27 april 2007

Geert van Istendael is een verduldig man

.
Na lectuur van de vele, en ik vind mooie boeken die van Istendael al geschreven heeft, is “verduldig” misschien niet het eerste adjectief dat bij zijn lezer zal opkomen om de auteur te karakteriseren, maar dat oordeel kunnen wij nu bijstellen.
Morgenjournalist Jeroen De Preter had zaterdag een interview met van Istendael, naar aanleiding van diens boek over Duitsland. Ik weet niets af van die wellicht nog jonge reporter, maar Jeroen stelde zijn vragen nogal raar, en ik meen dat van Istendael enkele keren op zijn tanden heeft moeten bijten. Hij deed dat met voorbeeldige gelijkmoedigheid. Gelassenheit had ik bijna geschreven, maar ik wil geen Heideggerianen in het harnas jagen.
Wat vroeg in zijn onschuld die jongeman De Preter zo aan van Istendael? en waarop gaf deze laatste antwoord, met een waar fiat voluntas tua? Twee voorbeelden:
Tot mijn grote verbazing las ik in uw boek dat de fractuur, het typisch Duitse of gotische schrift, hoegenaamd niets te maken heeft met de nazi’s.
en iets verder: Kunt u verklaren waarom zoveel grote componisten – Schubert, Bach, Beethoven, Wagner – uit Duitsland komen?
Tot grote opluchting van zijn uitgever Atlas, zo vermoed ik, sprong Geert van Istendael hier niet uit zijn vel, nee, hij antwoordde gewoon. Hij liet met kalmte na om onze Jeroen er op te wijzen dat de Fraktur al in de vijftiende eeuw voorkwam, en dat Schubert een Oostenrijker is – tot voor de Anschluss nog geen deel van Duitsland.
Misschien heeft van Istendael iets van mededogen, of van een pedagogische eros gevoeld in het bijzijn van zoveel jeugdige argeloosheid?
Lovenswaardig is zijn houding in beide gevallen.

Dertig jaar geleden gaf Karel van het Reve, die schitterende man, al blijk van eenzelfde gelatenheid als die welke ons van Istendael liet zien. In zijn radiopraatjes voor de Nederlandse Wereldomroep (gebundeld in Luisteraars! en uitgegeven bij van Oorschot in 1995) vertelt hij aan de landgenoten in de Overzeese Gebiedsdelen hoe het gesteld is met de feitenkennis van de jeugd in het thuisland:

Als een universitaire docent vroeger op college zei: Byron of Goethe of Marx, dan trok iedereen een gezicht van: ja natuurlijk, hoe was het ook weer, Byron hè? George Gordon lord Byron, Engelse dichter 1788-1824, auteur van Don Juan, Childe Harold, manke poot had hij, groot vrouwenjager, tijdje in Venetië gewoond, erg rijk, hield van zwemmen, paardrijden, gestorven in Griekenland, had de Grieken geholpen in de oorlog tegen de Turken. Dat wísten de studenten van twintig jaar geleden natuurlijk niet allemaal, maar ze wisten wel, dat ze het behoorden te weten, dat ze geacht werden dat te weten. En als ze het niet wisten dan zochten ze het thuis stiekem op of ze vroegen het aan hun moeder, want ook in het gezelschap van hun medestudenten was het een beetje beschamend om openlijk te moeten bekennen dat je nooit van Byron had gehoord.



27 december 1979

25 april 2007

Nadenken gaat nog het best in de schaduw

.
Met het overvloedige goede weer van de laatste weken, lezer, heeft de zonneschijn iets van zijn gebiedende karakter ingeboet. Ik neem aan dat ook voor u de terrasjes en fietstochtjes geen dagelijkse plicht meer zijn, zodat wij met een gerust hart de steengoede Perlentaucher nog eens kunnen raadplegen. Ik vertaal:

Wat integratie betekent voor Moslims

Deze week komen de afgevaardigden van de Islamconferentie voor de tweede keer samen in hun werkgroepen. Het gaat over de integratie van de moslims en bijgevolg over de verhouding van de religie –de islam dus– tot de samenleving, en om mensenrechten die ondeelbaar zijn, ook voor moslimvrouwen en -mannen.
Er wordt gedebatteerd over Europese waarden, als de vrijheid van godsdienst en de seculiere staat.

In een bijdrage voor de Frankfurter Allgemeine Zeitung zet de publiciste en sociologe Necla Kelek (Die fremde Braut) de premissen uiteen, waar deze gesprekken onderhevig aan zijn. Zonder kritisch debat over de historische context, over de koran, over de islamitische zeden en gewoonten, de vijandigheid tegenover vrijheid en het collectivistische maatschappijmodel dat de islam nastreeft, zal er van integratie van moslims in Europa niets in huis komen. Islamwetenschappers als Tariq Ramadan wrijft zij vrouwvijandigheid aan, en een streven naar een Tegenverlichting die de Europese moderniteit wil islamiseren, en het Westen bezoedelen.


Pogingen om “de Europese moderniteit te islamiseren”

“De islam zelf”, schrijft Kelek, “heeft in de 1400 jaar van zijn geschiedenis zo goed als geen wortels kunnen slaan in Europa. Hij kent geen individualiteit, zijn mensbeeld is niet toegerust voor de moderne wereld, want deze heeft behoefte aan individuen met een eigen verantwoordelijkheid. […] De islam bedoelt niet enkel een geloof te zijn, maar beoogt als religie een éénheid van levenswijze, geloof, wetten en politiek. Dat staat haaks op secularisering.” Het dilemma van de islam, schrijft de sociologe: “is dat hij wel een persoonlijke weg naar spiritualiteit kan leveren, waarbij niemand het innerlijke leven van een persoon zal betwisten, maar dat de individuele moslim zich gedráágt als een groepslid dat aan de gemeenschap verantwoording is verschuldigd, en waarbij dier eigen opvattingen als allesomvattend gelden.”
Necla Kelek keert zich tegen Tariq Ramadan, professor islamstudiën aan de universiteit van Oxford [*], die zij beschrijft als een prominente “vertegenwoordiger van de antiVerlichting en de restauratie van de islam”. “Zoals voor Khomeiny zijn ook voor Ramadan de Westerse waarden niets anders dan gesels van het imperialisme”, schrijft de auteur, en zij citeert de Oxfordgeleerde: “De Westerse levenswijze speelt in op, en houdt zich in stand door, verleidingen die aansporen tot de meest natuurlijke en primitieve instincten van de mens: maatschappelijk succes, machtsstreven, vrijheidsdrang, bezitsdrang, seksuele noden enz.” Ramadan zou pogen “de Europese moderniteit te islamiseren”.

Het zelfbeeld van Europa staat ter discussie

Na een kritiek van de “School van Ankara”, een islamitische hervormingsbeweging voorgestaan door de Diyanet, het Turkse ambt voor islamzaken, en door de feministische koranexegese, zoals ontwikkeld door Fatima Mernissi en Nahed Selim, komt Kelek tot een bespreking van de “Mensenrechtenverklaring van Cairo” op 5 augustus 1990, ondertekend door 45 ministers van Buitenlandse Zaken van de Islamitische Conferentie, het hoogste wereldlijke college van de moslims.
“Anders dan in democratische grondwetten” schrijft zij, “is hier van het individu geen sprake, maar van het collectief, van de umma, de gemeenschap der gelovigen. Consequent doorgaand, kent deze Verklaring enkel dié rechten aan moslims toe, die in de koran vastgelegd zijn, en – geheel volgens de shari’a – merkt zij enkel zulke daden als misdaden aan, die ook door de koran en de sunna als dusdanig beoordeeld worden.”
Over de islam in Europa spreken, besluit Necla Kelek, houdt in dat men uiterst grondig over het zelfbeeld van Europa spreekt. Als er voor de “islamcultuur” een plaats wordt opgeëist, dan gaat het om vrijheid, secularisering en om mensenrechten. “Kunnen wij”, vraagt zij, “zoals Tariq Ramadan eist, het aan de moslims overlaten om ‘zelf te beslissen’ wat integratie voor hen inhoudt?”


