21 februari 2009

Nun, auf dem Schachbrett gilt Lüge und Heuchelei nicht lange --- Emanuel Lasker

.
De Standaard gaf deze week aan de politicoloog Carl Devos de gelegenheid om zich nog wat verder in de nesten te werken dan hij eerder in de TV-uitzending Phara al had gedaan. Daar wist hij naar het schijnt de datum van de Val van de Muur niet goed te plaatsen – of anders was het ministerschap van Tindemans voor hem net iets te lang geleden om het zomaar uit zijn werkgeheugen te vossen.

Ik zeg in de uitzending dat Tindemans in de jaren tachtig naar de val van de Muur heel belangrijke dingen heeft gedaan. Toegegeven, als ik het herbeluister klinkt het als 'na de val van de Muur'. U mag er van uitgaan dat ik de val van de Muur kan situeren in november 1989, waardoor een ministerschap in de jaren tachtig na de val van de Muur wel heel kort zou zijn. Tindemans was bij de val van de Muur inderdaad minister af, daarom zei ik precies naar de val van de muur.
Devos schrijft dat in een lezersbrief aan DS, en om zich van publicatie te verzekeren noemt hij Brinckman al direct “de uitstekende Bart Brinckman”, en rondt hij zijn briefje af met een loftuiting aan De Standaard als geheel: “deze schitterende kwaliteitskrant”. Vandermeersch zal het natuurlijk met hem eens zijn, maar toch: in een oratio pro domo zijn aandoenlijke loftuitingen te doorzichtig.
Wat nu de grond van Carls verdediging betreft: als ik mij niet vergis heeft in zijn West-Vlaamse dialect het woord “naar” ook de betekenis van “na”, zodat Devos met zijn gelegenheidsuitleg niet veel opschiet. In het Nederlands lijkt zijn constructie “naar de val van de Muur” dan weer, om eens een technische term te gebruiken, een uit nood geboren idiotisme.
Verder had niemand, geen Duitser en ook Tindemans niet, die muur zien vallen voor hij er werkelijk lag. Vertel geen onzin Carl. Een tijdje zwijgen is goud.

En vandaag heeft zijn schitterende kwaliteitskrant weer een andere Carl aan het woord gelaten, Decaluwé heet die, en hij mag met zekere Murielle Scherre een babbeltje houden over ondergoed en pornografie.
Verder brengt De Standaard de gebruikelijke lijstjes uit het spel Hoger-Lager –bij hen heeft dat spel een andere naam: het heet daar Winnaars-Verliezers– lijstjes die zij vandaag echter naar het paginaatje zevenendertig verwezen, wellicht omdat hun Wouter Verschelden op de pagina’s zes, zeven én acht een speciale trekking van dit spel mocht houden, en de Zeven Hoofdzonden nog eens opnoemen, niet enkel in het Nederlands zoals bij Humo gebruikelijk is, maar in Kwaliteitslatijn!
Ik neem aan lezer, dat u beide artikelen zorgvuldig hebt overgeslagen. Ik ook.
Laten wij de zonzij zien! In hun Wetenschapskatern deze week stond een interessant artikel van de journalist Gert Devreese. Het ging over hoe je de sterkte van een schaakspeler kunt meten.
Iedereen weet natuurlijk dat je zo'n man een aantal partijen kunt laten spelen tegen mensen wier sterkte je kent, en daarna kijk je hoe hij het er afbracht. Maar de vraag in het artikel was, of er geen methode zou bestaan waarmee het allemaal wat sneller kon.

De Amsterdamse experimenteel psycholoog Daan Zult zegt van wel. Zult bouwt voort op het werk van wijlen prof. Adriaan de Groot, ook psycholoog, en sterk schaakmeester – hier een partij van hem tegen wijlen de Belgisch kampioen graaf Alberic O’Kelly de Galway.
De Groot publiceerde destijds Het denken van den schaker (1946), een studie die internationaal weerklank vond.

Net als de Groot, biedt Zult bij zijn proefneming schaakstellingen voor een kort moment aan op een beeldscherm, en vraagt om de beste zet te zeggen. Verbluffend is dat grootmeesters dat vaak al na enkele seconden correct doen, soms zelfs zonder dat zij naderhand in staat zijn de stukken (die van het scherm verdwenen zijn) foutloos opnieuw op te stellen. Op onbelangrijke delen van het bord begaan zij wel eens onnauwkeurigheden bij hun reconstructies. Maar zij zagen blijkbaar in een oogopslag dat die verre windstreken er toch niet toe deden. Dat presteert een gewone schaker niet. Die verliest zich wél in details. Maar met na of naar komt niemand aan.

Dat testen van schaakvaardigheden is een hachelijke zaak, en ik herinner mij een Leuvens onderzoek onder clubspelers met een min of meer stabiele en naar Belgische normen hoge rating. Een doctoraatsstudent kwam ons op de clubavond voorstellen om de stukken een paar uur in hun doosje te laten, en een aantal tests te doen, alweer met als doel schaakkracht te voorspellen.
In één van de tests bood hij ons een diagram aan, voorstellende een leeg bord met een aantal vakjes doorgekruist, en die bijgevolg niet meetelden. Het kwam er nu op aan om alle andere velden, of toch zoveel als mogelijk, met een Paard aan te doen, zonder twee keer hetzelfde veld te bezoeken.
Aan de test namen nogal wat spelers deel die mij geregeld al een pak slaag hadden bezorgd, en waarnaast ik mij –al bestond dat woord toen nog niet– wat kansarm voelde, misschien niet voor één partij, maar vast wel in een reeks van partijen.
Toch was ik volgens het Leuvense onderzoek …de sterkste speler van het Koninkrijk België!. Ik heb de man dan ook moeten condoleren met zijn proefopstelling, al moet ik tegelijk zeggen dat de tweede en derde wél topspelers waren.

Om op dat artikel in De Standaard terug te komen: een schaakdiagram in een krant heeft zelfs op niet-spelers een magische uitwerking denk ik, maar in ieder geval op ex-spelers.
Ik kocht de krant in het station, hij viel toevallig open op de bewuste bladzijde, en nog voor ik het perron had bereikt had ik een kleine moeilijkheid.
Het artikel zelf zou ik op de trein wel lezen, maar: er stond geen opgave onder het diagram! Iets in de trant van wit speelt en wint, of geeft mat in twee, of zwart speelt en houdt remise, of nog iets anders.
Normaal is bij schaakopgaven weliswaar wit aan zet, maar het mat op h7 was zó eenvoudig dat ik dacht dat hier misschien wel zwart aan zet was.
En zwart geeft ook mat, even simpel, zij het met eerst nog even Pg3-é2, schaak. Wit kan dat Paard slaan, op twee manieren zelfs, ofwel de Koning wegzetten, maar de zwarte Dame gaat naar h2 met mat ++.
Zou Daan Zult die mogelijkheid expres hebben ingebouwd?
.

14 februari 2009

Sint Valentijn wordt niet altijd en overal op dezelfde manier gevierd

.
Aangezien noch De Standaard noch De Morgen, als ik het goed heb ook maar één letter vuilmaakten aan deze mooie verjaardag, zal ik het doen. Tenslotte hebben de Vlaamse lezers evengoed recht op een kwaliteitspers als de Zwitsers.
(cursivering, prentjes en voetnoten m.v.)
.
Neue Zürcher Zeitung, 14 februari

De vervloeking van de “Satanische Verzen”

Voor twintig jaar werd de fatwa tegen Salman Rushdie uitgevaardigd,
wat de Britse moslims radicaliseerde.
Georges Waser

De opgaaf van zijn beroepsgroep, zegt de dichter Baal in Salman Rushdies “Satanische Verzen”, is het op gang brengen van discussies – “en als er stromen bloed vloeien uit de wonden die zijn verzen slaan, dan zullen die hem voeden”.1 Over deze uitspraak heeft Salman Rushdie sedert de Valentijnsdag van 1989 ongetwijfeld al vaak nagedacht.

