22 mei 2007

Het moeten daar ruwe zeden zijn geweest

.
Van het Hasseltse caféleven ben ik nooit goed op de hoogte geweest. Als in de loop der voorbije decennia dit specifieke onderwerp zich toch aandiende in een gesprek, dan betroffen mijn weinige associaties jeneverkruiken. Meer niet. Ik heb mij met andere woorden nooit een levende voorstelling kunnen maken van dat caféleven.
Dat is een ernstige lacune besef ik, na lectuur vandaag van wat Steve Stevaert in De Morgen vertelt:

“In de alternatieve en hippe milieus waarin ik me tijdens mijn jeugd bewoog, was Das Kapital verplichte literatuur. Niet opgelegd door school, maar door de caféscène. Ik heb het dus gelezen. Het maakte vooral een vreselijk moeilijke indruk op mij.”


Dat was in Gent wel even anders. Niet dat in Gentse scholen Das Kapital op het programma stond –op dat punt was er geen verschil met Hasselt– maar het caféleven moet er anders hebben uitgezien.
Het zal iets vóór Stevaert zijn tijd zijn geweest, maar nogal vaak (of toch vier à vijf keer per week) kwam ik vroeger in een studentencafé aan de StPietersnieuwstraat, 't Keetje: . vlak naast de drukkerij Het Licht waar ze de Vooruit drukten.
Rond een uur of twaalf~één gingen wij ons gratis exemplaar van de band wegrissen, vers van de pers om zo te zeggen.*

Er waren natuurlijk klanten die zich niet lieten afleiden en die onverstoord doorgingen met Kleurenwiezen of Snelbieden (soms zelfs met Manillen, want er kwamen ook wel West-Vlamingen), maar de meesten vonden na een cursorische blik in de verse krant weer nieuwe gespreksstof voor de conversatie waar zij de hele avond al mee bezig waren. Want het ging daar altijd over politiek. Het Keetje zat vol met Trotskisten, en hier en daar een anarchist bij wijze van antagonist.
't Kapitaal
van Marx was vaste kost. Nu kan het aan mij liggen, omdat ik misschien toch de juiste mensen niet sprak, maar ik heb daar nooit één klant staalhard horen beweren dat hij dat boek gelezen had. Bezitten natuurlijk wel, en liefst in een Duitse uitgave.
De omgangsvormen in het Keetje lieten in het algemeen al geen intimiteiten toe – Eddy tange, onze cafébaas stond niet bekend om zijn subtiele omgangsvormen als het over dergelijke zaken ging – en naar analogie wellicht kwam het ook nooit bij ons op om iemand te vragen of hij een bepaald boek werkelijk gelezen had.

Maar paulo maiora canamus, laten wij ook over serieuze zaken spreken: naast Steve kwam in hetzelfde artikel in De Morgen ook Geert van Istendael aan het woord, en die vertelt ook iets merkwaardigs:

"Ik heb stukken van Das Kapital gelezen tijdens mijn studie sociologie. Dan las je dat. Ik begreep niet alles. [...] Maar Das Kapital blijft een van de geniale werken van onze beschaving. Vooral als Marx het heeft over gebruikswaarde en ruilwaarde, die alle andere waarden verdringen. Bad money drives out good money. Dat is een centrale gedachte die tot nu toe niet overtroffen is."

Ik vond het vanmorgen op de trein direct al eigenaardig dat Marx hier in het Engels werd 'geciteerd' door Geert van Istendael. Die man is nogal germanofiel, en hij is zelfs, en ik ben evenmin vrij van die smet, al eens gevoelig voor blonde zingende en jodelende tweelingzusjes, zoals je die soms op de ZDF kunt zien. Zo iemand citeert Marx niet in het Engels.
Het lijkt mij hier bepaald niet het geval, maar het kàn altijd aan de verslaggeefster liggen ...want dat is het eeuwige probleem met de Vlaamse journalistiek: ge keunt er giene stoat op moake. Je weet nooit of ze iemand correct citeren, of een echt feit weergeven, ofwel hun eigen plannetjes proberen uit te voeren, reflexmatig, onbewust soms.
Maar zou van Istendael hier als kerngedachte van Das Kapital een uitspraak citeren die –behalve dat ze puur technisch monetair van aard is en nauwelijks economisch, en al helemáal niet Hegeliaans– ...een uitspraak citeren die daarenboven nog algemeen wordt toegeschreven aan Sir Thomas Gresham (c. 1519 - 1579)?
Allez savoir zeggen ze in Brussel.
____________________

Noot van 23 mei:
Vandaag al stond er in De Morgen een briefje waarin van Istendael alles ontkent. Het is nu afwachten of de journaliste Sofie Vanden Bossche de zaak voor ons wil uitklaren.

In De Morgen van 22 mei word ik verkeerd geciteerd.
Ten eerste, ik heb nooit gezegd dat Karl Marx geniaal is waar hij "het heeft over gebruikswaarde en ruilwaarde, die alle andere waarden verdringen", zoals in de krant te lezen slaat. Dat slaat natuurlijk nergens op. Marx was geniaal omdat hij voorzag wat we nu onder onze ogen zien gebeuren, met name dat de ruilwaarde (en alleen die) alle andere waarden verdringt, zelfs de gebruikswaarde. Ten tweede, bad money drives out good money komt niet van Karl Marx, maar staat bekend als de wet van Gresham. Thomas Gresham leefde in de zestiende eeuw. Marx komt pas drie eeuwen later.
Geert van Istendael, Brussel.

De oplossing die ik nu voorstel luidt: van Istendael heeft gesproken over enkele soorten van waarden, gebruikswaarde, ruilwaarde, misschien ook meerwaarde of gevoelswaarde. Misschien nog andere. Eén van die waarden, de ruilwaarde, heeft alle andere verdreven zal hij gezegd hebben ...ongeveer zoals “bad money drives out good money”. De journaliste, eventueel in de veronderstelling dat Marx in het Engels schreef –tenslotte woonde die in Engeland, en had hij ook nog een vriend die Engels héétte– heeft de vergelijking die van Istendael maakte nu opgevat als zijnde de kerngedachte in Das Kapital ?

o-o-o-o-o

* . Men maakt mij de opmerking dat heel vaak het bijna een uur later was eer wij onze krant konden ophalen... goed, wellicht vergis ik mij, maar daar zijn ook objectieve redenen voor.
Het café sloot om drie uur. Dat was een politiebevel en iedereen wist dat. Hier kon geen betwisting rond bestaan. Maar de klok van het café stond systematisch verkeerd, wat aan de baas de gelegenheid gaf om zéér ruim op tijd zijn rondgang te doen met het gevreesde "Time gentlemen please!" Misschien trok ik systematisch te veel tijd af van de stand van die klok.

.

16 mei 2007

Eerst opzoeken wat "dawa" betekent !

.
Gisteren in Brussel, in het Nederlands-Vlaams Huis deBuren, was er een gesprek tussen de Nederlandse arabist en koranvertaler Hans Jansen, en Omar Luc van den Broeck van de moslimexecutieve. Onderwerp was het tweedelige werk van Jansen: “De historische Mohammed” (Arbeiderspers).

Aan de hand van de oudste verhalen die bij de mohammedanen zelf altijd gemeengoed zijn geweest, vertelt Jansen het weinige dat daaruit met enige zekerheid te puren valt, en geeft hij een overzicht van de vele tegenstrijdigheden die een nuchtere westerse blik ontwaart. Het eerste deel, “De Mekkaanse verhalen” verscheen twee jaar terug, en nu enkele maanden geleden ook het tweede deel: “De verhalen uit Medina”. Samen zowat vijfhonderd uiterst leesbare en vaak grappige bladzijden.

