25 januari 2008

Nieuwe commentaar bij het oude Hooglied

.
Ze hadden daar toen nog geen goede termen voor, maar Louis XV –bekend van zijn meubelen– moet in november van het jaar 1757 een moreel dipje gehad hebben. Zijn Oostenrijks-Franse leger was nabij Roßbach lelijk verslagen door de Pruisen van Frederik II, terwijl die nochtans drie keer minder in getal waren.
In deze moeilijke periode had Louis gelukkig Madame de Pompadour aan zijn zijde, zijn maîtresse, om hem weer op te beuren. Trek het u zo niet aan, zei ze, ge gaat uw gezondheid daar toch niet voor laten, après nous le déluge! .La Marquise sloeg de lichte toets aan, en onder omstandigheden is dat soms nog de beste.

Dr. Marc Hooghe
, huisarts van Le Standaard, troostte donderdag Verhofstadt met dezelfde woorden. Guy heeft dan wel geen Zevenjarige Oorlog verloren, eerder zijn Achtjarig Immobilisme.
Hooghe begint met een paar zekerheden:

[…] Guy Verhofstadt [vertrekt] op 23 maart. Hij kan dan een paar maanden rondtrekken in het multiculturele Europa van de toekomst om zich daarna voluit toe te leggen op de Europese verkiezingen van 2009. Er is geen enkele reden waarom Verhofstadt het langer zou rekken: tenslotte heeft hij nu al meer gedaan dat [dan] je redelijkerwijs kunt verwachten van de verliezer van de verkiezingen van juni 2007. Als er iemand ooit heeft kunnen zeggen après nous le déluge, dan is het wel Verhofstadt.
Een beetje merkwaardig staat daar al direct een tussenwerpsel over “het multiculturele Europa van de toekomst”. Misschien door cut&paste per ongeluk in het verkeerde artikel terechtgekomen? Niet erg, passons Pompadour –
Wat mij treft is dat Hooghe met zijn “redelijkerwijs” schijnt te bedoelen dat Verhofstadt alles gedaan heeft wat menselijk mogelijk was, bijvoorbeeld mooie begrotingen afleveren, onvermijdelijke institutionele hervormingen in gang zetten enzovoort, kortom, dat Guy goed heeft bestuurd en door de kiezer slecht is beloond.

Verder vertelt de goede dokter:
In 2007 kon de publieke opinie nog met een zekere meewarigheid kijken naar het circus dat werd opgevoerd in Hertoginnedal, maar die speeltijd is nu definitief voorbij.
Het beeld van die speeltijd hebben geloof ik alle commentatoren, politici, journalisten, politicologen &cet al eens vóór Hooghe aangewend, ik heb de teller stilgelegd, en het mag dan een typische non-analyse zijn van wat er sinds juni heeft plaatsgevonden, een weigering om ernstig te praten over politieke onderwerpen: stilistisch gesproken blijft het goed gevonden. Originaliteit kan ook een ondeugd worden, een storende gezochtheid, terwijl afschrijven en napraten juist op sociale aangepastheid wijzen, ongeveer zoals de aanstekelijkheid van geeuwen dat ook doet.
Met politicologische analyses is het als met het regeerwerk zelf, en ons voorlopig bewind illustreert dat uitstekend: net doen alsof volstaat ruimschoots.

Lezer, wees gerust, ik zal niet het volledige artikel van Hooghe onder handen nemen.
Hier en daar een zinsnede toch nog, zoals: “[het] doemscenario en dat leidt onvermijdelijk tot vervroegde verkiezingen in 2008.” .Hooghe gaat er duidelijk niet van uit dat verkiezingen de Hoogmis van de democratie zijn.

Nog iets:
Ironisch genoeg maakt de huidige economische crisis een dergelijk compromis waarschijnlijker: alle partijen moeten nu wel beseffen dat er weinig ruimte is om cadeaus uit te delen aan de eigen achterban.
Ik heb wel eens de omgekeerde politicologische stelling horen verdedigen, namelijk dat het een stuk makkelijker is om compromissen te sluiten als iedereen iets krijgt om zijn achterban mee te sussen. De term achterban is overigens huichelachtig, en wijst er in soortgelijke non-analyses op dat politici noodzakelijk met twee tongen spreken. Maar dat nog daargelaten, blijft mijn vraag: gaat het politicologisch gesproken nu makkelijker als men op bergen geld zit, of juist in tijden van krapte? De wetenschap is hier misschien nog niet uit.

Laten we maar meteen naar Hooghe zijn conclusie springen:

De modale Belg wordt intussen geconfronteerd met stijgende prijzen voor benzine, aardgas, elektriciteit, voedingsmiddelen en stookolie. Als we daarmee rekening houden, wordt het gemakkelijk te voorspellen naar welk scenario de voorkeur van de kiezers uitgaat. Als ze een beetje gezond verstand hebben, dan houden de politici ook rekening met die voorkeur van de modale Belgische kiezer.
Bij de vorige verkiezingen was het zoals wij weten de politicologen en journalisten niet gelukt om te voorspellen wat voor thema’s de kiezer naar voren zou schuiven. Debatten mét inhoud was toen het devies. Geen communautaire flauwekul. Hooghe geeft de moed niet op en voorspelt, net als vorige keer, dat de kiezer zich deze keer wél met echte dingen zal inlaten. We zijn benieuwd. Aandoenlijk overigens om te zien hoe Marc zijn steentje wil bijdragen, en aan agenda-setting probeert te doen. Bijvoorbeeld met zijn ietwat redundante opsommingetje van “benzine, aardgas, elektriciteit, voedingsmiddelen en stookolie” wil hij ons doen geloven dat een federale regering daar iets aan kan veranderen. Iedereen weet nochtans dat die beslissingen elders liggen.


Luc Huyse
dan maar geraadpleegd, een topintellectueel zoals Knack heeft laten vaststellen door een college van topintellectuelen.
Op dezelfde Standaardpagina van donderdag, waar het Hooglied afgedrukt stond, zingt Huyse de lof van de diversiteit in de Vlaamse pers, en de verrijking die daarvan uitgaat:


‘De evolutie in de schrijvende pers is bijzonder verrijkend. Alleen
al het feit dat kranten als De Morgen en De Standaard elke dag verschillende opiniepagina’s hebben, biedt veel mogelijkheden die er vroeger niet waren. (...) De diepgang van het debat in de schrijvende pers is zeer groot. Men kan klagen over Vlaanderen zoveel men wil, maar dan vergeet men toch hoe het vroeger was: de armoede van het debat toen, de hokjesgeest, de angst om klop te krijgen.’
De politicologie blijft mij met haar diepe inzichten verbazen.
Vroeger had je socialistische kranten zoals Vooruit en Volksgazet, en liberale zoals het Laatste Nieuws of nog de Matin, de Métropole of de Flandre Libérale, zelfs anti-socialistische zoals Het Volk, uitgesproken katholieke zoals De Standaard of de Gazet van Antwerpen, verder internationalistische bladen zoals De Rode Vaan, of nationalistische zoals 't Pallieterke of La Wallonie Libre, j'en passe et des meilleurs! (die laatste Libre staat er trouwens maar bij omdat ik ze graag las).
Nu heb je aan Vlaamse kant inderdaad, zoals dr. Huyse – Van der Kelen vergetend – opmerkt, De Morgen en De Standaard, maar die hun hoofdredacteurs verklaarden zelf dat zij net zo goed van plaats konden wisselen! Verre van diversiteit, is er onder deze geestesarbeiders sprake van een soort unie zou ik bijna zeggen.
Alhoewel, marketeer Vandermeersch zou ook conservenblikjes of autobanden kunnen verkopen, en in naam van de door Huyse geprezen diversiteit zou ik dat nog toejuichen ook.
.

20 januari 2008

Is Yves Desmet een intellectueel? (caput III.)

.
De gezaghebbende stem van Yves Desmet heb ik hier al vaker laten klinken. Daar is vandaag weer de gelukkige gelegenheid toe. Desmet begon zijn laatste redactioneel artikeltje zo:

Forelleke
Een leuke lezersbrief van Dirk Van Melkebeke, kabinetschef van minister Frank Vandenbroucke: “Zoals ik al zei toen mevrouw Morel in minirok en laarzen het halfrond van het Vlaams Parlement betrad: 'Mens cruella in corpore pulchro.' Voor de niet-latinisten onder ons: "Een wrede geest in een mooi lichaam."
Bij het Vlaams Belang reageren ze als door een wesp gestoken. "Een bijzonder grove en vernederende belediging, nooit eerder gezien." Onaanvaardbaar was het en publieke verontschuldigingen zijn wel het allerminste antwoord. Vreemd.


