16 januari 2011

Édition spéciale

.
 Deftige tijdschriften of periodieken die gelanceerd worden, hebben altijd eerst een zogenaamd nulnummer, een nummer dat niet op de markt komt maar dat wel helemaal eruitziet zoals in het vervolg het er zal uitzien. Maar, omnis comparatio claudicat zou Bart De Wever zeggen want bij het radioprogramma Rondas is dat niet zo gegaan. Van een nulnummer Rondas heeft niemand ooit weet gehad.
Ter compensatie staat hieronder wel een Extra-nummer,
in twee afleveringen omdat het te dik was voor één bestand, en ik dank Jean-Pierre voor de bijzondere eer om zijn
n+1-nummer hier te mogen publiceren.


 Want gisteren, in het Paleis voor Schone Kunsten, vulgo of boosaardig soms BOZAR geheten, had ter gelegenheid van de Klara-dag Jean-Pierre Rondas een gesprek met Bart De Wever. In een kleine zaal, in een te kleine zaal. De technici van Klara hebben gelukkig een paar ingrepen kunnen doen, extra-luidsprekers geplaatst &c. ...voor al het volk dat nog buiten stond. Daardoor zijn bij hun opname de allereerste woorden van Jean-Pierre weggevallen. Geen nood, want na zijn eerste woorden volgen er naar gewoonte nog veel woorden, en wat u zult horen is ook geen journalistiek interview, maar een gesprek tussen twee mensen die ...het ergens over hebben:





Omdat MacOS blijkbaar moeite heeft met bovenstaande spelers, hierbij een alternatief: deel één, deel twee.
.

15 januari 2011

He dares not speak his name


Ter verantwoording: dit is het enige blog dat ik ooit weer verwijderd heb op victacausa, nà publicatie. Er was de overweging, die ik vaak moest horen (ook van mensen die daarna van mening veranderd zijn), dat je een collega niet kunt aanvallen op de manier dat ik het deed, en er was, dat wil ik toch zeggen, niet eens zware hiërarchische druk op mij om het te doen.
Wél was er toen veel te doen om de gevaren waar ik onze jonge anonieme journalist aan blootstelde, die immers eigenhandig en zonder enige vrees het verfoeilijke fascisme te lijf was gegaan (tenzij dan, dat wél de identiteit van zijn slachtoffer gewoon op het scherm te lezen was, maar hijzelf intussen anoniem bleef, een anonimiteit die hij ook schandelijk volhield in een brief aan De Standaard, waarin hij schreef: Mijn naam vind ik in het hele verhaal niet relevant. ...ook voor de Kwaliteitstabloid geen probleem om zich te lenen voor zulke zaakjes.)
Maar nu, na het tweede avontuur van onze Robin, geloof ik dat mijn waarschuwing van 2009 ...misschien toch niet geheel onterecht was? Alleen de laatste zin was, zoals men zegt, er wat óver.
Wat hieronder staat is de onveranderde tekst van 2009, inclusief de reacties.
Inderdaad, een blogger heeft geen andere mogelijkheid dan de Waarheid. Ook al bezat hijzelf geen enkel persoonlijk eergevoel: een blogger kan geen kogelgeluidjes, laat staan komma's toevoegen, want in cache blijft alles toch immer en voor altijd zichtbaar.
o-o-o-o-o
.
Ik vertel niets nieuws, als ik zeg dat in de nabijheid van luidsprekers of tv-toestellen, een magnetisch kompas geen betrouwbare indicaties laat lezen. Het ding raakt als het ware in de war. Minder bekend is dat ook het morele kompas (waar Immanuel Kant zo enthousiast over was) soms eenzelfde gevoeligheid kan vertonen.

Vorige week, lees ik in de krant, was er op tv een reportage die veel stof heeft doen opwaaien. Er moet zich daarbij een deontologisch vraagstuk hebben voorgedaan. Het werkstuk zelf heb ik niet gezien, want ik kijk al lang geen tv meer, omdat het leven te kort is.

Maar de reportage werd blijkbaar gedraaid met gebruikmaking van valse voorwendsels, met een verborgen camera, en wél in de huiskamer van een privépersoon. .Zoiets kan, heel soms, onder bepaalde en zeer strikte voorwaarden gerechtvaardigd zijn. Maar als ik de berichten daarover lees in de krant, dan waren die voorwaarden in dit geval niet aanwezig.
Ook op blogs wordt misprijzend gereageerd. Bij Frank Albers lees ik bijvoorbeeld:

[…] er zal toch een man voor je deur staan die zegt dat hij een kinderdagverblijf zoekt voor zijn dochter, en die later een reporter blijkt te zijn. Filmt stiekem je lelijke woonkamer, neemt je achterlijke praatjes op en toont dat de volgende dag allemaal op de televisie aan de bevolking. Je bent belazerd, in een val gelokt, in een hinderlaag gelopen. Zo zien wij dat niet natuurlijk. Wij noemen dit undercoverjournalistiek. Niet netjes, maar soms onvermijdelijk.
Mag alleen, zei de Raad voor de Journalistiek twee jaar geleden, als “de informatie, die de journalist op die manier hoopt te verkrijgen, een grote maatschappelijke relevantie heeft, zoals het geval is bij ernstige misstanden of schending van mensenrechten.” (Er zijn nog drie andere voorwaarden.)
Toonde de reportage “ernstige misstanden of schending van mensenrechten” aan? No way. Uit niets bleek dat de bruine ideeën van het kieken haar werk als onthaalmoeder beïnvloeden.
[…]

Sterker nog vind ik, dat de dappere undercover man vandaag een anonieme verantwoording mag geven in de Kwaliteitstabloid. Ja, met naam en toenaam een briefje ondertekenen doen niet àlle journalisten.

En wat Robin Ramaekers, want zo heet die jongen, in zijn briefje presteert, grenst aan het ongelooflijke. Hijzelf wil anoniem blijven, heeft daar goede redenen voor, ach, ach …en hij heeft ook de anonimiteit van zijn slachtoffer gerespecteerd, beweert Robin in ernst.
Terwijl zelfs ik, die zijn laffe reportage niet heb gezien, nu weet waar ik de betreffende vrouw kan vinden.

Zoiets heet, in een gezonde journalistieke omgeving: ontslag!
.

11 januari 2011

In plaats van dat doorzichtige gedaas over "onrustige financiële markten".



Regeringscrisis in Brussel


Een land dat niet meer bestaat heeft ook geen regering meer nodig. Wordt op die manier het stuk politiek theater tussen Walen en Vlamingen een voorbeeld waar Europa voor de toekomst uit kan leren?

Van Dirk Schümer, Wenen, 10 januari.

Al meer dan tweehonderd dagen zijn de Belgische politici vergeefs naar een nieuwe regering op zoek. Kan het land ook zonder centrale regering? Is een machtsvacuüm, midden in de financiële en eurocrisis, uitgerekend in Brussel, zomaar losjes verteerbaar? Of springt misschien de monarchie kordaat in de bres? Niets daarvan.
De vervelende situatie dat men in onderling overleg tot een gezamenlijk standpunt moest komen, over de bevoegdheden van de federale staat en de Vlaamse of Waalse landshelften, is ook door de gewiekste compromissenmakers vandaag niet meer te op te lossen. De totale blokkade, die al vaker dreigde, is er nu. Niet enkel grondwetsspecialisten, ook gestaalde Belgische burgers stellen openlijk de vraag waarom een maatschappij nog een stembusgang organiseert, als de gekozenen daar geen werkbare regering mee kunnen vormen.


