22 februari 2026

Met een boek in de hand

 

Bij het zoeken naar een boek valt je oog vaak op weer andere boeken die je half vergeten had. Zo las ik dertig-veertig jaar geleden nogal wat Baudrillard, en sloeg ik nu diens Cool Memories open. Daar staan grappige opmerkingen in, over een voorbije wereld:

Le retour automatique du chariot de la machine à écrire, la fermeture électronique des quatre portes de la voiture, ça c’est des choses qui comptent. Le reste n’est que théorie et littérature.
–Het automatisch terugspringen van de slede van de schrijfmachine, het elektronisch sluiten van de vier autoportieren, dat zijn dingen die ertoe doen. De rest is niet meer dan theorie en literatuur.

Le geste célèbre d’arracher sa page de la machine à écrire, par où l’écrivain ou le journaliste s’égalent au héros de l’Ouest qui dégaine.
–De bekende geste van het uit de schrijfmachine rukken van zijn blad, waarmee de schrijver of journalist de westernheld evenaart die zijn pistool trekt.

Disque compact laser. Il ne s’use pas, même si l’on s’en sert. C’est terrifiant. C’est comme si vous ne vous en étiez jamais servi. C’est donc comme si vous n’existiez pas. Si les objets ne vieillissent plus, c’est que c’est vous qui êtes mort.
–Laser-cd. Die slijt niet, zelfs niet als je hem gebruikt. Dat is beangstigend. Het is alsof je hem nooit hebt gebruikt. Het is dus alsof jij niet bestond. Als de voorwerpen niet meer verouderen, dan ben jij zelf dood.

L’ironie est un trait d’esprit, forcément méchant, forcément pire, mais qui dévitalise la réalité du mal.
–Ironie is een vorm van geestigheid, noodzakelijkerwijs kwaadaardig, noodzakelijkerwijs zelfs meer, maar die de ernst van het kwaad ontkracht.

Zeker die laatste, tijdloze opmerking blijft geldig.

Cool Memories I et II
Éditions Galilée, 1987 et 1990
Livre de Poche

19 februari 2026

In memoriam Jan Timman

 

Gisteren overleed grootmeester Jan Timman. Hij werd 74.


Zowat een halve eeuw geleden speelde hij in Wijk aan Zee het jaarlijkse Hoogoventoernooi, en omdat ik daar –welteverstaan in een kleine amateurgroep– ook speelde, ontmoette ik hem toen hij na de partijen ‘s avonds aan de bar een glas wijn dronk samen met Alexander Münninghoff. Dat ging toen nog zo. Vandaag joggen en tennissen schaakspelers wel, maar wijn drinken is er niet bij.

Nu had ik die namiddag met zwart een variant gespeeld van de Naidorfverdediging, waar Timman een groot kenner van was. In die partij had ik een pion geslagen, wat een Dameoffer inhield, omdat ik uitgerekend had dat mijn tegenstander op zijn beurt zijn Dame moest offeren en ik een pion zou overhouden aan die transactie. Tevreden stond ik op. Mijn tegenstander dacht een half uur na, en sloeg mijn Dame helaas niét… Na enig geschuif zou ik door die weigering juist een pion achter komen zag ik, dacht op mijn beurt een half uur na en gaf teleurgesteld op.

Aan de bar ‘s avonds stond zoals gezegd Jan Timman, en ik verstoutte mij hem op een zakschaakspelletje de positie te tonen die ik had opgegeven, het was tenslotte een lievelingsvariant van hem.

Hij keek enkele seconden naar de positie, en zei: ‘Opgegeven? Dat hoeft toch niet te verliezen!’ en hij toonde me de rechte weg naar remise…

Aan die momenten denk ik nu piëteitsvol terug.


15 februari 2026

Feminisme in de Verlichtingstijd


Dat Voltaire een feminist was, bewees hier eerder al Élisabeth Badinter. Over Casanova zegt zij meen ik niets, maar die was dat evenzeer, al wordt hij vaak anders afgeschilderd, en verward met Don Juan.

Beiden verdedigden bijvoorbeeld les femmes savantes tegen de opvattingen in van de zeventiende-eeuwers Molière en Boileau – geen algemeen gedeelde visie, ook niet één of zelfs twee-drie eeuwen later. Casanova deed dat behalve in zijn Histoire de ma Vie ook in een apart geschrift, Lana Caprina (geitenwol), titel die hij van Horatius leende.*

Hierin bespreekt hij de opvattingen van twee professoren van de universiteit van Bologna. In grote lijnen waren die twee het erover eens dat vrouwen niet denken zoals mannen: zij denken met hun baarmoeder zegt de ene, en de andere beweert zelfs dat de baarmoeder zélf denkt, de vrouw is een utero pensante.

Deze twee artsen bekvechten over onzin, maar provoceren elkaar alleen, en geen van beiden weet de ander de mond te snoeren.