Leuke brief dus, en over leukheid mag inderdaad iedereen zijn mening hebben. Minder leuk vond ik dat Desmet aanhalingstekens gebruikt, terwijl hij vals citeert. Uit het korte briefje van deze Van Melkebeke laat hij namelijk iets weg, zonder dat met de gebruikelijke vierkante haakjes en drie puntjes ook aan te geven. Nochtans een goede gewoonte onder eerlijke mensen.

Genoemde Dirk moet overigens een gevoelige man zijn, want hij besefte dat zijn lezersbriefje door weldenkende burgers misschien als indecent zou bestempeld worden (indecent .komt van decus ; .voor de niet-latinisten onder ons: indecent .is een ander woord voor onbetamelijk).
Maar het was sterker dan hijzelf, en Dirk Van Melkebeke was zo onder de indruk van zijn eigen spitsvondigheid dat hij ze aan de hele wereld kwijt moest. En dus – eervol zullen we het niet noemen, wel begrijpelijk – onze man zocht eerst een partner in crime. Hij betrok daarom, gevraagd of ongevraagd, een collega bij zijn verhaaltje.
Het volledige citaat van de journalist Desmet had moeten luiden:


‘Zoals ik tegen mijn collega-kabinetschef Koen Geens al zei toen mevrouw Morel in minirok en laarzen het halfrond van het Vlaams Parlement betrad: ‘Mens cruella in corpore pulchro’.
Ik zou nu graag de stem van deze collega Geens eens te horen krijgen.
Doe misschien even nog één klein, kort interviewtje, Yves? Om het vak niet te verleren.

En om nog iets te zeggen: dat die Van Melkebeke geen latinist is ruik je zo. Ik ben dat evenmin, maar er begon toch iets te jeuken. Crudelis en atrox had ik laten gaan, maar met het adjectief cruellus, of in dit geval cruella had ik moeite.
De term cruella is nochtans bekend genoeg vertelde mij een vriendin die nog kleine kinderen heeft. Hij komt voor in de film van de 101 Dalmatiërs. Een wat suspectere kennis fluisterde mij toe dat de term ook in SM-kringen niet vreemd is. Zelfs sommige stripliefhebbers kennen hem, verzekerde datzelfde sujet mij.

Maar mijn Oxford Latin Dictionary, die 12 duim hoog, 9 duim breed en 3 duim dik is, en 2126 kleingedrukte pagina’s van drie kolommen telt, laat verstek gaan. Ze springen daar van cruditas en crudus, direct over naar cruente en cruenter.
Nu ben ik benieuwd of vriend Desmet misschien een nog dikker woordenboek bezit? De Oxford geeft helaas enkel klassiek tot postklassiek Latijn, maar Desmet kan een abonnement hebben op de jaarlijkse aanvullende woordenlijsten die het Vaticaan bezorgt, en waar je Latijnse æquivalenten vindt voor bijvoorbeeld automobiel, telegraaf, wasmachine en dergelijke?
Want ik moet bekennen: de vlotheid waarmee Desmet zijn vertaling klaar had, heeft mijn jaloersheid gewekt.

Terwijl dat Latijn altijd zo verraderlijk is. Ik herinner mij een stokoude pater in het college, die tijdens onze speeltijd op de koer af en toe te zien was als hij zijn brevierwandelingetje niet op tijd had afgelegd, en die ons dan soms een vraag stelde: Wat is het meervoud van tigra?
Nu wisten de meesten wel dat ze bij die oude tovenaar op hun hoede moesten zijn, want die man had nog Griekse en Latijnse Spraakkunsten geschreven. Maar soms was er toch een jongen van de zesde of vijfde Latijnse die rap riep tigrae!, en dan kwam telkens weer het gedonder: Tigra is een merk van sigaretten mijnheer!

Laat mij, beste Yves, deze bede van Juvenalis aan u opdragen als, op de valreep, mijn Nieuwjaarswens.
.

ORANDUM EST UT SIT MENS SANA IN [ET] CORPORE SANO


Een vertaling is voor u overbodig, ik weet het, maar misschien voor de niet-latinisten onder ons:

Laat de bede zijn,
een gezonde geest in [en] een gezond lichaam.
.

17 januari 2008

Een wis- en natuurkundige spreekt over Amnestie

.
Oude abonnees van de New York Review of Books weten het: alles wat in dat blad wordt afgedrukt is interessant, en wat er niet in komt, hoef je niet te weten.
Mijn probleem is echter, dat vaak ik hetzelfde ook denk over de liedjes van Brassens en over die van Tom Lehrer, de grote Amerikaanse satiricus van de sixties. En wat dan, als deze drie goede boodschappers onderling van mening verschillen?
Dan treedt het gevreesde verschijnsel van de cognitieve dissonantie op.

Brassens blijft hier even buiten, maar Tom Lehrer zong in 1963 een liedje over Werner von Braun, vader van het Amerikaanse ruimteprogramma …en in een eerste huwelijk ook vader van de gevreesde Duitse V-2’s.
Lehrer, die van beroep professor wiskunde was aan Harvard University, en zelfs ooit nog medewerker aan het atoomprogramma in Los Alamos, zij het enkel als dienstplichtige, zong toen:

"Once the rockets are up, who cares where they come down?
That's not my department," says Wernher von Braun.
Some have harsh words for this man of renown,
But some think our attitude
Should be one of gratitude,
Like the widows and cripples in old London town,
Who owe their large pensions to Wernher von Braun.

“Een raket eenmaal de lucht in, wat maakt het uit waar zij inslaat? Dat is niet mijn departement”, zegt Werner von Braun
[Lehrer zingt nadrukkelijk met een aangeblazen “h”: WernHerr]. Sommigen vallen deze beroemde man wel eens hard, anderen weer vinden dat we dankbaar mogen zijn, neem nu de weduwen en kreupelen van de goede stad Londen, die hun gulle pensioenen aan hem te danken hebben.

Goed, die von Braun is een Nazi dacht ik, en de Amerikanen lijfden hem in want het zijn opportunisten, en daarmee is de kous af.
Maar nu schrijft in de NYreview een andere wiskundige, Freeman Dyson, die nog voor Bomber Command in Engeland heeft gewerkt, dat er toch wel iets te zeggen valt ten gunste van von Braun. En hij klinkt overtuigend. Het liedje van Lehrer blijft grappig, maar er moeten aanhalingstekens bij.
Freeman Dyson bespreekt het boek "Von Braun: Dreamer of Space, Engineer of War", van Michael J. Neufeld, en zijn besluit is:

De auteur van dit boek veroordeelt von Braun omdat die met de SS samenwerkte, en hij veroordeelt de regering van de Verenigde Staten omdat zij bewijsmateriaal voor deze samenwerking toedekte. Hier ben ik zo vrij met de auteur van mening te verschillen. Oorlog is een inherent immorele activiteit. Zelfs de beste oorlog brengt misdaden en wreedheden mee, en elke burger die deelneemt aan een oorlog collaboreert in bepaalde mate met criminelen. Ik ben hier een verklaring schuldig over mijn eigen betrokkenheid in dit debat. Bij mijn werk voor de Royal Air Force Bomber Command, werkte ik samen met mensen die de vernietiging van Dresden in 1945 voorbereidden, een beruchte rampspoed waarbij duizenden onschuldige burgers de dood vonden in het vuur. Hadden wij de oorlog verloren, dan zouden de verantwoordelijken zijn veroordeeld als oorlogsmisdadigers, en ik zou wellicht schuldig zijn bevonden aan collaboratie met hen.
Laat mij, na deze verklaring over mijn persoonlijke betrokkenheid, volgende conclusie maken. Zoals ik het zie, is verzoening de morele plicht aan het eind van elke oorlog. Zonder verzoening kan er geen sprake zijn van echte vrede. Verzoening betekent amnestie. Men kan nog door de vingers zien dat, met of zonder proces in regel, de zwaarste oorlogsmisdadigers terechtgesteld worden, tenminste als men daar snel komaf mee maakt, terwijl de passies van de oorlog nog volop woeden. Na deze executies, moet de jacht op criminelen en collaborateurs een eind nemen. Als wij een duurzame vrede op het oog hebben, dan moeten wij leren om met onze vijanden te leven, en hun misdaden te vergeven. Amnestie betekent dat wij allen gelijk zijn voor de wet. Amnestie is niet pijnloos en niet rechtvaardig, maar het is een morele noodzaak, want het alternatief is een eindeloze kringloop van haat en wraak. Zuid-Afrika heeft ons het goede voorbeeld gegeven, en liet zien hoe dat kan werken.
Alles welbeschouwd, bewonder ik von Braun omdat hij de talenten die hij van God gekregen had, wist hij aan te wenden om zijn droombeelden te verwezenlijken, ook al moest hij daartoe een pact met de duivel aangaan. Hij maakte dat Hitler en Himmler naar zijn doelstellingen toeneigden, meer dan hij tot de hunne. En ik bewonder de Verenigde Staten omdat zij hem een tweede kans boden om zijn dromen na te jagen. En om zijn ziel te redden, en zijn lotsbestemming te vervullen tenslotte, deed de amnestie die de Verenigde Staten hem verleenden veel meer dan een nauwgezette afrekening van zijn misdaden had gekund.