Tijd voor een democratisch partijtje worstelen
Op de webpagina’s van Belgische kranten zijn bij wijze van uitzondering de Vlaamse en Waalse briefschrijvers het eens: men weet helemaal niet meer waarover men het heeft. “Altijd dezelfde tekst in een eindeloze lus” klaagt een vlijtige, politiek geïnteresseerde lezer van de Franstalige “Le Soir”. In het ter plaatse trappelend ballet van wisselende en toch weer gelijke “informateurs”, “formateurs”, “bemiddelaars”, “verduidelijkers”, die in opdracht van een machteloze koning hun werk doen, wordt de politiek een nachtmerrie vol déjà vu’s.
Het brute kiessysteem uit “Asterix in Corsica” lijkt intussen wel een gegeerde utopie voor vele Belgen. Op het stripeiland in de Middellandse Zee gooit men de stembriefjes in een urne, vervolgens breekt er een knokpartij uit, en de sterkste wordt stamhoofd. Zo’n democratische knokpartij zal er wel nodig zijn, wil de hartenwens van laatste vrijdag, van het Verbond van Vlaamse Ondernemers nog in vervulling gaan: een sterke regering, met een staatshervorming als opdracht, om zo economische slagkracht te garanderen, een begroting in evenwicht te maken, en federale oplossingen te bieden voor de toekomst van de arbeidsmarkt, de werkloosheidsuitkeringen en rentelasten.
Deze vrome wens zal bij veel Belgen enkel op cynisch gelach onthaald worden wellicht. Want de innerlijk verdeelde politieke elite van het land is van dat alles zo ver verwijderd, dat er al sedert lang openlijk wordt beraadslaagd over een definitieve scheiding van de twee landsgedeelten. Bart De Wever –met zijn conservatief-gematigde “Nieuwe-Vlaamse Alliantie” (N VA) triomfantelijke winnaar van de verkiezingen van de eindeloos lang geleden 13de juni 2010– gaf in interviews de leus ten beste: “Laten we dit België rustig verdampen”. Precies wat aan de gang is.
Een omhulsel, opgesmukt met koninklijke franje
Terwijl de buren zich de ogen uitwrijven bevalt het vooruitzicht op twee nieuwe naties midden in Europa steeds meer vergramde burgers. Maar heeft de historicus De Wever geen gelijk, als hij de Belgische staat, honderd tachtig jaar na zijn stichting voor mislukt verklaart, omdat de kleine helft der van huis uit Franstaligen zich mordicus niet wil afgeven met de Vlaamse meerderheid? Heeft een staat, waarin het Franstalige bevolkingsdeel zich een reusachtig alimentatiegeld laat welgevallen van de Nederlandstaligen, maar intussen wel hun cultuur en geschiedenis ostentatief negeert, niet zijn voortbestaan verspeeld? En, afgezien van zijn symbolen, bestaat dit België nog wel echt?
Wel bekeken draait heel deze touwtrekkerij van de politici sinds de juniverkiezingen om een scheiding in goed overleg: welke bevoegdheden over arbeidsmarkt, justitie, sociale voorzorg, et cetera kunnen van het federale aan de beide landsdelen overgedragen worden? Na decennia van alsmaar in elkaar geknutselde supercompromissen, komt aan het licht dat van de Belgische staat nog enkel een koninklijk opgesmukt omhulsel overschiet, en de zwaar betoelaagde tweetalige hoofdstad Brussel.
Hoe men er überhaupt moet in slagen om de hoofdstad van Europa –geklemd tussen Wallonië en Vlaanderen, historisch Nederlandstalig en tegenwoordig in hoge mate Franssprekend– nog te besturen, verkeerstechnisch, wat het onderwijs betreft, planologisch – daarover gaan de ingewikkeldste passages van de diverse compromisteksten, die allemaal samen gestrand zijn op de privilegies van Franssprekende gemeenten in Vlaams-Brabant.
Kafkaiaans proza voor een zwak compromis
Hier een uittreksel uit een dergelijk falend compromis, met betrekking op de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde: “Om tegemoet te komen aan de Franstalige wens, die voor de bewoners van de zes randgemeenten het recht wil behouden om bij verkiezingen voor Kamer, Senaat en Europarlement hun stem te kunnen uitbrengen op tweetalige Brusselse lijsten, kan in deze gemeenten, bij zulke verkiezingen, de kiezers de mogelijkheid geboden worden te stemmen, ofwel voor de lijsten van de kieskring Vlaams-Brabant, ofwel voor de Brusselse lijsten. In dit laatste district wordt de mogelijkheid geschapen, om in elke taalgroep lijstverbindingen aan te gaan.”
Bij dit kafkaiaanse proza klinkt het als een grap dat de vitale metropool van een meertalige, multiculturele economische ruimte, die van Lapland tot de Kanarische Eilanden gaat, van Ierland tot de Donaudelta, door zulke prullaria op de klippen zou lopen. Hoe moeten we Europa als systeem van meertaligheid en culturele openheid begrijpen, als aan de grens van zijn hoofdstad een militante francofonie een ideologisch aureool krijgt? En hoe moeten dan Cyprioten en Turken, Ieren en Britten, Catalanen en Castilianen, Zuid-Tirolers en Italianen, Hongaren en Slowaken, Letten en Russen het ooit eens raken, als de Belgen na bijna tweehonderd jaar het project van de diversiteit in alle stilte begraven?
En toch kun je de politici, de Vlaamse nationalisten noch de Waalse socialisten enig verwijt maken. Zij brengen enkel consequent in de praktijk wat zij hun kiezers hebben beloofd, en dat ligt veel te ver uiteen, door versteende aanspraken die langs de taalgrens lopen. Het is klaarblijkelijk de volkswil die van dit land genoeg heeft. De zaakwaarnemende premier van België, Yves Leterme, is in het voorjaar van 2010 al gestrand op een grote staatshervorming, en zonder mandaat van de kiezer hij blijft hij nu vermoeid maar taai zijn ambt verder vervullen.
Wiebelende gebouwen blijven op de een of andere manier overeind
België heeft tenslotte ook zonder werkelijk democratisch mandaat het voorzitterschap van de EU geroutineerd afgewerkt; en per slot van rekening zit met EU-voorzitter Herman van Rompuy nog een Belg in een sleutelpositie. Niet toevallig. Want met zijn ondoorgrondelijke taal- en bevoegdheidsafspraken heeft het land een gewiekste, oneindig geduldige soort van bestuurders voortgebracht, die in de gigantische machinekamers van de EU-compromisfabriek uitstekend hun weg vinden. Op de een of andere manier gelijkt de EU frappant op dit België.
Zo te zien bestaat de Europese Unie niet uit sterke nationale staten, maar alles bijeen uit bijzonder wankele gebouwen, zoals we het nu in real time kunnen zien aan bliksemsnel eroderende landen zoals Griekenland of Ierland, die de facto door EU-toezichtscommissies geregeerd worden. Leren wij daaruit dat een zwak land, in dit tijdvak van spontaan bestuur, geen regering maar enkel nog geldtransfers nodig heeft? Dienen politici enkel nog als podiumbeesten in de showwereld van verkiezingen en persconferenties?
Na het mislukken van de zo-en-zoveelste formatiepoging schijnt zelfs de belgisch-anarchistische gelatenheid ontredderd, terwijl zij, in vergelijking met trappistenbier en sterrenrestaurants, de eigen regering nochtans niet bijzonder hoog inschat. De Vlaamse krant “De Morgen” publiceerde foto’s van vertwijfelde burgers met de zwartgeelrode driekleur en de slogan: “Alle alarmklokken luiden”. Waarom? Niet het functioneren van de al lang opgedeelde federale bevoegdheden is door de formatieblokkade in gevaar, maar de economie. Van de bezitters van Belgisch staatspapier zou de buitenlandse meerderheid, zo waarschuwen economisten met naam, wel eens afgeschrikt kunnen worden door een lange en dure Rozenoorlog tussen Vlamingen en Walen, en zich terugtrekken.
Toch liever een streep eronder, ook met schrik
Het ziet er dus naar uit dat het uiteenvallen van deze Europese modelstaat enkel nog afhangt van de kosten op middellange termijn. Want emotioneel laat niemand nog een traan voor dit België. Het is zoals bij een huwelijk: ook daar blijven twee strijdende partijen soms nog een pijnlijke poos bijeen, omdat een scheiding eenvoudig te duur uitvalt. Terwijl de Walen, met de sociale uitkeringen die zij incasseren, begrijpelijkerwijze geen haast hebben om een grote staatshervorming door te voeren, lijken de Vlamingen aan te sturen op een einde met verschrikkingen (en hoge kosten), liever dan op de verschrikkingen zonder einde namens België.
Ook dat is een les voor de EU, die met IJsland en Kroatië net nog nieuwe kandidaten aan het uittesten is, en waarvan de gemeenschappelijke munt al na luttele jaren overduidelijk afbrokkelt: alles is op drift op dit beweeglijke continent. Naties zijn niet voor eeuwig, terwijl taal en tradities aantoonbaar een buitengewoon taai leven hebben. In een globaal verstrengelde economie kan een staat zichzelf eenmaal overbodig maken, door bevoegdheden af te staan aan een supranationaal instituut, en verder de gewesten en gemeenten het werk te laten doen.
De historicus Bart De Wever had al vaker lucht gegeven aan zijn verveling bij de eindeloze nacht- en weekendzittingen vol nutteloos gepalaver, en hij feliciteerde nu de Waalse tegenhangers, met hun flamboyante socialist Elio di Rupo, vanwege hun “prachtige theaterstuk” waarmee zij zes maanden iedereen aan het lijntje wisten te houden. In België lijkt de politiek zich vandaag werkelijk te beperken tot coulissen, symboliek en toneelspel.
.