Moderator bij het gesprek was Tarik Fraihi van de SP-a. Helaas, de delicate taak van moderator was voor Fraihi te hoog gegrepen. Gediplomeerd filosoof is hij al, zoals hij ons ietwat overbodig twee keer meedeelde ...maar moderator nog niet, zoals het publiek kon vaststellen. Hij had weliswaar weinig tijd gehad om het boek van Jansen te lezen, dat liet hij ook twee-drie keer weten, en bijgevolg wist hij geen enkel thema aan te brengen en moest het gesprek maar wat aanmodderen. Een opmerking achteraf uit de zaal was dat de avond een rommelig verloop had gekend. Merendeels Nederlands publiek en dan krijg je zulke opmerkingen.
Een rommelig gesprek samenvatten is welhaast zo ondoenbaar als een rij willekeurige getallen samenvatten, maar ik zal toch even de sfeer scheppen.
Jansen steunt zich in zijn boek voornamelijk op de hagio-biografie die zekere Ibn Ishāk, .“de zoon van Isaac”.(704-767), .schreef ruim een eeuw na de veronderstelde [dat zeg ik, niet Jansen] Mohammed. Een vroeger getuigenis is niet voorhanden en noodgedwongen begint Jansen dus met deze late Ibn Ishāk.
Hans Jansen had, bij het begin van wat een gesprek had moeten worden, een kleine filologische bedenking rond de naam Mohammed, zei ook iets over het gebruik van accenten in het Arabisch, die zo hun consequenties hebben als je bepaalde woorden wenst te begrijpen. Want islam betekent vrede had van den Broeck, zijn publiek lichtjes onderschattend eerst geprobeerd, maar langzamerhand weet iedereen ook wel zónder accenten dat islam voorafgaand onderwerping betekent. Meteen leek Omar (die net als de moderator twee of drie keer beklemtoonde dat hij weinig tijd had gehad om het boek van Jansen te lezen; vijfhonderd bladzijden is ook een hele turf om op twee maand te lezen) ...meteen leek Omar enige moeite te ondervinden. Hij voelde zich in nauwe schoentjes scheen het mij toe, zat direct een beetje in een slachtofferrol.

Hij deed daarom een noodgreep, en koos boudweg voor de oplossing om die hele Ibn Ishāk maar tussen grote aanhalingstekens te plaatsen. Jansen deelde hem nog minzaam mee dat hij op die manier een wat aparte positie innam, want dat binnen de mohammedaanse wereld Ibn Ishāk een onbetwist gezag genoot. (Iets als hun Aristoteles begreep ik, of toch een soort verlate evangelist.) Maar nee, het was de koran die telde, en wat kroniekschrijvers zegden was voor van den Broeck ondergeschikt.
De zaal leek deze kwestie interessant te vinden, maar het mocht niet zijn – ik raad de toehoorders aan, mocht iemand van hen dit lezen, om te luisteren naar de Klara-podcast “Rondas” van 11 maart met Jansen, als die er nog is; daar viel meer te rapen – want onze moderator gisteren leek de kwestie niet zo goed te kunnen volgen, en besloot dat "het allemaal te technisch werd" ...voor het aanwezige publiek.
Hij verlegde het accent dus, en begon zelf iets te vertellen over de geschiedenis van Marokko. Een onderwerp dat hij goed beheerste verzekerde hij ...maar dat spijtig genoeg hier niet te pas kwam. Over andere streken in de Arabische wereld moest je hem overigens niets vragen, bekende ongevraagd onze wetenschapper nog. Toch verontschuldigde hij zich daarna, dat hij even uit zijn rol van moderator was gevallen, maar hij nam die dadelijk weer op. De aandacht was ondertussen verschoven, weg van een vervelend wetenschappelijk punt. Ugly facts altijd...
Andalouzië dan maar, waar de verdraagzaamheid van de islam zo groot was in de bloeiperiode. Hier had van den Broeck de literatuur van de laatste dertig jaar niet onder de knie (iets waar hij zich niet voor hoeft te schamen, en waar hij zeker niet alleen mee staat. Dhimmi Lucas Catherine bv. vertelt onvermoeibaar dezelfde fabeltjes, en wordt hier en daar nog geloofd ook).
Even ging het ook over de koran zelf, en over antisemitisme. Jansen merkte op, alweer noodgedwongen, dat er in het heilige boek drie keer staat dat joden apen en zwijnen zijn [voor geïnteresseerden: 5:60, 2:65, 7:166], maar dat er anderzijds in de Bijbel óók onaardige zaken staan, en dat het, wat hem betrof, er vooral toch op aankwam wat gelovigen met dat soort uitspraken vandaag aanvingen. Of ze die nu nog geloven bijvoorbeeld, of er consequenties uithalen en er naar leven.
Hierop kwam geen antwoord, behalve dat van den Broeck vond dat Mohammed juist bijzonder grote eerbied voor de joden en hun profeten had, en meteen begon hij over iets anders ...Auschwitz natuurlijk! . Enzovoortenzoverder.
Om kort te gaan: een gesprek was er niet.
Dat wist ik natuurlijk op voorhand. Met mohammedanen is een redelijk gesprek, met woord en wederwoord, zo goed als uitgesloten zodra hun islam ter sprake komt. Zoals eenieder weet die het zelf al eens probeerde: dawa is dan nog het enige dat uit hun mond komt.
Met een moslimmoderator erbij, dacht ik, zou het misschien anders verlopen? daarom ging ik toch luisteren.
En terecht bleek, want achteraf vroeg ik aan de auteur om zijn boek te signeren, en hij schreef: Voor Marc, had een vrolijk avondje, Hans Jansen. Het was inderdaad een waar genoegen om tot besluit van deze avond enkele redelijke en vrolijke woorden te wisselen met deze geleerde man, onder het genot van een goed glas wijn, ons aangeboden door deBuren.
.

15 mei 2007

Niet lastig worden laat op de avond, hé Guy!

.
Of er een debat moet komen tussen de kopmannen van de eerste en de vierde partij van Vlaanderen betwijfel ik, maar waarvan ik mij zelfs niet bewust was, is dat wij straks eerste-ministerverkiezingen zullen hebben. Parlementsverkiezingen waren het toch? nog geen formateursverkiezingen.
Guy moet niet te lang op zo’n debat blijven aandringen wil ik hem zeggen, want waar blijft zo het respect voor onze Vorst Albert Coburg en diens koninklijke prerogatieven?
Akkoord, het gaat wat stroef in Guy zijn partij, en net dan is onze Noël de oude niet. Een ongeluk komt nooit alleen. Daarom dat ik mijn nederige diensten aanbied.
Ik zie mijn stadsgenoot Guy al niet graag een blauwtje lopen, maar wat ik nog minder graag zou zien is dat hij straks de indruk geeft van iemand die te lang op café is blijven plakken, lastig wordt omdat hij zijn gelijk niet meer haalt, en dan tegen een andere toogpilaar begint te roepen: Koom ne kier mee buiten, joengene! G'hèt gien herte!
.

Overigens is dat soort debatten futiel: Kennedy won omdat Nixon zich die ochtend slecht geschoren had.
De oervorm van dit TV-format.

.

