23 september 2006

Wiskunde is te moeilijk, tellen ook, maar over feminisme weet ik alles

.
Een krant als De Morgen is het aan zichzelf verplicht om af en toe ook iets te schrijven over wetenschap. Vanzelfsprekend, om droge en exacte feiten te vernemen heb je geen krant nodig. Een krant is er om zulke zaken in een breder, maatschappelijk verband te plaatsen.
Wat Morgenredacteurs in tegenstelling tot velen onder ons namelijk klaar inzien, is dat geen enkele wetenschap, ook niet de meest abstracte, waardenvrij is. Op dat punt staan zij heel scherp.
Vandaag, zaterdag had hun redacteur Carpentier een verdienstelijk artikeltje over Ingrid Daubechies, de Vlaamse wiskundige die de theoretische grondslag legde voor dingen als bijvoorbeeld MPEG, een data-compressiesysteem waarvan de naam aan vele internet-gebruikers, Ipodgebruikers en anderen wellicht bekend is. Daubechies is wereldberoemd.

Op zich heeft dat weinig te betekenen dachten ze bij De Morgen. Veel interessanter: wat zijn de maatschappelijke implicaties hiervan? Er staan, net als in de politiek en in het bedrijfsleven, ook in de wiskunde te weinig vrouwen aan de top.

De redenen voor deze wantoestand illustreert Nathalie Carpentier verrassend eenvoudig.


Wiskundig toptalent professor Ingrid Daubechies krijgt internationale pioniersprijs
door Nathalie Carpentier
Eén, twee, vier, acht, zestien, tweeëndertig, vierenzestig, honderdtweeëndertig, tweehonderdvierenzestig... Zo kon de kleine Ingrid Daubechies uren doorgaan als ze niet kon slapen. Fascinerend vond ze het, hoe snel de getallen toenamen.

Tot honderd leek alles goed te gaan, maar eens daarboven werd ...zelfs de schrijfwijze van de getallen Nathalie te machtig. Dat de kleine Ingrid Daubechies uren zo kon doorgaan lijkt mij trouwens onwaarschijnlijk: nog enkele seconden en haar slechte getallen zouden onuitspreekbaar zijn geworden.

Het zal wel muggenziften zijn, maar toch vraag ik je: heeft iemand dergelijke dingen al in een echte krant, als bv. de NRC  zien staan? Of in een andere krant die feiten respecteert, en die van zijn redacteurs eist dat ze eerst die goed onder de knie krijgen, vooraleer zij het over serieuze dingen mogen hebben?
.

20 september 2006

De hoofddoek is geen stukje textiel, as Simple Steve said

.
Vandaag in De Morgen op p.3. staat een artikel dat, ik schat een jaar geleden nog ondenkbaar was (er is vooruitgang!), maar waar toch nog enkele kanttekeningen bij kunnen. [alle zwart is, in die volgorde, wat in de krant stond]

.
Moslima zonder hoofddoek afgetroefd
door Marjan Justaert
HOBOKEN. Een 24-jarige vrouw met Marokkaanse roots werd vorig weekend op het Antwerpse Kiel lastig gevallen door een groepje allochtone jongeren, die haar met grof taalgebruik verweten geen hoofddoek te dragen. Toen ze hen van repliek diende, werd ze prompt afgetuigd.
Het incident in Hoboken zwol aan tot een heuse rel toen de politie ter plaatse kwam. Zo'n dertig jongeren verzamelden zich rond de combi en begonnen met stenen te gooien. Eén jongeman van 22, van allochtone origine, werd opgepakt. De man ontkent de feiten in alle talen. Hij heeft geen strafblad en zou volgens de eerste aanwijzingen het slachtoffer niet kennen.

Ja, dat was onhandig, dat die politie ter plaatse kwam. Het was eerst niets, maar daarna bleken er plots dertig man te staan, mét stenen. Een heuse rel!
De Morgen wordt overigens nogal nadrukkelijk in zijn woordkeuze. Net nu wij gewend waren aan de eenvoudige term “jongeren”, voegen zij tweemaal hetzelfde adjectief toe. En het gaat ook om niets: er was al om te beginnen geen "tournante" (groepsverkrachting), enkel wat scheldwoorden en een paar klappen voor een onwaardige vrouw. Dat die vrouw de jongeren "van repliek had gediend" is hierbij een bewering die om te beginnen van De Morgen komt, en ten tweede niet ter zake doet, maar om de spanning van dit feitenrelaas even te breken, eerst een kort commentaartje:

"Cijfers hebben we niet, maar we merken dat het meer en meer gebeurt dat moslima's worden uitgejouwd door mannen van dezelfde afkomst, die het niet kunnen verkroppen dat de vrouwen niet gesluierd lopen", zegt Sven Lommaert, woordvoerder van de Antwerpse politie. "In veel gevallen blijft het bij beledigingen, maar soms worden moslima's ook bedreigd of fysiek aangepakt."

Hier moet de politie zich vergissen: de gesluierden zijn juist zelfbewust, staan op hun identiteit en maken een volkomen vrije keuze, heb ik altijd gelezen. Terug naar de feiten:

De vrouw in kwestie werd naar het ziekenhuis overgebracht met een gezwollen lip en een rode linkerwang. Ze mocht dezelfde dag nog naar huis.