18 december 2010

De Hooghe-van San-controverse

.
.
Statistiek is een moeilijk vak,
En Marc Hooghe een beste man,
Maar wetenschappelijk zo zwak,
Zelfs contradictorisch,
Omdat ideologisch
Hij eenmaal niet anders meer kan.

.

25 november 2010

Merkwaardige opvattingen bij een toekomstig EU-lid


Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul is ongewenst op een internationale literaire bijeenkomst in de lekenstaat Turkije, lezen we in de krant De Telegraaf .(geen kwaliteitskrant gelukkig), en wie zich afvraagt wat er zo verschrikkelijk mis is met die Naipaul kan hieronder, bij wijze van voorbeeld, een tekstje van hem lezen dat ik gauw heb vertaald, maar dat hier een aantal jaren geleden in het Engels ook al te lezen was.
In dit fragment uit onderstaand boek heeft Naipaul het over Pakistan, niet over Turkije, laat staan over Europa, maar dat mag niet deren. Vormen wij immers niet allemaal één grote Unie?

Gevoelsmatig wordt het Westen, of de wereldwijde beschaving waar het de leiding van heeft, verworpen. Het is ondermijnend; het is bedreigend. Maar tegelijk is het onmisbaar, voor zijn machines, goederen, medicijnen, gevechtsvliegtuigen, overschrijvingen van de emigranten, ziekenhuizen die misschien een remedie hebben tegen calciumtekort, universiteiten die graduaten in de massamedia kunnen afleveren. In heel die verwerping van het Westen zit de veronderstelling besloten dat ergens daarbuiten altijd een levendige, creatieve beschaving zal blijven bestaan, wonderlijk neutraal en open voor elkeen die er een beroep op wenst te doen. De verwerping is bijgevolg geen absolute verwerping.  Voor de gemeenschap als geheel is het ook een manier om intellectuele inspanningen te staken. Het is een parasitisme; parasitisme is een der erkende vruchten van fundamentalisme. En de emigranten stromen het land des geloofs uit: enkel naar Berlijn 30.000 Pakistani verscheept door de experten van de export van mankracht, om er het politiek asiel op te eisen dat bedoeld was voor de mensen uit Oost-Duitsland.
De patroonheilige van de islamitische fundamentalisten in Pakistan was Maulana Maudoodi. Hij was gekant tegen de idee van een aparte Indische moslimstaat, omdat de moslims naar zijn gevoel niet zuiver genoeg waren voor zo'n staat.  Hij vond dat God de wetgever moest zijn; en met zijn aanbod van soortgelijke extatische denkbeelden in plaats van een praktisch programma kwam hij in het brandpunt van een chiliastische ijver. Hij voerde campagne voor de invoering van islamitische wetten zonder duidelijk te maken wat die wetten dan moesten zijn.
Hij stierf toen ik in Pakistan was. Maar het was niet in Pakistan dat hij stierf: het bericht van zijn dood kwam uit Boston. Aan het eind van zijn lange en woelige leven was de Maulana tegen al zijn principes ingegaan. Hij was naar een ziekenhuis in Boston gegaan, op zoek naar genezing; hij had zich helemaal aan het eind toevertrouwd aan de kunde en de wetenschap van de beschaving waar hij zijn volgelingen voor had willen afschermen. Hij had geprobeerd, zo zei iemand mij (niet alle Pakistani zijn fundamentalisten), om te oogsten waar hij zijn volk liever niet zag zaaien. Van de Maulana zou je kunnen zeggen dat hij naar zijn welverdiende plekje in de hemel is gegaan met een ommetje via Boston; en dat hij die weg minstens gedeeltelijk heeft afgelegd per Boeing.

Vidiadhar Surajprasad Naipaul
Among the Believers
An Islamic Journey
André Deutsch, London 1981, pp.158-9

.

21 november 2010

Gaat het nú al bergaf met het NRC?


Om samen te vatten wat hieronder staat: dat Islamboek van Wim en Sam van Rooy mag dan bijzonder goed verkopen –het is al in herdruk– maar veel recensies heeft niemand gezien.
In Vlaamse kranten stond helemaal niets. Soit.*
In Holland had het NRC een soort bespreking, van de hand van adjunct-hoofdredacteur Sjoerd de Jong, maar die leek nergens naar en Afshin Ellian gaf in Elsevier een antwoord aan de man. Dat antwoord kwam hierop neer, dat de recensent het boek aantoonbaar niet had gelezen, en stellingen aanviel die hijzelf eerst had bedacht, maar die in het boek niet voorkwamen.
Sjoerd was –heel begrijpelijk– van de veronderstelling uitgegaan dat zulke zaken in het boek wel moésten voorkomen. Na het antwoord van Ellian is het nu wachten tot Sjoerd – misschien niet het hele boek, maar alleszins het stuk van Ellian uit heeft, en die man dan aanpakt met citaten, argumenten enzovoorts.
Ook is er de mogelijkheid dat Sjoerd zijn eerste oordeel alsnog bijstelt: laat het onwaarschijnlijk zijn dat zoiets gebeurt, in een volwassen democratie als Nederland is het niet onvoorstelbaar.

Hoe dan ook: .beter een afkeurende, ongefundeerde recensie dan helemaal geen, zoals in de Vlaamse kranten. Al kunnen deze laatste verzachtende omstandigheden laten gelden, want net nog hadden zij een parachutemoord, en dan kwam plots die watervloed, waardoor ze met een overvloed van pakkende artikels en grote foto’s zaten.

