6 maart 2018

Iets verder kijken dan de volgende verkiezingen


In Frankrijk is men soms een stapje verder dan hier, en dus gaat de discussie daar niet meer over de hoofddoek, maar over de boerka. En Mieke Van Hecke beweert dan wel dat ze ‘de feministische literatuur’ kent, maar ik vraag me toch af of ze Elisabeth Badinter wel eens gelezen heeft. Wat ze in Frankrijk namelijk al jaren weten, is dat de hoofddoek maar een opstapje is naar het echte werk.
Over sociale en familiale druk rond ‘da lapke stof’ – om met Steve Stevaert te spreken – deed Mieke in elk geval geringschattend in het gesprek met Darya Safai. Als die druk, áls die er zou zijn, dan had ze haar antwoord klaar: pesten komt ook voor hé! Om helemaal in het idioom van de cafépraat te blijven had ze nog kunnen toevoegen ‘ge moogt niet vloeken ook hé!’
Mieke lijkt niet te snappen welke politiek achter al die hoofddoeken zit: een politiek op lange termijn, die stap voor stap gaat, en meer en meer het openbare terrein verovert. Maar zoiets snappen is ook veel gevraagd als er gemeenteraadsverkiezingen zitten aan te komen.
Laat ik daarom een stukje vertalen van een feministe die de draagwijdte van de islamiseringspolitiek wél snapt:


Adres aan diegenen die vrijwillig de boerka dragen

Nadat de hoogste religieuze islamitische gezagsdragers verklaard hebben dat kledij die het lichaam en aangezicht helemaal bedekt niet onder een religieus gebod valt, maar uit de traditie voortkomt, wahabitisch voor de enen (Saoedi-Arabië), en pasjtoen (Afghanistan/Pakistan) voor de anderen, gaat u dan nog door met de volledige bedekking van uw gezicht?
Aldus onttrokken aan andermans blik, moet u zich er wel rekenschap van geven dat u wantrouwen en angst opwekt, zowel bij kinderen als volwassenen. Zijn wij in uw ogen dan in die mate verachtelijk en onrein dat u ons alle contact weigert, elke omgang, en tot zelfs een glimlach van herkenning?
In een moderne democratie, waar men transparantie en gelijkheid der geslachten tot stand wil brengen, laat u ons brutaal weten dat dit alles uw zaak niet is, dat de verhouding met de anderen u niet aangaat, en dat onze strijd niet de uwe is.
Dan vraag ik me toch af: waarom niet in een land als Saoedi-Arabië of Afghanistan gaan leven, waar niemand u zal vragen om uw aangezicht te laten zien, waar uw dochters op hun beurt gesluierd zullen zijn, waar uw man polygaam zal zijn en u zal kunnen verstoten als hem dat zint, wat ginds veel vrouwen zozeer te lijden hebben.
Eigenlijk misbruikt u de democratische vrijheden om ze tegen de democratie te keren. Of u het nu met subversieve bedoelingen, of als provocatie, of uit onwetendheid doet, het echte schandaal niet zozeer de blik die u ons misgunt, maar wel de klap die u uitdeelt aan al uw onderdrukte zusters die de dood riskeren om eindelijk de vrijheden te kunnen genieten die u veracht. Vandaag is dat uw keuze, maar wie weet of u morgen niet gelukkig zult zijn er een andere te kunnen maken. Zij kunnen dat niet… denk daaraan.
Élisabeth Badinter
9 juli 2009

4 maart 2018

Een meelijwekkend schouwspel


Ik heb de feministische literatuur gevolgd, u hopelijk ook… zei Mieke Van Hecke in Terzake neerbuigend, in haar gesprek over de hoofddoek met Darya Safai.
Dat vind ik een gongslag waard.

In de islam is de keuze vrij, meende Mieke Van Hecke nog, die naar eigen zeggen over feminisme wel iets weet maar kennelijk niet veel islamliteratuur achter de kiezen heeft, al kent ze wel héél veel moslimmeisjes en héél veel moslima’s.
Gongslag alweer.

Ik zei “die zeggen: wij willen het niet”, dat is anders dan “je mag niet”, corrigeerde Darya Safai Van Hecke, die het niet nodig vond goed te luisteren naar een feministe, en dan maar haar woorden probeerde te verdraaien.
Gongslag, zachter in elk geval dan de mokerslag die ze net incasseerde.

Sociale druk? Pesten komt ook voor hé! zei Mieke, die zich nu aan cafépraat waagde. En ze herhaalde dat nog eens, fier over haar vondst wellicht. Over sociale of familiale druk om een hoofddoek te dragen wist ze nog meer: …wanneer het zo zoú zijn. En ze benadrukte ook dat ze advocaat was geweest, wat er niet toe deed, terwijl ze juist haar tegenstandster ongeciviliseerd verweet dat zij er heel veel dingen bij sleurt. En dan begon zijzelf over de rechten van de vrouw ...bij ons weliswaar, en meer dan een halve eeuw geleden.
Gong.

Samenvattend: Mieke Van Hecke was niet in staat om met een echte feministe een gesprek te voeren over de grond van de zaak, en probeerde dan maar het debat te laten ontsporen en onmogelijk te maken door onderbrekingen, pedante nadrukkelijkheden, herhalingen en schijnargumenten.
Een waar testimonium paupertatis, een meelijwekkend schouwspel van intellectuele onmacht.



2 maart 2018

Een korte geschiedenis van de XXste eeuw


Europeana. Strucné dejiny dvacáteho veku is de titel van een boekje dat Patrik Ouředník, een Tsjech die in Frankrijk woont, in 2001 schreef. Het is niet onopgemerkt gebleven, integendeel: het werd direct in alle mogelijke talen vertaald.
Mij was het helaas wel voorbijgegaan, maar gelukkig kreeg ik het werkje nu ten geschenke van een vriendin: Europeana. Une brève histoire du XXe siècle, 2004, 2017, Éditions Allia, 152 pagina’s.
Een schitterende vertaling van Marianne Canavaggio, waarbij je direct voelt dat de vertaalster de letter en de geest van de schrijver weergeeft.
Ik vond ze zelfs zo grappig dat ik ook wilde weten hoe men dat in het Nederlands had aangepakt, want Uitgeverij Fagel in Amsterdam had in 2004 een vertaling van de hand van Edgar de Bruin.
Hij vertaalde de ondertitel als: 'Een zeer korte geschiedenis van de twintigste eeuw'. De vertaler verbetert zijn auteur, en versmaadt zo een verbod van Karel van het Reve.
Hieronder kunt u zelf oordelen, lezer, maar ik vond de Franse vertaling superieur, nergens houterig, veel grappiger en op aanwijsbare punten ook gewoon juister dan de Bruin. Bijvoorbeeld al 'hommes-mensen', wat natuurlijk 'mannen' moest zijn: je hoeft geen woord Tsjechisch te kennen om te weten welke vertaling je verkiest.