De campagne tegen hem kwam op gang toen zijn nieuwe roman in oktober 1988 in Indië officieel verbannen werd. Na verboden in Pakistan, Saoedi-Arabië en Egypte, kwam in januari 1989 uit de Engelse stad Bradford het bericht: daar, op een openbare plaats aan een paal gespijkerd, werd het boek door een kijklustige menigte verbrand. Rechters en toeschouwers waren extremistische moslims.
Een literair werk verboden en verbrand – omdat het religieuze gevoelens zou kwetsen?
Westerse rationele mensen die deze vraag stelden kregen alras nog meer te horen. De 14de februari 1989 werden Rushdie en zijn uitgevers door de sjiitische ayatollah Khomeiny, de leider van de islamitische revolutie in Iran, madhur ad-dam verklaard (zij wier bloed moet worden vergoten).

De fatwa en de motieven daarachter

Van nu af moest Rushdie in de wetenschap leven dat de drijfjacht op hem geopend was – en met de berichten over gepeupel dat zijn portret met uitgestoken ogen door vreemde steden droeg. Wat in Japan, Noorwegen en elders zijn vertalers en uitgevers ondergingen, is bekend. De dood van Khomeiny en ook Rushdies officiële bekentenis tot de islam konden niets veranderen: de fatwa bleef bestaan, en in 1991 werd de premie van een miljoen dollar die op het hoofd van de auteur stond, verhoogd tot twee miljoen.
Ook wat dit betreft staat er in de “Satanische Verzen” een bepaald profetische uitspraak, en wel komende uit de mond van de ter dood veroordeelde Baal; “Hoeren en dichters”, schreeuwt hij op weg naar zijn terechtstelling, “zijn mensen aan wie je geen vergiffenis kunt schenken!”
Vergiffenis was in de Rushdie-affaire inderdaad nooit een thema – en wel omdat diegenen die aan de touwtjes trokken niet op grond van religieuze, maar van politieke oogmerken handelden.2 Zoals Kenan Malik argumenteert, auteur van het eerstdaags te verschijnen boek “From Fatwa to Jihad: The Rushdie Affair and its Legacy”, werd Rushdie zijn roman door Saoedi-Arabië en Iran gebruikt, omdat zij zich als vaandeldragers van de globale islam wilden opwerpen.
Beide landen zagen in de vooreerst nog kleine groepjes die in Groot-Brittannië protesteerden tegen “De Satanische Verzen” een soort nieuwe kieskring.3 En in deze “kieskring”, zo constateert Malik, gold al snel enkel hij als een goede moslim die een verbod op het boek van Rushdie eiste, en indien enigszins mogelijk ook het bloed van de auteur wilde zien.
Bij deze “echte” moslims hoorde toen ook Inayat Bunglawala, vandaag woordvoerder van de Britse Moslimraad. Hij heeft zijn standpunt intussen veranderd; maar in die dagen had Khomeinys fatwa hem “in een feestroes” gebracht – en ook vandaag nog, zei hij pas in de “Observer”, dacht hij met dankbaarheid terug aan de protesten tegen Salman Rushdies boek, want die waren een bindteken geworden tussen de “etnische gemeenschappen” en hadden de grondslag gelegd voor een brits-moslimse identiteit. Kenan Malik ziet dat enigszins verschillend. Seculiere moslims, schrijft hij in de “Sunday Times”, zouden nu als verraders en “behorend tot de blanke linkerzijde” worden afgedaan, terwijl daarentegen ontevreden jongeren de radicale islam niet enkel acceptabel vonden, maar hem als authentiek verwelkomden.
Malik beklemtoont dat de Rushdie-affaire Groot-Brittannië in een samenlevingsconflict heeft gestort. Veel moslims –de meesten hadden Rushdies boek niet gelezen– geloofden dat zij hun religie moesten verdedigen. Hoe konden zij tot bedaren gebracht worden? En was een tegemoetkoming zelfs maar aangewezen? De Rushdie-affaire riep vragen op die men zich in Groot-Brittannië nooit had gesteld.

Een zaak met gevolgen

In het multiculturele Groot-Brittannië had de controverse vooral een weerslag op de vrijheid van het woord. Daar waar nog de uitgever Penguin dit principe nooit heeft laten vallen omwille van de “Satanic Verses”, gaat men in vele culturele instellingen tegenwoordig anders te werk. Om moslimse fijngevoeligheden niet te kwetsen voerde het Royal Court Theatre vorig jaar de toneelopvoering met een nieuwe versie van Aristophanes’ “Lysistrata” af – en om dezelfde reden werden al in 2005 in de Barbican enkele passages uit Marlowes stuk, Tamburlaine the Great, weggeknipt. Ook werd in hetzelfde jaar het werk “God is Great” van de beeldhouwer John Latham uit de Tate Gallery ver- wijderd, want naast blad- zijden uit de Bijbel en de Talmoed waren er ook enkele uit de Koran in verwerkt.
Zoals de schrijfster Monica Ali het in de “Sunday Times” beschrijft, is in de broeikasatmosfeer van zulke consideraties een “marktplaats voor schromelijke krenkingen” ontstaan, waar iedereen zich gerechtigd voelt om te schreeuwen en te protesteren.4 Ali kan het weten: toen men haar roman “Brick Lane” in 2006 in de gelijknamige Londense straat wilde verfilmen, werd dat plan door een protestmars verijdeld – en de deelnemers, zegt de auteur, werden zo goed als allemaal per bus uit Bradford aangevoerd.

____________

1 “ ‘To name the unnameable, to point at frauds, to take sides, start arguments, shape the world and stop it from going to sleep.’ And if rivers of blood flow from the cuts his verses inflict, then they will nourish him.” Rushdie, 1997, p.362
2 Het is nog maar de vraag of dat ook zo is… de islam is essentieel een politiek systeem, een oorlogsdoctrine kun je rustig zeggen, meer dan een godsdienst – het boek van Malik verschijnt in april.
3 Vooral in Saoedi-Arabië kan dit begrip nochtans niet veel associaties hebben opgeroepen.
4 “What we have developed today,” she says, “is a marketplace of outrage.”

.

9 februari 2009

Om even door te gaan, goedmenende Paul Goossens: schrijf niet gelijk wát, lees af en toe ook iets !

.
Dat de begrippen Europa en Christendom verstrengeld zijn is een historisch feit dat zelfs de briljantste sofist niet ongedaan kan maken […] Maar evengoed is het zo dat er in de Europese cultuur ook niet-christelijke strengen aanwezig zijn; de Romeinse, Helleense, je kunt zelfs volhouden Perzische, en (voor de moderne eeuwen) Joodse. Of er ook een moslimse streng bestaat is al moeilijker te zeggen.
[De Europese cultuur] is geen speelbal van het kapitalisme of het socialisme; het is geen monopoliebezit van EEG-eurocraten of van wie dan ook. Er zich toe bekennen, is niet hetzelfde als superioriteit over andere culturen claimen […] Het geheel van de Europese cultuur is enkel het eindproduct van 3000 jaar werk van onze voorouders. Het is een erfenis die wij op eigen risico kunnen versmaden, maar het zou misdadig zijn de jongere en toekomende generaties er verstoken van te laten. Veeleer is het onze taak haar te bewaren en te verjongen.