Eigenlijk was er niet zoveel aan de hand. Ze moet niet klagen geloof ik. Een groepje jongeren dat één vrouw afslaat, het is niet mooi misschien of niet moedig, maar je moet die dingen in hun cultureel verband zien, en het blijven jongens tenslotte, en dat groepsgevoel is juist iets waar wij zoveel van kunnen leren. Nog een intrigerend commentaartje:

"Als er daadwerkelijk geweld aan te pas komt, wordt er soms klacht ingediend", verklaart Antwerps parketwoordvoerster Dominique Reyniers. "Najouwen daarentegen is geen misdrijf. Vandaar dat wij zeker niet kunnen spreken van een stijging van dergelijke gevallen."

Dat causale "vandaar" is misplaatst. Ik begrijp alvast: niet bij elk geval waar bloed vloeit wordt klacht neergelegd. Er kunnen bij de slachtoffers inderdaad tal van overwegingen meespelen. Zij moeten nog naar huis terug, naar hun buurt en familie, en daar stelt de bescherming van de burgerlijke wet en de politie weinig voor. Overigens lijkt het mij onwaarschijnlijk dat De Morgen de parketwoordvoerster correct citeert: “daadwerkelijk geweld”? Wat is dat? Beledigingen en “najouwen” zijn ook geweld. Wat denkt juffrouw Justaert overigens dat die jongeren riepen?

Ook bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding durft men geen gewag maken van een toename. "Op het eerste gezicht zien we geen stijging van zulke klachten. Het gaat dan ook veeleer om onverdraagzaamheid van een bepaalde groep mensen dan om pure discriminatie waarbij iemand anders behandeld wordt dan een ander."

Inderdaad, als de regel voor werkelijk alle moslimvrouwen geldt, dan moeten zij sportief blijven en niet over discriminatie zeuren.
Merkwaardig genoeg lijkt het directe probleem van de vrouw, die is afgeslagen door een bende ongeciviliseerden, al direct te moeten wijken voor de vraag of er een toename is van dit soort islamitisch geïnspireerd (is het niet, keizer Manuel Paleologos?) crapuleus gedrag.
Ja, duiding ...de zaken in een breder kader plaatsen is comfortabeler en makkelijker dan feiten onder ogen zien. Ook dat fijne gevoel voor nuance van het CGKR valt op: “veeleer onverdraagzaamheid”, “bepaalde groep”, “[geen]pure discriminatie”. En vooral dat groteske "op het eerste gezicht".
In zijn geweldige bedaardheid laat De Witte zich kennen als een volkomen marginale figuur. Moreel en intellectueel staat hij buiten de Westerse waardenschaal. Wordt die vrouw dan volgens hem niet “puur” gediscrimineerd om haar anders-zijn? (en ik begrijp dat De Witte zijn beroep verdedigt, maar het woord "discriminatie" komt hier niet te pas. Aggressie is méér dan discriminatie; hij doet alsof het minder is.)

De hulpverleners bedaren eveneens de gemoederen. "We sluiten zeker niet uit dat zulke dingen gebeuren, maar het lijkt ons nog niet nodig om aan de alarmbel te trekken", zegt Sultan Balli van het Steunpunt voor Allochtone Meisjes en Vrouwen (Samv). "Dat een jonge vrouw afgetroefd wordt omdat ze geen hoofddoek draagt, is erg. Toch lijkt het een uitzondering, die eerder te maken heeft met jongeren die op een andere manier moeten leren communiceren dan met een radicalisering van de geloofsbeleving."

Ja, uitsluiten dat iets zou kúnnen gebeuren, dat juist gebeurd ís, zou inderdaad een domme indruk maken. Maar, ”anders leren communiceren”, daar zit de clou dus.
Woorden hebben geen betekenis meer, ik weet het, en voor De Witte hebben vuistslagen (op andermans gezicht) die al evenmin.
Dat het overigens met een radicalisering van de geloofsbeleving te maken zou hebben geloof ook ik niet. Het heeft meer te maken met een gevoel van groeiende, en onbelemmerde macht.
En die "uitzonderingen" van Sultan Balli ... die hebben een sterke exemplarische kracht. Niet elk meisje zal haar grenzen nog aftasten na zulke uitzonderingen. Wat is die journaliste hier schuldig naïef.
Als een jonge islamitische vrouw zich wil gedragen naar Westerse normen, en als persoon wil erkend worden, niet langer de eigendom van een vent wil zijn, hetzij vader, broer, oom, man of zoon – wat de sluier aangeeft, Steve ! – dan wordt zij door haar eigen gemeenschap hard geslagen, en op mijnheer De Witte hoeft zij alvast niet te rekenen.

16 september 2006

Fallaci, Ratzinger en een namaakventje

.
"I feel less alone when I read the books of Ratzinger."

"I am an atheist, and if an atheist and a pope think the same things,
there must be something true. It's that simple!
There must be some human truth here that is beyond religion."


Oriana Fallaci (29 juli 1929 – 15 september 2006)


Ik moet twee onaangename dingen vertellen. Eén van die twee is ridicuul, en laat mij daarmee beginnen.
De cursiefjes-schrijver Camps, die in de waan verkeert dat zijn artikeltjes in hoofdletters worden afgedrukt, en die heel fier is over het pseudohollandse taaltje dat hij zichzelf heeft aangeleerd, en die een soort van namaak-janmulderachtige droefgeestigheid ten toon spreidt die in zijn geest waarschijnlijk voor sérieux doorgaat: die man heeft op de eerste pagina van De Morgen vandaag een schandelijk In Memoriam voor Oriana Fallaci mogen schrijven.
Hij begint ongelukkig met haar “oud-journaliste” te noemen, daar waar “journaliste” had moeten staan. Een bekende stijlfout, in dit geval ook een ongevoeligheid, die bij De Morgen niet zal zijn opgevallen. De verstandige lezer weet dan genoeg en leest iets anders, maar ik had mijn bekomst nog niet en las verder. En verderop kwamen er geen stilistische onnozelheden meer, maar grofheden van het laagste soort. Laten wij Camps even zijn gang gaan.
Fallaci schreef bijvoorbeeld: "als de eerste de beste Ayaan Hirsi Ali".

