20 oktober 2006

Werkpaarden en circuspaarden

.
Toen ik de titel van De Standaard gisteren zag, “PAARS IS WEER HELEMAAL TERUG”, met daarboven eerst een foto die goed de helft van mijn tabloid besloeg, toen dacht ik: wat voor beters kan een machthebber zich bedenken dan een braaf gareelpaard als Peter Vandermeersch? Peter likte zijn riemen en kettingen nog gewilliger dan de bijpaarden Yves Desmet en Luc Van der Kelen, al bleven ook die natuurlijk mooi aan de dissel lopen. Goeie werkpaarden alledrie.
Het zou verkeerd zijn om hier een vergelijking te maken met dressuurpaarden of met circuspaarden die zoals iedereen die niet blind is kan zien, hun kunstjes altijd met tegenzin vertonen omdat zij van de zweep hebben moeten leren. Gewone werkpaarden hebben geen zweep nodig en zijn content met wat suikerklontjes.
Er zijn mij geen financiële of andere experts bekend die het manègenummertje rond en om de begroting hebben toegejuicht, maar de zacht gefluisterde labeurpaardenafspraak was duidelijk: misschien niet het land, maar toch zeker Verhofstadt stond er weer, helemaal.
De volgende dagen mogen experts in dezelfde krantjes brandhout maken van de disselboom waar de correcte journalist aan vastzit. Geen probleem, want gezeur achteraf daar slaat geen mens nog acht op.
.

14 oktober 2006

Tom Naegels, Aznavour, Saint-Amour, Armenië en het begrip holocaust

.
Ik betwijfel sterk of het een goede tactiek is om tegen een interessante vrouw die je pas hebt ontmoet, al meteen in je openingszin over de holocaust te beginnen. Dat onderwerp lijkt mij wat scherp.
U zult hier opwerpen, lezer, dat in genoemde situatie nooit zekerheden bestaan, en dat elke methode haar verborgen mérites kan bezitten. Ik betwist dat niet, maar sprak in het algemeen. Even de taal van managers: bepaalde nichespelers zullen met deze ongebruikelijke methode eventueel hun voordeel kunnen doen.
Denken wij aan Tom Naegels. In de laatste Saint-Amour-show moet die zich hebben afgevraagd of het überhaupt mogelijk was een relatie aan te gaan met een vrouw die nog nooit van de holocaust had gehoord. Wat Toms antwoord was op zijn eigen vraag weet ik niet, maar de vrouwelijke kritiek op zijn optreden was niet mals.
Nochtans kun je de man begrijpen: in zulke situaties check je preliminaire voorwaarden meteen. En als ik zijn jongste column daarover lees, dan zou ook Naegels zelf nog iets kunnen hebben aan een holocaustgesprek met een intelligent wezen. Bijvoorbeeld met een wezen dat de holocaust niet niét kent, en dus evenmin hem ontkent.
Naegels heeft over dat onderwerp wel enkele ideeën, maar die lijken wankel, en dus gevaarlijk. Laten wij hem eerst lezen, want volgens hem kun je de ene holocaust rustig ontkennen, de andere niet.


En wat is 'ontkennen'? Ik sprak afgelopen zomer, tijdens een reis door Turkije, met een journalist van de Turkse kwaliteitskrant Zaman. Die erkende dat er in 1915 gruwelijk veel Armenen afgeslacht zijn, maar volgens hem ging het om een massamoord en niet om een genocide. De meeste Turken die ik ontmoette zaten op die lijn. Meestal zeiden ze ook: ,,In godsnaam, dat is negentig jaar geleden gebeurd, onder een ander politiek regime. Waarom vindt het Westen het zo belangrijk dat wij daarom op onze knieën gaan?"
Hier zitten wij meteen in een perverse gedachtegang, en ik zit al niet graag op een lijn. Het is allemaal een tijd geleden, ander régime, en dat op zich mag als rechtvaardiging gelden. Wat zijn de fijngevoelige onderscheiden tussen aanhoudende slachtpartijen en genocides? De autobiografie van Charles Aznavour is hier leerzaam: dat “andere regime” is gewoon een leugen. Aznavourian verhaalt hoe zijn hele familie is uitgemoord door de handlangers van Talat en consoorten, die het voor het zeggen hadden ook na de stichting van de (fascizerende) lekenstaat door Ataturk : […] mes oncles, tantes et grands-parents qui ne revinrent jamais de ce “Club Med de l’horreur”. Talat heeft nu nog standbeelden in Turkse steden, is het grote idool van de Grijze Wolven, en zijn nazaten waren vorige zondag op vele van onze kieslijsten terug te vinden. Wij mogen nog van geluk spreken dat het hier enkel om democratische lijsten ging. Sommigen, zoals genaamde Kir werden daarna zelfs eerste schepen als ik het goed heb.
Trouwens ook lang vóór 1915 zijn Armenen, en christenen in het algemeen door de Turken genadeloos uitgemoord. In de negentiende eeuw was de slachting misschien nog groter, en zij was al eeuwen aan gang – Turkije was tenslotte een christelijk land oorspronkelijk, Griekssprekend, waar de islam is verbreid …met het zwaard, zoals die geciteerde keizer nog moedig opmerkte.
Geen genocide! zegt Tom, aangezien het maar slachtpartijen waren. Ziet hij geen eeuwenlange systematiek? Zo blind kan iemand toch niet zijn? En hoe stelt onze Tom zich het lot van de christenen (0,3% nog…) in Turkije nú voor? Zijn hem geen recente feiten bekend? Hij wil ze niet kennen, maar dat is zijn recht want er is, als gezegd, een onderscheid tussen de negationismen:

Ik weet het, er is een precedent. De Holocaust mag ook niet ontkend worden. En daar ben ik wél voorstander van, toch als het gaat om de glasharde ontkenning: ,,Hitler had nooit de intentie om de Joden uit te roeien en heeft daar ook geen poging toe ondernomen.'' Maar de wet die het ontkennen van de shoah strafbaar stelt, gaat niet in de eerste plaats om geschiedenis. Uiteindelijk maken we ons geen zorgen omdat sommigen een historisch feit betwisten. We maken ons zorgen over de gevólgen van die betwisting. Iemand die de Holocaust ontkent, doet dat om de nazi's goed te praten, en hij praat de nazi's goed omdat hij hoopt dat hun ideeëngoed opnieuw opgang zou maken. Misschien wenst hij dat er een nieuwe Holocaust komt, opnieuw tegen Joden, of tegen zwarten of Arabieren of een andere bevolkingsgroep. Dát willen we tegengaan, dus verbieden we elke redenering die dat gedachtegoed kan ondersteunen. Wie de Armeense genocide ontkent, hoopt daarom nog niet dat de Armenen alsnog over de kling gejaagd worden. Die doet dat (meestal) omdat hij trots is op zijn Turkse identiteit en niet kan leven met een smet op het Turkse blazoen. Dat is verkeerd, maar het is wel van een andere orde. Het ontkennen van de Armeense genocide is minder gevaarlijk dan het ontkennen van de Holocaust.
Een weetje over dat "precedent", dat Tom wellicht van pas kan komen bij een volgende Saint-Amour, of bij een kwis: het woord holocaust werd, in de betekenis die wij nu kennen, voor het eerst gebruikt in Engelse kranten van tijdens de Eerste Wereldoorlog, en het sloeg op de genocide van de Turken, op de Armenen. Dus Tom, als je het woord gebruikt, dan met een onbepaald lidwoord graag, niet meer dé holocaust.
Verder lijken in bovenstaande alinea van hem vooral bedoelingen, vermoede bedoelingen dan nog, doorslaggevend om te besluiten tot strafbaarheid. Zoiets kun je niet ernstig nemen. Ik lees wel dat Tom een reis door Turkije heeft gemaakt, en daar interessante mensen heeft ontmoet, maar om dan meteen alles te geloven wat je hoort… dat past niet voor een journalist. Bijvoorbeeld mensen die hem zeggen dat er een “verkeerd soort aandacht” bestaat in Europa, aandacht van de verkeerde mensen bedoelde zijn bron: dat is filosofisch, en journalistiek, en gewoon voor een denkend mens onaanvaardbaar.
Journalistiek gaat eerst en vooral over feiten Tom, niet over meningen over feiten, noch over het soort van mensen dat, misschien enkel voor de sport, aan feiten herinnert.
.