Het volledige artikel is te lezen in het F.A.Z.-feuilleton van vandaag.

P.S. Die "Mensenrechtenverklaring van Cairo" bevat 25 artikelen, met allerlei lovenswaardige zaken erin, het gaat soms zelfs over vrouwenrechten, maar de laatste twee artikelen lijken mij iets af te doen aan de 23 voorgaande:

Article 24: All the rights and freedoms stipulated in this Declaration are subject to the Islamic Shari'ah. (alle rechten en vrijheden zoals in deze Verklaring gestipuleerd, zijn onderhevig aan de islamitische shari'a)

Article 25: The Islamic Shari'ah is the only source of reference for the explanation or clarification to any of the articles of this Declaration. (de islamitische shari'a is de enige referentie om de artikelen van deze Verklaring uit te leggen of uit te klaren)


Tja, we zijn er nog niet hé jongens!

_______________

[*] Over dat professoraat van deze Tariq valt nog wel één en ander te zeggen: hij is helemaal geen "Oxfordprofessor" zoals ook de Frankfurter schijnt te geloven. In Genève mag Tariq zichzelf dan professor noemen, maar in Oxford werd hij enkel uitgenodigd voor gastcolleges : "Oxford's new visiting Professor" werd hij in Engelse kranten voorgesteld, en dat lijkt mij al gek genoeg.
Cfr. wat Bassam Tibi hierover te zeggen heeft op de Perlentaucher: "Tariq Ramadan [...] der sich selbst falsch als Oxford-Professor vorstellt (er ist dort nur zeitlich begrenzt als Fellow - eine Fellowship ist keine Professur; so geht er auch mit anderen Fakten um)"
.

10 april 2007

Even Terzake: bent gij een debiel?

.
Niet iedereen wellicht zal geneigd zijn om op mijn beledigende vraag in te gaan, maar de eerste burger van het Koninchrijk Balguy, de bekende herenboer De Croo, een man die in zijn tijd nog rechtswetenskappen heeft gestudeerd, en daarna even zelfs onderwezen meen ik, zal haar ongetwijfeld met een beleefd en duidelijk ja! beantwoorden.
Onze Herman staat immers tot in het verre Kongo, zelfs tot in het nog verdere Laeken bekend om zijn vranke en loyale taal. Hij moet er niet op knabbelen, il ne mâche pas ses mots! En integriteit is voor hem een tweede natuur.
Deze man, die zich terecht een expert in paardentuig mag noemen, die met evenveel gemak ook over het ijzeren paard der spoorwegen zijn woordje kan placeren, en over de stalen vogels van onze maatskappij der luchtwegen, welnu deze Herman zal ruiterlijk erkennen dat iemand die na de redelijke termijn van een heel leven niet in staat is om één korte correcte Nederlandse zin te produceren, ook in mijn posterijen rustig als een debiel mag worden bestempeld.
.
_______________________

P.S. Wat zou de zoon van de alom heiligverklaarde Hugo Schiltz denken over de anti-nationalistische klap van zijn boegbeeld De Croo? En al die andere Open-VolksunieVLD-ers, Bartje, Quickie, Fons, Krunk &cet. ?

"Sag mal, verehrtes Publikum: bist du wirklich so dumm?" (Kurt Tucholsky)
.

2 april 2007

Over vogels en vissen

.
Verschuivingen in de toonaard van kranten- en radioberichten merk je elke dag wel, en bij de meest verschillende gelegenheden. Soms zijn het niet eens verschuivingen, maar regelrechte koerswijzigingen. Gisteren wordt éénzelfde feit overal nog zus verslagen, vandaag zo. Hoe komt dat?
Neem nu weer die Franse non, sœur Marie-Simon-Pierre, die van de ziekte van Parkinson genezen is nadat zij tot de pas gestorven Karol Józef Wojtyła een devotie had gericht. Een grap zult u denken, want een beschaafde West-Europeër zijn die schellen al langer van de ogen gevallen. Ook katholieken zullen vrezen dat die Franse dokter er met zijn eerste diagnose lichtjes naast zat. “D’ailleurs”, mag Albert Coburg aan die dokter terecht opmerken, ”iedereen beeft al eens, en dat is daarom nog geen Parkinson”.
Ik moet nu denken aan die oude prof in de psychiatrie, zijn naam ontschiet mij spijtig genoeg, maar die verklaarde: “Als ik een schizofrenie diagnosticeer, dan is zij ongeneeslijk.” . Zulke mannen hebben wij nodig, een dokter naar mijn hart, maar misschien was zijn diagnose eenvoudiger dan een Parkinson.
Ernstige mensen glimlachen als zij horen vertellen over wonderen, vliegende schotels, telepathie of openbaringen. Tot voor kort deden ook kwaliteitsjournalisten dat.
Maar de laatste tijd valt het mij op hoe geweldig serieus deze laatsten worden zodra het Bovennatuurlijke ter sprake komt. Daarnet konden zij hun collectieve lach nauwelijks bedwingen, en nu kunnen zij niet respectvol genoeg klinken. Die coördinatie, dat synchroonzwemmen intrigeert mij, want journalisten zijn tenslotte geen troep soldaten die, zoals Leni Riefenstahl zo mooi heeft aangetoond, op commando de meest ingewikkelde figuren kunnen uitvoeren. Maar Riefenstahl toonde een eenvoudig geval; er was vooraf geoefend dunkt mij, en alleszins werden de commando’s ter plekke luid en duidelijk geroepen. Van een triomf van de gezamenlijke wil is onder die omstandigheden geen sprake meen ik.
Ons geval is stukken complexer. Ik geloof al niet dat de journalisten eerst geoefend hebben, en evenmin hoorde ik ergens een bevel. Élisabeth Lévy, van onder meer France Culture, lichtte ooit de pensée unique van journalisten toe met : Pas besoin d’aucune censure formelle: il suffit que tout le monde pense la même chose au même moment.
Maar dat is net het probleem! Hoe komt die synchroniciteit tot stand? Bij sociologen of politicologen wil ik niet te rade gaan, u zult daar begrip voor hebben lezer, maar biologen buigen zich al langer over dit vraagstuk.
Een school vissen kan ook plotseling van richting veranderen, of een klad vogels, en hun wonderbaarlijke, tijdloze coördinatie boezemt verbazing in. Alle mogelijkheden werden door de biologen onder ogen genomen. Misschien zijn er chemische signalen in het spel, zogenaamde gradiënten? Of fysische, bijvoorbeeld drukverschillen? Of misschien is er toch gewoon een Leider die het voorbeeld geeft? want met hoge-snelheidscamera’s zien zij, weliswaar infieme, tijdsverschillen in de bewegingen van de groepsleden. Wiskundige hulpwetenschappers werden ingeschakeld, en computermensen, en wat nog, en die werken samen aan een oplossing van dit heel moeilijke raadsel. Een antwoord dat eenieder bevredigt is er geloof ik nog niet.
Even ingewikkeld als een school vissen of een vlucht vogels zijn gelukkig journalisten weer niet. Met eenvoudig analogiedenken komen wij al een heel eind.
Aangezien journalisten tegenwoordig niet meer mogen twijfelen aan ridicule verhaaltjes die afkomstig zijn uit andere godsdiensten dan het katholicisme, en aangezien tegenwoordig niemand het zelfs nog zou wagen te lachen als de een of andere kwiet hem in ernst vertelt dat de engel Gabriël in de zevende eeuw een boek heeft gedicteerd aan een kamelendrijver …enkel daarom profiteert ook het door journalisten nog altijd verachte katholicisme mee van hun panische non-discriminatiedrift, en daarom ook kan de ziekte van Parkinson nu genezen worden.
.

