15 september 2007

Two's company, three's a crowd


Ik heb de indruk dat die Freddy Thielemans van Brussel onze minister De Gucht een ferme peer heeft gestoofd. Je ziet of leest of hoort er niets over, maar Karel De Gucht moet zich eergisteren onmiddellijk en formeel hebben verontschuldigd bij de Italiaanse regering.
Italianen kunnen nogal op hun eer gesteld zijn, en er zal geen ontkomen aan zijn geweest. Karel zal met de rug tegen de muur hebben gestaan.
Wat wil het geval?
Zoals wij in onze pers vernamen begin deze week, had burgervader Thielemans twee kerels laten oppakken bij gelegenheid van die bijna-betoging dinsdag – namelijk ene Frank V. en ene Filip D. .Deze individuen hadden een buschauffeur lastiggevallen, iets dat in Brussel te vaak gebeurt. Naderhand bleken ze nog lid te zijn van het Vlaams Belang.
Tot hier is er niet veel aan de hand zult u zeggen. Onder omstandigheden mag en moet een democratie zich teweer stellen. Inderdaad, maar wat heeft Italië daar mee te maken? en onze minister van Buitenlandse Zaken?
Freddy Thielemans zijn Luikse stormbrigade moet in haar ijver te ver zijn gegaan. Zij hebben waarschijnlijk één man teveel opgepakt, zekere Mario of Mauro Borghezio, die met het busincident niets te maken had. Jamais deux sans trois zullen die mannen gedacht hebben, maar nu bleek die Mario B. ....mais parbleu! parlementslid te zijn. En zo iemand is onschendbaar houdt de Italiaanse regering vol, ook al is de man lid van de Lega Nord en is de regering zelf niet van die strekking.
s Lands wijs, ‘s lands eer en wij hebben ons daar niet over uit te spreken.
De Gucht heeft zijn excuses aangeboden in ons aller naam. Met mijn volle steun moet ik zeggen, al vind ik het niet aangenaam dat onze journalisten mij niet op de hoogte brachten van dit feit en de precieze toedracht. Die jongens en meisjes kunnen best hun redenen hebben, maar hun stilzwijgen bij deze mooie geste van De Gucht vind ik toch ongepast.
Ik wil namelijk altijd graag weten, en u ook, wáár precies ik mij voor verontschuldig, ook al gebeurt dat verontschuldigen par personnes interposées.
Maar om op een vrolijke noot te eindigen: elkeen een goede ramadan gewenst. Santé!
.
_________________

Noot van 20 september:
Omdat
Buitenlandse Zaken gewoon ontkent en iemand met een slecht karakter zou hier herinneren aan het interview van Karel De Gucht, waarin die Balkenende vergeleken had met Harry Potter ....K.DG. probeerde toen, zij het even maar, dat interview zélf te ontkennen! , maar omdat Buitenlandse Zaken gewoon ontkent dus, hieronder wat Het Belang van Limburg van zaterdag 15 september schreef, in wat mij een nauwelijks bewerkt Belgabericht lijkt:

Excuses aan ambassadeur Italië

BRUSSEL - Buitenlandse Zaken heeft donderdag aan de Italiaanse ambassadeur formeel excuses aangeboden voor het feit dat bij het politie-optreden tegen de verboden anti-islambetoging dinsdag ook een Italiaans Europarlementslid werd opgepakt.

De Italiaanse regering had bij België geprotesteerd omdat de Brusselse politie ook Mario Borghezio, fractieleider van de Lega Nord in het Europees parlement, had opgepakt. Buitenlandse Zaken heeft de Italiaanse ambassadeur verzekerd al het mogelijke te doen om de immuniteit van de europarlementsleden te garanderen, mocht iets dergelijks zich nog voordoen.

Overigens, bedoeld werd hier wellicht de Luikse politie? En op de site van het Italiaanse Ministerie is het niet Mario maar Mauro...



14 september 2007

Zinloos geweld


Ik weet niet of onze Vlaamse intellectuelen, onze schrijvers, politicologen, stadsdichters, pastoors, woestijnvissen, slimste mensen &cet, hun analyses al klaar hebben van wat er eergisteren in Brussel is gebeurd.
Wellicht niet, al herinner ik mij vele gelegenheden waarbij zij sneller op de bal zaten, zoals dat in hun kleurrijke taaltje heet. Spontaan kruipen zij deze keer niet in hun pen, en er wordt hen ook niets gevraagd vermoed ik.
Kranten, radio en televisie willen alles zo snel mogelijk vergeten. Begrijpelijk, want wegmoffelen en vergeten is wat onze journalisten nog het beste kunnen, en je moet je eigen sterktes uitspelen.

Verrassend is dat dus allemaal niet, maar bloggers kennen geen redactionele consensus, en daarom deze vijf opmerkingen:

1– Vanhecke en Dewinter zullen zich dinsdag twintig jaar jonger hebben gevoeld. Op hun leeftijd (ik zwijg over de mijne) kan dat geen onaangename gewaarwording zijn geweest.

2– De politie zal misschien aanvoeren dat Befehl ist Befehl. Maar Neurenberg heeft dat argument flink uitgehold. In vele gevallen moet een officier zelf beslissen óf hij aan een politiek bevel gevolg wenst te geven, en hoe.

3– Iemand die een interview staat weg te geven is geen direct gevaar voor de openbare orde, en als zo iemand overvallen wordt door een bende gewapende hooligans, dan ben ik geneigd om de term zinloos geweld zinvol te gaan vinden.

4– Ik dacht dat na Hervé Brouhon, er de stad Brussel niets meer kon overkomen. Maar wat bij die oude lapzwans komedie was, is bij Thielemans niets minder dan een tragedie.

5– De politiek in het algemeen, en de justitie hebben zich gedragen op een manier die met de beginselen van de burgerlijke democratie niets meer te maken heeft. Weken aan een stuk, en de dag zelf natuurlijk ook. De term democratie is in dit zieltogende landje aan vervanging toe.
.

.

12 september 2007

Een beschaafde avond


Het was lang geleden, maar ik heb gisteren twee volwassen maagden gezien.
En niet enkel maagden, het waren twee compleet onbespoten voyageurs van de bekende firma Desmet&Vandermeersch. Ze heetten allebei trouwens Desmet&Vandermeersch want het gaat hier om een ééneiige tweeling.

Bij deBuren, het prachtige Nederlands-Vlaams huis naast de Munt, was er een debat over Bye-Bye-Belgium, de roemruchte uitzending van de RTBf. Nuttig, want al zullen velen zeggen van wél, zo goed als niemand in Vlaanderen heeft die uitzending live gezien, misschien omdat er toen op de eigen zender voetbal was of iets anders. Intussen hebben velen hun schade ingehaald.

Aan de debattafel zaten behalve twee Nederlandse journalisten ook de mensen van de RTBf zelf, Deborsu en Gerlache, en hun morele consulent Thiran (die minder in zijn mars had dan de twee vorigen). Verder Laporte van de Libre Belgique, plus Bracke van de VRT, en de twee Maagden van onze Kwaliteitskranten.

De mensen van de RTBf vond ik indrukwekkend (hun halfacht-journaal is dat in de regel ook). Openheid en beschaving zou ik zeggen, en grappigheid ook, surtout Deborsu, maar Gerlache niet minder. Zij legden uit dat weliswaar niet alle journalisten van hun eigen redactie akkoord gingen met de geplande nepuitzending, maar dat er om redenen zus en zo toch besloten was om door te gaan met het plan.
Interessante uitleg, maar zonder het woord te vragen kwam plots Peter tussen, en die jongen riep iets over LEUGENS die hij aan tafel had gehoord.
Onze Peter maakte een wat onbeheerste indruk. Misschien had hij al iets binnen, want zelfs in dat sappige West-Vlaams van hem, dat nochtans veel vergeeft, kwam zijn plotse acte de présence slecht aan. De mensen van de RTBf waren daarna verwittigd, en bleven koel. Ik had de indruk dat zij bij het niveau van Peter de avond minder interessant vonden.
Peter zijn broer Yves kwam nu gelukkig te hulp, en stak een kort preekje af over journalistieke normen en waarden. Dat was heel mooi. Die mannen van de RTBf waren met hun nepjournalistiek flink over de ethische schreef gegaan.
Helemaal geloofwaardig voor de zaal was Yves misschien niet (er zaten veel Morgenlezers tussen was mijn indruk), maar het was zonder meer een nuttige tussenkomst gezien de omstandigheden. Zijn wauwelende vennoot trad hem zo goed als mogelijk bij maar hield verder min of meer zijn gemak, en iedereen apprecieerde dat Desmet het bedreigde niveau van de avond had gerafistoleerd.
De basics van de journalistiek was Desmet zijn thema. Facts and comments moesten goed onderscheiden blijven. Facts waren voor hem heilig als ik goed heb gevolgd, en comments waren free. Enfin, mooi dus, en niets tegen in te brengen. De RTBf was haar geloofwaardigheid kwijt, en Deborsu in het bijzonder, en Yves sprak hier in naam van de firma. Ik denk dat die man zichzelf geloofde want anders kun je zo’n sérieux niet volhouden.