12 mei 2007

Sportreportage op Skandinavisch niveau




Als je in de wereld een bepaalde situatie wilt veranderen, zegt deze man – bv de armoede bestrijden of de gezondheidszorg verbeteren met ontwikkelingshulp en financiële transfers – dan is het niet enkel belangrijk dat je goed onderscheid maakt tussen de landen onderling, maar ook dat je binnen die landen kijkt naar allerhande verschillen. Overal met dezelfde remedies aankomen heeft weinig zin: the improvement of the world must be highly contextualized.
.

2 mei 2007

Lichtblauw en donkerpaars

.
In onze streken is het verschijnsel onbekend, maar bijvoorbeeld in Duitsland moet het geregeld voorkomen. Iemand ergert zich ergens zodanig aan, dat hij op slag katholiek wordt. »Aus Ärger katholisch geworden«, zeggen de machteloze omstanders.
De ergernis waar wij het over zullen hebben, lezer, is gelukkig van geringere orde maar toch een ergernis.
Vaker overkomt het me de laatste tijd, als ik ‘s ochtends in het Sint-Pietersstation een krant koop en uit gewoonte eerst even dé kop van Le Standaard bekijk –meer dan één kop gaat niet op hun formaat– dat ik dan besluit om De Morgen te kopen.
Dat beschermt een mens nog niet tegen ergernissen! .zult u zeggen, en dat is waar, maar tenminste is er op hun voorpagina al iets meer te zien over de binnenkant van hun krant, en wordt de lezende mens niet pardoes overvallen door een dominerende, resumerende, simplificerende, en vaak nog artistiekerige foto. Die Vandermeersch moest eens een plekje krijgen bij de commerciële TV.
Maar, ook al was vandaag hun foto niet zo erg als gewoonlijk, toch kocht ik De Morgen. Een ergernis kan soms dagen doorwerken. Zodoende las ik, tegen het eind van mijn treinrit, Walter Pauli zijn bespreking van de recente biografie van Ernest Mandel. Ik duidde met rood direct enkele woorden en zinnen aan, en stapte af. Naar het werk.
Daar kwam mij toevallig een artikel uit The New Scientist onder ogen, want met Vlaamse kwaliteitskranten alleen keun ik mijne pap niet koelen, zoals ze in Gent zeggen. Het schijnt dat de Russen verschillende woorden hebben voor lichtblauw en donkerblauw. Voor hen zijn dat twee verschillende kleuren.
Ons kan dit feit wellicht verwonderen, en misschien De Croo weer niet, maar wat De Croo niet weet, is dat de Russen door die loutere eigenschap van hun taal allemaal in staat zijn om significant sneller onderscheid te maken tussen die twee –voor ons– tinten van blauw. Bon, kleuren zijn één ding, blauw, paars, rood, vind het verschil maar.
Veel interessanter zou het zijn als wij, en de Morgenredacteurs met ons, twee of zelfs meerdere aparte woorden hadden voor de gradaties die er liggen tussen slim en heel slim.
Pauli had die biografie van Mandel echt gelezen verzekert hij ons, maar hij was na lectuur min of meer onbevredigd achtergebleven. Ik heb die biografie ook niet gelezen ...maar ik bespreek enkel de bespreking ervan, en die heb ik wél gelezen.
Een interessante slotbeschouwing van Pauli was: Hoe slim deze intellectueel [Mandel] was, blijft een open vraag.
Kwantificeer dat maar eens inderdaad!
En wat betekent voor jou de term intellectueel, Pauli? .Leer eens duidelijk zeggen wat je te zeggen hebt, in je eigen woorden, woorden die je goed machtig bent, waar je zelfs niet over moet nadenken. Probeer die wapens eerst eens uit. Ach Walter, mensen die Mandel ooit in een lezing bezig hebben gehoord, zoals uw dienaar, of die met hem school hebben gelopen of zelfs met hem in de klas hebben gezeten op het Antwerpse Atheneum (zoals ik iemand heb gekend), die weten dat wijlen Ezra, heu, donkerblauwslim was.
Als dat je slimste bedenking was, Pauli, aan het eind van een boekrecensie, dan is die lichtblauwslim.
En wat ongeveer wit was, ongeveer halverwege jouw recensie ... is dat je Mandels hoofdwerk Das Spätkapitalismus noemt.
Permitteer jezelf eens ne goeien diksioneir man, want dat werk van Mandel lezen, dat moet jij echt niet doen, en om je te troosten: ik heb het ook nooit gedaan.


27 april 2007

Geert van Istendael is een verduldig man

.
Na lectuur van de vele, en ik vind mooie boeken die van Istendael al geschreven heeft, is “verduldig” misschien niet het eerste adjectief dat bij zijn lezer zal opkomen om de auteur te karakteriseren, maar dat oordeel kunnen wij nu bijstellen.
Morgenjournalist Jeroen De Preter had zaterdag een interview met van Istendael, naar aanleiding van diens boek over Duitsland. Ik weet niets af van die wellicht nog jonge reporter, maar Jeroen stelde zijn vragen nogal raar, en ik meen dat van Istendael enkele keren op zijn tanden heeft moeten bijten. Hij deed dat met voorbeeldige gelijkmoedigheid. Gelassenheit had ik bijna geschreven, maar ik wil geen Heideggerianen in het harnas jagen.
Wat vroeg in zijn onschuld die jongeman De Preter zo aan van Istendael? en waarop gaf deze laatste antwoord, met een waar fiat voluntas tua? Twee voorbeelden:
Tot mijn grote verbazing las ik in uw boek dat de fractuur, het typisch Duitse of gotische schrift, hoegenaamd niets te maken heeft met de nazi’s.
en iets verder: Kunt u verklaren waarom zoveel grote componisten – Schubert, Bach, Beethoven, Wagner – uit Duitsland komen?
Tot grote opluchting van zijn uitgever Atlas, zo vermoed ik, sprong Geert van Istendael hier niet uit zijn vel, nee, hij antwoordde gewoon. Hij liet met kalmte na om onze Jeroen er op te wijzen dat de Fraktur al in de vijftiende eeuw voorkwam, en dat Schubert een Oostenrijker is – tot voor de Anschluss nog geen deel van Duitsland.
Misschien heeft van Istendael iets van mededogen, of van een pedagogische eros gevoeld in het bijzijn van zoveel jeugdige argeloosheid?
Lovenswaardig is zijn houding in beide gevallen.

Dertig jaar geleden gaf Karel van het Reve, die schitterende man, al blijk van eenzelfde gelatenheid als die welke ons van Istendael liet zien. In zijn radiopraatjes voor de Nederlandse Wereldomroep (gebundeld in Luisteraars! en uitgegeven bij van Oorschot in 1995) vertelt hij aan de landgenoten in de Overzeese Gebiedsdelen hoe het gesteld is met de feitenkennis van de jeugd in het thuisland:

Als een universitaire docent vroeger op college zei: Byron of Goethe of Marx, dan trok iedereen een gezicht van: ja natuurlijk, hoe was het ook weer, Byron hè? George Gordon lord Byron, Engelse dichter 1788-1824, auteur van Don Juan, Childe Harold, manke poot had hij, groot vrouwenjager, tijdje in Venetië gewoond, erg rijk, hield van zwemmen, paardrijden, gestorven in Griekenland, had de Grieken geholpen in de oorlog tegen de Turken. Dat wísten de studenten van twintig jaar geleden natuurlijk niet allemaal, maar ze wisten wel, dat ze het behoorden te weten, dat ze geacht werden dat te weten. En als ze het niet wisten dan zochten ze het thuis stiekem op of ze vroegen het aan hun moeder, want ook in het gezelschap van hun medestudenten was het een beetje beschamend om openlijk te moeten bekennen dat je nooit van Byron had gehoord.