The author of this book condemns von Braun for his collaboration with the SS, and condemns the United States government for covering up the evidence of his collaboration. Here I beg to differ with the author. War is an inherently immoral activity. Even the best of wars involves crimes and atrocities, and every citizen who takes part in war is to some extent collaborating with criminals. I should here declare my own interest in this debate. In my work for the RAF Bomber Command, I was collaborating with people who planned the destruction of Dresden in February 1945, a notorious calamity in which many thousands of innocent civilians were burned to death. If we had lost the war, those responsible might have been condemned as war criminals, and I might have been found guilty of collaborating with them.
After this declaration of personal involvement, let me state my conclusion. In my opinion, the moral imperative at the end of every war is reconciliation. Without reconciliation there can be no real peace. Reconciliation means amnesty. It is allowable to execute the worst war criminals, with or without a legal trial, provided that this is done quickly, while the passions of war are still raging. After the executions are done, there should be no more hunting for criminals and collaborators. In order to make a lasting peace, we must learn to live with our enemies and forgive their crimes. Amnesty means that we are all equal before the law. Amnesty is not easy and not fair, but it is a moral necessity, because the alternative is an unending cycle of hatred and revenge. South Africa has set us a good example, showing how it can be done.
In the end, I admire von Braun for using his God-given talents to achieve his visions, even when this required him to make a pact with the devil. He bent Hitler and Himmler to his purposes more than they bent him to theirs. And I admire the United States Army for giving him a second chance to pursue his dreams. In the end, the amnesty given to him by the United States did far more than a strict accounting of his misdeeds could have done to redeem his soul and to fulfill his destiny.
.

13 januari 2008

Te veel voor één weekend: Naegels en Albers

.
Voor één euro twintig per dag, en ‘s zaterdags twee euro, moeten er bij De Standaard cursussen afkunnen voor hun journalisten, misschien al in de komkommertijd na Pasen. Niet weer cursussen marketing bedoel ik, maar gewoon lessen Nederlands.
Ik heb het altijd moeilijk als er boven een stuk een foute titel staat. Tom Naegels had zaterdag: ELKE VRIJHEID HEEFT ZIJN PRIJS. Veel opmerkelijks had Tom in zijn stukje niet te melden, maar ik onthoud dat Naegels nog niet het genus van de term vrijheid kent.
Of Isabel Albers, met haar OP HET EINDE DRAAIT ALLES OM CENTEN.
Een Vlaming zal dat begrijpen, een Nederlander ook nog, maar die zal even met de ogen knipperen. Haar titeltje klinkt namelijk zo sullig vertaald. .In the end, it all comes down to. Maak om te beginnen van jouw “op” eens “aan” Isabel, en van “einde” “eind”, en je zult al een stuk beter klinken.
Verder kun je natuurlijk geen goede punten verwachten voor uitdrukkingen als “hard tegen onzacht” of .“Het is een coherente visie van iemand die door de grote poort adieu wil zeggen”.
Op de inhoud van Albers ga ik niet in, want iedereen begrijpt over welke grote staatsman zij het heeft. Ik geloof dat de voltallige redactie van De Standaard onderhand bereid is om de zoete geur te beschrijven van het minste windje dat die man laat. Al eens gehoord van contaminatie, Isabel?
En wat ik ook niet mooi vond, was jouw “Daar schuilt de lacune in het werkstuk:”. .Dit is meer een kwestie van aanvoelen, en het is ook van geringere orde dan dat adieu door die poort, maar voor iemand die af en toe een goede auteur leest zullen lacunes toch nooit schuilen. Verscholen liggen kunnen ze nog net, of gewoon liggen of zitten. Een lacune is zoiets als een leegte, een put of een kloof, Isabel, en schuilen doen die niet, dat laten ze aan de addertjes onder het gras.
Erger vond ik weer: “Ten tweede is de nota-Verhofstadt geen geschenk voor de onderhandelaars.”
Och nee, het zijn inderdaad geen grote kemels, en omwille van de prijs zullen wij het ook niet laten, maar toch, voor mensen die net als Heer Bommel over een teer gestel beschikken: lectuur van De Standaard, ce n'est pas un cadeau!
.

6 januari 2008

Terreur komt uit het hart van de islam

.
De Turks-Duitse journalist Zafer Senocak schrijft geregeld artikelen die het vertalen waard zijn. Vaak neemt hij standpunten in die ik niet kan delen, bijvoorbeeld over de toetreding van Turkije tot de EU. Zoals velen ziet ook hij een brugfunctie voor dat land weggelegd. Hij idealiseert het land ook wel eens, begrijpelijk vanuit zijn standpunt, want hij heeft geen goed oog in de rest van de islamwereld en in de islam zelf, en hij hoopt dat de EU een tegengewicht kan vormen tegen deze brutale godsdienst. Tragisch voor hem, maar in onderstaand artikel geeft Senocak zelf aan dat de islam niet echt te civiliseren valt. Dat hij aan het eind toch nog spreekt over een radicale islam lijkt mij dan ook een puur pleonasme, dat uit nood en wanhoop geboren werd.

De terreur komt uit het hart van de islam
Zafer Senocak

Het ware gelaat van de islam zul je niet ontmoeten op de Duitse islamconferentie. Je ontmoet het in landen zoals Pakistan. Deze islam richt zich tegen allen die niet volgens de regels van de Koran leven – tegen democraten, tegen atheïsten en in de eerste plaats tegen vrouwen. En als verlamd kijkt de wereld kijkt toe.

Ook al zullen de meeste moslims het niet willen toegeven, de terreur komt uit het hart van de islam, en vloeit rechtstreeks voort uit de koran. Zij richt zich tegen allen die niet naar de regels van de koran leven en handelen, dus tegen democraten, tegen denkers en wetenschappers die zich laten inspireren door het Avondland, tegen agnostici en atheïsten. En zij richt zich vooral tegen vrouwen. De terreur is het ambacht van het mannengild dat de islam is, en dat uit alle macht poogt te verhinderen dat vrouwen gelijkberechtigd zouden worden, en dat er een eind zou komen aan hun eeuwenlange juk.
Het ware gelaat van de islam zul je niet ontmoeten op de Duitse islamconferentie. Je ontmoet het in landen zoals Pakistan. Deze islam is aan een Wereldoorlog begonnen. Maar de wereld doet net alsof hij daar nog niets van had gemerkt. Voor vele tijdgenoten is het alsof de volkeren ergens ver voorbij Turkije op elkaar inhakken. Maar in het web van onze wereld bestaat het begrip „ver voorbij“ niet langer. Er is enkel nog een “buiten aan de deur”. Het totalitarisme van de Taliban en de moslimterreurcellen is wellicht nog erger dan het fascisme, want het is niet de vrucht van een beschavingsproces. De terreur ontstaat in een omgeving die in niets nog herinnert aan civilisatie of vooruitgang.
Hier ligt een taak voor alle moslims die in hun godsdienst meer zien dan een blauwdruk voor barbarij. Zij moeten vastberaden en met beslissende hardheid optreden tegen de barbaren uit eigen rang. Maar dat doen zij, als zij het al doen, hoogstens halfhartig. De islam heeft met terreur geen uitstaans meent de Turkse ministerpresident Recep Tayyip Erdoğan. Weer andere politieke machthebbers proberen na elke terreurdaad elkaar te overtreffen in het verzinnen van rouwtelegrammen. Helemaal grotesk is de situatie in Saoedi-Arabië. Dat koninkrijk siddert voor de terroristen die het zelf op de wereld heeft gezet.
In heel de wereld staan vandaag de moslims op de proefbank. Zij betalen voor het verzuim van de generaties die hen zijn voorgegaan. Geestelijke decadentie, en impotentie om met de moderne wereld in gesprek te gaan, hebben geleid tot hun erbarmelijke huidige situatie.
Voor alle met rede begiftigde krachten heeft het uur geslagen om de handen in elkaar te slaan en tot handelen te komen. Terreur vormt een globaal netwerk. En wat daar tegenover staat, is traag, of steekt elkaar stokken in de wielen.
Het gezonde mensenverstand in de islamitische wereld zou in opstand moeten komen tegen de verblinde haat van de fanatici. Maar die haat grijpt almaar meer om zich heen bij de massa’s. Erger: meer dan één illegitieme heerser heeft die haat tot de zijne gemaakt, om zich van zijn troon verzekerd te weten. En ondertussen beoefenen de meeste moslims verder hun loutere retoriek. De beslissende vraag, of uit hun religie ook een beschaving zou kunnen groeien, gaan zij uit de weg.
De Vrije Wereld is verlamd
Met zekerheid liggen psychologische oorzaken hieraan ten gronde. Tegenover het Westen voelen zij zich minderwaardig, vernederd en verraden. De politieke consequenties van deze psychose zijn echter verwoestend. Zij spelen die krachten in de hand, die de terreur aanwakkeren om zo de chaos in de islamitische wereld te vergroten. De geweldspiraal speelt juist die krachten in de hand, die de terreur aanblazen, en zij verhindert vooral één ding: dat er democratische staatrechtelijke systemen tot stand komen. Armoe en corruptie daarentegen, kunnen in optimale omstandigheden gedijen. Het is een duivelskring. En die duivelskring moet gebroken worden door inmenging van de vrije Westerse wereld, en door militair engagement, want anders lukt het niet. Wie in Afghanistan de Taliban bekampt, die kan niet doen alsof Pakistan hem niet aangaat. De moord op Benazir Bhutto was niet onaangekondigd. Dat de Gazastrook in de handen van de Hamas-terroristen zou vallen was evengoed te voorzien.
Maar de Vrije Wereld kijkt bewegingloos toe. In verband met de Amerikaanse Irak-politiek waren en zijn er in Europa veel hatelijke opmerkingen. Als het om kritiek gaat, dan zijn de Europeanen door niemand te kloppen. Maar aan eigen ideeën en politieke concepten ontbreekt het hen. De Europese politiek put zich uit om elk effectief optreden tegenover de moslimterreur te laten verzanden. Er zijn er die willen onderhandelen met Hamas, met de Taliban. Atoomreactoren voor Khadaffi, en voor de Saoedische koning wordt de rode loper uitgerold. Per slot gaat het om petrodollars. Het Westen heeft niet in de gaten hoezeer het zichzelf uitholt. De islamterroristen behalen de ene zege na de andere. Benazir Bhutto was niet de laatste offerande van de heilloze appeasement-politiek aan de radicale islam.
__________________
.