Toen, ik geloof Laporte, maar het kan ook Gerlache geweest zijn, de vraag stelde aan Peter waarom diezelfde Deborsu dan elke week een column mocht vullen in De Standaard, wist die brave jongen niets te vertellen. Het leek hem niet te deren. Peter bleef volmaakt gelukkig rondkijken en een antwoord kwam er niet.

Hier en daar klonk er dus een vals nootje van de schrijvende pers. Zo noemde Laporte, van de Libre ...Bart De Wever in één adem met het fascisme. Maar ik neem aan dat Christian met zijn term enkel "slechte mens" bedoelde, of gewoon "Vlaming". Misschien moest Christian eens de tijd nemen voor een goed boek over het fascisme – het moet geen droog theoretisch werk zijn, maar iets van Maurras bijvoorbeeld – en wat minder schrijven in zijn gazet, of komen zeveren in panels.

Overigens stapte iedereen tactvol aan deze onnozelheid voorbij, en zo bleef het al bij al nog een beschaafde avond bij deBuren.
Ten bewijze: aan het eind van de publieksvragen voelde plots die gezellige pastoor Staf Nimmegeers de drang om even te melden dat hij nog altijd bestond, en zelfs op dat moment heeft niemand in het publiek het uitgeproest.
.
.

10 september 2007

Wie zegt dat wij geen kwaliteitskranten hebben?


Het waren maar kleinigheden vanochtend, maar vóór een zeker uur kan op de stilste en meest comfortabele trein een mens nog ontstemd raken.
Bart Sturtewagen had in De Standaard een redactioneel commentaartje waarin hij veel goede dingen zei, bijvoorbeeld dat mensen die de media willen bespelen zich erg blootstellen aan toevallige windrichtingen, of nog dat in een rechtsstaat iedereen onschuldig is tot hij veroordeeld wordt. Akkoord, maar Sturtewagen had zijn zin voor verhoudingen verloren.
Als de verdenking tegen de ouders van de verdwenen Britse kleuter Madeleine McCann ook maar enige grond van waarheid zou blijken te hebben, dan staan we voor een van de omvangrijkste misleidingen uit de geschiedenis. De hele aardbol op het verkeerde been zetten, iconen uit zo ver uit elkaar liggende werelden als paus Benedictus en David Beckham incluis, het zou een onuitgegeven krachttoer zijn.
Nu maak ik mij sterk dat er, nog binnen het geheugen van de levenden straffer voorbeelden van misleiding te vinden zijn. Ik herinner mij al een couveuse-oorlog die vader Bush succesvol heeft uitgevochten in de media. Of natuurlijk de WMD, de massadestructiewapens waarmee zelfs diens zwakbegaafde zoon wegkwam bij de meeste journalisten …en bij vele regeringen, bijvoorbeeld die van Balkenende. Niet die van Verhofstadt, laat ik dat er meteen en graag bij zeggen.
Timisoara daargelaten, als we iets verder mogen teruggaan kan misschien de Varkensbaai nog genoemd worden? of de Golf van Tonkin?
Mijn favoriet blijft altijd dat valse telegram van 1870, de Emser Dépêche. Frankrijk en Duitsland hebben die zaak toen in een oorlog uitgeklaard.
Goed, als voor Sturtewagen de kwestie in Portugal al Geschiedenis lijkt, dan laat ik hem verder met rust want er is gelukkig ook De Morgen.
Liesbeth Van Impe mocht daar vandaag de honneurs van het redactionele artikeltje waarnemen. Ze deed dat redelijk goed. Liesbeth prepareerde, zoals van haar wellicht verwacht wordt, de Vlaamse lezer op toegevingen aan de Franstaligen. Dat borstgeklop van CD&V-N-VA moet een einde nemen, zegt zij. Kiesbeloften moet je inderdaad kunnen inslikken. Zo werkt een democratie meent Liesbeth.
Kijk, ik verwijt haar niets. Misschien heeft zij politicologie gestudeerd? of anders iets met communicatie. Nederlands zal in haar curriculum ontbroken hebben, niet enkel in de veronderstelde humaniora, maar wellicht al vanaf het vijfde studiejaar.
De meeste onderhandelaars zijn zich er intussen terdege van bewust dat onrealistische verwachtingen doorgaans slachtoffers maken. De klappen vallen in de hoek van zij die de compromissen sluiten, niet in het kamp van zij die aan de zijlijn roepen dat het nog harder moet gaan.
Ik zei het in het begin al lezer, het waren kleinigheden vanmorgen ...maar Liesbeth! .In het Nederlands zeggen wij “van hen” en niet “van zij”.
Je volgt nog? Goed zo, dan ben je zeker in staat tot een moeilijker oefening, en kun je hier nalezen waarom BHV wél gesplitst moet worden, zonder prijs.
.

7 september 2007

Op basis van een onvolledig verslag


Sprekers hebben normaal gesproken een bepaalde boodschap. Zij moeten iets kwijt, of willen het publiek van iets overtuigen.
Nu willen sommige boodschappen slechter verkoopbaar zijn dan andere. Erger, het kan voorkomen dat bij bepaalde, nochtans goede boodschappen er in de hoofden der toehoorders associaties dreigen te ontstaan die de spreker juist wenst te vermijden.
Om die ingewikkelde opdracht nog voor elkaar te brengen levert de klassieke retorica een aantal trucs, of beter gezegd regels en technieken. Deze regels vragen hoogstens enige dril, liefst van op vroege leeftijd.
Laat juist deze geschooldheid in de klassieke welsprekendheid zijn wat bij Yves Desmet ontbreekt. Daardoor komen zijn in se uiterst goedbedoelde boodschappen soms niet helemaal over.
Hij beweert bijvoorbeeld dat het beter zou zijn als de jeugd geen messen op zak zou steken als zij ’s ochtends het huis verlaat om naar school te gaan, en dat lijkt mij een verdedigbare stelling. Maar Desmet pakt het zo onhandig aan.

Natuurlijk, in een eenvoudig krantenartikeltje vraagt de lezer geen formele salutatio – die tijden zijn voorbij – noch een benevolentiae captatio, echter wel een narratio, gewoon een deftig verslag dus, met alle feiten en omstandigheden die mogelijk er toe doen. Want al is mijnheer Desmet zelf geen verslaggever: hij moet bij zijn commentaartjes toch alle elementen van de narratio in aanmerking nemen.

Ach ...ik weet niet wat het was dat mij zo tegenstond bij zijn artikeltje vanmorgen, getiteld. "MES". .Misschien dat Yves begon met iets dat op een onhandige, klungelig geschreven captatio benevolentiae leek.
De steekpartij in Gent is een drama, waar alleen medeleven met het slachtoffer en zijn familie past.
Goed, hij moet ergens beginnen en al is een editoriaal kolommetje geen homilie, laten wij hem deze banaliteit vergeven. Maar mijnheer gaat nu door op een toontje dat ronduit mijn walg opwekt:
Volgens de eerste verklaringen van de dader gaat het over een meisjeskwestie. Een motief dat wel vaker aanleiding geeft tot gevechten, steekpartijen en passionele drama's, zoals we zowat iedere week in de krant lezen.
Nóg banaliserender schrijven is moeilijk. Desmet liegt ook, en denkt dat hij zich dat kan permitteren... heel illustratief denk ik, voor de wereld waarin deze kerel zich beweegt.