À la fin du siècle les hommes voulaient rester jeunes et dynamiques mais être en même temps politiquement et sexuellement corrects et ne plus séduire les femmes à la va-vite ni leur adresser des sourires lubriques etc. ni raconter des blagues sur les Juifs et les Allemands et les homosexuels. Et certaines femmes déposaient plainte contre leurs supérieurs parce qu’ils avaient eu devant elles des paroles à connotation érotique ou leur avaient proposé de les raccompagner chez elles avec un air salace et en 1997 un avocat américain dut payer quatre millions de dollars américains de dommages et intérêts à sa secrétaire pour lui avoir jeté des bonbons à la menthe dans le décolleté. Et en 1998 certains Américains voulaient destituer leur président pour avoir entretenu des relations incorrectes avec une stagiaire et lui avoir touché les seins et enfoncé un cigare cubain dans le vagin et lui avoir fait pratiquer des fellations pendant qu’il téléphonait avec le secrétaire à la défense et entre-temps les Américains bombardaient l’Irak* et les Irakiens disaient que c’était pour détourner l’attention du comportement sexuellement incorrect de leur président. Les Européens aussi voulaient être politiquement corrects mais un peu moins sexuellement parce que surtout dans les pays latins la séduction était une tradition culturelle alors que l’Amérique était plutôt puritaine.
De mensen aan het eind van de eeuw wilden jong en dynamisch blijven, maar tegelijkertijd ook politiek en seksueel correct, en dat hield in dat ze de vrouwen niet verleidden en wellustig naar hen glimlachten en dergelijke en geen moppen over joden vertelden en over Duitsers en over homoseksuelen. En sommige vrouwen dienden een aanklacht in tegen hun bazen, omdat ze met erotische connotatie tegen hen praatten of aanboden hen thuis te brengen en daar onzedelijk bij keken, en een Amerikaanse advocaat moest in 1997 vier miljoen Amerikaanse dollar smartengeld aan zijn secretaresse betalen, omdat hij M&M’s in haar décolleté had gegooid. En in 1998 wilden sommige Amerikanen hun president afzetten omdat hij een incorrecte verhouding had met een stagiaire en haar borsten had betast en een Cubaanse sigaar in haar vagina had gestoken, en zij fellatio bij hem had gedaan toen hij bijvoorbeeld met een regeringsverantwoordelijke belde en dergelijke, en de Amerikanen bombardeerden ondertussen Irak* en de Irakezen zeiden dat men daarmee de aandacht van het incorrecte seksuele gedrag van de president wilde afleiden. De Europeanen wilden ook politiek correct zijn maar iets minder op seksueel gebied, want het verleiden van vrouwen had met name in de Latijnse landen een grote culturele traditie, terwijl Amerika eerder puriteins was.

__________
* Dat was Operation Desert Fox, een massaal bombardement van 16 tot 19 december 1998, dat Clinton politiek goed uitkwam. Bush I en II, en het schoothondje Bliar waren inderdaad niet de eersten die zich in de criminaliteit begaven. Eerder had hij al een Operation Desert Thunder op het nippertje afgeblazen, omdat Saddam Hoessein inspecteurs alle vrijheid liet om naar de Weapons of Mass Destruction te zoeken. Dat was toen pech voor Bill.

16 februari 2018

Een pop-upcafé: Bar de Beauvoir


Pat Donnez en Heleen Debruyne hielden hun Bar de Beauvoir op Klara open, voor een reeks van vier keer vijftig minuten radio, draaiend om – zoals ik hoorde – het ‘standaardwerk van het feminisme’: Le Deuxième Sexe van Simone de Beauvoir.

Laat ik vooraf iets grappigs vertellen: in de eerste uitzending was een van de gasten zekere Karen Vintges, lector in de politieke en sociale filosofie aan de Amsterdamse universiteit en gespecialiseerd in het denken van Beauvoir. Na een minuut ging het jammerlijk genoeg al mis, want deze Beauvoirspecialiste bleek niet goed Frans te kennen, wat haar evenwel niet belette een foutje te willen corrigeren in de vertaling van het standaardwerk van Simone.

'Querelle' (Karen zegt quérelle) was daar namelijk vertaald als 'gekrakeel'. Dat was een van de eerste dingen die haar opvielen, zei ze. Nu is ‘gekrakeel’ een correcte vertaling van ‘querelle’ (etymologisch ook nog eens hetzelfde woord), maar de politicologe meende dat er had moeten staan ‘het vraagstuk’ ... wellicht verwarde ze met ‘la question’ dat ook met 'que' begint.


Geen erg, maar zulke dingen maken een mens wantrouwig. Wat je dan al snel denkt is: kan deze Vintges wel een saai Frans boek van duizend bladzijden aan, waar nog moeilijkere woorden in voorkomen? En zou zij, om een voorbeeld te geven, ooit al hebben gehoord van een wat ouder vraagstuk dan het feminisme, van ‘la querelle des anciens et des modernes’?

Maar goed, er zijn ook gedegen critici van dat boek van Beauvoir. De meest snijdende kritiek kwam van Suzanne Lilar, in Le Malentendu du Deuxième Sexe, 1969, Presses universitaires de France, 306 pagina’s.
Haar analyse is nooit weerlegd. Helaas kwam ze geen moment aan bod in de vier uitzendingen. In losse babbeltjes zou dit misschien ook geen pas hebben gegeven want Lilar is geen zachte heelmeesteresse. Voor haar is Simone in dat werk een doctrinair, slaafs volgelingetje en zelfs bewijsbaar na-apertje van Sartre. En helaas onderbouwt ze die mening.

Bovendien is Lilar een echte feministe, en bijvoorbeeld de eerste vrouw die aan de Gentse universiteit een doctoraat rechten haalde. Een groot succes was haar essay 'Le Couple' (Grasset), dat zelfs bij Le Livre de Poche verscheen, wat toch als een consecratie mag gelden.

Lilar kwam dus niet aan bod, en hier de 300 pagina’s van haar kritiek samenvatten is veel gevraagd.
Eén voorbeeld toch: als Beauvoir zegt dat ze lang heeft nagedacht voor ze een boek over de vrouw schreef, dan klopt dat niet. Ze maakte losse aantekeningen en publiceerde die holderde-bolder, zonder de moeite te nemen om, al was het maar haar herhalingen en contradicties weg te werken. Lilar lijstte er een paar dozijn op. Beauvoir publiceerde dus, zoals ze later in een moment van vermoeidheid erkende 'un fatras initial', een eerste samenraapsel. Haar klacht dat ze slecht gelezen en begrepen werd is hiermee wel verklaard.

Laat ik volstaan met een vertaling van de achterflap van Le Malentendu: die bestaat grotendeels uit citaten uit het eigenlijke boek.

«Het is hoog tijd om het ontzag voor Simone de Beauvoir te laten varen; het is hoog tijd om Le Deuxième Sexe te ontheiligen.» Het is een vrouw die hier spreekt. Ze toont aan dat S. de Beauvoir, nog voor ze aan haar boek begonnen was, eigenlijk al partij had gekozen tegen de Vrouwelijkheid.*
Wat betreft de verschillen tussen mannen en vrouwen is haar standpunt dubbel. Er zijn er die zij betwist – eigenlijk al die verschillen die niet onbetwistbaar zijn – en die ze als louter historisch bestempelt, met andere woorden als artificieel en vervreemdend. En dan zijn er de andere, die zich niet laten verwerpen (de genitale verschillen bijvoorbeeld), waarvan zij alleen de culturele context in aanmerking wil nemen.
Het komt hierop neer – enkele plotse momenten daargelaten waarbij ze in de verdediging gaat, en dan met zichzelf in tegenspraak raakt – dat haar afhankelijkheid van het denken van Sartre, van gnosis doordrenkt, haar ertoe brengt de seksualiteit te beschrijven als structureel sadistisch, gepaard gaand met een afkeer voor lijfelijkheid, wat een erotiek van verwerping en scheiding oplevert.
Maar berusten de verhoudingen tussen de seksen dan enkel op vijandigheid van de geesten; beantwoorden ze alleen aan een dialectiek van agressie?
____________
*  Beauvoir geeft namelijk direct twee Sartriaanse postulaten (en postulaten behoeven zoals we weten geen bewijs, wat er in de volgende duizend bladzijden dus ook niet komt):
     Premièrement, l’homme a fait de la femme l’Autre, l’objet.
     Deuxièmement, il n’y a pas de nature féminine, tout le Féminin est artificiel.


15 februari 2018

Het verschil tussen dokters en advocaten


Misschien is door de Mary-Jambon-affaire onderstaande deontologische uitspraak van Jacques Vergès vandaag weer actueel. Waar hijzelf overigens die ligne blanche trok waar hij het over heeft, is niet altijd even duidelijk geweest:

Vergeleken bij dokters genieten we als advocaten een enorm privilege. Wij kunnen aan een kerel zeggen: 'Ik heb geen zin u te verdedigen.' Maar na een aanvaarding zijn wij door dat vertrouwen gebonden, en moeten wij met hand en tand vechten om hem te verdedigen. Alle wapens inzetten die de wet en de gebruiken ons ter hand stellen. Maar ik geloof dat we nooit over de schreef mogen gaan, want precies dan worden wij kwetsbaar.