The interweaving of the notions of Europe and of Christendom is a fact of History which even the most brilliant sophistry cannot undo […] But it is no less true that there are strands in European culture that are not Christian; the Roman, the Hellenic, arguably the Persian, and (in modern centuries) the Jewish. Whether there is also a Muslim strand is more difficult to say.
[European culture] is not an instrument of capitalism or socialism; it is not a monopoly possession of EEC Eurocrats or of anyone else. To owe allegiance to it, is not to claim superiority over other cultures […] The unity of European culture is simply the end-product of 3000 years of labour by our ancestors. It is the heritage which we spurn at our peril, and of which it would be a crime to deprive younger and future generations. Rather it is our task to preserve and renew it.

Hugh Seton-Watson
“What Is Europe, Where Is Europe? From Mystique to Politique”
11th Martin Wright Lecture, delivered at the Royal Institute of International Affairs
Encounter 65/2 (July-Aug. 1985), pp. 9-17
.
Luc Ferry dacht daar nog anders over, de arme drommel.

4 februari 2009

Een antwoord aan Goossens sr. (& Goossens jr.)

.

Rémi Brague: „Het islamitische volk
wordt het meest van al om de tuin geleid.“

Anne-Catherine Simon
(Die Presse, 21.04.2008)

In dit interview met “Die Presse” spreekt de filosoof Rémi Brague* over de herontdekking van het begrip kruistocht in de XIXde E., over de beperkte Arabische invloed op het Avondland, en over de onwetendheid van de islam wat het christendom betreft.

Die Presse: Een tijdje geleden maakte u zich in een Frans televisieprogramma kwaad, toen een man verklaarde dat het Westen het grootste stuk van de antieke wetenschap pas via de omweg van de islamitische wereld had leren kennen. Wat maakte u daar zo toornig?

Rémi Brague: In de negende eeuw zijn er in Bagdad en op andere plekken vele Griekse geschriften over wiskunde, geneeskunde, filosofie, astronomie en astrologie naar het Arabisch vertaald. Toen men eind elfde eeuw in het Westen interesse begon te krijgen voor deze zaken, was het in de gebieden die door de Arabieren waren veroverd, in Spanje of Sicilië, en als men het Griekse manuscript niet kon vinden, handig om die werken uit het Arabisch terug te vertalen. Vroeger werd deze Arabische invloed veronachtzaamd. Vandaag overschat men hem. Men zou er echter beter aan doen een dwaling niet door weer een andere dwaling te vervangen, maar door het tegendeel van een dwaling. Als men, zoals dat vandaag het geval is, het heeft over de bijdrage van de islam aan de cultuur van het Avondland, dan moet men ook wel duidelijk zeggen wat men bedoelt. Bedoelt men de bijdrage van de beschaving waar de islam zijn stempel op drukte, dan klopt het. Bedoelt men de islam als religieuze gemeenschap, dan was de bijdrage nihil.

Die Presse: In hoeverre dan?

Brague: Niet één Arabische vertaler van de negende eeuw was moslim. Het waren allemaal christenen, op één of twee na die tot de gemeenschap van de Sabiërs** behoorden. Verder zijn er ook geen Arabieren bekend die, met als bedoeling aan onderzoek te doen, een niet-islamitische taal zouden hebben geleerd. In de elfde eeuw was er wel één uitzondering – Albiruni, een filosoof die ik zeer bewonder, maar wiens orthodoxie je stellig betwijfelen kunt. Hij verbleef aan het hof van de Afghaanse prins Mahmud van Ghazni. Zoals anderen postzegels verzamelen, verzamelde deze vorst geleerden, en zij mochten zijn hof niet verlaten. Maar toen de prins Indië binnenviel profiteerde Albiruni van de gelegenheid om Sanskriet te leren en met de geleerden daar in discussie te gaan. Hij schreef zelfs een prachtig en bijzonder objectief boek over de wereld van de Hindoes. Maar hij was ook de uitzondering die de regel bevestigt.

Die Presse: U bekritiseert ze, maar waar komt die nieuwerwetse overwaardering van de “islamitische” bijdrage tot de ontwikkeling van het Avondland vandaan: van moslimwetenschappers?

Brague: De beweging gaat algemeen gesproken van de andere richting uit – de islamwereld put bij westerse wetenschappers de argumenten die het hen toelaten om zichzelf ernstig te nemen. Dat was vroeger ook al het geval, en het beste voorbeeld is een boek van de radicaal antichristelijke religiewetenschapster Sigrid Hunke, die ook nog voor de SS-Ahnenerbe gewerkt heeft. Zij stelde de islam als viriele religie tegenover het christendom als verwekelijkte slavenreligie. Wat betreft die beslissende bijdrage van de islam aan de cultuur van het Avondland, verwondert mij enkel hoezeer vandaag deze legende uitbreiding neemt onder amateur-islamexperten. Het aantal islamexperten is tussen de 10de en 12de september van 2001 op wonderbaarlijke manier vertienvoudigd. Heden ten dage dienen wij uit elkaar te houden, islamwetenschappers en diegenen die beweren islamwetenschappers te zijn – dat zijn in de verste verte niet dezelfden.

Die Presse: Als islamlanden vandaag flatterende omschrijvingen tot de hunne maken, dan zal er wellicht iets gelijkaardigs aan de gang zijn met het negatieve zelfbeeld in het Westen. Is niet ook het beeld van de “kruistocht” een Westers exportproduct?

Brague: Ja, dat is zelfs een bijzonder boeiend voorbeeld. De moslimwereld was de kruistochten totaal vergeten. Pas in de XIXde E. heeft een Arabische vertaling van een Franse geschiedenis van de kruistochten, van zekere Joseph François Michaud hen daar weer aan herinnerd. De Arabische vertaler moest daarbij nieuwe woorden bedenken voor kruistocht en kruisvaarder, want het Arabisch had er geen!
De reden daarvoor is dat de Arabieren, Turken en Koerden destijds niet de nieuwsoortigheid van deze oorlogen inzagen. Zij waren al eeuwen in oorlog met Byzantium, en in het Byzantijnse leger vochten ook Europese soldaten – tiens, dachten zij, deze keer zijn er gewoon wat meer Europeanen dan anders.
Een tweede reden is dat het niet de kruisvaarders waren die de kaliefen van Bagdad slapeloze nachten hebben bezorgd, maar de Fatimiden in Egypte. De roem van Saladin, die wij ook kennen uit Lessings “Nathan de Wijze”, komt in de eerste plaats voort uit zijn overwinning op de Fatimiden, en zijn overwinning op de kruisvaarders was veeleer bijzaak.
Voor een flink stuk is het beeld van de kruisvaarten dat men in het Midden-Oosten heeft, een door het Westen geïnspireerde reconstructie. Helemaal absurd wordt het als men in de kruisvaarten een eerste fase van de kolonisatie wil zien. Het islamitische volk is het meest belogen volk ter wereld. Als dan ook nog eens domkoppen zoals Bush van kruistocht spreken… Dat was, zoals altijd, precies wat hij niét had moeten zeggen.

Die Presse: Bedoelt u dat Europa zijn eigen zelfhaat exporteert?