Iedere week?
Wat klets je daar, Yves?
Waar is het je om te doen, Yves?
Wat wil jij eigenlijk verdoezelen, Yves?
Het valt allemaal te fel op, zie jij dat zelf dan niet, Yves?

Conspicuous by its absence in jouw geschrijf Yves, is dat er alweer een autochtoon door allochtonen naar het leven werd gestaan. En dat misschien juist die multiculturalteit een deel zou kúnnen zijn van het recente drama. En dat autochtonen niet zo vaak een mes op zak hebben.

Sukkel van een journalist! en dat zal niet enkel mijn conclusio zijn, maar die van velen.

Het paars staat u goed, maar me taedet, pater Yvo.
.

2 september 2007

Aan burgemeester Thielemans warm aanbevolen

.
Die Stadt Göttingen, berühmt durch ihre Würste und Universität… is de aanhef van een beroemd reisverslag, Die Harzreise, dat Heinrich Heine in 1824 schreef. Hij had geen beste herinneringen aan zijn studentenjaren daar. Nur gut ochsen kann man hier, alleen goed blokken gaat hier, schreef hij aan zijn vrienden in Düsseldorf.
Heine mag dat zeggen, maar wij zullen dadelijk toch een boek ter hand te nemen dat door een professor dezer universiteit is geschreven.
Dr. Tilman Nagel heeft in Göttingen, of elders, blijkbaar buitengewoon goed geblokt want hij is Arabist, islamwetenschapper, gezaghebbend koranvertaler, wereldbefaamd om zijn gespecialiseerde werken. En hij schreef vóór enkele jaren ook iets voor ons leken:



Islam, die Heilsbotschaft des Korans
und ihre Konsequenzen

(2001, WVA, Verlag Skulima – Westhofen).


Ik vertaal een paar bladzijden, eigenlijk ter intentie van figuren als burgemeester Thielemans en andere democratische politici. À l’usage des bien pensants om zo te zeggen, want die mensen promoten wel hun eigen imaginaire versie van multiculturalisme, maar dit is er een andere:

[pp.104-6] Op islamitisch grondgebied wonende "bezitters van de Schrift", namelijk de joden en christenen die van Mozes, respectieve-lijk Jezus de wet hebben ontvangen maar deze niet foutloos hebben bewaard, doen er goed aan zich aan te sluiten bij de islam – of, volgens de mosliminterpretatie van de geschiedenis: opnieuw aan te sluiten.
[De bijbelse aartsvader Abraham was volgens de koran namelijk al islamiet. Zijn boodschap is daarna vervalst. Voor zover Abraham als historisch personage heeft bestaan, moet dat voor hem een lelijke verrassing zijn geweest.]
Slechts weinigen onder de joden en christenen zijn gelovig, heet het in Sura 3,110. Wat daarmee bedoeld wordt blijft onduidelijk; enkele commentatoren denken bij deze woorden aan de Negus, die vóór de hedsjra asiel zou verleend hebben aan enkele Mekkaanse aanhangers van Mohammed.
De overige andersgelovigen kunnen, zoals in Sura 3,111 benadrukt wordt, in het slechtste geval moslims soms krenken, maar nooit zullen zij hen in de strijd overwinnen, omdat zij niet op Gods hulp kunnen rekenen. Dat komt hierdoor dat eertijds Abraham, en nu de moslims, maar niet de joden of christenen God het meest nabij was (Sura 3, 67 e.v.).
Binnen het gebied dat aan de islam toebehoort, kan daarom aan joden of christenen die er vast verblijven enkel een ondergeschikte rechtsstatus worden toegekend, vergeleken met die van moslims.
In de op vroeg-islamitische overleveringen berustende sharia-voorschriften komt dit ondubbelzinnig tot uitdrukking omtrent de “schriftbezitters” (ahl al-kitab), waartoe ook de zoroastristen gerekend worden. Zij kunnen geen militaire dienst doen, en hebben niet het recht om wapens te dragen; door speciale kledij en een eerbiedige houding tegenover de moslims moeten zij er blijk van geven dat zijzelf niet tot “de beste gemeenschap” behoren; hun cultusgebouwen kunnen zij behouden, maar omdat die zijn toegewijd aan een eredienst die door de islam is achterhaald, kan het onder-houd ervan enkel met uitdrukkelijk verlof van de moslimoverheden; omdat zij geen soldaten mogen leveren zijn de “schriftbezitters” aangewezen op “bescherming” (dhimma), die de moslims hun waarborgen, en waarvoor zij een hoofdelijke belasting (dzjizjia) betalen, welke moslims niet verschuldigd zijn (vgl. Sura 9,32).
De overheid had er derhalve een zeker belang bij om in het “gebied van de islam” het aantal nieuwe bekeerlingen niet al te snel te laten oplopen. Toen in de midden- en late Omajadentijd (eind 7de tot begin 8ste E.) de veroveringsoorlogen onrendabel werden, en er in de veroverde gebieden veel mensen tot de islam overgingen, raakte het Rijk in een diepe crisis. Tot in de 19de E. toe, toen de Osmanen door de Europese grootmachten geprest werden om een stelsel in te voeren dat aan alle staatsonderhorigen, ongeacht hun religie gelijke rechten zou geven, bleef de politiek van de moslimheersers tegenover andersgelovigen weifelend. Enerzijds moesten de overheden rekening houden met de aanpassingsdruk die door de moslimmeerderheid werd uitgeoefend op de “bezitters van de Schrift”, anderzijds wisten zij deze laatsten naar waarde te schatten, niet enkel om fiscale redenen, maar ook omdat er uit hun midden vaak bekwame en loyale beambten voortkwamen. […]
[De "traditionele verdraagzaamheid van de islam", waar bijvoorbeeld een amateur-islamoloog als Lucas Catherine het graag over heeft, komt bij Tilman Nagel in een ander daglicht]
Anders dan voor de “bezitters van de schrift” blijft er voor de aan-hangers van religies zonder openbaringsboek, bijvoorbeeld de autochtone religies van zwart Afrika, volgens de sharia geen andere keus dan de overgave aan de islam of de dood, voor zover zij zich in het “gebied van de islam” bevinden. Juridisch worden zij gelijkgesteld met de heidense Mekkanen, tegen wie Mohammed vanuit Medina ten oorlog trok.
[zie hiervoor, en ook voor die kwestie met de Negus, Hans Jansen, met zijn schitterende "biografie" van de Profeet]
Voor apostaten, mensen die de islam verlaten voor een andere religie, het christendom bijvoorbeeld, gelden bijzondere bepalingen. Aan hen moet de islamitische machthebber de gelegenheid tot be-rouwvolle inkeer bieden; slaan dezen het aanbod af, dan is hun leven verbeurd. Het argument daarbij is dat er een voorbeeld gesteld dient te worden, zodat de gemeenschap als geheel geen schade lijdt in haar geloofstrouw.
Verwijzend naar dit gevaar, aarzelen de moderne islamitische staten dus om de vrijheid van religie te erkennen als mensenrecht. Op hun grondgebied bemoeilijken zij bijgevolg min of meer de propaganda voor andere religies, die vanuit moslimstandpunt toch niets anders kunnen beogen dan de verstoring van de “beste gemeenschap”, en de terugval in een fase van de menselijke geschiedenis die met de roe-ping van Mohammed tot Profeet onwederroepelijk tot haar voltooiing is gebracht.

.

29 augustus 2007

Kijk eens in welke stijl!

.
Tom Lanoye vanavond na elven gehoord op de Nederlandse Radio 1.
Ze hebben daar een schitterend live-programma ‘s avonds, en je kunt er vaak – zoals ook op de RTBf – iets vernemen over de Belgische politiek.
Lanoye vertelde zowel zinnige als minder zinnige dingen. Zo voorspelde hij dat de Nederlanders onafwendbaar een cordon sanitaire zullen maken rond Wilders. Dat zou best kunnen natuurlijk, voor zover dat cordon al niet bestaat, had ik in zijn plaats erbij gezegd. Hij leek dit overigens een normale gedachte te vinden, die verder geen democratische kanttekening behoeft.