Nous avons comme avocats un privilège énorme par rapport aux médecins. Nous pouvons dire à un type : ‘J’ai pas envie de vous défendre.’ Mais si on accepte, cette confiance nous oblige, et nous devons nous battre becs et ongles pour le défendre. Utiliser toutes les armes que la loi et les usages nous donnent. Mais je crois qu’on ne doit jamais franchir la ligne blanche, parce qu’à ce moment-là nous devenons vulnérables.

6 februari 2018

Salvador Dali en Sint Augustinus


Het is weer een tijd geleden dat ik Kaas van Willem Elsschot gelezen heb, en ik meen niet dat de heilige Augustinus daar een rol in speelde. Het had wel gekund nochtans, maar Elsschot ging niet over theologie. Bij Salvador Dali is dat anders als hij het onderwerp kaas behandelt. 



Un autre aspect de votre œuvre, votre passion pour les structures molles, pour les choses qui s’écoulent…

Alors ça, c’est tout-à-fait semblable à l’obsession de l’or, puisque l’élément mou, surtout le fromage – j’ai fait des montres molles qui sont vraiment comme du camembert qui est à point – sont un élément aussi mystique. J’avais toujours remarqué que les catholiques faisaient beaucoup l‘usage du pain et du vin, mais il y avait toujours très peu de fromage. Et le fromage est encore plus mystique que le pain. Et dernièrement j’ai trouvé dans Saint Augustin, qui est un très grand surréaliste mystique, tout un chapitre dans lequel il dit – ça c’est pas Dali, c’est Saint Augustin qui le dit – que Jésus c’est pas une montagne de fromage, mais c’est des montagnes de fromage. Montus coagulat…enfin il y a tout un passage des Psaumes dans lequel tous les phénomènes de coagulation et de fermentation sont identifiés à la figure mystique de Jésus.

Het mag duidelijk zijn: kaas, inzonderheid de Camembert, wordt in dit interview op een hoger niveau getild, ver weg van mercantiele overwegingen.
Over die uitspraak van Augustinus zou ik wel meer willen vernemen, want in wat ik van hem heb gelezen had hij het nooit over kaas. Maar ik las ook niet zoveel: kenners zullen hier klaarheid moeten brengen.

Waarin Dali duidelijk wel gelijk heeft, is dat kaas in de Bijbel bijna geen rol speelt. Met moderne machines is dat makkelijk na te gaan, en in het hele Nieuwe Testament is er zelfs niet één keer sprake van kaas.
In het Oude Testament zegt Samuel er twee keer iets over, en Job één keer. En dat in zo'n dik boek!

Laten we eerst Job aan het woord met zijn klacht: 10:9  Gedenk toch, dat Gij mij als leem bereid hebt, en mij tot stof zult doen wederkeren. 10  Hebt Gij mij niet als melk gegoten, en mij als een kaas doen runnen? (sicut caseum me coagulasti) 11  Met vel en vlees hebt Gij mij bekleed; met beenderen ook en zenuwen hebt Gij mij samengevlochten.

1Samuel dan: 17:18  Maar breng deze tien melkkazen aan de oversten over duizend; (decem formellas casei) en gij zult uw broederen bezoeken, of het hun welga, en gij zult van hen pand medenemen.
2Samuel 17:27  En het geschiedde, als David te Mahanaim gekomen was, dat Sobi, de zoon van Nahas, van Rabba der kinderen Ammons, en Machir, de zoon van Ammiel, van Lodebar, en Barzillai, de Gileadiet, van Rogelim, 28  Beddewerk, en schalen, en aarden vaten, en tarwe, en gerst, en meel, en geroost koren, en bonen, en linzen, ook geroost, 29  En honig, en boter, en schapen, en koeienkazen, brachten tot David (et mel et butyrum oves et pingues vitulos dederuntque David), en tot het volk, dat met hem was, om te eten, want zij zeiden: Dit volk is hongerig, en moede, en dorstig in de woestijn.

3 februari 2018

Le Monde diplomatique over Harvey Weinstein


In Le Monde diplomatique staan elke maand wel dingen die je in andere publicaties niet vindt, en aangezien Mark Grammens er niet meer is om de lof van dat blad te zingen, moet een ander het doen.

Een van de artikels die mij in het februarinummer sterk bevielen was van de hand van de Amerikaanse auteur en journalist Thomas Frank: La gauche selon Harvey Weinstein. De man dus over wie u eindeloos veel hebt gelezen in andere bladen, maar zijn artikel herkauwt niet wat u allang weet.

Thomas Frank publiceerde eerder onder meer ‘Pourquoi les pauvres votent à droite’, en binnenkort verschijnt ‘Pourquoi les riches votent à gauche’, beide bij Agone – Contre-feux en voorzien van een voorwoord van Serge Halimi, redactiedirecteur van Le Monde diplomatique.
Genoemd artikel gaat over de democraat-en-filantroop Weinstein:

In 2012 koopt hij de rechten voor het Amerikaans grondgebied van Serment de Tobrouk [De Eed van Tobroek], een documentaire gemaakt door een elegant gekleed gaande Franse essayist, Bernard-Henri Lévy, en bedoeld om op de internationale scène de vernietiging van het regime van Mouammar Kadhafi in 2011 te promoten – een vernietiging die in de Verenigde Staten beter bekend staat als ‘Hillary’s Oorlog’, waarvan Libië zeven jaar later nog altijd niet bekomen is.

De omschrijving die mijnheer Weinstein erbij geeft, illustreert welke hoogten van nadrukkelijkheid en pedanterie iemand in één paragraafje kan bereiken:

‘Deze buitengewone film laat de ongelooflijke moed van BHL zien, en de krachtdadigheid van oud-president Nicolas Sarkozy, en tegelijk belicht hij het onschatbare leiderschap van president Barack Obama en van staatssecretaris Hillary Clinton. Hij laat het Amerikaanse publiek toe een blik te werpen achter de coulisses, waar de regering van ons land en die van Frankrijk hebben samengewerkt om een eind te stellen aan het uitmoorden van onschuldige burgers, en er op briljante manier in geslaagd zijn een regime omver te werpen.’

Dat leverde hem een toegenegen wederwoord van Bernard-Henri Lévy op:
‘Ik heb een diepe achting voor Harvey Weinstein. Meer dan voor zijn succesvolle filmwerk, is hij voor mij in de eerste plaats de man die in de Verenigde Staten Amnesty International heeft gelanceerd, die tegen de doodstraf heeft geageerd, en in Amerika een der weinigen is die de strijd heeft gevoerd tegen diegenen die Polanski wilden lynchen.’ – de maker van Chinatown en Rosemary’s Baby, die vervolgd wordt voor de verkrachting van een dertienjarige.

1 februari 2018

Over geschiedschrijving en staatsmacht


Gisteren las ik in de Washington Post een artikel over een op stapel staande  Poolse wet die het strafbaar zal stellen om te zeggen dat er ook Polen betrokken waren bij de uitroeiing van de joden in de Tweede Wereldoorlog.
‘One cannot change history, and the Holocaust cannot be denied,’ zei Benjamin Netanyahu daarop. De geschiedenis laat zich niet veranderen, en de holocaust is onloochenbaar.