1 januari 2008

Goede raad is niet altijd duur

.

Aan alle lezers mijn beste Nieuwjaarswensen!

Mag ik jullie bij deze gelegenheid iets aanbieden, goede burgers?
(Iets dat mij niets kost welteverstaan, al komt het iedereen van pas)
Wel, Nieuwjaar is de tijd van de Lijstjes,
en het mijne is kort: het beste blog dat ik ken is

De Taalprof



.

28 december 2007

In the red light district

.
De dag voor Kerstmis heeft zekere Tine Peeters van De Morgen honteuze gevoelens in mij wakker gemaakt. Tot 24 december wist ik van het bestaan van Tine niet af, en eigenlijk weet ik nog niets van haar, behalve dan dat zij die dag een artikeltje begon met een argeloze, alreine, angelieke aanhef: “Het zijn niet altijd de beste vrienden, de pers en de politiek, maar gisteren verbroederden ze samen in het parlement […]”.

Na lectuur van deze kerstgedachte meende ik in een eerste opwelling mijn boertige poot op Tines blanke boezem te moeten leggen. Ik weet het, niemand wil er getuige van zijn als kinderlijke onschuld geschonden wordt, maar om met van Ostaijen te spreken, vooruit dan maar zonder supporters!

Of laten wij misschien de beschreven gemoedstoestand eerst in een breder kader plaatsen.
Er is hier al meermaals gesproken over marskramers zoals de bekroonde Vandermeersch van De Standaard, en dan niet omdat die jongen niet kan schrijven – dat weet iedereen – maar wel omdat die man in zijn driekleurig kraam zich te vaak laat bewonderen met te weinig ondergoed aan.
Begrijp mij goed: ik ben voorstander van de legalisering van zijn handel. Het is misschien niet altijd makkelijk om in kwesties als deze rechtlijnig te blijven, maar het blijft mijn vaste overtuiging dat ook iemand als Vandermeersch zijn stiel in treffelijke omstandigheden moet kunnen bedrijven.
Zulke zaken zijn ook niet tegen te houden. Zonder markt zouden er geen marketeers zijn. En wie zijn wij om te oordelen? Wat weten wij hoe zo’n jongen zo ver is gekomen? Voor hetzelfde geld stonden wij op zijn plekje, denk daar eens aan.*

Met Tine ligt het anders. Jong en naïef vertoont ze nog een zekere gêne bij het uitoefenen van het beroep. Sunt denique fines, en zij heeft nog besef van zekere grenzen, ook al zou zij heel zeker een pak meer kunnen verdienen, bijvoorbeeld met het ontvangen van gehandicapten zoals die spraakgebrekkige Landuyt, die met het vettige voorstel op haar afkwam om het eens al rechtstaande te doen:

[…] rond de kerstboodschap van Kamervoorzitter Herman Van Rompuy. Die vroeg een daverend applaus voor "de eveneens vermoeide pers", wat ervoor zorgde dat de het hele halfrond zich klappend naar de perstribunes richtte. Uittredend minister Renaat Landuyt (sp.a) probeerde zelfs even om de journalisten het applaus al staand in ontvangst te doen nemen, maar dat vonden we toch net iets te ver gaan.

Ik trek mijn smerige poot terug, en verwijs Tine naar Payoke.
________________

* Il s'en fallait de peu, mon cher,
Que cett' putain ne fût ta mère,

met de woorden van de onsterfelijke Brassens.

18 december 2007

De dood van al onze handelsreizigers

.
Vandaag, net als gisteren en eergisteren, en trouwens de voorbije weken en maanden, stond in het blaadje van marketeer Vandermeersch alweer dat bepaalde zinnetje dat mijn bijzondere wrevel opwekt. Deze keer zette Sturtewagen zijn handtekening als commis-voyageur van dienst, maar dat is niet meer dan een detail, want de koopwaar is bij alle kranten dezelfde.

Aangezien hun kiezers al lang niet meer kunnen volgen waarover het politieke debat de jongste weken nog ging, durven de christendemocraten de risico's aan.

Waar Sturtewagen het precies over had doet er even niet toe, laat mij vertalen: van stemrecht stellen wij oudgediende handelsreizigers van de firma Paars ons niet veel voor. Een goed werkende democratie is eenmaal de vrucht van publieke amnesie en wijdverbreide dwaasheid. Politieke beloften zijn kraaltjes en zilverpapier. Volwassen journalisten gooien die de dag na de verkiezingen meteen weer weg.
Dat geen enkele journalist vóór de verkiezingen heeft gezien wat het belangrijkste thema zou worden ...dat is het publiek helaas nog niet vergeten. De publieke amnesie is selectiever dan onze Desmetten&Vandermeerschen wellicht hadden gehoopt.

Arthur Miller, maar die man is alweer twee jaar dood, dacht nog anders over de taak van een deftige krant: “A good newspaper, I suppose, is a nation talking to itself.”
En onze journalisten beseffen geeneens waar de natie over denkt! Bij ons praten kwaliteitskranten dus niet met, maar denigrerend over de natie.
Spijtig trouwens dat ze zoveel stukken moeten leveren, want wat onze koelies nog het liefste doen is werken aan hun verstandhouding onderling én met de machthebbers. Zo mogen zij bijwijlen iets oplikken van de kruimkens die van deze laatsten hun tafelen vallen.

Een mens moet elke dag eten inderdaad, en ik begrijp Sturtewagen zijn collega’s Verschelden en Samyn dan ook als zij in het flutrubriekje “Kreten&Gefluister” hun beklag doen over, in bedekte termen, Leterme natuurlijk.
Want er viel niet genoeg te rapen toentertijd in Hertoginnedal. Maar nu is Verhofstadt er weer!