28 maart 2007

Het zal Tegenbos worst wezen

.
Veel redacteurs van De Standaard mochten hier al passeren, maar Guy Tegenbos nog nooit. Deze discriminatie wordt goedgemaakt.
Op p.12 vandaag had hij een artikel met een militaire, of toch sportief aandoende titel: “Vlaams Belang pakt vakbonden op zwakke flank”. De ondertitel was wat langer, en onderstreepte: “Vlaams Belang heeft de oorlog verklaard aan de vakbonden en pakt ze met een dossier waarvan ze nagelaten hebben om het uit te zuiveren.”
Goed, koppen en ondertitels komen vaak niet van de redacteur zelf, en daarom wil ik ook niet vitten op die twee slordige ze’s — wie heeft wat niet uitgezuiverd? — noch op dat onhandige waarvan. Laf is het alvast om iemand op een zwakke flank te treffen. In de flank zou ik liever zeggen, maar kom, laten wij deze kleine uitschuivers aan anderen aanrekenen en meteen ter zake komen want tenslotte schrijft Tegenbos niet slechter dan zijn collega's en is zijn tekst verder uitstekend te volgen ...voor iemand die beslagen ten ijs komt.
Daarom stel ik toch voor, om ons eerst de ijzers te laten aanbinden door de Weense journalist Karl Kraus (1874 - 1936), een kerel die buitengewoon goed kon lezen.
Die Verzerrung der Realität im Bericht ist der wahrheitsgetreue Bericht über die Realität, schreef hij. Juist de vervorming van de realiteit in een relaas, de kromspraak, geeft ons een betrouwbaar beeld van wat er aan de hand moet zijn. We kunnen hier denken, om een eenvoudig voorbeeld te geven, aan de rellen gisteren in het station Paris-Nord, waar jongeren aan de slag gingen met de politie. Iedereen begrijpt die taal.
Maar nu Tegenbos zijn tekst, en daarna mijn lezing, naar ik hoop in het spoor van het Weense voorbeeld. [Enkele woorden in het citaat van Tegenbos zet ikzelf cursief, omdat zij naar mijn smaak zijn grote inspanningen verraden — want Kraus zei ook nog: Der Kritik der Zeitungen gelingt es immerhin, auszudrücken, wie der Kritisierte zum Kritiker steht: wat bij krantencommentaren steevast lukt, is om te laten zien wat de verhoudingen tussen de journalist en zijn onderwerp zijn]

Het dossier dat Vlaams Belang gisteren aanpakte, lag voor de hand. Al jaren laten de vakbonden en werkgeversorganisaties van een beperkt aantal bedrijfstakken na om voor volledige klaarheid en wettelijkheid te zorgen in sommige fondsen voor bestaanszekerheid. Gisteren viel de partij hen aan op die zwakke flank. […]
Tot nu toe waren er weinig klachten over die afhoudingen, omdat het per individu over erg kleine bedragen gaat.


Natuurlijk hadden ook de democratische partijen die praktijken kunnen aanklagen, maar zij verkozen dat niet te doen omdat zij manieren hebben. Bizarre tradities, zeker die van héél kleine minderheden, verdienen onze bescherming. Daarop inbeuken, en om uiterste klaarheid schreeuwen is goedkoop, zeker als de wet niet noemenswaardig overschreden wordt. Je dient ook in aanmerking te nemen dat juist schemerzones het leven aangenaam maken voor sommigen. Plezierbedervers zijn er natuurlijk overal. […]
Bij een correct aangewende salamitechniek ondervinden zelfs de meest weerlozen zo goed als geen hinder.

..

26 maart 2007

Der kinderen tanden zijn stomp geworden

.
O
nrechtvaardig, maar kinderen dragen al van oudsher de zonden van hun ouders mee... en dus kan Wouter Van Bellingen gerust een zwartzak genoemd worden, wellicht voor zaken die zijn adoptiefgrootouders nog hebben verricht, of ook niet verricht. Onder omstandigheden kan hem dan volgend Bijbels verbod van pas komen:

Ezechiël 18:1 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
18:2 Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?
18:3 Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israel te gebruiken!

In de King James is die Heere HEERE natuurlijk the Lord God, en over het algemeen bewijst de KJ-vertaling haar nut als er in de Statenvertaling dingen staan waar een moderne mens kop noch staart aan krijgt. Maar de Staten blijft de schitterende stichtingsoorkonde van ons Nederlands — net zoals Luther het Duits heeft geschapen* uit een warboel van dialecten.

Eze 18:1 The word of the LORD came unto me again, saying,
18:2 What mean ye, that ye use this proverb concerning the land of Israel, saying, The fathers have eaten sour grapes, and the children's teeth are set on edge?
18:3 As I live, saith the Lord GOD, ye shall not have occasion any more to use this proverb in Israel.


Ik wil dit citaat aan Wouter Van Bellingen aanraden, want het maakt vandaag indruk als je met de bijbel aankomt! Men denkt dan al vlug dat je wel meer achter de hand hebt ...al zijn zulke zaken tegenwoordig makkelijk te vinden, bijvoorbeeld met het geweldige programma E-sword, waar je, vers voor vers, alle mogelijke bijbelvertalingen naast elkaar kunt leggen. Véél meer dan de zesvoudige vergelijking, de Hexapla van de Griekse heilige Origenes (Ὠριγένης, 185–ca.254).
Geen boek werd beter geanalyseerd dan de Bijbel, en filologie is de echte basis van de democratie —natuurlijk niet politicologie of aanverwante, en ik zwijg over de journalistiek, die enkel zelfgefabriceerde pseudo-evenementen en enquêtes verslaat ...maar dat zei ik allemaal eerder al— want zij laat toe om te bewijzen dat teksten, inzonderheid ook Heilige Teksten, altijd louter mensenwerk zijn.

Ja, ik val in herhaling, maar omdat ook in de Bijbel alles twee, drie, of zeven keren gezegd wordt, is er nog:
Jeremía 31:29 In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en der kinderen tanden zijn stomp geworden.

______________________

* Er schuf die deutsche Sprache. Dieses geschah, indem er die Bibel übersetzte.
In der Tat, der göttliche Verfasser dieses Buches scheint es ebensogut wie wir andere gewußt zu haben, daß es gar nicht gleichgültig ist, durch wen man übersetzt wird, und er wählte selber seinen Übersetzer und verlieh ihm die wundersame Kraft, aus einer toten Sprache, die gleichsam schon begraben war [Hebreeuws], in eine andere Sprache zu übersetzen, die noch gar nicht lebte.

Heinrich Heine
Zur Geschichte der Religion und Philosophie in Deutschland (1834)
Sämtliche Werke, Meyers Klassiker-Ausgaben
Ernst Elster, 1893, vierter Band, S.196-7


Hij schiep de Duitse taal. Dit geschiedde doordat hij de Bijbel vertaalde.
Inderdaad, de goddelijke Steller van dit Boek schijnt evengoed als wij allemaal geweten te hebben dat het een heel verschil maakt door wie je vertaald wordt, en hij zocht zich zelf een vertaler uit, en verleende hem de wonderbaarlijke kracht om uit een dode taal, die als het ware al begraven was, te vertalen naar een andere taal, die nog niet in leven was.
.