Brague: Inderdaad, Europa is zover gekomen dat het zichzelf haat op grond van een, om mij theologisch uit te drukken, berouw zonder absolutie. Slavernij, inquisitie, kruistochten, de verovering van Zuid-Amerika, heel de Europese geschiedenis wordt gezien als een eindeloze serie misdaden. Onwaar is dat niet, maar toon mij een beschaving die de mogelijkheid had om over anderen haar invloed te laten gelden, en die niets dan goeds zou hebben gebracht. Stelt u zich in een porseleinwinkel eens de allerliefste olifant voor, samen met de allerkwaadste muis. Wat zal er gebeuren? Goed, Europa was niet een heel vriendelijke olifant – maar eenmaal wel een olifant.

Die Presse: Historisch gezien ligt voor u het karakteristieke van Europa in zijn “excentrische identiteit”, het nieuwsgierig zich eigen maken van wat vreemd is, zonder ontwricht te raken, zoals ook de Romeinen dat met de Griekse cultuur deden. Kan deze “excentrische identiteit” niet ook ontwrichtend gaan werken bij gebrek aan stabiliteit?

Brague: Zeer goede vraag. De vaardigheid om culturele elementen te incorporeren, zonder hun andersheid te vernielen, veronderstelt dat je met jezelf in vrede bent. Ben je dat niet, dan zijn er twee mogelijkheden: ofwel scherm je je af, ofwel neem je alles op met de onbewuste wens dat het vreemde je zal vernietigen. Europa benadert het punt waar het niet eens meer kan accepteren dat het anders is. Staat u mij toe dat ik een beeld gebruik: in de zee leven er kwallen, mosselen en gewervelde dieren. Willen wij geen kwal zijn, dan kunnen we kiezen om mossel te zijn. Wij zijn dan beschut, maar onbeweeglijk, hard van buiten en week vanbinnen. Of nog, wij zijn verstandig genoeg om het pantser te verinnerlijken, een gewerveld dier te worden. Dat maakt ons veel kwetsbaarder, maar het geeft ons ook een ongelooflijke beweeglijkheid. Op dit moment vrees ik ervoor dat Europa ofwel kwal ofwel mossel wordt.

Die Presse: Boomende koranlectuur en de interesse voor Mohammedbiografieën suggereren dat de nieuwsgierigheid Europa nog niet is vergaan.

Brague: Wat betreft de religie zien wij een structurele asymmetrie. Het christendom weet niet waar de islam te plaatsen, hetgeen tot wantrouwen leidt, maar ook tot belangstelling. De islam daarentegen gelooft precies te weten wat het christendom is, de koran zegt het immers. Voor hen is dat een achterhaalde oude geschiedenis. Vandaar ook dat er nauwelijks moslims zijn die het christendom werkelijk goed kennen. Dat maakt de dialoog er niet eenvoudiger op.

_______________________

* Rémi Brague (1943) studeerde filosofie en klassieke talen, later Hebreeuws en Arabisch. In 1990 werd hij professor Middeleeuwse en Arabische filosofie aan de Université Paris 1, Panthéon-Sorbonne. Hij bekleedt ook de Guardini-leerstoel aan de universiteit van München. Andere leeropdrachten in Pennsylvania, Boston, Lausanne en Keulen.
**
Gnostische sekte die Johannes de Doper als meester erkent, maar Christus verwerpt als valse profeet. [m.v.]


Ter verklaring van mijn bloghoofding: het artikel van de islam-expert Paul Goossens vindt u hier.

(een terzijde eerst: ook iemand als de heer Vereertbrugghen, beter bekend als de islamkenner Lucas Catherine, zou baat kunnen vinden bij de lectuur van het bovenstaande interview, maar hij lijkt al evenmin als de genoemde Goossensen veel te willen opsteken van échte kenners. Dat is begrijpelijk, want tenslotte mogen zij alle drie schrijven in een blad als De Morgen, dat resoluut weigert om te discrimineren tussen echte en valse profeten. Daar geen sektarisme!)
Opmerkenswaard bij Goossens, om verder te gaan, is dat hij, die toch geen overschot aan feitenkennis vertoont wat de islam betreft, noch wat betreft de Europese geschiedenis, aan de vraagstellers van de enquête een soort spreekverbod, sterker, een soort vraagverbod wil opleggen. Als je Vlamingen bevraagt moet je nog eens dubbel opletten, lijkt Paul te denken – overigens denkt hij dat ook als de EU, zijn broodwinning, ter sprake dreigt te komen, dus inconsequent kun je hem niet noemen:
Het is niet omdat je opiniepeilingen simpel moet houden dat je om het even wat op papier moet zetten. De stelling "de islam kan iets bijdragen aan de Europese cultuur" klinkt misschien neutraal, redelijk en goed bedoeld, maar ze is wel een gedrocht van een standpunt. Onjuist, dom en nogal arrogant.
Zulke vragen stellen mag niet ...mais il est
interdit d'interdire!
Tu ne te rapelles donc plus '68, cher Popaul ?
“L'imagination au pouvoir” lijk je anders wél nog onthouden te hebben, want wat je daar vertelt over Averroës bestaat inderdaad enkel in de verbeelding – weze het niet alleen in de jouwe, voeg ik ter verontschuldiging toe.
Heel Europa werd er beter en slimmer van. De wijsgeer Averroes was eeuwen vooruit op zijn tijd. Al in de twaalfde eeuw schreef hij dat er geen conflict tussen godsdienst en filosofie was.
Averroës hield integendeel vol dat als er een
–toegegeven, onwaarschijnlijk– conflict zou ontstaan tussen de wetenschap en de koran, deze laatste het bij het rechte eind had. Dat was verstandig van hem, maar zijn rechtgelovigheid belette hem niet om vervolgd en verbannen te worden. Hoogstens was Averroës een soort “islamGalileï” dus, maar dan wel één zonder opvolgers in eigen rangen.
Zijn houding doet mij denken aan die van de islamlanden
–Turkije bijvoorbeeld, een toekomstig EU-lid, verzekert ons Paul Goossens– die de “Rechten van de Mens” wel erkenden, maar dan met dien verstande dat deze altijd onderworpen blijven aan de sharia.
Overigens is Paul Goossens zich er niet van bewust waarschijnlijk, dat zijn zinnetje “Heel Europa werd er beter en slimmer van” een aandoenlijke hertaling is van het Socratische “kennis is deugd”.
Maar dat zou ons te ver leiden, en Paul zelf moet ook nog kunnen volgen.
.
.

29 januari 2009

Bijna vergeten: Gedichtendag!

.
De apendrek van Draulans
Die lees je in de Knack.
Brinckman, dat stuk braaksel,
Is dan weer zenuwzwak.
Doet hij een vitusdans,
De Standaard drukt zijn maaksel.
Dan heb je nog De Morgen,
Maar Camps zijn kak doet worgen.
Een kwaliteitsgazet
Te lezen is geen pret.


28 januari 2009

Een bekend Andalusisch lied

.


Als professor Swyngedouw van Leuven één ding heeft aangetoond, is het wel dat de Vlamingen de islam goed hebben leren kennen de laatste decennia. Ze weten er nu noodgedwongen meer over dan een paar jaar terug, toen de cijfers nog, zoals dat heet, beter waren. De praatjes van goedmenende journalisten-politici willen er blijkbaar toch niet zo vlot in bij het lees- en kiesvee.

Verwonderlijk is dat niet, als je bijvoorbeeld het niveau bekijkt van wat de Leuvense schepen Mohamed Ridouani in De Standaard dinsdag allemaal mocht vertellen in zijn stukje Aristoteles kwam uit Damascus. 
Over geschiedenis maakt deze Ridouani zich weinig zorgen, of liever, hij maakt die zelf. Zo komt hij nog maar eens met het bakerpraatje dat Europa ongeveer alles aan de islam te danken heeft, meer bepaald aan de eeuwenlange bezetting van Andalusië. Het leek wel of deze Leuvense Mohamed had zijn schaarse wijsheden bij de fantast Lucas Catherine betrokken.