Nu moet ik vooraf zeggen dat ik tijdens de uitzending enkel trefwoorden heb kunnen opschrijven, en ik kan dus geen letterlijkheid garanderen, wel correctheid meen ik.
Zinniger dan over Wilders was hij toen hij aan de interviewster vertelde dat België gedoemd is te verdwijnen. Van die verdwijning was hij trouwens al lang overtuigd. Iemand als Lanoye wordt door de gebeurtenissen niet plots overvallen.
Ik vrees dat de romantische sentimenten om eindelijk die Vlaamse Republiek te hebben het zullen winnen, voegde hij nog toe. We zijn dan met zes miljoen, laat ons zeggen een wijk van Mexico-city, om van Osaka nog maar te zwijgen.
Nu wist ik niet dat Osaka zo groot was (al te weinig bereisd ben ik daarvoor), maar ik onthoud het in dankbaarheid.
Die onafwendbare verdwijning van België wenst Lanoye niettemin te bestrijden. En het zal u niet verwonderen lezer, maar een verloren zaak verdedigen vind ik sympathiek.

Trouwens: enkel hieraan al kunnen wij zien dat Lanoye absoluut geen Hegeliaan of godbetert Marxist kan zijn, zoals hem wel eens in de schoenen wordt geschoven door kwaadwilligen en slecht ingelichten. Verzet tegen historische onafwendbaarheden grenst voor deze filosofen aan de pure gekte.
Maar we zullen Brussel verliezen! zei Lanoye verder, en dan gaan al die mooie instellingen van de EU naar Straatsburg wellicht. En nog een calamiteit: ook de NAVO (bedoeld werd de SHAPE denk ik) zal ons verlaten.
Mijn excuses Tom Lanoye, maar als ik mag kiezen ...dan hoor ik de zegeningen van deze instellingen – urbanistische zegeningen vaak – liever door een grootstedeling als Van Istendael bespreken. En of wij Brussel zouden "verliezen" is nog maar de vraag.

Maar hoe moet het verder met ons België?
Lanoye, niet bijster origineel maar als goed Belgisch trekpaard, kwam op de proppen met de idee van een federale kieskring.
Verhofstadt zou met vlag en wimpel herverkozen zijn, als dit land tenminste een goed kiessysteem had. Want weinigen willen dat België verdwijnt, en noch het Vlaams Belang, noch NV-A durven een referendum daarover aan, verklapt hij aan de Nederlandse luisteraar.

Kunnen wij noteren dat Lanoye voorstander is van het referendum? Ik weet anders enkele onderwerpen waarbij Tom Lanoye dat instrument misschien zou afwijzen.
Wat ik hem vooral zou willen zeggen is: de klassieke literatuur over democratie koestert groot wantrouwen tegenover mensen die aan het kiessysteem willen morrelen zodra de uitslagen van het oude systeem minder bevallen. Men beschouwt zulke ingrepen vaak als een teken van zwakte, soms zelfs als ronduit verdacht.

Lanoye had tot slot ook een mening over het eventuele samengaan van Nederland en Vlaanderen, maar ik vrees dat hij hier in zijn oude rol van cabaretier is vervallen: Oostenrijk en Duitsland zijn ook al eens bijeengevoegd, maar kijk in welke stijl.

_________________________

P.S. van 29 augustus: men maakt mij de terechte opmerking dat NATO Headquarters in Evere (Leuven) ligt en de SHAPE in Casteau (Bergen). Ik had de Shape niet mogen vermelden misschien, al deed Lanoye dat wel, zoals ik nu hoor op het MP3-bestandje dat Luc Van Braekel op zijn site zette.
Verder hééft het Belang al voorgesteld om een referendum te houden, maar misschien was Lanoye daar niet van op de hoogte? Prematuur voorstel trouwens vind ik: laat de toestand nog maar wat verder uitzieken. Het gaat net zo goed, op een paar maanden komt het niet aan, en zoals elke schaakspeler weet: de dreiging is vaak sterker dan de uitvoering.
.
.

27 augustus 2007

Bis repetita non placet...

.
De NOS-Radio gaf vanavond het bericht dat de Iraanse overheden de Zweedse zaakgelastigde hebben ontboden, omdat er na Denemarken nu alweer in Zweden een beledigende cartoon is gepubliceerd.
De profeet (V.z.m.H.) wordt deze keer niet afgebeeld als terrorist of messentrekker, of in het gezelschap van een geit of kameel, maar als hond die in het moderne verkeer verloren is gelopen.
Uit voorzorg, om de mohammedanen niet weer kwaad te maken dus, hebben enkele Zweedse galerieën alvast besloten om het werk van deze tekenaar niet meer tentoon te stellen.
Afwachten of deze kwestie nog enkele martelaren oplevert, maar onder ons gezegd vind ik BHV een stuk vermakelijker.
.

25 augustus 2007

Dubieus analogiedenken

.
Het is heel goed dat onze Vlaamse kwaliteitskranten geregeld van die rubriekjes hebben waarin moeilijke zaken uit de actualiteit van de week nog eens apart op een rijtje gezet worden. De Standaard doet dat, en De Morgen ook.
Voor de krantenlezer, die vaak niet veel aan zijn hoofd heeft, is zo’n recapitulerend rubriekje misschien niet direct nodig maar voor de auteur zelf en zijn collega-redacteurs is het ongetwijfeld een onschat-baar instrument. Die mensen zitten elke dag tot over hun oren in een wirwar van politieke communiqués, verklaringen, tegenverklaringen, ontkenningen, persconferenties en wat nog.
Ik kan mij heel goed voorstellen dat als ‘s ochtends zo'n redacteur wakker schiet zijn eerste gedachte is: hoe zat dat gisteren weer met BHV ?
In die gemoedsgesteltenis schrijft dan bijvoorbeeld Fabian Lefevere zijn artikeltje in De Morgen vandaag, op p.2:

Waarover oranje-blauw
het maar niet eens kan worden.


[...] Brussel-Halle-Vilvoorde.
Niet pakweg de regionalisering van de kinderbijslag, maar dít is uiteraard het meest geladen dossier. Voor de Vlamingen draait alles om een tegengif tegen de verfransing van de Brusselse rand: als Halle-Vilvoorde opgaat in het grotere kiesarrondissement van Vlaams-Brabant kunnen de Franstaligen er enkel nog voor Vlaamse partijen stemmen. Vooral de MR vreest daardoor stemmen te verliezen: bij de Franstalige bourgeoisie in de rand halen Reynders' liberalen en het FDF twee Kamerzetels. Voor MR is de enige oplossing een inschrijvingsrecht, dat de Franstaligen uit de rand het recht geeft om in Brussel te gaan stemmen.

Hier volg ik Fabian niet goed. Kunnen Franstaligen, après le splitsíng, dan helemaal niet meer stemmen op Franstaligen? ook niet als zij een eigen lijst indienen?
Een Vlaamse FDF-lijst daar is toch niks tegen? Mais non, doe ès niks teige. Dad ès dikkement in order! Allei seg, wemme toch zjenerale constitutionnelle preinciepe of zuu iet hein!

Hoe kwam onze Morgenman dan op zijn gedachte?
De hoger genoemde stressfactoren zullen een rol hebben gespeeld, of ook gewone vermoeidheid. Simplificaties worden in die omstandigheden aantrekkelijk, en zeker ook simpel analogiedenken.
Maar dan nog zie ik niet direct welke analogie zich aan Fabians geest moet hebben opgedrongen.
Zó erg zal het met hem toch niet gesteld zijn, dat hij in de war is geraakt door de toestanden in Nederland, waar inderdaad de dieren niet kunnen stemmen op de Partij voor de Dieren ?
.
.

23 augustus 2007

Een mooiere hommage kan ik mij niet voorstellen


.

Niets aan toe te voegen...
of toch: dit is straffer dan het Zwart Vierkant
van Казимир Северинович Малевич
https://youtu.be/AGmCnFg6MaE
.
.
.
.