Die kleine zandgrondworm permitteert het zich om iemand te noemen die wereldwijd wordt geacht om haar fysieke moed, en waar geen tweede exemplaar van bestaat. Hij noemt verder nog een hoop bekende namen, van Kissinger tot Cathérine Deneuve, maar daar las ik over, omdat ik begrip had voor een man die zijn kleine kolommetjes vol moet krijgen, terwijl alles wat zijn geest simultaan kan bevatten makkelijk op een bierviltje gaat.
Camps wist nog iets, en in zijn vermeende KAPITALEN schrijft hij: “Oriana Fallaci was doorgeschoten in haat, zelfhaat wellicht. Ik, haar aanbidder, had alleen nog medelijden. Een mildere vorm van verachting. Was het de kanker die haar lichaam doorkliefde?”
Ik, en ik Camps durf zulke dingen vertellen!
En Camps weet niet waar de grenzen van het fatsoen liggen, maar aangezien zijn redactie dat ook niet weet, zit hij op rozen.
o-o-o-o-o

Nu die tweede onaangenaamheid. Het Vaticaan laat weten dat Joseph Ratzinger zich verontschuldigt bij de moslims. Dat is bijzonder droevig, want ik zie niet in waarvoor hij dat zou doen.
In zijn redevoering heeft hij, zoals hier eerder gezegd, een XIVde E.’se Byzantijnse keizer geciteerd, Manuel II Paleologos. Die keizer had een aantal gesprekken met een Perzische geleerde, en Perzië was toen grotendeels al met geweld bekeerd. Hier het fragment uit Benedictus' redevoering waar de moslims zich aan storen (al is dat storen natuurlijk niet echt waar: zij hebben die rede immers nooit gehoord, laat staan gelezen; wat zij willen testen is de bereidheid van het Westen om op hun hegemoniale eisen in te gaan ...en dat lukt aardig):

In het door professor Khoury uitgegeven zevende gesprek (διάλεξις – controverse) raakt de keizer het thema van de djihad aan, de heilige oorlog. De keizer was ongetwijfeld bekend met wat in Sura 2, 256 staat: Geen dwang in zaken des geloofs – en zoals kenners ons leren betreft het hier een der vroege sura’s, uit de tijd dat Mohammed zelf nog geen macht had en bedreigd werd. Maar de keizer kende natuurlijk ook de andere – later ontstane – onderrichtingen betreffende de heilige oorlog, die in de koran zijn neergelegd. Zonder in details te treden, zoals de verschillende manier van omgaan met “mensen van het Boek” en de “ongelovigen”, spreekt hij zijn gesprekspartner verwonderlijk abrupt aan, op een voor ons verbazend abrupte toon, en stelt hem heel simpel de centrale vraag naar de verhouding tussen religie en geweld. Hij zegt: “Toon mij dan, wat voor nieuwigheid Mohammed gebracht heeft, en dan zul je enkel slechte en onmenselijke dingen aantreffen, zoals zijn voorschrift om het geloof dat hij predikte door het zwaard te verbreiden.” Na zich zo sterk uitgedrukt te hebben gaat de keizer verder en legt hij gedetailleerd uit waarom geloofsverbreiding door geweld tegen de rede ingaat. Zij is onverenigbaar met het wezen van God en het wezen der ziel. “God stelt geen behagen in bloed”, zegt hij, “en niet handelen volgens de rede, „σúν λόγῳ”, gaat in tegen Gods wezen. Het geloof is de vrucht van de ziel, niet van het lichaam. Wie bijgevolg iemand tot het geloof wil brengen, zal de gave van het woord nodig hebben, en het vermogen om correct te redeneren, maar geen geweld of dreiging… Om een verstandige ziel te overtuigen, heb je je armen niet nodig, geen slagwapen noch ander tuig waarmee je iemand met de dood kan bedreigen...”.
Doorslaggevende zin in deze argumentatie tegen de bekering door geweld luidt: Niet handelen volgens de rede, gaat in tegen Gods wezen. De tekstbezorger, Theodoor Khoury geeft als commentaar: voor de keizer is deze zin een evidentie, want als Byzantijn is hij in de Griekse filosofie groot geworden. In de moslimleer echter is God absoluut transcendent. Zijn wil is aan geen van onze categorieën gebonden, niet eens aan die der rationaliteit. Khoury citeert daarbij een werk van de bekende Franse islamoloog R. Arnaldez, die er op wijst dat Ibn Hazn zo ver ging te verklaren dat God niet eens door Zijn eigen woord gehouden was, en dat niets Hem er toe verplichtte ons de waarheid te openbaren. Als Hij dat wenste, dan zou de mens zelfs tot afgodendienst kunnen worden verplicht.