Nu lijkt die poging van Polen om het geheugen van de wereld te veranderen onbegrijpelijk en hopeloos, aangezien ons zoveel documenten ter beschikking staan. Maar dat de geschiedenis zich niet zou laten veranderen is betwistbaar. Alleszins kan de geschiedschrijving daar een steentje toe bijdragen.
Eergisteren hoorde ik in Brussel een interessante voordracht in de Cercle Pol Vandromme. De Franse auteur Patrick Buisson (ooit nog politiek raadgever van Sarkozy) sprak over een genocide die de officiële Franse geschiedschrijving twee eeuwen lang met succes heeft ontkend of minstens verdoezeld. Dat staaltje van geschiedvervalsing betreft een episode uit de Franse Revolutie (La Terreur) waarbij planmatig meer dan honderdduizend koningsgezinde bewoners van de Vendée werden uitgeroeid.
Toen kon dat nog wel, maar ik vrees dat vandaag de Polen zich belachelijk zullen maken. Hier een klein stukje uit de rede van Buisson:

[...] maar als we zien wat er is gebeurd, en wat de geschiedschrijving ons vandaag leert, dan vinden we daarin elementen die ons de werkelijke situatie kunnen verduidelijken, naarmate ze hun plaats in het historisch verloop weer innemen. 1793 ligt veraf – maar weer niet zó veraf, en we zullen zien waarom.
Tot op heden is geen formule toepasselijker op de oorlogen in de Vendée dan die van Joseph de Maistre: ‘Geschiedschrijving is een permanente samenzwering tegen de waarheid.’ Bijna twee eeuwen lang, heeft de republikeinse geschiedschrijving in Frankrijk, de officiële geschiedschrijving, geweigerd om aan de oorlog in de Vendée het statuut van geschiedkundig onderwerp te geven. Gezeten op hun verheven leerstoelen in de Sorbonne – aan de Sorbonne was er een leerstoel Franse Revolutie – en of ze nu Mathiez, Soboul, Lefebvre of Aulard heetten, weloverwogen hebben zij datgene wat het epos van de Vendée was voor een tweede keer in een lijkwade willen wikkelen, het versluierd en geloochend, verzwegen en verdrongen.
Waarom dan? Wel, tot elke prijs moest men de stichtingsmythe van de Republiek vrijwaren, van onze republiek, de Franse Republiek – jullie hebben het geluk in een monarchie te leven; al weet ik niet goed of je zulke dingen kunt zeggen – die mythe vrijwaren, het aanvangsmoment van de stichting vrijpleiten, dat de grote Franse historicus Pierre Chaunu ‘het bloedige misoffer’ noemde. Het bloedige misoffer. Doen vergeten dat het initiële devies van de Franse Republiek was – niet ‘Vrijheid, Gelijkheid, Broederlijkheid’, zoals iedereen gelooft, maar ‘Vrijheid of de Dood’. Een devies dat de ideologische mogelijkheden in zich droeg voor een uitroeiingsproject. Een project dat enkele maanden later in werking zal treden.
Dus de ontkenning van de martelaarschap der Vendéens was aanvankelijk een politieke noodzaak voor het regime, dat van de republiek, dat zich lange tijd zwak heeft gevoeld. In die mate zelfs dat de grondwetsherziening van 1884 een belangrijke nieuwigheid invoerde – in een amendement dat toen werd goedgekeurd: een artikel dat verbiedt de republikeinse staatsvorm in Frankrijk ter discussie te stellen. En dat artikel is grondwet na grondwet blijven meegaan, onder de vierde en onder de vijfde Republiek: in Frankrijk mag men de republikeinse staatsvorm niet ter discussie stellen. In Frankrijk is de republiek een religie. Een wereldlijke religie, maar wel een religie.



[...] or, regardant ce qui s’est passé et ce que l’historiographie nous rapporte aujourd’hui, nous avons là des éléments d’intelligibilité de la situation actuelle, dans la mesure où ils se replacent dans un continuum historique. 1793 c’est bien loin – pas si loin que ça, et on va voir pourquoi.
Jusqu’à présent aucune formule ne s’applique-t-elle mieux au guerres de Vendée que celle de Joseph de Maistre : « L’histoire est une conspiration permanente contre la vérité. » Pendant près de deux siècles l’historiographie républicaine en France, l’historiographie officielle, a refusé à la guerre de Vendée un statut d’objet historique. Du haut de leur chair de Sorbonne – il y avait une chair de la Révolution française – les Mathiez, les Soboul, les Lefebvre, les Aulard ont délibérément cherché à ensevelir une seconde fois ce qui fut l’épopée vendéenne dans une sorte de linceul, d’une occultation et de la négation, du non-dit et du déni.
Pourquoi ? Mais il fallait à tout prix préserver le mythe fondateur de la République, de notre République, enfin de la République française – vous avez la chance d’être en monarchie ; enfin, je ne sais pas si on peut dire des choses comme ça – préserver ce mythe, exonérer le moment inaugural de la fondation, de ce que Pierre Chaunu, le grand historien français appelait « la messe de sang ». La messe de sang. Faire oublier que la devise initiale de la République française fut – non pas Liberté, Égalité, Fraternité, comme chacun le croit, mais : « La Liberté ou la Mort. » Devise qui portait en elle-même les virtualités idéologiques d’un projet d’extermination. Projet qui va être mis en œuvre quelques mois plus tard.
Alors, la négation des martyrs vendéens a d’abord été une nécessité politique pour un régime, la république, qui s’est longtemps senti fragile. À tel point que la révision constitutionnelle de 1884 – l’amendement qui est voté à ce moment-là – introduit une novation importante : un article qui interdit de remettre en cause la forme républicaine en France. Et cet article a été transposé de constitution en constitution, sous la quatrième et sous la cinquième : on ne peut pas en France remettre en cause la forme républicaine. En France la république est une religion. Une religion séculière, mais une religion.

24 januari 2018

Bobo* Yann Moix gaat naar Calais


Op France Inter kreeg Yann Moix de gelegenheid om bij Léa Salamé een stuk van hem in Libération toe te lichten. Hij had daarin Macron aangevallen en met scheldwoorden overladen in verband met het politie-optreden in Calais. Hier het fragment waarin hij het grappigst is:

Léa Salamé: De migranten houden chauffeurs staande, springen op de vrachtwagens, scheuren de afdekzeilen, doen aanvallen op de ringweg, en zetten hun leven en dat van de bewoners van Calais op het spel. Loopt u, en vergeef me dit, met uw stuk niet het risico om door te gaan voor een Parijse bobo* die eens lessen moraal komt geven bij mensen die echt alle dagen afzien?
Yann Moix: Wel, ziet u, die beschuldiging van boboïsering is een manier om mensen als persoon te delegitimeren, ziet u. Als men hen werkelijks niets kan verwijten, komt men met dat woord bobo, dat een toverwoord is. Neem van mij aan: ik ben een provinciaaltje, ik heb mijn legerdienst gedaan, ik heb in mijn eentje mijn studies gedaan, ik heb jaren geleefd in kleine studio’s, en als u alles wil weten, toen ik in Parijs arriveerde heb ik gewoond in, ik meen een kraakpand. Ik voel me niet aangesproken door die boboïsering, en zelfs, zelfs al was ik nog de grootste bobo aller tijden: een bobo is een burger, en als een bobo in Calais gaat kijken wat daar omgaat, wel, het woord van een bobo is het woord van een burger, en simpelweg alle burgers hebben het recht getuigenis te geven.
Léa Salamé: Welk effect verwacht u van dat ingezonden stuk? Wat vraagt u van Emmanuel Macron, want hij is het die u met name viseert.
Yann Moix: Ik vraag de president van de Republiek…
Léa Salamé: Incompetent, onwaardig, zegt u.
Yann Moix: …en afschuwelijk en hypocriet, en zo nu en dan imbeciel, want de waarheid springt in het oog. Ik verdraag het niet langer dat kinderen fysiek mishandeld worden op het grondgebied van de Republiek. Als een kind van zestien u aankijkt, met rode ogen van het traangas, en zegt: “Ik begrijp niet wat er gebeurt. In Libië heeft men mij gefolterd, maar dat men hetzelfde doet in Frankrijk! Ik ben uitgeput en perplex.” Onder de Afghanen zijn er mensen die Victor Hugo kennen, die Victor Hugo in het Farsi gelezen hebben en hem op hun duimpje kennen, en die daarom naar Frankrijk zijn gekomen. En dan komen ze hier, en men klopt erop.