Bij een van de laatste oranje-blauwe stuiptrekkingen in november was de chauffeur van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open VLD) nog zo vriendelijk een thermos koffie te halen voor de half bevroren journalisten op de stoep van de Wetstraat. Het was een zeldzaam moment van oranje-blauwe gastvrijheid. Toen premier Guy Verhofstadt twee weken geleden door de koning in de ring werd gestuurd, gaf hij prompt te kennen dat de journalisten niet langer onbeschut, onverwarmd en dorstig zouden moeten wachten.
En kijk. Terwijl Verhofstadt zondagavond in zijn ambtswoning aan de Lambermontstraat vergaderde met CD&V/N-VA, Open VLD, MR en PS en buiten het kwik tot -3° daalde, hield de premier woord. De wachtende journalisten konden om de hoek in een lokaaltje van het kabinet van staatssecretaris Gisèle Mandaila terecht om even op te warmen. Er stonden koffie, soep en frisdrank voor de dorstigen en wafeltjes voor de hongerigen. 'Want ik had honger en gij hebt mij te eten gegeven, ik had dorst en gij hebt mij te drinken gegeven, ik was vreemdeling en gij hebt mij opgenomen', klinkt het in het evangelie naar Mattheus. Verhofstadt is misschien geen christendemocraat, maar hij kent duidelijk zijn klassiekers.

Wat ik wilde zeggen, Wouter of Steven, is dat er verderop in de evangeliën nog interessante zaken staan. Bij Lukas lezen wij over zekere Lazarus (niet de Lazarus die uit de doden is opgewekt, een andere, misschien wel een journalist in volle doen?).

Lukas 16; En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper [toen al] en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; en begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren.

Laat de kruimels, voor de tijd dat het nog duurt, jullie goed smaken jongens! En verder maar hopen op het hiernamaals?


.

14 december 2007

Een vodje papier van 10 kilo


Theobald Theodor Friedrich Alfred von Bethmann Hollweg
, die van 1909 tot 1917 kanselier was onder de Kaiser, is beroemd geworden met zijn oordeel over de Belgische “neutraliteitsverklaring” toen. De man ging ervan uit dat je verklaringen van een Belgische regering niet ernstig diende te nemen.
Voor een vodje papier, für einen Fetzen Papier, zei hij onder tranen aan de Engelse gezant, kon toch niet de Engelse natie aan Duitsland de oorlog verklaren? Duitsland wilde de Engelsen geen kwaad, dat was een broedervolk.
Bethmann Hollweg sprak hier, toegegeven nogal herablassend, over een verklaring waarbij de staat België, bij monde van een echte regering, zich tot strikte neutraliteit had verbonden. Dat terwijl ons koninkrijk zijn grenzen ook echt liet bewaken, naar beste vermogen aan Duitse kant, en enigszins zelfs aan Franse kant.
Maar blijkbaar ging iedereen ervan uit dat die Belgische staat niks voorstelde, eigenlijk geen staat was: meer een diplomatieke creatie ten gerieve van enkele grootmachten.
(Tindemans nam het woord van dat vodje papier later nog over – of hij vond het zelf uit, in elk geval ik geloof niet dat één journalist toen op de parallel heeft gewezen.)
Geschiedenis dient ergens toe, en die ongeloofwaardigheid van Belgische teksten en handtekeningen werd vandaag tot mijn grote voldoening alweer bewezen door Verhofstadt en De Gucht, toen die twee in Lissabon een vod van wel tien kilo ondertekenden.
Dat deze mensen helemaal geen mandaat op zak hadden, kon niemand van de aanwezigen storen. Het duo werd niet de deur gewezen. Terecht: ook als Guy&Karel wel een mandaat hadden gehad, was hun handtekening quantité négligeable.

Maar de belachelijkheid van de "Belgische Staat" en zijn verbintenissen is niet eens mijn punt. Geen enkele handtekenaar daar in Lissabon had een geldig mandaat op zak. Ze hadden dus allemaal alle recht om hun bek te houden. Wat kon het hen uitmaken of er ook twee nog minder gemandateerde clowns hun poot kwamen zetten?
Als Belgen mogen wij zelfs met enige patriottische fierheid besluiten: onze staat heeft daar in Lissabon op exemplarische manier de ware geest van de EU laten zien.

Maar, Arm Europa, bakermat van de democratie.
.

10 december 2007

Oscar van den Boogaard zoekt zijn weg nog

.
Als ik iets zou willen vertellen over Geert Wilders, dan zou ik, in de veronderstelling dat mijn lezers geen ezels zijn, die man gewoon Geert Wilders noemen.
Oscar van den Boogaard pakt het in De Standaard anders aan, en hij spreekt van de “Nederlandse rechts-populistische politicus Geert Wilders”.
Daar valt misschien iets voor te zeggen. Homerus reeds maakte ons vertrouwd met het stijlmiddel der epitheta ornantia en niemand, behalve misschien Bart De Wever, zal ontkennen dat Helena een deel van haar charme te danken had aan de blinde zanger die haar onvermoeibaar “de blankarmige” is blijven noemen.
Komt nog bij, dat voor een aankomende auteur het nooit kwaad kan om zich te spiegelen aan klassieke voorbeelden. Een goede stijl ontstaat vaak door aanvankelijke nabootsing.

Maar om ter zake te komen: de opvattingen van de Nederlandse rechts-populistische politicus Geert Wilders vallen slecht in de smaak bij de jonge Nederlandse auteur en columnist Oscar van den Boogaard – zo kan Wilders bijvoorbeeld slecht relativeren, en dat komt weer doordat Wilders zich van de maatschappij heeft afgezonderd.

"Hij heeft zichzelf zo geïsoleerd – hij laat zich door zware bewaking isoleren – en in zijn eigen angst opgesloten dat relativeren niet meer lukt.”

Een sierlijke zin is het niet, maar wij begrijpen: dan waren Fortuyn en van Gogh toch van een ander slag! die lieten zich eenvoudig niet beschermen.
Daarin moet je sportief zijn! zei toen van Gogh nog aan Fortuyn. Een woord dat, geloof ik, getuigt van een groot vertrouwen in de overlevingskansen van onze beschaafde samenleving.

Oscar van den Boogaard zelf zal nooit sportief hoeven zijn. Deze lieverd geeft nooit aanleiding tot wat dan ook. Bijvoorbeeld relativeren kan hij beter dan de beste. Zelfs de waarheid in haar tegendeel verdraaien lukt hem aardig, als het voor de lieve vrede is.
Zo is het niet Wilders, wat iedereen nochtans denkt, die noodgedwongen afgeschermd moest worden – bijvoorbeeld omdat er niets minder dan een verzwegen burgeroorlog heerst – nee, het is natuurlijk Wilders zélf die in zijn bekrompenheid zich wil afsluiten voor de buitenwereld. En natuurlijk dat er bij hem dan mallotige ideeën opkomen.

Verderop in zijn column heeft Oscar het over een Haagse tentoonstelling, het project Adam en Ewald van zekere fotografe Sooreh Hera. Twee homoseksuelen zouden daar te zien moeten zijn, dragende maskers van Mohammed en Ali.
Misschien interesseert mijn verdere verhaal u nu niet meer lezer, en ik zou daar begrip voor hebben, maar dat die tentoonstelling commotie geeft zal u toch nauwelijks verwonderen.
Ik zal kort zijn; met Georges Brassens ben ik het als altijd eens : "Les amoureux qui se bécottent sur les bancs publics [...] ont des petites gueules bien sympathiques".
Iets anders is het om in naam van de Kunst twee middelbareleeftijd-jeannetten in latexpakjes te aanschouwen. Daar pas ik voor. Het mogen "kunstfoto's en een video" zijn, zoals Oscar zegt, maar onder deze omstandigheden hoop ik eenvoudig dat er geen belastinggeld mee gemoeid is, en dat het zaakje verder zelfbedruipend is. En dan mag alles wat mij betreft.
Als vrienden en sympathisanten de kosten dragen, komt de vrije meningsuiting niet in het gedrang, hoogstens de smaak.
Zowel ceux qui obstinément prennent Cupidon à l'envers (de Meester alweer), en daarbij nog vinden dat zij dat ostentatief moeten doen, als die anderen die geloven dat wij Westerlingen hun koran helemaal niet zouden mogen omdraaien ...hebben er geloof ik alles bij te winnen, als ze hun ding thuis uitoefenen, in de intimiteit. Niemand zal hen daar storen, en het laat iedereen koud hoe zij zich daarbij wensen uit te dossen.
In de openbare ruimte gelden andere normen.

Maar Oscar was nog niet helemaal klaar met zijn kolommetje (die dingen moeten een bepaald aantal woorden hebben), en en passant noemde hij Jezus (ttz. de Tweede Goddelijke Persoon in onze cultuur): ...“één of andere heilige”. .Ja, een stouterd is hij soms toch!
En dan kwam zijn filosofische slotsom: “Heilige geschriften zijn niet gevaarlijk an sich, alleen interpretaties kunnen dat zijn.”
Zo’n zinnetje alleen bewijst hoe hard het vak van columnist wel kan zijn. Het publiek onderschat dat vaak. Wát een banaliteit! roepen ze dan.
Maar ik zou van den Boogaard hier willen bijspringen, wat zeg ik, zijn uitspraak nog kracht bijzetten. Ik zou willen stellen dat zelfs interpretaties niet gevaarlijk zijn.
Enkel het concrete plannen, en de tenuitvoerlegging van wreedheden, bijvoorbeeld van rituele slachtingen van tegenstanders, homo’s, kaffers enzovoort, kun je als gevaarlijk beschouwen.

