Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht rondas. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht rondas. Sorteren op datum Alle posts tonen

31 oktober 2015

Gesprek van Sloterdijk met Rondas


(Uit een oud radioprogramma,
ik meen van een jaar of tien terug):


Peter Sloterdijk: Het mooiste en beminnelijkste van de Europese cultuur komt namelijk voort uit deze spanning, dat men in de landstalen inhouden van de kosmopolitische geest onder woorden brengt. Zoiets is natuurlijk grandioos. Een Hollandse zeerover van de dertiende eeuw had niet kunnen vooruitzien dat er ooit auteurs zouden zijn als een Harry Mulisch of Hugo Claus, toch, die wat de wereld te bieden heeft in zijn moedertaal zouden vatten. Met andere woorden, die van het Nederlands een wereldtaal maken. Met andere woorden, als alle andere talen zouden uitsterven is het Nederlands zo gerijpt, ook al door voortdurende vertalingen en door de voortdurende assimilatie van ideeën die men elders had geformuleerd…
Jean-Pierre Rondas: Wereldliteratuur.
Sloterdijk: …dat er geen idee op de wereld bestaat dat men daarin niet zou kunnen uitdrukken. En van zulke talen zijn er op de wereld vandaag dertig, veertig, vijftig, meer niet, die dit niveau bereikt hebben. Alle andere zijn veeleer nog volkstalen, in een betekenis nog van voor de revolutie van Dante die u noemde, die namelijk de Wereldtaal precies in het Italiaans projecteerde. Deze projectie van alles wat er in de wereld voorhanden is, en van een wereldtaal in een landstaal, dat is een cultureel avontuur dat in slechts een beperkt aantal gevallen is afgerond. Dat aantal is niet oneindig groot, er zijn op aarde misschien vijf- tot zesduizend talen, en ik schat dat er misschien zestig, maximaal zeventig talen deze assimilatie van de wereld…
Rondas: Dit heb ik nog nooit op precies deze manier horen formuleren. Dat men het kosmopolitische vertaalt naar de eigen taal, waarmee het een deel van de identiteit wordt. En het culturele…
Sloterdijk:  Ik geloof dat dit het geheim, de rijkdom van Europa juist is, toch? De Europeanen kletsen wel voortdurend en graag over de Eenheid in Verscheidenheid en de Verscheidenheid in Eenheid, en weten niet eens wat ze vertellen. De eenvoudige waarheid is, dat dit avontuur zich in de talen zelf heeft afgespeeld, en dat men daarmee als Hollander, Duitser, Italiaan, Fransman een complete mens is, dat wil zeggen een complete wereldburger. Je bent dan al wereldburger, tenminste als je de taal van je eigen land zo spreekt dat ze in de volheid van haar middelen gehoord wordt. Nu komen we weer bij een thema dat we eerder al eens aangeraakt hebben. Vanzelfsprekend houdt de taal op een wereldtaal te zijn waar ze enkel een tool is. Want een tool is geen…
Rondas: Dan is ze ook niet langer…
Sloterdijk: …is geen wereldomvattende kruik.
Rondas: Het is dan ook in uw zin geen wereldliteratuur meer. Eigenlijk hebt u de definitie die Goethe gaf van wereldliteratuur toegepast op, op…
Sloterdijk: ...op de prestatie van de taal zelf, niet? Als een natie enkele dichters of enkele scheppingen heeft voortgebracht, en als ze in de eerste plaats ook als wetenschapstaal alles kan uitdrukken, en als zij met de middelen van de moedertaal alles kan zeggen wat de wetenschap zegt, dan is eigenlijk die taal zelf het vehikel van de Wereldliteratuur, en maakt zij enkel daardoor al kosmopolieten van haar sprekers. Zo bekeken zouden wij ons in Europa over het multiculturalisme eigenlijk niet al te zeer de kop moeten breken. Het zou volstaan om de eigen taal ordentelijk te leren, en dan hadden we het multiculturalisme op een adequate manier in onszelf al ontwikkeld. En dat multiculturalisten of zelfs redenaars dan …
Rondas: Maar die bedoelen iets anders, niet?
Sloterdijk: Ja ja, die bedoelen namelijk multibarbaarse samenlevingen. Ja, of zelfs multiprimitivistische systemen, niet, waar je dan een gebrek aan niveau in vele vormen, meerdere vormen van een beperkte cultuur…
Rondas: Maar wel vele!
Sloterdijk: Multi, ja multi! Dat moeten er eenmaal veel zijn. Als men vele barbaarsheden dooreen weet te klutsen, dan is er om zo te zeggen een hoger niveau bereikt, meent men. Maar dat is helaas niet waar, toch? Eerder is dat zoals de middeleeuwse keuken, elke dag hetzelfde. Eenpansgerecht, niet? Altijd dezelfde mengelmoes. Zo gaat diepgang verloren, en met enkel geestloze hybridisatie bereikt men niets. Integendeel, er komt massacultuur, maar dan dient men wel te beseffen: die is niet multicultureel maar multibarbaars.




Peter Sloterdijk: Das schönste und liebenswerteste an der europäischen Kultur geht aus dieser Spannung hervor, nämlich daß man in den Nationalsprachen die Inhalte des kosmopolitischen Geistes artikuliert. Das ist natürlich eine ganz großartige Sache. Ein holländischer Seeräuber aus dem dreizehnten Jahrhundert hat nicht vorhersehen können, daß irgendwann mal Autoren da sein werden wie Harry Mulisch oder Hugo Claus, nicht, die ja den Stoff der Welt in der Muttersprache fassen. Mit anderen Worten, die aus dem Holländischen Weltsprache machen. Mit anderen Worten, wenn alle andere Sprachen aussterben würden, das Holländische ist so gereift, ja, und zwar durch ständige Übersetzung und ständige Assimilation der anderswo formulierten Gedanken…
Jean-Pierre Rondas: Weltliteratur.
Sloterdijk: …daß es keine Gedanken auf der Welt gibt die man dort nicht ausdrücken könnte. Und so gibt es vielleicht heute auf der Welt dreißig, vierzig, fünfzig Sprachen, nicht mehr, die dieses Niveau erreicht haben. Alles andere sind eher noch Volkssprachen in einem Sinn vor der von Ihnen erwähnten Dantischen Revolution, die nämlich die Weltsprache ins Italienische hineinprojiziert. Diese Hineinprojektion des ganzen Weltstoffes und der Weltsprache in eine Nationalsprache, das ist ein kulturelles Abenteuer das nur in einer bestimmten Anzahl von Fällen sich vollzogen hat. Die ist nicht unendlich groß, es gibt auf der Erde vielleicht fünftausend bis sechstausend Sprachen, ich würdige es auf vielleicht sechzig maximal siebzig also der Sprachen haben diese Assimilation, an die, an den Welt…
Rondas: Das habe ich noch nie in dieser Art und Weise formuliert gehört. Daß man das Kosmopolitische übersetzt in die identitäre Sprache. Und daß das Kulturelle…
Sloterdijk: Ich glaube das ist dieses Geheimnis der, des Reichtums Europa, nicht? Die Europäer faseln zwar sich immer so gerne herum von der Einheit in der Vielheit, und der Vielheit in der Einheit, und wissen überhaupt nicht was sie sagen. Die Wahrheit ist einfach, daß in den Sprachen sich dieses Abenteuer vollzogen hat, und daß man in dieser Weise als Holländer, als Deutscher, als Italiener, als Franzose ein ganzer Mensch, also ein ganzer Weltbürger ist. Man ist schon Weltbürger wenn man nur die Sprache des eigenen Landes so spricht, daß sie in der Fülle ihrer Möglichkeiten wahrgenommen wird. Da sind wir wieder bei dem Motiv das wir vorher schon einmal berührt haben. Natürlich hört die Sprache auf Weltsprache zu sein wenn sie nur tool wird. Denn ein tool ist kein…
Rondas: Dann ist auch nicht mehr…
Sloterdijk: …ist kein Weltgefäß.
Rondas: Dann ist es auch nicht mehr Weltliteratur in Ihrem Sinne. Sie haben eigentlich die goethesche Definition von Weltliteratur zugewandt auf, auf…
Sloterdijk: ...auf die Leistung der Sprache selber, nicht? Wenn eine Nation einige Dichter oder einige Schöpfungen hervorgebracht hat, und wenn sie vor allem auch als Wissenschaftssprache artikulationsfähig ist und wenn sie mit den Mitteln der Muttersprache alles sagen kann was die Wissenschaft sagt, dann ist die Sprache selber eigentlich das Vehikel von Weltliteratur, und macht aus ihren Sprechern per se Kosmopoliten. Vor diesem Hintergrund müßten wir eigentlich mit, in Europa über den Multikulturalismus uns gar nicht so sehr den Kopf zerbrechen. Es würde genügen man würde die eigene Sprache ordentlich lernen und dann hätte man eigentlich den Multikulturalismus bereits in adäquater Weise in sich selber ausgebildet, und daß Multikulturalisten oder daß eben Sprecher von…
Rondas: Aber die meinen was anderes, nicht?
Sloterdijk: Ja ja, die meinen nämlich multibarbarische Gesellschaften. Ja oder, oder multiprimitivistische Systeme, ja, wo man mehrere Niveaulosigkeiten, mehrere Formen reduzierter Kultur…
Rondas: Aber viele!
Sloterdijk: Multi, ja multi! Das müssen viele sein, ja. Wenn man viele Barbareien zusammenmischt, dann glaubt man, man hätte sozusagen ein höheres Niveau erreicht. Das ist aber leider nicht wahr, nicht? Sondern, das ist wie mittelalterliche Küche, das ist jeden Tag dasselbe. Eintopf, nicht? Immer wieder Kraut und Rüben. Und da verliert man an Höhe, und mit einer bloßen geistlosen Hybridisierung wird überhaupt nichts erreicht. Im Gegenteil, es gibt Massenkultur, und das muß man aber begreifen: die ist nicht multikulturell sondern multibarbarisch.