Maar om de zaak in een breder perspectief te plaatsen: ik weet niet of zijn kritiek op Sjoerd wel helemaal terecht is, want zoals gezegd heeft Ellian zelf een stuk geschreven in dat Islamboek, wat toch een schijn van deskundigheid of zelfs partijdigheid kan wekken. Bovendien, wat is er zo kwaad aan een recensent die een boek niet gelezen heeft? Iemand kan dingen toch aanvoelen, zonder eerst een dik werk te hoeven doorwaden?
In zijn ‘Florentijnse Nachten’ geeft Heinrich Heine het voorbeeld van de stokdove tekenaar-muziekcriticus, zijn vriend Johann Peter Lyser:

…ik bedoel de dove schilder, Lyser is zijn naam, en grappig en gek als die is, wist hij in een paar schaarse krijtstrepen de kop van Paganini zo raak te treffen dat je in de lach schiet en tegelijk schrikt door het veridieke van zijn tekening. ‘De duivel heeft mijn hand vastgehouden’ vertelde de dove schilder me, en hij giechelde geheimzinnig en schudde goedmoedig ironisch met zijn kop, zoals hij doet bij zijn geniale Uilenspiegelstreken. Deze artiest is altijd een rare vogel geweest; en al was hij dan doof, toch hield hij hartstochtelijk van muziek en als hij een plaatsje had dicht genoeg bij het orkest, dan zou hij in staat zijn geweest om de muziek af te lezen van de gezichten der muzikanten, en kon hij zich door hun vingerbewegingen een oordeel vormen of de uitvoering min of meer geslaagd was; hij schreef dan ook de operakritieken voor een zeer gezien blad in Hamburg.
Wat moet daar ook zo verwonderlijk aan zijn? In de zichtbare tekenen van het instrumentenspel kon de dove schilder de klanken zien. Er bestaan toch ook mensen voor wie klanken onzichtbare signaturen zijn, waar zij kleuren en vormen in horen.

Zeer juist, maar Sjoerd had tegen het Islamboek ook een volkomen onredelijk bezwaar. Bij het snelle doorbladeren ervan, had hij opgemerkt dat het alleen maar sombere diagnoses bevatte, en geen remedies. Nu is dat niet waar, maar zelfs als het waar was, moet de diagnose aan de remedie voorafgaan.
Dat er iets niét in staat, kun je aan elk boek verwijten – behalve aan de koran zelf natuurlijk. Zo’n verwijt is gratuit, en het geeft aan Sjoerd zijn bespreking iets willekeurigs en zeurderigs. Goethe zei daar iets over:

Die Supp’ hätt’ können gewürzter sein,
Der Braten brauner, Firner der Wein. —
Der Tausendsackerment!
Schlagt ihn tot, den Hund! Es ist ein Rezensent


Een pittiger soep was hij gewend,
De wijn vroeg kelder, ‘t gebraad wat jus. –
Verdomme nondedju!
Sla hem dood, die hond! Het is een recensent.


oOoOoOo

* noot van 7 december: in de uitzending van het Humanistisch Verbond, een gastprogramma op Radio1, kwam het boek wel aan bod, in een gesprek van 10 minuten met de samensteller Wim van Rooy; een heel lang gesprek dus, naar de normen van vandaag.
.

9 november 2010

Alweer heeft De Standaard zijn Latijn fout...

.
Het Latijnse equivalent voor waar een wil is, is een weg, luidt nil volentibus arduum. Zij hadden daar maar drie woorden voor nodig. Iedereen weet dat, en dat is ook wat zekere Jessy op haar rug wilde laten tatoeëren. Volgens De Standaard staat dat er ook, maar soms rapporteren ze daar onnauwkeurig. Een beetje zoals bij De Volkskrant zou Peter Vandermeersch zeggen, maar die kreeg toen een rake trap van Jan Mulder, zoals op Youtube te zien is.
Wat ik op hun foto lees is volentidus, met de d van arduum. Misschien moet ik een nieuwe bril hebben, maar beter nog had Jessy om Romeinse kapitalen gevraagd aan haar graveerder.



P.S. ze waren nochtans verwittigd bij de Kwaliteitstabloid dat ze moesten uitkijken met vreemde talen.
.
____________________

P.P.S. (10 november) De journalist Koen Baumers wijst mij in een vriendelijk briefje erop dat de tatoeëerder zijn werk wel degelijk en goed heeft gedaan, zoals hieronder ook duidelijk te zien is: 




Terecht schrijft hij: "Toch even iets rechtzetten: als u op onderstaande link klikt, ziet u een foto waarbij niet het gezicht, wel de spreuk op de rug scherp staat. Zo zie je duidelijk een B in plaats van een D. Op de foto met haar gezicht erbij lijkt het door het puntje op de 'i' inderdaad alsof het beentje van de volgende letter naar achter kantelt, waardoor het teken lijkt op een gotische D in plaats van een gewone B.
De titel van uw blogbericht is overigens sowieso niet juist: zelfs als er een D stond in de tattoo, dan nog was het een fout van de tatoeëerder en niet van de krant."
Met de laatste zin ben ik het niet helemaal eens, namelijk dat De Standaard in dat geval geen fout tegen het Latijn zou hebben gemaakt: inderdaad zou De Standaard dan geen schrijffout verweten kunnen worden, maar wel een leesfout. Maar ik geef ootmoedig toe dat ik mij liet misleiden door dat eerdere artikel, waar zij een getatoeëerde voetballer bespraken, én door dat puntje op de i ...dat er trouwens niet had mogen staan want de Romeinen deden dat niet.
.

7 november 2010

Alexis de Tocqueville over Cordon en PC


Laatst ging het hier over het begrip populisme, en wat de betekenis daarvan mocht zijn. Deze keer bekijken we twee aan elkaar verwante begrippen, namelijk politiek correct en cordon sanitaire. Die zijn minder modern dan gemeenlijk wordt aangenomen, en de klassieke auteur Alexis de Tocqueville omschreef ze uitstekend, al kunnen er bedenkingen zijn bij zijn begrip "meerderheid".
Ik weet dat zijn werken in het Nederlands vertaald zijn, vanzelfsprekend, maar ik heb enkel de Franse tekst bij de hand en vertaal daarom een passage:

Over de greep die in Amerika de meerderheid heeft op het denken

Zodra zich onherroepelijk een meerderheid heeft gevormd rond een vraagstuk, wordt er in de Verenigde Staten niet meer geredetwist – Waarom dat zo is – De morele macht van de meerderheid op de ideeën – Democratische republieken maken het despotisme tot iets immaterieels.