Iedereen mag oordelen, maar als u verontschuldigingen aanbiedt voor zo'n tekst, en met de bijzondere achting die ik u toedraag Joseph Ratzinger, dan wijkt u af van het rechte pad. Wellicht denkt u aan het lot van de weinige christenen die nog zijn overgebleven in de islamitische rijken, en dat is een ernstige overweging, maar vriend Joseph: Oriana maakte een andere inschatting.
.

15 september 2006

Een keizer die zijn kleren niet van een Brusselse bisschop moest krijgen

.
Vaak is er enkel plaatselijk nieuws, soms ook wereldnieuws. Vandaag waren ze er allebei, maar alleen het plaatselijke nieuws heeft onze Vlaamse journalisten kunnen boeien. Hun berichten gingen over het ontslag van een kleine keizer. Dat ontslag was onvermijdelijk luidde hun oordeel, en zoals altijd spreken onze jongens van de vierde macht uit één mond (niets ongewoons: zij laven zich tenslotte allen aan de gulle bron der Uitvoerende Macht). Waarin deze onvermijdelijkheid juist bestond, werd uit gewoonte in het vage gelaten: de kleine keizer was driftig, arrogant, eigengereid &cet. Psychologiseren kost niets en het is plezierig.
Dat het ontslag al jaren eerder had mogen komen, bijvoorbeeld kort na aanwerving, heb ik nergens gelezen. Dat ’s mans Nederlands ondermaats was –toch een handicap in een culturele instelling– werd niet vermeld bij mijn weten. Dat hij eerst nog reclamefoldertjes meende te mogen maken voor zijn Brusselse kleermaker Bisschop, en vervolgens met een rode kop moest verklaren dat hij nu nog meer zijn best zou doen om uit te vissen wat voor verplichtingen er bij deez job kwamen kijken, al evenmin. Wat betreft deze inzichten was onze adelaar aanvankelijk zo onschuldig als een lam, en minister Van Mechelen had naar niets gevraagd.
Laten wij deez zaak rusten, en eens kijken of er nog andere kwesties aan de orde zijn in de wijde wereld.

o-o-o-o-o-o-o-o-o

Vrienden, er is mogelijk een nieuwe cartoonkwestie in de maak! Benedictus de Zestiende heeft een reis naar Duitsland gemaakt, en hij heeft daar een opmerkelijke redevoering gehouden. In onze kranten lezen wij hooguit een zinsnede, maar in Le Monde online vandaag kunnen wij die rede toch partim nalezen, zij het onder de titel Verbatim.
Onze moslimbroeders blijken alweer gekwetst te zijn, en er zijn reacties tot in Azië. Onder meer Turkije, Libanon, Pakistan, en stemmen tot in Indië en Indonesië hebben zich laten horen. Ik vertaal snel wat ik lees, want de commentaar van de Fransen lijkt mij beter dan wat onze verzamelde pers zal voortbrengen in de komende dagen (gesteld dat zij door de feiten daartoe gedwongen worden):

"God is niet op bloedvergieten gesteld"

In zijn rede, gehouden dinsdag 12 september in Regensburg, heeft de paus geciteerd uit een werk van Theodor Koury, een theoloog uit Münster die in de jaren 1960 het verhaal van de “Zevende controverse” ophaalde, waarbij in 1391 de christelijke byzantijnse keizer Manuel II Paleologos (1350-1425) zich tegenover een Perzische geleerde bevond.
Op een manier die voor ons verwonderlijk abrupt mag lijken, stelt de keizer aan zijn tegenstander een vraag , de centrale vraag over het verband tussen religie en geweld. Hij zegt hem:
“Toon mij dan wat voor nieuwigheden Mohammed heeft gebracht. Je zult enkel slechte en onmenselijke dingen aantreffen, zoals de recht om te zwaard het geloof dat hij predikte te verdedigen.” De keizer legt vervolgens uit waarom het absurd is het geloof door geweld te verbreiden. “Dergelijk geweld is tegengesteld aan de aard van God en aan de geaardheid der ziel: God is niet op bloedvergieten gesteld. (…)
Hij die iemand tot het geloof wil brengen, moet zich kunnen verlaten op goede argumentatie en correcte redenering, niet op geweld en dreiging. (…) Om een redelijk wezen te overtuigen hoef je noch je armen te gebruiken, noch wapentuig, noch wat voor middelen ook waarmee je iemand met de dood kunt bedreigen.” (…)
In deze argumentatie van de keizer van Constantinopel, tegen de gedwongen bekering, is de beslissende zin deze: een onredelijke handelwijze gaat in tegen de aard van God. Voor de keizer, een Byzantijn die met de Griekse filosofie was opgevoed, is deze zin vanzelfsprekend.
In de muzelmaanse leer echter is God volkomen transcendent. Zijn wil is niet gebonden aan gelijk welke van onze categorieën, niet eens die van de rede. *