Al in 732 versloeg de Frankische hofmeier Karel Martel het islamitische leger nabij de Franse stad Poitiers, in 1492 was er de bloedige herovering van Granada en Cordoba en in 1683 was er het beleg van Wenen. De inzet was altijd duidelijk: hou de islam buiten Europa. De historische argwaan van Europa tegenover de islam verdrukt in grote mate de positieve bijdragen van de islam op vlak van onder meer wiskunde, filosofie en kunst. Zonder overdrijven mag je stellen dat de islamcultuur de schakel is tussen de Romeinse beschaving en de Verlichting. Eén sprekend voorbeeld: de geschriften van Aristoteles zijn via een Arabische vertaling tot in het christelijke Europa geraakt.

De culturele kloof tussen Europeanen en moslims is op die manier historisch gegroeid en vandaag nog lang niet weggewerkt. Nochtans, wie de basiswaarden van de islam en het christendom naast elkaar legt, kan niet anders dan vaststellen dat er filosofisch heel wat overeenkomsten zijn. Waarom is er dan zoveel wantrouwen en onbegrip in de Vlaamse dorpsstraat? 9/11 ongetwijfeld, en de daaruit volgende internationale gelijkschakeling van terreur met islam.


Merk vooreerst op dat de oorspronkelijke verovering van Granada en Córdoba in de VIIIste E. hier niet ter sprake komt: wellicht is die zonder bloedvergieten verlopen.
Merk verder op dat naast de herovering van Granada en Córdoba, ook de slag bij Poitiers en het verzet bij het Beleg van Wenen op onwil van onze Westerse kant lijken te duiden. Mohamed Ridouani stelt vast dat de inzet “altijd duidelijk” was: hou de islam buiten Europa.
Dat hier veroveringsoorlogen op grond van een oorlogsideologie plaatshadden, en dat Europa – die benaming bestond amper, en de grote Belgische geschiedkundige Pirenne definieerde Europa dan ook als ...l'anti-Mahomet – zich op zijn eigen grondgebied enkel verdedigde komt niet bij hem op, of vindt onze gast zelfs verwerpelijk.
Dat is een appreciatie, en zijn goed recht, maar zijn feitenkennis vertoont nog grote lacunes: in 1492 was er de bloedige herovering van Granada en Cordoba.
Beste Mohamed: Córdoba was tweehonderd vijftig jaar daarvóór, op 29 juni 1236 al heroverd door Ferdinand III. Het was daar al lang geen Dar al-Islam meer.
Ridouani Mohamed zal in de geschiedenisles niet goed opgelet hebben, of misschien heeft hij er wel geen gehad? Dat zou wijzen op grote tact van zijn school: geschiedenislessen zijn een vorm van belediging voor islamieten. Vanzelfsprekend was er geen enkele Standaardjournalist die zijn stommiteit opmerkte, en deze jongen tegen zijn eigen onwetendheid beschermde.
De historische argwaan van Europa tegenover de islam verdrukt in grote mate de positieve bijdragen van de islam op vlak van onder meer wiskunde, filosofie en kunst. Zonder overdrijven mag je stellen dat de islamcultuur de schakel is tussen de Romeinse beschaving en de Verlichting. Eén sprekend voorbeeld: de geschriften van Aristoteles zijn via een Arabische vertaling tot in het christelijke Europa geraakt.
De gebruikelijke hypocriete verwarring tussen de termen “Arabisch” en “islamitisch” wordt hier zorgvuldig in stand gehouden. Hij zal dat trucje bij Tariq Ramadan geleerd hebben.
Er zijn inderdaad Arabische vertalingen van klassieke Grieken, echter niét door mohammedanen gemaakt maar door Arabische christenen en joden. Arabieren dus wél, maar islamieten hadden geen enkele belangstelling voor deze heidense geschriften, en er is ook geen spoor van overgebleven in hun cultuur. Als zij de namen van hun eigen filosofen nu weer kennen, dan komt dat omdat zij die recent opgepikt hebben in Westerse geschiedenisboeken.
Dat Europa die Arabische vertalingen nódig had om de Griekse teksten te herontdekken, en al wordt dat vaak herhaald, is voor wie even nadenkt uiterst onwaarschijnlijk. Om te beginnen was er in het Oost-Romeinse Rijk nooit een breuk geweest, de taal wás daar Grieks (nog geen Turks toen, Mohamed!), en anderzijds waren er in het Westen al vóór de Arabische veroveringen vertalingen naar het Latijn gemaakt, bv in de abdij van Mont-Saint-Michel.
Aristoteles kwam dus uit Damascus, ongeveer zoals Sinterklaas uit Turkije. De bijdrage van de islam bestond er welbeschouwd vooral in, de ontwikkeling van de filosofie te beletten en de schaarse filosofen onder de eigen geloofsgenoten te vervolgen, zodra zij de macht daartoe hadden.
Ook moet iemand aan Ridouani eens vertellen dat Aristoteles niets te maken heeft met de Romeinse geschiedenis, hij lijkt te denken van wel, maar vergist zich alweer van enkele eeuwen.
De Standaard, die veel ingezonden stukken weigert om ideologische redenen, lijkt gretig onzin te publiceren als die van een allochtoon afkomstig is. Positieve discriminatie is mooi, maar wijst geloof ik ten diepste op verachting.

Hoe moet het nu verder met die kloof waar Ridouani het over heeft?
Nochtans, wie de basiswaarden van de islam en het christendom naast elkaar legt, kan niet anders dan vaststellen dat er filosofisch heel wat overeenkomsten zijn.


Es gibt [...] nicht so etwas wie eine christliche Philosophie, das ist ein »hölzernes Eisen« schlechthin, zegt Heidegger in zijn Phänomenologie und Theologie (1927), met dat grappige beeld van het houten ijzer, dat hij bij Kant of Schopenhauer vandaan had.
A fortiori
, zou ik bijna zeggen, bestaat er geen islamitische filosofie, en zijn er dus ook geen filosofische overeenkomsten. In die doctrine, met haar radicaal transcendente god, is niet eens wetenschappelijk denken mogelijk, aangezien hun god de wereld niet enkel geschapen heeft, maar hem op elk ondeelbaar ogenblik ook hérschept, natuurwetten incluis. Het bestuderen van die wetten, noodzakelijkerwijs op één moment of op enkele momenten, is dus futiel. De islam erkent het begrip natuurwet niet, want dat zou een inperking van hun almachtige god zijn. Het christendom heeft hier een pragmatischer opvatting die, toegegeven, minder consequent is en een stuk hypocrieter dan de islamitische. Wel een stuk verstandiger.

Het antwoord van onze politici, rechters en journalisten is nu, zo valt te vrezen (en ook al te constateren, cf. Wilders), dat de vrije meningsuiting aan banden moet worden gelegd, tenminste voor christenen en atheïsten.

Een moderne Gustave Flaubert zal niet meer hoeven aankomen met uitspraken als:  Cette prétention de défendre l'Islamisme (qui est en soi une monstruosité) m'exaspère. Je demande, au nom de l'humanité, à ce qu'on broie la Pierre-Noire, pour en jeter les cendres au vent, à ce qu'on détruise La Mecque, et que l'on souille la tombe de Mahomet. Ce serait le moyen de démoraliser le Fanatisme.
Lettre à Madame Roger des Genettes
12 ou 19 janvier 1878
Een vertaling vindt u hier.

