden abgeschafft oder sogar umbenannt. Damit versteckt oder verheimlicht man den tieferen moralischen Wert dieser Feste. Und dieses Modell versuchen diese Leute aggressiv weltweit zu exportieren. Ich bin überzeugt, dass das der direkte Weg zur Degradierung und Primitivisierung der Kultur ist. Das führt zu tiefen demografischen und moralischen Krisen.
[De uitwassen van de politieke correctheid in die landen leiden ertoe dat daar zelfs in alle ernst gediscussieerd wordt over de toelating van partijen die zich voor pedofilie inzetten. De mensen in veel Europese staten schamen zich en hebben waarlijk angst om openlijk te spreken over hun religiositeit. Christelijke feestdagen worden afgeschaft of krijgen een andere naam. Zo verbergt of verdoezelt men de diepere morele waarde van die feesten. En deze lui proberen dit model op een agressieve manier wereldwijd te exporteren. Ik ben ervan overtuigd dat dit de directe weg is naar verval en primitiviteit van de cultuur. Dit voert naar diepe crisissen, moreel en demografisch.]

Es gibt noch einen wesentlichen Aspekt, auf den ich ihre Aufmerksamkeit lenken möchte. In Europa und in einigen andern Ländern wird der sogenannte Multikulturalismus transplantiert, ein in vielerlei Hinsicht künstliches Modell, das nun aus verständlichen Gründen in Frage gestellt wird. […] Die Bildung spielt in der Erziehung zum individuellen Patriotismus eine erhebliche Rolle und deswegen müssen wir die Lehren der großen russische Kultur und Literatur wieder aufleben lassen. Sie müssen als Grundlage für die persönliche Identität der Menschen, die Quelle ihrer Einzigartigkeit und ihrer Basis für das Verständnis der nationalen Idee dienen.
Hier hängt viel von der Lehrerschaft ab, die schon immer ein sehr wichtiger Behüter der gesamtnationalen Werte, Ideen und Philosophien war und sein wird.
[Er is nog een wezenlijk aspect waarop ik uw aandacht zou willen vestigen. In Europa en in enkele andere landen wordt het zogenaamde multiculturalisme getransplanteerd. In vele opzichten is dit een kunstmatig model, dat vandaag om begrijpelijke redenen ter discussie staat. […] Vorming speelt in de opvoeding tot individueel patriottisme een belangrijke rol en daarom moeten wij de lessen van de grote Russische literatuur weer laten opleven. Zij moeten het fundament vormen van de persoonlijkheid van de mensen, de bron van hun eigenheid en de basis voor hun begrip van nationale identiteit. Hier hangt veel af van het lerarenkorps, dat van de gezamenlijke waarden, ideeën en filosofische inzichten der natie altijd al een zeer belangrijke hoeder is geweest en zal blijven.]

Zoals u ziet, is het begrippenarsenaal dat Poetin hanteert een vloek voor onze weldenkende journalisten én de echte reden voor hun afkeer van de man, al betwijfel ik of veel journalisten ook weten wat hij woordelijk zegt.
Maar het is goed dit in gedachten te houden, want over Poetin zult u de komende dagen in onze pers niet veel meer dan insinuaties, na-aperijen en scheldwoorden lezen.

Stukje verschenen in Doorbraak

5 juli 2014

Jupilerjournalistiek


Negen malen daags wordt de rechtvaardige beproefd, zei een kerkvader. Ik geloof hem graag, en in zijn tijd zal dat cijfer correct zijn geweest, maar vandaag gaat alles sneller. Wie des ochtends de moeite neemt om een paar kranten in te kijken, mag zich nog voor het uur van de middag onder de rechtvaardigen rekenen.
Wie de geschriften van Yves Desmet leest, mag dit al bij zijn eerste kop koffie.
Zijn jongste artikel helemaal analyseren doe ik niet, lezer. Wie onder de rechtvaardigen gerekend wil worden, moet daar namelijk zelf ook iets voor doen.

Ik meen echter dat we al een derde van de weg kunnen afleggen, als we volgende twee zinnen van Yves doorproeven en ons gezamenlijk ergeren aan zijn inhoudelijke leegte (“simpelweg wat gelukkiger”), zijn stilistische zwakte (“vertrouwensbarometers”), zijn ronduit onwaardige en slaafse wensgedachten (“de populariteit van zetelende regeringen verhogen”).
Vanzelfsprekend, we zouden nog een eind weegs kunnen gaan en beproevingen als “Ce n'est pas le moment om de Cassandra van dienst uit te hangen” in stilte over ons heen laten komen, wetend dat wij onze klep moeten houden.
“…in zowat alle landen die nog aan de kwartfinales van het WK deelnemen, lopen mensen simpelweg wat gelukkiger rond dan anders. Voor zover u de gekte nog niet zelf in uw eigen straatbeeld heeft opgemerkt, zie je ook de vertrouwensbarometers stijgen en de populariteit van zetelende regeringen verhogen.”

Aan u om de abdicerende, collaborerende knecht-journalist Desmet helemaal te lezen, rechtvaardige lezer. Bij hem lijkt meer dan één werveltje gebroken, of misschien te ontbreken.

24 juni 2014

Klein accidentje bij De Standaard


Filip Van Ongevalle, chef cultuur, media & wetenschap van de Kwaliteitskrant, bedoelt het goed met zijn “Belgische veelkleur”, maar hij begrijpt maar half waar hij het over heeft …en schrijft bijgevolg ook belabberd.
Alleen al "dient zich een momentum aan" bewijst dat we hier met een simpele te maken hebben die graag een woord gebruikt dat hij niet kent. Verder zit hij op zijn fiets "als een vogel voor de kat".

En dan, de crux interpretum van zijn verhaal, vertelt hij dat: “Frankrijk in 1998 wereldkampioen werd met zijn befaamde ‘Beur-blanc-rouge’-team”.

Goede wil is mooi, maar op zich volstaat goede wil niet. Filip weet niet genoeg om over moeilijke zaken te schrijven, want Beur-blanc-rouge is weliswaar de ironische titel van een film, maar de Franse voetbalploeg was (schreef Libération toen nog hoopvol): “celle qui a pu incorporer le beur-blanc-black dans le bleu-blanc-rouge.”

Dat laatste was een verwijzing naar de Franse vlag, Filip. En “beur” is ook geen boter, wat je logischerwijs misschien denkt.
Steeds tot uw dienst.