12 maart 2007

Een genadeloos lucide romanticus

.
Toen ik daarstraks zag hoe Vande Lanotte en di Rupo in Terzake een forum kregen, en hoe zij probeerden zich te positioneren, terwijl zij op hun stoelen vastgelijmd zaten en enkel een paar mantra's wisten uit te brengen, kreeg ik bijna medelijden. Bijna, want meer op zijn plaats is natuurlijk verachting voor politici die geen ernstig woord lossen, en die zelfs op bevriend terrein geen centimeter vooruit kunnen of willen of durven kijken. Kunnen en durven in één geval en willen in het andere.
Eén zin van Vande Lanotte beviel mij anders wel, want in zijn zenuwen zei de man: dat er geen wetenschap van de politiek bestaanbaar was – anders waren er geen politici meer, enkel nog wetenschappers. Mij goed, maar wat zullen zijn politicologische confraters daarvan denken? Verder kwam er niets uit, behalve dat hij misschien, en misschien van de tewerkstellingspolitiek een puntje wilde maken, eventueel. (Dit alles gesteld natuurlijk, dat hij straks mee aan tafel zal mogen zitten? maar daar leek niemand aan te twijfelen.)
Ontroerend nog in deze uitzending, was de grote blijdschap die op alle gezichten stond na de schitterende resultaten van de enquête in de Libre Belgique.
Ach, ik wilde over iets anders spreken. De ons nu ontvallen Jean Baudrillard beweerde vijfentwintig jaar geleden dingen die ik soms op het scherp van de snee vond. Hij schreef wél heel mooi altijd, en grappig. Daarom vooral las ik hem, want zijn uitspraken klonken mij al eens gewild provocerend in de oren, dandy-achtig of goeroe-achtig zelfs. En diezelfde uitspraken ...als ik ze nu herlees, klinken mij soms wat achterhaald ...in de zin van bewaarheid en vanzelfsprekend geworden.
Baudrillard vond de "media" – hun manier om boodschappen uit te sturen – compleet ongeloofwaardig. Niet soms ongeloofwaardig, of in één of ander opzicht: .altijd en noodzakelijk.
Hij drukte dat ongeloof voortdurend uit in een onfilosofische stijl, scherp zoals ik al zei, maar met een flou artistique. Soms viel in zijn zinnen het werkwoord weg, soms het onderwerp, zolang zijn lezer maar kon invoelen wat er aan de hand was. Meer kon hij niet doen want Baudrillard was een romanticus (vertaalde eerst nog Duitse dichters) en hij vond zijn eigen boodschap al even problematisch als die van anderen.

Verdict d’incrédulité, de mécréance, qui s’étend aujourd’hui à tout ce qui nous est livré par le canal des média et de l’information, voire par celui de la science. Nous enregistrons tout, mais nous n’y croyons pas [...]. Il y a des gens aujourd’hui (ce sont les sondages qui le disent!) qui ne croient même pas à la navette spatiale! Il ne s’agit plus ici de doute philosophique quant à l’être et aux apparences, il s’agit de l’indifférence profonde au principe de réalité sous le coup de la perte de toute illusion. [...]
C’est ce qui fait que le bon vieux jugement critique et ironique n’est plus possible. On pouvait dire, pour en dénoncer la rhétorique: «Ça, c’est de la littérature!» On pouvait dire, pour en dénoncer l’artifice: «Ça, c’est du théâtre!» On pouvait dire, pour en dénoncer la mystification: «Ça, c’est du cinéma!» On ne peut pas dire, pour en dénoncer quoi que ce soit: «Ça, c’est de la télé!» Parce qu’il n’y a plus d’univers de référence. Parce que l’illusion est morte, ou parce qu’elle est totale. Le jour où nous pourrons dire de la même façon: «Ça, c’est de la télé! Ça, c’est de l’information!» c’est que tout aura changé.

Jean Baudrillard.
Les Stratégies fatales.
Éditions Grasset & Fasquelle, 1983.

Verdict van stomme verbazing en ongeloof, dat zich vandaag uitstrekt tot alles wat wij door de kanalen van media en informatie geleverd krijgen en, waarom niet, door die van de wetenschap. Van dat alles nota nemen doen we nog wel, er ook geloof aan hechten niet […]. De dag van vandaag zijn er mensen (de peilingen zeggen het!) die niet eens in de space shuttle geloven! Geen sprake hier van een filosofische twijfel over schijn en zijn: de grondige onverschilligheid tegenover het realiteitsprincipe komt voort uit de teloorgang van elke illusie. […]
Zo komt het dat het oude vertrouwde kritische en ironische oordeel niet langer tot de mogelijkheden behoort. Als je iets artificieel vond, kon je zeggen: “Dat is literatuur!” Als je iets bedrieglijk vond, en dat aan de kaak wilde stellen, kon je zeggen: “Dat is cinema!” Wat je niet kunt zeggen, om wat dan ook aan de kaak te stellen is: “Dat is TV!” Omdat er geen allesomvattend referentiekader meer is. Omdat de illusie dood is, of omdat zij totaal is. Alles zal anders zijn, de dag dat wij het doodnormaal zullen vinden om te zeggen: “Dat is TV! Dat is informatie!”


6 maart 2007

Jean Baudrillard a disparu

. 

Jean Baudrillard is dood. Het staat op de site van Le Monde.
Die man analyseerde, lang voor de meesten, op een scherpe, soms genadeloze maar altijd speelse en zelfs liefdevolle manier wat de consequenties zijn van ...niet minder dan de Verlichting, van de Rationaliteit zelve. Hij was bang voor l'utopie réalisée. Grappige filosofen bestaan! En hij was er een. Hier beschrijft hij, het is maar een splintertje van zijn gedachten, twintig jaar geleden de Marathon van New York — waar wij Vlamingen tegenwoordig ook sterk mee meeleven.
Je n’aurais jamais cru que le marathon de New York puisse vous arracher des larmes. C’est un spectacle de fin du monde. [...] Ils sont 17000 à courir, et on pense à la vraie bataille de Marathon, où ils n’étaient même pas 17000 à se battre. Ils sont 17000, et chacun court seul, sans même l’esprit d’une victoire, simplement pour se sentir exister. «Nous avons gagné!» souffle le Grec de Marathon en expirant. «I did it!» soupire le marathonien épuisé en s’écroulant sur la pelouse de Central Park. I did it! [...] J’ai couru le marathon de New York: I did it! J’ai vaincu l’Annapurna: I did it! Le débarquement sur la lune est du même ordre: We did it! Un événement moins surprenant au fond que programmé d’avance dans la trajectoire du progrès et de la science. Il fallait le faire. On l’a fait. Mais cet événement n’a pas relancé le rêve millénaire de l’espace, il l’a en quelque sorte épuisé. Il y a le même effet d’inutilité dans toute exécution d’un programme, comme dans tout ce qu’on fait pour se prouver qu’on est capable de le faire: un enfant, une escalade, un exploit sexuel, un suicide. [...] Faut-il continuellement faire la preuve de sa propre vie? Étrange signe de faiblesse, signe avant-coureur d’un fanatisme nouveau, celui de la performance sans visage, celui d’une évidence sans fin.
Jean Baudrillard. Amérique. Grasset et Fasquelle, 1986.
___________ . 

Misschien is het ongepast om het nu in herinnering te brengen, maar een verschrikkelijk onrechtvaardige zin van Leo Apostel vond ik altijd, toen hij schreef: .Zowel in de Angelsaksische landen als in Frankrijk krijgen deconstructieve geesten als Deleuze, Guattari, Baudrillard, Lyotard en Derrida gezag van spreken. Deze vorm van intellectueel terrorisme is een verschijnsel van een algemeen crisisbewustzijn. [...] de ontoegankelijkheid van de wetenschap en het verdwijnen van ieder wereld- of waardebeeld, dit alles brengt een golf van antirationalisme teweeg en vermengt zich met lusteloosheid en apathie. (Gebroken Orde; de vergeten toekomst van de filosofie, 1992) Op die manier kan alvast ik niet terugdenken aan de grote Baudrillard. . .

