9 oktober 2007

Een oude fiche is zó handig als het snel moet gaan


De beruchte uitspraak van Maxima over de onvindbare Nederlandse identiteit is amper veertien dagen oud, en De Standaard komt in zijn rubriek Analyse al met een artikeltje. Weliswaar nemen de bijhorende foto’s meer plaats in dan de tekst, maar dat is normaal in een kwaliteitskrant. Zaterdag hád DS trouwens al een niemendalletje dat melding maakte van deze kwestie, maar nu wilden ze er een redacteur op zetten.

Wie gaat dat hier schrijven? zal de kreet op de redactie geweest zijn. En iemand moet geweten hebben dat Corry Hancké een bakje met steekkaarten bezat, waarvan eentje getiteld "Nederland". Haar naam klinkt ook wat Hollands. Zij dus!
Corry gaat aan het werk en het belangrijkste trefwoord op haar fiches is spruitjes. Ze heeft meteen een titel: “Maxima stoot op spruitjeslucht”. En Hancké is gelanceerd:
Ze doen going Dutch, ze zijn blond en groot, en ze hebben een grote mond. Dat kunnen –volgens buitenlandse clichés– alleen maar Nederlanders zijn. Maar ondertussen is in Nederland de sambal ingeburgerd en kennen de Nederlanders ook keet in de toko.
Ik begreep haar tijdsbepaling “ondertussen” niet goed. Op welke periode slaat die fiche van Corry wel? Sambal en toko zijn begrippen uit de Indische tijd, en bij mijn weten is er niemand die twijfelt of die Indische tijd maakt inderdaad deel uit van de Nederlandse identiteit. Multatuli schreef zijn Havelaar tenslotte al anderhalve eeuw geleden.
Toegegeven, in die dagen moeten de termen toko en sambal nog niet helemaal gangbaar zijn geweest, want Douwes Dekker geeft een verklaring als hij ze gebruikt:
Tegenover ons woont een juffrouw, wier neef een toko doet in de Oost, zooals ze daar een winkel noemen.

Het begrip sambal krijgt zelfs een voetnoot.
Tine zou haar zoo goed mogelyk gezelschap gehouden, en veel met haar gesproken hebben over keukenzaken, over sambal-sambal*, over 't inmaken van ketimon zonder Liebig, o goden! [...]
______________
*Sambal-sambal: allerlei toespys, 'n keukenvak waarin Indiën uitmunt. De beschryving van de sambals die daar in gebruik zyn, zou boekdeelen vullen. In welvarende familien vordert dit onderdeel van 't dagelyksch menu de uitsluitende zorg van 'n bediende, en by ryken is één persoon daartoe zelfs niet voldoende. Als grondstof dient al wat eetbaar is, zooveel mogelyk onkenbaar gemaakt, en ook veel dat oningewyden niet eetbaar voorkomt, byv. onrype vruchten en bedorven vischkuit. Het bereiden van al die gerechten volgens de regelen der kunst, vereischt 'n ware studie. Ook is er voor baren (nieuwelingen) soms eenige oefening noodig om ze smakelyk te vinden, maar ingewyden geven aan de indische keuken de voorkeur boven de velerlei soorten van europesche tafels.

Hancké doet denken aan die generaals die altijd de vorige oorlog voorbereiden. Dat is comfortabeler dan zich een voorstelling maken van de oorlog die op komst is. Termen als tajim, couscous of harissa mogen dan al goed bekend zijn, dat zou een deftige journalist niet mogen beletten om de problemen van de multiculturaliteit te beschrijven in termen die er vandaag toe doen, en die komen niet altijd uit de keuken. Met een beroep op "de wetenschap" probeert Corry alles nog netjes te houden:
Prinses Maxima, die zeven jaar geleden Argentinië verliet om in Brussel te werken en later in Nederland met prins Willem-Alexander te trouwen [gallicisme, maar dat is DeStandaardtaal; het tweede lid kan niet onder dat "om" vallen, of het moest zijn dat Maxima haar huwelijk ingecalculeerd had toen ze naar Brussel kwam], vindt dat Nederland te veelzijdig is om in één cliché te vatten. Ze heeft dé Nederlandse identiteit niet leren kennen, maar ze heeft geleerd dat er verschillende mensen wonen die zich op de één of andere manier met Nederland identificeren.
Dat zei de prinses toen ze op 24 september in Den Haag het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WWR) ["WRR" wordt bedoeld; misschien is er verwarring ontstaan met het WWF?] 'Identificatie met Nederland' voorstelde. Het rapport is het resultaat van wetenschappelijk onderzoek.
Pathetisch laatste zinnetje. Het zou pas verwonderlijk zijn als een Raad met zo'n naam een onwetenschappelijke tekst zou produceren.
In haar conclusie zegt de Raad dat er eigenlijk niet één soort Nederlander is, maar dat de Nederlandse identiteit gelaagd, voor verschillende interpretaties vatbaar en continu in verandering is.
Dat is een soort wetenschap mogen wij inderdaad zeggen: volslagen irrelevant en voorspelbaar. Maar alvast mensen die in "gated communities" leven, om even Lubbers aan te halen, zullen het graag lezen. Journalisten mogen wij daar gerust bij rekenen, en dat is onze pennenknechten gegund, maar wat ik graag zou zien is dat men in de beslotenheid van hun gemeenschapje af en toe lessen Nederlands gaf. Hancké zou daar misschien leren dat "de Raad" mannelijk is ? Of bestaat er eigenlijk ook al geen Nederlandse Taal meer ?
Wie de tekst van Maxima zelf wil lezen, vindt die hier, en hij is in zijn lieflijke banaliteit nog beter dan de pseudo-Analyse van De Standaard.
.

6 oktober 2007

Is Yves Desmet een intellectueel? (caput II.)


Zoals u misschien niet weet, maar Yves Desmet heeft wetenschappen gestudeerd. Als alumnus van de VUB werd hij meer bepaald gevoed met de "communicatiewetenschap". Alumnus is een moeilijk woordje, maar ik geef het dan ook in de nominatief, mannelijk, enkelvoud, wetende dat een vorm als (één der) alumnorum al snel voor verwarring of zelfs onbegrip kan zorgen, zeker bij De Morgen.
Laten wij eens kijken wat onze communicatiewetenschapper vandaag te vertellen heeft:


Autist
Drie zaken zijn bijzonder klaar geworden tijdens de voorbije procesdagen tegen Hans Van Themsche. Vooreerst dat psychiatrie duidelijk niet onder de noemer van de exacte wetenschappen geklasseerd mag worden, maar dat in functie van de opdrachtgever en niet in functie van de patiënt totaal verschillende diagnoses gesteld kunnen worden. Een mens zou twee keer nadenken alvorens psychiatrische hulp te zoeken.

Tot hier volgen wij. Desmet zijn woordkeuze is grof en ongenuanceerd, maar dat is een kwestie van stijl en gewoonte, en zijn communicatiewetenschap zit er wellicht voor niets tussen. Zo insinueert die verfijnde Desmet dat psychiaters maar één motto kennen: wiens brood men eet diens woord men spreekt.
Iedereen weet natuurlijk ook zonder Desmet dat psychiatrie geen exacte wetenschap kán zijn, evenmin als geneeskunde of zelfs recht. Maar bon, als dat mijnheer zijn premisse is, dan doen we het er voorlopig mee. Overigens lijkt mij eenzelfde motto ook bij andere beroepsgroepen voor te komen, ik denk hier aan politicologen, enquêteurs en journalisten.

Hopelijk kennen sommigen onder u het menu waarmee communicatiewetenschappers gevoed worden aan de VUB, en dan kunnen zij mij vertellen of daar ook een portie (formele) logica bij zit. Het is mijn indruk van niet, want al gebruikt Desmet verderop enkele moeilijke woorden als equatie, automatisch e.d., hij lijkt niet te beseffen dat je binnen één redenering de termen niet van betekenis mag laten veranderen.
En het gaat dan niet over waar/onwaar Yves, maar over geldig/ongeldig. Zo, dat weet je alweer bij! en nu schrijf je in het vervolg niet meer:

[…] racisme bestaat niet in dit land, hooguit kan er sprake zijn van autisme. Het volstaat dezer dagen wat op zichzelf betrokken te zijn, er weinig vrienden op na te houden en wat veel videospelletjes te spelen om dat ziektebeeld opgeplakt te krijgen. Dat is niet alleen ronduit beledigend voor de talrijke ouders van echt autistische kinderen, […].