't Is toch waar hé, Oscar?
.
__________________________

P.S. (11december)
Dat citaat hierboven kwam uit mijn geheugen. Wat Brassens letterlijk zingt is:
Y a tant d'homm's aujourd'hui qui ont un penchant pervers
À prendre obstinément Cupidon à l'envers
(Le Mécréant)

.

2 december 2007

Gebed voor het herenigd Vaderland

.
Op de RTBf, ik weet niet meer welk programma, hoorde ik gisteren de Litanie van Leterme zingen. In tegenstelling echter met de bekende Litanie van Maria, bevatte dit lied geen opsomming van kwaliteiten. Omschrijvingen als Zetel van Wijsheid, Oorzaak onzer Blijdschap, Geestelijk Vat of Spiegel van Gerechtigheid ontbraken. Zelfs Ivoren Toren, of Ark des Verbonds werden Yvo onthouden.

Ze waren nochtans positief begonnen met Issu de Père Wallon, Parfait Bilingue, Supportère du Standard, enzovoort, maar al snel ging het bergafwaarts.
Om kort te gaan: er kon geen goed woord meer vanaf voor de man qui au départ avait tout pour plaire aux Wallons.
Want Leterme, hoorde ik tot mijn verrassing, was onder een buitengewoon goed gesternte van start gegaan. Er heerste bezuiden de taalgrens een algehele welwillendheid vertelden de RTBf-jongens, tot aan de éénentwintigste juli, daarna was het uit.
Die Brabançonnekwestie is ginds zwaarder gevallen dan wij algemeen aannemen. In elk geval, deze vaderlandse verontwaardiging wil men ons aannaaien.
Christophe Deborsu, alweer hij, stelde enige dagen later aan Leterme de vraag welk lied zijn voorkeur wegdroeg, en het ging niet meer over de Marseillaise want hij vroeg nu welk van twee, Vlaamse Leeuw of Brave Zoon, Leterme het liefst hoorde. Eenvoudige vraag, maar het antwoord was slecht.
“Leterme choque les francophones en répondant qu’il trouve le Vlaamse Leeuw plus beau que la Brabançonne.”

Nu weet ik wel – overigens samen met Владимир Ильич Ульянов, bijgenaamd Lenin – dat elke esthetica ook een ethica is, maar toch: verplicht iets mooi vinden, blijft mij zwaar vallen. Politieke gevolgtrekkingen maken bij een kwestie die binnen het domein van de persoonlijke smaak ligt, riekt naar totalitarisme, naar pensée unique of naar politiek-correctheid zo u wil. Wie zou er bijvoorbeeld willen leven in een interieur zoals dat van de nochtans perfecte democraat Dehaene? Ik heb daar eens foto’s van gezien.

Hetzelfde met liedjes. De officiële hymne van Wallonië, Li Tchant dès Walons, is misschien heel mooi maar ik ken hem niet. Ook de Brave Zoon wil ik zedig buiten beschouwing laten, maar de Vlaamse Leeuw kan ik …eigenlijk niet horen.

Met de melodie gaat het nog. Robert Schumann zijn "Sontags am Rhein" maakt die verteerbaar. Maar de tekst vraagt te veel van een mens. Die is zoals iedereen weet afkomstig van de dichter Nikolaus Becker (1809-1845) en begint met „Sie sollen ihn nicht haben, den freien Deutschen Rhein“.
De dichter Georg Herwegh had Becker al onmiddellijk van antwoord gediend:

Was geht mich all das Wasser an,
Vom Rheine bus zum Ozean?
Sind keine freien Männer dran,
So will ich protestieren.

En Heine liet in zijn Wintermärchen de oude Vader Rijn zijn beklag doen over de vele zware stenen die hij te verteren kreeg:

Zu Biberich hab ich Steine verschluckt,
Wahrhaftig, sie schmeckten nicht lecker!
Doch schwerer liegen im Magen mir
Die Verse von Niklas Becker.

Esthetica als ethica? ... akkoord, maar enkel als het moet want ik hoor alle omliggende hymnen eigenlijk liever... God save the Queen, het Deutschlandlied, de Marseillaise, de Internationale .(al kun je die niet goed onder omliggend rekenen), en het Wilhelmus natuurlijk.
.____________

PS: die tweede vraag kwam niet van Deborsu hoor ik: false memory syndrome.

28 november 2007

Niet alles geloven wat in de gazet staat, Van de Looverbosch!

.
Zoals u wellicht, lezer, heb ook ik erg te doen met onze Vlaamse journalisten. Het moet geen pretje zijn als er werkelijk niéts wil verlopen zoals je het van lang voor de verkiezingen jezelf had verbeeld. Onze voltallige corporatie van journalisten –of losse groep, want er horen ook politicologen en dergelijken bij– had simpelweg geen idee over de inzet van de laatste verkiezingen. Debatten mét inhoud opzetten, over dingen die er echt toe doen, was hun devies. Niks geen schijnproblemen.
Nu kronkelen onze experten van de pijn. In hun commentaren hebben ze zich intussen al wat aangepast, met de nodige scheuten en krampen.
En al blijft het lelijk, wie zou er geen begrip voor hebben als deze jongens nu hun eigen kronkelingen willen projecteren op de Vlaamse onderhandelaars? Want die onderhandelaars zijn weliswaar bereid om heel veel, maar blijkbaar niet om álles weg te gooien wat ze aan de kiezer hadden beloofd. Ook niet op herhaald commando van Vandermeersch, Van der Kelen, Desmet of Van de Looverbosch.

Laatstgenoemde was vanavond bijzonder meelijwekkend. Zoals wij allemaal weten, Van de Looverbosch besluit zijn dagelijkse praatjes graag met een temerige spitsvondigheid. Daarmee stelt hij te hoge eisen, niet enkel aan ons maar ook aan zichzelf. Zodanig hoog dat zijn bijna aangeboren zin voor journalistieke kritiek er soms onder lijdt.

Voici une histoire qui doit intéresser tout lecteur de bonne humeur.
De grap draaide om een commentaartje in de Soir, waarin “de laatste stelling van Fermat”, de beroemde Franse advocaat en wiskundige ter sprake kwam. Marc moet dat gelezen hebben.

Niks marcheert nog in de vaderlandse politiek, meent Van de Looverbosch, en diegenen die beweren dat zij een oplossing hebben, zijn al even gek als Fermat die ook beweerde dat hij een oplossing had voor de vergelijking X tot de derde, plus Y tot de derde, is gelijk aan Z tot de derde, terwijl niemand anders die oplossing ooit heeft gezien.

Helaas voor onze journalist: Fermat heeft nooit iets dergelijks beweerd, zoals hier al eerder te lezen stond.
Fermat had, als wel meer geniale wiskundigen, de gewoonte om zijn bewijzen niet helemaal uit te schrijven en enkel de hoofdlijnen aan te geven. Al zijn stellingen werden naderhand wél bewezen, op zijn aanwijzingen. Behalve één. Die bleef een raadsel.

Van de Looverbosch babbelt de Soir na en meent dat die stelling over derde machten handelt, maar ze ging over n-de machten. Een algemene oplossing voor derdegraadsvergelijkingen was trouwens al geleverd door Cardano.   →

Maar Fermat beweerde daarbij nog eens het omgekeerde van wat Van de Looverbosch had menen te verstaan. Fermat zei dat er in gehele getallen géén oplossing voor de vergelijking bestond, zodra de macht "n" groter is dan twee. Nu vermoedden alle wiskundigen van zijn tijd dat ook al, maar Fermat zei een bewijs te hebben. Alleen was de marge op zijn blad te klein om het uit te schrijven.