─ Er vallen een paar dingen op in het getuigenis van onze burger. Dat de meeste migranten hoogopgeleid zijn wisten we al, maar dat er zelfs bij zijn die Victor Hugo op hun duimpje kennen is nieuw. En dat ze als Afghanen hem blijkbaar in het Perzisch (Farsi) hebben gelezen, terwijl de meest verbreide taal in hun land het Pasjtoe is, verhoogt nog onze verbazing.
Anderzijds is het wel begrijpelijk dat iemand die Hugo op zijn duimpje kent, en zelfs om die reden naar Frankrijk is gekomen, graag ook eens kennis wil maken met Engelse auteurs, en dus liever geen asiel aanvraagt in Frankrijk. Uit te sluiten valt overigens niet dat ze enkel naar Guernsey willen, waar hun idool Hugo immers ook een tijd verbleef, in zelfgekozen ballingschap.
__________

* bobo (bourgeois bohème): eerder welgestelde, eerder jonge mens die economisch eerder rechts te situeren valt, geschoold is, cultureel geïnteresseerd, stedelijk, ecologisch denkt en links stemt.



Léa Salamé: Les migrants interpellent les transporteurs, ils sautent sur les camions, ils arrachent les bâches, ils attaquent la rocade, ils mettent en dangers leur vie et la vie des Calaisiens. Est-ce que vous ne prenez pas le risque avec cette tribune de passer, pardonnez-moi, mais pour le bobo parisien qui vas nous faire des leçons morales chez des gens qui souffrent vraiment au quotidien ?
Yann Moix: Alors, si vous voulez, le procès en boboïsation, c’est une manière, si vous voulez, de délégitimer la personne des gens. Quand on ne peut absolument rien leur reprocher, on sort le mot de bobo, qui est un mot magique. Croyez-moi, je suis un provincial, j’ai fait mon service militaire, j’ai fait mes études tout seul, j’ai vécu pendant des années dans des petits studios, et je crois quand je suis arrivé à Paris j’ai vécu dans un squat, si vous voulez tout savoir. Je ne me sens pas concerné par la boboïsation, et quand même, quand bien même je serais le plus grand bobo de tous les temps : un bobo est un citoyen, et si un bobo va voir à Calais ce qui s’y passe, et bien la parole d’un bobo est une parole de citoyen, et simplement, tous les citoyens ont droit de témoigner.
Léa Salamé: Qu’est-ce que vous attendez de l’effet de cette tribune ? Qu’est-ce que vous demandez à Emmanuel Macron puisque c’est lui que vous visez nommément.
Yann Moix: Je demande au président de la République…
Léa Salamé: Incompétent, indigne, dites-vous.
Yann Moix: …et horrible et hypocrite, et parfois imbécile, parce que la vérité se voit. Je ne supporte plus que des enfants soient physiquement maltraités sur les territoires de la République. Quand un enfant de seize ans vous regarde, les yeux rougis par le gaz lacrymogène, en disant : « Je ne comprends pas ce qui se passe. En Lybie on m’a torturé, mais qu’on fasse la même chose en France, je suis exténué et éberlué. » Il y a parmi les Afghans des gens qui connaissent Victor Hugo, qui ont lu Victor Hugo en farsi sur le bout des doigts, et qui sont venus en France pour ça. Et ils arrivent, et on les frappe.

Moix: ou l'X surnuméraire du narcissisme sans emploi.
(Pierre-Emmanuel Prouvost d'Agostino)

23 januari 2018

“De annulering van mijn veroordeling lost het probleem van de invasieve immigratie niet op"


Valeurs actuelles van 23 januari 2018 sprak met de omstreden journalist Eric Zemmour.
Zoals u ziet, lezer, weet ook ik het woord 'omstreden' eens te gebruiken. Journalisten gebruiken dat adjectief graag als zijzelf het met iemand niet eens zijn, en graag zouden willen dat hij in een kwaad daglicht kwam. Meer betekent het eigenlijk niet. Maar dit is een artikel dat geen adjectief nodig heeft: 

Het Hof van Cassatie heeft vandaag dinsdag de veroordeling van de Figaro-journalist wegens aanzetting tot haat tegen moslims verbroken. Die veroordeling kwam er na een interview dat hij in 2014 had toegestaan aan een Italiaanse krant. Eric Zemmour geeft aan Valeurs actuelles zijn reactie op deze definitieve uitspraak.

Het Hof van Cassatie heeft vandaag dinsdag de vernietiging uitgesproken van de veroordeling van Eric Zemmour wegens aanzetting tot discriminatie, haat of geweld. Die veroordeling was uitgesproken door het Hof van Beroep van Parijs, als gevolg van betwiste uitspraken die hij deed in de Italiaanse krant Corriere della Sera.
In oktober 2014, bij de promotieronde van zijn boek Le Suicide français, had de Figarojournalist verklaard dat de moslims “hun eigen Code Civil hadden, zijnde de koran”, dat ze “onder elkaar leven in hun banlieues. De Fransen zijn daar weg moeten trekken.” Hij voegde daaraan toe: “Ik geloof dat we op chaos afstevenen. Die toestand met een volk binnen het volk, met moslims tussen het Franse volk, zal ons naar chaos en burgeroorlog leiden.”

“Een PS-volksvertegenwoordigster eiste dat ik Frankrijk zou verlaten.”
Een jaar later werd hij veroordeeld tot een boete van 3000 euro voor aanzetting tot haat tegen moslims, en hij moest, al naargelang het geval, één of duizend euro schadevergoeding betalen aan burgerlijke partijen zoals SOS-Racisme of de Liga tegen Racisme en Antisemitisme (LICRA). Die veroordeling werd in 2016 in beroep bevestigd.
“Ik wil er graag aan herinneren dat het omwille van dat interview was dat i-Télé (nu CNews) me in 2014 heeft ontslagen,” benadrukte Eric Zemmour, toen Valeurs actuelles hem contacteerde. “In die periode spoorde de minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve de mensen aan om voor mijn huis te manifesteren, en een PS-volksvertegenwoordigster eiste dat ik Frankrijk zou verlaten.”

Eric Zemmour betreurt de “juridisering van het debat”.
“Drie jaar later erkent het Hof van Cassatie dat heel die zaak een niemendalletje was. Probleem is wel dat het politieke en mediatieke oordeel al veel eerder viel. Dat is de doodzonde van de Franse democratie: het juridiseren van het debat,” betreurt de polemist.
“De vernietiging van mijn veroordeling door het Hof van Cassatie lost niets op. Noch het probleem van de invasieve immigratie waar ik het ten gronde over had, noch dat van de juridisering,” herinnert hij nog.
“Als de werkelijkheid onmogelijk nog te verstoppen valt, dan laat de gerechtelijke machine toe dat men diegenen die haar beschrijven een halt toeroept. Mag ik eraan herinneren dat de burgemeester van Grigny mij nu gerechtelijk aanklaagt omdat ik gezegd heb dat de grenspaal van Grigny niet meer in Frankrijk staat.”
_______________

Noot van 24 januari: Le Point besteedt vandaag aandacht aan dit arrest:

De hoogste juridische instantie heeft geoordeeld dat het Hof van Beroep zijn beslissing onvoldoende had gemotiveerd, heeft dat vonnis geannuleerd en een nieuw proces bevolen voor het Hof van Beroep van Parijs. In een communiqué hebben de advocaten van Eric Zemmour, Olivier Pardo en Laurence Dauxin-Nedelec, gezegd dat deze beslissing “van aard is om de vrijheid van meningsuiting te versterken, waar Eric Zemmour een onaantastbaar recht op bezit.”
Al meerdere malen veroordeeld
“Céline Pigalle, in naam van iTélé, nu Cnews, heeft ten onrechte toegegeven aan de druk die door de polemiek was ontstaan, door de samenwerking van meer dan tien jaar te beëindigen,” voegden de raadsmannen van Eric Zemmour daar nog aan toe. “Deze breuk werd overigens al bestraft,” preciseerden ze, – de zender werd in 2016 veroordeeld voor “onrechtmatige opzegging” van het contract met zijn chroniqueur. Éric Zemmour werd in juni jongstleden veroordeeld voor het oproepen tot haat, ter gelegenheid van andere uitspraken die als islamofoob werden beoordeeld. In 2011 werd hij ook veroordeeld voor uitlokking van rassendiscriminatie, nadat hij op de televisie had verklaard dat “de meeste drugstrafikanten zwarten en Arabieren zijn, zo is dat, het is een feit.”