13 maart 2009

Jaap Kruithof en de Testaccio

.
Jean-Pierre Rondas maakt op Klara al jaren een programma dat in de Vlaamse journalistiek eigenlijk niet thuishoort. Vorige week bracht hij een in memoriam Jaap Kruithof, en ik hoorde de oude professor plots met een stem die ik nauwelijks of niet kende.
Kruithof sprak over nationalisme en identiteit, over religie, over de Belgische staatsordening, over de onnozelheid (onschuld) van het Humanistisch Verbond – allemaal zaken die in zijn lessen niet aan bod kwamen, toch niet in mijn tijd.
De opvattingen van de professor bevallen mij hier bijzonder, wat niet het geval was toen ik dingen als De Zingever las, of doornam.

Hier een transcriptie van "Rondas", tenminste,van de laatste 23 minuten van het programma. Kruithof vertelt, in uittreksels die uit meerdere interviews komen, dingen die hem voor het Belgische schervengerecht en bijgevolg voor dat van de journalistieke en artistieke beau monde hebben gebracht. De hoop scherven was op den duur zo hoog, dat Rondas sprak van een ware Testaccio.
U begrijpt: mijn beau monde is beeldspraak. Op elke begrafenis valt wel een misplaatste grap. Petit monde moet ik beter zeggen.
De volgende woorden zijn die van de professor zelf, met een enkele interventie van Rondas, in het zwart.

Ik heb bezwaar tegen de grenzen die er nu in Europa zijn. Ik vind dat die door geweld zijn afgedwongen en ik zie niet in waarom dat wij ons daar ten eeuwigen dage moeten bij neerleggen. Dus ik wil redelijke gemeenschappen, op een hoger niveau dan een stad, want ja, er zijn mensen die zeggen, ja maar laat ons maar per agglomeratie gaan indelen en dan heb je de pool Lille, de pool Parijs, de pool Brussel, de pool Berlijn enzovoort. En ik zeg ja, goed, dat is reëel hoor, die polen zijn aan het vormen, dus, moeten we rekening mee houden. Wat zijn de meest reële nieuwe vormen die kunnen doen? Als die ouwe staten niet-redelijke grenzen hebben, waaruit allerlei ruzies komen, laten ons dan het grenzenprobleem opnieuw herdenken, en welke grenzen gaan we nemen, daar heb ik absoluut geen indicaties gegeven, maar ik denk dat de Catalonen, dat dat een eenheid is, ik denk dat de Basken een eenheid is, ik denk dat Madrid een eenheid is, maar dat is een beetje groter, daar mag misschien Andalusië bij en zo, en zo kun je doorgaan. En dat kunnen we dus gaan hervormen. Dat is natuurlijk een zeer revolutionair idee want al die staten willen hun grenzen behouden. Maar België is een leuk voorbeeld: het valt, of dat men nu wil of niet, het valt langzamerhand uiteen want vergeet niet dat CD&V, doet niet veel, nee, heeft een nieuw programma dat niet veel …maar er staat wél “confederatie” in, dus dan valt België uit mekaar en dus de CVP of de CD&V is voor het uiteenvallen van België want een confederatie betekent twee zelfstandige staten, en dan heb je al een regionalisme en dan zijn er nog wat mensen die federaal willen blijven, goed ik heb twintig jaar geduld, we zullen wel zien hoe het evolueert, maar het gaat mijns inziens die richting uit en niemand kan dat tegenhouden. Dus waarom zouden we geen Europa maken van de regio’s, na een democratisch overleg en stemmingen en heel de boel. We zullen wel zien hoe de bevolking daarop reageert. Ik zie daar een verbetering, en dat is dus een regionalisme als u wilt, en ik vind dat belangrijk en heu, ja dan zit je in kleine ruzies natuurlijk, als ik zeg ja, Vlaanderen is een regio en daar kun je op bouwen daar kun je iets mee doen, dan zeggen zij: nee België. En dan zeg ik jullie zijn …en dan zeggen zij, jij bent een Vlaams-nationalist en dan zeg ik ja, dat is in deze optie waar, maar jullie zijn Belgische nationalisten, jullie doen precies of dat jullie geen nationalisten zijn maar het gaat over de herverdeling van de grenzen en de staatsmacht. Ja daar heb ik euh, ruzie, ik word zelfs voor bepaalde dingen niet uitgenodigd, en zo, en dan heb je van die ideeën dat als je regionalist bent, dan ben je natuurlijk niet meer links, dan ben je rechts hé. Dus dan word ik plots een aanhanger van het Vlaams Blok. En ik ben dan toevallig ook nog republikein en het Vlaams Blok is ook republikein, en zeggen ze, die jongen die loopt langzaam maar zeker over, hé. Enfin dat is allemaal [lacht], dat zijn problemen van de toekomst. Dus republikein dat blijf ik, daar is niks aan te doen ik vind de monarchie een feodale instelling, en niemand heeft mij bewezen dat dat niet waar is, dus ik wil geen feodale instelling ik ben tegen erfelijkheid als principe van gezagsoverdracht. Dat is kort en krachtig hé, ik ben voor het humanisme, in mijn boek de verkiezing, de burgers verkiezen hun gezagsdragers en niks te prinses Elisabeth-en, het spijt me als ze verkozen wordt ben ik weer een braaf onderdaan, maar ze is niet verkozen ze zal koningin worden eventueel zonder verkozen te zijn, dus dan blijft het, blijft het hangen.


Nationale overdenkingen, en dat is een tussenstap tussen mensheidssolidariteit en, en privé, particuliere solidariteit, dat is plots in een euh, slecht daglicht gesteld door bepaalde mensen en dat wordt onbespreekbaar. Dat gaat natuurlijk nog verder, en wordt het zelfs denk ik een beetje lachwekkend: ook het begrip identiteit wordt als zodanig euh, verdacht voorgesteld, dus moderne burgers hebben geen identiteit, die zijn alles en niks. Dat is natuurlijk veel te verregaand. Je hebt, kijk het is eigenaardig want zelfbeschikking, dat zit in mijn boek Humanisme, en in de Verlichting, en, en alles waar wij tot nu toe over gepraat hebben, dat was natuurlijk het recht van het individu om zelf te denken, zelf zijn geweten, enzovoort, dat is zelfbeschikking. Nou dat moet je ook voor groepen doen, groepen hebben dus ook recht op zelfbeschikking, en dan, dan kom je tot nationale kwesties, daar kun je niet tussenuit. En ze springen de hele tijd naar internationaal. En de ontologische onderbouw is natuurlijk, gaat te ver: er bestaan wél identiteiten. De identiteiten worden complexer, ja, akkoord. De identiteiten veranderen sneller, zijn dus dynamischer, ja, akkoord. Dit behoort tot de werkelijkheid als je ze verstandig bekijkt, maar er bestaat wel een identiteit en als ik in Antwerpen geboren ben, ben ik natuurlijk wel een Antwerpenaar, en dat is niet hetzelfde als een Gentenaar. Dus zelfs binnen het nationale zijn er differentiële dingen en waarom is identiteit dan plots niet meer bespreekbaar? Het is complex en het is mobiel, ok, ja. En dit soort dingen moet niet onmiddellijk in een links-rechts-tegenstelling gebracht worden en vooral niet moreel beladen met ouderwets, niet ter zake doende, reactionair, Vlaams Blok-achtig. Men verkoopt een nationalistisch probleem, dat overal in de wereld bestaat, soms is het opgelost, dan hoeft het niet meer, soms is het niet opgelost, dat betekent dat er geen zelfbeschikking is, en dan blijven die mensen zelfbeschikking eisen en ik geef hun gelijk. Dat is de toestand, dat kun je niet beginnen ontmaskeren en bestrijden door het altijd verdacht voor te stellen, mijn idee is: de linkerzijde in Vlaanderen heeft een eerste keer het nationalisme of het nationale zelfbeschikkingsrecht afgestaan aan Adolf Hitler, en alleen de nationalisten die moesten dan maar bij Adolf Hitler gaan, en dat is een overgave want nationalisme is veel breder dan Adolf Hitler, dat is een fascist die wij allemaal bestrijden. En dat hebben ze in de jaren dertig gedaan en nu gaan ze het verdomme nog eens een keer doen. Nu gaan ze Vlaamse eisen die rechtvaardig kunnen zijn, gaan ze allemaal in handen geven van het Vlaams Blok. Als Vlaams Blokker zou ik dat een bijzonder goeie samenwerking vinden, ik zou zeggen: mijnheer Corijn en consorten, proficiat, dat u ons het recht geeft om over nationale kwesties te debatteren, want links doet dat niet, want links vindt dat over nationale kwesties, dat dat een rechts thema is en daarmee uit. Dus dit is een vergiftigde sfeer.