9 oktober 2006

Stad en Platteland, Hemel en Hel

.
Tot mijn ontzetting las ik vorige week in de kranten dat het Vagevuur misschien zal verdwijnen. Goede journalisten schrijven dat het begrip vagevuur op de helling staat. Of het er ook zal afschuiven weet nog niemand. Dat blijft onduidelijk en het begrip vagevuur, zou een Engelsman zeggen, bevindt zich in limbo. Op een grens dus, etymologisch. Wat wij wel weten, is dat een aantal theologen in Rome zich over de kwestie buigen.
En het is geen geringe kwestie, want het vagevuur is op de meest ingewikkelde en vertakte manieren met de christelijke leer verbonden, en bijgevolg ook met de Europese geschiedenis. Al onze talen hebben spreuken en zegswijzen ...met dat vagevuur erin. Zo gezien kàn het begrip niet eens verdwijnen, en die Romeinen mogen beslissen wat zij willen.
Maar om even met hen mee te gaan: louter theologisch reiken de implicaties van een afschaffing vér, tot goed voorbij onze tijdrekening. Immers, wij spreken hier niet enkel over het limbus infantum – waar de kinderen terechtkomen die vóór het doopsel sterven – maar ook over het limbus patrum, waar velen van onze voorouders zich bevinden, of alvast toch diegenen die vóór de Verlosser aan hun eind zijn gekomen.
Wat mij als Europese atheïst ter harte gaat, en met alle begrip voor de theologische oneffenheden: ik zie het begrip ongaarne verdwijnen, al was het maar omdat het, aan de grens tussen hemel en hel, ons een vaag humanisme schenkt.
Maar dat was vorige week allemaal, en in deze nog jonge week zijn er weer andere beslommeringen waarover ik het wilde hebben.
De dichter Heine schreef in 1835 vanuit Parijs een boek over de literatuur van zijn Duitse landgenoten, Die Romantische Schule. Duitsland was toen helemaal versnipperd in vorstendommen, en dat bracht mee dat ook de plaatselijke literatoren zich op beperkt terrein bewogen, niet met hun tijd mee waren.
Om met Jef Geeraerts te spreken, als ik hem vandaag bezig hoor op de radio, in zijn nabeschouwingen over het stemgedrag van de niet-steedse Vlamingen: zij gingen naar de mis, en daarna begaven zij zich aan vendelzwaaien en nazi-kreten. Goed, deze man is zevenenzeventig, en niemand die het hem nog kwalijk neemt als hij zich eens te buiten gaat. Er zijn deerniswekkender voorbeelden dan Geeraerts.
Om over Heine verder te gaan, in zijn hoofdstuk zes vertelt hij aan de thuisgebleven Duitse collega’s over de Franse mentaliteit, die hij op vijf jaar tijd goed had leren kennen: hier in Frankrijk is Parijs zowat het enige dat telt.

Unter Frankreich verstehe ich Paris, nicht die Provinz; denn was die Provinz denkt ist eine ebenso gleichgültige Sache, als was unsere Beine denken; der Kopf ist der Sitz unserer Gedanken.
Met Frankrijk bedoel ik Parijs, niet het platteland; wat het platteland denkt maakt net zoveel uit als wat onze benen denken; het hoofd is de zetel onzer gedachten.
Heine is een buitengewoon grappige man, maar lezer, ik vrees dat ik terzake zal moeten komen, en eindelijk zeggen waar dit stukje over gaat. Niet over Parijs, of la Province, maar over Antwerpen en de rest van Vlaanderen.
Yves Desmet schreef gisteren over de grens tussen ‘t stad en het platteland. Over de grens ook in het stemgedrag van de Vlamingen, die op den buiten winst gaven aan het Belang, maar in de steden niet of nauwelijks. Yves Desmet aanroept in zijn stukje de wetenschap – die der sociologie of politicologie vermoed ik:
Niet het vermeende 'vreemdelingenlegioen' als zoveelste racistische uitleg van het Belang is daar de reden voor, wel een veel simpelere. Uit eerder wetenschappelijk onderzoek is al gebleken dat de centrumsteden van Vlaanderen goed tot zeer goed bestuurd zijn. Dat personen met nationale envergure, afkomstig uit alle democratische partijen, de stedelijke leefomgeving substantieel verbeterd hebben.
Dat heeft de burger niet alleen ook gezien, het is net dat wat hij of zij van zijn bestuurders verwacht. Als er één les te trekken valt uit deze verkiezingen, dan wel deze: wanneer een bevolking ziet dat het de goede kant uitgaat, dan beloont hij of zij het beleid.
Verderop heeft hij het nog over “slogans of hatelijk gezwam”, want als goede democraat weet Desmet beslist hoe je de dialoog met andersdenkenden gaande kunt houden.
Ach, tot daar het gelijk van onze Yves, die zich niet eens verontschuldigt als hij mensen onterecht beticht met zijn vooringenomen praatjes ...maar wat laat nu Het Laatste Nieuws aan zekere Jan Hertogen, socioloog, zeggen ?
Het Vlaams Belang is enkel achteruit gegaan of afgeremd in gemeenten met veel nieuwe Belgen van niet-Europese afkomst. Het zijn dus de allochtonen die in de grote steden, ook in Antwerpen, de democratie gered hebben. Dat stelt socioloog Jan Hertogen maandag.
Het Vlaams Belang is in Gent, Antwerpen en Mechelen niet gestopt doordat het Vlaams Belang minder kiezers lokte of door het "positieve beleid" dat er gevoerd wordt, zegt Hertogen. De verschillen worden vooral verklaard door de verhoging van het aantal stemgerechtigden van vreemde afkomst.
Hier geen vagevuur! Desmet moet klacht neerleggen tegen deze mijnheer Hertogen, een racist van het zuiverste water, die in de analyses treedt van de baarlijke Duivel Dewinter (die, te diens nadele gezegd, géén wetenschappelijk bewijs had, en zijn uitleg wellicht aan zijn eigen keukentafel had bedacht).
__________________

P.S. (10 oktober)

Wat mij bij Yves Desmet zijn mededelingen ook bijzonder intrigeerde was: dat hij blijkbaar op de hoogte is van wetenschappelijke studiën (uit welke discipline die afkomstig zijn deelt hij niet mee) die eindelijk hebben kunnen vaststellen of een stad (polis) goed, tot zeer goed wordt bestuurd.
Dat was sinds Plato en Aristoteles de vraag: wàt is goed bestuur? en als wij dat weten: is er bijvoorbeeld ook een ideaal bestuur?
Desmets mededeling is natuurlijk meer dan goed nieuws voor ons allemaal.
En precies zoals vóór enkele jaren de oplossing van de laatste stelling van Fermat mij plezier heeft gedaan, evenals de oplossing van het vierkleurenprobleem trouwens, en pas nog (door die rare Rus) de oplossing van het topologische vermoeden van Poincaré : ook hier, bij Desmets mededeling, verheug ik mij – zelfs in het besef dat zij mijn begripsvermogen overstijgt – over de oplossing van een zeer oud vraagstuk.
Het enige misschien dat hierbij een beetje steekt, is dat juist Yves Desmet hiervan eerder op de hoogte was dan ik... dat is kleinmenselijk, maar ja, journalisten zitten natuurlijk dichter op zulke nieuwtjes dan een simpele blogger. Euh, en ook steekt mij de bedenking dat deze wetenschappelijke doorbraak noodzakelijk het einde van de vrije mens aankondigt.

30 september 2006

Geen rijstpap en geen tulpen: een open vraagje aan Lucas Catherine

.
Geachte heer Vereertbrugghen,
ik weet niet of u hem soms leest, maar de Frankfurter Allgemeine Zeitung zal u zeker niet onbekend zijn. Net als iedereen zult u wellicht beamen dat het blad een wereldwijde faam geniet. Artikelen in onze plaatselijke bladen, zoals De Morgen of De Standaard, kunnen intellectuelen vaak de schouders doen ophalen, maar als het over de FAZ gaat zie je zoiets nooit.
Nu hadden ze daar de 16de september een mooi artikel, van de hand van een gerenommeerde historicus, prof.dr.phil. Egon Flaig, die behalve in Göttingen, Berlijn en Greifswald, bijvoorbeeld ook aan het Collège de France doceert of heeft gedoceerd. Dat laatste trouwens op uitnodiging van Pierre Bourdieu.
.
En wat beweert deze geleerde man koudweg? Dat de islam een veroveringsgodsdienst zou zijn, die de wereldheerschappij nastreeft, en dat al sinds zijn ontstaan. Dat de kruistochten grotendeels legitieme verdedigingsoorlogen waren. Dat de islam talloze genocides op zijn palmares zou hebben, op christenen en joden, meer bepaald zelfs tijdens hun vaak geroemde grote culturele bloeiperiode in Andaloezië. Wat prof. Flaig ook nog beweert, is dat er verzen in de koran staan die tot moord op andersgelovigen aanzetten, en dat de moordenaars, als zijzelf daarbij mochten omkomen, recht naar het paradijs gaan.
Nu is deze man een specialist van de oude geschiedenis, en het verontrustende is dat hij zoveel feitenmateriaal bij de hand lijkt te hebben.
Het zou natuurlijk een grote voldoening zijn, mocht het in Vlaanderen –bijvoorbeeld na een scherp antwoord van u– tot een openhartig debat komen rond dit thema. U lijkt mij, als de uitdrukking is toegestaan, de geknipte man hier, want tenslotte hebt u eerder al publiekelijk standpunten ingenomen in deze kwestie (corrigeert u mij als mijn geheugen gaten vertoont, maar ik meen u op de radio nog te horen spreken over de islam “met zijn grote traditie van verdraagzaamheid”).
Die Duitse professor heeft duidelijk een andere geschiedenis voor ogen dan diegene die u in uw talloze boeken met zoveel verve en sappigheid beschrijft.
Een intellectueel debat is dus wenselijk, en u zult beamen dat onze tradities hier het debat verkiezen boven de stilte in alle talen. Bijgevolg keurt u de houding van de Egyptische autoriteiten wellicht af, die deze FAZ simpelweg verboden hebben. Integendeel, als man van eer zult u de Duitse handschoen oprapen vermoed ik.
Als u bij die gelegenheid beslagen ten ijs wil komen, dan heb ik daar vanzelfsprekend alle begrip voor, en zodoende kan er best enige tijd verstrijken voor u het strijdperk betreedt. Net zoals u trouwens een zekere réserve aan de dag lijkt te leggen bij uw ademloos verbeide antwoord aan de Franse islamologe Anne-Marie Delcambre, wier stuk in Trouw ik in augustus al had doorgestuurd.[*]
U houdt uw antwoord alsnog in reserve, wilde ik eigenlijk zeggen. De vakantie zal daar voor iets tussenzitten. Maar aangezien ik, vorig jaar al, u opmerkzaam had gemaakt op weer andere teksten, vrees ik dat uw stilte meer op een soort coma begint te gelijken, misschien geen volslagen vacuüm, maar toch een langdurige intellectuele vakantie.
Een mens hoort niet alles natuurlijk en wellicht hebt u toch ergens een kik gegeven, die mij dan is ontgaan ?
In het andere geval wacht ik met spanning op uw wederwoord.
Met de meeste achting,
Marc Vanfraechem