21 januari 2018

Bij het overlijden van Luc Beyer


Met het overlijden van Luc Charles Henri Beyer de Ryke (Gent, 9 september 1933 – Parijs, 18 januari 2018), telg van een liberale Gentse juristenfamilie en negentien jaar lang presentator van het RTB-televisienieuws, is er een stukje Gentse geschiedenis afgesloten. Beyer was bijvoorbeeld het laatste lid van de Gentse gemeenteraad dat zijn stemmen voornamelijk bij Franstalige Gentenaars haalde. Een mooie kiesslogan van hem was: Vous connaissez ma voix, donnez-moi la vôtre – zijn humaniora had hij gedaan in het Institut de Gand, waar vrijzinnige Franstaligen hun kinderen naartoe stuurden (katholieke Franstaligen stuurden hun zonen naar Sint Barbara).
De Gentse francofonie zou zo'n stemmenaantal vandaag niet meer kunnen leveren. In zijn boek Les Lys de Flandre : Vie et Mort des francophones de Flandre (1302-2002)* schreef Beyer: ‘Nous sommes devenus des fantômes.’ Men kan dat betreuren of niet betreuren, maar misschien is het niet overdreven om het zo te zeggen want in 1976 beschreef Suzanne Lilar in haar mooie Une enfance gantoise** hetzelfde fenomeen al.

De RTBf liet naar aanleiding van Luc Beyers overlijden een documentaire van 1977 zien, met hem in een hoofdrol. Men toonde daarin 'hoe het nieuws gemaakt wordt'. Opvallend was dat bij die redactie toen de overtuiging nog leefde dat zij de Belgische publieke opinie vertolkten, ja zelfs de Belgische consensus. François-Michel Van der Mersch, redactiesecretaris van het RTB-nieuws ten tijde van Beyer zei het zo:

Il se fait qu’au sein d’une rédaction nous sommes de formations philosophiques différentes, représentant plus ou moins le consensus belge du moment. Et il y a non pas ce qu’on pourrait peut-être appeler une autocensure – moi je n’aime pas beaucoup ce terme par expérience, plus de dix ans que je suis dans cette maison – mais je parlerais plutôt d’auto-maîtrise. Alors, je crois que nous avons tous l’intention d’une objectivité, et nos collègues qui pensent parfois un peu différemment sur le même problème, mais avec lesquels nous travaillons de très près chaque jour, sont là pour peut-être nous faire remarquer, nous faire prendre conscience que notre façon de voir n’est peut-être pas tout à fait celle de tout le monde. Ils permettent de rectifier le tir l’un vis-à-vis de l’autre. Nous nous tenons tous, pour finir, non pas pour nous museler l’un l’autre mais pour nous permettre de définir ensemble, ce que nous croyons, ce qui pourrait peut-être approcher de plus près la réalité.
Het is zo dat in de schoot van de redactie wij uit verschillende filosofische strekkingen komen, en min of meer de Belgische consensus van het moment weerspiegelen. En er is helemaal geen, wat je zou kunnen noemen autocensuur. Vanuit mijn ervaring – ik ben nu meer dan tien jaar in dit huis – ben ik op die term niet zo gesteld. Ik zou eerder spreken van zelfbeheersing. Ik denk dan ook dat wij allemaal een objectiviteit voor ogen hebben, en onze collega’s die soms wat verschillend denken over eenzelfde probleem, maar met wie wij elke dag samenwerken, zijn er juist om ons soms op te merken of ons ervan bewust te maken dat onze zienswijze misschien niet is wat iedereen erover denkt. Ze maken het mogelijk dat wij onderling elkaars vizier bijstellen. Om kort te gaan, wij ondersteunen elkaar, niet om elkaar te muilkorven maar om ons toe te laten samen datgene te omschrijven waarin wij geloven, zodat we misschien iets dichter bij de realiteit komen.

De wereld heeft niet stilgestaan en die verklaring klinkt nu erg naïef, maar blijkbaar werd ook ten tijde van Beyer de vraag al gesteld of journalisten van gevestigde media aan zelfcensuur deden. Nu weten we al een tijd dat ze dat inderdaad doen, soms dingen verdraaien, verzwijgen of vaker nog verdoezelen door bijvoorbeeld de betekenis van woorden bewust te verwringen, en wel zo vaak dat die woorden op den duur onbruikbaar worden in hun gewone betekenis. Wie kent nog de oorspronkelijke betekenis van 'jongeren', van 'relletjes', 'incidenten' enzovoort?
Wie de woordenschat beheerst, bepaalt de maatschappelijke thema’s en alle spreken is grijpen naar de macht, zoals Michel Foucault zei.

______________
* Parijs, 2002, bij François-Xavier de Guibert.
** Grasset & Fasquelle.




17 januari 2018

Emmanuel Macron spreekt de bevriende pers toe


Op 3 januari gaf Emmanuel Macron aan de verzamelde Franse officiële pers toelichting bij zijn plannen in verband met wat iedereen nu fake news noemt, of alternatieve feiten. Merkwaardig is alleszins dat de president dat fake news helemaal niet bij de officiële pers legt: het komt uitsluitend uit het buitenland én van bloggers. Timisoara, de WMD's (weapons of mass destruction) van Saddam Hoessein, de afwezigheid van terroristen onder de 'vluchtelingen' enzovoort: dat waren dus allemaal ware berichten volgens Macron?
Of zou hij dat niet weten? Dat is onmogelijk. Ik wil wel aannemen dat hij niet op de hoogte is van de valse berichtgeving in de Belgische media in verband met de stortvloed van racistische uitroepen aan het adres van Miss België, maar die eerstgenoemde officiële leugens kent hij zeker. 
De wrevel bij politici en hun journalisten is zichtbaar groot, nu zij het monopolie op de waarheid kwijt zijn. 
Wie zijn volledige speech wil horen kan dat hier, maar mijn vertaling begint op 16'38".