Identiteit wordt geboren door gelijke omstandigheden, en die omstandigheden zijn zeer breed, dat is klimatologisch, dat is geografisch, kwestie landbouwgrond die vruchtbaar is of niet, dat is irrigatie, dat is heel het proces in de middeleeuwen bij ons. Dat zijn dus allerlei condities en die zijn in de wereld verschillend, en die identiteit, euh de mensen zitten daarop, die hebben dan een verleden, die komen uit het christendom of iets anders, en die, goed. Dat is de ene kant van de identiteit dat is het product van mensen met zelfbewustzijn in bepaalde condities en hun verleden daarbij in een grote rol. Dat is identiteit. Nu krijg je de geconstrueerde identiteit van de leiders. Dat is een tweede fenomeen dat bestaat. Wij loochenen die twee niet, maar iemand die een boek gaat schrijven alsof identiteit alleen het product is van een hogere groep die dat manipuleert, die vereenvoudigt het vraagstuk te veel. Er is ook een soort samenleven in bepaalde condities, en daar wordt dan weinig over gepraat. Maar dan hebben ze te weinig gereisd, dan euh, als individuele auteur. Dan hadden ze al lang gezien dat als ze in Praag rondliepen dat de condities daar anders zijn, en de historie is anders, en de identiteit is anders. En dat is niet alleen het gevolg van manipulatie van overheden. Je overschat die dan. Maar je moet niet zeggen dat is het enige. We zitten met een lege ballon of een leeg ei, en daar zijn wij aan het manipuleren hoe dat ei eruit zal zien. Nee, nee, we zitten met een vol ei, en dat volle ei biedt zelfs weerstand aan die manipulatoren want sommige dingen storten in mekaar. Het boekje van Marc Reynebeau toont aan dat een aantal van die constructies of manipulaties van de identiteit door de hogere instanties of door de Vlaamse Beweging, noem maar op, dat die ineenstorten. Ok, ja, dat is allemaal waar. Maar het zijn geen creaties van deze jongens. Zij bouwen voort op iets dat er is. Natuurlijk, in Vlaanderen is er een groep, vooral in Brussel natuurlijk, ik begrijp hen ook wel hé, want Brussel kan de sigaar worden hé, bij de verdere ontwikkelingen, en die willen die eenheid handhaven, die zijn dat zelf te boven gekomen, maar er zijn natuurlijk een aantal dingen die nog niet opgelost zijn hé, Vlaanderen heeft weinig eigen inkomsten, weinig eigen belastingen en dat soort dingen. Gaan we daar ook niet wat meer zelfbeschikking eisen? En dan denken zij dat dat op fascisme moet uitmonden. Dat hoeft helemaal niet, dat is …en dan de solidariteit met Wallonië, ik begrijp dat volkomen, ik ben ook solidair met Wallonië, maar het perspectief is verlegd hé, het is onzin dat de moderne progressieve Vlaming nu zegt: mijn leven moet gewijd zijn aan solidariteit met Walen. Dat is, dat is een goed idee, maar dat is te beperkt. Mijn solidariteit is zeker uitgebreid tot een solidariteit met de achtergebleven gebieden in Spanje, moeilijke gebieden in Frankrijk, en niet alleen Wallonië, het spijt me geweldig mijnheer, dit perspectief is te eng.


Ja kijk, het is moeilijk om te kiezen hé, want er zijn drie keuzes. De eerste is federaal blijven bestaan, en dat is de huidige regering. We gaan gewoon door in een federale constructie met een koning.
De tweede is, nee we gaan verder, we maken een behoorlijk statuut voor Brussel, we zijn een samengaan, een land met een samengaan van twee autonome gebieden, Vlaanderen, Wallonië, en dat is een confederatie. Dan doet Vlaanderen met Vlaanderen wat Vlaanderen wil. En Wallonië ook. En we hebben nog een paar akkoorden tussen de twee. Dat is nóg een Belgisch verband. En dan heb je separatisme, en separatisme betekent: we gaan definitief uit mekaar. Maar je kunt wel separatistisch zijn, maar dan kom je in de Europese eenheid, en dan zit je dus als apart Vlaanderen met verplichtingen in een Europese eenheid. En dat geeft je natuurlijk allerlei regels van Europa en allerlei verplichtingen. Je hebt dus confederatie of separatisme en ik denk dat het historisch gewoon rustig evolueert van het een naar het andere. De federale staat breekt… ja Lambermont is ook al een beetje afbraak hé. Het is niet consequent gedacht. Het is een gevecht tussen iemand die alles eigenlijk wil houden, en iemand die meer wil hebben en zonder dat je zegt: ja maar laat ons nu eens een grondig akkoord doen, en dat sluit in de discussie over sociale zekerheid, de discussie over de belastingen, dat sluit dat in, en daar moet je, goed, ik zie het feitelijk, met al het gelul van de mensen, toch evolueren naar een confederatie. Ik vind dat de CD&V –maar daar wordt helemaal niet over geschreven in de pers– die heeft daar een hele zware stap gezet, want die heeft natuurlijk België doorbroken. Maar ik zie wel een bijna onafwendbare evolutie naar confederatie en misschien is confederatie even goed als separatisme. [even goed? jpr] Ja, ik bedoel, wat maakt het nu uit, tenzij dat je de regio’s gaat veranderen in Europa, wat maakt het nu uit dat Vlaanderen en Wallonië met apart statuut er zijn in Europa, of dat Vlaanderen zich volledig zelfstandig opstelt? en ik heb de neiging om te zeggen jongens wat dat jullie ook doen, gaan tóch naar confederatie. En volgens mij, de laatste twintig jaar geven aan dat wij die tendens volgen. En de andere is de morele kwestie, de ethische kwestie: wat vind ik nu het beste? Nu vind ik: confederatie is feitelijk de tendens, en ethisch voor mij is dat een betere formule dan de huidige. Dus de federale regering mag voor mij verdwijnen. Maar als separatisme betekent dat je je in een nieuwe regionale orde in Europa inschakelt, dat is ok hé.


Ik vind nu plots bondgenoten, en veel krachtiger en meer gemotiveerde bondgenoten, en dat is in Vlaanderen heel vervelend om dat te zeggen, maar dat zit bij die ouwe christelijke jeugdbewegingen en dat soort. Volkomen immuun is, is men daar nog ergens voor dat gemonetariseer en dat winstbejag en dat profitisme enzovoort. Dat is nog een solidarisme en een inzet, ja daar sluit ik bij aan, en ik vind dat in vrijzinnige milieus minder, maar ik moet wel toegeven dat daar een motivering zit van niet opgeven, niet zo onmiddellijk betrokken op eigenbelang en, en zelfs Jean-Luc Dehaene doet daar af en toe beroep op, zij het in een andere zin, dat je dat in de scoutsbeweging ook vindt, en maar hij doet ergens er ook een beetje beroep op dat die gemeenschapszin en dat samen optrekken, nou, ik ben ook bij de scouts geweest en dat vond ik daar een beetje te oppervlakkig, dat heeft geen indruk op mij gemaakt, maar laten we zeggen zoiets als de Derde Wereldbeweging, ja dat vind ik nog altijd dikwijls heel prettige mensen om mee op te trekken.
Terwijl je ouwe ideologische bondgenoten, zeg maar aan de universiteit, dat zijn de mannen die nu in jouw titel voorkomen hé, het Neoliberalisme.
Er is een andere evolutie die je daarbij moet voegen hé. Wat mij verheugd heeft dat is dat na de jaren zestig vanaf de jaren zestig een aantal progressieve bewegingen die verzuiling de rug heeft toegekeerd, en dat vond ik leuk bij Agalev. Agalev is niet katholiek of niet-katholiek, is allebei, en dat had je ook bij de feministische beweging, dat had je bij de pacifistische beweging, derde wereldbeweging. Ik, ik geef wel toe dat ik de leukste, grondige motivatie vind bij mensen die uit de katholieke zuil komen, over het algemeen, statistisch…[afkomstig zijn] ja, afkomstig zijn, die hebben daar ergens een virus opgedaan en dat vind ik een hele aangename virus. En dus dat soort denken van allemaal samen tegen de kerk en zo, dat, dat deel ik niet, omdat ik juist tamelijk veel vrienden heb bij die gelovigen. Ik heb geen zin om nog front te vormen. Daarom voelde ik mij in het Humanistisch Verbond ook niet helemaal op mijn gemak, omdat, de ondergrond was toch eigenlijk dat ze daarvoor bestonden. Mijn hoofdbezwaar blijft hetzelfde, als ik alle grote punten sinds zestig, maatschappelijke grote punten opsom, voor mezelf, en telkens zeg ik: “En waar was het HV?”, dan kom ik tot een vrij negatief resultaat, dan zeg ik, ja maar die deden alsof ze belangrijk waren, maar ze waren eigenlijk nergens bij, dus wat is hun historische betekenis behalve een soort pseudokerk? Maar ik vind ze minder belangrijk dan ze zelf waarschijnlijk denken.