20 augustus 2007

Hij laat zich niet onder de mat vegen

.
Ehsan Jami, gemeenteraadslid in Leidschendam-Voorburg, wordt hieronder geïnterviewd door een partijgenoot, het Haarlemse PvdA-gemeenteraadslid Moussa Aynan. Ehsan Jami, ex-moslim, werd met de dood bedreigd en fysiek aangepakt. Hij krijgt nu zware politiebescherming.
Recent werd zijn naam besmeurd door de pre-seniele socioloog prof.dr. J.A.A. van Doorn, eerst in de NRC, en daarna in de kolommetjes van De Standaard. Gelukkig heeft op die laatste plek Etienne Vermeersch de man van antwoord gediend.
Want op steun van bijvoorbeeld Wouter Bos (afgestudeerd politicoloog van de Vrije Universiteit Amsterdam, en Royal Dutch/Shell-manager vóór hij kaviaarsocialist werd) zal Ehsan Jami niet hoeven rekenen, zoals helemaal onderaan te zien is.


18 augustus 2007

Een bloedernstige mededeling van De Standaard

.
Tijd voor ironie! zegt De Standaard vandaag bloedernstig op haar p.2, in een artikeltje dat ondertekend is met fvg.
Professor doctor Kris Deschouwer van de VUB had namelijk een briefje op hun p.15. en dat moeten ze op de redactie zó kostelijk gevonden hebben dat zij hun lezers er apart nog eens op wilden wijzen. In geen geval overslaan, domoren! was de boodschap.
Misschien kan iemand mij bij gelegenheid eens zeggen welke naam achter fvg schuilt, al hoeft dat niet echt, en zelf opzoeken is mij te veel gevraagd.
Uit de politicologische mededelingen van Deschouwer citeer ik de aanhef van één zinnetje: “En als BHV toch gesplitst moet worden omdat de Vlaamse partijen daar al zo lang om vragen, […]”
Kijk professor, BHV moet gesplitst worden omdat, in een federale logica, de Belgische Wet dat vereist.
Wat is uw stiel eigenlijk mijnheer? zou ik bijna vragen, want tenslotte wordt uw vakgroep met publiek geld in stand gehouden.

Beste Kris Deschouwer, ik begrijp dat u niet zult antwoorden, maar twee oudere collega’s van u zeggen vervelende dingen over de politicologie, lees ik, en misschien kan u hén van antwoord dienen? Zodra zij met emeritaat waren zegden zij dat, dus u heeft nog ruim de tijd om iets op papier te zetten. Wat die twee oude ratten zeggen kan ik zo samenvatten: politicologie is geen wetenschap maar enkel ideologie, of preciezer gezegd stemmingmakerij en agenda-setting.

Vóór enkele dagen legde in de NY Times de befaamde Harvardprof Michael Ignatieff volgende bekentenis af:

Having taught political science myself, I have to say the discipline promises more than it can deliver. In practical politics, there is no science of decision-making. The vital judgments a politician makes every day are about people: whom to trust, whom to believe and whom to avoid. The question of loyalty arises daily: Who will betray and who will stay true? Having good judgment in these matters, having a sound sense of reality, requires trusting some very unscientific intuitions about people.

En Ignatieff staat niet alleen, zoals ik op dit blog al herhaaldelijk schreef, maar in navolging van De Standaard beveel ik mijn eigen artikelen ook eens aan. Ook Charles Coulston Gillispie, u allicht niet onbekend want professor emeritus van Princeton University, zegt:

It would really be better, though university departments of "political science" are long established, to admit that the concept is absurd. It is noticeable that in the middle of the last century, when "political science" was much in the air, its spokesmen, such as the American scholars Charles Merriam and David Easton, did not claim that it existed but only that it ought to exist, that the day for it had come, that the world was in desperate need of it.

The NYreview of Books, Volume 52, Number 9 • May 26, 2005.

En om te besluiten, Karel van het Reve, die grote man, zei over politicologie, sociologie, maatschappijkunde en dergelijke: die vakken hebben niet veel om de hakken.

Laat ons misschien niet wachten tot uw emeritaat professor? dat duurt nog zo lang.
___________________________

Noot van 20 augustus: In Elsevier pakt Leon De Winter een andere maatschappij-deskundige twee keer goed aan, zekere Van Doorn, wiens misdadige opvattingen ook in De Standaard ruimte hebben gekregen. Er is geen vergelijking tussen Deschouwer en Van Doorn, gelukkig, maar politicologie en sociologie zijn natuurlijk wel halfzusjes...
___________________________

Ignatieff: Al heb ikzelf politicologie gedoceerd, ik moet bekennen dat deze discipline meer belooft dan zij kan leveren. In de praktische politiek bestaat er geen wetenschap van de besluitvorming. Beoordelingen van wezenlijk belang, die een politicus dagelijks moet maken, draaien om mensen: wie is te vertrouwen, wie kun je geloven en wie moet je uit de weg gaan? De vraag naar loyaliteit is dagelijkse kost: wie zal verraad plegen, en wie zal standvastig blijven? Voor een goed oordeel in zulke kwesties, en een gedegen realiteitszin, zul je moeten afgaan op enkele zeer onwetenschappelijke intuïties omtrent mensen.

Coulston: Al zijn de universitaire instituten voor “politicologie” sinds lang gevestigd, eigenlijk zou het toch beter zijn als wij erkenden dat het concept absurd is. Opmerkenswaard is dat in het midden van de vorige eeuw, toen “politicologie” opgang maakte, haar woordvoerders zoals de Amerikaanse geleerden Charles Merriam en David Easton niet beweerden dat zij bestond, enkel dat zij zou moéten bestaan, dat de tijd er rijp voor was, dat de wereld er verschrikkelijk behoefte aan had.

.

PS staat voor "Pompéien Socialiste" ?

.
Het moet niet altijd de slappe thee van Desmet of Vandermeersch zijn lezer, die hier besproken wordt. Die twee pastoors mogen even rusten met hun zoutloze preekjes, en wij spreken over ernstiger zaken:

In verreweg de meeste pissijnen die ik al bezocht heb – of om de zaak ook naar het andere geslacht open te trekken: de meeste publieke toiletten – zijn de muren van opschriften voorzien. Deze constatering zal hier of daar iemand storen, maar voor de verslaafde lezer is het een gelukkige omstandigheid. Hij heeft intussen iets omhanden. Ik meen zelfs dat elke gebruiker dezer gemakken, hij moge nog zo afkerig zijn van de Letteren, zijn gading hier kan vinden.
Natuurlijk, vaak zijn de teksten ontgoochelend. Zelden een rijm of een goed metrum. Wel veel na-aap-Engels, al moet ik toegeven dat het lang geleden is dat ik Kilroy was here nog heb zien staan.

In Pompeii schreef iemand op een muur van een bordeel: SABINUS HIC. In twee woorden: Sabinus was hier. Een andere klant was minder kort van stof: .HIC PHOEBUS UNGUENTARIUS OPTIME FUTUET [Corpus Inscriptionum Latinarum IV, n° 2184]. Gave neukpartij hier gehad, schrijft ons deze parfumier Phoebus.

Staat u mij toe dat ik even verder vertaal, uit een boek dat in de Britse pers omschreven werd als “hard-hitting and beautifully written”: The Fall of Rome and the End of Civilization, van Bryan Ward-Perkins, 2005, Oxford University Press.

De muren van de hoofdstraten van Pompeii zijn vaak getooid met geschilderde boodschappen, en de regelmatigheid van tekst en lay-out verraden de hand van professionele reclameschilders. Er staan aankondigingen tussen voor zulke zaken als sportwedstrijden in het amfitheater; andere zijn steunbetuigingen voor kandidaten voor een openbaar ambt, uitgaande van individuen of groeperingen uit de stad. Deze steunbetuigingen zijn zeer gestandaardiseerd en meestal uitgesproken saai [excuus voor mijn ongelukkige woordgebruik hier, Peter, maar ik vind niet direct iets beters]: eerzame Pompeiianen verklaren dat zij kandidaat zus of zo steunen. Er is echter ook een fascinerend groepje van drie dat uit dit stramien breekt. Alle steunen zij eenzelfde ambtskandidaat, zekere Marcus Cerrinius Vatia. De ene boodschap zegt te zijn aangebracht op last van “al de slaapkoppen” van de stad [universi dormientes], een andere voor rekening van de “tweederangsdiefjes” [furunculi], en nog een voor de “late zuipschuiten” [seri bibi].
Óf die Marcus beschikte over een uitstekende zin voor humor, óf hij had politieke tegenstanders die bereid waren hem een loer te draaien
. Maar hoe dan ook spruiten zulke teksten voort uit een samenleving die niet enkel zo geraffineerd was dat zij professionelen haar politieke plakkaten liet schilderen, maar ook dat ze de spot kon drijven met het genre.