12 juni 2014

Het probleem met vertalingen


Vlaamse journalisten, al menen ze het nog zo goed, gaan makkelijk uit de bocht.
Heine zei het al over Kants "Kritik der reinen Vernunft":
"Man muß Deutsch verstehen, um dieses Buch lesen zu können."

Gedichten zijn onvertaalbaar, dat weet iedereen maar ook proza is weerbarstig. Zo is P.G. Wodehouse amper te vertalen. Nochtans is het mogelijk, want ik las hem eerst in het Nederlands (Prismareeks, twintig frank per deeltje) en raakte verslaafd.
Of de Maigrets van Simenon: zet die maar eens in het Nederlands. Toch lukt ook dat, want hij is in den vreemde de bestverkopende Franse schrijver las ik ergens, en bij Livre de Poche zijn voor vijf euro zestig per stuk al zijn vertellingen beschikbaar.
Wat de taak van hun vertalers wellicht vergemakkelijkte: die Wodehouses, vijftig of zestig las ik er, zou een structuralist wellicht tot één boek kunnen terugbrengen. De intriges zijn immers altijd dezelfde. Bij Maigret ook. En laat Maigret dan te maken hebben met echte moordenaars, en Bertie Wooster enkel met aangeschoten vrijgezellen die door een onachtzaamheid in een huwelijk verzeild dreigen te raken, de problemen van hun vertalers zullen niet op het inhoudelijke vlak liggen.

De problematische kwestie is: hoe komt het dat Wodehouse of Simenon telkens weer hetzelfde verhaal kunnen vertellen, zonder dat hun arme lezer zijn bekomst krijgt?
Dat komt door hun stijl.
En alles weergeven kan niet, maar de vertaler moet daar meer dan een snuifje van weten te bewaren of er blijft niets over. Vanzelfsprekend, je moet als vertaler dan eerst Frans of Engels verstaan, maar hen vertalen is mogelijk, en sommigen lukt het aardig zeggen de miljoenencijfers.

Dezelfde eisen kun je natuurlijk niet aan journalisten stellen. Die hebben bijvoorbeeld een interview met een schurk gezien, of beweren het gezien te hebben, en het interview was in het Frans. Wat nu gedaan?


Die schurk geeft wekelijks televisiepraatjes met zijn visie op de actualiteit, en besluit ze met een vast rubriekje: Le Pauv'con de la semaine, de Dwaas van de week. Dat is altijd één figuur, een politicus of een andere bekende Fransman.
En de uitdrukking mag wat ruw klinken maar ze is in Frankrijk geconsacreerd door Sarkozy, die op een landbouwsalon een lastige boer wegduwde met de woorden: Scheer je weg sukkel, Casse-toi pauv'con!

In aanmerking voor genoemde rubriek kwam deze keer dhr. Yannick Noah, vroeger tennisspeler en nu zanger, die had aangekondigd dat hij niet meer in Frankrijk wilde zingen als het Front National de verkiezingen zou winnen.
Nu gebeurde dat helaas wel en onze schurk, Jean-Marie Le Pen, stichter van dat Front, gebruikte aan zijn adres de mooie uitdrukking: «Cochon qui s'en dédit!» Droogweg vertaald: "belofte maakt schuld".
Maar die Franse uitdrukking is altijd komiek bedoeld, en daarom zou ik een journalistieke vertaler aanraden om hier een minder bekend Nederlands equivalent te gebruiken. Misschien in de zin van: "de klok luiden maar niet schaften".
Nu goed, de interviewster onderbrak Le Pen en zei hem dat nog een andere zanger, Patrick Bruel ook al niet meer wilde zingen in de Zeshoek! En daarvoor hadden ze het al over Madonna gehad, en over Guy Bedos: te veel voor één rubriekje.

Over Bruel en die anderen zei Le Pen nu: «Ah, ça ne m'étonne pas! Écoutez, on fera une fournée la prochaine fois.» Volgende keer doen we meteen een hele lading, zou je kunnen vertalen want inderdaad, het format van de schurk is zoals gezegd: un con par semaine.

The Guardian vertaalde nogal droog en letterlijk: next time we'll make a batch.
Next time, zijnde de week daarop.
De Standaard vertaalde wat vrijer, dichterlijker zo u wil: Le Pen: We moeten nieuwe oven bouwen, en verderop: We zullen volgende keer een oven voor hem bouwen, liet hij optekenen.
U begrijpt: "optekenen" is hier in figuurlijke zin gebruikt, want hij zei dat voor de camera.
Bij Knack was ook een dichter aan het woord: In een reactie op kritiek van de Frans-Joodse zanger Patrick Bruel zei hij 'de volgende keer weer een oven te zullen bouwen'.

Let op hun aanhalingstekens, die naar goede journalistieke gewoonte weliswaar enkel gebruikt worden voor citaten of letterlijke vertalingen, terwijl "te zullen bouwen" natuurlijk geen citaat kan zijn. Nooit les grammatica gehad wellicht, deze jongen.

Het Frans van de journalisten van deze kwaliteitsbladen - ik wil hun namen niet noemen want die mensen hebben misschien kinderen of kleinkinderen - dat Frans moet nog wat bijgewerkt worden.
Nu geven zij de indruk te horen wat ze dolgraag willen horen, en trouwens al lang wisten nog voor ze iéts gehoord hadden.


Stukje eerst verschenen op Doorbraak

1 juni 2014

U wist dat niet, maar ook binnen de politicologie bestaan er tegenwoordig specialismen


Een politicoloog moet heel wat kunnen. Schrijven bijvoorbeeld. Professor Herwig Reynaert, professor lokale politiek aan de UGent, weet dat en in Knack schrijft hij: “Onder een al bij al stralende zon trokken we naar de 'moeder van alle verkiezingen'.” Een levendige, bijna blijmoedige zin.
En net daarvoor had de wetenschapsman ook al over het voetbalspel gesproken. Over een match tussen twee lokale Madrileense clubs, en lokaliteit is zijn specialiteit.

Natuurlijk blijft het daar niet bij en laat hij ons na zijn weerkundige inleiding delen in specifiek politicologische inzichten, maar toch had ik van de professor graag vernomen wat hij bedoelde met zijn nogal zure kwalificatie “al bij al stralend”. Had hij zondag dan geen vrede met de breedtegraad waarop hij lokaal leeft?