27 december 1979

25 april 2007

Nadenken gaat nog het best in de schaduw

.
Met het overvloedige goede weer van de laatste weken, lezer, heeft de zonneschijn iets van zijn gebiedende karakter ingeboet. Ik neem aan dat ook voor u de terrasjes en fietstochtjes geen dagelijkse plicht meer zijn, zodat wij met een gerust hart de steengoede Perlentaucher nog eens kunnen raadplegen. Ik vertaal:

Wat integratie betekent voor Moslims

Deze week komen de afgevaardigden van de Islamconferentie voor de tweede keer samen in hun werkgroepen. Het gaat over de integratie van de moslims en bijgevolg over de verhouding van de religie –de islam dus– tot de samenleving, en om mensenrechten die ondeelbaar zijn, ook voor moslimvrouwen en -mannen.
Er wordt gedebatteerd over Europese waarden, als de vrijheid van godsdienst en de seculiere staat.

In een bijdrage voor de Frankfurter Allgemeine Zeitung zet de publiciste en sociologe Necla Kelek (Die fremde Braut) de premissen uiteen, waar deze gesprekken onderhevig aan zijn. Zonder kritisch debat over de historische context, over de koran, over de islamitische zeden en gewoonten, de vijandigheid tegenover vrijheid en het collectivistische maatschappijmodel dat de islam nastreeft, zal er van integratie van moslims in Europa niets in huis komen. Islamwetenschappers als Tariq Ramadan wrijft zij vrouwvijandigheid aan, en een streven naar een Tegenverlichting die de Europese moderniteit wil islamiseren, en het Westen bezoedelen.


Pogingen om “de Europese moderniteit te islamiseren”

“De islam zelf”, schrijft Kelek, “heeft in de 1400 jaar van zijn geschiedenis zo goed als geen wortels kunnen slaan in Europa. Hij kent geen individualiteit, zijn mensbeeld is niet toegerust voor de moderne wereld, want deze heeft behoefte aan individuen met een eigen verantwoordelijkheid. […] De islam bedoelt niet enkel een geloof te zijn, maar beoogt als religie een éénheid van levenswijze, geloof, wetten en politiek. Dat staat haaks op secularisering.” Het dilemma van de islam, schrijft de sociologe: “is dat hij wel een persoonlijke weg naar spiritualiteit kan leveren, waarbij niemand het innerlijke leven van een persoon zal betwisten, maar dat de individuele moslim zich gedráágt als een groepslid dat aan de gemeenschap verantwoording is verschuldigd, en waarbij dier eigen opvattingen als allesomvattend gelden.”
Necla Kelek keert zich tegen Tariq Ramadan, professor islamstudiën aan de universiteit van Oxford [*], die zij beschrijft als een prominente “vertegenwoordiger van de antiVerlichting en de restauratie van de islam”. “Zoals voor Khomeiny zijn ook voor Ramadan de Westerse waarden niets anders dan gesels van het imperialisme”, schrijft de auteur, en zij citeert de Oxfordgeleerde: “De Westerse levenswijze speelt in op, en houdt zich in stand door, verleidingen die aansporen tot de meest natuurlijke en primitieve instincten van de mens: maatschappelijk succes, machtsstreven, vrijheidsdrang, bezitsdrang, seksuele noden enz.” Ramadan zou pogen “de Europese moderniteit te islamiseren”.

Het zelfbeeld van Europa staat ter discussie

Na een kritiek van de “School van Ankara”, een islamitische hervormingsbeweging voorgestaan door de Diyanet, het Turkse ambt voor islamzaken, en door de feministische koranexegese, zoals ontwikkeld door Fatima Mernissi en Nahed Selim, komt Kelek tot een bespreking van de “Mensenrechtenverklaring van Cairo” op 5 augustus 1990, ondertekend door 45 ministers van Buitenlandse Zaken van de Islamitische Conferentie, het hoogste wereldlijke college van de moslims.
“Anders dan in democratische grondwetten” schrijft zij, “is hier van het individu geen sprake, maar van het collectief, van de umma, de gemeenschap der gelovigen. Consequent doorgaand, kent deze Verklaring enkel dié rechten aan moslims toe, die in de koran vastgelegd zijn, en – geheel volgens de shari’a – merkt zij enkel zulke daden als misdaden aan, die ook door de koran en de sunna als dusdanig beoordeeld worden.”
Over de islam in Europa spreken, besluit Necla Kelek, houdt in dat men uiterst grondig over het zelfbeeld van Europa spreekt. Als er voor de “islamcultuur” een plaats wordt opgeëist, dan gaat het om vrijheid, secularisering en om mensenrechten. “Kunnen wij”, vraagt zij, “zoals Tariq Ramadan eist, het aan de moslims overlaten om ‘zelf te beslissen’ wat integratie voor hen inhoudt?”


Het volledige artikel is te lezen in het F.A.Z.-feuilleton van vandaag.

P.S. Die "Mensenrechtenverklaring van Cairo" bevat 25 artikelen, met allerlei lovenswaardige zaken erin, het gaat soms zelfs over vrouwenrechten, maar de laatste twee artikelen lijken mij iets af te doen aan de 23 voorgaande:

Article 24: All the rights and freedoms stipulated in this Declaration are subject to the Islamic Shari'ah. (alle rechten en vrijheden zoals in deze Verklaring gestipuleerd, zijn onderhevig aan de islamitische shari'a)

Article 25: The Islamic Shari'ah is the only source of reference for the explanation or clarification to any of the articles of this Declaration. (de islamitische shari'a is de enige referentie om de artikelen van deze Verklaring uit te leggen of uit te klaren)


Tja, we zijn er nog niet hé jongens!

_______________

[*] Over dat professoraat van deze Tariq valt nog wel één en ander te zeggen: hij is helemaal geen "Oxfordprofessor" zoals ook de Frankfurter schijnt te geloven. In Genève mag Tariq zichzelf dan professor noemen, maar in Oxford werd hij enkel uitgenodigd voor gastcolleges : "Oxford's new visiting Professor" werd hij in Engelse kranten voorgesteld, en dat lijkt mij al gek genoeg.
Cfr. wat Bassam Tibi hierover te zeggen heeft op de Perlentaucher: "Tariq Ramadan [...] der sich selbst falsch als Oxford-Professor vorstellt (er ist dort nur zeitlich begrenzt als Fellow - eine Fellowship ist keine Professur; so geht er auch mit anderen Fakten um)"
.

10 april 2007

Even Terzake: bent gij een debiel?

.
Niet iedereen wellicht zal geneigd zijn om op mijn beledigende vraag in te gaan, maar de eerste burger van het Koninchrijk Balguy, de bekende herenboer De Croo, een man die in zijn tijd nog rechtswetenskappen heeft gestudeerd, en daarna even zelfs onderwezen meen ik, zal haar ongetwijfeld met een beleefd en duidelijk ja! beantwoorden.
Onze Herman staat immers tot in het verre Kongo, zelfs tot in het nog verdere Laeken bekend om zijn vranke en loyale taal. Hij moet er niet op knabbelen, il ne mâche pas ses mots! En integriteit is voor hem een tweede natuur.
Deze man, die zich terecht een expert in paardentuig mag noemen, die met evenveel gemak ook over het ijzeren paard der spoorwegen zijn woordje kan placeren, en over de stalen vogels van onze maatskappij der luchtwegen, welnu deze Herman zal ruiterlijk erkennen dat iemand die na de redelijke termijn van een heel leven niet in staat is om één korte correcte Nederlandse zin te produceren, ook in mijn posterijen rustig als een debiel mag worden bestempeld.
.
_______________________

P.S. Wat zou de zoon van de alom heiligverklaarde Hugo Schiltz denken over de anti-nationalistische klap van zijn boegbeeld De Croo? En al die andere Open-VolksunieVLD-ers, Bartje, Quickie, Fons, Krunk &cet. ?