24 februari 2007

Gaan kiezen is in Frankrijk eigenlijk nogal simpel

.
Nog uit de krant van gisteren, een beter geschreven artikel. Het komt dan ook niet uit de pen van een vaste redacteur, maar uit die van een gastauteur, Marc Hooghe van de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn stuk gaat over de komende Franse presidentsverkiezingen.
In ons eigen landje zijn verkiezingen altijd complex en verward. Talloze thema’s tegelijk dienen zich aan, en bovenop elk van die thema’s komt nog een communautair sausje, waardoor alles één grote kliederboel wordt en je als kiezer nergens nog een losstaand probleem kunt onderscheiden dat eventueel met louter technische middelen op te lossen valt.
Frankrijk is vergelijkenderwijs een eenvoudig land, leert ons Marc Hooghe: zo eenvoudig dat het land misschien zelfs zónder enige wetenschap der politicologie zou kunnen blijven bestaan!

Onze zuiderburen gaan over precies twee maanden naar de stembus, maar de inzet van de verkiezingen is er klaar en duidelijk. Ofwel kiezen de Fransen voor een competitieve markteconomie, met strakke regels (Nicolas Sarkozy). Ofwel kiezen ze voor een solidaire samenleving, die ervoor zorgt dat er niemand achterblijft (Ségolène Royal).

Dat is toch om jaloers op te zijn! Hoe eenvoudig zitten die Franse verkiezingsprogramma’s in elkaar: politicologisch gesproken heb je één goede kandidate, en één slechte kandidaat. En je kiest maar.
Oude auteurs wezen er al op, en ook Marc Hooghe beseft ongetwijfeld dat de mens al te vaak tot het kwade is geneigd. Enkele peilingen in Frankrijk wezen trouwens al in die richting.
Het Kwade bezit een zekere aantrekkingskracht, en met strak politicologische argumenten en redeneringen valt daar weinig aan te doen. Noodgedwongen moet een goede wetenschapper dan al eens een kunstgreepje uithalen, een simplificatie, of kleine falsificatie van partijprogramma’s bijvoorbeeld. Want al is het probleem bij de Franse verkiezingen simple comme bonjour: de kans bestaat altijd dat het kiesvee zich op het beslissend moment toch nog vergist. Daarom voegt Hooghe wijselijk toe:

Als Nicolas Sarkozy uitpakt met zijn strakke law-and-orderprogramma, dan neemt hij een heel mannelijke rol op zich. Hij wordt dan de Vader des Vaderlands, die eventjes orde op zaken zal stellen. Het is een vanzelfsprekende rol geworden, en Sarkozy treedt daarmee moeiteloos in de voetsporen van generaal De Gaulle. Royal is op dit ogenblik echter bezig een nieuwe rol aan het uitvinden, die van Moeder des Vaderlands. [deze laatste zin valt stilistisch misschien wat tegen, maar de inhoud blijft overeind] Een moeder die zich bekommert om onderwijs, om armoede, maar die ook niet te beroerd is om af en toe op de regels te wijzen.

Veel wetenschappen sluiten zich op in een ivoren toren hoor je vaak zeggen, maar alvast de politicologie valt niet onder dat verwijt.
.

Op zijn Vlaams ne keer

.
Het Verdriet van België is één zaak, maar dat mag ons het Verdriet van de Vlaamse Schrijvers niet laten vergeten. Die mannen worden in Nederland bijna niet gelezen schrijft De Standaard.
Bij die krant hebben ze een dagelijks rubriekje waarin elk om beurt de redacteurs aan zichzelf een vraagje mogen stellen, en meteen ook het antwoord geven. Dat is handig en snel. Het rubriekje is altijd bovenaan te vinden, pal in het midden van de krant en bijgevolg verdeeld over twee aansluitende pagina’s – toch na verwijdering van een aantal katernen die u voor latere lectuur zult bestemmen. Het rubriekje is overigens herkenbaar genoeg want er staan geen foto’s bij, of hoogstens een kleintje.

Vandaag was het de beurt aan Jeroen Overstijns, die normaal De Standaard der Letteren leidt, maar vandaag even uit zijn katern mocht stappen. En zoals dat past in een duidingsrubriek verklaarde hij mij eindelijk waarom Nederlanders geen Vlaamse auteurs lusten.
Maak u niet ongerust lezer, het wordt niet ingewikkeld. Misschien dat u op deze weblog al eens een overtollige of hinderende bijzin hebt gezien, maar in een vlot krantenartikel komen die niet voor. Overstijns bewijst kort en goed dat qua verklaringskracht zelfs werkwoordloze zinnen niet hoeven onderdoen voor een doorwrochte periode.

Ze lusten ons daar weer niet, meneer
Waarom Nederlanders geen Vlaamse boeken lezen
Nederlanders lezen onze boeken niet. Dat ligt gevoelig. Maar het is niet erg.Droefheid is ons lot. Want slechts twee Belgen vind je in de top honderd van meest gelezen boeken van 2006 in Nederland. Twee Belgen, én de Snoecks. Dat qua Vlaams monument kan tellen. Maar toch. Sabine Dardenne, onze hoogst genoteerde, staat pas op 42. Een Waalse dan nog. Snoecks volgt even verder en De engelenmaker van Stefaan Brijs sluit de rij op 76. […]

Overstijns gaat nog door, maar na deze enkele alinea begreep ik al veel. Die auteurs lijken in spiegelbeeld wellicht op hun critici! Bonnet blanc et blanc bonnet.
Ik heb van Vlaamse auteurs eigenlijk nog nooit een boek gekocht, maar dat was enkel omdat ik hen soms op de radio had bezig gehoord, of op de televisie, en dan stond hun ondermaatse Nederlands mij altijd tegen. Onzeker woordgebruik en smerige dictie. Hun subtaaltje heeft nooit mijn interesse kunnen wekken. Vaak kennen zij niet eens correct dialect vermoed ik, en dus koop ik hun boeken niet. Niemand verder die zich aan hun smoutebollentaal lijkt te storen, maar voor mij: Leve de Nederlanders.
Soms hoor je ook uitzonderingen. Over Van Istendael had ik het bijvoorbeeld niet, maar dat is ook een halve Hollander, en zijn boeken lees ik wel. Hemmerechts zou misschien ook in die categorie vallen als zij niet zo nadrukkelijk een behaagzieke bakvis was.

Maar of zulder dat nu zelf kunnen inschatten of niet, de stijl van criticus Overstijns is dodelijk voor alle Vlaamse auteurs. Terwijl het nochtans kan voorkomen dat een criticus je overhaalt om een onverwachte auteur in huis te halen. In de Volkskrant, of was het de NRC, las ik twintig jaar geleden een recensie die mij de Onegin in de vertaling van Jonker heeft doen lezen. Die recensent zijn naam weet ik niet meer, maar hij heeft mij toen verplicht om dat boek te kopen. Hij vond de vertaling overtreffend goed, en zelf schreef hij ook ernstig Nederlands.
.

22 februari 2007

Ruim een kwart eeuw geleden voorzag deze dichter ...de bloggers al

.
Contraprestatie

Ik doe niet veel, 'k breng dagen door
met puntenslijpen; 'k weet van vóór
nauw'lijks dat ik van acht'ren leef
noch wat voor zin of nut het heeft.

Als 't puntje goed is, zet ik hier
of daar een krul op papier.
O, 'k schaam mij wel eens: uit mijn hand
kwam nooit iets nuttigs voor het land!