Wat mij weer aangenaam trof bij zijn inzichten en beschouwingen was de aandacht die de professor had, ook voor de psychologische aspecten van een verkiezingsdag: “Het bleef bibberen tot de verlossende resultaten binnenkomen”.
Goed, dat moest misschien “binnenkwamen” zijn voor wie per se grammaticaal wil blijven, maar als je zulke dingen niet uit de lagere school hebt onthouden dan is het niet de afdeling Politicologie waar je ze nog zult leren.

Maar de al bij al stralende kruin van de professor verbergt gelukkig meer schatten.
Wist u bijvoorbeeld, lezer, dat “de politieke kaarten nu op tafel liggen”? En dat de politici er nu “verder mee aan de slag moeten”? En dat er nu “een paringsdans van jewelste, geen wandeling door het park” begint?
Natuurlijk wist u dat niet want u hebt geen politicologie gestudeerd.
Die wandeling door het park bewijst anders wel dat de professor een aardig mondje Engels moet kennen.
En wist u wat er bij coalitiebesprekingen zoal een rol speelt? Natuurlijk niet, maar het zijn “talrijke strategische overwegingen”. Je zou jaloers worden op het intellect van zo’n man.
En weet u wat de bedoeling is van coalitievormingen? Die moeten leiden tot “een bestuursmeerderheid op de diverse niveaus”, en “graag geen nieuw wereldrecord!”.

Die laatste overweging is meer een cri du cœur dan een wetenschappelijke observatie zult u zeggen, maar ze bewijst nogmaals dat de professor een man van vlees en bloed is die er niet voor terugdeinst om ook de psychologie in zijn analyse te betrekken.

Ik meen dat het Mark Twain was die de vraag stelde of een aap per toeval de Divina Commedia zou kunnen typen. Het antwoord op die vraag is ja. Alleen is de kans kleiner dan één, gedeeld door het aantal elementaire deeltjes in het ons bekende Heelal.
De kans dat hij een publiceerbaar politicologisch artikel produceert, lijkt mij aanmerkelijk groter.


Stukje eerder verschenen in Doorbraak

24 mei 2014

Lieven De Cauter, philosophe


Le Soir
Carte blanche
Vendredi 23 mai 2014

La N-VA s’exclut-elle elle-même des négociations fédérales?
Lieven De Cauter, philosophe, Rits, Kuleuven, Luca,
membre du Vooruitgroep


De Wever est soudainement candidat Premier ministre, alors qu’il y a une semaine encore, il avait dévoilé et puis nié (comme d’habitude) sa stratégie de négociation définitive : d’abord former les gouvernements régionaux et puis négocier le fédéral à partir de ceux-ci.

Notre hypothèse [wetenschappers werken met hypotheses] est qu’il parlait vrai (pour ensuite nier, donc donner des signaux aux électeurs et tester le champ) [«het terrein verkennen, aftasten», zat in zijn Nederlandstalig hoofd; de vertaling met «tester le champ» is nogal ongebruikelijk]. Cette stratégie ne serait pas seulement anti-démocratique, elle friserait aussi l’illégalité, puisque aucune loi ne la permet. [Hij denkt blijkbaar dat wat de wet niet expliciet toestaat meteen ook verboden is. Eerder het omgekeerde is waar: wetten verbieden. Slecht puntje voor een filosoof] En tout cas, elle démontrerait une politique frontale du pourrissement, puisque l’aboutissement d’un accord fédéral à partir des gouvernements régionaux ne peut qu’être renvoyé aux calendes grecques [een filosoof weet zulke dingen]. Le record mondial de durée de formation d’un gouvernement peut encore être battu ! Et c’est sans doute ce que De Wever souhaite : prouver par les faits que la Belgique est ingouvernable. Et puis forcer la séparation, puisque le « confédéralisme » n’est que la feuille de vigne, ou mieux encore l’écran de fumée qui cache le but ultime, le divorce.

De Wever semblait pour un bref instant supplier d’être exclu des négociations fédérales. Dès lors, les autres partis devraient prendre position et déclarer que la formation du gouvernement fédéral est indépendante de celles des gouvernements régionaux. Ce serait parfaitement démocratique de ne pas tenir compte de la N-VA lors des négociations fédérales. Maintenant candidat Premier, il brouille toutes les pistes pour confondre ces adversaires, disciple de Machiavel qu’il est (et sans doute aussi Leo Strauss, parrain philosophique des néoconservateurs, qui disait qu’il faut faire la politique avec des « mensonges pieux » et des « mythes utiles »). Ce n’est pas le football panique que Magnette y voit : « There is method in the madness » - « Il y a de la méthode dans la folie ».

Bien sûr, si on suit l’hypothèse qu’il parlait vrai, le parti et ses partisans bruyants et surtout intolérants protesteront à grands cris. Et bien sûr ils entreront dans leur rôle favori : celui de Caliméro, mis à l’écart de façon antidémocratique [originele vondst van onze filosoof, deze vergelijking met het stripfiguurtje]. Mais nous en avons marre de cette chanson ["avoir marre de" is een wat brutale uitdrukking, maar niets vergeleken bij wat deze man bij andere gelegenheden al heeft uitgestoten, zie verder] et entre-temps, le poussin noir s’est métamorphosé en pitbull. La N-VA veut faire taire définitivement la majorité qui ne veut pas de la division du pays. Et cela, nous ne l’acceptons pas.

Si la N-VA ne veut pas s’attabler aux négociations fédérales, le temps est peut-être venu de l’en exclure (je ne peux pas parler d’un cordon sanitaire) [waarom niet, Lieven? Een filosoof mag niet terugschrikken voor het gebruik van een correcte term]. Celui qui ne respecte pas la démocratie, va dans le coin. La majorité de la population, même flamande – 70 % –, ne veut pas de la scission du pays [hij rekent bij zijn 70% o.m. ook de Belangstemmers. Lieven zal dus toch tegen het cordon zijn?]. Et donc, la N-VA veut imposer celle-ci contre la volonté de la population, ce qui est antidémocratique. [Lieven gebruikt “democratie” en antidémocratique” wel, maar geeft een geheel eigen invulling aan deze termen. Een "idiosyncratische" manier van denken, om eens een filosofische term te gebruiken die hij misschien wél kent] Leur promesse d’un gouvernement de relance économique au niveau fédéral n’est que du boniment. La relance peut apparemment attendre, puisqu’il faut d’abord former les gouvernements régionaux et puis le fédéral, ce qui peut prendre une éternité. Bref, c’est la doctrine Maddens (stratégie politique flamande pour le dialogue communautaire développée par le politicologue Bart Maddens de la KUL en 2009, NDLR) - dans sa forme la plus extrême. D’ailleurs être candidat Premier pourrait, en fin de compte revenir au même : mettre une liste de demandes impossibles sur la table pendant 500 jours et plus. Bien possible. Ou combiner les deux stratégies : d’abord faire les coalitions régionales pour être un candidat Premier ministre très fort mais inacceptable.