"Sag mal, verehrtes Publikum: bist du wirklich so dumm?" (Kurt Tucholsky)
.

2 april 2007

Over vogels en vissen

.
Verschuivingen in de toonaard van kranten- en radioberichten merk je elke dag wel, en bij de meest verschillende gelegenheden. Soms zijn het niet eens verschuivingen, maar regelrechte koerswijzigingen. Gisteren wordt éénzelfde feit overal nog zus verslagen, vandaag zo. Hoe komt dat?
Neem nu weer die Franse non, sœur Marie-Simon-Pierre, die van de ziekte van Parkinson genezen is nadat zij tot de pas gestorven Karol Józef Wojtyła een devotie had gericht. Een grap zult u denken, want een beschaafde West-Europeër zijn die schellen al langer van de ogen gevallen. Ook katholieken zullen vrezen dat die Franse dokter er met zijn eerste diagnose lichtjes naast zat. “D’ailleurs”, mag Albert Coburg aan die dokter terecht opmerken, ”iedereen beeft al eens, en dat is daarom nog geen Parkinson”.
Ik moet nu denken aan die oude prof in de psychiatrie, zijn naam ontschiet mij spijtig genoeg, maar die verklaarde: “Als ik een schizofrenie diagnosticeer, dan is zij ongeneeslijk.” . Zulke mannen hebben wij nodig, een dokter naar mijn hart, maar misschien was zijn diagnose eenvoudiger dan een Parkinson.
Ernstige mensen glimlachen als zij horen vertellen over wonderen, vliegende schotels, telepathie of openbaringen. Tot voor kort deden ook kwaliteitsjournalisten dat.
Maar de laatste tijd valt het mij op hoe geweldig serieus deze laatsten worden zodra het Bovennatuurlijke ter sprake komt. Daarnet konden zij hun collectieve lach nauwelijks bedwingen, en nu kunnen zij niet respectvol genoeg klinken. Die coördinatie, dat synchroonzwemmen intrigeert mij, want journalisten zijn tenslotte geen troep soldaten die, zoals Leni Riefenstahl zo mooi heeft aangetoond, op commando de meest ingewikkelde figuren kunnen uitvoeren. Maar Riefenstahl toonde een eenvoudig geval; er was vooraf geoefend dunkt mij, en alleszins werden de commando’s ter plekke luid en duidelijk geroepen. Van een triomf van de gezamenlijke wil is onder die omstandigheden geen sprake meen ik.
Ons geval is stukken complexer. Ik geloof al niet dat de journalisten eerst geoefend hebben, en evenmin hoorde ik ergens een bevel. Élisabeth Lévy, van onder meer France Culture, lichtte ooit de pensée unique van journalisten toe met : Pas besoin d’aucune censure formelle: il suffit que tout le monde pense la même chose au même moment.
Maar dat is net het probleem! Hoe komt die synchroniciteit tot stand? Bij sociologen of politicologen wil ik niet te rade gaan, u zult daar begrip voor hebben lezer, maar biologen buigen zich al langer over dit vraagstuk.
Een school vissen kan ook plotseling van richting veranderen, of een klad vogels, en hun wonderbaarlijke, tijdloze coördinatie boezemt verbazing in. Alle mogelijkheden werden door de biologen onder ogen genomen. Misschien zijn er chemische signalen in het spel, zogenaamde gradiënten? Of fysische, bijvoorbeeld drukverschillen? Of misschien is er toch gewoon een Leider die het voorbeeld geeft? want met hoge-snelheidscamera’s zien zij, weliswaar infieme, tijdsverschillen in de bewegingen van de groepsleden. Wiskundige hulpwetenschappers werden ingeschakeld, en computermensen, en wat nog, en die werken samen aan een oplossing van dit heel moeilijke raadsel. Een antwoord dat eenieder bevredigt is er geloof ik nog niet.
Even ingewikkeld als een school vissen of een vlucht vogels zijn gelukkig journalisten weer niet. Met eenvoudig analogiedenken komen wij al een heel eind.
Aangezien journalisten tegenwoordig niet meer mogen twijfelen aan ridicule verhaaltjes die afkomstig zijn uit andere godsdiensten dan het katholicisme, en aangezien tegenwoordig niemand het zelfs nog zou wagen te lachen als de een of andere kwiet hem in ernst vertelt dat de engel Gabriël in de zevende eeuw een boek heeft gedicteerd aan een kamelendrijver …enkel daarom profiteert ook het door journalisten nog altijd verachte katholicisme mee van hun panische non-discriminatiedrift, en daarom ook kan de ziekte van Parkinson nu genezen worden.
.

28 maart 2007

Het zal Tegenbos worst wezen

.
Veel redacteurs van De Standaard mochten hier al passeren, maar Guy Tegenbos nog nooit. Deze discriminatie wordt goedgemaakt.
Op p.12 vandaag had hij een artikel met een militaire, of toch sportief aandoende titel: “Vlaams Belang pakt vakbonden op zwakke flank”. De ondertitel was wat langer, en onderstreepte: “Vlaams Belang heeft de oorlog verklaard aan de vakbonden en pakt ze met een dossier waarvan ze nagelaten hebben om het uit te zuiveren.”
Goed, koppen en ondertitels komen vaak niet van de redacteur zelf, en daarom wil ik ook niet vitten op die twee slordige ze’s — wie heeft wat niet uitgezuiverd? — noch op dat onhandige waarvan. Laf is het alvast om iemand op een zwakke flank te treffen. In de flank zou ik liever zeggen, maar kom, laten wij deze kleine uitschuivers aan anderen aanrekenen en meteen ter zake komen want tenslotte schrijft Tegenbos niet slechter dan zijn collega's en is zijn tekst verder uitstekend te volgen ...voor iemand die beslagen ten ijs komt.
Daarom stel ik toch voor, om ons eerst de ijzers te laten aanbinden door de Weense journalist Karl Kraus (1874 - 1936), een kerel die buitengewoon goed kon lezen.
Die Verzerrung der Realität im Bericht ist der wahrheitsgetreue Bericht über die Realität, schreef hij. Juist de vervorming van de realiteit in een relaas, de kromspraak, geeft ons een betrouwbaar beeld van wat er aan de hand moet zijn. We kunnen hier denken, om een eenvoudig voorbeeld te geven, aan de rellen gisteren in het station Paris-Nord, waar jongeren aan de slag gingen met de politie. Iedereen begrijpt die taal.
Maar nu Tegenbos zijn tekst, en daarna mijn lezing, naar ik hoop in het spoor van het Weense voorbeeld. [Enkele woorden in het citaat van Tegenbos zet ikzelf cursief, omdat zij naar mijn smaak zijn grote inspanningen verraden — want Kraus zei ook nog: Der Kritik der Zeitungen gelingt es immerhin, auszudrücken, wie der Kritisierte zum Kritiker steht: wat bij krantencommentaren steevast lukt, is om te laten zien wat de verhoudingen tussen de journalist en zijn onderwerp zijn]

Het dossier dat Vlaams Belang gisteren aanpakte, lag voor de hand. Al jaren laten de vakbonden en werkgeversorganisaties van een beperkt aantal bedrijfstakken na om voor volledige klaarheid en wettelijkheid te zorgen in sommige fondsen voor bestaanszekerheid. Gisteren viel de partij hen aan op die zwakke flank. […]
Tot nu toe waren er weinig klachten over die afhoudingen, omdat het per individu over erg kleine bedragen gaat.