Desmet, in zijn naïef populisme, begint daar ineens over “echt autistische kinderen”! Uit de psychiatrie kan hij die term niet gehaald hebben, want vanuit zijn eigen premisse vertelt die wetenschap n'importe quoi, en nog op commando ook.
Misschien is het een term uit Yves zijn eigen tak van wetenschap? Misschien is het menu van de communicatiewetenschappen wel een soort gastronomische wandeling, die hem op de duur in staat heeft gesteld om te oordelen over om het even wélk onderwerp, en hierbij zelfs waarschijnlijkheden te formuleren (een moeilijke tak van de wiskunde).

[…] dat advocaten geen medici zijn: zelfs als de diagnose van autisme voor een stukje zou kloppen, hoe onwaarschijnlijk ook, dan nog ontslaat zulks Hans Van Themsche niet automatisch van persoonlijke verantwoordelijkheid. […] Zulks beweren zou immers opnieuw een slag in het gezicht zijn van eenieder die zich bezighoudt met de opvang en begeleiding van echte autisten, en die de advocaten van de verdediging zouden kunnen uitleggen dat een dergelijke equatie kant noch wal raakt.

Die laatste zin is stilistisch krakkemikkig, maar daar hebben we het nu niet over, want de zon schijnt en de fiets wacht.
.

30 september 2007

Biedt verstand garantie tegen stommiteiten in de politiek?


Om op deze vraag te kunnen antwoorden moeten wij vooraf weten wat we met verstand bedoelen. Men kan denken aan wiskundige begaafdheid of aan talenkennis. Er zijn misschien nog andere aspecten, maar tentatief stel ik voor dat wij nu eerst de befaamde stelling van Leterme onder ogen nemen, en kijken of kennis van vreemde talen een goede indicator is.
Onwillekeurig zullen de gedachten hier uitgaan naar de mooie Nederlandse prinses Maxima.

In géén tijd sprak zij prachtig Nederlands. Zij verschilt daarin niet veel van nogal wat allochtonen in Nederland, maar voor ons Belgen was dat een wonder. De prinses had dat bovendien zonder enig taalbad in Spa voor elkaar gebracht (sans prendre les eaux).
Misschien wantrouwde zij de kwaliteit van het water daar, want tenslotte werd de hele Belgische stoeterij van prinsen en prinsessen er al herhaaldelijk gedrenkt, met helaas tegenvallende resultaten. Goed, op zich zegt dat misschien weinig over de kwaliteit van het spawater.
Zovele factoren spelen: overvolle agenda, stress, indolentie, gebrekkige motivatie, otium cum dignitate, of zelfs –ik vermeld dit ongaarne en enkel ter uitputting van de mogelijkheden– een congenitale bêtise.
Maxima deed het dus zonder baden, misschien in de wetenschap dat er geen via regalis loopt naar de talenkennis, net zo min als naar de geometrie.
Ja, verstand te koop heeft onze Maxima, en toch behoedde haar dat niet voor een lelijke lapsus. Vorige week flapte zij eruit dat er niet zoiets bestaat als een Nederlandse identiteit. Uitspraak met politieke implicaties, want impliciet mogen wij verstaan dat nieuwkomers zich niet hoeven aan te passen aan iets dat immers niet bestaat.
Maxima zei dat niet op eigen inspiratie: zij volgde een analyse van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Wetenschappelijk zoveel als je wilt, maar in dit ene geval had Maxima beter haar mooie kopje gehouden, want in die Raad moet een aantal mensen zetelen dat nog maar net de Franse postmodernisten heeft ontdekt, laat staan ze ook verteerd.

Talenkennis alleen volstaat dus niet in de politiek, maar misschien vormt onze tweede mogelijkheid om het verstand te definiëren een goede bescherming tegen stommiteiten? abstractievermogen, wiskundig doorzicht, of nog daarmee samenhangend, ruimtelijk inzicht?
Garik Kasparov, ex-wereldkampioen schaken, maar tegenwoordig politicus, moet die eigenschappen wel in overtreffende mate bezitten, want behalve een ijzeren geheugen is geometrisch inzicht het sterkste wapen van de schaakspeler.
Bij de leek gaan schaakspelers sowieso voor verstandig door, maar onder de schakers zelf is daarover minder eensgezindheid.
Robert Fischer
–zonder tegenspraak de beste schaker van zijn tijd– stond niet bekend om zijn verstandige politieke analyse, bijvoorbeeld over de Shoa, waar niets van aan was, al zou hij het geen slecht idee hebben gevonden.
De Nederlandse grootmeester Donner –telg van een beroemd geslacht dat geregeld Ministers van Justitie aflevert– noemde Fischer toen een idioot met een opvallende partiële begaafdheid. Donner was maar half zo’n goede schaker als Fischer –al maakte hij wel eens remise met hem– maar hij had zo’n scherpe pen dat zijn columns rustig naast de grootste auteurs kunnen staan.
Kasparov, even joods als Fischer, heeft nooit een dergelijke enormiteit verkocht maar toch lijkt mij de belangstelling voor hem enkel te stoelen op het gunstige vooroordeel dat leken in het algemeen tegenover schakers koesteren.
Zijn politiek mini-partijtje, Ander Rusland, wordt in het Westen heel ernstig genomen, meer dan in Rusland zelf. En Kasparov is ook een moedig man, en tegenstander van Poetin (daar zal wel iets voor te zeggen zijn), maar wat mij toch enigszins wantrouwig maakt tegenover de politicus, is dat diezelfde Kasparov tegelijk denkt dat onze beschaving ...nog héél jong is.
Onze cultuur bestaat nog maar kort. Sinds het Jaar Duizend zowat.
Kasparov gelooft namelijk in de Nieuwe Chronologie, van professor Anatoly T. Fomenko, een geniale wiskundige. Maar die man houdt wél vol dat de verhaaltjes over Egyptenaren, Grieken en Romeinen veel dichter bij ons liggen dan wij gemeenlijk denken. Zo had de slag bij de Thermopylen plaats rond en om het jaar 1100 anno Domini.
Nu weet ik wel dat Kasparov eerst Weinstein heette, wat hem in de Sovjetunie niet goed uitkwam, en een termijn van ongeveer 6000 jaar zou ik daarom nog aangenomen hebben, maar nu gaat hij toch héél hard. Duizend jaar is krap voor het opbouwen van een Russische, of wat voor identiteit ook.
Zoals gezegd heeft Kasparov nog geen puur politieke stommiteiten verkocht voor zover ik weet, en verstandig in de geometrische zin is de man ongetwijfeld, maar toch blijf ik argwanend. Ik wens hem succes met zijn partij Ander Rusland, maar wat mij betreft ...hoefde er niet meteen een andere beschavingsgeschiedenis te komen.
.
.

26 september 2007

In een beperkte reeks toch nog dubbels...


Er zijn altijd mensen geweest, en er zullen altijd mensen zijn die hun genoegen hebben in het aanleggen van verzamelingen. Voor velen waren vroeger bierviltjes of sigarenbandjes een deel van hun geluk, of liebigprentjes. Of zij verzamelden artis- en historiapunten en kwattasoldaatjes en later leowikkels, omdat die recht gaven op ineens hele reeksen van prenten.

Dr. Freud had een lelijke term voor die neiging. De doctor noemde die gedragingen anaal. Het had volgens hem te maken met het ophouden van de pis en de kak.

Zelf zou ik niet zo hard zijn in mijn oordeel, al was het maar omdat ik die neiging tot verzamelen gedurende zekere tijd ook heb vertoond. Bij mij ging het om prentjes van coureurs, een reeks van 40 geloof ik, en je kon die bekomen door veel kauwgomballen te eten uit een automaat die bij elke bal telkens één prentje afleverde – na inworp van een munt ter waarde van één veertigste van een Euro ongeveer.
De kauwgomballen zelf waren uitgesproken slecht. Bij het eerste contact met het speeksel smaakten ze zelfs bitter, maar gaandeweg beterde dat. Ze waren bovendien hol, zodat er gelukkig niet veel te kauwen viel. Hun prijs, lezer –en u zult die misschien laag vinden– was in die mate prohibitief dat ik nooit de volledige reeks heb bezeten.
Ik bezat gelukkig wel Van Looy, Cerami, van Daele, Foré, Van Geneugden, Schroeders enzovoort, zeer tot mijn trots, maar bijvoorbeeld op Vannitsen heb ik nooit de hand kunnen leggen. Van Looy had ik zelfs dubbel, en Adriaensens ook, en zekere Scodeller, maar voor zover ik wist had niemand van mijn school Vannitsen dubbel.
Die dubbels hadden maar een beperkt nut in een markt die niet volledig transparant was en weinig liquide. Je wisselde niet zomaar met iedereen plaatjes uit. Dat was pijnlijk toen, maar vele schoolgenoten verkeerden in hetzelfde geval.