Ma proposition pour une exclusion de la N-VA est-elle sérieuse ? Mon point de vue n’a pas changé depuis des années : la prudence et l’apaisement n’ont aucun sens avec les extrémistes néoconservateurs à la De Wever et co. Si vous ne me croyez pas, pensez aux déclarations de Jan Jambon : celui qui perd son emploi n’a qu’à vendre sa maison avant d’avoir droit au revenu d’intégration. Nié par après, évidemment. Il y a du système dans leurs dénégations. L’Etat disciplinaire néolibéral devient un fait avec la N-VA au pouvoir. Cela, c’est sûr et certain. Toutes les tentatives pour réparer les « gaffes », et de contredire « l’image de parti antisocial » qui – finalement – commence à hanter la N-VA, sont inutiles : la liste des mesures antisociales des séparatistes est immensément longue (voir le parcours désastreux de Liesbeth Homans, l’« Iron Lady » anversoise).

Ajoutez à cette politique impitoyable la diminution d’impôts spectaculaire pour les riches (86 % est pour eux !) et le tableau est complet : « punissez les pauvres et récompensez les riches », voilà le programme électoral officiel de la N-VA ! Cette politique de pourrissement institutionnel et d’injustice sociale est totalement malsaine.
Aux Flamands bien intentionnées (si, si ils existent, cher lecteur du Soir, ils sont même une grande majorité – 70 % ne votent pas pour le N-VA). [op de valreep nog enkele kleine foutjes: hij maakt zijn zin niet af, en het moest “intentionnés” zijn, en hij rekent bij zijn 70% blijkbaar weer de Belangstemmers].
Les francophones et De Wever semblent oublier cela : aux vrais Flamands donc, je dis : suivez votre cœur avant que la N-VA ne vous ait transformé en sans-cœur. Ouvrez les yeux avant que la N-VA ne les ferme !


o-o-o-o-o-o

Maar voor de liefhebbers van de geschriften van deze filosoof geef ik hier nog een voorbeeldje waarin zijn stijl, zijn denkkracht en zijn verbluffende talenkennis nog beter tot hun recht komen: een wat oudere mail die hij naar zowat alle redacties heeft gestuurd, en naar talloze andere adressen, helaas ook naar het mijne:


from: Lieven De Cauter [mailto:lieven.decauter@asro.kuleuven.be]
date: zondag 23 december 2012 22:12
to: XXX, XXX 
subject: Pokeren over postmodernisme? I call your bluff, Bart De Wever. I call your bluff!

Pokeren over postmodernisme? I call your bluff!

Geachte Meneer De Wever, Gij denkt dat ge ons in De Standaard de les kunt lezen over de autonomie van de kunst?

Sorry boy! I don't don't buy this shit! De waarheid is: je hebt gewoon iemand die een weekje op een tekstje kan kauwen. Sorry: je kan niet tegelijk de populistische, reactionaire,neo-nationalistisch/neoliberale politicus willen spelen én tegelijk de grootste intellectueel van de lage  landen. Niet tegelijk. Sorry. Ik daag je uit (look in my eyes) om serieus (niet zomaar met ghost writers) te discussiëren.   Over Adorno, Weber, Nietzsche, Wagner, de autonomie van de kunst, Hegel, de kunstsmarkt, het einde van de kunst, modernisme en postmodernisme. The works! Sorry. Sorry, maar da’s wel van ons hé! Ge wilt dat ook afpakken? Thruth or dare! I CALL YOUR BLUFF. Adorno? You  must be joking! You don’t wanna go there! Do you? Come on??? Ik probeer daar al 20 jaar in de gazet over te schrijven en gij ga da nu effekes gebruiken voor uw politiek project? Dat ga geen waar zijn. Niet, zolang ik leef. Ge gaat mij eerst moeten vloeren. Try me! Trouwens, het is ook typisch, hé, op de vooravond van Kerstmis, ... als niemand tijd heeft..., "ja sorry jongens, maar ik heb wel ghost writers, hé". Awel: Fuck you! Ik heb geen ghost writers. Maar ik  maak in no time brandhout van al je argumenten - voor zover het argumenten zijn -  op om het even welk medium: radio, televisie, whatever. En velen met mij, zo mag ik hopen. Try me for starters. I eat you for breakfeast.


prod dr. Lieven De Cauter,
filosoof en kunsthistoricus
_____________________________
Lieven De Cauter,  Koninginnelaan 232  1020 Brussel + 32 2 428 47 41 / + 32 477 617 420
lieven.decauter@asro.kuleuven.be / website: www.brusselstribunal.org

22 mei 2014

Delwit, politicoloog van zijn vak


Pascal Delwit, u kent hem niet maar in zijn vrije tijd is die man campagnewatcher voor De Tijd. Voltijds echter is hij professor politicologie aan de ULB. 
Over dat laatste alvast geen kwaad woord, want de meeste universiteiten hebben die richting tegenwoordig. Soms hoor je in de plaats van “politicologie” wel eens de benaming “politologie”, maar dat is hetzelfde. Bij een nieuwe wetenschap zijn er aanvankelijk verschillende namen in omloop. Zelfs bij oude, echte wetenschappen komen soms verschillende namen voor, denken we aan de natuurkunde die vaak ook fysica wordt genoemd. Of aan de scheikunde, waar het onderscheid tussen alchemie en chemie eeuwenlang onduidelijk is gebleven.
Die wetenschap nog daargelaten, maar om onze man zelf even te plaatsen: eind 2010 was professor Delwit kandidaat-rector van de ULB, maar hij werd jammerlijk verslagen door een wetenschapper, de historicus Didier Viviers, en wel met 633 stemmen tegen 173.
De opkomst bij die verkiezing was tegen de tachtig procent, de hoogste in 40 jaar. Le Soir schreef toen: «Il s’agit d’un véritable camouflet pour Pascal Delwit qui semble plus brillant pour analyser la politique que pour en faire».