[*]
---------- Forwarded message ----------
From: Marc Vanfraechem
Date: 20-Aug-2006 11:35
Subject: een levendig intellectueel debat
To: lucascatherinXX@ XXX


Geachte heer Vereertbrugghen,

in bijlage vindt u een tekst uit het Nederlandse blad Trouw, waarin een aantal beweringen en feiten over de Islam worden vermeld. Die feiten vooral zijn onaangenaam voor een Westers oor, en zij worden meegedeeld door een Franse islamologe.
Omdat ik weet dat u eveneens uw sporen hebt verdiend in dat vakgebied –zelf kan ik dat niet beoordelen, maar ik leid het af uit de veelheid van boeken die u publiceerde, en uit uw veelvuldige optredens in VRT-studio's– zou het mij zeer interesseren te vernemen wat uw mening is omtrent uw Franse collega.
Ik geloof dat haar stellingen om een antwoord schreeuwen, en weet dat u het zich als een intellectuele eer zult rekenen haar van antwoord te dienen.
In afwachting van uw reactie,
verblijf ik,
met de meeste hoogachting,

.

27 september 2006

De wereld was al klein, maar nu wordt hij ook nog uniform

.
Stel, gewoon stel, dat je in Cairo – ik weet het mensen, normaal begin je geen tekst op deze neerbuigende en emphatische toon, maar ik mag toch even de Yves Desmet van 13 september kopiëren? – stel dus lezer, dat u in Cairo een theatervoorstelling wil bijwonen.
Dan zult u wel eerst door een controle moeten passeren die van het luchtvaartwezen niets meer te leren heeft. Ik lees dat in Der Tagesspiegel vandaag. Dus geen parfum, zeker geen Zwitsers zakmesje, schoenen uitdoen enzovoort.
Op zich is zoiets ginder wel verdedigbaar denk ik – niet alles in Cairo is pluis wellicht – maar de journalist Rüdiger Schaper maakt een vergelijking met Europa. Seltsam aber, wie die Welten sich annähern. Wij staan daar niet ver meer vanaf.
.
Hij bedoelt dat ook wij Europeanen niet langer vrij zijn om, zoals het ons zou invallen een Mozartopera op te voeren. Idomeneo bijvoorbeeld. Tot voor een paar jaren leek iets dergelijks voor ons bedaarde burgers nog ondenkbaar …maar bij zulke plannen als het opvoeren van een klassiek Europees werk moeten wij tegenwoordig rekening houden met de gevoeligheid van onze moslimbroeders. En wij weten intussen dat die hypersensibel kunnen worden, zeker als ze overdag niets genuttigd hebben.

Ik hoor dat Verhofstadt, terwijl die voor de Kamer had moeten staan, aan de Rijksuniversiteit in Gent een verkiezingsspeech heeft mogen geven voor de studenten van zijn vriend prof.dr. Carl Devos. Een soort politiek dienstbetoon van Devos vermoed ik, in ruil voor de ondersteuning van zijn vakgroep, want iedereen beseft wel dat wetenschappelijk gesproken de politicologie niet veel om de hakken heeft (dixit Karel van het Reve) en dus aan een universiteit niet echt thuishoort.
Wél kan dat vak de boodschappen van het regime voorzien van een pseudowetenschappelijk kleedje, en een echte professor kan aan de domme bevolking laten zien hoe een verstandig man denkt over ingewikkelde zaken. Zoiets mag beloond worden.
Het kwam beide heren goed uit laten wij zeggen. Verhofstadt mocht zijn historische kennis tonen – hij had het over Athene, en de Raad der 500, of Boulè, een soort permanent referendum was dat – en Devos kreeg een publiekssuccesje.
De politici zelf immers kunnen aan de domme bevolking niéts meer uitgelegd krijgen, als wij Devos’ collega Vande Lanotte in De Standaard bezig horen: “Zelfs complexe dingen moet je kort uitleggen. Anders zijn we de aandacht van de burger kwijt.” Vandeurzen voegde nog toe dat politieke boodschappen altijd “kort en flashy” moeten zijn.
Hoe komen die politici aan zulke bij uitstek ondemocratische opvattingen? Vanwaar die verachting voor de burger? Of vanwaar die verachting voor de vroegere kameraden bij Vande Lanotte? Die zijn niet in staat om te oordelen zegt hij, zich volkomen onbewust van de draagwijdte van zijn woorden.
Waarom geloven politici liever de boodschappen die politicologen, enquêteurs, spinnen en slangen hun vertellen …eerder dan wat bijvoorbeeld recent een volksraadpleging in Zwitserland hen zou kunnen leren? Of de raadplegingen in Frankrijk en Nederland, alweer een tijdje terug?
.

24 september 2006

Dat was geen nieuws

.
Sommige gebeurtenissen hebben de neiging sneller uit het nieuws te raken dan andere. Weer andere zaken halen het nieuws niet of nauwelijks. Nog weer andere blijven desnoods wekenlang bovenaan, al is daar geen zinnige verklaring voor.
Deze verschillen, meen ik, hebben vaak weinig te maken met de zaak zelf, maar meer met de windrichting van waaruit deze komt aanwaaien.
Als bijvoorbeeld Joseph Ratzinger een academische rede houdt voor zijn oude Alma Mater, en bij die gelegenheid uit een eeuwenoude tekst citeert, dan blijft die speech in het nieuws.

Als echter Salih Kapusuz, ondervoorzitter van de regeringspartij in Turkije, [hiernaast zien wij hem in overleg met zijn premier, Recep Tayyip Erdoğan] vertelt dat diezelfde Benedictus de geschiedenis zal ingaan als een verwant van Mussolini en Hitler, dan krijgt zo'n uitspraak nauwelijks vermelding.
Tenminste, bij ons las ik niets daarover. Terwijl het toch een officiële mening betrof, afkomstig van een toekomstig EU-lid.
Maar misschien heb ik in onze eigen kranten dingen overgeslagen? Dat kan ik niet uitsluiten.
Volgens The Independent vertelde Salih Kapusuz in ieder geval:

“Benedict, the author of such unfortunate and insolent remarks is going down in history for his words. However ... he is going down in history in the same category as leaders such as Hitler and Mussolini.”
“Benedictus, de auteur van zulke ongelukkige en onbeschaamde opmerkingen, zal voor zijn woorden de geschiedenis ingaan. Hij zal de geschiedenis evenwel ingaan …in dezelfde categorie als leiders van het kaliber Hitler en Mussolini.”
Als wij de Turken nu ernstig zouden nemen (wat ik doe), dan zou er toch één Vlaamse journalist, gesteld dat hij van Kapusuz’ uitlating weet had, op de gedachte moeten komen om te wijzen op Atatürks grote bewondering voor Mussolini? Of hij zou opmerken dat drie jaar na Atatürks dood, diens erfgenamen een non-agressiepact met Hitler sloten – overigens met een goed gevoel voor timing: de 18de juni 1941, vier dagen voor de aanval op de Soviet-Unie. Hij had ook kunnen vermelden dat de Turken dat achteraf goed hebben gemaakt door de diplomatieke banden met Hitler in augustus 1944 te verbreken, waarna zij hem zelfs in februari 1945 de oorlog verklaarden.
Soms vraag ik mij af, of Vlaamse journalisten op hun redactie wel een goede encyclopedie ter beschikking hebben, of toch een goede internetverbinding?

Time, 1943

23 september 2006

Wiskunde is te moeilijk, tellen ook, maar over feminisme weet ik alles

.
Een krant als De Morgen is het aan zichzelf verplicht om af en toe ook iets te schrijven over wetenschap. Vanzelfsprekend, om droge en exacte feiten te vernemen heb je geen krant nodig. Een krant is er om zulke zaken in een breder, maatschappelijk verband te plaatsen.
Wat Morgenredacteurs in tegenstelling tot velen onder ons namelijk klaar inzien, is dat geen enkele wetenschap, ook niet de meest abstracte, waardenvrij is. Op dat punt staan zij heel scherp.
Vandaag, zaterdag had hun redacteur Carpentier een verdienstelijk artikeltje over Ingrid Daubechies, de Vlaamse wiskundige die de theoretische grondslag legde voor dingen als bijvoorbeeld MPEG, een data-compressiesysteem waarvan de naam aan vele internet-gebruikers, Ipodgebruikers en anderen wellicht bekend is. Daubechies is wereldberoemd.

Op zich heeft dat weinig te betekenen dachten ze bij De Morgen. Veel interessanter: wat zijn de maatschappelijke implicaties hiervan? Er staan, net als in de politiek en in het bedrijfsleven, ook in de wiskunde te weinig vrouwen aan de top.

De redenen voor deze wantoestand illustreert Nathalie Carpentier verrassend eenvoudig.


Wiskundig toptalent professor Ingrid Daubechies krijgt internationale pioniersprijs
door Nathalie Carpentier
Eén, twee, vier, acht, zestien, tweeëndertig, vierenzestig, honderdtweeëndertig, tweehonderdvierenzestig... Zo kon de kleine Ingrid Daubechies uren doorgaan als ze niet kon slapen. Fascinerend vond ze het, hoe snel de getallen toenamen.