Hij verwijt hen ook dat ze klassieke auteurs slecht begrijpen, en die zelfs verkeerd citeren om met hun wijsheden te kunnen pronken. On y trouve une érudition pillée, qui au lieu d'instruire, révolte, parce qu'elle est précaire. Er is sprake van gestolen eruditie die in plaats van te inspireren verontwaardiging oproept omdat ze op drijfzand rust.

Na lectuur van die twee boekjes beschouw ik me noch als vriend van Clodius, noch als vriend of vijand van Milo.** Ze mogen vechten, winnen, verliezen, mij maakt het niet uit, maar ik ben wel allertevredenst over hen beiden want ze hebben mij een onderwerp bezorgd om over te schrijven.

En hij haalt er ook even Averroës bij: ...die ons vol overtuiging het avontuur vertelt van een meisje dat zonder enig idee hoe het kwam zwanger was geraakt, gewoon door een bad te nemen. [...]

Geletterde mensen zouden zulke werkjes, die af en toe door geleerden worden geschreven en via de drukpers verspreid, alleen voor hun amusement moeten lezen. Zij kunnen er maar beter niet op reageren, tenzij om de grap nog wat verder uit te werken.


Giacomo Casanova ziet geen verband tussen denken en gedrag van de vrouw, en de uterus: De opvoeding en de positie van de vrouw zijn de twee factoren die haar systeem van het onze onderscheiden; en onze opvoeding en onze positie zijn de twee factoren die ons denken van dat van vrouwen onderscheiden.

Wie volhoudt dat vrouwen alleen met hun baarmoeder denken, niet met hun hersenen, laat staan dat de baarmoeder helemaal zélf denkt, degradeert op een brutale manier het schone geslachtavilit cavalièrement le beau sexe: hij verdient het dat hem nooit ook maar de minste gunst werd verleend, en in de toekomst nog veel minder: il mérite de n’avoir jamais reçu la moindre faveur, et beaucoup moins encore dans l’avenir.


Feminist was Casanova dus zeker wel, maar nog niet woke, en bijgevolg ging hij, zoals iedereen in die tijd, er verkeerdelijk van uit dat mannen niet kunnen baren: ...la femme, sans laquelle il ne lui serait pas aisé de se reproduire.


Lana Caprina
traduit de l'Italien par Léon Vèze
Bibliotheca Casanoviana
Paris, 1998, Éditions Allia

____________
 
  * Alter rixatur de lana saepe caprina, propugnat nugis armatus, een andere twist vaak over geitenwol, en trekt voor kleinigheden de wapenrusting aan – Brieven, I, 18, 15-16. In Rome was het een spreekwoordelijk twistpunt of geitenwol wel echt wol mocht heten.
** Titus Annius Milo doodde zijn politieke rivaal Publius Clodius Pulcher op de Via Appia (18 januari, 52 a.C.) en werd door Cicero verdedigd (Pro Milone).


6 februari 2026

Personal brand manager


Wil je vandaag met vrucht de politiek en journalistiek volgen, dan moet je heel wat nieuwe woorden en uitdrukkingen, of minstens de nieuwe betekenissen ervan leren. Iconisch, wit, toxisch, narratief, professioneel, jongere, superdivers, perfecte storm om maar een paar voorbeelden te noemen.

Brand manager is er ook zo een, en Conner heeft nu zelfs een personal brand manager. Die heeft als taak Conners mojo weer op dreef te helpen, en dat woord kende ik gelukkig al omdat Muddy Waters (troebel water) het in 1957 gebruikte in een mooie blues:


Got My Mojo Workin’
but it just won’t work on you,
I wanna love you so bad,
I don’t know what to do…

Net als Conner ging Muddy Waters daarom op zoek naar wijze raad, maar vond die niet bij een persoonlijke brand manager:


I got a gypsy woman givin’ me advice
I got a whole of tricks keepin’ here on ice

Ja, mojo staat voor charme en magische of seksuele kracht, en de raadgevingen van die zigeunerin werkten echt:

I’m gonna have you all women,
getcha under my command.

 

Afwachten nu of Conners manager het even goed doet. Maar met moeilijke woorden, waar je vaak de betekenis niet zo goed van kent, is het altijd uitkijken, Conner, en dat was volgens Giacomo Casanova vroeger ook al zo: probeer het met je eigen woorden!

Je crois enfin qu’il faut s’abstenir de salir les langues, et de les enrichir de mots qui en substance les font devenir plus pauvres.

Ik geloof echt dat je moet afzien van het bezoedelen van talen door ze te verrijken met woorden die ze in wezen armer maken.
Casanova
À Léonard Snetlage
in: Ma voisine, la postérité
Bibliotheca Casanoviana
Paris, Allia, 1998, p. 74

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html