Natuurlijk hadden ook de democratische partijen die praktijken kunnen aanklagen, maar zij verkozen dat niet te doen omdat zij manieren hebben. Bizarre tradities, zeker die van héél kleine minderheden, verdienen onze bescherming. Daarop inbeuken, en om uiterste klaarheid schreeuwen is goedkoop, zeker als de wet niet noemenswaardig overschreden wordt. Je dient ook in aanmerking te nemen dat juist schemerzones het leven aangenaam maken voor sommigen. Plezierbedervers zijn er natuurlijk overal. […]
Bij een correct aangewende salamitechniek ondervinden zelfs de meest weerlozen zo goed als geen hinder.

..

26 maart 2007

Der kinderen tanden zijn stomp geworden

.
O
nrechtvaardig, maar kinderen dragen al van oudsher de zonden van hun ouders mee... en dus kan Wouter Van Bellingen gerust een zwartzak genoemd worden, wellicht voor zaken die zijn adoptiefgrootouders nog hebben verricht, of ook niet verricht. Onder omstandigheden kan hem dan volgend Bijbels verbod van pas komen:

Ezechiël 18:1 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
18:2 Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?
18:3 Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israel te gebruiken!

In de King James is die Heere HEERE natuurlijk the Lord God, en over het algemeen bewijst de KJ-vertaling haar nut als er in de Statenvertaling dingen staan waar een moderne mens kop noch staart aan krijgt. Maar de Staten blijft de schitterende stichtingsoorkonde van ons Nederlands — net zoals Luther het Duits heeft geschapen* uit een warboel van dialecten.

Eze 18:1 The word of the LORD came unto me again, saying,
18:2 What mean ye, that ye use this proverb concerning the land of Israel, saying, The fathers have eaten sour grapes, and the children's teeth are set on edge?
18:3 As I live, saith the Lord GOD, ye shall not have occasion any more to use this proverb in Israel.


Ik wil dit citaat aan Wouter Van Bellingen aanraden, want het maakt vandaag indruk als je met de bijbel aankomt! Men denkt dan al vlug dat je wel meer achter de hand hebt ...al zijn zulke zaken tegenwoordig makkelijk te vinden, bijvoorbeeld met het geweldige programma E-sword, waar je, vers voor vers, alle mogelijke bijbelvertalingen naast elkaar kunt leggen. Véél meer dan de zesvoudige vergelijking, de Hexapla van de Griekse heilige Origenes (Ὠριγένης, 185–ca.254).
Geen boek werd beter geanalyseerd dan de Bijbel, en filologie is de echte basis van de democratie —natuurlijk niet politicologie of aanverwante, en ik zwijg over de journalistiek, die enkel zelfgefabriceerde pseudo-evenementen en enquêtes verslaat ...maar dat zei ik allemaal eerder al— want zij laat toe om te bewijzen dat teksten, inzonderheid ook Heilige Teksten, altijd louter mensenwerk zijn.

Ja, ik val in herhaling, maar omdat ook in de Bijbel alles twee, drie, of zeven keren gezegd wordt, is er nog:
Jeremía 31:29 In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en der kinderen tanden zijn stomp geworden.

______________________

* Er schuf die deutsche Sprache. Dieses geschah, indem er die Bibel übersetzte.
In der Tat, der göttliche Verfasser dieses Buches scheint es ebensogut wie wir andere gewußt zu haben, daß es gar nicht gleichgültig ist, durch wen man übersetzt wird, und er wählte selber seinen Übersetzer und verlieh ihm die wundersame Kraft, aus einer toten Sprache, die gleichsam schon begraben war [Hebreeuws], in eine andere Sprache zu übersetzen, die noch gar nicht lebte.

Heinrich Heine
Zur Geschichte der Religion und Philosophie in Deutschland (1834)
Sämtliche Werke, Meyers Klassiker-Ausgaben
Ernst Elster, 1893, vierter Band, S.196-7


Hij schiep de Duitse taal. Dit geschiedde doordat hij de Bijbel vertaalde.
Inderdaad, de goddelijke Steller van dit Boek schijnt evengoed als wij allemaal geweten te hebben dat het een heel verschil maakt door wie je vertaald wordt, en hij zocht zich zelf een vertaler uit, en verleende hem de wonderbaarlijke kracht om uit een dode taal, die als het ware al begraven was, te vertalen naar een andere taal, die nog niet in leven was.
.

12 maart 2007

Een genadeloos lucide romanticus

.
Toen ik daarstraks zag hoe Vande Lanotte en di Rupo in Terzake een forum kregen, en hoe zij probeerden zich te positioneren, terwijl zij op hun stoelen vastgelijmd zaten en enkel een paar mantra's wisten uit te brengen, kreeg ik bijna medelijden. Bijna, want meer op zijn plaats is natuurlijk verachting voor politici die geen ernstig woord lossen, en die zelfs op bevriend terrein geen centimeter vooruit kunnen of willen of durven kijken. Kunnen en durven in één geval en willen in het andere.
Eén zin van Vande Lanotte beviel mij anders wel, want in zijn zenuwen zei de man: dat er geen wetenschap van de politiek bestaanbaar was – anders waren er geen politici meer, enkel nog wetenschappers. Mij goed, maar wat zullen zijn politicologische confraters daarvan denken? Verder kwam er niets uit, behalve dat hij misschien, en misschien van de tewerkstellingspolitiek een puntje wilde maken, eventueel. (Dit alles gesteld natuurlijk, dat hij straks mee aan tafel zal mogen zitten? maar daar leek niemand aan te twijfelen.)
Ontroerend nog in deze uitzending, was de grote blijdschap die op alle gezichten stond na de schitterende resultaten van de enquête in de Libre Belgique.
Ach, ik wilde over iets anders spreken. De ons nu ontvallen Jean Baudrillard beweerde vijfentwintig jaar geleden dingen die ik soms op het scherp van de snee vond. Hij schreef wél heel mooi altijd, en grappig. Daarom vooral las ik hem, want zijn uitspraken klonken mij al eens gewild provocerend in de oren, dandy-achtig of goeroe-achtig zelfs. En diezelfde uitspraken ...als ik ze nu herlees, klinken mij soms wat achterhaald ...in de zin van bewaarheid en vanzelfsprekend geworden.
Baudrillard vond de "media" – hun manier om boodschappen uit te sturen – compleet ongeloofwaardig. Niet soms ongeloofwaardig, of in één of ander opzicht: .altijd en noodzakelijk.
Hij drukte dat ongeloof voortdurend uit in een onfilosofische stijl, scherp zoals ik al zei, maar met een flou artistique. Soms viel in zijn zinnen het werkwoord weg, soms het onderwerp, zolang zijn lezer maar kon invoelen wat er aan de hand was. Meer kon hij niet doen want Baudrillard was een romanticus (vertaalde eerst nog Duitse dichters) en hij vond zijn eigen boodschap al even problematisch als die van anderen.