Tot honderd leek alles goed te gaan, maar eens daarboven werd ...zelfs de schrijfwijze van de getallen Nathalie te machtig. Dat de kleine Ingrid Daubechies uren zo kon doorgaan lijkt mij trouwens onwaarschijnlijk: nog enkele seconden en haar slechte getallen zouden onuitspreekbaar zijn geworden.

Het zal wel muggenziften zijn, maar toch vraag ik je: heeft iemand dergelijke dingen al in een echte krant, als bv. de NRC  zien staan? Of in een andere krant die feiten respecteert, en die van zijn redacteurs eist dat ze eerst die goed onder de knie krijgen, vooraleer zij het over serieuze dingen mogen hebben?
.

20 september 2006

De hoofddoek is geen stukje textiel, as Simple Steve said

.
Vandaag in De Morgen op p.3. staat een artikel dat, ik schat een jaar geleden nog ondenkbaar was (er is vooruitgang!), maar waar toch nog enkele kanttekeningen bij kunnen. [alle zwart is, in die volgorde, wat in de krant stond]

.
Moslima zonder hoofddoek afgetroefd
door Marjan Justaert
HOBOKEN. Een 24-jarige vrouw met Marokkaanse roots werd vorig weekend op het Antwerpse Kiel lastig gevallen door een groepje allochtone jongeren, die haar met grof taalgebruik verweten geen hoofddoek te dragen. Toen ze hen van repliek diende, werd ze prompt afgetuigd.
Het incident in Hoboken zwol aan tot een heuse rel toen de politie ter plaatse kwam. Zo'n dertig jongeren verzamelden zich rond de combi en begonnen met stenen te gooien. Eén jongeman van 22, van allochtone origine, werd opgepakt. De man ontkent de feiten in alle talen. Hij heeft geen strafblad en zou volgens de eerste aanwijzingen het slachtoffer niet kennen.

Ja, dat was onhandig, dat die politie ter plaatse kwam. Het was eerst niets, maar daarna bleken er plots dertig man te staan, mét stenen. Een heuse rel!
De Morgen wordt overigens nogal nadrukkelijk in zijn woordkeuze. Net nu wij gewend waren aan de eenvoudige term “jongeren”, voegen zij tweemaal hetzelfde adjectief toe. En het gaat ook om niets: er was al om te beginnen geen "tournante" (groepsverkrachting), enkel wat scheldwoorden en een paar klappen voor een onwaardige vrouw. Dat die vrouw de jongeren "van repliek had gediend" is hierbij een bewering die om te beginnen van De Morgen komt, en ten tweede niet ter zake doet, maar om de spanning van dit feitenrelaas even te breken, eerst een kort commentaartje:

"Cijfers hebben we niet, maar we merken dat het meer en meer gebeurt dat moslima's worden uitgejouwd door mannen van dezelfde afkomst, die het niet kunnen verkroppen dat de vrouwen niet gesluierd lopen", zegt Sven Lommaert, woordvoerder van de Antwerpse politie. "In veel gevallen blijft het bij beledigingen, maar soms worden moslima's ook bedreigd of fysiek aangepakt."

Hier moet de politie zich vergissen: de gesluierden zijn juist zelfbewust, staan op hun identiteit en maken een volkomen vrije keuze, heb ik altijd gelezen. Terug naar de feiten:

De vrouw in kwestie werd naar het ziekenhuis overgebracht met een gezwollen lip en een rode linkerwang. Ze mocht dezelfde dag nog naar huis.

Eigenlijk was er niet zoveel aan de hand. Ze moet niet klagen geloof ik. Een groepje jongeren dat één vrouw afslaat, het is niet mooi misschien of niet moedig, maar je moet die dingen in hun cultureel verband zien, en het blijven jongens tenslotte, en dat groepsgevoel is juist iets waar wij zoveel van kunnen leren. Nog een intrigerend commentaartje:

"Als er daadwerkelijk geweld aan te pas komt, wordt er soms klacht ingediend", verklaart Antwerps parketwoordvoerster Dominique Reyniers. "Najouwen daarentegen is geen misdrijf. Vandaar dat wij zeker niet kunnen spreken van een stijging van dergelijke gevallen."

Dat causale "vandaar" is misplaatst. Ik begrijp alvast: niet bij elk geval waar bloed vloeit wordt klacht neergelegd. Er kunnen bij de slachtoffers inderdaad tal van overwegingen meespelen. Zij moeten nog naar huis terug, naar hun buurt en familie, en daar stelt de bescherming van de burgerlijke wet en de politie weinig voor. Overigens lijkt het mij onwaarschijnlijk dat De Morgen de parketwoordvoerster correct citeert: “daadwerkelijk geweld”? Wat is dat? Beledigingen en “najouwen” zijn ook geweld. Wat denkt juffrouw Justaert overigens dat die jongeren riepen?

Ook bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding durft men geen gewag maken van een toename. "Op het eerste gezicht zien we geen stijging van zulke klachten. Het gaat dan ook veeleer om onverdraagzaamheid van een bepaalde groep mensen dan om pure discriminatie waarbij iemand anders behandeld wordt dan een ander."

Inderdaad, als de regel voor werkelijk alle moslimvrouwen geldt, dan moeten zij sportief blijven en niet over discriminatie zeuren.
Merkwaardig genoeg lijkt het directe probleem van de vrouw, die is afgeslagen door een bende ongeciviliseerden, al direct te moeten wijken voor de vraag of er een toename is van dit soort islamitisch geïnspireerd (is het niet, keizer Manuel Paleologos?) crapuleus gedrag.
Ja, duiding ...de zaken in een breder kader plaatsen is comfortabeler en makkelijker dan feiten onder ogen zien. Ook dat fijne gevoel voor nuance van het CGKR valt op: “veeleer onverdraagzaamheid”, “bepaalde groep”, “[geen]pure discriminatie”. En vooral dat groteske "op het eerste gezicht".
In zijn geweldige bedaardheid laat De Witte zich kennen als een volkomen marginale figuur. Moreel en intellectueel staat hij buiten de Westerse waardenschaal. Wordt die vrouw dan volgens hem niet “puur” gediscrimineerd om haar anders-zijn? (en ik begrijp dat De Witte zijn beroep verdedigt, maar het woord "discriminatie" komt hier niet te pas. Aggressie is méér dan discriminatie; hij doet alsof het minder is.)

De hulpverleners bedaren eveneens de gemoederen. "We sluiten zeker niet uit dat zulke dingen gebeuren, maar het lijkt ons nog niet nodig om aan de alarmbel te trekken", zegt Sultan Balli van het Steunpunt voor Allochtone Meisjes en Vrouwen (Samv). "Dat een jonge vrouw afgetroefd wordt omdat ze geen hoofddoek draagt, is erg. Toch lijkt het een uitzondering, die eerder te maken heeft met jongeren die op een andere manier moeten leren communiceren dan met een radicalisering van de geloofsbeleving."

Ja, uitsluiten dat iets zou kúnnen gebeuren, dat juist gebeurd ís, zou inderdaad een domme indruk maken. Maar, ”anders leren communiceren”, daar zit de clou dus.
Woorden hebben geen betekenis meer, ik weet het, en voor De Witte hebben vuistslagen (op andermans gezicht) die al evenmin.
Dat het overigens met een radicalisering van de geloofsbeleving te maken zou hebben geloof ook ik niet. Het heeft meer te maken met een gevoel van groeiende, en onbelemmerde macht.
En die "uitzonderingen" van Sultan Balli ... die hebben een sterke exemplarische kracht. Niet elk meisje zal haar grenzen nog aftasten na zulke uitzonderingen. Wat is die journaliste hier schuldig naïef.
Als een jonge islamitische vrouw zich wil gedragen naar Westerse normen, en als persoon wil erkend worden, niet langer de eigendom van een vent wil zijn, hetzij vader, broer, oom, man of zoon – wat de sluier aangeeft, Steve ! – dan wordt zij door haar eigen gemeenschap hard geslagen, en op mijnheer De Witte hoeft zij alvast niet te rekenen.

16 september 2006

Fallaci, Ratzinger en een namaakventje

.
"I feel less alone when I read the books of Ratzinger."

"I am an atheist, and if an atheist and a pope think the same things,
there must be something true. It's that simple!
There must be some human truth here that is beyond religion."


Oriana Fallaci (29 juli 1929 – 15 september 2006)


Ik moet twee onaangename dingen vertellen. Eén van die twee is ridicuul, en laat mij daarmee beginnen.
De cursiefjes-schrijver Camps, die in de waan verkeert dat zijn artikeltjes in hoofdletters worden afgedrukt, en die heel fier is over het pseudohollandse taaltje dat hij zichzelf heeft aangeleerd, en die een soort van namaak-janmulderachtige droefgeestigheid ten toon spreidt die in zijn geest waarschijnlijk voor sérieux doorgaat: die man heeft op de eerste pagina van De Morgen vandaag een schandelijk In Memoriam voor Oriana Fallaci mogen schrijven.
Hij begint ongelukkig met haar “oud-journaliste” te noemen, daar waar “journaliste” had moeten staan. Een bekende stijlfout, in dit geval ook een ongevoeligheid, die bij De Morgen niet zal zijn opgevallen. De verstandige lezer weet dan genoeg en leest iets anders, maar ik had mijn bekomst nog niet en las verder. En verderop kwamen er geen stilistische onnozelheden meer, maar grofheden van het laagste soort. Laten wij Camps even zijn gang gaan.
Fallaci schreef bijvoorbeeld: "als de eerste de beste Ayaan Hirsi Ali".