Dat van die camouflet kunnen wij niet beoordelen. Het is een oud woord, een vijftiende eeuwse term: «chault moufflet: fumée épaisse que l'on souffle malicieusement au nez de quelqu'un avec un cornet de papier enflammé»; later, rond 1545 kwam ook de betekenis van «pet», “scheet” in voege, en er zijn ook modernere betekenissen, militaire en andere, maar laten we daar geen tijd mee verliezen.

Erger is, afgaand op zijn stukje vandaag in De Tijd, dat ook het analytische vermogen van Delwit niet indrukwekkend lijkt.
Hij begint zo: “De voorzitter van de N-VA, Bart De Wever, had lang een lengte voorsprong in deze campagne en in de politiek-mediatieke agendasetting, maar nu is hij die lead kwijt. Hij wordt meer reactief dan proactief.”

Lezer, ik wil zijn magere gedachten niet helemaal uitbenen, u kunt de goede man zelf lezen hieronder. Woorden als “proactief” en lead hebben een verlammende werking op mijn schrijflust.
Het is duidelijk een Frans tekstje, dat zie je aan vele wendingen. Onze auteur mag zich nochtans niet beklagen over zijn vertaler (gesteld dat Pascal een vertaling zou kúnnen beoordelen) want die man heeft zijn uiterste best gedaan, en schrijft bv. heel correct “mensen wier programma”. Hilde Crevits hoorde ik recent nog ergens “mensen wiens” zeggen.

Een politicologisch raadsel voor mij was zijn kwalificatie van De Wever zijn Franse toespraak: “…een koninklijke, bijna presidentiele, ja zelfs keizerlijke houding.”

Misschien moet Pascal eens bij een historicus te rade gaan, Viviers bijvoorbeeld, en dan zal hij in het vervolg, als hij goed oplet in de les, met minder absurde crescendo’s voor de dag komen.


(klik om te vergroten)


19 mei 2014

De andere democratie spreekt


In het programma Speed Voting (zeg: spidvottiéng) van de RTBf, liet men Rik Torfs telefonisch een vraag stellen aan baron Francis Delpérée, voorzitter van de cdH-senaatsfractie (eind van de uitzending, op 18'50"). Torfs vroeg of Delpérée bereid was om, na een voorafgaandelijk en eerbaar regeerakkoord, een eerste minister van de N-VA te aanvaarden.

En al was de slaafsheid in de toon van Torfs zijn vraag opvallend, men mag zeggen lachwekkend, toch volstond die slaafsheid niet om de baron te vermurwen tot meer dan enige neerbuigende, inleidende woorden:

Arnaud Ruyssen, RTBf: Vous parlez de la N-VA, on prend une dernière question qui la concerne:

[telefoon, eerst stelt de rector zich voor] «Rik Torfs, recteur de la KUL. Accepteriez-vous, au cas où la N-VA deviendrait le premier parti du pays, un premier ministre N-VA, si bien entendu un accord gouvernemental honorable a été conclu préalablement ?»

Ruyssen: Votre réponse Francis Delpérée?
Francis Delpérée, cdH: Rik Torfs a été mon collègue au sénat. Rik Torfs a été mon collègue à l’université. Je suis très sensible au fait qu’il veuille bien me poser un question comme recteur de la Katholieke Universiteit Leuven, mais non, non, non! Non, la N-VA n’est pas fréquentable. Elle n’est pas fréquentable, ni au niveau du gouvernement, ni a fortiori à la tête même de ce gouvernement.
Ruyssen: Pas fréquentable, carrément? Donc pour vous, on ne peut même pas, si demain la N-VA fait un score très important et que, elle se voit confier des missions d’information, voire de formation, vous n’irez tout simplement pas au rendez-vous?
Delpérée: J’ai relu la dernière interview que Jean-Luc Dehaene, l’ancien premier ministre, a donné au journal, à vos collègues du journal Le Soir. Et qu’est-ce qu’il dit? Il dit: il y a le Belang, et il y a la N-VA. Deux partis, c'est kif-kif bourricot. Il n’y a pas de différence entre les deux, c’est blanc bonnet et blanc, euh bonnet blanc. Ce sont deux partis indépendantistes, ce sont deux partis racistes. L’un avec les étrangers, l’autre surtout avec les Wallons, et les Bruxellois, ils ne participent même pas, disons à la discussion. Il est moralement, il est politiquement impossible, pour moi en tout cas, de m’asseoir à la même table.
Ruyssen: Donc ça c’est l’avis de Francis Delpérée, ou l’avis du cdH?
Delpérée: C’est l’avis du cdH, d’autant plus que si je m’assieds à la table, je sais qu’il a un couteau dans la main, qu’il est prêt à me planter dans le dos. Ça, non !



Arnaud Ruyssen, RTBf: De N-VA zegt u; luisteren we naar een laatste vraag in dat verband:
[telefoonfragment] «Rik Torfs, rector van de KUL. Zou u, mocht de N-VA de sterkste partij van het land worden, een eerste minister van de N-VA kunnen aanvaarden, gesteld natuurlijk dat er vooraf een eerbaar regeerakkoord werd afgesloten?»
Ruyssen: Uw antwoord Francis Delpérée?
Francis Delpérée, cdH: Rik Torfs is mijn collega in de senaat geweest. Rik Torfs is mijn collega aan de universiteit geweest. Ik ben er heel gevoelig voor dat hij als rector van de Katholieke Universiteit Leuven mij een vraag wil stellen, maar nee, nee, neen! Neen, met de N-VA ga je niet om. Zij is te mijden in een regering, en a fortiori aan het hoofd zelf van die regering.
Ruyssen: Te mijden zonder meer? Dus voor u kan men niet eens… als de N-VA morgen een zeer sterke score haalt en zich een informatie- of zelfs een formatie-opdracht ziet toevertrouwen, in dat geval verschijnt u simpelweg niet op het rendez-vous?
Delpérée: Ik heb het laatste interview herlezen dat oud eerste-minister Jean-Luc Dehaene heeft gegeven aan de krant, aan uw collega’s van de krant Le Soir. En wat zegt hij? Hij zegt: er is het Belang, en er is de N-VA. Twee partijen, koekoek één zang. Er is geen verschil tussen die twee, het is lood om oud ijzer. Het zijn twee independentistische partijen, het zijn twee racistische partijen. De ene ten opzichte van de vreemdelingen, de andere vooral voor de Walen, want de Brusselaars komen in de discussie om zo te zeggen niet voor. Het is moreel, het is politiek onmogelijk, voor mij in elk geval, om aan eenzelfde tafel te gaan zitten.
Ruyssen: Is dat nu de mening van Francis Delpérée, of de mening van het cdH?
Delpérée: Het is de mening van het cdH, temeer daar ik weet dat, mocht ik aan die tafel plaatsnemen, hij een mes in zijn hand houdt dat hij mij graag in de rug wil planten. Ça, non !