Verdict d’incrédulité, de mécréance, qui s’étend aujourd’hui à tout ce qui nous est livré par le canal des média et de l’information, voire par celui de la science. Nous enregistrons tout, mais nous n’y croyons pas [...]. Il y a des gens aujourd’hui (ce sont les sondages qui le disent!) qui ne croient même pas à la navette spatiale! Il ne s’agit plus ici de doute philosophique quant à l’être et aux apparences, il s’agit de l’indifférence profonde au principe de réalité sous le coup de la perte de toute illusion. [...]
C’est ce qui fait que le bon vieux jugement critique et ironique n’est plus possible. On pouvait dire, pour en dénoncer la rhétorique: «Ça, c’est de la littérature!» On pouvait dire, pour en dénoncer l’artifice: «Ça, c’est du théâtre!» On pouvait dire, pour en dénoncer la mystification: «Ça, c’est du cinéma!» On ne peut pas dire, pour en dénoncer quoi que ce soit: «Ça, c’est de la télé!» Parce qu’il n’y a plus d’univers de référence. Parce que l’illusion est morte, ou parce qu’elle est totale. Le jour où nous pourrons dire de la même façon: «Ça, c’est de la télé! Ça, c’est de l’information!» c’est que tout aura changé.

Jean Baudrillard.
Les Stratégies fatales.
Éditions Grasset & Fasquelle, 1983.

Verdict van stomme verbazing en ongeloof, dat zich vandaag uitstrekt tot alles wat wij door de kanalen van media en informatie geleverd krijgen en, waarom niet, door die van de wetenschap. Van dat alles nota nemen doen we nog wel, er ook geloof aan hechten niet […]. De dag van vandaag zijn er mensen (de peilingen zeggen het!) die niet eens in de space shuttle geloven! Geen sprake hier van een filosofische twijfel over schijn en zijn: de grondige onverschilligheid tegenover het realiteitsprincipe komt voort uit de teloorgang van elke illusie. […]
Zo komt het dat het oude vertrouwde kritische en ironische oordeel niet langer tot de mogelijkheden behoort. Als je iets artificieel vond, kon je zeggen: “Dat is literatuur!” Als je iets bedrieglijk vond, en dat aan de kaak wilde stellen, kon je zeggen: “Dat is cinema!” Wat je niet kunt zeggen, om wat dan ook aan de kaak te stellen is: “Dat is TV!” Omdat er geen allesomvattend referentiekader meer is. Omdat de illusie dood is, of omdat zij totaal is. Alles zal anders zijn, de dag dat wij het doodnormaal zullen vinden om te zeggen: “Dat is TV! Dat is informatie!”


6 maart 2007

Jean Baudrillard a disparu

. 

Jean Baudrillard is dood. Het staat op de site van Le Monde.
Die man analyseerde, lang voor de meesten, op een scherpe, soms genadeloze maar altijd speelse en zelfs liefdevolle manier wat de consequenties zijn van ...niet minder dan de Verlichting, van de Rationaliteit zelve. Hij was bang voor l'utopie réalisée. Grappige filosofen bestaan! En hij was er een. Hier beschrijft hij, het is maar een splintertje van zijn gedachten, twintig jaar geleden de Marathon van New York — waar wij Vlamingen tegenwoordig ook sterk mee meeleven.
Je n’aurais jamais cru que le marathon de New York puisse vous arracher des larmes. C’est un spectacle de fin du monde. [...] Ils sont 17000 à courir, et on pense à la vraie bataille de Marathon, où ils n’étaient même pas 17000 à se battre. Ils sont 17000, et chacun court seul, sans même l’esprit d’une victoire, simplement pour se sentir exister. «Nous avons gagné!» souffle le Grec de Marathon en expirant. «I did it!» soupire le marathonien épuisé en s’écroulant sur la pelouse de Central Park. I did it! [...] J’ai couru le marathon de New York: I did it! J’ai vaincu l’Annapurna: I did it! Le débarquement sur la lune est du même ordre: We did it! Un événement moins surprenant au fond que programmé d’avance dans la trajectoire du progrès et de la science. Il fallait le faire. On l’a fait. Mais cet événement n’a pas relancé le rêve millénaire de l’espace, il l’a en quelque sorte épuisé. Il y a le même effet d’inutilité dans toute exécution d’un programme, comme dans tout ce qu’on fait pour se prouver qu’on est capable de le faire: un enfant, une escalade, un exploit sexuel, un suicide. [...] Faut-il continuellement faire la preuve de sa propre vie? Étrange signe de faiblesse, signe avant-coureur d’un fanatisme nouveau, celui de la performance sans visage, celui d’une évidence sans fin.
Jean Baudrillard. Amérique. Grasset et Fasquelle, 1986.
___________ . 

Misschien is het ongepast om het nu in herinnering te brengen, maar een verschrikkelijk onrechtvaardige zin van Leo Apostel vond ik altijd, toen hij schreef: .Zowel in de Angelsaksische landen als in Frankrijk krijgen deconstructieve geesten als Deleuze, Guattari, Baudrillard, Lyotard en Derrida gezag van spreken. Deze vorm van intellectueel terrorisme is een verschijnsel van een algemeen crisisbewustzijn. [...] de ontoegankelijkheid van de wetenschap en het verdwijnen van ieder wereld- of waardebeeld, dit alles brengt een golf van antirationalisme teweeg en vermengt zich met lusteloosheid en apathie. (Gebroken Orde; de vergeten toekomst van de filosofie, 1992) Op die manier kan alvast ik niet terugdenken aan de grote Baudrillard. . .

24 februari 2007

Gaan kiezen is in Frankrijk eigenlijk nogal simpel

.
Nog uit de krant van gisteren, een beter geschreven artikel. Het komt dan ook niet uit de pen van een vaste redacteur, maar uit die van een gastauteur, Marc Hooghe van de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn stuk gaat over de komende Franse presidentsverkiezingen.
In ons eigen landje zijn verkiezingen altijd complex en verward. Talloze thema’s tegelijk dienen zich aan, en bovenop elk van die thema’s komt nog een communautair sausje, waardoor alles één grote kliederboel wordt en je als kiezer nergens nog een losstaand probleem kunt onderscheiden dat eventueel met louter technische middelen op te lossen valt.
Frankrijk is vergelijkenderwijs een eenvoudig land, leert ons Marc Hooghe: zo eenvoudig dat het land misschien zelfs zónder enige wetenschap der politicologie zou kunnen blijven bestaan!

Onze zuiderburen gaan over precies twee maanden naar de stembus, maar de inzet van de verkiezingen is er klaar en duidelijk. Ofwel kiezen de Fransen voor een competitieve markteconomie, met strakke regels (Nicolas Sarkozy). Ofwel kiezen ze voor een solidaire samenleving, die ervoor zorgt dat er niemand achterblijft (Ségolène Royal).