Die kleine zandgrondworm permitteert het zich om iemand te noemen die wereldwijd wordt geacht om haar fysieke moed, en waar geen tweede exemplaar van bestaat. Hij noemt verder nog een hoop bekende namen, van Kissinger tot Cathérine Deneuve, maar daar las ik over, omdat ik begrip had voor een man die zijn kleine kolommetjes vol moet krijgen, terwijl alles wat zijn geest simultaan kan bevatten makkelijk op een bierviltje gaat.
Camps wist nog iets, en in zijn vermeende KAPITALEN schrijft hij: “Oriana Fallaci was doorgeschoten in haat, zelfhaat wellicht. Ik, haar aanbidder, had alleen nog medelijden. Een mildere vorm van verachting. Was het de kanker die haar lichaam doorkliefde?”
Ik, en ik Camps durf zulke dingen vertellen!
En Camps weet niet waar de grenzen van het fatsoen liggen, maar aangezien zijn redactie dat ook niet weet, zit hij op rozen.
o-o-o-o-o

Nu die tweede onaangenaamheid. Het Vaticaan laat weten dat Joseph Ratzinger zich verontschuldigt bij de moslims. Dat is bijzonder droevig, want ik zie niet in waarvoor hij dat zou doen.
In zijn redevoering heeft hij, zoals hier eerder gezegd, een XIVde E.’se Byzantijnse keizer geciteerd, Manuel II Paleologos. Die keizer had een aantal gesprekken met een Perzische geleerde, en Perzië was toen grotendeels al met geweld bekeerd. Hier het fragment uit Benedictus' redevoering waar de moslims zich aan storen (al is dat storen natuurlijk niet echt waar: zij hebben die rede immers nooit gehoord, laat staan gelezen; wat zij willen testen is de bereidheid van het Westen om op hun hegemoniale eisen in te gaan ...en dat lukt aardig):

In het door professor Khoury uitgegeven zevende gesprek (διάλεξις – controverse) raakt de keizer het thema van de djihad aan, de heilige oorlog. De keizer was ongetwijfeld bekend met wat in Sura 2, 256 staat: Geen dwang in zaken des geloofs – en zoals kenners ons leren betreft het hier een der vroege sura’s, uit de tijd dat Mohammed zelf nog geen macht had en bedreigd werd. Maar de keizer kende natuurlijk ook de andere – later ontstane – onderrichtingen betreffende de heilige oorlog, die in de koran zijn neergelegd. Zonder in details te treden, zoals de verschillende manier van omgaan met “mensen van het Boek” en de “ongelovigen”, spreekt hij zijn gesprekspartner verwonderlijk abrupt aan, op een voor ons verbazend abrupte toon, en stelt hem heel simpel de centrale vraag naar de verhouding tussen religie en geweld. Hij zegt: “Toon mij dan, wat voor nieuwigheid Mohammed gebracht heeft, en dan zul je enkel slechte en onmenselijke dingen aantreffen, zoals zijn voorschrift om het geloof dat hij predikte door het zwaard te verbreiden.” Na zich zo sterk uitgedrukt te hebben gaat de keizer verder en legt hij gedetailleerd uit waarom geloofsverbreiding door geweld tegen de rede ingaat. Zij is onverenigbaar met het wezen van God en het wezen der ziel. “God stelt geen behagen in bloed”, zegt hij, “en niet handelen volgens de rede, „σúν λόγῳ”, gaat in tegen Gods wezen. Het geloof is de vrucht van de ziel, niet van het lichaam. Wie bijgevolg iemand tot het geloof wil brengen, zal de gave van het woord nodig hebben, en het vermogen om correct te redeneren, maar geen geweld of dreiging… Om een verstandige ziel te overtuigen, heb je je armen niet nodig, geen slagwapen noch ander tuig waarmee je iemand met de dood kan bedreigen...”.
Doorslaggevende zin in deze argumentatie tegen de bekering door geweld luidt: Niet handelen volgens de rede, gaat in tegen Gods wezen. De tekstbezorger, Theodoor Khoury geeft als commentaar: voor de keizer is deze zin een evidentie, want als Byzantijn is hij in de Griekse filosofie groot geworden. In de moslimleer echter is God absoluut transcendent. Zijn wil is aan geen van onze categorieën gebonden, niet eens aan die der rationaliteit. Khoury citeert daarbij een werk van de bekende Franse islamoloog R. Arnaldez, die er op wijst dat Ibn Hazn zo ver ging te verklaren dat God niet eens door Zijn eigen woord gehouden was, en dat niets Hem er toe verplichtte ons de waarheid te openbaren. Als Hij dat wenste, dan zou de mens zelfs tot afgodendienst kunnen worden verplicht.


Iedereen mag oordelen, maar als u verontschuldigingen aanbiedt voor zo'n tekst, en met de bijzondere achting die ik u toedraag Joseph Ratzinger, dan wijkt u af van het rechte pad. Wellicht denkt u aan het lot van de weinige christenen die nog zijn overgebleven in de islamitische rijken, en dat is een ernstige overweging, maar vriend Joseph: Oriana maakte een andere inschatting.
.

15 september 2006

Een keizer die zijn kleren niet van een Brusselse bisschop moest krijgen

.
Vaak is er enkel plaatselijk nieuws, soms ook wereldnieuws. Vandaag waren ze er allebei, maar alleen het plaatselijke nieuws heeft onze Vlaamse journalisten kunnen boeien. Hun berichten gingen over het ontslag van een kleine keizer. Dat ontslag was onvermijdelijk luidde hun oordeel, en zoals altijd spreken onze jongens van de vierde macht uit één mond (niets ongewoons: zij laven zich tenslotte allen aan de gulle bron der Uitvoerende Macht). Waarin deze onvermijdelijkheid juist bestond, werd uit gewoonte in het vage gelaten: de kleine keizer was driftig, arrogant, eigengereid &cet. Psychologiseren kost niets en het is plezierig.
Dat het ontslag al jaren eerder had mogen komen, bijvoorbeeld kort na aanwerving, heb ik nergens gelezen. Dat ’s mans Nederlands ondermaats was –toch een handicap in een culturele instelling– werd niet vermeld bij mijn weten. Dat hij eerst nog reclamefoldertjes meende te mogen maken voor zijn Brusselse kleermaker Bisschop, en vervolgens met een rode kop moest verklaren dat hij nu nog meer zijn best zou doen om uit te vissen wat voor verplichtingen er bij deez job kwamen kijken, al evenmin. Wat betreft deze inzichten was onze adelaar aanvankelijk zo onschuldig als een lam, en minister Van Mechelen had naar niets gevraagd.
Laten wij deez zaak rusten, en eens kijken of er nog andere kwesties aan de orde zijn in de wijde wereld.

o-o-o-o-o-o-o-o-o

Vrienden, er is mogelijk een nieuwe cartoonkwestie in de maak! Benedictus de Zestiende heeft een reis naar Duitsland gemaakt, en hij heeft daar een opmerkelijke redevoering gehouden. In onze kranten lezen wij hooguit een zinsnede, maar in Le Monde online vandaag kunnen wij die rede toch partim nalezen, zij het onder de titel Verbatim.
Onze moslimbroeders blijken alweer gekwetst te zijn, en er zijn reacties tot in Azië. Onder meer Turkije, Libanon, Pakistan, en stemmen tot in Indië en Indonesië hebben zich laten horen. Ik vertaal snel wat ik lees, want de commentaar van de Fransen lijkt mij beter dan wat onze verzamelde pers zal voortbrengen in de komende dagen (gesteld dat zij door de feiten daartoe gedwongen worden):

"God is niet op bloedvergieten gesteld"

In zijn rede, gehouden dinsdag 12 september in Regensburg, heeft de paus geciteerd uit een werk van Theodor Koury, een theoloog uit Münster die in de jaren 1960 het verhaal van de “Zevende controverse” ophaalde, waarbij in 1391 de christelijke byzantijnse keizer Manuel II Paleologos (1350-1425) zich tegenover een Perzische geleerde bevond.
Op een manier die voor ons verwonderlijk abrupt mag lijken, stelt de keizer aan zijn tegenstander een vraag , de centrale vraag over het verband tussen religie en geweld. Hij zegt hem:
“Toon mij dan wat voor nieuwigheden Mohammed heeft gebracht. Je zult enkel slechte en onmenselijke dingen aantreffen, zoals de recht om te zwaard het geloof dat hij predikte te verdedigen.” De keizer legt vervolgens uit waarom het absurd is het geloof door geweld te verbreiden. “Dergelijk geweld is tegengesteld aan de aard van God en aan de geaardheid der ziel: God is niet op bloedvergieten gesteld. (…)
Hij die iemand tot het geloof wil brengen, moet zich kunnen verlaten op goede argumentatie en correcte redenering, niet op geweld en dreiging. (…) Om een redelijk wezen te overtuigen hoef je noch je armen te gebruiken, noch wapentuig, noch wat voor middelen ook waarmee je iemand met de dood kunt bedreigen.” (…)
In deze argumentatie van de keizer van Constantinopel, tegen de gedwongen bekering, is de beslissende zin deze: een onredelijke handelwijze gaat in tegen de aard van God. Voor de keizer, een Byzantijn die met de Griekse filosofie was opgevoed, is deze zin vanzelfsprekend.
In de muzelmaanse leer echter is God volkomen transcendent. Zijn wil is niet gebonden aan gelijk welke van onze categorieën, niet eens die van de rede. *