Vandaag plots, voelde ik die oude anale neiging tot verzamelen weer opkomen.
We kennen allemaal B-plus, en ik heb daar zonder te willen al veel prentjes van, maar nu komt er een concurrerende firma op de Belgische markt hoorde ik. Red de solidariteit heet ze, een naam die zij in Nederland bij Marijnissen ingepikt zullen hebben. Red de solidariteit lijkt iets meer op de entertainmentmarkt gericht dan B-plus, maar ze komen wel met sterk gelijkende prentjes. En het bekende probleem van de dubbels duikt helaas weer op.

Goed, ik heb nu Claus, en die wil ik niet inwisselen want ik heb er maar één, maar kan iemand iets doen met een Zinzen of een Van Istendael?

15 september 2007

Two's company, three's a crowd


Ik heb de indruk dat die Freddy Thielemans van Brussel onze minister De Gucht een ferme peer heeft gestoofd. Je ziet of leest of hoort er niets over, maar Karel De Gucht moet zich eergisteren onmiddellijk en formeel hebben verontschuldigd bij de Italiaanse regering.
Italianen kunnen nogal op hun eer gesteld zijn, en er zal geen ontkomen aan zijn geweest. Karel zal met de rug tegen de muur hebben gestaan.
Wat wil het geval?
Zoals wij in onze pers vernamen begin deze week, had burgervader Thielemans twee kerels laten oppakken bij gelegenheid van die bijna-betoging dinsdag – namelijk ene Frank V. en ene Filip D. .Deze individuen hadden een buschauffeur lastiggevallen, iets dat in Brussel te vaak gebeurt. Naderhand bleken ze nog lid te zijn van het Vlaams Belang.
Tot hier is er niet veel aan de hand zult u zeggen. Onder omstandigheden mag en moet een democratie zich teweer stellen. Inderdaad, maar wat heeft Italië daar mee te maken? en onze minister van Buitenlandse Zaken?
Freddy Thielemans zijn Luikse stormbrigade moet in haar ijver te ver zijn gegaan. Zij hebben waarschijnlijk één man teveel opgepakt, zekere Mario of Mauro Borghezio, die met het busincident niets te maken had. Jamais deux sans trois zullen die mannen gedacht hebben, maar nu bleek die Mario B. ....mais parbleu! parlementslid te zijn. En zo iemand is onschendbaar houdt de Italiaanse regering vol, ook al is de man lid van de Lega Nord en is de regering zelf niet van die strekking.
s Lands wijs, ‘s lands eer en wij hebben ons daar niet over uit te spreken.
De Gucht heeft zijn excuses aangeboden in ons aller naam. Met mijn volle steun moet ik zeggen, al vind ik het niet aangenaam dat onze journalisten mij niet op de hoogte brachten van dit feit en de precieze toedracht. Die jongens en meisjes kunnen best hun redenen hebben, maar hun stilzwijgen bij deze mooie geste van De Gucht vind ik toch ongepast.
Ik wil namelijk altijd graag weten, en u ook, wáár precies ik mij voor verontschuldig, ook al gebeurt dat verontschuldigen par personnes interposées.
Maar om op een vrolijke noot te eindigen: elkeen een goede ramadan gewenst. Santé!
.
_________________

Noot van 20 september:
Omdat
Buitenlandse Zaken gewoon ontkent en iemand met een slecht karakter zou hier herinneren aan het interview van Karel De Gucht, waarin die Balkenende vergeleken had met Harry Potter ....K.DG. probeerde toen, zij het even maar, dat interview zélf te ontkennen! , maar omdat Buitenlandse Zaken gewoon ontkent dus, hieronder wat Het Belang van Limburg van zaterdag 15 september schreef, in wat mij een nauwelijks bewerkt Belgabericht lijkt:

Excuses aan ambassadeur Italië

BRUSSEL - Buitenlandse Zaken heeft donderdag aan de Italiaanse ambassadeur formeel excuses aangeboden voor het feit dat bij het politie-optreden tegen de verboden anti-islambetoging dinsdag ook een Italiaans Europarlementslid werd opgepakt.

De Italiaanse regering had bij België geprotesteerd omdat de Brusselse politie ook Mario Borghezio, fractieleider van de Lega Nord in het Europees parlement, had opgepakt. Buitenlandse Zaken heeft de Italiaanse ambassadeur verzekerd al het mogelijke te doen om de immuniteit van de europarlementsleden te garanderen, mocht iets dergelijks zich nog voordoen.

Overigens, bedoeld werd hier wellicht de Luikse politie? En op de site van het Italiaanse Ministerie is het niet Mario maar Mauro...



14 september 2007

Zinloos geweld


Ik weet niet of onze Vlaamse intellectuelen, onze schrijvers, politicologen, stadsdichters, pastoors, woestijnvissen, slimste mensen &cet, hun analyses al klaar hebben van wat er eergisteren in Brussel is gebeurd.
Wellicht niet, al herinner ik mij vele gelegenheden waarbij zij sneller op de bal zaten, zoals dat in hun kleurrijke taaltje heet. Spontaan kruipen zij deze keer niet in hun pen, en er wordt hen ook niets gevraagd vermoed ik.
Kranten, radio en televisie willen alles zo snel mogelijk vergeten. Begrijpelijk, want wegmoffelen en vergeten is wat onze journalisten nog het beste kunnen, en je moet je eigen sterktes uitspelen.

Verrassend is dat dus allemaal niet, maar bloggers kennen geen redactionele consensus, en daarom deze vijf opmerkingen:

1– Vanhecke en Dewinter zullen zich dinsdag twintig jaar jonger hebben gevoeld. Op hun leeftijd (ik zwijg over de mijne) kan dat geen onaangename gewaarwording zijn geweest.

2– De politie zal misschien aanvoeren dat Befehl ist Befehl. Maar Neurenberg heeft dat argument flink uitgehold. In vele gevallen moet een officier zelf beslissen óf hij aan een politiek bevel gevolg wenst te geven, en hoe.

3– Iemand die een interview staat weg te geven is geen direct gevaar voor de openbare orde, en als zo iemand overvallen wordt door een bende gewapende hooligans, dan ben ik geneigd om de term zinloos geweld zinvol te gaan vinden.

4– Ik dacht dat na Hervé Brouhon, er de stad Brussel niets meer kon overkomen. Maar wat bij die oude lapzwans komedie was, is bij Thielemans niets minder dan een tragedie.

5– De politiek in het algemeen, en de justitie hebben zich gedragen op een manier die met de beginselen van de burgerlijke democratie niets meer te maken heeft. Weken aan een stuk, en de dag zelf natuurlijk ook. De term democratie is in dit zieltogende landje aan vervanging toe.
.

.

12 september 2007

Een beschaafde avond


Het was lang geleden, maar ik heb gisteren twee volwassen maagden gezien.
En niet enkel maagden, het waren twee compleet onbespoten voyageurs van de bekende firma Desmet&Vandermeersch. Ze heetten allebei trouwens Desmet&Vandermeersch want het gaat hier om een ééneiige tweeling.

Bij deBuren, het prachtige Nederlands-Vlaams huis naast de Munt, was er een debat over Bye-Bye-Belgium, de roemruchte uitzending van de RTBf. Nuttig, want al zullen velen zeggen van wél, zo goed als niemand in Vlaanderen heeft die uitzending live gezien, misschien omdat er toen op de eigen zender voetbal was of iets anders. Intussen hebben velen hun schade ingehaald.

Aan de debattafel zaten behalve twee Nederlandse journalisten ook de mensen van de RTBf zelf, Deborsu en Gerlache, en hun morele consulent Thiran (die minder in zijn mars had dan de twee vorigen). Verder Laporte van de Libre Belgique, plus Bracke van de VRT, en de twee Maagden van onze Kwaliteitskranten.