.

16 januari 2011

Édition spéciale

.
 Deftige tijdschriften of periodieken die gelanceerd worden, hebben altijd eerst een zogenaamd nulnummer, een nummer dat niet op de markt komt maar dat wel helemaal eruitziet zoals in het vervolg het er zal uitzien. Maar, omnis comparatio claudicat zou Bart De Wever zeggen want bij het radioprogramma Rondas is dat niet zo gegaan. Van een nulnummer Rondas heeft niemand ooit weet gehad.
Ter compensatie staat hieronder wel een Extra-nummer,
in twee afleveringen omdat het te dik was voor één bestand, en ik dank Jean-Pierre voor de bijzondere eer om zijn
n+1-nummer hier te mogen publiceren.


 Want gisteren, in het Paleis voor Schone Kunsten, vulgo of boosaardig soms BOZAR geheten, had ter gelegenheid van de Klara-dag Jean-Pierre Rondas een gesprek met Bart De Wever. In een kleine zaal, in een te kleine zaal. De technici van Klara hebben gelukkig een paar ingrepen kunnen doen, extra-luidsprekers geplaatst &c. ...voor al het volk dat nog buiten stond. Daardoor zijn bij hun opname de allereerste woorden van Jean-Pierre weggevallen. Geen nood, want na zijn eerste woorden volgen er naar gewoonte nog veel woorden, en wat u zult horen is ook geen journalistiek interview, maar een gesprek tussen twee mensen die ...het ergens over hebben:





Omdat MacOS blijkbaar moeite heeft met bovenstaande spelers, hierbij een alternatief: deel één, deel twee.
.

23 februari 2014

Over nachtelijke kreten en panda's


Voor ons allen, maar toch in de eerste plaats voor Elio di Rupo was het vandaag een grote dag. Achter een escorte rijden met mooi uitgedoste gendarmen op zware motoren is op zich al opwindend, maar dan nog twee beesten mogen begeleiden die tot ieders verbeelding spreken en uit Tsjina komen: wie had niet in zijn plaats willen zijn? Enkel misantropen zullen Elio dit onschuldige pleziertje misgund hebben. 

Helaas, zulke mensen bestaan er ook. En nu wil het toeval dat Lieven Verstraete, van Terzake, mij gisteren op Twitter precies dat verwijt van misantropie maakte. Lieven moet wat geraakt zijn geweest door een voetnoot die ik, ook op Twitter, had gemaakt bij een fragment uit zijn uitzending, want hij noemde mij in één adem ook “pensioenprofiteur”.

Op mijn inhoudelijke opmerking ging Lieven niet in, maar laat mij meteen zeggen: zijn tweets waren heel laat in de nacht verstuurd en, in het verkeer misschien niet maar hier mag dit toch als een verzachtende omstandigheid gelden. Dat van die “profiteur” bijvoorbeeld had hij naar goede journalistieke gewoonte niet gecheckt, of niet meer kunnen checken, en de ochtend daarop moest ik hem dus meedelen dat ik pas zes dagen na mijn 65ste verjaardag met pensioen was gegaan: jarig op 25 juli en bijgevolg met pensioen op 1 augustus, geheel volgens de statuten.
Wat Lieven verder mag denken over VRT-mensen die wél voor hun 65ste met pensioen zijn gegaan, dat moeten zij hem zelf maar vragen. Of niet, want misschien gooit hij dit uit eigen beweging ook wel op Twitter? 

Maar nu over panda’s.
Lieven maakte mij nog een ander merkwaardig verwijt, namelijk dat ik boéken las. Op het werk! Dat had hij inderdaad gezien en ik wil het niet ontkennen, maar op welke momenten ik vrij had, dat kon hij vanzelfsprekend niet weten of zien. Wat zijn ergernis zal gewekt hebben, vermoed ik, is dat ik altijd al wandelend las, stappend door die lange gangen, wat natuurlijk meer opvalt dan stil in een hoekje zitten lezen. Niet erg, niemand weet alles, en tenminste is zijn waarneming hier onbetwistbaar.

Soms las ik achter elkaar zelfs een reeksje boeken, Lieven! Hierboven zie je een voorbeeld, met allemaal boeken van wijlen de bioloog Stephen Jay Gould. Eén hiervan besprak ik in een programma van Rondas, op Radio3 toen, en ik werd daar zelfs voor betaald... vanzelfsprekend niet de volle 5/5 van het honorarium, maar 3/5 omdat het een toegestane cumul betrof. Het boek kostte me toen iets van 1200 frank, en ik kreeg voor twintig minuten radio 3600 frank.
Daar sta je van te kijken, nee? En mocht je, voor je weer Twitterkreten lost, onverhoopt iets willen checken: dat kan, Lieven!

Bon, nu dan over panda’s.
Een van die boeken heette “The Panda’s Thumb”, van 1989 meen ik, tenminste ik las het dat jaar. Je zult zeggen: een oud boek. Akkoord, maar toch staan er dingen in die plots weer, zij het op een infantiele manier actueel zijn.
Het was trouwens een ander boek van Gould dat ik voor Rondas besprak, “Wonderful Life” namelijk, nog ouder, en het bevatte een jammerklacht die ik je niet wil onthouden.
Gould was een evolutiebioloog, maar primair een slakkendeskundige, en zijn klacht was dat het sentimentele grote publiek, waaronder journalisten en ook onze Elio, zich enkel interesseerde voor “charismatic megafauna”.
En nu moet je weer wat opzoekingswerk, fact checking verrichten, Lieven: hij gaf als voorbeeld... panda's.


13 februari 2021

Opbouwen is gemakkelijk, afbreken is de kunst


Jean-Pierre Rondas ontleedde voor Doorbraak de beweegreden die architecten en hun broodheren-opdrachtgevers ertoe brengt gaten te willen slaan in de eeuwenoude muren van het Gentse Gravenkasteel. Het gaat om het vernietigen van tradities. Moet daarbij ook enig erfgoed vernietigd worden? Ja, onvermijdelijk zeggen ze zelf, maar daartegenover staat dat hun sloopwerk een daad van deugdzaamheid is. Zij tenminste denken aan mindervaliden en wie hen dat slopen wil beletten is een onmens.

Ver van mij om hun edele intenties in twijfel te trekken, zelfs al is het niet helemaal ondenkbaar dat er ook commerciële overwegingen kunnen spelen. Laat dat nog zo zijn, wat zou het? Dan hebben we, zoals eenvoudigen van geest dat uitdrukken, een win-winsituatie.*

Maar dat de bredere afbraak van tradities, waar Rondas het over heeft, toch meespeelt is ook waar. Die lust zie je overal. We moeten echt niet alleen de architecten met de vinger wijzen: zij hebben het ook maar van elders.

In Dans le Jardin des Mots (Livre de Poche, 2007, negende druk 2020) heeft Jacqueline de Romilly het over de parallelle afbraak in de toneelwereld. Wie Jacqueline de Romilly is hebt u hier al kunnen lezen. Zij schreef bijna twintig jaar geleden:

Met de taal van de voorgaande eeuwen moet het contact bewaard blijven (…). Dat contact bewaren is niet altijd eenvoudig, maar het spreekt dat aanpassing van die teksten, of de presentatie ervan in een context die hen niet past, alleen maar zware schade kan toebrengen aan de bekoring van het geschrevene, aan de kleur, de schoonheid, en zelfs aan de precieze betekenis ervan. Nochtans zien we zowat overal bij regisseurs en tekstschrijvers de neiging daartoe. Wat men graag doet, is een theaterwerk of een opera uit de XVIIIde eeuw in een ultramodern decor brengen, met als gevolg dat wij van de wijs raken, en de tekst zelf soms bedorven. Maar wat mij nog meer choqueert is de uitleg die men daarbij geeft: men zou op die manier aan het publiek willen bijbrengen wat voor moderne aspecten er aan die toch al wat oudere teksten zitten.

Van mijn kant geloof ik dat het omgekeerde dichter bij waarheid komt. Wat ons raakt en treft is juist dat we in die werken uit het verleden – afkomstig uit een tijd die van de onze en onze gewoonten zo veraf staat – gevoeligheden aantreffen die ons pakken. Verwonderd zeggen wij dan: ‘Toen al, toén al die overwegingen, toén al die emoties!’ We doorgronden tezelfdertijd zowel de gelijkenissen als de verschillen. En ontgaat ons dan een of ander detail, of moeten we naar de betekenis van een woord of een passage gissen: om in de sfeer van een werk te komen veranderen wij van eeuw, en met zijn talent kan een goede auteur ons daar welkom heten.