Dans son discours prononcé mardi 12 septembre à Ratisbonne, le pape a cité un ouvrage de Theodor Koury, théologien de Münster qui, dans les années 1960, avait rapporté la "Septième controverse" ayant opposé, en 1391, l'empereur chrétien de Constantinople, Manuel II Paléologue (1350-1425), à un érudit persan.
L'empereur pose à son interlocuteur, d'une manière étonnamment abrupte pour nous, la question centrale du rapport entre religion et violence. Il lui dit : "Montre-moi donc ce que Mahomet a apporté de nouveau. Tu ne trouveras que des choses mauvaises et inhumaines, comme le droit de défendre par l'épée la foi qu'il prêchait." L'empereur explique alors pourquoi il est absurde de diffuser la foi par la violence. Une telle violence est contraire à la nature de Dieu et à la nature de l'âme : Dieu n'aime pas le sang. (...)
Celui qui veut conduire quelqu'un vers la foi doit être capable de parler bien et de penser juste, et non de violence et de menace. (...) Pour convaincre une âme raisonnable, on n'a pas besoin de son bras, ni d'armes, ni d'un quelconque moyen par lequel on peut menacer quelqu'un de mort. (...) La phrase décisive dans cette argumentation de l'empereur de Constantinople contre la conversion forcée est la suivante : agir de manière déraisonnable est contraire à la nature de Dieu. Pour l'empereur, un Byzantin éduqué dans la philosophie grecque, cette phrase est évidente. En revanche, pour la doctrine musulmane, Dieu est absolument transcendant. Sa volonté n'est liée à aucune de nos catégories, pas même celle de la raison.



Dit lijkt mij duidelijke taal. Het betreft hier twee werelden, en zowel Ratzinger als Le Monde laten dat ook verstaan.
In die twee werelden gebeurde nog iets: de Nederlandse minister Donner van Justitie, neef van de betreurde schaakgrootmeester en auteur Jan-Hein Donner, zei dat als er ooit in Nederland een 2/3 meerderheid zou worden gevonden voor het invoeren van de shari'a ...dat de democratie zulks dan niet mocht verhinderen. Dat lijkt mij een degelijk democratisch standpunt, en de enige vraag is dus of wij het zover willen laten komen.



* Ik moet hem toch ook even aan het woord laten: in zijn voorwoord tot Histoire de ma Vie, zei Casanova: Je suis non seulement monothéiste, mais chrétien fortifié par la philosophie, qui n'a jamais rien gâté.
Ik ben niet enkel monotheïst, maar christen gesterkt door de filosofie, die nooit wat dan ook heeft bedorven.

2 september 2006

De Paulinische leer maakt ook bij De Standaard bekeerlingen


Ik zal u niets leren lezer, als ik vertel dat een nieuwe taal studeren geen eenvoudige zaak is. Dat thema is de laatste tijd nogal aan de orde.
Er spelen vele factoren. Een gunstige omgeving is er één: er zijn zaken die je nooit leert als je je niet in het juiste milieu beweegt. Het moet bijvoorbeeld zo goed als ondoenlijk zijn om in Antwerpen correct Gents te leren.
Terecht wijst Yves Leterme ook op het belang van de natuurlijke aanleg –je moet intellectueel ertoe in staat zijn– maar zelf ben ik geneigd het accent meer te leggen op geduld, volharding en motivatie.
Daarom is Brinckman zo’n man naar mijn hart. Niet dat ik hem aanleg wil ontzeggen, maar bij hem is het toch vooral wérken, dat voel je. Het verschil is klein, maar als het op schuttingtaal en naturelle vulgariteit aankomt merk je dat vooralsnog hij Meester Pauli moet laten voorgaan. Pupil Brinckman blijft wat houterig, moet soms nog naar zijn woorden zoeken, maar zijn artikeltje vandaag vond ik de goede richting uitgaan.
Bart probeert een verslag te brengen, of liever naar zijn hand te zetten, vanop een Flandriaboot, en daar moet een recent bevallen moeder onwel zijn geworden. Wat er precies aan de hand is geweest weten wij lezers niet, maar ik maak dat op uit Barts duiding. Feiten, en zeker details voor je houden is een goede gewoonte van de kwaliteitsjournalistiek. Erg handig. Laten wij zijn eerste paragraafjes eens bekijken:

Marie-Rose Morel, de troefkaart van Vlaams Belang in Schoten, kreeg gisterochtend een wee gevoel in de onderbuik. Daar zat het programma van Vlaams Belang voor niets tussen.
Maar Filip Dewinter trapte de laatste fase van zijn campagne in de Scheldestad gisteren af op een Flandriaboot. Niet iedere maag bleek tegen dat idee bestand, zelfs al bleef het schip aan de kade aangemeerd.
Galant kun je onze Bart wellicht niet noemen, gemanierd ook niet, informatief vanzelfsprekend niet, maar wat ik mij nu verschrikt afvraag is: zitten bij die jongen alle schroefjes en boutjes wel op de juiste plaats? zou bij Brinckman de maag in de onderbuik zitten? welke organen zitten daar nog allemaal bij hem? en hebben er andere plaats moeten maken?
Wat een zeldzaam bouwplan!
.

28 augustus 2006

263 jaar geleden werden delinquente jongeren nog anders opgevangen

.
Een zeventienjarige Venetiaan, doctor in beide Rechten, die wellicht enkele meubelstukken te gelde had gemaakt die hem strikt genomen niet toebehoorden, en die ten tweede onterecht werd beschuldigd van een homo-erotische activiteit, wat voor een "abbé" –hij heeft de lagere wijdingen ontvangen– vanzelfsprekend volstrekt verboden was, wordt opgesloten in een fort even buiten de stad. De majoor, commandant van het fort, spreekt hem toe (ik vertaal vlug, maar de oorspronkelijke Franse tekst staat verderop, en is een stuk charmanter) :

Voor het moment, monsieur l’abbé, zijn mijn orders enkel om u hier in het fort onder arrest te houden, en in te staan voor uw persoon. Als cel geef ik u heel de vesting. U hebt een goede kamer, en gisteren heeft men daar uw bed binnengebracht, en uw koffer. U kunt wandelen waar u maar wenst, en bedenk dan dat, mocht u ontsnappen, u de oorzaak van mijn ondergang wordt. Het spijt mij dat het mijn orders zijn om u slechts tien stuiver per dag te geven; maar als u in Venetië vrienden hebt die u geld kunnen geven, schrijf dan, en vertrouw op mij voor wat de veiligheid van uw brieven aangaat. U kunt gaan slapen, mocht u dat kunnen gebruiken.
Men bracht mij naar mijn kamer, die er mooi uitzag, één hoog en met twee vensterramen die mij een schitterend uitzicht boden. Ik zag mijn bed, dat opgemaakt was, en ook mijn koffer waarvan ik de sleutels bij me had, en die ze niet geforceerd hadden. De majoor had de attentie gehad om mij op een tafel al het nodige schrijfgerei klaar te laten leggen. Een Slavonische soldaat kwam mij beleefd zeggen dat hij me ten dienste zou staan, en dat ik hem kon betalen wanneer ik de mogelijkheid daartoe zou hebben, want iedereen wist dat ik maar tien stuivers had. Na een lekkere soep gegeten te hebben sloot ik mij af en ging in bed liggen, waar ik negen uur heb geslapen. Toen ik weer op was, liet de majoor mij inviteren voor het souper. Het ging allemaal nog zo kwaad niet zag ik.
Ik vervoeg mij bij deze keurige man, die ik aantref in groot gezelschap. Hij heeft mij eerst zijn vrouw voorgesteld en vervolgens noemde hij mij alle andere aanwezigen op. Een aantal militaire officieren waren het, op twee na, waarvan één de aalmoezenier van het fort, en de andere een muzikant van de San Marcokerk, Paolo Vida van naam, wiens vrouw de zus van de majoor was, jong nog, en haar man had haar in het fort ondergebracht omdat hij jaloers op haar was, en al wie jaloers is zit in Venetië in een slecht parket. De andere vrouwen daar waren niet mooi en niet lelijk, niet jong en niet oud; maar door hun welwillende maniertjes vond ik ze allemaal interessant.


Ik wil maar zeggen, om onze haastige ministers te troosten die weer à la minute nieuwe regeltjes hebben moeten verzinnen: in dit geval hebben jullie gelijk! Wij kunnen jongeren het inderdaad niet aandoen om, bovenop het feit dat zij van hun vrijheid worden beroofd, hen naar een match van de Rode Duivels te sturen. Zo weinig echte Belgen zijn daarvoor te strikken, en tenslotte gaat het om inburgering.