Dat is toch om jaloers op te zijn! Hoe eenvoudig zitten die Franse verkiezingsprogramma’s in elkaar: politicologisch gesproken heb je één goede kandidate, en één slechte kandidaat. En je kiest maar.
Oude auteurs wezen er al op, en ook Marc Hooghe beseft ongetwijfeld dat de mens al te vaak tot het kwade is geneigd. Enkele peilingen in Frankrijk wezen trouwens al in die richting.
Het Kwade bezit een zekere aantrekkingskracht, en met strak politicologische argumenten en redeneringen valt daar weinig aan te doen. Noodgedwongen moet een goede wetenschapper dan al eens een kunstgreepje uithalen, een simplificatie, of kleine falsificatie van partijprogramma’s bijvoorbeeld. Want al is het probleem bij de Franse verkiezingen simple comme bonjour: de kans bestaat altijd dat het kiesvee zich op het beslissend moment toch nog vergist. Daarom voegt Hooghe wijselijk toe:

Als Nicolas Sarkozy uitpakt met zijn strakke law-and-orderprogramma, dan neemt hij een heel mannelijke rol op zich. Hij wordt dan de Vader des Vaderlands, die eventjes orde op zaken zal stellen. Het is een vanzelfsprekende rol geworden, en Sarkozy treedt daarmee moeiteloos in de voetsporen van generaal De Gaulle. Royal is op dit ogenblik echter bezig een nieuwe rol aan het uitvinden, die van Moeder des Vaderlands. [deze laatste zin valt stilistisch misschien wat tegen, maar de inhoud blijft overeind] Een moeder die zich bekommert om onderwijs, om armoede, maar die ook niet te beroerd is om af en toe op de regels te wijzen.

Veel wetenschappen sluiten zich op in een ivoren toren hoor je vaak zeggen, maar alvast de politicologie valt niet onder dat verwijt.
.

Op zijn Vlaams ne keer

.
Het Verdriet van België is één zaak, maar dat mag ons het Verdriet van de Vlaamse Schrijvers niet laten vergeten. Die mannen worden in Nederland bijna niet gelezen schrijft De Standaard.
Bij die krant hebben ze een dagelijks rubriekje waarin elk om beurt de redacteurs aan zichzelf een vraagje mogen stellen, en meteen ook het antwoord geven. Dat is handig en snel. Het rubriekje is altijd bovenaan te vinden, pal in het midden van de krant en bijgevolg verdeeld over twee aansluitende pagina’s – toch na verwijdering van een aantal katernen die u voor latere lectuur zult bestemmen. Het rubriekje is overigens herkenbaar genoeg want er staan geen foto’s bij, of hoogstens een kleintje.

Vandaag was het de beurt aan Jeroen Overstijns, die normaal De Standaard der Letteren leidt, maar vandaag even uit zijn katern mocht stappen. En zoals dat past in een duidingsrubriek verklaarde hij mij eindelijk waarom Nederlanders geen Vlaamse auteurs lusten.
Maak u niet ongerust lezer, het wordt niet ingewikkeld. Misschien dat u op deze weblog al eens een overtollige of hinderende bijzin hebt gezien, maar in een vlot krantenartikel komen die niet voor. Overstijns bewijst kort en goed dat qua verklaringskracht zelfs werkwoordloze zinnen niet hoeven onderdoen voor een doorwrochte periode.

Ze lusten ons daar weer niet, meneer
Waarom Nederlanders geen Vlaamse boeken lezen
Nederlanders lezen onze boeken niet. Dat ligt gevoelig. Maar het is niet erg.Droefheid is ons lot. Want slechts twee Belgen vind je in de top honderd van meest gelezen boeken van 2006 in Nederland. Twee Belgen, én de Snoecks. Dat qua Vlaams monument kan tellen. Maar toch. Sabine Dardenne, onze hoogst genoteerde, staat pas op 42. Een Waalse dan nog. Snoecks volgt even verder en De engelenmaker van Stefaan Brijs sluit de rij op 76. […]

Overstijns gaat nog door, maar na deze enkele alinea begreep ik al veel. Die auteurs lijken in spiegelbeeld wellicht op hun critici! Bonnet blanc et blanc bonnet.
Ik heb van Vlaamse auteurs eigenlijk nog nooit een boek gekocht, maar dat was enkel omdat ik hen soms op de radio had bezig gehoord, of op de televisie, en dan stond hun ondermaatse Nederlands mij altijd tegen. Onzeker woordgebruik en smerige dictie. Hun subtaaltje heeft nooit mijn interesse kunnen wekken. Vaak kennen zij niet eens correct dialect vermoed ik, en dus koop ik hun boeken niet. Niemand verder die zich aan hun smoutebollentaal lijkt te storen, maar voor mij: Leve de Nederlanders.
Soms hoor je ook uitzonderingen. Over Van Istendael had ik het bijvoorbeeld niet, maar dat is ook een halve Hollander, en zijn boeken lees ik wel. Hemmerechts zou misschien ook in die categorie vallen als zij niet zo nadrukkelijk een behaagzieke bakvis was.

Maar of zulder dat nu zelf kunnen inschatten of niet, de stijl van criticus Overstijns is dodelijk voor alle Vlaamse auteurs. Terwijl het nochtans kan voorkomen dat een criticus je overhaalt om een onverwachte auteur in huis te halen. In de Volkskrant, of was het de NRC, las ik twintig jaar geleden een recensie die mij de Onegin in de vertaling van Jonker heeft doen lezen. Die recensent zijn naam weet ik niet meer, maar hij heeft mij toen verplicht om dat boek te kopen. Hij vond de vertaling overtreffend goed, en zelf schreef hij ook ernstig Nederlands.
.

22 februari 2007

Ruim een kwart eeuw geleden voorzag deze dichter ...de bloggers al

.
Contraprestatie

Ik doe niet veel, 'k breng dagen door
met puntenslijpen; 'k weet van vóór
nauw'lijks dat ik van acht'ren leef
noch wat voor zin of nut het heeft.

Als 't puntje goed is, zet ik hier
of daar een krul op papier.
O, 'k schaam mij wel eens: uit mijn hand
kwam nooit iets nuttigs voor het land!

Soms, onder 't slijpen, groeit de wens
actief te zijn, een actie-mens.
Maar zie ik dan, op 't laat journaal,
dat hol gesjouw, dat leeg kabaal,

dan denk ik weer op de rand van 't bed:
'Vandaag één krul te veel gezet'.

Lévi Weemoedt
uit: .Zand erover (1981)

20 februari 2007

Twoalf boulons losvijze, mier es da nie

.
An ‘t Groavekastiel (Gravensteen voor niet-Gentenaars) plakt al jaren een enorm kunstwerk. Een ijzeren stelling die een spinnenweb voorstelt, en die het zicht op het gebouw zelf danig in de weg staat. Jan Hoet heeft dat kunstwerk voor ons laten maken door de wellicht wereldberoemde Duitse artiest Stefan Kern, nog ter gelegenheid van de tentoonstelling “Over the Edges” van het jaar 2000.

Geen kwaad woord over Over die Edzjes, want dat gedoe was best grappig die zomer. Maar wél een kwaad woord over de onsmakelijke beslissing, of juist niet-beslissing om dat spinnenweb eindeloos maar te laten hangen waar het hangt.
.
Ja, moderne kunst, laat ons daar eens over spreken.
Iedere deftige mens beseft dat zij wel ergens goed voor zal zijn, maar in zijn binnenste weet diezelfde mens ook dat kunst niet enkel zien is, maar vooral eerst een beetje afzien. En zo hoort het: leven is lijden!

Achteraf babbelen over die kunst, bij een glas en in goed gezelschap, is natuurlijk een stuk plezieriger dan de verplichte plechtige communie met de werken zelf.

Zoals wij weten: de volksmens schuwt elk contact met moderne kunst. Wellicht ontbreekt hem de bereidheid tot voorafgaand lijden. Genieten doen zij graag genoeg, maar vraag hen niet om een momentje van afzien.

Voor goede bestuurders ligt hier een taak. Zij moeten die niet halverwege laten liggen: er kúnnen gedichten op de stadsmuren, zelfs knullige spinnenwebben, maar dan moet er wel een permanente receptie komen waar die dingen verteerbaar gemaakt worden.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html