Dans son discours prononcé mardi 12 septembre à Ratisbonne, le pape a cité un ouvrage de Theodor Koury, théologien de Münster qui, dans les années 1960, avait rapporté la "Septième controverse" ayant opposé, en 1391, l'empereur chrétien de Constantinople, Manuel II Paléologue (1350-1425), à un érudit persan.
L'empereur pose à son interlocuteur, d'une manière étonnamment abrupte pour nous, la question centrale du rapport entre religion et violence. Il lui dit : "Montre-moi donc ce que Mahomet a apporté de nouveau. Tu ne trouveras que des choses mauvaises et inhumaines, comme le droit de défendre par l'épée la foi qu'il prêchait." L'empereur explique alors pourquoi il est absurde de diffuser la foi par la violence. Une telle violence est contraire à la nature de Dieu et à la nature de l'âme : Dieu n'aime pas le sang. (...)
Celui qui veut conduire quelqu'un vers la foi doit être capable de parler bien et de penser juste, et non de violence et de menace. (...) Pour convaincre une âme raisonnable, on n'a pas besoin de son bras, ni d'armes, ni d'un quelconque moyen par lequel on peut menacer quelqu'un de mort. (...) La phrase décisive dans cette argumentation de l'empereur de Constantinople contre la conversion forcée est la suivante : agir de manière déraisonnable est contraire à la nature de Dieu. Pour l'empereur, un Byzantin éduqué dans la philosophie grecque, cette phrase est évidente. En revanche, pour la doctrine musulmane, Dieu est absolument transcendant. Sa volonté n'est liée à aucune de nos catégories, pas même celle de la raison.



Dit lijkt mij duidelijke taal. Het betreft hier twee werelden, en zowel Ratzinger als Le Monde laten dat ook verstaan.
In die twee werelden gebeurde nog iets: de Nederlandse minister Donner van Justitie, neef van de betreurde schaakgrootmeester en auteur Jan-Hein Donner, zei dat als er ooit in Nederland een 2/3 meerderheid zou worden gevonden voor het invoeren van de shari'a ...dat de democratie zulks dan niet mocht verhinderen. Dat lijkt mij een degelijk democratisch standpunt, en de enige vraag is dus of wij het zover willen laten komen.



* Ik moet hem toch ook even aan het woord laten: in zijn voorwoord tot Histoire de ma Vie, zei Casanova: Je suis non seulement monothéiste, mais chrétien fortifié par la philosophie, qui n'a jamais rien gâté.
Ik ben niet enkel monotheïst, maar christen gesterkt door de filosofie, die nooit wat dan ook heeft bedorven.

2 september 2006

De Paulinische leer maakt ook bij De Standaard bekeerlingen


Ik zal u niets leren lezer, als ik vertel dat een nieuwe taal studeren geen eenvoudige zaak is. Dat thema is de laatste tijd nogal aan de orde.
Er spelen vele factoren. Een gunstige omgeving is er één: er zijn zaken die je nooit leert als je je niet in het juiste milieu beweegt. Het moet bijvoorbeeld zo goed als ondoenlijk zijn om in Antwerpen correct Gents te leren.
Terecht wijst Yves Leterme ook op het belang van de natuurlijke aanleg –je moet intellectueel ertoe in staat zijn– maar zelf ben ik geneigd het accent meer te leggen op geduld, volharding en motivatie.
Daarom is Brinckman zo’n man naar mijn hart. Niet dat ik hem aanleg wil ontzeggen, maar bij hem is het toch vooral wérken, dat voel je. Het verschil is klein, maar als het op schuttingtaal en naturelle vulgariteit aankomt merk je dat vooralsnog hij Meester Pauli moet laten voorgaan. Pupil Brinckman blijft wat houterig, moet soms nog naar zijn woorden zoeken, maar zijn artikeltje vandaag vond ik de goede richting uitgaan.
Bart probeert een verslag te brengen, of liever naar zijn hand te zetten, vanop een Flandriaboot, en daar moet een recent bevallen moeder onwel zijn geworden. Wat er precies aan de hand is geweest weten wij lezers niet, maar ik maak dat op uit Barts duiding. Feiten, en zeker details voor je houden is een goede gewoonte van de kwaliteitsjournalistiek. Erg handig. Laten wij zijn eerste paragraafjes eens bekijken:

Marie-Rose Morel, de troefkaart van Vlaams Belang in Schoten, kreeg gisterochtend een wee gevoel in de onderbuik. Daar zat het programma van Vlaams Belang voor niets tussen.
Maar Filip Dewinter trapte de laatste fase van zijn campagne in de Scheldestad gisteren af op een Flandriaboot. Niet iedere maag bleek tegen dat idee bestand, zelfs al bleef het schip aan de kade aangemeerd.
Galant kun je onze Bart wellicht niet noemen, gemanierd ook niet, informatief vanzelfsprekend niet, maar wat ik mij nu verschrikt afvraag is: zitten bij die jongen alle schroefjes en boutjes wel op de juiste plaats? zou bij Brinckman de maag in de onderbuik zitten? welke organen zitten daar nog allemaal bij hem? en hebben er andere plaats moeten maken?
Wat een zeldzaam bouwplan!
.

28 augustus 2006

263 jaar geleden werden delinquente jongeren nog anders opgevangen

.
Een zeventienjarige Venetiaan, doctor in beide Rechten, die wellicht enkele meubelstukken te gelde had gemaakt die hem strikt genomen niet toebehoorden, en die ten tweede onterecht werd beschuldigd van een homo-erotische activiteit, wat voor een "abbé" –hij heeft de lagere wijdingen ontvangen– vanzelfsprekend volstrekt verboden was, wordt opgesloten in een fort even buiten de stad. De majoor, commandant van het fort, spreekt hem toe (ik vertaal vlug, maar de oorspronkelijke Franse tekst staat verderop, en is een stuk charmanter) :