Stukje mét vertaling eerst verschenen op Doorbraak

18 mei 2014

Reclame is beledigend


Melkchocola, die tegenwoordig 'overheerlijke volle-melkchocolade' genoemd wordt, en bittere chocola die 'chocolade-puur' heet: het zoveelste bewijs dat onze samenleving geleidelijk aan onleefbaar wordt door een teveel aan reclamejongens.

Deze mooie Nederlandse zin is van wijlen grootmeester Johannes Hendrikus 'Hein' Donner (Den Haag 1927–Amsterdam 1988), winnaar van grote schaaktoernooien, zoon van Jan Donner, destijds Minister van Justitie, en oom van Piet Hein Donner, huidig vicepresident van de Raad van State en 'onderkoning van Nederland', want formeel is Willem-Alexander voorzitter van die raad.

Donner was de beste schaker onder de schrijvers en de beste schrijver onder de schakers. Nederlandse kranten en tijdschriften namen gretig zijn stukjes. Soms gingen die zijdelings over schaken maar eigenlijk gingen ze over alles, en altijd was hij controversieel, soms schandaleus. Elke geletterde Nederlander was dol op zijn stijl en jaloers op zijn scherpte.
Donner was bevriend met Harry Mulisch en had grote sympathie voor Cuba. Alleszins die sympathie voor Cuba is begrijpelijk, en ze wordt door veel schakers gedeeld want Cuba is het land van José Raúl Capablanca y Graupera (1888–1942), en voor velen is Capablanca de grootste die we gehad hebben.

In 1983 werd Donner getroffen door een massieve hersenbloeding, waarna hij op het klavier van zijn schrijfmachine enkel nog een paar letters tegelijk kon zien. In zijn goede dagen rookte hij drie pakjes per dag, van drie verschillende merken, maar kort voor die bloeding had hij de sigaret opgegeven. 'Ik had nooit mogen stoppen met roken, maar nu is het te laat!'

In de radiostudio destijds had ik soms Alexander Münninghoff aan de lijn, de Moskoucorrespondent, maar wij kenden elkaar van het Hoogoventoernooi. Die lijnen naar een ver land als Rusland waren toen nog heel duur, maar soms namen we na het politieke praatje, bestemd voor het Nieuws, toch even de tijd voor een paar ernstige woorden.
'Arme Donner' zei Alexander, en we bleven enkele kostbare seconden zwijgen.

De stukjes van Donner werden nu heel beknopt –hij schreef ze voor het NRC-Handelsblad– maar de stijl was misschien nog gaver dan eerst. Ze werden gebundeld in vier deeltjes en men gaf hem de Henriette Roland Holst-prijs.

Het citaat hierboven komt uit Slecht nieuws voor iedereen (Bert Bakker, 1987), en ik moest eraan denken toen ik gisterennamiddag op het Sint-Veerlepleintje de trams zag passeren, van onder tot boven volgeplakt met rommel afkomstig uit het dorre brein van 'reclamejongens' die denken dat ze de tramreiziger mogen beletten uit het raam te kijken.



Stukje verschenen in Doorbraak



8 mei 2014

Neokoloniaal superioriteitsgevoel


Evita Neefs heeft vandaag bladzijde zestien van De Standaard halfvol gekribbeld (de andere helft was, zoals gewoonlijk in deze bildzeitung, een nietszeggende foto). Ze zal het met pijn hebben gedaan, maar kon er niet omheen en moest in haar artikel dat over Boko Haram ging, en over de ontvoering van de meisjes in Nigeria, toch één keer het woord “islamitisch” gebruiken.
Volgens haar gaat het om terroristen, slechte mensen dus. Maar de slechtheid van de mens is al lang bekend en verklaart weinig.

Waarschijnlijk heeft Evita nooit het boek “De Islam, kritische essays over een politieke religie(2010, Academic & Scientific Publishers) ingekeken. Ik kan daar begrip voor hebben want het is een dik boek, zowat een kilogram zwaar schat ik, en een gewoon huisvrouwtje leest dan liever andere dingen. Maar hier hebben we het over een “kwaliteitsjournaliste”, niet over een gewoon huisvrouwtje.
Nu ben ik bereid om haar te helpen: Evita hoeft dat boek helemaal niet te lezen! Enkel de lectuur van de pagina’s 661 tot 683 zal Evita al helpen om nog een vol jaar en meer in De Standaard te schrijven. Daar zal zij namelijk een essay vinden dat “Islam en Slavernij” heet en dat, laat ik het meteen zeggen van mijn hand is.
In dat essay zal Evita lezen dat er een verband bestaat tussen die twee begrippen. En om een moeilijk woord te gebruiken: dat verband is causaal.
Tenminste, dat beweer ik, samen met de tientallen academische auteurs waar ik naar verwijs. Evita vindt de ontvoering van honderden meisjes –ontvoerd omdát zij naar school gaan– “hartverscheurend”. Dat is mooi, en in de magazines bij haar kapper zal zij ongetwijfeld gelijkaardige kwalificaties aantreffen.
En Evita mag ook vragen stellen. Zoals bijvoorbeeld: “Waarom bieden de VS hulp?”, “Reageerde Nigeria te laks?”, “Welke hulp bieden de VS?”, of “Past de hulp dan niet in de strijd tegen de terreur?” Allemaal dingen die zij in de kwaliteitskrant zich afvraagt, en vragen staat vrij.

Maar de vraag of er misschien een oorzakelijk verband bestaat tussen de islam en slavernij, niet nu en in Nigeria, maar al vijftien eeuwen lang en overal in het Huis van de Islam, die vraag wordt niet door haar gesteld maar wel in mijn essay behandeld en zij is, met alweer een moeilijk woord preliminair, voorafgaand aan Evita’s eigen vraagjes.
Misschien kan Evita wel vinden dat de beweringen van de door mij geciteerde tientallen auteurs onzin zijn, want die kunnen verklaren wat er nu omgaat in Nigeria, en dat is onaangenaam.