En ter inlichting, beste Van de Looverbosch: met oneindig ingewikkelde computerberekeningen* werd de "laatste stelling van Fermat" recent wel degelijk bewezen, na meer dan driehonderd jaar.
Zo lang zal de laatste stelling van België ons niet laten wachten.
____________

P.S. In De Standaard van 3 december
– dezelfde dus waarin Tony Mary (de beroemde manager op rust) aankondigde dat hij (volgend jaar) een
Belgische Beweging zou oprichten, en daarbij in één adem zichzelf belachelijk maakte met zijn zinnetje: "Ik heb al tientallen mensen opgebeld, die me de raad geven dat ik het moet doen." ...zélf mensen bellen, die je dan de raad geven dat je iets moét doen? Allei ket, bel mij dan, en ik zeg je natuurlijk evengoed dat je het moét doen –
in die Standaard dus maakte de journalist Tom Ysebaert een opmerking over de CD&V: "Ze voelen zich sterk omdat de Vlaamse publieke opinie radicaliseert." Tom Lanoye, uitmuntend commentator (hij lijkt wel een politieke GPS te bezitten), antwoordde hierop:
"Dat is wishful thinking en propaganda. De verkiezingsdebatten van juni draaiden niet om de staatshervorming."
Nee, inderdaad TomTom, die debatten gingen daar niet over, maar die gingen dan ook enkel over thema's die de journalisten, spin-doctoren en politicologen tevergeefs op de agenda wilden krijgen...

_____________
* zie de commentaar hieronder.
.

22 november 2007

Een verheven standpunt

.
Vroeger was er in Gent jaarlijks een bloemencorso, ik meen de eerste zondag van september. Een beetje zoals in San Remo, maar dat wisten toen enkel diegenen die een televisiepost in huis hadden. Dat het woord corso zelf Italiaans was, wist niemand. Ik dacht dat het gewoon Gents was en vond die stoet iets enigs en ging altijd kijken. Dat deden tot mijn droefenis ook alle andere Gentenaars, Ledebergenaars, St.Amandsbergenaars, Zwijnaardenaars enzovoort, en zo kwam het dat ik nooit veel te zien kreeg. Altijd stond er wel een grote mens in de weg, en mijn standpunt was te laag.
Maar die praalwagens bleven nog een paar dagen opgesteld staan langs het Zuidpark en op het Zuid zelf, en zo konden wij schooljongens onze schade inhalen – meisjes kwamen daar nog niet aan te pas, want die gingen altijd recht naar school en daarna recht naar huis. Wij konden er dus op ons gemak naar kijken en zelfs opkruipen, al hadden wij het gevoel dat dat laatste wellicht verboden was.
Het dient wel gezegd: bij rustige beschouwing vielen die praalwagens enigszins tegen. De helft kleiner dan gedacht, en de meeste van die duizenden azalea's hadden een rossige schijn en verspreidden een weeë geur.

De Belgische betoging van zondag was natuurlijk heel iets anders dan de corso’s waar wij het hier over hebben, maar de cameramensen die er de televisiebeelden van schoten, moeten toch ook klein van stuk zijn geweest. Zij kregen nooit eens een goed uitzicht op die indrukwekkende stoet. Een mensenzee van wel vijftigduizend volgens de politie van Schaarbeek. Cijfer dat door de journalisten van dienst onmiddellijk werd verspreid, want in hun kringen is de slogan de politie, uw vriend buitengewoon levendig.

Spijtig dan dat bij haar eerste bieding de politie zich manifest had miskakt. Ook voor journalisten heeft de belachelijkheid haar grenzen, en twee keer nadenken volstond voor hen om hun eergevoel terug te vinden. De situatie schreeuwde om een Belgisch compromis, want ook de flikken zijn mannen van hun woord.
Na enig overleg kwam men tot het cijfer van vijfendertigduizend. Tout le monde content. Weinig betogingen of optochten waarbij het aantal deelnemers zo eendrachtig is vastgesteld.

Door mijn jeugdige ervaringen echter met die enorme bloemenwagens, ben ik geneigd om dat cijfer vijfendertig te zien als een compromis tussen die vijftig, en het getal X dat enkele schuchtere journalisten misschien meenden te hebben gezien.
Zo kom ik op (2x35)-50 = twintigduizend deelnemers. Een cijfer dat trouwens eerder was genoemd, ook op de RTBf. Al spraken in hun onschuld sommigen eerst zelfs van achttien- à twintigduizend. En nog bij wijze van geste was mijn indruk.

Duffe luchtjes kun je op televisie niet laten zien, niemand die dat zou wensen trouwens, en ook de blik van de arend is te veel gevraagd besef ik, maar bij volgende gelegenheden moet het mogelijk zijn om toch één camera een ietsje hoger op te stellen, op een volwassen standpunt?

.

16 november 2007

Bij een prijsuitreiking

.
.
.
Wat een journalist moet kunnen
En op school nooit heeft geleerd
Is de waarheid zo verdunnen
Dat zij niemand nog geneert



Hartelijk aan Peter opgedragen
bij zijn heuglijke verkiezing als Marketeer van het Jaar

AD MULTOS ANNOS
.
.
.

14 november 2007

Mooie liedjes duren niet lang

.
Normaal gesproken is Minister van Buitenlandse Zaken zijn van een land als België een pretje. Je moet een beetje van reizen houden natuurlijk, en dat kan soms vermoeiend zijn maar echt lastig is het niet. Tenslotte weten al je collega’s dat jouw mening er toch niet toe doet. Maar zoals met vele dingen: of je iets plezierig vindt of niet, hangt voor een groot stuk van de omstandigheden af.
Op de radio hoor ik dat Karel De Gucht de laatste tijd gedurig grapjes van collega’s moet aanhoren over ons koninkrijk, .zoals vandaag weer in Engeland. En zijn collega’s mogen dan misschien vinden dat ze origineel uit de hoek komen, voor Karel zijn het altijd dezelfde grapjes.
Toch is hij nog te benijden als je hem vergelijkt met bijvoorbeeld zijn Duitse collega Frank-Walter Steinmeier, of zelfs met Bernard Kouchner van Frankrijk.

Die twee wilden zich deze week na een moeilijke Frans-Duitse ministerraad even laten gaan, en doken een opnamestudio in om samen met een Duits-Turkse rapper, zekere Muhabbet, een plaatje in te zingen. Het Lied had als thema de Integratie.

Deze Muhabbet is geen onbekende en zo kreeg hij voor kort in Berlijn nog de Prix Europa. De toenadering tussen Turkije en Duitsland gaat hem namelijk zeer ter harte, en dat maakt hem tot een toonbeeld van integratie zegt Steinmeier. Sociologen spreken van een rolmodel. Muhabbet mag bijgevolg al eens met de minister mee op reis, naar Turkije bijvoorbeeld, want dat bevordert de toenadering.

Alles goed en wel, maar nu kwam de journaliste Esther Schapira – cineaste ook, met een geruchtmakende film over de dood van Theo Van Gogh – met een vervelend verhaal. In een uitzending van de ARD verklaarde Schapira dat Muhabbet aan haar had gezegd dat wat hem betrof die Van Gogh nog van geluk mocht spreken dat hij zo snel was doodgegaan, want hij, Muhabbet zou hem in een kelder hebben opgesloten en gemarteld. Ook Ayaan Hirsi Ali wachtte een onaangenaam einde.

Steinmeier dreigt nu in nauwe schoentjes te komen, en instinctief volgt hij dezelfde tactiek als De Gucht destijds, met zijn Potter-interview: stark denial.
Muhabbet heeft dat niet gezegd, probeert Steinmeier, en de ARD mocht wat terughoudender en zorgvuldiger zijn voor ze iets op antenne brengen. „Er hat sich immer gegen Gewalt ausgesprochen und für Integration, für deutsch-türkische Zusammenarbeit“, sagte der Außenminister, zo schrijft de Frankfurter Allgemeine.
Muhabbet kan dat dus onmogelijk gezegd hebben (en anders dan bij De Gucht is er geen bandopname).

Maar vervelender nog is dat Schapira een collega-getuige heeft, zekere Kamil Taylan, én dat zij desgewenst haar verklaring ook onder ede wil bevestigen. Steinmeiers intimidatiepogingen bestempelt zij als een onbeschaamdheid, “eine Unverschämtheit”.

Eens kijken wanneer onze met marketeers bevolkte pers deze spannende ontwikkelingen bij de oosterburen zal ontdekken.
.

11 november 2007

Mee zijne vlieger, hij ging omhuuge!

.
En het was vooral het ziene weerd hoe hij is neergedaald vannacht.
Want commandant Jacques Wilmart is weer onder ons, terug van Tchad. Met zijn ziek hart zal hij geen kleine negertjes meer kunnen rondvliegen, alvast een positief punt.
Dat hij werd teruggevlogen met Air-Flahaut, op kosten van de Vlaamse belastingbetaler dus, lijkt mij misschien minder positief.

Voor onze simpele Vlaamse journalisten is die oude Wilmart enkel een brave ex-Sabenapiloot die zich inzet voor de Derde Wereld, maar op Franstalige sites lees je wel iets over banden met huurlingen, en zelfs met de ons onlangs ontvallen “colonel” Bob Denard, de Franse huurling (Gilbert Bourgeaud was zijn echte naam) die in dienst van De Gaulle en Mitterrand smerige zaakjes oploste in Noord-Afrika en vervolgens, in dienst van Boudewijn, Tsjombé en de CIA, onder meer in Katanga.