Was deze Flaubert toen, net als de Vlamingen nu, islamofoob? Ik denk het niet. Hij kende zijn onderwerp goed, en vrees spreekt er meen ik niet uit zijn woorden. Wél verwerping van de islam.
Flaubert was een islamospreet zou ik willen voorstellen, hij vertoonde islamospernie ...van het Latijnse werkwoord spernere (sprevi, spretum), voor versmaden, afwijzen, verwerpen, geringschatten.

Nescire autem quid ante quam natus sis acciderit,

id est semper esse puerum. (Cicero)


22 januari 2009

Ook de journalistiek ontsnapt niet aan automatisering

.

Weinigen zullen het de moderne vrouw misgunnen dat haar leven een stuk comfortabeler is geworden door de uitvinding van allerlei machines, meer bepaald de automatische was- en vaatwasmachine. Of de droogkast. Eerder al had zij de naaimachine gekregen, waar toen van Ostaijen de lof van heeft gezongen.

Maar hoe delicaat was en vaatwas ook mogen zijn, het blijven relatief eenvoudige mechanische taakjes. Al een stuk ingewikkelder is aardappelen schillen, of wortelen, schorseneren, rammenassen en asperges. Hier voldoen geen volautomatische machines, omdat zij vooralsnog niet precisie en grondigheid met de gewenste zuinigheid weten te verenigen. Hier speelt de verwarrende veelheid der te verwerken vormen.
Wel zijn er, zoals hiernaast te zien, al sinds geruime tijd halfautomatische toestelletjes van Zwitserse makelij op de markt, die grote voldoening schenken. Hun goede werking vereist geen noemenswaardige kracht, wel nog een scherp oog alsook fijne vingers en een tere motoriek. Node, en slechts ten koste van grote verspillingen kunnen wij deze laatste missen.

Een machine bedenken die zelfstandig nog moeilijkere taken aankan, lukt voorlopig niet, al zijn er uitzonderingen. Schaken bijvoorbeeld is voor de automaat nauwelijks nog een probleem. Ook de sterkste man wordt met gemak verslagen. En laat dit spel schier eindeloos veelzijdig zijn –a sea in which a gnat can drink and an elephant can bathe– door zijn wiskundige eindigheid is het de mindere van de aardappel en de wortel.

Marc Reynebeau, de gevierde publicist, historicus, columnist en moderator, heeft laatst een daad van zelfverloochening gesteld en een vermetele poging ondernomen om zijn eigen vak te automatiseren, de journalistiek, en specifiek de duiding die algemeen als de belangrijkste tak wordt beschouwd.
Reynebeau heeft vier politieke speeches laten bespreken door een grafisch programmaatje, Wordle,
een leerrijk speeltje van de informatica zoals hij het zo mooi noemt – en Wordle is u, lezer, niet onbekend want hiernaast in de linkerkolom is bij wijze van grap al enkele maanden een voorbeeld te zien.
De toespraken komen van Martin Luther King, William Jefferson “Bill” Clinton, George Dubya Bush en natuurlijk van Barack Hussein Obama, en Wordle kan niet enkel hun woorden tellen en van volgorde laten veranderen, maar het zet de talrijkst voorkomende woorden ook groter, of vetter, of in een andere kleur, wat vaak een fraai resultaat geeft.
Op die manier laat Reynebeau ons ontdekken dat Clinton dikwijls het woord “moeten” gebruikte, en dat Bush gedurig over “vrijheid” sprak, King trouwens ook, maar bij hem betekende dat woord iets anders meldt Reynebeau.
We zien hier onmiddellijk dat het menselijk oog, net zoals bij het Zwitserse aardappelschilscalpelletje, een onmisbare rol blijft spelen, en in zoverre moeten wij Reynebeau’s poging tot automatisering voorlopig als ontoereikend beschouwen.

Obama gebruikt meer genuanceerde woorden, is een stuk menselijker dan de drie overigen, en hij is niet eens zwart voegt Reynebeau scherpzinnig toe, maar half-wit: ...zijn moeder was tenslotte een blanke vrouw uit Kansas – 'witter' kan haast niet. Obama is niet zozeer 'zwart' (een term die elke rasvermenging als niet-blank, onzuiver en dus zwart aanziet), maar, laat ons zeggen, 'bicultureel'.
De begrippen “ras” en “cultuur” lijken voor hem wel inwisselbaar, een fout die meen ik Wordle niet zou maken. Ook is zijn poging om Obama wél zwart van buiten te laten, maar hem wit van binnen* te maken, nogal stuntelig en volslagen overbodig, en ook dat ligt niet aan zijn speeltje van de informatica.

Verderop laat Reynebeau Obama een dwaasheid zeggen die ik in de toespraak zelf niet had gehoord: …want zie, daar stond hijzelf toch maar mooi 'de heiligste aller eden' af te leggen, die als nieuwe president.
Marc, die zijn speeltje wellicht pas 's morgens had begroet, heeft zich in zijn enthousiasme voor Wordle laten meeslepen. Feit is dat lidwoorden, bepaald of onbepaald, in Wordle worden weggelaten. Ze zijn te frequent en zouden anders altijd winnen en vet afgedrukt worden.
Obama zei heel iets anders, en formeel wél, maar naar betekenis gebruikte hij geen superlatief. Wat hij zei was: ...a most sacred oath.**

Om te besluiten: aangezien de redacties veel moeten besparen is een mate van automatisering wellicht niet te vermijden, maar goed interpretatiewerk blijft voorlopig noodzakelijk. En wat nog minder kan gemist worden is accuratesse bij het citeren ...maar dat behoort tot de verslaggeving, traditioneel het zwakke punt van kwaliteitsjournalistiek.

_____________
* . . De Laatste Zoen

De zoen van negers en van negerinnen
Is hier zo zwart gemaakt dat naar het schijnt
De negerzoen uit Nederland verdwijnt
Al is zo’n zoen wel lekker wit van binnen.

Dus moet ik maar iets anders lekkers zoeken.
Gelukkig viel mijn oog op jodenkoeken.


Driek van Wissen
Dichter des Vaderlands

** Godfried Bomans heeft ooit een mooi essay geschreven over de verschillen tussen het Engels, Duits en Nederlands, wat betreft het gebruik van superlatieven en verkleinwoorden. Alleen weet ik niet meer in welk boek. Als ik mij goed herinner noemde hij het Engels de taal van het understatement, Duits die van het overstatement, en Nederlands was de nuchterheid zelve.

17 januari 2009

Zat van onrust

.
De laatste tijd merk je het op ongeveer elke bladzijde van onze kwaliteitskranten: onder de kwaliteitsjournalisten is onrust gevaren. Je voelt dat er soms rillingen lopen over de kwaliteitsruggen.
Nu, journalisten zijn mensen als iedereen, en de mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen, en zat van onrust, wist Job al. Ook is het begrijpelijk dat die onrust in de eerste plaats hun eigen positie betreft, hun inkomen, aanzien en status. Maar zulke overwegingen zijn gelukkig enkel een vertrekpunt, wellicht een gevolg van de verhoging van hun klassebewustzijn, zoals die bij elke economische crisis plaatsheeft. Geheel volgens de leer.
Hun diepere bekommernissen evenwel zijn van elke baatzucht vrij, en wat je integendeel opmerkt is een waarachtige morele verontwaardiging. Als Vierde Macht heb je verantwoordelijkheden namelijk, en niemand mag beletten dat deze macht naar behoren haar werk doet. Als een journalist iets geconstateerd heeft, dan moet hij daar ongehinderd verslag van kunnen doen. Als een Yves Desmet bijvoorbeeld ziet dat laatst in Brussel een vredesbetoging enigszins ontsierd werd –tegen het eind toch– door kat-en-muis-spelletjes met de politie, dan moet hij dat feit zonder meer kunnen melden. Dat is gelukkig ook gebeurd.