En natuurlijk is die ontvoering “hartverscheurend”, maar ze heeft ook een logische grondslag: het is geen verrassing voor wie de islamleer ernstig neemt, en niet zoals Evita een superieur, vals moreel en ten gronde neokoloniaal standpunt inneemt.



Kreeften en bloedzuigers


Nog twee lange weken zijn het eer we naar het stemhokje mogen en er kan nog veel gebeuren. Maar tot nu toe is het een beleefde campagne geweest, ronduit saai eigenlijk, met elke avond hetzelfde debat, weliswaar telkens vanuit een andere zaal gestreamd
Toegegeven, ik heb het verloop van die debatten, en van de hele campagne trouwens, niet altijd en met onafgebroken aandacht gevolgd. Er kunnen mij bijgevolg dingen ontgaan zijn.

Reynders hoorde ik zeveren op de radio, maar dat was niet erg want dad ès ne fafoule, zoals iedere Brusselaar weet.
Ook de jonge Tobback gaf een paar vulgariteiten ten beste die vlot passeerden want die jongen heeft geen opvoeding gehad, zoals iederéén weet.

Maar verder weinig beestigheden, nergens hoorde je iets over mestkevers of andere geleedpotigen. Wel was er, zei men mij, vóór een paar weken een schandaaltje omdat Luc Huysentruit, een gepensioneerde socioloog, politici had vergeleken, niet met schuinsmarcheerders maar met kreeften. Hen de poten uitrukken, ze roosteren en dan opvreten, moet hij gezegd hebben.
Zo mag ik het horen, maar de man werd hiervoor blijkbaar zwaar aangepakt in onze ethisch bevlogen kranten. Men vond dit te ver gaan.

Bij wijze van late steunbetuiging wil ik hem een oud Frans recept bezorgen. Niet om kreeften te bereiden maar bloedzuigers – nog een geijkte term die in de campagne ontbrak voor zover ik weet.
Het recept is afkomstig van de befaamde Bordelese kok Raymond Oliver (1909–1990), chef en eigenaar van Le Grand Véfour in Parijs, waar hij onder meer Malraux, Camus, Simenon, Cocteau en Colette te eten gaf.


Ik wens iedereen een smakelijke campagne:


klik om te vergroten



30 april 2014

Rede, geloof, en een aandoenlijk onnozele koopman



De uitzending van Reyerslaat gisteren, met Vermeersch en Torfs, en de mooie sopraan Noémi Schellens, en de even mooie Kathleen Cools, was prachtig. Ik zag ze juist op mijn pc, en straks zal ik nog eens kijken.
Torfs was een paar keer schitterend, en de hele ambiance daar was zodanig goed, en iedereen voelde zich zo op zijn gemak, dat de gevierde Etienne Vermeersch het zich zelfs permitteerde om de geschiedschrijver Thucydides te citeren. In het Grieks! wat vandaag als een politiek statement mag gelden.

Na de vocalise te zijner ere, en terugdenkend aan zijn tijd als koorknaap zei Vermeersch namelijk: κτῆμα ἐς ἀεί (ktêma es aeí), een bezit, een rijkdom voor altijd, voor de eeuwigheid.
Een parafrase van Keats kennen wij beter: 

A thing of beauty is a joy for ever:
Its loveliness increases; it will never
Pass into nothingness; but still will keep
A bower quiet for us, and a sleep
Full of sweet dreams, and health, and quiet breathing.

En eerder in de uitzending hoorden we mooie dingen over rationaliteit, over de rede en het geloof daarin, want een geloof blijft deze in laatste instantie altijd, zoals Torfs terecht zei. Ook het hedendaagse sentimentalisme bracht Torfs ter sprake, en hij vreesde dat een man op den duur nog ajuinen zou moeten pellen om ernstig genomen te worden, want ook een man moet en zal gevoelens en tranen tonen.
Ik weet niet of hij toen aan Brassens dacht, die hoopte dat zijn weduwe het zonder uien zou kunnen stellen bij zijn begrafenis:
Dieu veuill’ que ma veuve s'alarme
En enterrant son compagnon,
Et qu’ pour lui fair’ verser des larmes
Il n'y ait pas besoin d'oignon... 

Kortom: de uitzending contrasteerde met wat de buis ons vaak voorschotelt.

Maar dat de rede nooit-of-jamais het zal halen van het sentimentalisme, het bijgeloof en de gewone dwaasheid, las ik vandaag in De Tijd.
Hopelijk vindt Jef Colruyt ergens in zijn drukke koopmansbestaan de tijd om deze Reyerslaat eens te bekijken.


27 april 2014

Taal en identiteit. Amateurfilosofie in een debat.


Ik vraag mij af of ergens in de geschiedenis, van de Sumeriërs en de Grieken tot vandaag, er een filosoof te vinden is die met de stelling "Taal heeft niets met identiteit te maken" op de proppen is gekomen. Een filosoof hoeft eigenlijk niet, een astroloog of paragnost is ook goed. Zelfs een politicoloog kan dienen.
De omgekeerde stelling komt wel vaak voor, weten we. Een voorbeeldje uit vele. Wat te denken van deze overweging van Jules Destrée, in 1912?

Een taal is een schat die in de loop der tijden is opgehoopt door een menselijke gemeenschap, die daar de herinneringen en echo's van haar zeden, overtuigingen en smarten in heeft opgeborgen. Bij hen die haar spreken roept zij verwarde impressies op, die verwijzen naar de weifelende onzekerheden van het stamelend kind op de moederschoot, en verder nog naar verwantschappen met verre voorvaderen. Die gehechtheid aan de taal heeft iets geheimzinnigs, want zij hangt minder samen met ons redeneervermogen dan met ons diepe onbewuste. Pas als men het probleem van die kant bekijkt, denkt men aan haar miljoenen subtiele wortels die doordringen in het verste verleden en begrijpt men het sacrale karakter van een taal, en hoe delicaat de kwesties zijn die haar gebruik oproept, hoe onoplosbaar ook met enkel de middelen van het verstand.

Destrée ziet blijkbaar wel een verband tussen taal en identiteit.