We mogen helaas geredelijk aannemen dat in hun wijsheid onze vernieuwers zulke teksten zullen veronachtzamen en zelfs verwerpelijk vinden.

* Denken we maar aan de infantiele benaming Time Castle die aan hun geesten ontsprong. En dan nog willen ontkennen dat er sprake is van Disneylandisering...


Il faut garder le contact avec la langue des siècles précédents (…) Garder ce contact n’est pas toujours facile; mais il est évident que modifier ces textes ou les présenter dans un contexte qui ne leur convient pas ne peut que porter gravement atteinte à la saveur de ce qui a été écrit, à sa couleur, à sa beauté, et même à son sens tout à fait exact. Or cette tendance se manifeste un peu partout chez les metteurs en scène et les adaptateurs. On aime à présenter une pièce ou un opéra du XVIIIe siècle dans un décor ultramoderne, ce qui a pour effet de nous dépayser et parfois en altère le texte lui-même. Mais ce qui me choque le plus est la justification que l’on en offre: on voudrait ainsi faire prendre conscience au public de l’aspect moderne que comportent ces œuvres déjà anciennes.

Je crois, quant à moi, que le contraire serait plus vrai. Ce qui nous touche et nous frappe est justement que, venant d’un contexte aussi éloigné de notre temps et nos habitudes, on voit apparaître dans ces œuvres du passé un sentiment qui nous saisit. Nous nous disons alors, étonnés : «Déjà, déjà ces pensées, déjà cette émotion!»; nous mesurons les similitudes en même temps que les différences. Tant pis si tel détail échappe, si un mot au passage n’est que deviné; on change vraiment de siècle pour entrer dans l’atmosphère de l’œuvre, et le génie des bons auteurs est capable de nous y accueillir.

Octobre 2004

27 maart 2009

Mark Grammens laat Lode Craeybeckx los

.
Hier een transcriptie van de interessante stellingen die Mark Grammens formuleerde in het programma Rondas, op Klara. De podcast van dat radioprogramma is maar kort beschikbaar, en Grammens' woorden verdienen een uitgeschreven tekst, immers scripta manent, en zijn ideeën over Brussel bevallen mij bovendien uitstekend.
Rondas noemt Grammens een maner, iemand die zijn volk aanmaant, een profeet dus. Maar hieronder is hij ook in zijn gedaante van evangelist te zien.
We vallen binnen als het programma al zeventien minuten ver is, en stappen ook uit als het nog niet gedaan is.




(17'05") Ik ben geen groot voorstander van het betalen van om het even welke prijs, zelfs niet de geringste, voor zowel het tot stand brengen van een staatshervorming, als voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Ik ben natuurlijk wel voorstander van die twee gebeurtenissen –dat spreekt vanzelf, waarom zou ik het niet zijn?– maar ik vind het totaal onverantwoord van daar ook maar de geringste prijs voor te betalen.
Wat staatshervorming betreft moeten we een beetje, in Vlaanderen een beetje meer lezen, Le Soir lezen, en andere Franstalige kranten lezen. Dan zouden we weten dat de Franstalige partijen, de Franstalige elite, op dit ogenblik volop bezig is, bijna geobsedeerd is door het thema van de splitsing van België.
Het enige dat hen op dit ogenblik interesseert, dat is de best mogelijke voorwaarden bekomen, waarop bij een eventuele splitsing Wallonië tot stand kan worden gebracht, hetzij bij Frankrijk, hetzij anders, om het even. Zij doen daar alles voor. Zij gaan zo ver van zelfs idiotieën zoals een corridor tussen Brussel en Wallonië te verdedigen, wat gewoon absurd is. Alsof de Vlamingen militair zouden de grens met Wallonië afsluiten. Je, je moet halfgek zijn om zo te redeneren. Maar bon, ze zijn nu eenmaal zo. Ze zijn geobsedeerd door een soort verlatingsangst, en van daaruit halen zij de gekste toeren uit.
Maar, je moet wél begrijpen: elke toegeving die nu gedaan wordt, die wordt definitief op het moment van een eventuele splitsing. Kijk, ik ben er voorstander van, ik zou wensen dat ook alle Vlamingen die geen voorstander zijn van de splitsing van België, voortdurend met dat feit rekening zouden houden, precies zoals álle Walen op dit ogenblik dat doen. Dat is wat in Vlaanderen nu moet, nodig is, dat is een Vlaamse elite die, zelfs indien zij geen splitsing van België wenst, er toch in al haar daden rekening mee houdt. Om die reden ben ik dus tegen élke vorm van toegeving, in ruil voor het verkrijgen van een verdere staatshervorming. Dat vind ik dus niet verantwoord.
Er zal op het moment van de splitsing, als die ooit plaatsvindt, ik zeg wel áls, zal er nog genoeg onderhandeld moeten worden. Dus, laten wij in godsnaam niets prijsgeven nu, dat is gewoon een lichte vorm van landverraad, van Vlaams standpunt uit gezien. Dat dus wat de staatshervorming betreft.
Nu, wat Brussel-Halle-Vilvoorde betreft, volg ik dezelfde redenering, dus ook daar geen enkele toegeving doen. Ik ben het met Johan Vande Lanotte eens dat dit ook niet hoeft, want dit is een norm, die splitsing, die vastligt en die door het Constitutioneel Hof wordt opgedragen aan de Wetgevende en de Uitvoerende Macht, hetgeen betekent dat, als er verkiezingen plaatsvinden in het jaar elf, of vroeger, voor Kamer en Senaat, en Brussel-Halle-Vilvoorde is niét gesplitst, dan wordt dat een resem van processen, van alle Vlaamsgezinden. Die gaan zich inspannen om zoveel mogelijk processen aan te spannen totdat die ongeldigverklaring van die verkiezingen volgt.
En dan komt er het volgende: dan worden wij in de wereld weer eens voor schut gezet. Allez kom, de hoofdstad van Europa kan geen geldige verkiezingen organiseren, beeld u dat in!
Als je er van uitgaat dat de Franstaligen meer belang hebben bij het behoud van België, en bij de reputatie van België, dan de Vlamingen die op zichzelf kunnen bestaan, dan volgt daaruit dat het in het voordeel van de Franstaligen is dat Brussel-Halle-Vilvoorde gesplitst wordt. Ziet ge? En ik ben er van overtuigd dat zij dat ook weten. Ze proberen alleen van de gelegenheid gebruik te maken om van de Vlamingen van alles binnen te halen, te verkrijgen. Geef daar niet aan toe, en die splitsing komt er sowieso.

[JPR] ...wie in de geschiedenis van de Belgische staat toch een paar krachtlijnen kan zien, weet ook wel dat er één lijn duidelijker gemarkeerd is dan alle andere, namelijk die naar meer soevereiniteit voor Vlaanderen, met andere woorden: de centrifugale lijn.
(22'47") Dat weten de Franstaligen ook, dat wij dat zo opvatten als een stap naar de geleidelijke totstandkoming van een Vlaamse natie. Dat hoeft daarom geen volledige zelfstandigheid te zijn. Als ik spreek over Vlaamse natie, ben ik realistisch genoeg om daar niet de Vlaamse Republiek mee te bedoelen, maar wel een zeer verregaande vorm van confederalisme. Dat volstaat voor mij hoor, omdat een volledige zelfstandigheid, is in de huidige internationale context zeer moeilijk realiseerbaar. Wij gaan met enorme, enorme oppositie te maken krijgen in Europa en in de wereld. We gaan er alleen maar problemen mee krijgen.
Bovendien vraag ik mij af –dat is nog het ergste eigenlijk– vraag ik mij af of dat Vlaanderen op dit ogenblik over het politieke personeel beschikt om zoiets door te voeren, op een manier die een beetje presentabel is.
De Walen zijn tegen confederalisme omdat zij niet wensen op eigen benen te staan. Zij weten zeer goed dat confederalisme onder andere inhoudt dat er een transparantie komt in de bedragen die overgedragen worden van de ene deelstaat naar de andere. Dat kan niet anders. In, in Duitsland bijvoorbeeld, is dat klaar en duidelijk. Elke deelstaat weet, elke kiezer weet hoeveel zijn staat bijdraagt aan de heropbouw van het voormalige Oost-Duitsland. Het is algemeen geweten, de transparantie is volledig. Dus dat is eigen aan, aan dat soort systemen. Alleen bij ons bestaat er geen transparantie in de overdracht van middelen van de ene deelstaat naar de andere. Bij confederalisme is dat gedaan. Dan komt de transparantie, en dan beslist Vlaanderen, min of meer autonoom, over de bedragen die toegekend worden en de besteding ervan.
De voornaamste reden waarom ik nu op dit moment zwaar voorstander ben van tenminste een zeer gedegen confederalisme, indien geen zelfstandigheid, dat is dat in een confederaal systeem er geen dispuut meer bestaat over de grenzen, over de begrenzing. Dat is de voornaamste verworvenheid van het confederalisme. Het is natuurlijk ook de reden waarom de Franstaligen, die altijd op gebiedsuitbreiding uit zijn, er tegen zijn. Maar dat is waarom we confederalisme dringend, dringend nodig hebben. Dat is om definitief vastliggende grenzen te hebben. En dan wordt het veel minder belangrijk of er immigratie in Vlaanderen is vanuit Brussel, of niet, omdat er toch geen grenzen meer zullen verlegd worden.
De opinievorming, over wat er in België gebeurt, is volledig in handen van de francofonie. Daar moeten we ook van uitgaan, en het helpt niet –het is spijtig dat ik het moet zeggen– maar het helpt niet door in Vlaanderen een ambtenaar aan te stellen die zich moet bezighouden met het verbeteren van het imago van Vlaanderen. Daar is veel meer voor nodig dan dat. Ook daarvoor zou om te beginnen Vlaanderen in een confederaal bestel een grotere zelfstandigheid moeten genieten, want de vorming van de wereldopinie is volledig, ik zeg wel volledig in handen van de francofonie. De enige krant die door de meetellende en meesprekende buitenlanders in Brussel –perscorrespondenten enzovoort– gelezen wordt, is Le Soir. Ik heb Le Soir nu al zoveel jaren gevolgd, en vooral sinds de verkiezingen van 2007. Ik zeg soms: .als je Vlaanderen wilt zo rap mogelijk onafhankelijk maken, geef dan de Vlaamse bevolking die Frans kent een abonnement op Le Soir cadeau, en je zult het halen.