Voor het moment, monsieur l’abbé, zijn mijn orders enkel om u hier in het fort onder arrest te houden, en in te staan voor uw persoon. Als cel geef ik u heel de vesting. U hebt een goede kamer, en gisteren heeft men daar uw bed binnengebracht, en uw koffer. U kunt wandelen waar u maar wenst, en bedenk dan dat, mocht u ontsnappen, u de oorzaak van mijn ondergang wordt. Het spijt mij dat het mijn orders zijn om u slechts tien stuiver per dag te geven; maar als u in Venetië vrienden hebt die u geld kunnen geven, schrijf dan, en vertrouw op mij voor wat de veiligheid van uw brieven aangaat. U kunt gaan slapen, mocht u dat kunnen gebruiken.
Men bracht mij naar mijn kamer, die er mooi uitzag, één hoog en met twee vensterramen die mij een schitterend uitzicht boden. Ik zag mijn bed, dat opgemaakt was, en ook mijn koffer waarvan ik de sleutels bij me had, en die ze niet geforceerd hadden. De majoor had de attentie gehad om mij op een tafel al het nodige schrijfgerei klaar te laten leggen. Een Slavonische soldaat kwam mij beleefd zeggen dat hij me ten dienste zou staan, en dat ik hem kon betalen wanneer ik de mogelijkheid daartoe zou hebben, want iedereen wist dat ik maar tien stuivers had. Na een lekkere soep gegeten te hebben sloot ik mij af en ging in bed liggen, waar ik negen uur heb geslapen. Toen ik weer op was, liet de majoor mij inviteren voor het souper. Het ging allemaal nog zo kwaad niet zag ik.
Ik vervoeg mij bij deze keurige man, die ik aantref in groot gezelschap. Hij heeft mij eerst zijn vrouw voorgesteld en vervolgens noemde hij mij alle andere aanwezigen op. Een aantal militaire officieren waren het, op twee na, waarvan één de aalmoezenier van het fort, en de andere een muzikant van de San Marcokerk, Paolo Vida van naam, wiens vrouw de zus van de majoor was, jong nog, en haar man had haar in het fort ondergebracht omdat hij jaloers op haar was, en al wie jaloers is zit in Venetië in een slecht parket. De andere vrouwen daar waren niet mooi en niet lelijk, niet jong en niet oud; maar door hun welwillende maniertjes vond ik ze allemaal interessant.


Ik wil maar zeggen, om onze haastige ministers te troosten die weer à la minute nieuwe regeltjes hebben moeten verzinnen: in dit geval hebben jullie gelijk! Wij kunnen jongeren het inderdaad niet aandoen om, bovenop het feit dat zij van hun vrijheid worden beroofd, hen naar een match van de Rode Duivels te sturen. Zo weinig echte Belgen zijn daarvoor te strikken, en tenslotte gaat het om inburgering.

Actuellement, monsieur l'abbé, je n'ai autre ordre que celui de vous tenir dans le fort aux arrêts, et de répondre de votre personne. Je vous donne pour prison toute la forteresse. Vous avez une bonne chambre, où on a mis hier votre lit, et votre malle. Promenez-vous où il vous plaira, et souvenez-vous, que si vous vous échappez, vous serez la cause de mon précipice. Je suis fâché qu'on m'ait ordonné de ne vous donner que dix sous par jour ; mais si vous avez des amis à Venise qui soient en état de vous donner de l'argent, écrivez, et fiez-vous à moi pour ce qui regarde la sûreté de vos lettres. Allez vous coucher si vous en avez besoin.
On m'a conduit dans ma chambre qui était belle, et au premier étage avec deux fenêtres qui me procuraient une vue superbe. J'ai vu mon lit fait, et ma malle, dont j'avais les clefs, et qu'on n'avait pas forcée. Le major avait eu l'attention de me faire mettre sur une table tout le nécessaire pour écrire. Un soldat esclavon vint me dire poliment qu'il me servirait, et que je le paierais quand je pourrais, car tout le monde savait que je n'avais que dix sous. Après avoir mangé une bonne soupe, je me suis enfermé, puis je me suis mis au lit, où j'ai dormi neuf heures. À mon réveil le major me fit inviter à souper. J'ai vu que cela n'allait pas si mal.
Je monte chez cet honnête homme que je trouve en grande compagnie. Après m'avoir présenté à son épouse, il me nomma toutes les autres personnes qui étaient là. Plusieurs officiers militaires excepté deux, dont l'un était aumônier du fort, l'autre un musicien de l'église de Saint-Marc nommé Paolo Vida, dont la femme était sœur du major, encore jeune, que le mari faisait habiter dans le fort à cause qu'il en était jaloux, car à Venise les jaloux se trouvent tous mal logés. Les autres femmes qui étaient là n'étaient ni belles ni laides, ni jeunes, ni vieilles; mais leur air de bonté me les rendit toutes intéressantes.

Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma vie
Suivie de textes inédits
Édition présentée et établie par Francis Lacassin
Robert Laffont, 1993, 2002

17 augustus 2006

Over de Franstalige cortex


De vraag of de Franstaligen van Brussel en de Vlaamse Rand intellectueel minderwaardig zijn ­– zoals minister-president Leterme in Libération beweerde ­– is, om het op zijn Brussels te zeggen niet in-een-ik-en-een-gij te beantwoorden. Voer voor psychologen.

Puur als amateur wil ik mij wel aan een antwoord wagen, maar daarbij zou ik niet graag in aanvaring komen met de professionals van het Anti-Discriminatiebureau. Yves Leterme zelf zag dat gevaar ook, en van zijn eigen moed wellicht wat geschrokken heeft hij rap laten weten dat het maar om te lachen was. Onnodig wat mij betreft, want in het zicht van de verkiezingen had ik hem ook zo begrepen.