Na de verse ontwikkelingen in Charleroi, waar stilaan het voltallige schepencollege, nu ook inclusief de vervangende schepenen in verdenking zijn gesteld, zouden de overblijvende P.S.-furunculi misschien de elementaire dankbaarheid mogen opbrengen om ergens een pleintje of een straat te noemen naar hun patroonheilige: Place, of Rue Vatia.
.
_____________________

[p.153] .Walls on the main streets of Pompeii are often decorated with painted messages, whose regular script and layout reveal the work of professional sign-writers. Some are advertisements for events such as games in the amphitheatre; others are endorsements of candidates for civic office, by individuals and groups within the city. These endorsements are highly formulaic, and for the most part decidedly staid: worthy Pompeians declare their support for one candidate or another. However, a fascinating group of three breaks the mould. All support the same candidate for office, a certain Marcus Cerrinius Vatia. One claims to have been painted on behalf of 'all the sleepers' of the city, one by the 'petty thieves', and one by the 'late drinkers'. Either Marcus had a very good sense of humour, or he had political opponents prepared to deploy tricks against him. But either way these texts are from a society sophisticated enough, not only to have professionally painted political posters, but also to mock the genre.
.

6 augustus 2007

De regels van fatsoen

.
De avond van éénentwintig mei negentienhonderd negentig mankeerde ik op Gatwick Airport mijn retourvlucht naar Antwerpen. Dat kwam omdat ik mij, ruim op tijd nochtans, had opgesteld in gate 9, en daar direct was beginnen te lezen in een boekje dat ik 's middags bij Foyle’s gekocht had: On Difficulty and Other Essays, van George Steiner.

Het titel-essay behandelde de volgende vraag: wanneer zeggen wij dat een tekst moeilijk is? Waren er bepaalde criteria? Steiner dacht van wel, en achtte het daarom wenselijk dat er een typologie zou worden opgesteld van de soorten van moeilijkheden die de lezer ontmoet. Hijzelf wenste daar niet meer aan te beginnen, maar misschien heeft intussen één van zijn studenten aan deze behoefte voldaan.

Ik vond de tekst zelf van Steiner al behoorlijk moeilijk –al wist ik vanzelfsprekend nog niet waarom ik dat vond– en, wat ik evenmin wist: op mijn boarding pass stond duidelijk gate ninety en niet nine.
Ineens hoorde ik: “passenger venfreesjem, last call!”. Ik deed bliksemsnel de vouw uit mijn pass, en zag nu pas de nul achter de negen staan.
Op Gatwick, zoals elders wellicht, ligt er een enorme afstand tussen de gates 9 en 90 ...toch voor iemand die broze plasticzakken vol met boeken moet transporteren.


Had ik inline skates bezeten was het misschien nog haalbaar geweest. Of als het four en forty was geweest. Maar ik werd bij gate 90 tegengehouden door twee stoere wachters die mij hoffelijk maar beslist mijn vliegtuig aanwezen, dat net wegtaxiede. Mijn valies zag ik beneden op de tarmac op een eenzaam karretje liggen, want dat hadden ze er weer uitgegooid.
Op luchthavens is men tegenwoordig voorzichtig, maar toen ook al. Ik werd gefouilleerd. Het valies werd van het karretje gehaald en in mijn bijzijn doorgelicht. Openmaken? zover ging men niet. Er zaten wel, op hun foto te zien, verdachte buisjes in. Maar toen ik uitlegde dat het verftubetjes waren –toen nog van lood gemaakt en gekocht in China Town– bleek het ijs gebroken en stelde men mij vrijblijvend voor om een latere vlucht te nemen, weliswaar met dezelfde maatschappij maar naar Brussel in plaats van naar Antwerpen. Ik vond dat niet een te groot ongemak.

Het blijft oppassen met lectuur. Vandaag op de trein tussen Gent en Brussel overviel mij een nare flashback. Weer een moeilijke tekst, deze keer van Oscar van den Boogaard met zijn maandagcolumn in De Standaard. Ik besefte meteen dat ik aandachtig moest blijven voor alle signalen uit de buitenwereld, en zéker afstappen in Brussel-Centraal.

Maar om terug te komen op Steiner: die maakte verschillende onderscheiden in de moeilijkheidsgraad van teksten. Een echte typologie was het misschien niet, maar hij onderscheidde toch contingent, modal, tactical, ontological en nog een paar categorieën denk ik, want het was een volwassen essay van twintig of dertig bladzijden. Hij begon met te zeggen dat je, om een tekst te snappen, allereerst de taal moest begrijpen waarin die tekst gesteld was. Het vocabularium bijvoorbeeld mocht geen problemen geven, en dat viel nog onder contingent als ik mij goed herinner.
Dit is een voorwaarde lezer, die zowel u als ik hadden kunnen bedenken ook zonder de hulp van Steiner. Trouwens, lang vóór hem had Heine al vastgesteld dat het ondoenlijk was om bv. .Kants “Kritik der reinen Vernunft” te lezen zonder eerst Duits te kennen: “Man muß Deutsch verstehen, um dieses Buch lesen zu können.
Steiner wees in een tweede fase echter ook op grammaticale moeilijkheden. En verder op inhoudelijke, dan symbolische enzovoort.

Wat mij deed aarzelen bij het artikeltje van Oscar van den Boogaard was de veelheid en de verwardheid van zijn onderwerpen: België, vlaggen, separatisme, Balkenende IV, Frank Vanhecke, Europa, Blut und Boden, Ayaan Hirsi Ali, Beatrix, Suriname, aardappelen met jus, strafwetboek, Sarkozy, Napoleon. Dat in een kort en klein kolommetje, getiteld "De Regels van Fatsoen".

Een deel van mijn problemen zal bij Steiner zeker onder de hogere vormen van onverstaanbaarheid vallen, maar mijn haperende lectuur was toch vooral op een lager niveau te situeren: niet de onderwerpen, maar de taalbeheersing van auteur Oscar.
Vooral aan het eind van zijn onvolwassen columnpje werd ik door een hevige vermoeidheid overvallen toen ik zag: .[het Paleis heeft vandaag] .de moeilijke taak om Walen en Vlamingen zich Belgen te laten voelen”. Het is Belg te laten voelen, Beste!
Et lui de conclure: ..Liever dan dat Koningshuis te beledigen waarderen echte Belgen haar als symbool van eenheid in bange dagen.
Het is het en niet haar, Oscar!
______________________________

Noot van 13 augustus:
Nooit
en jamais zeggen dat negertjes aardslui zijn, Oscar!
(dat is niet enkel aartsdom, maar met Jozef Dewitte in de buurt ook nog aartsgevaarlijk).
Een schrijver, ik mag hier ouderwets klinken, doet er zijn voordeel mee als hij ook de etymologie kent van zijn woorden. Die etymologie levert hem enkele automatismen op en moeiteloos vermijdt hij enige valkuilen, die het Nederlands voor ons allen bewaart.
.

1 augustus 2007

Hij kent zijn Frans misschien, maar zijn Nederlands ocharme

.
Dit zal een kort stukje worden.
Walter Pauli gebruikt in zijn commentaartje vandaag in De Morgen twee Franse uitdrukkingen. Eerst plus est en vous, en vervolgens honi soit qui mal y pense.
Geen probleem want ik ben dol op Franse uitdrukkingen ...ook al kwamen zij in dit geval niets doen. Misschien wilde Pauli eens laten zien dat hij niet van de straat komt? dat hij niet elke dag vulgariteiten uitslaat?
Niemand die zulke ontwikkeling zou afkeuren. Maar Walter had zijn uitdrukkingen ook vertaald, en dat ging mis.
Zijn eerste vertaling viel verhoudingsgewijs nog mee, “plus est en vous” werd meer is in u.
Pauli had ongetwijfeld een job kunnen krijgen bij Lernout&Hauspie, maar wij weten allemaal hoe dat bedrijf geëindigd is.
Zijn tweede fiorituur bekwam hem slechter. “Honi soit qui mal y pense” – honi met één n, jazeker! het oude Frans schreef dat zo, en de Queen doet dat nog – maar onze Walter zijn vertaling “wee hij, die er slecht over denkt” gaat mij te ver.
Honni soit moet beter vertaald worden, soit, maar dan bínnen die slechte vertaling gaat het nog eens mis.
Waar heeft die man zijn humaniteiten gedaan? .zonder dat ze hem ooit hebben lastiggevallen met Nederlandse naamvallen? .Heeft Walter dan nooit een leraar gehad die hem vriendelijk zei:

Het is wee hém, Oen.
.