Vandaag wordt het model zelf van het beroep van journalist op losse schroeven gezet, of om nauwkeuriger te zijn, van het rechte pad afgebracht want wat wij meemaken is de intrede in het medialandschap van valse nieuwsberichten – ‘fake news’ zoals men in de Angelsaksische wereld zegt – en van media die deze verspreiden. En op het moment dat de figuur van de journalist meer dan ooit onontbeerlijk is, en het werk van de pers een fundamentele democratische functie heeft, juist nu is het nooit makkelijker geweest zich als journalist voor te doen. Techniek en geld vangen het tekort aan competentie op, en het gebrek aan onderscheid tussen mededelingen en meningen leidt ertoe dat alles door elkaar loopt.
Overigens hebben wij met zijn allen toegelaten dat die verwarring zich geleidelijk en heimelijk kon installeren. Met onze fascinatie voor horizontale gelijkschakeling geloofden wij dat alle uitlatingen elkaar waard waren, en verdachten wij regelgeving per se van willekeur. Maar zo is het niet, alle woorden zijn niet elkaar waard en platformen, Twitterdraden, hele sites verzinnen geruchten en valse nieuwtjes die hun plaats krijgen naast de echte berichten.
Dat zou er niet toe doen als die valse berichten bedoeld waren als fopperij op wereldschaal, maar de realiteit is dat er een strategie achter zit, een strategie die gefinancierd wordt met als bedoeling twijfel te zaaien, alternatieve waarheden te fabriceren, en te laten denken dat wat politici en media zeggen altijd min of meer gelogen is. Door een handige omdraaiing tooit de leugen zich met het gewaad van de waarheid die door de elites, welke ook, voor het volk bewust verborgen wordt gehouden. En de bewijslast wordt omgekeerd: waar journalisten gedurig moeten bewijzen wat ze vertellen – dat is ook de ethica van hun beroep, zij moeten aantonen dat ze de waarheid zeggen of schrijven – daar schreeuwen de verspreiders van valse nieuwtjes de wereld toe: 'Aan u te bewijzen dat wij ongelijk hebben!'
We hebben immers toegelaten dat de volumetrie zich als een soort maatstaf van de waarheid kon installeren, de gedeelde berichten, de mogelijkheid om ze zo breed mogelijk te verspreiden, en om de twijfel ongeveer overal te doen binnensijpelen. Complotdenken en populisme voeren inderdaad een gemeenschappelijke strijd die erin bestaat elk vertrouwen in het democratische spel te ondergraven, er een oplichterij in te doen zien, een stoet van valse schijn, en u bent het, wij zijn het die het mikpunt vormen van deze strategie ten dienste van een doortastende propaganda.
Deze toename van valse berichten gaat hand in hand met die onliberale fascinatie waar ik het al over had, vaak immers wordt ze door dezelfden gefinancierd, en heel vaak wordt ze gebruikt door machten die een spelletje spelen met de zwakheden van de democratie, met haar radicale openheid, haar onbekwaamheid om te schiften, te rangschikken, kortom enige vorm van autoriteit te erkennen.
Maar wat is autoriteit in etymologische zin? Het feit zelf dat men erkent dat er een auteur is,
* de auteur van iets dat verzonnen is, of de auteur van een waarheid die op onderzoekswerk berust. U allen bent auteurs, en in deze wereld waar nieuws gemondialiseerd, ononderbroken en ogenblikkelijk is, bezit u een stuk autoriteit. Dit ontkennen, of ervan uitgaan dat de minste blogger, de minste propagandist er evenveel bezit, komt neer op de ontkenning van de specificiteit zelf van wat u bent, en op een collectieve aanvaarding om in ons democratisch systeem het wantrouwen zich meer en meer te laten nestelen.
Het complete relativisme waarin wij ons verloren hebben, wordt vandaag uitgebuit door mannen en vrouwen die vinden dat alles gezegd kan worden, en die steeds meer onze democratieën zoeken te manipuleren. De sites die te goeder naam en faam bekendstaan zijn de legale uitstalramen van deze propaganda, en worden doorgegeven op duizenden accounts van de sociale media die in een oogwenk, over de hele wereld en in alle talen een leugenpraatje verspreiden om een politiek verantwoordelijke te besmeuren, een publiek figuur, een personaliteit, een journalist.
Denken we maar niet dat zoiets niets werkt. We weten dat het werkt, we hebben de aanwending ervan gezien in het buitenland, maar ook in Frankrijk. Het democratische proces wordt er grondig door veranderd, want de verontwaardiging die deze valse geruchten opwekken is een vloedgolf die de overhand neemt op de reflectie. Dat is de in zekere zin antropologische weddenschap die diegenen aangaan die deze kanalen manipuleren.
Tussen deze machines ter verspreiding van valse geruchten en de professionele media dreigt er poreusheid te ontstaan. Men heeft barrières opgeworpen maar de presidentiële campagnes van ongeveer alle democratieën vandaag hebben de zwakte ervan aangetoond, en ons collectief onvermogen om vandaag antwoorden te bieden die tegen de dreigingen opgewassen zijn.
U, journalisten bent het die als eersten bedreigd worden door deze propaganda. Zij neemt uw toon aan, soms ook uw opmaak. Ze gebruikt uw vocabularium en soms zelfs rekruteert ze onder jullie. Soms zelfs wordt ze gefinancierd door bepaalde onliberale democratieën die wij dagelijks aan de kaak stellen, ze verspreidt zich, ze wordt alledaags en ten slotte speelt ze in op de verwarring die wij geleidelijk aan hebben geaccepteerd.
De kwestie rond de vertrouwde derden die u bent en wat zo belangrijk is in een democratie, wordt dan sterk vertroebeld en via u wordt de liberale democratie in het vizier genomen. Daar kunnen wij minstens twee antwoorden op geven, en ik zou wensen dat wij die het komende jaar samen ook geven.
Het eerste antwoord dient de Staat te geven. Daarom heb ik besloten dat wij ons juridisch arsenaal zullen laten evolueren, om zo het democratische leven af te schermen van die valse berichten. Binnenkort wordt er hieromtrent een wettekst neergelegd. Tijdens een kiescampagne zullen de boodschappen op de internetplatformen niet langer nog aan exact dezelfde regels moeten beantwoorden. Zoals u weet is er voor het verspreiden van een vals bericht op de sociale media vandaag niet meer nodig dan een paar tienduizend euro, en dat kan in volslagen anonimiteit. De platformen zullen zich dan voor alle gesponsorde inhoud grotere transparantieverplichtingen opgelegd zien, zodat de identiteit van de aankondiger en van diegenen die hem controleren publiek wordt, en ook de bedragen ingeperkt worden die aan deze inhouden gespendeerd worden. Dat is een onontbeerlijk correlaat van de regels die wij voor ons democratisch leven en ons publiek debat hebben vastgelegd.

Bij het verspreiden van een vals bericht zal het mogelijk zijn een rechter te vatten voor een nieuwsoortig kortgeding dat zal toelaten de betwiste inhoud te wissen, de site buiten werking te stellen, de account van de betrokken gebruiker te sluiten, eventueel zijn toegang tot het web te blokkeren.
De bevoegdheden van de regulator, die in 2018 overigens grondig herbekeken zullen worden, zullen uitgebreid worden om te kunnen vechten tegen elke destabilisatiepoging afkomstig van televisiezenders die door vreemde landen gecontroleerd of beïnvloed worden.
Dat zal de hervormde CSA 
[Conseil supérieur de l'Audiovisuel: instelling analoog aan de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM)] meer bepaald toelaten om te weigeren conventies af te sluiten met dergelijke diensten, rekening houdend met alle inhoud die zij verspreiden, inbegrepen op het Internet. Bij manipulaties die van aard zijn om een verkiezingsresultaat te beïnvloeden, en of dat nu in een pre-electorale of electorale periode is, zal hen dat ook toelaten overeenkomsten op te schorten of te annuleren.
Als wij onze liberale democratieën wensen te beschermen, moeten wij krachtdadig weten te zijn en duidelijke regels stellen. Deze nieuwe beschikkingen zullen interventies van de technische tussenpersonen impliceren, met als doel elke onrechtmatige inhoud waarvan zij in kennis worden gesteld snel weg te halen. De inhoud van deze tekst zal in de komende weken in detail uitgewerkt worden. De voorbereiding zal belangrijk zijn, want geen van de vrijheden van de pers mag door deze tekst op het spel worden gezet, en uw inzichten zullen in dit verband zeer belangrijk zijn en daartoe zijn er consultaties voorzien.
Verder moeten wij vanzelfsprekend de platformen en de internetverdelers op hun verantwoordelijkheden wijzen, want zij mogen niet langer alle categorieën van informatie dooreen mengen, en moeten verantwoordelijk worden gesteld voor alle vormen van interventies die zij verspreiden, zoals wij al een begin hebben gemaakt om dat te doen voor de terroristische propaganda.

__________

* Klopt niet helemaal, al komt Macron zijn uitleg wel in de buurt. De eerste betekenissen van ‘auctoritas’ en het afgeleide ‘autorité’, zijn ‘gezag, gezaghebbende persoon, waardigheid’. Naar de betekenis van ‘auteur’ is het nog een flinke sprong.