Maar over zijn uitspraak zelf nu: zijn inderdaad onze Franstalige medemensen cerebraal minder- of toch andersvalide?


– Een kleine excursus van prof.dr.sc..Elio di Rupo (die blijkbaar insinueerde dat Leterme zich in het Frans niet kan uitdrukken, én dat Libération ook journalisten in dienst zou hebben die een interview in het Nederlands aankunnen): “Comment dire ...het iis aan Lienks op de prentsche wej zien de center voor te verstaan of te begreeip die tael, en aan Rex tis proper gezeg, voor te spreek hemzelf”.

Voer voor psychologen dus, maar helaas: ik vermoed dat hun antwoorden zullen verschillen al naargelang de school waartoe zij behoren. Een behaviorist zal misschien zeggen dat de proefopstelling met de faciliteiten wetenschappelijk gesproken voldoende tijd in beslag heeft genomen, dat veel kredieten ondertussen zijn opgebruikt, en dat na al die jaren er bij de Franstalige onderzoeksobjecten (die hij ter vereenvoudiging zich voorstelt als zwarte dozen met een in- en output) geen significante verschillen worden genoteerd. Zo’n resultaat kan aan veel factoren liggen – slechte proefopstelling, slechte of ontbrekende bedrading binnenin die dozen misschien, maar over dat laatste kan onze behaviorist per definitie niets vertellen want hij houdt zich enkel bezig met in- en outputs. Op zich is dat nuttig, maar laten wij ook eens kijken wat anderen misschien te vertellen hebben.
Ik stel voor dat wij de geit bij de horens vatten en meteen bij Alfred Adler te rade gaan, de middelste van de drie gebroers Freud, Adler & Jung, en de man van de orgaanminderwaardigheid. Mogen wij nu – omdat uit vele cijfers blijkt dat overal, dus niet enkel in België het pover is gesteld met de talenkennis van de francofonen – mogen wij daaruit besluiten dat Franstaligen, gemiddeld welteverstaan, over een erbarmelijk stel hersens beschikken?
Ik meen van niet, al zijn er natuurlijk voorbeelden genoeg die mij tegenspreken. Denken wij nog maar aan Laken, waar de taalbaden zo weinig effect hebben. Een slecht exempel echter, zou hier onze arme koningin zijn, die thuis immers Italiaans sprak. Ik denk meer aan haar nazaten. Trouwens die koningin was vroeger heel mooi, en bij haar Blijde Intrede in Gent moesten wij met de jongens van de school defileren aan het Zuidpark, langs de tribune waarop zij gezeteld was, en dat liet ons niet onberoerd maar wij hielden ons gemak en begonnen niet zoals baron Vastapane schunnige liedjes te zingen in de trant van: “En maane vlieger, mee zaane steert, hij goat omhuuge, ‘t es ’t ziene weerd”.
Nee, orgaanminderwaardigheid is het ook niet.
In Brussel ben je als Nederlandstalige nog gelukkig als je te horen krijgt: Ah, keske c’est difficile le flamand! .Ze doen dan net of l’allemand en l’anglais stellen minder een probleem, enkel het Nederlands doet dat. Maar eigenlijk is er maar één taal die zij gemakkelijk vinden, en een andere vertikken zij te leren. De anderen moeten zich maar aanpassen ofwel opkrassen is hun devies. In Zwitserland is het Schwytzerdeutsch te moeilijk, in België het Nederlands. In Brussel lijkt zelfs goed Frans hen te moeilijk, zou ik als Nederlandstalige willen opmerken, mais passons: het is niet eenvoudig voor verfranste Vlamingen om de echte Fransen te imiteren.

Het ligt aan de Franse XVIIde -enXVIIIde E., periode die Franssprekenden zowat overal ter wereld (met uitzonderingen: we hebben het hier bv. niet over Québec) met een hopeloos verouderd superioriteitsgevoel heeft opgezadeld. Begrijpelijke nostalgie naar een tijd toen heel Europa nog Frans sprak, van Lissabon tot Moskou. Maar zelfs al in de XIXde E. waren zij lichtelijk belachelijk, zoals de dichter Heinrich Heine hier liefdevol noteert (hij bracht de tweede helft van zijn leven in Parijs door):

Es will mich manchmal bedünken, als seien die Köpfe der Franzosen, eben so wie ihre Kaffeehäuser, inwendig mit lauter Spiegeln versehen, so daß jede Idee, die ihnen in den Kopf gelangt, sich dort unzähligemal reflektiert: eine optische Einrichtung, wodurch sogar die engsten und dürftigsten Köpfe sehr weit und strahlend erscheinen.
Die romantische Schule, Paris 1835
Vaak komt het mij voor als waren de koppen van de Fransen, net als hun cafés vanbinnen louter met spiegels bekleed, zodat elk idee dat hun kop te binnen schiet daar ontelbare malen gereflecteerd wordt: een optische inrichting waardoor zelfs de meest benauwde en schamelste koppen zeer ruim en stralend lijken.

.

11 augustus 2006

Brice analyseert !