(28'46") Het is de historische fout geweest van …een zeker gedeelte van de Vlaamse Beweging, en van de partijen die konden als Vlaamsgezind, heu, doorgingen, om van Brussel een derde gewest te maken. Dat was op het moment dat het gebeurd is zelfs hoegenaamd niet nodig. Men had al de hervormingen die toen plaatsgevonden hebben, gemakkelijk kunnen realiseren zonder, heu, van Brussel een derde gewest te maken. Dat is een Vlaamse toegeving geweest die men nooit had mogen doen.
Helaas het is gebeurd, en omdat het gebeurd is moeten we er rekening mee houden. We moeten van de realiteit uitgaan. En die realiteit betekent dus dat Brussel in ieder geval een partner wordt in welke vorm van beslissingen ook, over confederalisme enzovoort. Daar is niets aan te doen.
Waar ik het niet mee eens ben, dat is dat Vlaanderen zijn toekomst moet laten bepalen door de vrees Brussel te verliezen, want Brussel verliezen, die theorie steunt op de veronderstelling dat wij nu Brussel zouden hébben, en dat is gewoon de waarheid niet. De Vlaamse aanwezigheid in Brussel is sterk aan het verminderen, in alle opzichten. Om te beginnen getalsmatig. Ik zal een kleine voorspelling doen: .men zal de avond, of des anderendaags, na de verkiezingen van 7 juni van dit jaar, zal men in Vlaanderen schrikken van de achteruitgang van de stemmenaantal van de Vlaamse partijen in Brussel.
Ze zullen evenveel zetels houden, want dat zetelaantal ligt vast. Dat is een, trouwens een psychologisch zéér nadelig element weer. Doordat hun zetelaantal vastligt, doen ze er eigenlijk niets niet meer voor. Dat is, ze zijn toch verkozen! Wat zouden ze nog doen voor de Vlamingen in Brussel? Dat is ontzettend nadelig.
Als ze ons een vuile streek hadden willen lappen, de Franstaligen, dan hadden ze ons die zetels moeten geven. Ik vraag me trouwens af of het niet zo bedoeld is geweest, want het vast zetelaantal is om ...psychologisch totaal verkeerd. Daardoor wordt een illusie geschapen van deelname aan de macht, terwijl die daar in feite niet is. En bovenal komt daardoor de waarde, de democratische waarde laten we zeggen, van het aantal stemmen niet meer tot uiting. Of er nu meer, of minder Vlamingen in Brussel zijn: het blijft allemaal net hetzelfde, hé, voor de politiek. En dat is waar de politiek rekening mee houdt, en dus zeer nadelig.
Wij moeten geen rekening houden met Brussel voor de eventuele Vlaamse zelfstandigheid, zij het beperkte zelfstandigheid in confederalisme, of volledige zelfstandigheid. Vlaanderen heeft Brussel niet nodig. Dat is een grove leugen van te doen alsof het anders zou zijn. Ik en er zelfs van overtuigd geworden, want ik was vroeger een andere mening toegedaan, daar kom ik graag voor uit, ik ben er van overtuigd geworden dat Vlaanderen beter af is zonder Brussel.
De Vlaamse aanwezigheid in Brussel ...dat is architectuur hè, dat is prachtig natuurlijk, maar dat is alles, dat zijn stenen hè! Sinds men Brussel als derde gewest aanvaard heeft, moet men met de realiteit rekening houden, dat daar weinig aan te doen is. Ik geloof niet in een zogenaamde herovering van Brussel door Vlaanderen of iets ...dat, dat bestaat niet.
En Brussel laten aansluiten bij Wallonië, dat kan mij eigenlijk geen barst schelen. Laat ze doen, want kijk eens even: dat zijn twee failliete staten die samengaan. Wat is het resultaat van een failliete staat die, die een andere failliete staat overneemt? Dat is een dubbel failliete staat. Maakt geen enkel verschil uit.
Eventueel kan Vlaanderen verkrijgen dat in Brussel een gemeenschapsbeleid behouden blijft, maar afgezien van Brussel lijkt mij de evidentie dat, in een confederaal bestel, gemeenschappen ophouden te bestaan, omdat de grenzen veel vaster liggen dan in de huidige context. Zodra de grenzen vastliggen ...het kan bijna niet anders dat grensoverschrijdende gemeenschappen en zo, dat is bijna uitgesloten.

(34'24") Wat betekent Brussel nog als België verwasemt, dat betekent dus: .nog bestaat, maar nog maar over enkele ministeries beschikt? Wat betekent Brussel nog als Vlaanderen, het officiële Vlaanderen, uit Brussel wegtrekt? Wat betekent Brussel nog als, ten gevolge daarvan, Europa uit Brussel wegtrekt?
Want ik zou toch eens eventjes aan iets anders willen herinneren. Men zit altijd bezig over Brussel dat Europa herbergt hé, maar vorige week heeft The Economist voorspeld dat als de crisis nog lang duurt, Europa eraan gaat, de Europese Unie instort. De Financial Times heeft al dagenlang hetzelfde thema behandeld. Dus, pas op met dat Brussel is gelijk aan Europa. Dat staat absoluut niet vast. Houd daar goed rekening me alstublieft.
Europa, dat wordt beschouwd, de Europese Unie wordt beschouwd als iets dat niet meer kan veranderen. Dat dus nu, euh, nu voor eeuwig bestaat, laten we het zo zeggen. Maar dat is absoluut de waarheid niet. Europa is niét tegen een langdurige crisis bestand. Dat wordt door de financiële pers op dit ogenblik aanvaard. Als een gegeven, als een gegeven aanvaard.
Altijd toch niet zoveel rekening houden met Brussel als men altijd doet! Want beeld u eens in dat Brussel Europa verliest, wat blijft er nog over, zeg mij eens, hé? Waar, waar staat Brussel? Dan wordt het helemaal niks anders meer dan de islamitische hoofdstad van Europa hé, en niks anders meer. Houd er mee op met soms zó bezig te zijn met Brussel. Houd rekening met de objectieve factoren in de wereld, en stel dan vast: de Europese roeping zogezegd van Brussel, dat is een windei.
Vlaanderen kan zich gemakkelijk uit Brussel terugtrekken zonder het minste verlies te lijden. België kan verwasemen, wat blijft er over van Brussel? Denk daar eens aan.
Dus wat, wat, wat is die Brusselse autonomie? dat Brusselse derde gewest? Wat is dat in een verder verwijderde toekomst? In dat perspectief, wat is dat nog waard? Dus gun Brussel zijn derde gewest, we kunnen er toch niks meer aan doen.
Maar dat is geen toekomst hoor, voor Brussel. Brussel kan niet op zichzelf bestaan. Ja, dus zal Brussel willen uitbreiden, zal een poging doen, maar nu is het aan de Vlamingen om te zeggen njèt, hé, in geen geval.
Ik zou iets verder nog willen gaan. Ook de toekomst van de Brusselse Vlamingen, ook die, de toekomst van de Brusselse Vlamingen, zit niet in het handhaven van de huidige situatie, maar zit in een zo ver mogelijk doorgedreven Vlaamse autonomie, dus confederalisme, omdat dan de macht van Brussel automatisch vermindert, en Vlaanderen zijn voorwaarden kan opleggen. Laten we zeer optimistisch zijn, en aannemen dat in die omstandigheden Vlaanderen over een ietwat daadkrachtige regering beschikt, hé. Ik ben zeer optimistisch: in dat geval kan Vlaanderen werkelijk, ik zal niet zeggen volledig zijn wil opleggen aan Brussel, dat is ook niet nodig, maar zeker voldoende waarborgen krijgen voor de bescherming van de Brusselse Vlamingen. Veel beter dan nu. De Brusselse Vlamingen krijgen meer mogelijkheid om beschermd te worden, daadwerkelijk beschermd te worden door een Vlaamse regering en een Vlaamse natie die zelfstandig zijn, dan in de huidige situatie, met hun groteske vertegenwoordiging in het parlement, en die toch niks te zeggen hebben.
Laat de Brusselse Vlamingen al hun privileges opgeven, maar, daar gaat het om, laat Vlaanderen zelfstandig zijn, in grote mate van zelfstandigheid, en de Brusselse Vlamingen zijn gered.
De Franstaligen, lees hun kranten alstublieft, ik smeek, Vlamingen: lees Franstalige kranten. Ge zult dan goed merken waar ze naartoe gaan. Ze bereiden alles voor op de scheiding. Ze bereiden zich volledig voor. Weet ge dat er het laatste half jaar, in het Frans, vijf boeken en brochures verschenen zijn, vijf hé, die handelen over dat onderwerp. En die gaan uit hé, van, van mensen met een zekere allure, niet van extremisten, hoegenaamd niet, een Fralon enzovoort, die iets te zeggen hebben.
Dus, ze zijn daar volop mee bezig. Vlaanderen niet. En dat is juist wat nu zeer gevaarlijk aan het worden is. Dat is: de uitgangspunten zijn te verschillend. Vlaanderen is bezig met kleine probleempjes zoals splitsing van een arrondissement en zo, relatief klein probleem, maar de Franstaligen zijn bezig met het grote probleem, de toekomst. Daar zijn die mee bezig.
En dat verschil dreigt ons zuur op te breken. Dat verschil in benadering. Omdat daardoor de Vlamingen geneigd gaan zijn, zaken toe te geven die dan straks, als de serieuze discussie plaatsvindt, als verworven zullen beschouwd worden door de Franstaligen. En in ruil voor wat? Kijk, in het kader van verdergaand confederalisme met vaste grenzen, is Brussel-Halle-Vilvoorde sowieso gesplitst, hé. We moeten daar toch nu niks voor toegeven, begrijpt u? Want dat wordt in ieder geval gesplitst, dat kan niet anders. Ge kunt geen confederalisme hebben als de grenzen niet vastliggen. Dat gaat niet.
Dat kan binnen België, zo’n arrondissement, maar dat kan niet in confederalisme. Dus die splitsing komt er altijd. Dat is onvermijdelijk.