De mensen van de RTBf vond ik indrukwekkend (hun halfacht-journaal is dat in de regel ook). Openheid en beschaving zou ik zeggen, en grappigheid ook, surtout Deborsu, maar Gerlache niet minder. Zij legden uit dat weliswaar niet alle journalisten van hun eigen redactie akkoord gingen met de geplande nepuitzending, maar dat er om redenen zus en zo toch besloten was om door te gaan met het plan.
Interessante uitleg, maar zonder het woord te vragen kwam plots Peter tussen, en die jongen riep iets over LEUGENS die hij aan tafel had gehoord.
Onze Peter maakte een wat onbeheerste indruk. Misschien had hij al iets binnen, want zelfs in dat sappige West-Vlaams van hem, dat nochtans veel vergeeft, kwam zijn plotse acte de présence slecht aan. De mensen van de RTBf waren daarna verwittigd, en bleven koel. Ik had de indruk dat zij bij het niveau van Peter de avond minder interessant vonden.
Peter zijn broer Yves kwam nu gelukkig te hulp, en stak een kort preekje af over journalistieke normen en waarden. Dat was heel mooi. Die mannen van de RTBf waren met hun nepjournalistiek flink over de ethische schreef gegaan.
Helemaal geloofwaardig voor de zaal was Yves misschien niet (er zaten veel Morgenlezers tussen was mijn indruk), maar het was zonder meer een nuttige tussenkomst gezien de omstandigheden. Zijn wauwelende vennoot trad hem zo goed als mogelijk bij maar hield verder min of meer zijn gemak, en iedereen apprecieerde dat Desmet het bedreigde niveau van de avond had gerafistoleerd.
De basics van de journalistiek was Desmet zijn thema. Facts and comments moesten goed onderscheiden blijven. Facts waren voor hem heilig als ik goed heb gevolgd, en comments waren free. Enfin, mooi dus, en niets tegen in te brengen. De RTBf was haar geloofwaardigheid kwijt, en Deborsu in het bijzonder, en Yves sprak hier in naam van de firma. Ik denk dat die man zichzelf geloofde want anders kun je zo’n sérieux niet volhouden.

Toen, ik geloof Laporte, maar het kan ook Gerlache geweest zijn, de vraag stelde aan Peter waarom diezelfde Deborsu dan elke week een column mocht vullen in De Standaard, wist die brave jongen niets te vertellen. Het leek hem niet te deren. Peter bleef volmaakt gelukkig rondkijken en een antwoord kwam er niet.

Hier en daar klonk er dus een vals nootje van de schrijvende pers. Zo noemde Laporte, van de Libre ...Bart De Wever in één adem met het fascisme. Maar ik neem aan dat Christian met zijn term enkel "slechte mens" bedoelde, of gewoon "Vlaming". Misschien moest Christian eens de tijd nemen voor een goed boek over het fascisme – het moet geen droog theoretisch werk zijn, maar iets van Maurras bijvoorbeeld – en wat minder schrijven in zijn gazet, of komen zeveren in panels.

Overigens stapte iedereen tactvol aan deze onnozelheid voorbij, en zo bleef het al bij al nog een beschaafde avond bij deBuren.
Ten bewijze: aan het eind van de publieksvragen voelde plots die gezellige pastoor Staf Nimmegeers de drang om even te melden dat hij nog altijd bestond, en zelfs op dat moment heeft niemand in het publiek het uitgeproest.
.
.

10 september 2007

Wie zegt dat wij geen kwaliteitskranten hebben?


Het waren maar kleinigheden vanochtend, maar vóór een zeker uur kan op de stilste en meest comfortabele trein een mens nog ontstemd raken.
Bart Sturtewagen had in De Standaard een redactioneel commentaartje waarin hij veel goede dingen zei, bijvoorbeeld dat mensen die de media willen bespelen zich erg blootstellen aan toevallige windrichtingen, of nog dat in een rechtsstaat iedereen onschuldig is tot hij veroordeeld wordt. Akkoord, maar Sturtewagen had zijn zin voor verhoudingen verloren.
Als de verdenking tegen de ouders van de verdwenen Britse kleuter Madeleine McCann ook maar enige grond van waarheid zou blijken te hebben, dan staan we voor een van de omvangrijkste misleidingen uit de geschiedenis. De hele aardbol op het verkeerde been zetten, iconen uit zo ver uit elkaar liggende werelden als paus Benedictus en David Beckham incluis, het zou een onuitgegeven krachttoer zijn.
Nu maak ik mij sterk dat er, nog binnen het geheugen van de levenden straffer voorbeelden van misleiding te vinden zijn. Ik herinner mij al een couveuse-oorlog die vader Bush succesvol heeft uitgevochten in de media. Of natuurlijk de WMD, de massadestructiewapens waarmee zelfs diens zwakbegaafde zoon wegkwam bij de meeste journalisten …en bij vele regeringen, bijvoorbeeld die van Balkenende. Niet die van Verhofstadt, laat ik dat er meteen en graag bij zeggen.
Timisoara daargelaten, als we iets verder mogen teruggaan kan misschien de Varkensbaai nog genoemd worden? of de Golf van Tonkin?
Mijn favoriet blijft altijd dat valse telegram van 1870, de Emser Dépêche. Frankrijk en Duitsland hebben die zaak toen in een oorlog uitgeklaard.
Goed, als voor Sturtewagen de kwestie in Portugal al Geschiedenis lijkt, dan laat ik hem verder met rust want er is gelukkig ook De Morgen.
Liesbeth Van Impe mocht daar vandaag de honneurs van het redactionele artikeltje waarnemen. Ze deed dat redelijk goed. Liesbeth prepareerde, zoals van haar wellicht verwacht wordt, de Vlaamse lezer op toegevingen aan de Franstaligen. Dat borstgeklop van CD&V-N-VA moet een einde nemen, zegt zij. Kiesbeloften moet je inderdaad kunnen inslikken. Zo werkt een democratie meent Liesbeth.
Kijk, ik verwijt haar niets. Misschien heeft zij politicologie gestudeerd? of anders iets met communicatie. Nederlands zal in haar curriculum ontbroken hebben, niet enkel in de veronderstelde humaniora, maar wellicht al vanaf het vijfde studiejaar.
De meeste onderhandelaars zijn zich er intussen terdege van bewust dat onrealistische verwachtingen doorgaans slachtoffers maken. De klappen vallen in de hoek van zij die de compromissen sluiten, niet in het kamp van zij die aan de zijlijn roepen dat het nog harder moet gaan.
Ik zei het in het begin al lezer, het waren kleinigheden vanmorgen ...maar Liesbeth! .In het Nederlands zeggen wij “van hen” en niet “van zij”.
Je volgt nog? Goed zo, dan ben je zeker in staat tot een moeilijker oefening, en kun je hier nalezen waarom BHV wél gesplitst moet worden, zonder prijs.
.

7 september 2007

Op basis van een onvolledig verslag


Sprekers hebben normaal gesproken een bepaalde boodschap. Zij moeten iets kwijt, of willen het publiek van iets overtuigen.
Nu willen sommige boodschappen slechter verkoopbaar zijn dan andere. Erger, het kan voorkomen dat bij bepaalde, nochtans goede boodschappen er in de hoofden der toehoorders associaties dreigen te ontstaan die de spreker juist wenst te vermijden.
Om die ingewikkelde opdracht nog voor elkaar te brengen levert de klassieke retorica een aantal trucs, of beter gezegd regels en technieken. Deze regels vragen hoogstens enige dril, liefst van op vroege leeftijd.
Laat juist deze geschooldheid in de klassieke welsprekendheid zijn wat bij Yves Desmet ontbreekt. Daardoor komen zijn in se uiterst goedbedoelde boodschappen soms niet helemaal over.
Hij beweert bijvoorbeeld dat het beter zou zijn als de jeugd geen messen op zak zou steken als zij ’s ochtends het huis verlaat om naar school te gaan, en dat lijkt mij een verdedigbare stelling. Maar Desmet pakt het zo onhandig aan.

Natuurlijk, in een eenvoudig krantenartikeltje vraagt de lezer geen formele salutatio – die tijden zijn voorbij – noch een benevolentiae captatio, echter wel een narratio, gewoon een deftig verslag dus, met alle feiten en omstandigheden die mogelijk er toe doen. Want al is mijnheer Desmet zelf geen verslaggever: hij moet bij zijn commentaartjes toch alle elementen van de narratio in aanmerking nemen.