Mij lijkt Wilmart nog wat jong voor de genoemde klussen, maar het is vanzelfsprekend moeilijk te beoordelen of hij niet inderdaad in soortgelijke latere circuits zijn neus heeft laten zien.
Verdacht vond ik het in elk geval dat hij op slag, bij de eerste noot die wij van die Arche de Zoé hoorden, door de Franstalige en Belgicistische milieus werd bewierookt als hadden wij hier een nieuwe apostel der armen voor ons. Dat leek sterk op een ordewoord. Misschien vond men in die kringen dat het gerecht van een andere staat best niet te diep ging graven?

Ook aan de verklaring van Jacques Wilmart, onmiddellijk na zijn landing in Melsbroek zat een luchtje.
We beseffen niet in wat voor gelukkig landje wij leven, aldus onze hartpatiënt, en het zou dom zijn om daar iets aan te veranderen.

Wilmart zal over dat soort problemen, hoop ik, niet zitten piekeren hebben terwijl hij met zijn kostbare vracht het Afrikaanse luchtruim doorkliefde.
Maar misschien kreeg hij dat mooie BHV-toespraakje, dat op de RTBf de gepaste aandacht kreeg, wel in de hand geduwd door Anne-Marie Lizin, onze ex-Senaatsvoorzitster die begrijpelijkerwijs ook in Vlaanderen graag enige stemmen ronselt, en die in Melsbroek op het appèl was?

Donnant donnant quoi!

.
.

9 november 2007

Het moet niet altijd ernst zijn

.
Carl Devos, onze politieke weerman met zijn zonnige kijk op de vaderlandse hemel, vindt “dat bochtenwerk van Yves Leterme” onbegrijpelijk. Hij had het gheel zekers niet voorzien, dat kunnen alle luisteraars getuigen. Nu, voor de media zal Devos wel een expert blijven denk ik. Wat dat betreft hebben zijn loze praatjes van de voorbije weken weinig bedorven – maar die innemende jonge kerel dacht meteen ook aan ons, gewone burgers: “Ik word daar nog voor betaald, maar voor hen moet dat vreselijk moeilijk zijn om het allemaal te volgen” (Radio1, iets voor zevenen).
Dat, terwijl Leterme juist enige rechtlijnigheid laat zien, wat – grif toegegeven – voor diens partij een novum is. Reyndérs parafraserend zou ik zelfs zeggen: een rechtlijnige CVP, dat op zich is al een staatshervorming.
En nuchter bekeken is er in de voorbije paarse acht jaren inderdaad maar één ding gebeurd: het Belgische establishment heeft zijn invloed op de CVP veronachtzaamd, en verloren.
Dat domme francofone Belgische establishment moet op een ogenblik Verhofstadt echt geloofd hebben ...dat die een Volkspartij ging bijeenkrijgen, en dat de rest voortaan niet meer meetelde. Wat zij niet zagen is dat onder de democratische druk van het Belang, die CD&V van koers wel moést veranderen. Het Belang ondervindt daar, in de peilingen toch, nu al de eerste weerslag van. Zo werkt de democratie Devos, dat leren ze niet op school hé?
Want Devos betreurt de recente ontwikkelingen, die een federale regering inderdaad zo goed als onmogelijk maken. Ja, tenslotte supportert Carl voor die ploeg, al mogen de rennertjes wat hem betreft hun paarse truitjes nu wel uittrekken, en zich in een orangebleu tenuetje steken. Zo onafhankelijk is onze wetenschapper wel.

Politicologen staan enigszins boven de politiek kun je zeggen, en daarom ging ik gisteren bij deBuren, naast de Munt in Brussel, luisteren naar Chantal Mouffe.

Mouffe (Charleroi, 1943) is onder politicologen een grosse légume. Na haar studies in Leuven, Parijs en Essex ging zij wetenschappelijke arbeid verrichten in Harvard, Cornell, University of California, Princeton en het Centre National de la Recherche Scientifique in Parijs. Ze doceert nu aan de University of Westminster.
Was me dat een afknapper, die spreekbeurt! We hoorden een lange Engelse tekst aflezen, goed en foutloos geschreven, dat wel, maar volslagen inhoudloos. Mouffe had het over democratie en multiculturalisme, maar scheen er nog niet uit te zijn wat onder die begrippen verstaan moet worden. Antagonisme, agonisme, er vielen nog meer woorden met Griekse stammen, maar wijzer ben ik niet geworden.
Dat kan nog aan mij liggen, maar het publiek ondervond ook andere problemen: Mouffe, hoe lang zij ook in de Angelsaksische wereld vertoefd mag hebben, had kennelijk een Franse tekst opgesteld, en zij zag hem nu voor het eerst in allemaal Engelse woorden!
Door deze omstandigheid kon ik, op bescheiden schaal, mij als Vlaming dienstbaar maken in dit internationale gezelschap.
Er deed zich een eigenaardig fenomeen voor: naast mij zat een volbloed Engelse, die voor de EU werkte vertelde ze mij, en af en toe begreep zij iets niet.
Nu zijn er een hoop woorden zoals aintérnasjonál, ainstitusjónne, convansjón, neesjónne, multíe-culturalíesme &cet, die helemaal in de twee genoemde talen te begrijpen zijn, en daar lag mijn buurvrouw haar probleem niet – want al was het licht vermoeiend, af en toe was het ook heel grappig om naar Mouffe te luisteren op die manier.
Voor andere termen echter raadde ik mijn buurvrouw aan om vooral aan mogelijke Engelse schrijfwijzen van Mouffes woorden te denken, en dat gereconstrueerde letterbeeld dan (inwendig natuurlijk!) op zijn Frans uit te spreken. Woorden als alien bv, die geen direct equivalent in het Frans hebben, vielen heel goed te begrijpen met deze methode.
Ik kan mij inbeelden dat Chantal Mouffe een cultfiguur moet zijn bij haar Engelse studenten.
Maar inhoudelijk, zoals gezegd, was haar boodschap helaas volslagen zinledig (zou Wittgenstein denkelijk oordelen, één van haar auteurs): theoretisch getoeter en gezwaai met termen, geen inzicht in problemen die zich werkelijk stellen, ontkenning ook, gebrek aan historisch besef, en zelfs gebrek aan kennis van basisteksten (wel citeerde zij af en toe een autoriteit die niemand in de zaal leek te kennen, al zat die vol met ijverig notitie nemende studenten).
In andere culturen is er ook respect voor personen, vat ik samen wat ik begreep, maar dat valt niet noodzakelijk samen met wat wij Human Rights noemen. Soms slaat het meer op de groep dan op het individu. Er moet dan een soort gemeenschappelijke grond gevonden worden om het gesprek tussen culturen mogelijk te maken. Wie, of welke instantie er kan beslissen of die gemeenschappelijke grond er ook is, moest Mouffe in het midden laten.
De vragen uit het publiek waren te moeilijk voor haar om in het Engels te beantwoorden. Als een drenkelinge greep ze soms naar haar papieren en herhaalde letterlijk wat ze net had afgelezen.
Over onze Belgische toestand kon Mouffe, op zo'n publieksvraag, niet veel zeggen, behalve dat het nogal schandalig was dat een minderheid gemaltraiteerd werd door een brutale meerderheid. Een democratie vraagt respect. Zij had "ze Belzjan pepérs" gelezen zei ze (al zat ze natuurlijk in gedachten meer in Londen, maar dat gaf haar juist enige afstand: politicologie is wetenschap niet te vergeten), maar die kranten van haar bleken per slot enkel Le Soir te zijn. Dat flapte zij er in haar naïviteit uit. Voor wie zou Le Soir niet volstaan tenslotte?
Enfin, ik zou haar graag eens horen interviewen, in het Frans natuurlijk, over concrete dingen die volgen uit haar theoretische multíe-culturalíesm. Vooral toegespitst op Belgische toestanden, omdat wij die zo goed kennen.
Alors! qui veut une fois interviewer cette meuf ? après tout: le proef of ze keekke is ín die ietíng!
__________________

P.S. Zoals dat bij deBuren altijd is, kregen wij na afloop een goed glas wijn aangeboden. Mijn buurvrouw vertelde mij dat ze was gekomen omdat Mouffe haar in een mail was aangekondigd als "the foremost philosopher of Belgium". Ik heb haar gezegd dat ik tegen deze kwalificatie niets in te brengen had, gezien die laatste toevoeging.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html