De overheid moet zelfs gedogen, en dat is gelukkig ook gebeurd, dat minder gekwalificeerde reporters hun verslag doen – bv die van die andere Kobbegemse krant, die volhielden dat er méér aan de hand was dan hun kwaliteitscollega had menen te zien, en dat er grote vernielingen waren, en ongeveer honderd aanhoudingen.
Maar ergens moet wel een grens worden getrokken. Bloggers bijvoorbeeld, of sites zoals GeenStijl: dat gaat velen te ver. Sunt denique fines. Al was het maar omdat die kereltjes hun taal vaak slecht beheersen, wat toch weer een soort vervuiling meebrengt.
Steven De Foer wijdt een paar minipaginaatjes van De Standaard aan deze kwestie. Hij bespreekt de neologismen van GeenStijl, en ten behoeve van de eenvoudigen onder ons verklaart hij er ook enkele.
Bashen, zegt Steven, is agressief aanpakken, beledigen. Hakbar is een extremistische moslim, een verbastering van Allah Akbar. Lutser is iets tussen loser en prutser. Fappen is een onomatopee voor masturberen.
Dat laatste vond ik eigenaardig. Onomatopee is een moeilijke term – Grieks woord natuurlijk, όνοματο-ποία, dat als ik het goed heb wijzelf pas in de XVIde E. uit het Frans hebben overgenomen. Het betekent dus woordvorming. Meer bepaald is een onomatopee een geluidnabootsend woord zegt Van Dale, die het verder bij onschuldige voorbeelden als tiktak en koekoek houdt.
Het voorbeeld dat De Foer geeft lijkt mij gewaagder. Ik ken de lichamelijke functies van de man onvoldoende om hier te kunnen oordelen, maar mijn vermoeden is dat hij het woord onomatopee niet goed heeft begrepen.
Bij bloggers zou zulke onwetendheid zelfs voorspelbaar zijn, maar ook bij kwaliteitsjournalisten is ze vergeeflijk. Griekse termen komen niet zo vaak voor, en de term dysfemisme gebruikte De Foer overigens wél correct, zij het zonder verklaring deze keer (ruwe term, δύς-φήμη, cf. het bekendere eufemisme, dat ook Yves Desmet ongetwijfeld zal begrijpen), en tenslotte kennen zijn oudere collega’s, ik denk aan een Bernard Bulcke, die de EU zo genegen is, niet eens de Nederlandse woorden.
In een reclameartikeltje voor het nieuwste pamflet van Verhofstadt had die het over irritant lang gerokken discussies op menig Europese raden. Ik heb het natuurlijk niet over die drukfout (menige – en ook Europese Raad in het enkelvoud was beter), maar over het verleden deelwoord van onze kwaliteitsjournalist.

.

16 januari 2009

Nu is het eens ".Anders" ...en het is weer niet goed

.
De eenvoudigste dingen snappen wordt tegenwoordig een probleem. Vroeger was dat minder. Om een voorbeeld te geven: als vroeger iemand in zijn gazet of op zijn kiesbrief de letters BSP .zag staan, dan wist hij dat het hier de socialisten betrof. Hij moest daar op stemmen dan, of om godeswil juist niet op stemmen.
En wat hij heel zeker wist, was dat die letters daar enkel stonden om plaats te winnen. Dat was niet de echte naam van zijn, of van hun partij. De echte naam was socialisten, eventueel sossen, en achter die benaming ging weer een programma schuil.
Voor Caroline Gennez leek deze gedachtegang te ingewikkeld. Drie letters en een puntje kunnen niet enkel als programma volstaan, maar zelfs als naam vond ze. Zo kon zij gisteren, vermoedelijk met een bang hartje, volhouden dat er volstrekt niets was veranderd, aangezien het acroniem ongewijzigd bleef. Of een vaantje boven een modderschuit wappert of boven een fiere pakketboot, wat telt is het vaantje.

Die arme Caroline wordt daar nu zwaar voor aangepakt. Journalisten en politicologen beginnen ineens te zeggen dat zij communicatiefouten heeft gemaakt, en dat er voortdurend crisiscommunicatie was – maar wat die nietszeggende, semireligieuze termen betekenen wordt nooit uitgelegd. Analyse in deugdelijke, begrijpelijke termen gaat Vlaamse journalisten soms te boven, hoe hulpvaardig zij ook willen zijn.
En partijbonzen roeren zich plots.
Natuurlijk, dat Caroline een figuur als Bert A. inhaalde was meer dan ongelukkig. Electoraal vertoeft die jongen al lang in Pierenland, en verstandelijk gesproken [...], heu, sta mij toe lezer dat ik even Heidegger erbij roep, want ik had, zoals u weet, mij voorgenomen om met geen woord nog over Bert A. te schrijven. De termen ontbreken mij.
Heidegger beschikt over meer termen en weet: das Nichts selbst nichtet. Toegegeven, hij drukt zich duister uit –in: Was ist Metaphysik?– maar toch, zegt hij, moet het ons mogelijk zijn om enige voorstelling te hebben, immers: im Sein des Seienden geschieht das Nichten des Nichts.
Ik verplicht u tot niets, maar die mogelijkheid kan niet uitgesloten worden inderdaad. Verder wil ik in de medemenselijkheid niet gaan.

Maar wat die oude partijbonzen hadden mogen opmerken, lang geleden, en wat hen nu tot stilzwijgen had mogen brengen, is dat die toevoeging .a een kaperbrief was die zijzelf hebben verleend ...en die hen door reclamejongens is aangepraat, terwijl zij verondersteld waren voor zichzelf te kunnen denken. In die zin verschillen zij in niets van managers of bankbeheerders.
En als die jonge Caroline dan één stap verder gaat, en denkt dat een onschuldig acroniem op zich een bestaan kan gaan leiden, dan is dat de schuld van diezelfde oude zakken.
__________________

Melkchocola, die tegenwoordig ‘overheerlijke volle-melkchocolade’ genoemd wordt, en bittere chocola die ‘chocolade-puur’ heet: het zoveelste bewijs dat onze samenleving geleidelijk aan onleefbaar wordt door een teveel aan reclamejongens.

J.H.Donner
Slecht nieuws voor iedereen
Bert Bakker 1987

13 januari 2009

Kerstmis in Casablanca

.
. 27 december 2008


Ilya U. Topper
Heel wat burgers bekeren zich tot het christendom,
maar zij mogen hun nieuwe geloof niet tonen.