Ach ...ik weet niet wat het was dat mij zo tegenstond bij zijn artikeltje vanmorgen, getiteld. "MES". .Misschien dat Yves begon met iets dat op een onhandige, klungelig geschreven captatio benevolentiae leek.
De steekpartij in Gent is een drama, waar alleen medeleven met het slachtoffer en zijn familie past.
Goed, hij moet ergens beginnen en al is een editoriaal kolommetje geen homilie, laten wij hem deze banaliteit vergeven. Maar mijnheer gaat nu door op een toontje dat ronduit mijn walg opwekt:
Volgens de eerste verklaringen van de dader gaat het over een meisjeskwestie. Een motief dat wel vaker aanleiding geeft tot gevechten, steekpartijen en passionele drama's, zoals we zowat iedere week in de krant lezen.
Nóg banaliserender schrijven is moeilijk. Desmet liegt ook, en denkt dat hij zich dat kan permitteren... heel illustratief denk ik, voor de wereld waarin deze kerel zich beweegt.

Iedere week?
Wat klets je daar, Yves?
Waar is het je om te doen, Yves?
Wat wil jij eigenlijk verdoezelen, Yves?
Het valt allemaal te fel op, zie jij dat zelf dan niet, Yves?

Conspicuous by its absence in jouw geschrijf Yves, is dat er alweer een autochtoon door allochtonen naar het leven werd gestaan. En dat misschien juist die multiculturalteit een deel zou kúnnen zijn van het recente drama. En dat autochtonen niet zo vaak een mes op zak hebben.

Sukkel van een journalist! en dat zal niet enkel mijn conclusio zijn, maar die van velen.

Het paars staat u goed, maar me taedet, pater Yvo.
.

2 september 2007

Aan burgemeester Thielemans warm aanbevolen

.
Die Stadt Göttingen, berühmt durch ihre Würste und Universität… is de aanhef van een beroemd reisverslag, Die Harzreise, dat Heinrich Heine in 1824 schreef. Hij had geen beste herinneringen aan zijn studentenjaren daar. Nur gut ochsen kann man hier, alleen goed blokken gaat hier, schreef hij aan zijn vrienden in Düsseldorf.
Heine mag dat zeggen, maar wij zullen dadelijk toch een boek ter hand te nemen dat door een professor dezer universiteit is geschreven.
Dr. Tilman Nagel heeft in Göttingen, of elders, blijkbaar buitengewoon goed geblokt want hij is Arabist, islamwetenschapper, gezaghebbend koranvertaler, wereldbefaamd om zijn gespecialiseerde werken. En hij schreef vóór enkele jaren ook iets voor ons leken:



Islam, die Heilsbotschaft des Korans
und ihre Konsequenzen

(2001, WVA, Verlag Skulima – Westhofen).


Ik vertaal een paar bladzijden, eigenlijk ter intentie van figuren als burgemeester Thielemans en andere democratische politici. À l’usage des bien pensants om zo te zeggen, want die mensen promoten wel hun eigen imaginaire versie van multiculturalisme, maar dit is er een andere:

[pp.104-6] Op islamitisch grondgebied wonende "bezitters van de Schrift", namelijk de joden en christenen die van Mozes, respectieve-lijk Jezus de wet hebben ontvangen maar deze niet foutloos hebben bewaard, doen er goed aan zich aan te sluiten bij de islam – of, volgens de mosliminterpretatie van de geschiedenis: opnieuw aan te sluiten.
[De bijbelse aartsvader Abraham was volgens de koran namelijk al islamiet. Zijn boodschap is daarna vervalst. Voor zover Abraham als historisch personage heeft bestaan, moet dat voor hem een lelijke verrassing zijn geweest.]
Slechts weinigen onder de joden en christenen zijn gelovig, heet het in Sura 3,110. Wat daarmee bedoeld wordt blijft onduidelijk; enkele commentatoren denken bij deze woorden aan de Negus, die vóór de hedsjra asiel zou verleend hebben aan enkele Mekkaanse aanhangers van Mohammed.
De overige andersgelovigen kunnen, zoals in Sura 3,111 benadrukt wordt, in het slechtste geval moslims soms krenken, maar nooit zullen zij hen in de strijd overwinnen, omdat zij niet op Gods hulp kunnen rekenen. Dat komt hierdoor dat eertijds Abraham, en nu de moslims, maar niet de joden of christenen God het meest nabij was (Sura 3, 67 e.v.).
Binnen het gebied dat aan de islam toebehoort, kan daarom aan joden of christenen die er vast verblijven enkel een ondergeschikte rechtsstatus worden toegekend, vergeleken met die van moslims.
In de op vroeg-islamitische overleveringen berustende sharia-voorschriften komt dit ondubbelzinnig tot uitdrukking omtrent de “schriftbezitters” (ahl al-kitab), waartoe ook de zoroastristen gerekend worden. Zij kunnen geen militaire dienst doen, en hebben niet het recht om wapens te dragen; door speciale kledij en een eerbiedige houding tegenover de moslims moeten zij er blijk van geven dat zijzelf niet tot “de beste gemeenschap” behoren; hun cultusgebouwen kunnen zij behouden, maar omdat die zijn toegewijd aan een eredienst die door de islam is achterhaald, kan het onder-houd ervan enkel met uitdrukkelijk verlof van de moslimoverheden; omdat zij geen soldaten mogen leveren zijn de “schriftbezitters” aangewezen op “bescherming” (dhimma), die de moslims hun waarborgen, en waarvoor zij een hoofdelijke belasting (dzjizjia) betalen, welke moslims niet verschuldigd zijn (vgl. Sura 9,32).
De overheid had er derhalve een zeker belang bij om in het “gebied van de islam” het aantal nieuwe bekeerlingen niet al te snel te laten oplopen. Toen in de midden- en late Omajadentijd (eind 7de tot begin 8ste E.) de veroveringsoorlogen onrendabel werden, en er in de veroverde gebieden veel mensen tot de islam overgingen, raakte het Rijk in een diepe crisis. Tot in de 19de E. toe, toen de Osmanen door de Europese grootmachten geprest werden om een stelsel in te voeren dat aan alle staatsonderhorigen, ongeacht hun religie gelijke rechten zou geven, bleef de politiek van de moslimheersers tegenover andersgelovigen weifelend. Enerzijds moesten de overheden rekening houden met de aanpassingsdruk die door de moslimmeerderheid werd uitgeoefend op de “bezitters van de Schrift”, anderzijds wisten zij deze laatsten naar waarde te schatten, niet enkel om fiscale redenen, maar ook omdat er uit hun midden vaak bekwame en loyale beambten voortkwamen. […]
[De "traditionele verdraagzaamheid van de islam", waar bijvoorbeeld een amateur-islamoloog als Lucas Catherine het graag over heeft, komt bij Tilman Nagel in een ander daglicht]
Anders dan voor de “bezitters van de schrift” blijft er voor de aan-hangers van religies zonder openbaringsboek, bijvoorbeeld de autochtone religies van zwart Afrika, volgens de sharia geen andere keus dan de overgave aan de islam of de dood, voor zover zij zich in het “gebied van de islam” bevinden. Juridisch worden zij gelijkgesteld met de heidense Mekkanen, tegen wie Mohammed vanuit Medina ten oorlog trok.
[zie hiervoor, en ook voor die kwestie met de Negus, Hans Jansen, met zijn schitterende "biografie" van de Profeet]
Voor apostaten, mensen die de islam verlaten voor een andere religie, het christendom bijvoorbeeld, gelden bijzondere bepalingen. Aan hen moet de islamitische machthebber de gelegenheid tot be-rouwvolle inkeer bieden; slaan dezen het aanbod af, dan is hun leven verbeurd. Het argument daarbij is dat er een voorbeeld gesteld dient te worden, zodat de gemeenschap als geheel geen schade lijdt in haar geloofstrouw.
Verwijzend naar dit gevaar, aarzelen de moderne islamitische staten dus om de vrijheid van religie te erkennen als mensenrecht. Op hun grondgebied bemoeilijken zij bijgevolg min of meer de propaganda voor andere religies, die vanuit moslimstandpunt toch niets anders kunnen beogen dan de verstoring van de “beste gemeenschap”, en de terugval in een fase van de menselijke geschiedenis die met de roe-ping van Mohammed tot Profeet onwederroepelijk tot haar voltooiing is gebracht.

.

29 augustus 2007

Kijk eens in welke stijl!

.
Tom Lanoye vanavond na elven gehoord op de Nederlandse Radio 1.
Ze hebben daar een schitterend live-programma ‘s avonds, en je kunt er vaak – zoals ook op de RTBf – iets vernemen over de Belgische politiek.
Lanoye vertelde zowel zinnige als minder zinnige dingen. Zo voorspelde hij dat de Nederlanders onafwendbaar een cordon sanitaire zullen maken rond Wilders. Dat zou best kunnen natuurlijk, voor zover dat cordon al niet bestaat, had ik in zijn plaats erbij gezegd. Hij leek dit overigens een normale gedachte te vinden, die verder geen democratische kanttekening behoeft.