.
P.S. (ik typ zijn colofon over)

JOURNAAL
Veertiendaags opinieblad
Verantw. uitgever
(tevens korrespondentie-adres)
Mark Grammens
Stationsstraat 200
1770 Liedekerke
tel. 0477/62.92.01
fax. 053/68.08.27

Losse nummers zijn niet te verkrijgen.
JOURNAAL wordt uitsluitend bezorgd
op abonnementsbasis.

Abonnementsprijs : € 89 per jaar
(23 afleveringen)

te storten op een van de volgende
rekeningen:
000-1450583-45
430-0372691-08
779-5936298-29

3 oktober 2023

Welgekomen stoorzenders


Na het omslaan van de laatste bladzijde van een boek beslist de lezer zelf zelden of nooit wat zijn volgende boek zal zijn – velen zullen dit merkwaardige fenomeen herkennen. Er zijn Latijnse traktaten geschreven over de vrije wil en over de ontkenning ervan, de predestinatie, en wellicht geven die werken bescheid maar de stamina om ze te lezen ontbraken me steeds weer. 

Van het ene boek komt het andere, dat weten we, maar er kunnen ook andere mechanismen in het spel zijn: soms speelt die kwestie van de al dan niet vrije wil helemaal geen rol, en word je door anderen zedelijk verplicht om een boek of een auteur te lezen.

Zo maande Jean-Pierre Rondas – een man met enig gezag – me tot de lectuur van Houellebecq, terwijl ik mij met plezier in Alexandre Dumas met zijn Musketiers aan het verdiepen was (volgens mijn principe dat een auteur een eeuw of twee-drie onder de zoden moet liggen voor ik hem lees).
Gehoorzaam las ik dus Houellebecq, en na vier boeken moet ik Rondas gelijk geven.

Bij deze onderneming werd ik trouwens stevig geholpen door een lezeres van victacausa, die met verbazing had gezien dat ik mijn eerste Houellebecq nog ter hand moest nemen. Prompt stuurde ze mij vier van zijn boeken! Ik stelde bedremmeld voor om dan minstens de portkosten voor mijn rekening te nemen, maar de lieftallige weldoenster wees dit af.

Nu dacht ik me in alle rust weer aan Dumas te kunnen wijden, maar toen kwam Benno Barnard – een man met enig gezag – de rust weer verstoren. Hij wees me op een auteur van wie ik nog nooit had gehoord: Anna Maria van Schurman, een Nederlandse tijdgenote van de Franse femmes savantes, uit de Gouden Eeuw. Haar geschrift inspireerde Mary Wollstonecraft en het echte feminisme, waar wij nu alleen nog een karikatuur van kennen.
Gelukkig is haar korte traktaat vertaald – uit het Latijn, en wel zeer levendig – en dus moet Dumas helaas weer een plaatsje opschuiven.

Anna Maria van Schurman
Verhandeling over de aanleg van vrouwen voor de wetenschap
Vertaling Renée ter Haar
Dissertatio de ingenii muliebris ad doctrinam & meliores litteras aptitudine
(Elsevier, Leiden 1641)
Inleiding Angela Roothaan
Samenstelling Jacob Bouwman
Uitgeverij Noordboek, Gorredijk, 2021

20 maart 2013

Reynebeau en het inpikken van andermans termen


Tot grote voldoening van de twitterende Noël Slangen schreef Marc Reynebeau vandaag in De Standaard:
"In diezelfde lijn zocht de N-VA andere, verhullende woorden voor haar separatisme. Opdat ze onschadelijk zouden ogen, kaapte ze die bij haar politieke opponenten."
Dat is mogelijk, ik wil dat niet ontkennen, maar over het kapen van andermans termen zou Reynebeau toch beter zijn mond houden.

Zoals ik hier eerder al aantoonde –maar voor hem onvoldoende duidelijk– is hijzelf een meesterdief. En de man gelooft ook dat door de herhaling van een leugen, deze op den duur waarheid wordt.
Dat laatste klopt, en zo komt het bijvoorbeeld dat de meeste journalisten nu braaf geloven dat Reynebeau de uitvinder is van het begrip lasagne-identiteit.
Tenslotte pronkt hij overal met dat begrip en dus moet het wel waar zijn. Zo werken journalisten eenmaal: op gezag. Feiten moeten zichzelf maar zien te redden.
En omdat het gedrukte woord voor Reynebeau kennelijk niet volstaat, geef ik hieronder een geluidsbestandje, een fragment uit een lang gesprek dat Jean-Pierre Rondas had met Matthias Storme, de achtentwintigste december van het jaar tweeduizend en vier. In januari tweeduizend en vijf ging dat fragment “op antenne” zoals men zegt, en een paar weken daarna vond Marc Reynebeau het warm water opnieuw uit, en sindsdien noemt hij zich steevast “de tevreden uitvinder van het begrip lasagne-identiteit.”



Storme: Ik geloof niet in het Verfassungspatriotismus in de ontklede zin van het woord die sommigen daaraan geven. Er is een bepaalde interpretatie van Verfassungspatriotismus [Kan mooi zijn hé!] die natuurlijk correct is. Maar ik bedoel: sommige mensen gebruiken het woord 'verfassungspatriotisme', om eigenlijk het woord patriotisme uit te schakelen.
In de zin van: het enige dat telt, is dat de wetgeving voor iedereen dezelfde is, en dat je de wetten respecteert [Voor wie hier woont], en voor het overige heeft het geen enkel belang of de personen die aan die wetten onderworpen zijn nog iets gemeenschappelijks hebben, of daar ook een socio-culturele homogeniteit is.
Er is geen noodzaak om, tot op zekere hoogte dezelfde taal te spreken, letterlijk of/en figuurlijk, en dergelijke meer.
Ik ben ervan overtuigd dat dit niet functioneert. Al je nog een klein beetje geloof hecht aan de noodzaak van een polis, welvaartsstaat, sociale zekerheid, draagvlak voor fiscaliteit –een territoriale gemeenschap in de moderne betekenis van het woord– dan moet je die gemeenschap structureren op basis van niveaus en grenzen die beantwoorden aan een voldoende socio-culturele homogeniteit.
Nu, die homogeniteit is natuurlijk gelaagd. Ik heb van mijzelf ooit gezegd: ik ben lasagne-nationalist. Want ik weet natuurlijk dat mijn identiteit zich niet op één niveau bevindt. Dat mijn identiteit zowel Europees, als Vlaams, als Gents, en zelfs ook een beetje Belgisch is. Ik ga dat natuurlijk niet ontkennen, dat is evident.
De vraag is: welke politieke conclusies moet je daaruit trekken? Het subsidiariteitsbeginsel beantwoordt aan die lasagna. Je legt bevoegdheden en macht, en beslissingsbevoegdheden leg je op verschillende niveaus, of kan je op verschillende niveaus leggen.
En vanuit dat oogpunt, heeft inderdaad België nauwelijks nog een meerwaarde.
______