Als men onderzoekt hoe in de Verenigde Staten ideeën ontstaan, dan merkt men heel duidelijk hoezeer de macht van de meerderheid alle machten overtreft die wij in Europa kennen. Opinies vormen een onzichtbare en bijna ongrijpbare kracht die elke tirannie voor schut zet. In onze tijd kunnen ook de meest absolute heersers van Europa niet beletten dat er in hun staten in stilte bepaalde gezagsvijandige gezindheden gangbaar blijven, zelfs tot aan hun hoven toe. Niet zo in Amerika: zolang daar de meerderheid nog onzeker is, praat men; maar zodra deze zich onherroepelijk heeft uitgesproken zwijgt elkeen, en zowel vriend als vijand lijken samen in het gareel te lopen. De simpele reden hiervoor is: geen monarch is zo absoluut dat hij alle maatschappelijke krachten in de hand kan houden of hen verslaan, zoals een meerderheid, bekleed met het recht om wetten uit te vaardigen en ten uitvoer te leggen, dat wel kan.
Een koning bezit ook enkel materiële macht, die op de gedragingen wel inwerkt, maar op de gezindheden geen vat krijgt; een meerderheid is echter bekleed met een materiële zowel als een morele macht, die op de gezindheid niet minder inwerkt dan op de gedragingen, en die tegelijk acties belet én de wens daartoe.
Ik ken geen ander land waar, in het algemeen gesproken, minder geestelijke onafhankelijkheid en echte vrijheid van discussie heerst dan Amerika.
Er bestaat geen religieuze of politieke theorie die men in de constitutionele staten van Europa niet vrijelijk zou kunnen prediken, en die niet ook in de andere zou doordringen; want er is in Europa geen land zozeer aan één enkele macht onderworpen, dat diegene die de waarheid wil verkondigen er geen steun zou vinden die hem beschutting verleent tegen de gevolgen van zijn onafhankelijkheid. Als hij het ongeluk heeft onder een absoluut bewind te leven, dan vindt hij vaak het volk aan zijn zijde; als hij in een vrij land woont, kan hij zich desnoods verschuilen achter het koninklijke gezag. In democratische gewesten beschermt de aristocratische fractie van de samenleving hem, en in de andere doet de democratie dat. Maar binnen een democratie zoals die in de Verenigde Staten is georganiseerd heb je maar één gezag, één enkel element van kracht en welslagen, en daarbuiten niets.
In Amerika trekt de meerderheid een geduchte cirkel rond de vrije gedachte. Binnen die krijtlijn is de schrijver vrij; maar wee hem die zich erbuiten zou wagen. Niet dat hij een autodafe hoeft te vrezen, maar hij staat bloot aan alle soorten van afschuw, en aan dagelijkse vervolgingen. Een politieke carrière is voor hem uitgesloten: hij heeft immers de enige macht beledigd die zulke carrière voor hem zou kunnen openstellen. Alles wordt hem ontzegd, tot zelfs zijn eigenwaarde. Vóór hij zijn opinies publiceerde dacht hij nog medestanders te hebben; nu hij zich voor iedereen bloot heeft gegeven, gelooft hij niet langer dat hij er nog heeft; want diegenen die hem afkeuren, geven daar luid uitdrukking aan, en diegenen die denken zoals hij, maar niet zijn moed bezitten, houden zich gedeisd en stil. Hij zwicht, buigt onder de last van elke dag, en hult zich in stilzwijgen, als had hij wroeging over zijn oprechte woorden.
Kettingen en beulen waren de lompe instrumenten die de tirannie destijds gebruikte; maar in onze tijd heeft de beschaving tot zelfs het despotisme geperfectioneerd, ook al leek dat niets te leren meer te hebben.
De prinsen hadden om zo te zeggen het geweld gematerialiseerd; de democratische republieken van onze dagen hebben het geweld omgevormd tot iets dat net zo geestelijk is als de menselijke wil, die het aan banden wil leggen.

Onder het absolute bewind van een enkeling sloeg het despotisme botweg het lijf, om zo de ziel te treffen; en de ziel, die aan deze slagen ontkwam, verhief zich in alle glorie er boven; maar in de democratische republieken gaat de tirannie niet meer op die manier te werk; zij laat het lijf met rust en gaat recht op de ziel af. De meester zegt niet meer: u zult denken zoals ik, of u gaat eraan; hij zegt: het staat u vrij om niet te denken zoals ik; uw leven, uw have en goed, alles mag u behouden; maar vanaf nu bent u een vreemde onder ons. Uw burgerrechten zult u behouden, maar ze zullen nutteloos voor u zijn; want als u naar de gunst van uw medeburgers dingt, zullen zij u die niet verlenen, en indien u nog maar hun achting verlangt, dan nog zullen zij doen alsof ze die weigeren. U zult onder de mensen blijven, maar recht op medemenselijkheid zal u worden ontzegd. Als u toenadering tot uw gelijken zult zoeken, zullen zij u als een onrein wezen mijden; en diegenen die in uw onschuld geloven, juist diegenen zullen u in de steek laten, want anders zou men op hun beurt ook hen mijden. Ga in vrede, ik spaar uw leven, maar dat zal erger zijn dan de dood.
De absolute monarchieën hadden het despotisme onteerd; laten we uitkijken dat de democratische republieken het niet alsnog in eer herstellen, en dat zij, door het voor enkelingen zwaarder te maken, het niet in de ogen van de meerderheid ontdoen van zijn hatelijke aspecten en zijn vernederende karakter.

Alexis de Tocqueville
De la démocratie en Amérique
(d’après la douzième édition, 1848)
Préface d’André Jardin
Éditions Gallimard 1981, tome I, pp. 380-3
.

2 november 2010

Goossens, Hooghe en grof taalgebruik

.
Om te beginnen zal ik iets moois vertellen, want daarna word ik noodgedwongen vervelend. In het leven is er nooit een vrije dag, zei Gerard Kornelis van het Reve, en hij had gelijk. Ik weet niet of Harry Mulisch ook zulke diepe gedachten heeft neergeschreven.

De naam Angela de Franceschi, bijgenaamd la Mariuccia (1734-1805), zal niet iedereen bekend voorkomen neem ik aan, maar zij was een van de geliefden van Casanova, en hij gaf een wondermooie beschrijving van haar:
“Ses yeux noirs, très fendus et à fleur de tête, et toujours remuants avaient sur leur superficie une rosée qui paraissait un vernis du plus fin émail. Cette rosée imperceptible que l’air dissipait très facilement reparaissait toujours plus fraîche au rapide clignotement de ses cils.”*
– Haar zwarte ogen, heel langwerpig en prominent, en voortdurend in beweging, hadden op hun oppervlak een laagje dauw, dat een vernisje van het fijnste émail leek. Deze onmerkbare dauw, die aan de lucht heel makkelijk vervluchtigde, kwam telkens weer helemaal fris tevoorschijn bij het snelle knipperen van haar oogleden.

Geef toe lezer, zelfs in mijn gebrekkige vertaling kunnen deze twee zinnen neerbuigend kijken naar de gedrochten die bij ons voor “de mooiste zin van het jaar” elke keer moeten doorgaan.

Een andere Angela is Angela Merkel, en Paul Goossens bedacht haar met een artikeltje, getiteld: “Een vluggertje, voor Angela”.
Niet het register dat Casanova hanteert, zult u zeggen. Inderdaad, en wat hierbij niet als excuus mag gelden, is dat Paul als oud-seminarist zich misschien geen houding weet te geven als er vrouwen ter sprake komen, want Casanova was ook bijna pastoor. Neen, hier speelt de eeuwige drang die columnisten voelen om vooral levendig te schrijven, gedurfd, stout. Dat brengt hen helaas tot vulgariteiten.

“Wat een grof volkje” zou Marc Hooghe zeggen, die andere Standaardman, want die maakt zulk een verwijt zelfs als het totaal ongepast is, bv. enkel als Luc Huyse onheus wordt aangevallen volgens hem, en hij bij deze emeritus –om redenen waar wij het raden naar hebben– een wit voetje wil halen. Natuurlijk laten ze bij de Kwaliteitstabloid niet toe dat hun jonge medewerker op zijn plaats wordt gezet in een gedegen antwoord, ook al schreef Peter de Roover dat meteen.

Maar wat Paul Goossens, “Europajournalist” ons wilde vertellen, kwam simpelweg hierop neer dat de EU (zoals bekend zijn gagne-pain) vooral moest blijven wat zij is, namelijk een democratisch niet gelegitimeerde instelling.
"Na de mislukte ratificatie van de Europese grondwet en de traumatische goedkeuring van het verdrag van Lissabon, was het idee van een nieuwe wijziging, met alles wat dat aan referenda, chagrijn, koehandeltjes en verlammende navelstaarderij meebrengt, een perverse, zelfs destructieve gedachte."
Op een discussie met deze anti-democraat zal geen ernstige mens ingaan. Daarvoor is deze jongen ook te wollig en te zweverig, zij het dat hij ongewild soms een geestigheid heeft. Maar Paul beseft duidelijk niet wat hij allemaal verkondigt met zijn wild gezwaai. Zo zegt hij dat zijn geliefde EU steunt op een Verdrag …waarvan de artikelen –die nochtans niet mogen veranderen!– getuigen van “een extreme saaiheid en trivialiteit, want gestolde macht”. In zijn ijver gebruikt Paul ook woorden waarvan hij de draagwijdte niet snapt. Zo noemt hij de artikelen van het Verdrag van Lissabon zelfs obsceen: “Met een obscene zin voor het detail bepaalt artikel 48 hoe een verdragswijziging moet worden uitgevoerd.”