Nu moet ik vooraf zeggen dat ik tijdens de uitzending enkel trefwoorden heb kunnen opschrijven, en ik kan dus geen letterlijkheid garanderen, wel correctheid meen ik.
Zinniger dan over Wilders was hij toen hij aan de interviewster vertelde dat België gedoemd is te verdwijnen. Van die verdwijning was hij trouwens al lang overtuigd. Iemand als Lanoye wordt door de gebeurtenissen niet plots overvallen.
Ik vrees dat de romantische sentimenten om eindelijk die Vlaamse Republiek te hebben het zullen winnen, voegde hij nog toe. We zijn dan met zes miljoen, laat ons zeggen een wijk van Mexico-city, om van Osaka nog maar te zwijgen.
Nu wist ik niet dat Osaka zo groot was (al te weinig bereisd ben ik daarvoor), maar ik onthoud het in dankbaarheid.
Die onafwendbare verdwijning van België wenst Lanoye niettemin te bestrijden. En het zal u niet verwonderen lezer, maar een verloren zaak verdedigen vind ik sympathiek.

Trouwens: enkel hieraan al kunnen wij zien dat Lanoye absoluut geen Hegeliaan of godbetert Marxist kan zijn, zoals hem wel eens in de schoenen wordt geschoven door kwaadwilligen en slecht ingelichten. Verzet tegen historische onafwendbaarheden grenst voor deze filosofen aan de pure gekte.
Maar we zullen Brussel verliezen! zei Lanoye verder, en dan gaan al die mooie instellingen van de EU naar Straatsburg wellicht. En nog een calamiteit: ook de NAVO (bedoeld werd de SHAPE denk ik) zal ons verlaten.
Mijn excuses Tom Lanoye, maar als ik mag kiezen ...dan hoor ik de zegeningen van deze instellingen – urbanistische zegeningen vaak – liever door een grootstedeling als Van Istendael bespreken. En of wij Brussel zouden "verliezen" is nog maar de vraag.

Maar hoe moet het verder met ons België?
Lanoye, niet bijster origineel maar als goed Belgisch trekpaard, kwam op de proppen met de idee van een federale kieskring.
Verhofstadt zou met vlag en wimpel herverkozen zijn, als dit land tenminste een goed kiessysteem had. Want weinigen willen dat België verdwijnt, en noch het Vlaams Belang, noch NV-A durven een referendum daarover aan, verklapt hij aan de Nederlandse luisteraar.

Kunnen wij noteren dat Lanoye voorstander is van het referendum? Ik weet anders enkele onderwerpen waarbij Tom Lanoye dat instrument misschien zou afwijzen.
Wat ik hem vooral zou willen zeggen is: de klassieke literatuur over democratie koestert groot wantrouwen tegenover mensen die aan het kiessysteem willen morrelen zodra de uitslagen van het oude systeem minder bevallen. Men beschouwt zulke ingrepen vaak als een teken van zwakte, soms zelfs als ronduit verdacht.

Lanoye had tot slot ook een mening over het eventuele samengaan van Nederland en Vlaanderen, maar ik vrees dat hij hier in zijn oude rol van cabaretier is vervallen: Oostenrijk en Duitsland zijn ook al eens bijeengevoegd, maar kijk in welke stijl.

_________________________

P.S. van 29 augustus: men maakt mij de terechte opmerking dat NATO Headquarters in Evere (Leuven) ligt en de SHAPE in Casteau (Bergen). Ik had de Shape niet mogen vermelden misschien, al deed Lanoye dat wel, zoals ik nu hoor op het MP3-bestandje dat Luc Van Braekel op zijn site zette.
Verder hééft het Belang al voorgesteld om een referendum te houden, maar misschien was Lanoye daar niet van op de hoogte? Prematuur voorstel trouwens vind ik: laat de toestand nog maar wat verder uitzieken. Het gaat net zo goed, op een paar maanden komt het niet aan, en zoals elke schaakspeler weet: de dreiging is vaak sterker dan de uitvoering.
.
.

27 augustus 2007

Bis repetita non placet...

.
De NOS-Radio gaf vanavond het bericht dat de Iraanse overheden de Zweedse zaakgelastigde hebben ontboden, omdat er na Denemarken nu alweer in Zweden een beledigende cartoon is gepubliceerd.
De profeet (V.z.m.H.) wordt deze keer niet afgebeeld als terrorist of messentrekker, of in het gezelschap van een geit of kameel, maar als hond die in het moderne verkeer verloren is gelopen.
Uit voorzorg, om de mohammedanen niet weer kwaad te maken dus, hebben enkele Zweedse galerieën alvast besloten om het werk van deze tekenaar niet meer tentoon te stellen.
Afwachten of deze kwestie nog enkele martelaren oplevert, maar onder ons gezegd vind ik BHV een stuk vermakelijker.
.

25 augustus 2007

Dubieus analogiedenken

.
Het is heel goed dat onze Vlaamse kwaliteitskranten geregeld van die rubriekjes hebben waarin moeilijke zaken uit de actualiteit van de week nog eens apart op een rijtje gezet worden. De Standaard doet dat, en De Morgen ook.
Voor de krantenlezer, die vaak niet veel aan zijn hoofd heeft, is zo’n recapitulerend rubriekje misschien niet direct nodig maar voor de auteur zelf en zijn collega-redacteurs is het ongetwijfeld een onschat-baar instrument. Die mensen zitten elke dag tot over hun oren in een wirwar van politieke communiqués, verklaringen, tegenverklaringen, ontkenningen, persconferenties en wat nog.
Ik kan mij heel goed voorstellen dat als ‘s ochtends zo'n redacteur wakker schiet zijn eerste gedachte is: hoe zat dat gisteren weer met BHV ?
In die gemoedsgesteltenis schrijft dan bijvoorbeeld Fabian Lefevere zijn artikeltje in De Morgen vandaag, op p.2:

Waarover oranje-blauw
het maar niet eens kan worden.


[...] Brussel-Halle-Vilvoorde.
Niet pakweg de regionalisering van de kinderbijslag, maar dít is uiteraard het meest geladen dossier. Voor de Vlamingen draait alles om een tegengif tegen de verfransing van de Brusselse rand: als Halle-Vilvoorde opgaat in het grotere kiesarrondissement van Vlaams-Brabant kunnen de Franstaligen er enkel nog voor Vlaamse partijen stemmen. Vooral de MR vreest daardoor stemmen te verliezen: bij de Franstalige bourgeoisie in de rand halen Reynders' liberalen en het FDF twee Kamerzetels. Voor MR is de enige oplossing een inschrijvingsrecht, dat de Franstaligen uit de rand het recht geeft om in Brussel te gaan stemmen.

Hier volg ik Fabian niet goed. Kunnen Franstaligen, après le splitsíng, dan helemaal niet meer stemmen op Franstaligen? ook niet als zij een eigen lijst indienen?
Een Vlaamse FDF-lijst daar is toch niks tegen? Mais non, doe ès niks teige. Dad ès dikkement in order! Allei seg, wemme toch zjenerale constitutionnelle preinciepe of zuu iet hein!

Hoe kwam onze Morgenman dan op zijn gedachte?
De hoger genoemde stressfactoren zullen een rol hebben gespeeld, of ook gewone vermoeidheid. Simplificaties worden in die omstandigheden aantrekkelijk, en zeker ook simpel analogiedenken.
Maar dan nog zie ik niet direct welke analogie zich aan Fabians geest moet hebben opgedrongen.
Zó erg zal het met hem toch niet gesteld zijn, dat hij in de war is geraakt door de toestanden in Nederland, waar inderdaad de dieren niet kunnen stemmen op de Partij voor de Dieren ?
.
.

23 augustus 2007

Een mooiere hommage kan ik mij niet voorstellen


.

Niets aan toe te voegen...
of toch: dit is straffer dan het Zwart Vierkant
van Казимир Северинович Малевич
https://youtu.be/AGmCnFg6MaE
.
.
.
.