Soms, onder 't slijpen, groeit de wens
actief te zijn, een actie-mens.
Maar zie ik dan, op 't laat journaal,
dat hol gesjouw, dat leeg kabaal,

dan denk ik weer op de rand van 't bed:
'Vandaag één krul te veel gezet'.

Lévi Weemoedt
uit: .Zand erover (1981)

20 februari 2007

Twoalf boulons losvijze, mier es da nie

.
An ‘t Groavekastiel (Gravensteen voor niet-Gentenaars) plakt al jaren een enorm kunstwerk. Een ijzeren stelling die een spinnenweb voorstelt, en die het zicht op het gebouw zelf danig in de weg staat. Jan Hoet heeft dat kunstwerk voor ons laten maken door de wellicht wereldberoemde Duitse artiest Stefan Kern, nog ter gelegenheid van de tentoonstelling “Over the Edges” van het jaar 2000.

Geen kwaad woord over Over die Edzjes, want dat gedoe was best grappig die zomer. Maar wél een kwaad woord over de onsmakelijke beslissing, of juist niet-beslissing om dat spinnenweb eindeloos maar te laten hangen waar het hangt.
.
Ja, moderne kunst, laat ons daar eens over spreken.
Iedere deftige mens beseft dat zij wel ergens goed voor zal zijn, maar in zijn binnenste weet diezelfde mens ook dat kunst niet enkel zien is, maar vooral eerst een beetje afzien. En zo hoort het: leven is lijden!

Achteraf babbelen over die kunst, bij een glas en in goed gezelschap, is natuurlijk een stuk plezieriger dan de verplichte plechtige communie met de werken zelf.

Zoals wij weten: de volksmens schuwt elk contact met moderne kunst. Wellicht ontbreekt hem de bereidheid tot voorafgaand lijden. Genieten doen zij graag genoeg, maar vraag hen niet om een momentje van afzien.

Voor goede bestuurders ligt hier een taak. Zij moeten die niet halverwege laten liggen: er kúnnen gedichten op de stadsmuren, zelfs knullige spinnenwebben, maar dan moet er wel een permanente receptie komen waar die dingen verteerbaar gemaakt worden.
.

15 februari 2007

Katholiek is hij natuurlijk niet!

.
Iets over Karel De Gucht vertellen heeft, om redenen, altijd een bepaalde charme. Hij is een goed onderwerp. Ik zal niet zo ver gaan als de jongens en meisjes van de krant, of van radio of televisie, die hem (omdat de man als verstandig bekend staat) bepaald schroomvallig benaderen – of toch met meer dan de normale hondse trouw waar Karels democratische collega’s mogen op rekenen.
Direct toegegeven, er zijn sterke aanwijzingen dat deze man niet op zijn kopje gevallen is. Zo drukt hij zich gewoonlijk grammaticaal uit, een eigenaardigheid in zijn kringen. Vandaar dus die charme waar ik mee begon. Nog iets dat ik kan appreciëren: hij bewaart altijd een zekere afstand tot het publiek. Wellicht is ook hij van oordeel dat de kloof met de burger natuurlijk niet te groot, maar ook niet te klein moet worden.
Maar zelfs zijn bewonderaars – waaronder ik stilaan mijzelf begin te rekenen, op grond van de vele stukjes die hier aan hem zijn gewijd – zelfs zijn bewonderaars dus, zullen moeten toegeven dat er tussen de volzinnen die Karel bij onderscheiden gelegenheden uitspreekt soms eigenaardige spanningen bestaan.
Zo verraste hij mij gisteren nog met een verhaal over de schrijnende toestanden in Servië en Kosovo. En de zaken opentrekkend kwam even later ook Kroatië in zijn verhaal voor. Karel was bijzonder mededeelzaam. Niet dat hij vloeibaar werd voor de microfoon, maar hij bood ons toch een zeldzaam kijkje in zijn innerlijke. Bepaalde gevoelens van eenzaamheid had hij ondervonden, nadat zijn collega's-buitenlandministers weinig enthousiasme hadden betoond voor een bezoekje van de roemruchte pleitbezorgster der Kosovaren, Carla Del Ponte.
Ik stel voor dat wij nu eerst even luisteren hoe Karel De Gucht verderging in De Wandelgangen op Radio1, en lucht gaf aan zijn wantrouwen tegenover de Serviërs.

Kijk men zet de wereld toch op zijn kop. Men zegt kijk, daar is nu een democratische regering die gaat gevormd worden, dat mag ik hopen, euh en dus moeten we daar euh toegeeflijk tegenover zijn. Ik zou zeggen als het een democratische regering is, dan is toch het eerste wat die wil doen en moet doen, is volledig samenwerken met de internationale justitie, en inderdaad Mladić uitleveren. Democratie is niet alleen verkiezingen, het is ook de rechtsstaat respecteren dus dat is een bijzonder raar argument; ten tweede ben ik er helemaal niet van overtuigd, zelfs integendeel dat dat wat dan ook zal veranderen met betrekking tot Kosovo. Ik kan mij niet inbeelden dat er een politicus in Belgrado rondloopt, een belangrijke politicus die kan zeggen OK, Kosovo laten we dat maar onafhankelijk worden hé! Geen enkele politicus kan dat zomaar gaan zeggen, dus denken dat omdát wij wat toegeeflijker zijn dat zij dan ook toegeeflijker gaan zijn, ik bedoel de Servische politici met betrekking tot Kosovo, dat is totaal onjuist. Ten derde, Mladić en Karadžić zijn toch wel twee van de ergste oorlogsmisdadigers, hé? En Mladić is de rechtstreekse verantwoordelijke voor het bloedbad in, in Srebrenica, waar, euh duizenden, euh mensen, euh vermoord zijn.
Gerechtigheid gaat vóór op politieke manoeuvres?
Het is euh, gerechtigheid moét daar op voorgaan, maar ik weet dat euh, dat is een eindeloos dispuut natuurlijk in de internationale politiek, maar hier gaat het niet alleen over internationale politiek hé! Het gaat erover: zijn wij nu als Europese Unie gediend dat wij op termijn een aantal landen binnenkrijgen, die geen schoon schip hebben gemaakt met hun verleden. En als je toegeeflijk wordt in Servië, dan gáát dat ook zijn gevolgen hebben in Kroatië, dan stopt men daar ook inderdaad met de nog, euh overblijvende zaken, dat zijn er honderden nietwaar, met die ernstig te behandelen dus. Het zou gewoon een politieke vergissing zijn, het is moreel onaanvaardbaar, maar het is ook politiek onjuist.


De pers was unaniem zeer enthousiast, en noemde de minister rechtlijnig en principieel. Zo nu en dan een beroep op het geweten valt daar licht in de smaak.
Laten wij mischien een stap teruggaan in de tijd. Na het Heizeldrama nam de liberale vice-premier Jean Gol even ontslag, in de plaats van zijn christelijke collega Nothomb, voor een half uurtje geloof ik nam hij ontslag, of hooguit een uur, daarna was alles weer koek en ei. De tijd enfin van een wandelingetje in het koninklijk park met dat mooie grondplan, en misschien tijd voor een plasje ook. Het gaf in elk geval sfeervolle foto’s in de krant. Maar Gol, de kortstondig verloren zoon, had direct bij zijn terugkeer in het halfrond een zin klaar die ik altijd mooi ben blijven vinden: Quand on fait appel à la conscience d’autrui, il faut être sûr d’avoir épuisé la sienne.
Van je eigen politieke familie moet je het hebben! want wát verklaarde Karel vóór enkele tijd nog, toen iemand hem herinnerde aan de Turkse genocide op de christelijke Armeniërs? – niet dat wat mij betreft die Armeense kwestie ten gronde iets te maken heeft met een EU-lidmaatschap van Turkije, maar voor hém zou dat wel mogen aangezien hij, zoals de Open-VLD, zich beroept op een "ethische moraal" om even te spreken in de woorden van zijn partijvoorzitter – wel, Karel moest niéts weten van “voorafgaandelijk schoon schip maken”: integendeel onze gelegenheids-Realpolitiker vond het juist euh achterlijk …om niet vooruit te kijken en altijd maar achteruit! Trouwens, voegde hij ons nog toe: “…zoals wij zelf weten: het vraagt tijd om met het eigen verleden in het reine te komen”.
Ik vrees dat Karel De Gucht hier discrimineert: christenen en atheïsten moeten iets wel, en moslims niet. Stelt hij hen niet gelijk met ons?
Goed, iedereen weet dat Karel zelf geen christen is (hoé gelukkig was hij niet, de dag dat zijn partij overal slaag had gekregen ... en hij in Berlare de Infamie had verpletterd?), ik geloof niet eens dat hij katholiek is ...maar zekere casuïstiek, zekere jezuïetentrekjes kan niemand hem ontzeggen.
.