Nu heeft volgens de Oxford Latin Dictionary het woord obscenus vele betekenissen, maar geen lijkt te verwijzen naar verdragsteksten die wij niettemin als onveranderlijk dienen te beschouwen:
– OBSCENUS: [samengevat] sinister, walging opwekkend, op slechte voortekens duidend, smerig, vuil, onzedelijk, betrekking hebbend op perversieën of excrementen, of op de organen of handelingen die daarmee in verband kunnen staan.
___________________

* Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma vie
Suivie de textes inédits
Volume 7 – Chapitre IX
Édition présentée et établie par Francis Lacassin
Robert Laffont, 1993, 2002, p.613
.

24 oktober 2010

Necla Kelek kent nog het juiste perspectief

.
Vrijdag had de Frankfurter Allgemeine een schitterend artikel van Necla Kelek, de Duitse journaliste die u hier vaker las, want al sinds 2005 vertaal ik af en toe een stukje. Deze keer voorziet zij een redevoering van de Bondspresident van enkele bedenkingen:


De Republiek der Gelovigen volgens Bondspresident Wulff


Voor het Turkse Parlement gaf de Bondspresident een sterk staaltje van bagatellisering weg, en tegelijk deed hij een goed woordje voor een terugkeer van de religie in de politiek. Zijn toespraak was historisch vals, en stelde de seculiere Republiek ter discussie. De media merken enkel wat er aan de oppervlakte is geschied.

Een repliek van Necla Kelek

Toen ik zag met welke voorzichtige passen Christian Wulff in Ankara in het Turkse Parlement naar het spreekgestoelte ging, was mijn indruk niet dat hier een president van de Duitse Bonds-republiek aantrad. Die tastende korte schreden, een blik die niet gericht was op wat voor hem lag, maar enkel strak voor zich uit keek. Hij leek bevreesd te zijn voor een verkeerd woord. Wellicht was hij te fel onder de indruk van de martiale façade van het Anit Kabir in Ankara, het mausoleum van Atatürk, dat groter is dan de Akropolis van Athene, waar hij kort daarvoor een krans had neergelegd. Of van de militaire optocht, waarbij hij als smoes diende om voor de eerste keer een gesluierde presidentsvrouw te laten aantreden. Het was een voorzichtige man die ik achter de lessenaar zag staan.
Zijn rede –snel en zonder intonatie afgelezen– begint met enkele terugblikken op de Duits-Turkse geschiedenis, die “de ontwikkeling van onze naties steeds weer verrijkt hebben”. Zo beschrijft hij de militaire betrekkingen en de wapenbroederschap van het Hoge Poort en het Keizerrijk;  Keizer Wilhelm, die in de strijd tegen Engeland op de “islamitische kaart” inzette, de Duitse militairen die in de Eerste Wereldoorlog als wapenbroeders vochten, en wier “verrijking” er onder meer in bestond dat zij logistieke steun gaven aan de Jonge Turken bij de organisatie van de genocide op de Osmaanse Armeniërs. De etnische zuivering was de premisse voor de stichting van de Turkse Republiek, zonder christenen en joden, zonder de “ongelovigen” dus.
Een bijzonder woord van dank richtte Wulff tot de Turken die in 1933 werk boden aan bijna duizend leden van de “Noodgemeenschap der Duitse Wetenschappers”, die onder de nazi’s een beroepsverbod hadden gekregen.
Onvermeld liet hij daarbij dat vanaf 1940, de tijd van de hoogste nood, deze regeling niet meer gold voor joden, maar enkel nog voor diegenen die een Ariërbewijs konden voorleggen. De opvolger van Atatürk, president Ismet Inönü, verklaarde dat Turkije geen asiel bood aan “mensen die elders ongewenst waren”. Tot zover het historische deel van deze redevoering.

Bagatellisering op het hoogste niveau
Na enkele algemeenheden over de internationale toestand, komt Christian Wulff op het bijzonder belangwekkende thema van de Turken in Duitsland. Zeer open brengt hij successen en problemen ter sprake, noemt “vasthouden aan staatsuitkeringen, criminaliteits-cijfers, machogedrag, onderwijs- en werkweigering”, die echter “beslist niet enkel problemen met inwijkelingen zijn”, en in één adem voegt hij er nog aan toe: “Niemand wordt verplicht of verondersteld zijn culturele identiteit te verloochenen.”
Wie als argumentatie een dergelijke combinatie van pure gemeenplaatsen neerzet, en deze aldus aan de analyse onttrekt, versluiert meer dan hij benoemt. Wie sociale fraude onschuldig voorstelt als “vasthouden aan staatsuitkeringen”, die kan niet in ernst ervan uitgaan dat de oproep aan de migranten om zich aan de geldende regels te houden, ook doorgezet kan worden. Dat is de bagatellisering van problemen, op het hoogste niveau.
De zinsnede “Turkije kan laten zien dat islam en democratie, islam en rechtsstaat, islam en pluralisme geen contradicties hoeven te zijn” dient kritisch gelezen te worden, dat willen we de president goed aanrekenen. “Kan laten zien” drukt als vorm een mogelijkheid uit, geen realiteit, want in werkelijkheid zijn in Turkije zowel de Grondwet als de toepassing ervan nog zeer ver verwijderd van wat in Europa verstaan wordt onder een civiele samenleving of rechtsstaat. Als dat de betekenis was, dan had hij concreter moeten zijn.

Schokkende analogie
Het opvallendst was aan het eind van de redevoering het betoog over de islam in Duitsland en de christenen in Turkije. Aan de opmerking die twee weken geleden viel, “De islam hoort zonder twijfel in Duitsland thuis”, voegt hij een spiegelbeeld toe: “Het christendom hoort zonder twijfel in Turkije thuis”. Als betrof het hier de twee zijden van één medaille. Laten we nog buiten beschouwing dat de moslims in Duitsland geen “minderheid” zijn, maar deel uitmaken van deze samenleving, en met bijna 3000 gebedshuizen en evenveel voorgangers religieus net zo goed verzorgd worden als de christenen. Maar de christenen in Turkije zijn nog steeds een onderdrukte minderheid, die zich in het Oosten van het land achter hoge muren verborgen moet houden, en waarvan de kerken vaak enkel als musea te bezoeken zijn. En zoals alle niet-Sunnieten staan zij aan discriminaties bloot.
Deze beide zaken over een kam scheren is schokkend en vals. Hier worden retorisch niet enkel granaatappels met poires williams vergeleken, hier heeft de Bondspresident begrip en lof voor de terugkeer van de religie als politieke categorie, en praat hij deze terugkeer goed. Zijn wij dan geen Duitsers of Turken, maar eerst en vooral christenen, joden of moslims? geen burgers, maar gelovigen of ongelovigen? Is dat de boodschap van de ProChrist-katholiek Christian Wulff?
Als de terugkeer van de religie in de politiek de presidentiële boodschap uit Ankara is, dan staan wij in onze staat voor een nieuwe godsdienstoorlog. En in het diepe Turkije heeft de President hem met een eenvoudige redevoering ontketend.
.

18 oktober 2010

Mijnheer Bart over Herr Thilo

.
Bart Beirlant doet Buitenland voor de kwaliteitstabloid, en vandaag had hij het over het boek van Thilo Sarrazin, dat in Duitsland al meer dan een miljoen kopers vond.