20 augustus 2007

Hij laat zich niet onder de mat vegen

.
Ehsan Jami, gemeenteraadslid in Leidschendam-Voorburg, wordt hieronder geïnterviewd door een partijgenoot, het Haarlemse PvdA-gemeenteraadslid Moussa Aynan. Ehsan Jami, ex-moslim, werd met de dood bedreigd en fysiek aangepakt. Hij krijgt nu zware politiebescherming.
Recent werd zijn naam besmeurd door de pre-seniele socioloog prof.dr. J.A.A. van Doorn, eerst in de NRC, en daarna in de kolommetjes van De Standaard. Gelukkig heeft op die laatste plek Etienne Vermeersch de man van antwoord gediend.
Want op steun van bijvoorbeeld Wouter Bos (afgestudeerd politicoloog van de Vrije Universiteit Amsterdam, en Royal Dutch/Shell-manager vóór hij kaviaarsocialist werd) zal Ehsan Jami niet hoeven rekenen, zoals helemaal onderaan te zien is.


18 augustus 2007

Een bloedernstige mededeling van De Standaard

.
Tijd voor ironie! zegt De Standaard vandaag bloedernstig op haar p.2, in een artikeltje dat ondertekend is met fvg.
Professor doctor Kris Deschouwer van de VUB had namelijk een briefje op hun p.15. en dat moeten ze op de redactie zó kostelijk gevonden hebben dat zij hun lezers er apart nog eens op wilden wijzen. In geen geval overslaan, domoren! was de boodschap.
Misschien kan iemand mij bij gelegenheid eens zeggen welke naam achter fvg schuilt, al hoeft dat niet echt, en zelf opzoeken is mij te veel gevraagd.
Uit de politicologische mededelingen van Deschouwer citeer ik de aanhef van één zinnetje: “En als BHV toch gesplitst moet worden omdat de Vlaamse partijen daar al zo lang om vragen, […]”
Kijk professor, BHV moet gesplitst worden omdat, in een federale logica, de Belgische Wet dat vereist.
Wat is uw stiel eigenlijk mijnheer? zou ik bijna vragen, want tenslotte wordt uw vakgroep met publiek geld in stand gehouden.

Beste Kris Deschouwer, ik begrijp dat u niet zult antwoorden, maar twee oudere collega’s van u zeggen vervelende dingen over de politicologie, lees ik, en misschien kan u hén van antwoord dienen? Zodra zij met emeritaat waren zegden zij dat, dus u heeft nog ruim de tijd om iets op papier te zetten. Wat die twee oude ratten zeggen kan ik zo samenvatten: politicologie is geen wetenschap maar enkel ideologie, of preciezer gezegd stemmingmakerij en agenda-setting.

Vóór enkele dagen legde in de NY Times de befaamde Harvardprof Michael Ignatieff volgende bekentenis af:

Having taught political science myself, I have to say the discipline promises more than it can deliver. In practical politics, there is no science of decision-making. The vital judgments a politician makes every day are about people: whom to trust, whom to believe and whom to avoid. The question of loyalty arises daily: Who will betray and who will stay true? Having good judgment in these matters, having a sound sense of reality, requires trusting some very unscientific intuitions about people.

En Ignatieff staat niet alleen, zoals ik op dit blog al herhaaldelijk schreef, maar in navolging van De Standaard beveel ik mijn eigen artikelen ook eens aan. Ook Charles Coulston Gillispie, u allicht niet onbekend want professor emeritus van Princeton University, zegt:

It would really be better, though university departments of "political science" are long established, to admit that the concept is absurd. It is noticeable that in the middle of the last century, when "political science" was much in the air, its spokesmen, such as the American scholars Charles Merriam and David Easton, did not claim that it existed but only that it ought to exist, that the day for it had come, that the world was in desperate need of it.

The NYreview of Books, Volume 52, Number 9 • May 26, 2005.

En om te besluiten, Karel van het Reve, die grote man, zei over politicologie, sociologie, maatschappijkunde en dergelijke: die vakken hebben niet veel om de hakken.

Laat ons misschien niet wachten tot uw emeritaat professor? dat duurt nog zo lang.
___________________________

Noot van 20 augustus: In Elsevier pakt Leon De Winter een andere maatschappij-deskundige twee keer goed aan, zekere Van Doorn, wiens misdadige opvattingen ook in De Standaard ruimte hebben gekregen. Er is geen vergelijking tussen Deschouwer en Van Doorn, gelukkig, maar politicologie en sociologie zijn natuurlijk wel halfzusjes...
___________________________

Ignatieff: Al heb ikzelf politicologie gedoceerd, ik moet bekennen dat deze discipline meer belooft dan zij kan leveren. In de praktische politiek bestaat er geen wetenschap van de besluitvorming. Beoordelingen van wezenlijk belang, die een politicus dagelijks moet maken, draaien om mensen: wie is te vertrouwen, wie kun je geloven en wie moet je uit de weg gaan? De vraag naar loyaliteit is dagelijkse kost: wie zal verraad plegen, en wie zal standvastig blijven? Voor een goed oordeel in zulke kwesties, en een gedegen realiteitszin, zul je moeten afgaan op enkele zeer onwetenschappelijke intuïties omtrent mensen.

Coulston: Al zijn de universitaire instituten voor “politicologie” sinds lang gevestigd, eigenlijk zou het toch beter zijn als wij erkenden dat het concept absurd is. Opmerkenswaard is dat in het midden van de vorige eeuw, toen “politicologie” opgang maakte, haar woordvoerders zoals de Amerikaanse geleerden Charles Merriam en David Easton niet beweerden dat zij bestond, enkel dat zij zou moéten bestaan, dat de tijd er rijp voor was, dat de wereld er verschrikkelijk behoefte aan had.

.

PS staat voor "Pompéien Socialiste" ?

.
Het moet niet altijd de slappe thee van Desmet of Vandermeersch zijn lezer, die hier besproken wordt. Die twee pastoors mogen even rusten met hun zoutloze preekjes, en wij spreken over ernstiger zaken:

In verreweg de meeste pissijnen die ik al bezocht heb – of om de zaak ook naar het andere geslacht open te trekken: de meeste publieke toiletten – zijn de muren van opschriften voorzien. Deze constatering zal hier of daar iemand storen, maar voor de verslaafde lezer is het een gelukkige omstandigheid. Hij heeft intussen iets omhanden. Ik meen zelfs dat elke gebruiker dezer gemakken, hij moge nog zo afkerig zijn van de Letteren, zijn gading hier kan vinden.
Natuurlijk, vaak zijn de teksten ontgoochelend. Zelden een rijm of een goed metrum. Wel veel na-aap-Engels, al moet ik toegeven dat het lang geleden is dat ik Kilroy was here nog heb zien staan.

In Pompeii schreef iemand op een muur van een bordeel: SABINUS HIC. In twee woorden: Sabinus was hier. Een andere klant was minder kort van stof: .HIC PHOEBUS UNGUENTARIUS OPTIME FUTUET [Corpus Inscriptionum Latinarum IV, n° 2184]. Gave neukpartij hier gehad, schrijft ons deze parfumier Phoebus.

Staat u mij toe dat ik even verder vertaal, uit een boek dat in de Britse pers omschreven werd als “hard-hitting and beautifully written”: The Fall of Rome and the End of Civilization, van Bryan Ward-Perkins, 2005, Oxford University Press.

De muren van de hoofdstraten van Pompeii zijn vaak getooid met geschilderde boodschappen, en de regelmatigheid van tekst en lay-out verraden de hand van professionele reclameschilders. Er staan aankondigingen tussen voor zulke zaken als sportwedstrijden in het amfitheater; andere zijn steunbetuigingen voor kandidaten voor een openbaar ambt, uitgaande van individuen of groeperingen uit de stad. Deze steunbetuigingen zijn zeer gestandaardiseerd en meestal uitgesproken saai [excuus voor mijn ongelukkige woordgebruik hier, Peter, maar ik vind niet direct iets beters]: eerzame Pompeiianen verklaren dat zij kandidaat zus of zo steunen. Er is echter ook een fascinerend groepje van drie dat uit dit stramien breekt. Alle steunen zij eenzelfde ambtskandidaat, zekere Marcus Cerrinius Vatia. De ene boodschap zegt te zijn aangebracht op last van “al de slaapkoppen” van de stad [universi dormientes], een andere voor rekening van de “tweederangsdiefjes” [furunculi], en nog een voor de “late zuipschuiten” [seri bibi].
Óf die Marcus beschikte over een uitstekende zin voor humor, óf hij had politieke tegenstanders die bereid waren hem een loer te draaien
. Maar hoe dan ook spruiten zulke teksten voort uit een samenleving die niet enkel zo geraffineerd was dat zij professionelen haar politieke plakkaten liet schilderen, maar ook dat ze de spot kon drijven met het genre.