31 juli 2007

Stelling 177: over de staat België valt geen serieus woord meer te zeggen

. 

Nu deze stelling op het bord staat, voelt iedereen wellicht aan dat ze correct is. Een beetje zoals in de klas: tot zelfs de stomste leerling op de laatste bank ziet het voor zijn ogen als twee bepaalde hoeken gelijk zijn, of twee lijnstukken even lang. Maar een gevoel is nog geen bewijs, en onze zintuigen kunnen bedriegen.
Hoe eenvoudiger de stelling, des te ingewikkelder vaak het bewijs. En de meester stond niet toe dat wij ons ervan afmaakten met: "ik heb een echt merkwaardig bewijs gevonden, maar mijn blad is te klein en het kan er niet op" ...terwijl dat nochtans de beroemdste zin was van de grote wiskundige Pierre de Fermat: .“j'ai découvert une preuve réellement remarquable, que cette marge trop étroite ne me permet pas de détailler”.[*]

Wij mochten zulke dingen niet. Terecht, want het heeft nog ruim drie eeuwen geduurd voor die stelling van Fermat ook echt bewezen was.
Zo lang wachten kan niemand nog, besef ik, maar helaas is een blog te smal voor een sluitend bewijs, en trouwens: het zal een bewijs uit het ongerijmde moeten worden. Wij zullen dus alle mogelijkheden van het tegendeel zorgvuldig moeten uitvlooien, en pas als die allemaal tot tegenstrijdigheden leiden, kunnen wij besluiten tot de geldigheid van onze oorspronkelijke stelling.

Dat is een moeizaam proces, maar gelukkig heeft Benno Barnard al een deel van de voorbereidende werken voor zijn rekening genomen. In het prachtige Nederlandse weekblad Opinio, dat verder niets dan goede artikelen heeft, gaat onze man een twistgesprek aan met Derk Jan Eppink.
Oordeelt u zelf of u de poging van Barnard goed rekent, want de man probeert iets zinnigs te zeggen over België:

België biedt alle voordelen van een meervolkerenstaat. Wij, inwoners van dit land op de grens van de Germaanse en Romaanse wereld, zijn door zijn ligging, cultuur en geschiedenis ware Europeanen. Ons land is zo groot als zijn talen, waartoe ook het Duits behoort – het strekt zich dus in zekere zin uit van de Waddenzee tot de Pyreneeën, en van de Noordzee tot Polen. Wrijvingen zijn vervelend, maar ze scherpen onze zin voor democratie, wat van de Belgen de beste diplomaten ter wereld maakt. Tegen elkaar aanwrijven is niet altijd onprettig: België heeft ook wel iets van een vrijpartij, met licht sadomasochistische trekken misschien. In elk geval heeft een en ander gemaakt dat de Belgische literatuur en kunst zowel expressionistisch als surrealistisch zijn, en bovenal uitzonderlijk vitaal.

De vereniging B-plus druipt van de ernst, maar ze hebben toch ook een nar in dienst.
 __________________________ 

  P.S. .Maar om iets dieper in te gaan op dat laatste, die typisch “Belgische” kwaliteiten van onze kunst: als ik daarover iets wil vernemen dan lees ik, met mijn excuses, nog altijd liever de grote August Vermeylen dan Benno Barnard. Hier twee uittreksels uit lezingen die die man gaf, niet toevallig in ...1930. Die speeches zijn, behalve bij De Slegte, ook te vinden bij de Bibliotheek der Nederlandse Letteren. August Vermeylen riskeert aan Benno B-plus wel een schokje te geven vrees ik:
Geachte Toehoorders, - Het is zeker een zonderling feit, dat, terwijl wij de gebeurtenissen van 1830, met het oog op de algemene kultuur, als een ramp mogen beschouwen, de Vlaamse letterkunde toch ongeveer van dat onzalige jaar 1830 dagtekent. Dat verklaar ik aldus: niet aan de Belgische onafhankelijkheid hebben wij onze letterkunde te danken, maar ondanks de Belgische onafhankelijkheid is zij ontstaan.
Vermeylen, als altijd bijzonder erudiet en genuanceerd, heeft het niet over "Belgische kunst" of, hieronder, over "littérature belge", maar over "une littérature de Belgique…":
Ce sont celles [bedoeld zijn de kwaliteiten gemeenschappelijk aan meerdere «Belgische» schrijvers, zowel benoorden als bezuiden de taalgrens] que je signalais plus haut comme ‘flamandes’, et spécialement le goût de la couleur (tradition de la peinture!), l'attachement sensuel aux matérialités, qui se combine de surprenante façon au sens du mystère qu'on devine derrière ces matérialités. Si dissemblables qu'ils soient, c'est ce qui unit pourtant Verhaeren, van de Woestijne, Gezelle, Maeterlinck (ces trois derniers nourris d'ailleurs du mysticisme de Ruusbroec). Certains poèmes de van de Woestijne ont exactement la même splendeur de tons et la même concentration torturée que certains poèmes de Verhaeren, comme certains contes de Demolder procèdent de la même vision que certains récits de Timmermans, comme Baekelmans n'est parfois pas loin d'Eekhoud. Les rapports de mentalité sont suffisants pour qu'on puisse parler d'une littérature de Belgique. Mais pour qui voit toutes les nuances de la réalité, le danger serait ici de donner à cette littérature ‘belge’ un caractère national trop strictement délimité.
 ________________________

[*] de man schreef nog Latijn: cuius rei demonstrationem mirabilem sane detexi hanc marginis exiguitas non caperet.

27 juli 2007

Leuk idee voor Le Standaard: een vaste column elke week!


Ik ken zijn naam nog maar pas, maar Oscar van den Boogaard is iemand die columns schrijft in De Standaard. Beroepsjournalist is hij niet denk ik, maar hij heeft naam en faam als romancier, en kranten gaan graag op jacht naar romanciers, voor columns.
Dat komt enerzijds omdat de meeste hoofdredacteuren nog niet doorhebben dat het genre tot op de draad versleten is, en anderzijds omdat, zoals iedereen weet, in romans om het even wát kan voorvallen. Schrijvers worden bijgevolg geacht over gelijk welk onderwerp een valabele mening te hebben. Om eens een term uit de biologie te gebruiken: romanciers zijn generalisten.
Aan gewone columnschrijvers, bijvoorbeeld pastoors, komieken, spindokters, rockzangers, professors, schoonheidskoninginnen, assistent-professors, acteurs, tot politici toe, wordt die eigenschap niet toegeschreven. Dat zijn altijd in enige mate specialisten.

Ik weet niet wat voor onderwerpen er in de romans van Oscar van den Boogaard al gepasseerd zijn, maar ik hoop dat hij ooit het onderwerp censuur aanraakt. Hij is daar, tot mijn verwondering en vreugde voorstander van. Maar het begrip lijkt voor hem iets anders te betekenen dan voor mij, en dus ben ik nieuwsgierig naar zijn interpretatie.

16 juli jongstleden had hij een column getiteld Klimaatsceptici, ons waarschuwend voor een film die Channel4 in de maand maart al had uitgezonden: The Great Global Warming Swindle. Het zijn oude koeien ik weet het, maar de teneur van die film was naar het schijnt kritisch voor de eerdere film van Al Gore, die zoveel indruk had gemaakt op onze Premier en op Margareta Guidone, de huishoudster van Bruno Tobback. Dienstencheques mogen ergens voor dienen.