Of Heinrich Heine die in 1830, zoals vele Duitse vrije geesten toen, zichzelf een min of meer vrijwillige ballingschap in Parijs had opgelegd, en de tweede helft van zijn leven in een Frans taalbad doorbracht. In een van zijn reisbeschrijvingen, het ging over Normandië herinner ik me, vertelt hij dat een boerenkar zijn pad kruiste, met daarop gezeten een grote familie, vader, moeder en kinderen met heel hun hebben en houden. Emigranten die in een Noord-Franse haven een boot wilden vinden naar godweet welk land, een ander land waar het beter was.
En Heinrich kreeg de tranen in de ogen toen hij hen een Duits dialect hoorde praten, een taal die hij zo lang al niet meer had gehoord. En hij deed het niet, maar wilde hen in een opwelling zeggen: keer toch naar huis terug, waar je in je eigen taal kunt leven en jezelf kunt zijn.

Hij schreef vaker over zijn exil, en over zijn verbanning uit de taal die hem had gemaakt tot wat hij was. Zo ook in zijn gedenkboek (1840) voor Ludwig Börne.
Deze Börne (Juda Löb Baruch) was samen met Heine de scherpste journalist van zijn tijd, een vriend-vijand van hem, ook uitgeweken naar Parijs en daar jong gestorven:

Glücklich sind die, welche in den Kerkern der Heimat ruhig hinmodern... denn diese Kerker sind eine Heimat mit eisernen Stangen, und deutsche Luft weht hindurch, und der Schlüsselmeister, wenn er nicht ganz stumm ist, spricht er die deutsche Sprache!... [...] Ihr habt vielleicht einen Begriff vom leiblichen Exil, jedoch vom geistigen Exil kann nur ein deutscher Dichter sich eine Vorstellung machen, der sich gezwungen sähe, den ganzen Tag französisch zu sprechen, zu schreiben und sogar des Nachts am Herzen der Geliebten französisch zu seufzen! Auch meine Gedanken sind exiliert, exiliert in eine fremde Sprache.
[Gelukkig zijn zij die in de kerkers van de heimat rustig wegrotten... want die kerkers zijn een heimat met ijzeren stangen, en daar waait Duitse lucht door, en de cipier, als die niet volkomen stom is, spreekt de Duitse taal!... [...] Van lijfelijke ballingschap kunt u zich wellicht een idee vormen, maar van geestelijke ballingschap kan zich enkel een Duitse dichter een voorstelling maken als die zich gedwongen ziet om de hele dag Frans te spreken en te schrijven, en 's nachts aan de boezem van zijn geliefde zelfs in het Frans te zuchten! Ook mijn gedachten zijn in ballingschap, in ballingschap in een vreemde taal.]

Misschien nog duidelijker was Heine in zijn "Zur Geschichte der Religion und Philosophie in Deutschland" (1834), waar hij Luther looft en zegt dat die man het Duitse volk een lijf, een identiteit heeft gegeven:

Dieser Martin Luther gab uns nicht bloß die Freiheit der Bewegung, sondern auch das Mittel der Bewegung, dem Geist gab er nämlich einen Leib. Er gab dem Gedanken auch das Wort. Er schuf die deutsche Sprache. Dieses geschah, indem er die Bibel übersetzte. In der Tat, der göttliche Verfasser dieses Buches scheint es ebensogut wie wir andere gewußt zu haben, daß es gar nicht gleichgültig ist, durch wen man übersetzt wird, und er wählte selber seinen Übersetzer und verlieh ihm die wundersame Kraft, aus einer toten Sprache, die gleichsam schon begraben war, in eine andere Sprache zu übersetzen, die noch gar nicht lebte.
[Deze Maarten Luther schonk ons niet enkel bewegingsvrijheid [het katholicisme is voor Heine een kwelling], maar ook het instrument daartoe. Aan de geest gaf hij een lichaam namelijk. Hij schonk ook het Woord aan de gedachte. Hij schiep de Duitse taal. Dit geschiedde doordat hij de Bijbel vertaalde. Inderdaad, de goddelijke Steller van dit Boek schijnt evengoed als wij allemaal geweten te hebben dat het een heel verschil maakt door wie je vertaald wordt, en hij zocht zich zelf een vertaler uit, en verleende hem de wonderbaarlijke kracht om uit een dode taal, die als het ware al begraven was [het Hebreeuws], te vertalen naar een andere taal, die nog niet in leven was.] 

"Taal heeft enorm veel, en bijna alles met identiteit te maken", lijkt mij een redelijke, misschien zelfs verstandigere stelling dan de ontkenning ervan.



Siegfried Bracke: Het idee om taal gelijk te stellen met identiteit, of zelfs taal te verheffen tot een van de belangrijke factoren van identiteit, dat is één achterhaald, en twee fout. Dat is nooit zo geweest. Voor alle duidelijkheid: Maeterlinck dat is een element –die schreef in het Frans zoals u weet– dat is een element van de Vlaamse cultuur, en dus taal heeft met identiteit niets te maken. Het is best denkbaar dat ge Franstalig zijt en tegelijk flamingant. Ja?
De Standaard: Hoe definieert u die…
Siegfried Bracke: Dus identiteit heeft niets te maken met taal, niets te maken met godsdienst, niets te maken met geschiedenis. Dat is het dus niet.
De Standaard: Hoe bepaalt u dat dan wel?
Bert Anciaux: Dat heeft daar allemaal mee te maken denk ik. Identiteit heeft te maken met taal, heeft te maken met godsdienst, heeft te maken met je afkomst.
Siegfried Bracke: Nee, nee, sorry.
Bert Anciaux: Natuurlijk wel.
Siegfried Bracke: Dat is niet mijn identiteit. Nee, absoluut niet.
Bert Anciaux: Jij hebt je identiteit uit de kast gekozen of zo? (applaus)
Siegfried Bracke: Nee, ah nee nee nee (applaus) nee nee. Je zit, je zit op een traditie, en op een cultuur en op een geschiedenis, en die is wat ze is… ja
Bert Anciaux: hm hm
Siegfried Bracke: ...maar op dit moment is met permissie gezegd een blad als De Standaard véél meer identiteitsbepalend dan de taal, het Nederlands. En het Nederlands is het enige wat we, wat we daar mee doen is een nuttig middel om aan die verbinding een communicatieve uitweg te geven.

  Stukje eerst verschenen in Doorbraak

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html