Rabat – Het Kerstfeest is geheim: een huis in Casablanca, waarvan het adres niet wordt prijsgegeven. Een paar dozijn mensen verwacht men, er zullen arabisch-christelijke liederen gezongen worden, de Bijbel zal gelezen worden en men zal bidden. Zo stil als maar kan. Want de buren zouden nauwelijks kunnen bevatten dat iemand tegelijk Marokkaan en christen kan zijn. “Wij leven zoals de vroege Christenen”, zegt Ahmed F., die vaker zulke vergaderingen organiseert. Deze keer wil hij het wagen om journalisten mee te brengen, al wil niemand van de gelovigen zijn naam gedrukt zien. Zelfs telefonische contacten botsten op groot wantrouwen. Op de valreep is Ahmed zelf verhinderd. Wie niet eerder erbij was en het adres al weet, moet Kerstmis alleen vieren. “Het is zoals onder de Romeinen: de eredienst heeft altijd plaats in de huiskring”, zegt Abdelhalim B., een Marokkaan van zowat veertig die in de loop van zijn studies in Europa tot het protestantisme overging. Abdelhalim zijn woonkamer in de kuststad Kenitra dient de kleine plaatselijke gemeente als kerk. Enkel een klein geborduurd kruisbeeld aan de wand, en een paar kerstengelen duiden daarop. “Uiterlijkheden kunnen wij missen, belangrijker is de leer”, zegt Abdelhalim. Zo goed als geen enkele Marokkaanse christen zal een van de officiële kerken betreden die er in bijna elke stad zijn: niemand wil herkend worden. De vrije beoefening van het geloof mag in de grondwet verankerd staan, maar op de kerkbanken zie je bijna uitsluitend Europeanen en inwijkelingen uit Afrikaanse staten. Het gebeurt wel dat Marokkanen bij de kerkdeur door de politie worden tegengehouden, zegt Jean-Luc Blanc, evangelisch dominee in Casablanca, zelfs al kwamen zij enkel voor de begrafenis van een christelijke vriend. Daarbij, christen zijn is niet verboden, enkel missioneren is dat: wie “een moslim in zijn geloof zou doen weifelen, of pogen hem te bekeren tot een andere religie”, stelt zich bloot aan een veroordeling van zes maanden gevangenis. Deze wet wordt zelden toegepast, laatst tegen Sadek Noshi Yassa, een Duits-Egyptenaar, die in 2006 in Agadir werd gearresteerd, terwijl hij aan jongeren Bijbels en cd’s uitdeelde. Vanzelfsprekend, verzekert Abdelhalim, is het aan de politie bekend wie christen is. “Maar zolang wij ons niet zichtbaar opstellen, ondervinden wij geen problemen.” Hier speelt de angst voor de islamitische fundamentalistische bewegingen: mochten de christenen officieel erkend worden, dan zou de islamitische pers storm lopen tegen de “ketterse” regering. De sharia, die in Marokko niet wordt toegepast, voorziet eigenlijk de doodstraf bij geloofsafval. Daarom poogt de staat eenvoudigweg het debat te omzeilen. Nochtans is het duidelijk waar de sympathieën liggen, merkt Abdelhalim op: “In tegenstelling met de islamisten zijn wij geen gevaar voor de staat: wij zij koningsgezind en voelen ons volkomen Marokkaan.” Achter de schermen zouden er wel vele contacten zijn. “Nog voor kort organiseerden wij voor onze gemeente een seminarie over aidspreventie, en de politie belde mij daarop, om te zeggen dat wij zulk een seminarie toch ook eens voor moslims moesten opzetten” zegt Abdelhalim. “Daarvoor laten wij experten uit Egypte overkomen, protestantse kopten. Daarbuiten verrichten wij sociaal werk onder de armen, doen workshops voor gehandicapten, gezondheidswerk, altijd in samenwerking met de regering.” Hoe word je christen, als er nauwelijks missionarissen zijn? Een grote rol spelen de christelijke televisiezenders, die Arabische programma’s brengen, zoals al-Hayat, Sat7 of Miracles en vele radiozenders, bijna altijd gefinancierd door Noord-Amerikaanse protestantse kerken. Al-Hayat zendt vanuit Cyprus, grotendeels met Egyptisch-Koptisch* personeel. “In het programma geeft men een telefoonnummer, en als je dat belt wordt nagegaan of je werkelijk een diepgaande interesse voor Christus betoont, en later kun je dan contact maken met andere christenen.” Zo verging het Ahmed F. “Ik kende het christendom van de radio, en omdat ik zeer veel las. In 1982 bekeerde ik mij, maar jarenlang dacht ik dat ik de enige Marokkaanse christen was. Later hielp de radiozender mij om contact te maken met andere geloofsbroeders.” Een duidelijke hiërarchie bestaat er niet in deze protestantse kerken. “Zeker, vaak laten wij beslagen theologen uit andere landen overkomen, om ons te onderrichten”, zegt Abdelhalim. Bijbels en gezangboeken kun je in sommige boekhandels kopen of via de erkende kerken betrekken. En de kinderen leren al snel hun geloof te verbergen voor hun schoolkameraadjes. Precieze cijfers over het aantal Marokkaanse christenen zijn er niet. Volgens Abdelhalim behoren er zowat 1500 tot het netwerk dat geregeld bijeenkomt, maar er kunnen ook meer families zijn die zich uit angst niet laten zien. “In Casablanca zijn er zeven huiskerken, in Marrakesh acht en minstens één in elke Marokkaanse stad, van Tanger tot aan de rand van de woestijn” zegt hij. Bepaalde Amerikaanse websites becijferen het jaarlijkse aantal bekeringen op 3000 tot 3500. Voor Jean-Luc Blanc, predikant van de protestantse gemeente in Casablanca, is dat overdreven. “Mogelijk maken vele duizenden inderdaad de overstap, maar de meesten geven het na enkele maanden weer op. Realistischer lijkt de half-officiële schatting van regering, die het in totaal op 800 à 1000 bekeringen houdt”, zegt Jean-Luc. “Wij willen geen missionering, maar wat wij willen is dat de vrijheid van geloof erkend wordt”, zegt de predikant. Want het blijft zo, dat je veroordeeld kunt worden als je een slechte rechter treft: “Het hangt helemaal af van de interpretatie van de wet, en vele juristen zijn van oordeel dat het al volstaat om zich als christelijke Marokkaan te bekennen, om het geloof van de burgers te choqueren.”
Joden hebben meer rechten
Met een zekere afgunst kijken de christelijke Marokkanen naar hun joodse medeburgers: die zijn als minderheid officieel erkend, hoeven hun geloof niet te verbergen en mogen zelfs tijdens de ramadan in het openbaar eten.** Een gelijkaardige regeling staat vele christenen voor ogen. Ahmed F. droomt ervan, een “Nationale Kerk” op te richten. “Vóór de komst van de islam was Marokko christelijk, maar er was helaas geen georganiseerde kerk en zo ging het geloof verloren. Dat willen wij nu vermijden”, zegt de Berber uit het diepe Zuiden. Helemáál is de herinnering niet verloren gegaan: in vele Berberse dorpen leeft nog het besef dat ze eeuwenlang christelijk waren, vele volksliederen gaan over op Opstanding van Jezus, en in enkele Koranscholen hebben de kinderen niet op vrijdag, maar op donderdag vrij, “want zo heeft Jezus het geleerd”. Bekering is voor vele Berbers dus een terugkeer naar hun eigen wortels. Wat brengt de toekomst? Abdelhalim hoopt, dat de economische ontwikkeling van Marokko de vrijheid van geloof ten goede zal komen. De kleine gemeenten zijn druk in de weer: er zijn voor de christelijke families vormingscursussen, theologische seminaries, en zelfs bijeenkomsten waar christelijke vrijgezellen met elkaar kennis kunnen maken. Hoe zou men anders kunnen huwen? Gemengde huwelijken zijn wel mogelijk, maar worden door de regering niet erkend: wie een Marokkaanse wil huwen moet moslim zijn of het worden. Ook als die Marokkaanse zich tot het christendom bekent. Voor christenen is onzichtbaarheid de opperste burgerplicht.
.
____________ 
  * als ik even pedant mag tussenkomen, en op een soort van pleonasme wijzen: het woord Kopt is een verbastering van Egypte. .
** een voorrecht dat door hun burgemeester niet wordt vergund aan de politieagenten ...van Sint-Jans-Molenbeek. .

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html