8 februari 2007

Zoetzuur kan wel lekker zijn

.
Net als de meesten onder u lezers, lees ik een krant of twee per dag, soms drie, luister ik ondertussen ingespannen naar mijn radio, en zet ik ‘s avonds al eens mijn televisiepost aan, want dat is een venster op de wereld.
Nu kan ik niet weten wat voor effecten dit helse ritme op u heeft, maar bij mij is het resultaat van mijn inspanningen, dat ik al een tijdlang geloof dat er in de wereld veel zinloos geweld voorkomt. Meer toch dan vroeger.
Felix infelicitas: ik kan dit feit nu ook verklaren. Ongebreideld individualisme, tomeloos materialisme, met als gevolg verharding, en hieruit weer: een alom proefbare verzuring. Met als ondergrond, in basso continuo, ons ziekmakend blank racisme. Dat laatste vergat ik bijna nog te zeggen.
Journalisten helpen ons vaak aan inzichten, en wel eenvoudig omdat zij zaken waar een ander niet uitkomt weten te plaatsen, en zij gelukkig daar geen geheim van maken. Zij houden niet alles voor zich. Nobele neiging, maar ze vraagt, zoals elk fenomeen rondom ons, om een verklaring. Waar komt die neiging vandaan? Soms lijkt het hen eerder een genoegen dan een plicht zult u zeggen, maar dat volstaat niet.
Welnu, ook deze belangeloze inzet kan ik verklaren! En ik zie daarbij niet de noodzaak om in grove termen te vervallen, zoals bijvoorbeeld dat regierungskonforme Maulhurerei, dat ik laatst moest zien staan in de doorgaans deftige Frankfurter Rundschau.
Vraag mij niet om een vertaling. Al zouden wij dat misschien even goed kunnen als de Duitsers, wij hebben hier geen zaken met hun lange woordvormingen.
Ik kan trouwens niet beoordelen wat er in andere landen omgaat, maar zie ondertussen wel dat onze journalisten hier, opnoemen is overbodig, noch individueel noch als groep ook maar een spatje van verzuring vertonen. Ik vind dat verklaring genoeg.
En dat terwijl –wij zagen het net aan dat buitenlands voorbeeld– op zich het beroep van journalist geen afdoende beschutting lijkt te bieden tegen het zuurvirus (H2SO4).. Wellicht bezorgt hier te lande het gematigde zeeklimaat hen een extra immuniteit, of toch een bepaalde afscherming, een soort ophokking of cordon als u wil.
Ikzelf trouwens profiteer mee van dat klimaat, want ik ben ook niet verzuurd! ...wel knaagt aan mij voortdurend het besef dat precies die gedachte wel een veeg teken kon zijn, en dat het gevreesde proces onverbiddelijk op gang is gekomen.
Want ik moet toegeven: van bepaalde zaken kan ik inderdaad tijdelijk zuur worden. Om maar te zeggen hoe erg: .zinloze mededelingen die op de weg naar het werk in trein of tram mijn oor bereiken, ja zelfs eenvoudige reclamepanelen waar mijn oog op valt, kunnen al een heftige irritatie opwekken die soms minutenlang zich doorzet.
Sterker: vaak heeft de lectuur onderweg van het enkele adjectief “zinloos” al hetzelfde effect.
.

2 februari 2007

Een laf lachebekje

.
Bij Grammens, in zijn laatste Journaal, p.3864, lees ik iets dat in Humo heeft gestaan. Dat blad Humo staat bij Vlaamse welmenende democraten goed aangeschreven, en het gaat zelfs door voor iets in de buurt van een kwaliteitsblad. Als je kennissen of collega’s bezig hoort dan klinkt het altijd: “Ja, platvloers, toegegeven, dat zal wel …maar toch goed gemaakt, én het verkoopt.”
Dat is voor een Vlaamse journalistieke vrucht inderdaad al heel wat, en naast de puree van StandaardMorgenKnack zal Humo wel afsteken, ongeveer vermoed ik, zoals op het wereldwijdeweb de site der Zatte Vrienden afsteekt, ook goed gemaakt, en wellicht met zowat dezelfde middelen.
Wat nu de immer ernstige Grammens berichtte was:

Misdadig. Op de misdadige vraag van een Humo-redacteur: “Wat zou u doen als u in de metro zeven allochtone jongeren Filip Dewinter ziet aftroeven?”, antwoordt de Belgische minister Bruno Tobback “grijnzend” (zo staat het er): “Ik zou denken dat het veel te gevaarlijk is om tussenbeide te komen”. Dit ligt geheel in de lijn van de vaderlijke raadgeving van Louis Tobback dat “alle middelen” (en hij herhaalde: noteer goed, alle middelen) toegelaten zijn tegen het (toenmalige) Vlaams Blok.

De fiston van Louis laat zich hier kennen als een haatdragende en vooral gewetenloze lafbek, tot daar, al blijft het genoteerd dat aan die snotneus blijkbaar nooit is bijgebracht wat de plichten van een gewone staatsburger zijn ...en niemand is tot heldendaden verplicht, maar dat een regerende minister zich tegenover allochtone dreigingen en geweld meent te mogen gedragen als een pure capitulard is ontluisterend. Je wéét zulke dingen wel, maar om ze zo openlijk te moeten horen...
Wat ik even nog wilde zeggen, geëerde Mark Grammens, ik vind niet de vraag van Humo misdadig (hoe zou een vraag misdadig zijn?): zij bracht juist verheldering. Zelfs het antwoord was dat niet, dat was enkel bruut en dom, en onder die jongens wellicht geestig.
Maar ik nodig het ministerventje uit, ter lering, om samen met mij op onzalige uren gebruik te maken van het Brusselse openbaar vervoer. Ik beloof hem naar vermogen rugdekking te verlenen.
.

27 januari 2007

In de late namiddag al heeft het Brinckmannetje wat zand in zijn oogjes

.
Ik viel bijna uit mijn stoel daarnet, toen ik Bart Brinckman in de live on tape Morgen beter-show met stelligheid hoorde verklaren dat er de afgelopen week wreed geruzied was bij het Vlaams Belang …en dat bijgevolg wij hier een partij hadden als een andere.
Dewinter mocht vervolgens antwoorden, en zijn tijd nemen (tegenwoordig gebeurt dat) en hij was zichtbaar op zijn gemak.
De tenen van Yves Desmet helaas waren ondertussen op geen moment in beeld (noch in de rest van de uitzending trouwens; misschien een onoplettendheid bij de beeldregie) …en toch had ik de indruk dat ik ze voor mijn ogen zag krullen (Augustinus wees eerder op het bijzonder krachtige voorstellingsvermogen van de mens).
En inderdaad, bij de eerste gelegenheid zette onze Yves, minder nat achter zijn oren, het puntje op de i van Bart. Yves zei, twee keer geloof ik zelfs, dat zij “op dat punt” hetzelfde waren als de andere partijen.
Bart bleef daarop een tijdje zwijgzaam, en laten wij niet onrechtvaardig zijn: juist zijn zwijgen duidt op een zeker inzicht.
Ik hoop dat ze bij De Standaard beseffen dat ze aan die Bart nog een heel goede redacteur overhouden, tenminste als zij daar, zoals ze in wieler- en voetbaltermen altijd zeggen, hem de tijd laten om dóór te groeien.
.