Actuellement, monsieur l'abbé, je n'ai autre ordre que celui de vous tenir dans le fort aux arrêts, et de répondre de votre personne. Je vous donne pour prison toute la forteresse. Vous avez une bonne chambre, où on a mis hier votre lit, et votre malle. Promenez-vous où il vous plaira, et souvenez-vous, que si vous vous échappez, vous serez la cause de mon précipice. Je suis fâché qu'on m'ait ordonné de ne vous donner que dix sous par jour ; mais si vous avez des amis à Venise qui soient en état de vous donner de l'argent, écrivez, et fiez-vous à moi pour ce qui regarde la sûreté de vos lettres. Allez vous coucher si vous en avez besoin.
On m'a conduit dans ma chambre qui était belle, et au premier étage avec deux fenêtres qui me procuraient une vue superbe. J'ai vu mon lit fait, et ma malle, dont j'avais les clefs, et qu'on n'avait pas forcée. Le major avait eu l'attention de me faire mettre sur une table tout le nécessaire pour écrire. Un soldat esclavon vint me dire poliment qu'il me servirait, et que je le paierais quand je pourrais, car tout le monde savait que je n'avais que dix sous. Après avoir mangé une bonne soupe, je me suis enfermé, puis je me suis mis au lit, où j'ai dormi neuf heures. À mon réveil le major me fit inviter à souper. J'ai vu que cela n'allait pas si mal.
Je monte chez cet honnête homme que je trouve en grande compagnie. Après m'avoir présenté à son épouse, il me nomma toutes les autres personnes qui étaient là. Plusieurs officiers militaires excepté deux, dont l'un était aumônier du fort, l'autre un musicien de l'église de Saint-Marc nommé Paolo Vida, dont la femme était sœur du major, encore jeune, que le mari faisait habiter dans le fort à cause qu'il en était jaloux, car à Venise les jaloux se trouvent tous mal logés. Les autres femmes qui étaient là n'étaient ni belles ni laides, ni jeunes, ni vieilles; mais leur air de bonté me les rendit toutes intéressantes.

Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma vie
Suivie de textes inédits
Édition présentée et établie par Francis Lacassin
Robert Laffont, 1993, 2002

17 augustus 2006

Over de Franstalige cortex


De vraag of de Franstaligen van Brussel en de Vlaamse Rand intellectueel minderwaardig zijn ­– zoals minister-president Leterme in Libération beweerde ­– is, om het op zijn Brussels te zeggen niet in-een-ik-en-een-gij te beantwoorden. Voer voor psychologen.

Puur als amateur wil ik mij wel aan een antwoord wagen, maar daarbij zou ik niet graag in aanvaring komen met de professionals van het Anti-Discriminatiebureau. Yves Leterme zelf zag dat gevaar ook, en van zijn eigen moed wellicht wat geschrokken heeft hij rap laten weten dat het maar om te lachen was. Onnodig wat mij betreft, want in het zicht van de verkiezingen had ik hem ook zo begrepen.

Maar over zijn uitspraak zelf nu: zijn inderdaad onze Franstalige medemensen cerebraal minder- of toch andersvalide?


– Een kleine excursus van prof.dr.sc..Elio di Rupo (die blijkbaar insinueerde dat Leterme zich in het Frans niet kan uitdrukken, én dat Libération ook journalisten in dienst zou hebben die een interview in het Nederlands aankunnen): “Comment dire ...het iis aan Lienks op de prentsche wej zien de center voor te verstaan of te begreeip die tael, en aan Rex tis proper gezeg, voor te spreek hemzelf”.

Voer voor psychologen dus, maar helaas: ik vermoed dat hun antwoorden zullen verschillen al naargelang de school waartoe zij behoren. Een behaviorist zal misschien zeggen dat de proefopstelling met de faciliteiten wetenschappelijk gesproken voldoende tijd in beslag heeft genomen, dat veel kredieten ondertussen zijn opgebruikt, en dat na al die jaren er bij de Franstalige onderzoeksobjecten (die hij ter vereenvoudiging zich voorstelt als zwarte dozen met een in- en output) geen significante verschillen worden genoteerd. Zo’n resultaat kan aan veel factoren liggen – slechte proefopstelling, slechte of ontbrekende bedrading binnenin die dozen misschien, maar over dat laatste kan onze behaviorist per definitie niets vertellen want hij houdt zich enkel bezig met in- en outputs. Op zich is dat nuttig, maar laten wij ook eens kijken wat anderen misschien te vertellen hebben.
Ik stel voor dat wij de geit bij de horens vatten en meteen bij Alfred Adler te rade gaan, de middelste van de drie gebroers Freud, Adler & Jung, en de man van de orgaanminderwaardigheid. Mogen wij nu – omdat uit vele cijfers blijkt dat overal, dus niet enkel in België het pover is gesteld met de talenkennis van de francofonen – mogen wij daaruit besluiten dat Franstaligen, gemiddeld welteverstaan, over een erbarmelijk stel hersens beschikken?
Ik meen van niet, al zijn er natuurlijk voorbeelden genoeg die mij tegenspreken. Denken wij nog maar aan Laken, waar de taalbaden zo weinig effect hebben. Een slecht exempel echter, zou hier onze arme koningin zijn, die thuis immers Italiaans sprak. Ik denk meer aan haar nazaten. Trouwens die koningin was vroeger heel mooi, en bij haar Blijde Intrede in Gent moesten wij met de jongens van de school defileren aan het Zuidpark, langs de tribune waarop zij gezeteld was, en dat liet ons niet onberoerd maar wij hielden ons gemak en begonnen niet zoals baron Vastapane schunnige liedjes te zingen in de trant van: “En maane vlieger, mee zaane steert, hij goat omhuuge, ‘t es ’t ziene weerd”.
Nee, orgaanminderwaardigheid is het ook niet.
In Brussel ben je als Nederlandstalige nog gelukkig als je te horen krijgt: Ah, keske c’est difficile le flamand! .Ze doen dan net of l’allemand en l’anglais stellen minder een probleem, enkel het Nederlands doet dat. Maar eigenlijk is er maar één taal die zij gemakkelijk vinden, en een andere vertikken zij te leren. De anderen moeten zich maar aanpassen ofwel opkrassen is hun devies. In Zwitserland is het Schwytzerdeutsch te moeilijk, in België het Nederlands. In Brussel lijkt zelfs goed Frans hen te moeilijk, zou ik als Nederlandstalige willen opmerken, mais passons: het is niet eenvoudig voor verfranste Vlamingen om de echte Fransen te imiteren.

Het ligt aan de Franse XVIIde -enXVIIIde E., periode die Franssprekenden zowat overal ter wereld (met uitzonderingen: we hebben het hier bv. niet over Québec) met een hopeloos verouderd superioriteitsgevoel heeft opgezadeld. Begrijpelijke nostalgie naar een tijd toen heel Europa nog Frans sprak, van Lissabon tot Moskou. Maar zelfs al in de XIXde E. waren zij lichtelijk belachelijk, zoals de dichter Heinrich Heine hier liefdevol noteert (hij bracht de tweede helft van zijn leven in Parijs door):

Es will mich manchmal bedünken, als seien die Köpfe der Franzosen, eben so wie ihre Kaffeehäuser, inwendig mit lauter Spiegeln versehen, so daß jede Idee, die ihnen in den Kopf gelangt, sich dort unzähligemal reflektiert: eine optische Einrichtung, wodurch sogar die engsten und dürftigsten Köpfe sehr weit und strahlend erscheinen.
Die romantische Schule, Paris 1835
Vaak komt het mij voor als waren de koppen van de Fransen, net als hun cafés vanbinnen louter met spiegels bekleed, zodat elk idee dat hun kop te binnen schiet daar ontelbare malen gereflecteerd wordt: een optische inrichting waardoor zelfs de meest benauwde en schamelste koppen zeer ruim en stralend lijken.

.

11 augustus 2006

Brice analyseert !

.
Volgens Brice – u weet wel: de kerel die, toen ouders van vermoorde kinderen aandrongen op voorzichtigheid bij voorlopige invrijheidstelling, hen de raad gaf …niet het kind met het badwater weg te gooien (deze vulgariteit kunt u nalezen in De Morgen van 22 mei jl.*) – welnu volgens deze Brice is het tegenwoordig al de schuld van het Belang, meer bepaald van Dewinter, als een ouwe vent zijn buurman doodschiet omwille van een veranda.
Wat moet de paniek groot zijn in de VLD, dat zij iemand met zulke ridicule boodschap het veld insturen. En al stond de arme Brice natuurlijk niet op de eerste rij toen het verstand werd uitgedeeld – een toevalligheid die hem inderdaad geknipt maakt voor zijn rol: het blijft lelijk van Verhofstadt, De Gucht, Dewael & co, om een onnozele hals zulke vertelseltjes in te fluisteren in de hoop dat hij ze zal doorzeggen.
Al moet ik in hùn voordeel weer zeggen dat zij op die manier een bijna verdwenen traditie in stand houden. In vele dorpen zal zij teloor zijn gegaan, maar in mijn buurt, vlak bij de Gentse rosse buurt zie je het nog: een plaatselijke simpele die in ruil voor een vriendelijk woord en enkele povere centjes de commiskes doet voor het personeel dat echt werkt.

* DM: De ouders van vermoorde kinderen klagen ook daders aan die onterecht te vroeg zijn vrijgekomen. "Dat kan gebeuren, vergissingen zijn menselijk. Een vervroegde vrijlating is een berekende gok. Maar ik geloof dat het meer voordelen dan nadelen heeft. Je mag het kind niet met het badwater weggooien."