P.S. ook de EU laat zich vanzelfsprekend niet onbetuigd.

14 januari 2018

Atheïsten zijn meestal brave mensen


Konden we met evenveel recht hetzelfde ook maar van gelovigen zeggen, na de lectuur van wat Jihad, de nieuwe VRT-redacteur, in haar subtaaltje allemaal heeft geschreven...


Theoretische Atheïsten zijn die ongelukkige Mensen die, al te verzot op Kennis of Redenatie, eerst tot Scepticisme verleid worden, zich vervolgens niet meer kunnen losmaken uit de Doolhoven van de Filosofie, tot ze ten slotte tot Ongeloof gebracht worden aan Alles wat ze niet begrijpen, en daarmee de meest sprekende Bewijzen worden van de Oppervlakkigheid van het Menselijke Inzicht. Hun Aantal is altijd zeer gering geweest; en aangezien zij gewoonlijk studieuze, vreedzame Mensen zijn, is de schade die zij aan de Samenleving toebrengen onbetekenend.





Speculative Atheists are those unhappy People, who, being too fond of Knowledge or Reasoning, are first deluded into Scepticism, till, unable to extricate themselves from the Mazes of Philosophy they are at last betrayed into a Disbelief of every Thing they cannot comprehend, and become the most convincing Evidences of the shallowness of Human Understanding. The Number of these has always been very small; and, as they are commonly studious, peaceable Men, the Hurt they do to the Publick is inconsiderable.

Free Thoughts on Religion, The Church, and National Happiness.
The Second Edition. Revised, corrected,
and enlarged with many Additions by the Author.

Een koffertje dat al eeuwen vol zit
met haat en achterlijkheid,
dat laat je niet zomaar achter, Jihad!

8 januari 2018

Een cultureel Nationaal Stadion


Niet alle landen hebben een Nationaal Voetbalstadion, maar sommige landen wel. Dat ligt dan pal in de hoofdstad natuurlijk want een nationaal symbool wil je niet ergens in de periferie hebben. In Bulgarije bijvoorbeeld hebben ze er een midden in de stad Sofia, het Vasil Levski-stadion.


Alleen de nationale ploeg speelt daar, niet de stadsploeg ЦСКА (tsessika, Sofia) want die hebben hun eigen stadion Bulgarska Armiya, een beetje zoals Anderlecht in het Astridpark speelt* en niet in het Heizelstadion.


Maar in het nationale stadion is er niet enkel voetbal! Ook voor grote culturele manifestaties is er plaats. Zo was er voor enkele jaren bijvoorbeeld nog een optreden van Madonna, een heel bekende zangeres.

Het gebouw is from socialist time, zoals men dat aan buitenlanders uitlegt, en het is heel groot. Afhankelijk van waar je staat natuurlijk, maar je ziet de vier verlichtingspalen van ver. De hele constructie werd destijds met publieke middelen gespijsd, misschien omdat er toen nog geen andere middelen bestonden.

Tegenwoordig kunnen stadsbesturen ook bij ons met publiek geld zulke dingen doen, maar dan liefst langs een sluipwegje, en bijvoorbeeld in Gent ging dat met geld van de Watermaatschappij – die zoals veel bedrijven nu een nieuwe, moderne, zij het ridicule naam draagt: Farys. De idee was dat met elke kubieke meter water die een Gentenaar in zijn bad laat lopen of door zijn wc spoelt, hij met enige fierheid mag zeggen dat hij meebetaalt aan zijn eigen Ghelamco-arena.

Het eerste deel van die naam, een soort letterwoord denk ik, slaat op een privébedrijf dat op wellicht min of meer legale manier geld uit dit zaakje slaat, en ‘arena’ is Latijn en betekent ‘zand’. Gewoon zand welteverstaan, niet bijvoorbeeld slijk want dat is ‘arena nigra’. ‘Geld als slijk verdienen’ zal ook wel een Latijns equivalent hebben, maar dat moet een classicus me dan eens leren.

Om nu op dat stadion midden in de stad Sofia terug te komen: daar zijn geen business seats, geen restaurants of winkels enzovoort. Het ding dient zoals ik al zei een cultureel doel, en ten bewijze daarvan de foto hiernaast met de woorden van Schiller, iets naast de hoofdingang: Der Mensch is nur da ganz Mensch wo er spielt.


___________
* Tegenwoordig heet het geloof ik Contant Vandenstockstadion.

18 december 2017

Medicamenten voor sociaaldemocraten


In het programma Répliques van laatst zaterdag zaten bij Alain Finkielkraut twee socialisten aan tafel: Bernard Cazeneuve, die onder François Hollande zes maanden eerste-minister was, en Jacques Julliard, journalist en historicus.
Finkielkraut verduidelijkte hun positie: ‘socialisten’ in de betekenis van ‘sociaaldemocraten’ – beide gasten zetten zich inderdaad af tegen de opvattingen van de succesvolle en zeer linkse Jean-Luc Mélenchon. En hij ging verder: Or la sensibilité social-démocrate n'a même pas été représentée lors de la dernière élection présidentielle. Elle n'a même pas été battue, elle a disparu du paysage. Maar de sociaaldemocratische tendens was bij de jongste presidentsverkiezing niet eens vertegenwoordigd. Ze is niet eens verslagen, ze is uit het landschap verdwenen.

Macron haalde in de tweede ronde inderdaad 66% van de stemmen en Marine Le Pen 34%. In de eerste ronde had Benoît Hamon – kandidaat voor de PS – 6,4 % van de stemmen achter zijn naam gekregen, onvoldoende voor de tweede ronde en drie keer minder dan Jean-Luc Mélenchon.

Vandaar de vraag van Finkielkraut: wordt die verhouding definitief, en hoe valt die uitslag uit te leggen?

Jacques Julliard antwoordde als historicus en zag geen reden tot paniek. Wel waren de twee medicamenten die hij voorschreef merkwaardig, een ervan zelfs 'paradoxaal'. Vlaamse journalisten die bij wijze van analyse graag de term ‘de Leider’ gebruiken als ze naar Bart De Wever verwijzen – maar de personencultus rond ‘Steve’ Stevaert destijds flink steunden – zullen vooral aan zijn tweede voorschrift iets hebben. De eerste raadgeving van Julliard lijkt mij dan weer makkelijker gegeven dan opgevolgd.

Je ne suis pas profondément inquiet, je pense simplement que... il faut que les socialistes retrouvent un langage commun avec le peuple, ce qui n’est plus du tout le cas. Il faut aussi qu’ils se trouvent des chefs, et un chef. C’est peut-être un paradoxe de la part d’une mouvance qui a toujours privilégié les idées sur les personnalités. Et pourtant: chaque fois que la gauche a refait son unité, ou est parvenu à l’efficacité, voir au pouvoir, c’était autour d’une personnalité, qui d’ailleurs la plupart du temps ne venait pas de son sein, mais était extérieure. Jaurès n’était pas socialiste à l’origine, Blum encore moins, Mendès-France ne l’était pas, et Mitterrand non plus. C’est un étrange paradoxe celui-là, que je suis bien incapable d’expliquer.


Ik maak me niet diep ongerust, ik denk eenvoudig dat de socialisten een taalgebruik moeten terugvinden dat door het volk gedeeld wordt, wat helemaal niet meer het geval is. En ook moeten ze leiders vinden, en een leider. Dit is misschien paradoxaal voor een beweging die altijd de voorrang heeft gegeven aan ideeën, boven kopstukken. En nochtans: elke keer dat links zijn eenheid heeft hersteld, of doeltreffend werd, of zelfs aan de macht kwam, gebeurde dat rond een persoonlijkheid, die overigens vaak niet uit de eigen rangen kwam, maar van buitenaf. Jaurès was eerst geen socialist, Blum nog minder, ook Mendès-France niet en Mitterrand evenmin. Een vreemde paradox is dat, die ik helemaal niet kan verklaren.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html