En omdat hij zo actueel is, zowel wat België als wat de EU betreft, en hij het ook over identiteit en homogeniteit heeft, wil ik graag Aristoteles zelf er even bij halen: 
"Immigratie is, bij gebreke aan etnische overeenstemming, een factor van burgeroorlog zolang de burgers er niet toe zijn gekomen om met één adem te ademen. Zoals evenmin een stad door een toevallige verzameling mensen tot stand komt, of op een willekeurig moment: daarom ook dat bij hen die tot nog toe vreemdelingen hebben aanvaard om samen met hen een stad op te richten, of om ze in de bestaande stad te integreren, de meesten burgeroorlogen hebben gekend."
στασιωτικὸν δὲ καὶ τὸ μὴ ὁμόφυλον, ἕως ἂν συμπνεύσῃ: ὥσπερ γὰρ οὐδ᾽ ἐκ τοῦ τυχόντος πλήθους πόλις γίγνεται, οὕτως οὐδ᾽ ἐν τῷ τυχόντι χρόνῳ: διὸ ὅσοι ἤδη συνοίκους ἐδέξαντο ἢ ἐποίκους, οἱ πλεῖστοι διεστασίασαν
«Πολιτικά», 1303a, 25-28
Op het web vindt men vele vertalingen, die onderling nogal verschillen, bv.: La diversité d'origine peut aussi produire des révolutions jusqu'à ce que le mélange des races soit complet; car l'État ne peut pas plus se former du premier peuple venu, qu'il ne se forme dans une circonstance quelconque. Le plus souvent, ces changements politiques ont été causés par l'admission au droit de cité d'étrangers domiciliés dès longtemps, ou nouveaux arrivants.

Loeb geeft (p. 386-7): Also difference of race is a cause of faction, until harmony of spirit is reached; for just as any chance multitude of people does not form a state, so a state is not formed in any chance period of time. Hence most of the states that have hitherto admitted joint settlers or additional settlers have split into factions.

16 mei 2007

Eerst opzoeken wat "dawa" betekent !

.
Gisteren in Brussel, in het Nederlands-Vlaams Huis deBuren, was er een gesprek tussen de Nederlandse arabist en koranvertaler Hans Jansen, en Omar Luc van den Broeck van de moslimexecutieve. Onderwerp was het tweedelige werk van Jansen: “De historische Mohammed” (Arbeiderspers).

Aan de hand van de oudste verhalen die bij de mohammedanen zelf altijd gemeengoed zijn geweest, vertelt Jansen het weinige dat daaruit met enige zekerheid te puren valt, en geeft hij een overzicht van de vele tegenstrijdigheden die een nuchtere westerse blik ontwaart. Het eerste deel, “De Mekkaanse verhalen” verscheen twee jaar terug, en nu enkele maanden geleden ook het tweede deel: “De verhalen uit Medina”. Samen zowat vijfhonderd uiterst leesbare en vaak grappige bladzijden.

Moderator bij het gesprek was Tarik Fraihi van de SP-a. Helaas, de delicate taak van moderator was voor Fraihi te hoog gegrepen. Gediplomeerd filosoof is hij al, zoals hij ons ietwat overbodig twee keer meedeelde ...maar moderator nog niet, zoals het publiek kon vaststellen. Hij had weliswaar weinig tijd gehad om het boek van Jansen te lezen, dat liet hij ook twee-drie keer weten, en bijgevolg wist hij geen enkel thema aan te brengen en moest het gesprek maar wat aanmodderen. Een opmerking achteraf uit de zaal was dat de avond een rommelig verloop had gekend. Merendeels Nederlands publiek en dan krijg je zulke opmerkingen.
Een rommelig gesprek samenvatten is welhaast zo ondoenbaar als een rij willekeurige getallen samenvatten, maar ik zal toch even de sfeer scheppen.
Jansen steunt zich in zijn boek voornamelijk op de hagio-biografie die zekere Ibn Ishāk, .“de zoon van Isaac”.(704-767), .schreef ruim een eeuw na de veronderstelde [dat zeg ik, niet Jansen] Mohammed. Een vroeger getuigenis is niet voorhanden en noodgedwongen begint Jansen dus met deze late Ibn Ishāk.
Hans Jansen had, bij het begin van wat een gesprek had moeten worden, een kleine filologische bedenking rond de naam Mohammed, zei ook iets over het gebruik van accenten in het Arabisch, die zo hun consequenties hebben als je bepaalde woorden wenst te begrijpen. Want islam betekent vrede had van den Broeck, zijn publiek lichtjes onderschattend eerst geprobeerd, maar langzamerhand weet iedereen ook wel zónder accenten dat islam voorafgaand onderwerping betekent. Meteen leek Omar (die net als de moderator twee of drie keer beklemtoonde dat hij weinig tijd had gehad om het boek van Jansen te lezen; vijfhonderd bladzijden is ook een hele turf om op twee maand te lezen) ...meteen leek Omar enige moeite te ondervinden. Hij voelde zich in nauwe schoentjes scheen het mij toe, zat direct een beetje in een slachtofferrol.

Hij deed daarom een noodgreep, en koos boudweg voor de oplossing om die hele Ibn Ishāk maar tussen grote aanhalingstekens te plaatsen. Jansen deelde hem nog minzaam mee dat hij op die manier een wat aparte positie innam, want dat binnen de mohammedaanse wereld Ibn Ishāk een onbetwist gezag genoot. (Iets als hun Aristoteles begreep ik, of toch een soort verlate evangelist.) Maar nee, het was de koran die telde, en wat kroniekschrijvers zegden was voor van den Broeck ondergeschikt.
De zaal leek deze kwestie interessant te vinden, maar het mocht niet zijn – ik raad de toehoorders aan, mocht iemand van hen dit lezen, om te luisteren naar de Klara-podcast “Rondas” van 11 maart met Jansen, als die er nog is; daar viel meer te rapen – want onze moderator gisteren leek de kwestie niet zo goed te kunnen volgen, en besloot dat "het allemaal te technisch werd" ...voor het aanwezige publiek.
Hij verlegde het accent dus, en begon zelf iets te vertellen over de geschiedenis van Marokko. Een onderwerp dat hij goed beheerste verzekerde hij ...maar dat spijtig genoeg hier niet te pas kwam. Over andere streken in de Arabische wereld moest je hem overigens niets vragen, bekende ongevraagd onze wetenschapper nog. Toch verontschuldigde hij zich daarna, dat hij even uit zijn rol van moderator was gevallen, maar hij nam die dadelijk weer op. De aandacht was ondertussen verschoven, weg van een vervelend wetenschappelijk punt. Ugly facts altijd...
Andalouzië dan maar, waar de verdraagzaamheid van de islam zo groot was in de bloeiperiode. Hier had van den Broeck de literatuur van de laatste dertig jaar niet onder de knie (iets waar hij zich niet voor hoeft te schamen, en waar hij zeker niet alleen mee staat. Dhimmi Lucas Catherine bv. vertelt onvermoeibaar dezelfde fabeltjes, en wordt hier en daar nog geloofd ook).
Even ging het ook over de koran zelf, en over antisemitisme. Jansen merkte op, alweer noodgedwongen, dat er in het heilige boek drie keer staat dat joden apen en zwijnen zijn [voor geïnteresseerden: 5:60, 2:65, 7:166], maar dat er anderzijds in de Bijbel óók onaardige zaken staan, en dat het, wat hem betrof, er vooral toch op aankwam wat gelovigen met dat soort uitspraken vandaag aanvingen. Of ze die nu nog geloven bijvoorbeeld, of er consequenties uithalen en er naar leven.
Hierop kwam geen antwoord, behalve dat van den Broeck vond dat Mohammed juist bijzonder grote eerbied voor de joden en hun profeten had, en meteen begon hij over iets anders ...Auschwitz natuurlijk! . Enzovoortenzoverder.
Om kort te gaan: een gesprek was er niet.
Dat wist ik natuurlijk op voorhand. Met mohammedanen is een redelijk gesprek, met woord en wederwoord, zo goed als uitgesloten zodra hun islam ter sprake komt. Zoals eenieder weet die het zelf al eens probeerde: dawa is dan nog het enige dat uit hun mond komt.
Met een moslimmoderator erbij, dacht ik, zou het misschien anders verlopen? daarom ging ik toch luisteren.
En terecht bleek, want achteraf vroeg ik aan de auteur om zijn boek te signeren, en hij schreef: Voor Marc, had een vrolijk avondje, Hans Jansen. Het was inderdaad een waar genoegen om tot besluit van deze avond enkele redelijke en vrolijke woorden te wisselen met deze geleerde man, onder het genot van een goed glas wijn, ons aangeboden door deBuren.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html