[En dat die ouders daders zouden hebben aangeklaagd is natuurlijk een onzin die enkel op rekening van de taalvaardigheid van de Morgenjournalist komt. De man bedoelde te zeggen, maar slaagde daar niet in, dat de ouders die vrijlating aanklagen... bon, on fait avec]

4 augustus 2006

L'ostracisme est un humanisme


Wat heeft onze vriend Yves Desmet toch weer lelijk de vinger in eigen oog gestoken met zijn artikeltje over de gebeurtenissen in Maasmechelen. Feiten waren er op dat moment nauwelijks bekend maar dat detail kon hem niet verhinderen een categoriek, moreel oordeel uit te spreken over alle betrokkenen en hun motieven. Lynchpartij, burgers die het recht in eigen hand nemen, omerta.
Desmet kan het ook zonder feiten: hij en De Morgen hebben geen politioneel onderzoek nodig, laat staan een rechter. Hun analyse staat los van die kleinigheden aangezien zij op een zekere immanentie berust.
Je hoort wel zeggen dat Vlaanderen een ontkerstend land is, compleet gelaïciseerd en met nog amper 3,7 percent kerkbezoekers, maar Desmet levert het bewijs van het tegendeel. Het Geloof is hier helemaal niet verdwenen, het heeft enkel een gedaanteverwisseling ondergaan. Desmet in ieder geval ziet er geen been in om medeburgers lichtzinnig te veroordelen in naam van zijn onbenoemde ideologie.
In dat nieuwe Geloof is één der cardinale deugden de snelheid. Marktgedreven als hij is denkt Desmet zelfs – al verkopen zijn waren almaar slechter – dat SNELHEID het enige criterium is in de journalistiek, en op pure vitesse pakt hij inderdaad iedereen. Niet zo verwonderlijk als je niet op feiten hoeft te wachten om te schrijven wat je al lang weet.
Eigenaardig: niemand in de andere ernstige media lijkt nog te willen terugkomen op Desmets premature analyse. Nu weet ik wel dat er in Vlaanderen geen intellectueel debat bestaat, en misschien speelt hier ook een zekere schroom, of in het slechtste geval platte camaraderie. Want zijn vakbroeders beseffen natuurlijk dat Yves zijn hand heeft overspeeld.
Helaas, ook zedig zwijgen is instemmen, en de collega’s zwijgen eendrachtig. Wellicht omdat zij vinden dat vriend Yves zich misschien, enfin, laten wij zeggen inderdaad, iets te snel en iets te verkeerd – toch op het rechte pad heeft begeven.
Bloggers hebben minder last van zulke genegenheden, en zij noemen iemand die over de schreef gaat al snel ongeloofwaardig, zeker als de kerel geen aanstalten maakt om zich meteen de dag daarop te verontschuldigen. Misschien dat blogs daardoor zo’n opgang kennen?

20 juli 2006

Over de Deugd van het Stilzitten

.
Het is te warm om veel te bewegen, misschien zelfs om hard na te denken, en dus is lezen zowat het enige dat een mens kan doen als hij geen ozon of fijn stof wil binnenkrijgen.
De gazetten vullen hun pagina’s met rubriekjes waarin BV-s vertellen wat zij als vakantielectuur in hun reiskoffer stoppen. Ik lees die rubriekjes niet omdat ik om te beginnen niet geloof dat die mensen lezen, maar ondertussen wil ik graag wel vertellen waar ik zelf in bezig ben: De la Monnaie/Della Moneta (1750) van Ferdinando Galiani, de Napolitaanse econoom en diplomaat die hier al vaker ter sprake kwam. Hij liet dat werk anoniem verschijnen, op zijn tweeëntwintigste, waarbij hij het liet uitschijnen alsof de auteur een zestiger was die alles al meegemaakt had.

Nog binnen het jaar kwam zijn bedrog aan het licht, en Galiani werd een wetenschappelijke ster. Turgot bijvoorbeeld, bij het indienen van een begroting (toen nog een serieuze kwestie), citeerde Galiani. Toch is zijn naam verdwenen. Als wij aan economen denken dan zijn dat Locke of Smith of Ricardo of Malthus: uitsluitend Engelse teksten.

Galiani’s boek werd nooit integraal vertaald, niet in het Engels, niet in het Frans of Duits. En wel voornamelijk omdat hij daar zelf geen poot naar heeft uitgestoken. Pas vorig jaar, 2005 kwam er een tweetalige Franse uitgave, en die is ronduit schitterend.
Om te beginnen een literair meesterwerk. Een economisch werk natuurlijk, waarin hij uitlegt waarom goud, zilver en koper waardevol zijn, en wat hun ruilwaarde nu precies uitmaakt. Maar tegelijk is zijn werk een historisch en cultureel archief. Klinkt dat droog? Galiani is zo spits en grappig altijd!
Om u een beetje op smaak te brengen lezer, geef ik een citaatje, niet dat dit het hoogtepunt is, maar heimelijk omdat ik hoop dat ook Verhofstadt, of anders zijn broer het leest, misschien zelfs in Toscane (een wat ongezonde omgeving volgens Galiani).

Hieronder heeft hij het over de drift van regeerders om steeds nieuwe wetten te maken, zonder zich aan de uitvoering van reeds bestaande wetten veel gelegen te laten liggen. Wat Galiani aanprijst is de deugd van het stilzitten. Hij als 22-jarige! een leeftijd waarop anderen nog aan hun eerste gloedvolle manifesten moeten beginnen.

[…] c’est que les hommes croient toujours bien faire en agissant et que, s’ils n’agissent pas, tout va mal. Et on ne trouve jamais un magistrat qui veuille se vanter de n’avoir rien fait. Et pourtant ne rien faire non seulement est une chose bien des fois pleine de mérite et d’utilité, mais c’est en outre chose très difficile et beaucoup plus pénible qu’il ne semble à executer. Et si l’on considère que toutes les bonnes lois, que l’on peut faire sur quelque matière que ce soit, on peut en un instant les faire et les rassembler sur une seule feuille, on s’aperçoit aussi que lorsqu’on a parfaitement agi et que l’on veut en outre (sans se contenter de faire exécuter les décisions prises) continuer à légiférer, le bien se corrompt inévitablement et le pire survient. Et même si l’on ne fait pas de mal, vouloir trop minutieusement réglementer les choses, c’est en soi un très grand défaut. Exemple en est la République florentine: suivant la nature du caractère de ses concitoyens, et voulant toujours se perfectionner dans les vétilles les plus infimes, elle ne fut jamais réglée dans les grandes.
Ferdinando Galiani
De la Monnaie/Della Moneta
Édité et traduit sous la direction de André Tiran
Traduction coordonnée par Anne Machet
Ed. Economica, Paris, 2005, pp.303-5


[…] het is eenmaal zo dat mensen altijd geloven goed te doen zolang ze maar ingrijpen, en dat alles naar de bliksem gaat als zij niets doen. Nooit tref je een politicus aan die er prat op gaat dat hij niets heeft uitgericht. En nochtans, niet zelden is nietsdoen, behalve zeer verdienstelijk en nuttig, ook een heel zware opgave en een stuk lastiger om uit te voeren dan het zou lijken. En als je voorts in overweging neemt dat je alle goede wetten, over wat voor materie ook, in een oogwenk kunt verzinnen en op één blaadje papier verzamelen, dan merk je tegelijk dat als je perfect hebt gewerkt maar niettemin (in plaats van je tevreden te stellen met het laten uitvoeren van reeds genomen beslissingen) wenst door te gaan met wetten maken – dat dan al het goede onvermijdelijk bedorven raakt en de kwalijkste zaken opduiken. En zelfs als je geen kwaad aanricht – de wil om alles uiterst nauwgezet te reglementeren is op zich een zeer zwaar gebrek. Voorbeeld hiervan is de Florentijnse Republiek: handelend volgens de natuurlijke aard van haar ingezetenen, en in een poging zich altijd maar verder te perfectioneren in de kleinste pietluttigheden, is zij wat de grote lijnen betreft nooit op orde geraakt.
.

12 juli 2006

Die affiche is onvolledig

.
Niemand staat wellicht te springen om nog iets te lezen over de drie verdraagzame concerten die de Koloniale Kloterij wil inrichten, de week voor de gemeenteraadsverkiezingen. Over het hele gedoe daarrond, beginnend met de onnozele reactie van het Vlaams Belang, is al veel en veel te veel geschreven. En al zag direct elkeen die kan lezen dat er in de bewuste brief van Dewinter helemaal geen sprake was van afdreiging, zoals de kwaliteitsjournalisten eendrachtig wél schreven, toch blijft: het Belang had die brave zangers met rust moeten laten. Quelle importance? Belangverkozenen houden zich (gedwongen) vér van kwisjes en talkshows en spelletjes en BV-gelul, en juist die omstandigheid levert hen massa’s stemmen op, die zij anders zouden mislopen. Meer geluk dan verstand lijkt wel, want als Dewinter zijn verstand gebruikt dan zwijgt hij in alle talen over de mensen die wél in dat circuit zitten.
Ik zou deze concertkwestie trouwens van een andere kant willen bezien, al moet ik meteen bekennen dat ik van popmuziek en schlagers geen kaas gegeten heb. Mijn vermoeden is dat er op de voorlopige 0110-affiche heel wat artiesten ontbreken. Mensen die niet direct in het gelid zijn gesprongen, ofwel niet gevraagd zijn.
Deze afwezigen riskeren de komende weken in een kwalijk licht te verschijnen. Immers, spreken wij hier over manifeste dienstweigering, of betreft het nalatigheid? Er bestaan ook delicten per omissionem meen ik. Een betrouwbare namenlijst van afwezigen opstellen gaat mijn krachten te boven, maar ik neem aan dat kwaliteitsjournalisten dat wel kunnen ...en hier zitten diepgaande interviews in.
Eén raad alvast kan ik aan de toekomstige ondervraagden, les accusés de l'avenir aanbieden: er zijn best ernstige redenen te bedenken voor uw werkverlet – een ander contract die dag, een buitenlandse tournee. Maar bijvoorbeeld een doktersbriefje, zoveel maanden op voorhand, zou ik afraden.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html