'Elke samenleving kan een bepaalde proportie mensen van buitenlandse afkomst opnemen en integreren', schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung gisteren in een commentaar. 'Er zijn geen objectieve criteria om die proportie vast te leggen. Maar er zijn aanwijzingen. En als een boek dat wijst op de tekortkomingen in de integratie in enkele weken meer dan een miljoen keer over de toonbank gaat, is dat zo'n signaal'. Het bewuste boek is 'Deutschland schafft sich ab' (Duitsland schaft zichzelf af) van Thilo Sarrazin, dat begin september werd gepubliceerd.* Daarin klaagde de (toenmalige) bestuurder van de Bundesbank aan dat moslims niet willen integreren in Duitsland en de staat vooral geld kosten.
De sociaaldemocraat Sarrazin, die ook de joden schoffeerde door te zeggen dat ze over een eigen gen beschikken, betaalde prompt de rekening voor zijn opvattingen: hij mocht opstappen bij de Bundesbank. Maar de geest was uit de fles, in de vorm van een intens debat over de integratie van moslims én migratie.

Wat mij bij Beirlant interesseert, is zijn tussenzinnetje: “
…die ook de joden schoffeerde door te zeggen dat ze over een eigen gen beschikken”.
Ik vermoed dat Bart het boek niet gelezen heeft, en gewoon overschrijft wat hij bij andere kwaliteitsjournalisten gelezen heeft, of toch meent gelezen te hebben, want die zin met dat unieke “gen” vind ik niet terug. En al erkende Sarrazin dat zijn biologische kennis beperkt is, een dergelijke dwaasheid als die welke Beirlant
rapporteert, heb ik bij hem niet gelezen.
Let wel: dat bewuste gen zou dan bepalend zijn voor intelligentie, want daarover ging het bij Sarrazin. Misschien wist Bart dat niet. Of denkt Beirlant misschien toch dat er een “
gen voor intelligentie” bestaat? En dat je bovendien iemand kunt beledigen door hem intelligent te noemen? Alleszins lijkt hij niet te weten dat er een verschil is tussen “een gen”, en de uitdrukking “genetisch bepaald”.

Blijft dat joden die uit Oost-Europa afkomstig zijn, gemiddeld heel hoog scoren bij IQ-tests. Niet zomaar een beetje hoger dan de rest, zij halen 115 punten. Aan zijn Standaardcollega
Mark Eeckhaut heb ik de betekenis van zulke getallen een paar jaar geleden al uitgelegd, en hij zal aan Bart graag opheldering verschaffen.
Nu wil ik Beirlant niet verplichten om heel het boek van Sarrazin te lezen („
Es ist kein Roman“, gaf de auteur toe). Met het derde hoofdstuk kan hij volstaan. En zelfs dát hoeft hij niet te lezen, want ik zal enkele relevante passages voor hem citeren en vertalen, te beginnen op p.95.
„
Erklärt wird die durchschnittliche höhere Intelligenz der Juden mit dem außerordentlichen Selektionsdruck, dem sie sich im christlichen Abendland ausgesetzt sahen.“

[De meer dan gemiddeld hoge intelligentie van de joden wordt verklaard door de buitengewoon hoge selectiedruk, waaraan zij zich in het christelijke Avondland blootgesteld zagen] **

De Duitse joden, die meest uit Polen en Oekraïne afkomstig waren, “Asjkenazim” dus, waren al eeuwen verplicht om “intellectuele” beroepen te kiezen, want: „herkömmliche Handwerksberufe wie auch die Landwirtschaft waren ihnen lange versperrt, umgekehrt waren die Christen lange im Geld- und Finanzwesen durch das Zinsverbot gehindert.“


[gewone beroepen, zoals ook de landbouw, waren voor hen lange tijd uitgesloten, en omgekeerd konden lange tijd de christenen het geld- en financiewezen niet in, door het interestverbod]

En op p.97 is het al gedaan over de joden: „
Ich bin auf die deutsch-jüdischen Ursprünge der Intelligenzforschung etwas näher eingegangen, weil die Diskussion der genetischen Komponente von Intelligenz häufig auf große emotionale Widerstände stößt. Die Erkenntnis, das Intelligenz zum Teil erblich ist, verträgt sich nur schwer mit Gleichheitsvorstellungen, nach denen die Ursachen von Ungleichheit unter Menschen möglichst weitgehend in den sozialen und politischen Verhältnissen zu suchen ist.“
[Ik ben op de Duits-joodse oorsprong van het intelligentie-onderzoek wat nader ingegaan, omdat de discussie over genetische componenten van intelligentie dikwijls op grote emotionele weerstanden stuit. Het besef dat intelligentie gedeeltelijk erfelijk is, laat zich moeilijk verenigen met gelijkheidsdenkbeelden, volgens welke de oorzaken voor ongelijkheden onder mensen liefst verregaand te zoeken zijn in de politieke en sociale verhoudingen.]

Wat ik tot slot nog even aan Bart Beirlant wilde vragen is, of een blad als
The New York Review of Books, dat hij misschien kent, en dat geloof ik voor ongeveer 50% door joden wordt volgeschreven, de joden ook heeft geschoffeerd met
volgende voetnoot, waarin een genetisch verband wordt gesuggereerd tussen de intelligentie van Asjkenazim, en een bepaalde ziekte die veelvuldig voorkomt in die groep. En natuurlijk gaat het niet over één gen, Bart, zo simpel is de wereld niet, maar wel over een polygenetisch samenspel.

Ik cursiveer:
[The] account is based on recent work by G. Cochran, J. Hardy, and H. Harpending, all of the University of Utah, who claim that the moderately high frequencies of several disease mutations, including that causing
Tay-Sachs, among Ashkenazi Jews might be explained by natural selection. Because the genes involved also play some role in the brain, Cochran and colleagues speculate that the relevant mutations might increase intelligence, perhaps reflecting a history of selection among medieval European Jews, who often worked in finance or related professions. Such a hypothesis is certainly possible; the critical issue is the strength of the empirical evidence.
___________________

*
Verwaarloosbaar foutje van Beirlant: het boek verscheen eind augustus. Beirlant kan dit natrekken op de site van DVA (Random House), maar in dié zin heeft hij natuurlijk wel gelijk, dat onze kwaliteitspers pas half september lucht kreeg van de heisa bij onze buren.

Hiernaast mijn bestelling bij amazon.de (dat geen portkosten aanrekent aangezien België, net als Oostenrijk, Zwitserland of Liechtenstein een Duitssprekend land is. Verheugend hier is dat amazon.fr van mening is dat België géén Franssprekend land is, want zij rekenen wel portkosten aan, maar gelukkig kun je de meeste Franse boeken ook bij het Duitse filiaal bestellen. Overigens kreeg ik, tegen hun gewoonte, het boek een paar dagen later dan ze hadden beloofd, maar het was dan ook al de vierde druk.)
** Dit lijkt mij een goed argument voor diegenen onder ons die menen dat de Sefarden, met hun islamitische bazen, het beter hadden getroffen want zij scoren IQ-gewijs minder goed dan hun Oost-Europese broeders.
.

17 oktober 2010

Wat zou het woord "populisme" toch betekenen?

.
Wie Vlaamse kranten leest, en overal de woorden populisme, populistisch of populist aanstreept, zou na verloop van tijd een soort definitie moeten kunnen geven. Uit de contextuele informatie moet die af te leiden zijn. Dat is ook zo, en ik kom dan uit op: slecht, gemeen, gevaarlijk, goedkoop, afkeurenswaardig, smerig, doortrapt, onbeschaafd, kwaadwillig, fout. Het is blijkbaar een term die uit de moraalfilosofie komt, en niet uit de politieke filosofie, al lees ik dat juist heel wat politici populisten zijn.
Franse journalisten werken graag met klare definities. Loze en sentimentele kreten staan bij hen minder in aanzien.
Daarom vroeg Finkielkraut gistermorgen aan twee wetenschappers, wat we moesten verstaan onder die term populisme. Ik vertaal enkele zinnen uit zijn gesprek. De rest vindt u op France Culture.