Ikzelf weet weinig over het klimaat, omdat ik geen romans schrijf, maar van den Boogaard treedt meteen streng op, want: ."The Swindle circuleerde vrijwel direct daarna vrijelijk op internet."
Ik vermoed dat Oscar vdB het www bedoelt met zijn term internet, en ja, dat verfoeilijke www is moeilijk te controleren, dat zal elke Chinees hem bevestigen. Vrijelijk, begot! Maar laten wij onze man niet onderbreken (en het cursief is van mij):

"Vorige week zond de Nederlandse KRO de film uit als tegenstem in het klimaatdebat. De vraag is of je klimaatsceptici wel een platform moet geven.
Zou iemand het in zijn hoofd halen een documentaire te maken over het overschatte gevaar van aids? Vertellen dat onveilig vrijen niet altijd onveilig is. Misschien zijn er wetenschappers te vinden die dit verhaal voor een camera zouden willen doen. De documentairemaker zou natuurlijk alleen die stukken uit hun betoog gebruiken die zijn stelling zouden onderschrijven. Misschien zouden het geen echte wetenschappers zijn, maar oplichters in een witte jas. Veel kijkers zouden dolgraag de geruststellende woorden van de aidssceptici willen horen. Mensen zoeken nu eenmaal altijd argumenten om hun dierbaarste gewoontes niet op te hoeven geven. Toch zou geen enkel televisiestations zo'n documentaire durven uitzenden. Mocht achteraf de inhoud onwaar blijken te zijn, dan zouden ze medeverantwoordelijk zijn voor het verspreiden van een dodelijke ziekte..."

Als wij deze alinea goed lezen, en ook goedmoedig voorbijgaan aan Oscars talrijke zouden's, en aan de vele wijsheden die ons met de houten lepel gedebiteerd worden, dan is van den Boogaard zijn stelling dat er weer een officiële censuur moet komen. De gewone autocensuur van redacties voldoet niet langer.

Dat is niet zo verwonderlijk als het lijkt. Er zijn nog auteurs die daar om vragen. Ons Kristien Hemmerechts bijvoorbeeld deed dat hier eerder.
Aan mijn lezers hoef ik het niet te herinneren, maar in de geschiedenis waren er talloze auteurs die de lof van de officiële censuur hebben gezongen, en zelfs van hun persoonlijke censoren die zij bij naam kenden. .Heine en Poesjkin[*] deden dat, maar er zijn er zoveel meer.

Hoe flauw en kronkelig, hoe ondoordacht en onbewust, en vooral hoe naïef-moreel heel de gedachtegang van onze wat mij betreft aankomende auteur ook is, achter zijn kerngedachte kan ik staan: leve de officiële censuur!
En als dat niet meer met onze moderne gevoeligheden te verenigen is: geef ons dan tenminste weer een blad als Film en Televisie.
____________

[*] Bij diens vertaler Boland las ik dat de Tsaar persoonlijk het woord "pispot" (dat Poesjkin in een moment van verstrooidheid had gebruikt) nog heeft weten te vervangen door "wekker".
Er was in het Russisch geen probleem wat metrum of rijm betrof, en de dichter zelf vond dat de betekenis van zijn vers behouden bleef. Hij tekende dus geen bezwaar aan, en bedankte integendeel de Tsaar voor de correctie op zijn wansmaak.

.

23 juli 2007

Vandermeersch zijn eigen Belgische "gaffe"

.
De hoofdredacteur van Le Standaard is blij vandaag met het schouderklopje dat de Vorst gaf aan de redacties “die zoveel energie gestopt hebben in dat uitzonderlijke en opwindende project”. Wat ik over deze dankbaarheid denk weet u al.
Verder relativeert hij (in zijn eikenhouten stijl) de “gaffe” van Leterme:
[…] een enige, prachtige, vettige Belgische klucht […] op de trappen van de kathedraal waar prinsen huwen en koningen worden begraven.

Dat van die prinsen is juist Peter, en ik voel de neiging om je hier een schouderklopje te geven, maar koningen worden begraven, of bijgezet in de crypte van Laken.

Dat zal ook met de Laatste het geval zijn vermoed ik, als daar tenminste nog plaats is. En anders moeten de ouderen maar wat aanschuiven, ook al vindt mijn geliefde Georges Brassens dat niet helemaal gepast:

Mon caveau de famille, hélas ! n'est pas tout neuf,
Vulgairement parlant, il est plein comme un œuf,
Et d'ici que quelqu'un n'en sorte,
Il risque de se faire tard et je ne peux,
Dire à ces braves gens : poussez-vous donc un peu,
Place aux jeunes en quelque sorte.




Voor Belgische journalisten blijven FEITEN gevaarlijke vijanden.
.

.

21 juli 2007

Even Apeldoorn bellen


Het RTBf-televisiejournaal viel vandaag enkele Belgische toppolitici lastig terwijl die mensen gehaast uit hun auto’s stapten, op weg naar een Te Deum links of rechts. De journalist moet een mensenkenner zijn geweest, of toch goede kenner van het Belgische politiek dier, want hij stelde aan Verhofstadt, Demotte, Leterme &cet. een elementaire, bijna illusieloze vraag:

"Waarom valt de Nationale Feestdag op 21 juli?"

Geen van hen wist iets zinnigs te vertellen… al dient gezegd dat Guy naderhand wel met het juiste antwoord kwam – wellicht na een rustig moment van reflectie, of misschien na een telefoontje? Hij lachte nogal schuldig vond ik, als een schooljongen die betrapt is met een spiekbriefje, en zijn eerste antwoord (als er een was?) bij het binnengaan werd ons helaas onthouden. Maar laten wij niet vooruit lopen op de gebeurtenissen.

Nog niet tevreden met zijn misplaatste anti-Belgische gestook, had de RTBf-man aan Yves ook gevraagd of hij dan toch een strofe van de Brabançonne kon zingen? En jawel, dat kon onze man: “Allons enfants de la patrie-ie-e, le jour de gloire est arrivé…

Bij het buitenkomen van de personaliteiten wilde diezelfde schaamteloze persluis nóg een vraag stellen aan de toekomstige Belgische premier, maar deze liep hem haastig voorbij.

Misschien dat het bij u beter ging, lezer, maar mijn eigen Nationale Feestdag had tot half-achten, moment van het RTBf-nieuws, een enigszins mat verloop gekend.
Rond 19u37 of iets later verdween, even onverklaarbaar als plots, mijn Gentse-Feesten-kater zonder enig medicament.
___________________

Noot van 22 juli: nu ik het filmpje op Youtube herbekeken heb, zie ik dat de eerste reactie van Verhofstadt wel degelijk volledig is uitgezonden, maar wellicht schrapte ik die uit mijn geheugen omdat ze totaal nietszeggend was... Schitterend werk alweer van de RTBf ! Misschien nog het vermelden waard is dat Leterme bij de start van de Tourrit in Duinkerken een vraag kreeg van een Franstalige journalist: wat was zijn lievelingsmuziek? Leterme antwoordde: de Brabançonne…

.

20 juli 2007

De lakeien worden beloond

.
Nu het hoofd van de Uitvoerende Macht, in een ware paniek-toespraak, Le Standaard en De Soir heeft gefeliciteerd,* hebben vele burgers het koninklijke alarmbelletje horen rinkelen. Maar ik geloof niet dat ze op de genoemde redacties iets gehoord zullen hebben.

Nochtans zou het voor journalisten beneden hun waardigheid moeten zijn om loftuitingen uit die hoek te aanvaarden. Zij moeten die hautain afwijzen. Maar in België is het de hoogste betrachting van vele journalisten om de macht te dienen, en wellicht ooit nog baron te worden.

Wat een verschil met journalisten als . ik noem er enkelen die ik waardeer .Heine, Börne, Poesjkin, Herzen, of zelfs Gezelle in bepaalde opzichten, die nooit goede maatjes werden met de machthebbers van hun tijd, en integendeel verbanningen of vernederingen met waardigheid in ontvangst namen.

Een journalist die geprezen wordt door de Macht is geen journalist, Vandermeersch, maar een zolenlikker.

Daar is een Belgische koning
Veel Belgische vertoning
Een Belgische vlag, een Belgisch lied
Maar Belgen, neen Belgen zijn er niet

René De Clercq

__________________

* zie de correctie van Luc Van Braekel hieronder.


http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html