Na de verse ontwikkelingen in Charleroi, waar stilaan het voltallige schepencollege, nu ook inclusief de vervangende schepenen in verdenking zijn gesteld, zouden de overblijvende P.S.-furunculi misschien de elementaire dankbaarheid mogen opbrengen om ergens een pleintje of een straat te noemen naar hun patroonheilige: Place, of Rue Vatia.
.
_____________________

[p.153] .Walls on the main streets of Pompeii are often decorated with painted messages, whose regular script and layout reveal the work of professional sign-writers. Some are advertisements for events such as games in the amphitheatre; others are endorsements of candidates for civic office, by individuals and groups within the city. These endorsements are highly formulaic, and for the most part decidedly staid: worthy Pompeians declare their support for one candidate or another. However, a fascinating group of three breaks the mould. All support the same candidate for office, a certain Marcus Cerrinius Vatia. One claims to have been painted on behalf of 'all the sleepers' of the city, one by the 'petty thieves', and one by the 'late drinkers'. Either Marcus had a very good sense of humour, or he had political opponents prepared to deploy tricks against him. But either way these texts are from a society sophisticated enough, not only to have professionally painted political posters, but also to mock the genre.
.

6 augustus 2007

De regels van fatsoen

.
De avond van éénentwintig mei negentienhonderd negentig mankeerde ik op Gatwick Airport mijn retourvlucht naar Antwerpen. Dat kwam omdat ik mij, ruim op tijd nochtans, had opgesteld in gate 9, en daar direct was beginnen te lezen in een boekje dat ik 's middags bij Foyle’s gekocht had: On Difficulty and Other Essays, van George Steiner.

Het titel-essay behandelde de volgende vraag: wanneer zeggen wij dat een tekst moeilijk is? Waren er bepaalde criteria? Steiner dacht van wel, en achtte het daarom wenselijk dat er een typologie zou worden opgesteld van de soorten van moeilijkheden die de lezer ontmoet. Hijzelf wenste daar niet meer aan te beginnen, maar misschien heeft intussen één van zijn studenten aan deze behoefte voldaan.

Ik vond de tekst zelf van Steiner al behoorlijk moeilijk –al wist ik vanzelfsprekend nog niet waarom ik dat vond– en, wat ik evenmin wist: op mijn boarding pass stond duidelijk gate ninety en niet nine.
Ineens hoorde ik: “passenger venfreesjem, last call!”. Ik deed bliksemsnel de vouw uit mijn pass, en zag nu pas de nul achter de negen staan.
Op Gatwick, zoals elders wellicht, ligt er een enorme afstand tussen de gates 9 en 90 ...toch voor iemand die broze plasticzakken vol met boeken moet transporteren.


Had ik inline skates bezeten was het misschien nog haalbaar geweest. Of als het four en forty was geweest. Maar ik werd bij gate 90 tegengehouden door twee stoere wachters die mij hoffelijk maar beslist mijn vliegtuig aanwezen, dat net wegtaxiede. Mijn valies zag ik beneden op de tarmac op een eenzaam karretje liggen, want dat hadden ze er weer uitgegooid.
Op luchthavens is men tegenwoordig voorzichtig, maar toen ook al. Ik werd gefouilleerd. Het valies werd van het karretje gehaald en in mijn bijzijn doorgelicht. Openmaken? zover ging men niet. Er zaten wel, op hun foto te zien, verdachte buisjes in. Maar toen ik uitlegde dat het verftubetjes waren –toen nog van lood gemaakt en gekocht in China Town– bleek het ijs gebroken en stelde men mij vrijblijvend voor om een latere vlucht te nemen, weliswaar met dezelfde maatschappij maar naar Brussel in plaats van naar Antwerpen. Ik vond dat niet een te groot ongemak.

Het blijft oppassen met lectuur. Vandaag op de trein tussen Gent en Brussel overviel mij een nare flashback. Weer een moeilijke tekst, deze keer van Oscar van den Boogaard met zijn maandagcolumn in De Standaard. Ik besefte meteen dat ik aandachtig moest blijven voor alle signalen uit de buitenwereld, en zéker afstappen in Brussel-Centraal.

Maar om terug te komen op Steiner: die maakte verschillende onderscheiden in de moeilijkheidsgraad van teksten. Een echte typologie was het misschien niet, maar hij onderscheidde toch contingent, modal, tactical, ontological en nog een paar categorieën denk ik, want het was een volwassen essay van twintig of dertig bladzijden. Hij begon met te zeggen dat je, om een tekst te snappen, allereerst de taal moest begrijpen waarin die tekst gesteld was. Het vocabularium bijvoorbeeld mocht geen problemen geven, en dat viel nog onder contingent als ik mij goed herinner.
Dit is een voorwaarde lezer, die zowel u als ik hadden kunnen bedenken ook zonder de hulp van Steiner. Trouwens, lang vóór hem had Heine al vastgesteld dat het ondoenlijk was om bv. .Kants “Kritik der reinen Vernunft” te lezen zonder eerst Duits te kennen: “Man muß Deutsch verstehen, um dieses Buch lesen zu können.
Steiner wees in een tweede fase echter ook op grammaticale moeilijkheden. En verder op inhoudelijke, dan symbolische enzovoort.

Wat mij deed aarzelen bij het artikeltje van Oscar van den Boogaard was de veelheid en de verwardheid van zijn onderwerpen: België, vlaggen, separatisme, Balkenende IV, Frank Vanhecke, Europa, Blut und Boden, Ayaan Hirsi Ali, Beatrix, Suriname, aardappelen met jus, strafwetboek, Sarkozy, Napoleon. Dat in een kort en klein kolommetje, getiteld "De Regels van Fatsoen".

Een deel van mijn problemen zal bij Steiner zeker onder de hogere vormen van onverstaanbaarheid vallen, maar mijn haperende lectuur was toch vooral op een lager niveau te situeren: niet de onderwerpen, maar de taalbeheersing van auteur Oscar.
Vooral aan het eind van zijn onvolwassen columnpje werd ik door een hevige vermoeidheid overvallen toen ik zag: .[het Paleis heeft vandaag] .de moeilijke taak om Walen en Vlamingen zich Belgen te laten voelen”. Het is Belg te laten voelen, Beste!
Et lui de conclure: ..Liever dan dat Koningshuis te beledigen waarderen echte Belgen haar als symbool van eenheid in bange dagen.
Het is het en niet haar, Oscar!
______________________________

Noot van 13 augustus:
Nooit
en jamais zeggen dat negertjes aardslui zijn, Oscar!
(dat is niet enkel aartsdom, maar met Jozef Dewitte in de buurt ook nog aartsgevaarlijk).
Een schrijver, ik mag hier ouderwets klinken, doet er zijn voordeel mee als hij ook de etymologie kent van zijn woorden. Die etymologie levert hem enkele automatismen op en moeiteloos vermijdt hij enige valkuilen, die het Nederlands voor ons allen bewaart.
.

1 augustus 2007

Hij kent zijn Frans misschien, maar zijn Nederlands ocharme

.
Dit zal een kort stukje worden.
Walter Pauli gebruikt in zijn commentaartje vandaag in De Morgen twee Franse uitdrukkingen. Eerst plus est en vous, en vervolgens honi soit qui mal y pense.
Geen probleem want ik ben dol op Franse uitdrukkingen ...ook al kwamen zij in dit geval niets doen. Misschien wilde Pauli eens laten zien dat hij niet van de straat komt? dat hij niet elke dag vulgariteiten uitslaat?
Niemand die zulke ontwikkeling zou afkeuren. Maar Walter had zijn uitdrukkingen ook vertaald, en dat ging mis.
Zijn eerste vertaling viel verhoudingsgewijs nog mee, “plus est en vous” werd meer is in u.
Pauli had ongetwijfeld een job kunnen krijgen bij Lernout&Hauspie, maar wij weten allemaal hoe dat bedrijf geëindigd is.
Zijn tweede fiorituur bekwam hem slechter. “Honi soit qui mal y pense” – honi met één n, jazeker! het oude Frans schreef dat zo, en de Queen doet dat nog – maar onze Walter zijn vertaling “wee hij, die er slecht over denkt” gaat mij te ver.
Honni soit moet beter vertaald worden, soit, maar dan bínnen die slechte vertaling gaat het nog eens mis.
Waar heeft die man zijn humaniteiten gedaan? .zonder dat ze hem ooit hebben lastiggevallen met Nederlandse naamvallen? .Heeft Walter dan nooit een leraar gehad die hem vriendelijk zei:

Het is wee hém, Oen.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html