23 januari 2007

Hillary en Barack, en gelukkig ook Salvador

.
Het Arabische begrip al-Taqiyya lezers, is de meesten onder u wellicht onbekend. Dat is spijtig, want als wij willen begrijpen wat er in Amerika aan de hand is met de Democratische senatoren Hillary Clinton en Barack Hussein Obama – in hun lange run naar de presidentsverkiezingen – dan kunnen wij deze term niet lang meer ontlopen.
Eén van de weinigen hier te onzent die de term geloof ik wél goed kent, is de voormalige NAVO-secretarisgeneraal Willy Claes, maar zijn vertaling was dan altijd ontveinzen, en ook al staat dat woord misschien in van Dale, ik vind het geen mooi woord. Het heeft iets dubbels. Dissimulatie is nog zo’n vertaling. Begrijpelijk genoeg, maar het zelf gebruiken doe je niet.
Wat Hillary recent aan Barack heeft verweten, is dat deze laatste verzwegen zou hebben dat hij, ter verre voorbereiding van zijn democratische carrière wellicht, vier jaar in een madrassa, een koranschool heeft doorgebracht. Barack Obama sprak wel vrijelijk over zijn christelijke achtergrond langs moederskant, over de Verenigde Kerk van de Drievuldigheid in Chicago waar hij wel eens langs ging, en ook nog over het atheïsme van zijn vader, maar over die madrassa hield hij zijn mond, en dat is bij Hillary slecht gevallen. Hij had dat direct moeten zeggen.
Wellicht ontgaat ook haar het begrip al-Taqiyya. Essentieel is het een positief begrip. Het komt er op neer dat het aan een moslim is toegestaan om tegenover een ongelovige te liegen of de waarheid te verdraaien. Het wordt onze moslim trouwens niet enkel toegestaan, onder omstandigheden is al-Taqiyya juist een deugdzame houding, waar zijn zieleheil aan vasthangt.
Een kwestie van afwegen dus: zijn ook de anderen moslims, dan is het natuurlijk simpel en geldt al-Taqiyya niet; maar zijn zij dat niet, dan mag de goede gelovige het gevaar voor zichzelf inschatten, en vooral moet hij ook goed overdenken of zijn Geloof beter is gediend met de waarheid, dan wel met een leugen.
Om de moeilijke term al-Taqiyya enigszins te Europeaniseren zou ik hem willen vergelijken met de beroemde reservatio mentalis van de jezuïeten. Ook zij hielden lange tijd vol dat leugen, zelfs meineed er mee door konden, als er een hoger belang in het spel was, én als je in je binnenste een kleine toevoeging deed aan je uitgesproken formule. Je kon bijvoorbeeld zweren: "Ik was gisteren niet op de plek van de moord" en dan in één adem, maar binnensmonds toevoegen: "of liever, eergisteren was ik er niet". Op die manier was God ook op de hoogte, en was er moreel gesproken niets aan de hand.
Misschien vindt u dit belachelijk lezer, en stonden uw verwachtingen rond het Opperwezen hoger, maar gelukkig heeft destijds Salvador Dali, leerling van de jezuïetenpaters en altijd een goede katholiek gebleven, uw bezwaren opgevangen met zijn verklaring: “Dieu n’est pas grrand, il fait un mètrre à peu prrès, et puis il n’est pas iintelligent.”
Dali verwierp, op theologisch goede gronden meen ik*, het goddelijk attribuut der intelligentie, als zijnde een typisch menselijk gebrek.


o-o-o-o-o-o
* 1Korintiërs 1:25 Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen; en het zwakke Gods is sterker dan de mensen.
.o-o-o-o-o-o

Noot van 25 januari:
CNN heeft intussen dit verhaal over de madrassa
tegengesproken..Of het verhaal afkomstig is uit de omgeving van Hillary Clinton, of dat er integendeel sprake is van een "right wing hit job", zoals men daar zegt, is niet duidelijk.

.

20 januari 2007

Al dan niet ...en alleszins een eeuw geleden

.
Naast het interessante en uitgebreide nieuws vandaag op BBCworld, over een bepaalde Big Brother-uitzending waarrond iets al dan niet racistisch te signaleren viel, a row noemden zij het,

  • resumerend en halfbegrijpend gezegd, en noodgedwongen mij verlatend op de BBC-beelden: er werd daar een mooie niet-blanke, ik denk Indische kandidate weggestemd door een vreselijk lelijk blank vrouwmens; of misschien werd zij door het publiek zelf van de show weggestemd, soit .––
voelde deze geëerde redactie zich toch verplicht om, zij het meer in het kort, ook verslag te doen van de moord op de journalist Hrant Dink, vandaag in Istanbul.

Die vermoorde journalist, zei de BBC, had melding gemaakt van zekere gebeurtenissen “a century ago” en zijn woorden waren niet bij alle Turken even goed aangekomen. Turkse “nationalists” in het bijzonder waren kwaad geworden, en hadden de man nu vermoord.
Men keurde deze daad onverbloemd af. Maar de meeste BBC-aandacht ging toch naar de protestbetoging die ‘s avonds volgde. En al kregen wij nauwelijks overzichtsbeelden van de omvang van het populair protest, zij waren in their thousands wist de correspondente.
Eén promille, misschien zelfs 2‰ denk ik dan, in een stad van miljoenen en miljoenen.
Bij ons was de berichtgeving analoog. Ik hoorde een enthousiaste correspondent, medebetoger wellicht, vertellen hoe kwaad het Turkse volk wel was: “Wie het moesten ontgelden in de slogans was extreemrechts dat van Hrant Dink een publieke vijand had gemaakt, naar aanleiding van uitspraken over de al dan niet genocide door de Turken op de Armeniërs aan het begin van de twintigste eeuw.”

Er scheelt iets aan deze berichtgeving. De Turkse minister Abdullah Gül heeft, al mag Erdoğan vanavond nog gelijk wat vertellen, ondubbelzinnig gezegd (via zijn gezant in Parijs): "Notre position est bien connue [...] nous ne reconnaissons aucun soi-disant génocide et nous ne le reconnaîtrons jamais".

Het gaat dus niet om “nationalisten” zoals de media vertellen: het gaat in dit laatste geval alvast om de legitieme Turkse regering, die zich in haar negationisme gesteund weet door de bevolking in haar geheel (op onze enkele betogers na).
Nog minder gaat het om gebeurtenissen “a century ago”, zoals de perfiede Britten beweren, nee het gaat om een eeuwenoude politiek van uitmoording van christenen en Armeniërs, ook nog flink na de stichting van zijn lekenstaat door de fascistoïde Atatürk: tot op vandaag namelijk.
En het gaat al zeker niet om een al dan niet.



Noot van 21 januari: de Nederlandse site NederOpinie geeft een mogelijke beweegreden voor de moord, die vanzelfsprekend niet wordt vermeld in de gewone media: NederOpinie plaatst deze laatste misdaad in de eindeloze rij van islammoorden op christenen.



http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html