.
De quoi parle-t-on exactement, quand on parle de populisme, à quel trait reconnaît-on un discours, une idéologie, une ambiance populiste, Jacques Julliard?
Euh, c’est pas toujours facile à définir parce que comme beaucoup de termes de la science politique, celui-ci est un terme un peu vague […] alors une fois cela dit, qu’est-ce que le populisme? Je pense que c’est …une doctrine c’est trop dire, mais une pensée, une manière de penser, qui fait du peuple, un: la source là, de la souveraineté, jusqu’ici c’est une donnée de faits dans nos sociétés, et ça se confond avec la démocratie elle-même, et c’est d’ailleurs toute la question de savoir si le populisme ne se confond pas avec une certaine acception de la démocratie. Deuxièmement: alors ça va déjà un peu plus loin, la source de toute légitimité, mais en plus, j’ajouterais, de toute sagesse et de toute infaillibilité. Le peuple en tant que tel, notion qui resterait à définir, a toujours raison, alors que les élites –puisque dès qu’on parle de peuple, dans un optique populiste, et bien, on a immédiatement tendance à l’opposer aux élites– le peuple-lui est sage, le peuple est d’une certaine manière infaillible. Alors, juste un mot sur cette définition que je propose: on voit qu’elle collerait très bien avec le Contrat Social de Rousseau. Tout ce que j’ai dit là, au fond, on pourrait le tirer du Contrat Social.
Or, quelle est la différence entre le populisme au sens un peu général du terme et la démocratie elle-même ? À mon avis c’est la notion de Droit. Dans la démocratie, telle que nous la concevons, il y a la souveraineté du peuple, tel qu’il a été pensé par Rousseau, enfin, la volonté générale si vous préférez. Et deuxièmement il y a l’idée de Droit, telle qu’elle sort… surgit notamment de Montesquieu, mais de bien d’autres évidemment. Alors que dans le populisme, le Droit disparaît. D’une certaine manière le populisme c’est le peuple, moins la démocratie, moins les institutions formelles, dont le Droit, dont le Parlement etc., qui sont l’œuvre, qui sont les effets de la démocratie. Voilà comment…

Et diriez-vous que le populisme, Jacques Julliard, est particulièrement présent aujourd’hui?
Alors, il n’y a aucun doute qu’il y a une remontée du populisme. Je ne sais pas si on s’engage tout de suite dans le débat de fond, mais moi je dirais si vous me sollicitez là-dessus, je dirais qu’il y a trois raisons qui expliquent cette montée du populisme.
Il y a d’une part la défiance à l’égard du système représentatif. Ça c’est déjà assez ancien, mais je pense que c’est en train de monter. Toute une série de facteurs le montrent évidemment. Le système représentatif, tel qu’il a été inventé au dix-neuvième siècle reposait sur trois piliers: le Parlement, ou plus exactement, le suffrage universel, le Parlement et les partis. Or vous voyez que ces trois institutions sont en crise. Ça c’est la première cause, à mes yeux.
La seconde cause évidemment, c’est le… c’est le… l’immigration, le fait que les migrations dans nos sociétés sont importantes. Et lorsqu’on dit: «Mais, ça se produisait déjà au dix-neuvième siècle!». Non. Pas dans ces mêmes proportions. Vous me direz, il y a le cas des États-Unis, mais justement, il y a eu un populisme aux Etats-Unis à la fin du dix-neuvième siècle.
Et la troisième raison à mes yeux, mais je pense qu’il va falloir un peu revenir sur tout ça, la troisième raison c’est la crise. C’est la crise qui a accentué à la fois la réalité de la coupure entre les riches et les pauvres, mais a accentué encore d’avantage la perception de cette coupure.
___________________

Waar hebben wij het precies over, als we van populisme spreken? Aan welke trekken herken je een discours, een ideologie of een stemming als populistisch, Jacques Julliard?
Wel, dat is niet altijd makkelijk af te bakenen, want zoals veel termen van de politieke wetenschap, is het een wat vage term […], maar dit gezegd zijnde, wat is populisme? Volgens mij is het een …een doctrine is te veel gezegd, maar een gedachtegoed, een denkwijze die van het volk, ten eerste de bron maakt van de soevereiniteit. Tot vandaag is dit een feitelijk gegeven in onze samenleving, en is het niet te onderscheiden van de democratie zelf. Dat is trouwens de hele vraag: of populisme niet versmelt met een bepaalde betekenis van de term democratie?
Bron ten tweede –en dit gaat al wat verder– van elke legitimiteit en, ik voeg er nog aan toe, van elke wijsheid en elke onfeilbaarheid. Het volk als zodanig, een term die om een definitie vraagt, heeft altijd gelijk, terwijl de elites –want zodra je in een populistische optiek van volk spreekt, heb je onmiddellijk de neiging om de elites er tegenover te plaatsen– het volk dus, is wijs, het volk is in zekere zin onfeilbaar.
Nog een kleine toelichting bij de definitie die ik voorstelde: iedereen ziet dat zij zonder moeite aansluit bij het Contrat Social van Rousseau. Alles wat ik hier gezegd heb kun je tenslotte uit het Contrat Social halen.
Wat is dan het verschil tussen het populisme in enigszins brede zin, en de democratie zelf? Naar mijn oordeel is dat het besef van wat Recht is. In de democratie, zoals wij die opvatten, ligt de soevereiniteit bij het volk, in de betekenis die Rousseau er aan gaf, kortom, de brede volkswil zo u verkiest.
En ten tweede is er de rechtsopvatting zoals die naar voren komt bij Montesquieu, en bij vanzelfsprekend ook vele anderen. Terwijl in het populisme, het Recht verdwijnt. Op een bepaalde manier is het populisme: het volk minus de democratie, minus de gevestigde lichamen, waaronder het Recht, het Parlement etc., die het werk zijn, of effecten zijn van de democratie. Ziedaar hoe…
En zou u zeggen, Jacques Julliard, dat het populisme vandaag bijzonder aanwezig is?
Wel, er is geen twijfel dat het populisme opnieuw opgang maakt. Ik weet niet of wij hier meteen het debat ten gronde aangaan, maar ik zou desgevraagd daarop zeggen dat er drie redenen zijn die deze opgang van het populisme verklaren.
Aan de ene kant is er het wantrouwen ten opzichte van het vertegenwoordigend systeem. Dat is er al langer, maar ik meen dat het stijgend is. En hele reeks factoren tonen dit duidelijk aan. Het systeem van de vertegenwoordiging, zoals het in de negentiende eeuw is uitgevonden, berustte op drie pijlers: het Parlement, of juister gezegd, het algemeen kiesrecht, het Parlement en de partijen. Maar nu zien we dat deze drie instellingen een crisis doormaken. Dat is in mijn ogen de eerste oorzaak.
De tweede oorzaak is natuurlijk de, de …de immigratie, het feit dat de migratiestromen vandaag aanzienlijk zijn. En dan zegt men: “Maar, die kwamen al in de negentiende eeuw voor!”. Nee. Niet in diezelfde proporties. U zult me het geval van de Verenigde Staten tegenwerpen, maar precies in de Verenigde Staten was er aan het eind van de negentiende eeuw een populistische stroming.
En de derde reden in mijn ogen, maar ik denk dat we op dit alles nog moeten terugkomen, de derde reden is de crisis. Het is de crisis die tegelijk de realiteit van de kloof tussen arm en rijk heeft geaccentueerd, maar die op de gewaarwording van deze kloof nog sterker het accent heeft gelegd.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html