.
Volgens Brice – u weet wel: de kerel die, toen ouders van vermoorde kinderen aandrongen op voorzichtigheid bij voorlopige invrijheidstelling, hen de raad gaf …niet het kind met het badwater weg te gooien (deze vulgariteit kunt u nalezen in De Morgen van 22 mei jl.*) – welnu volgens deze Brice is het tegenwoordig al de schuld van het Belang, meer bepaald van Dewinter, als een ouwe vent zijn buurman doodschiet omwille van een veranda.
Wat moet de paniek groot zijn in de VLD, dat zij iemand met zulke ridicule boodschap het veld insturen. En al stond de arme Brice natuurlijk niet op de eerste rij toen het verstand werd uitgedeeld – een toevalligheid die hem inderdaad geknipt maakt voor zijn rol: het blijft lelijk van Verhofstadt, De Gucht, Dewael & co, om een onnozele hals zulke vertelseltjes in te fluisteren in de hoop dat hij ze zal doorzeggen.
Al moet ik in hùn voordeel weer zeggen dat zij op die manier een bijna verdwenen traditie in stand houden. In vele dorpen zal zij teloor zijn gegaan, maar in mijn buurt, vlak bij de Gentse rosse buurt zie je het nog: een plaatselijke simpele die in ruil voor een vriendelijk woord en enkele povere centjes de commiskes doet voor het personeel dat echt werkt.

* DM: De ouders van vermoorde kinderen klagen ook daders aan die onterecht te vroeg zijn vrijgekomen. "Dat kan gebeuren, vergissingen zijn menselijk. Een vervroegde vrijlating is een berekende gok. Maar ik geloof dat het meer voordelen dan nadelen heeft. Je mag het kind niet met het badwater weggooien."

[En dat die ouders daders zouden hebben aangeklaagd is natuurlijk een onzin die enkel op rekening van de taalvaardigheid van de Morgenjournalist komt. De man bedoelde te zeggen, maar slaagde daar niet in, dat de ouders die vrijlating aanklagen... bon, on fait avec]

4 augustus 2006

L'ostracisme est un humanisme


Wat heeft onze vriend Yves Desmet toch weer lelijk de vinger in eigen oog gestoken met zijn artikeltje over de gebeurtenissen in Maasmechelen. Feiten waren er op dat moment nauwelijks bekend maar dat detail kon hem niet verhinderen een categoriek, moreel oordeel uit te spreken over alle betrokkenen en hun motieven. Lynchpartij, burgers die het recht in eigen hand nemen, omerta.
Desmet kan het ook zonder feiten: hij en De Morgen hebben geen politioneel onderzoek nodig, laat staan een rechter. Hun analyse staat los van die kleinigheden aangezien zij op een zekere immanentie berust.
Je hoort wel zeggen dat Vlaanderen een ontkerstend land is, compleet gelaïciseerd en met nog amper 3,7 percent kerkbezoekers, maar Desmet levert het bewijs van het tegendeel. Het Geloof is hier helemaal niet verdwenen, het heeft enkel een gedaanteverwisseling ondergaan. Desmet in ieder geval ziet er geen been in om medeburgers lichtzinnig te veroordelen in naam van zijn onbenoemde ideologie.
In dat nieuwe Geloof is één der cardinale deugden de snelheid. Marktgedreven als hij is denkt Desmet zelfs – al verkopen zijn waren almaar slechter – dat SNELHEID het enige criterium is in de journalistiek, en op pure vitesse pakt hij inderdaad iedereen. Niet zo verwonderlijk als je niet op feiten hoeft te wachten om te schrijven wat je al lang weet.
Eigenaardig: niemand in de andere ernstige media lijkt nog te willen terugkomen op Desmets premature analyse. Nu weet ik wel dat er in Vlaanderen geen intellectueel debat bestaat, en misschien speelt hier ook een zekere schroom, of in het slechtste geval platte camaraderie. Want zijn vakbroeders beseffen natuurlijk dat Yves zijn hand heeft overspeeld.
Helaas, ook zedig zwijgen is instemmen, en de collega’s zwijgen eendrachtig. Wellicht omdat zij vinden dat vriend Yves zich misschien, enfin, laten wij zeggen inderdaad, iets te snel en iets te verkeerd – toch op het rechte pad heeft begeven.
Bloggers hebben minder last van zulke genegenheden, en zij noemen iemand die over de schreef gaat al snel ongeloofwaardig, zeker als de kerel geen aanstalten maakt om zich meteen de dag daarop te verontschuldigen. Misschien dat blogs daardoor zo’n opgang kennen?

20 juli 2006

Over de Deugd van het Stilzitten

.
Het is te warm om veel te bewegen, misschien zelfs om hard na te denken, en dus is lezen zowat het enige dat een mens kan doen als hij geen ozon of fijn stof wil binnenkrijgen.
De gazetten vullen hun pagina’s met rubriekjes waarin BV-s vertellen wat zij als vakantielectuur in hun reiskoffer stoppen. Ik lees die rubriekjes niet omdat ik om te beginnen niet geloof dat die mensen lezen, maar ondertussen wil ik graag wel vertellen waar ik zelf in bezig ben: De la Monnaie/Della Moneta (1750) van Ferdinando Galiani, de Napolitaanse econoom en diplomaat die hier al vaker ter sprake kwam. Hij liet dat werk anoniem verschijnen, op zijn tweeëntwintigste, waarbij hij het liet uitschijnen alsof de auteur een zestiger was die alles al meegemaakt had.

Nog binnen het jaar kwam zijn bedrog aan het licht, en Galiani werd een wetenschappelijke ster. Turgot bijvoorbeeld, bij het indienen van een begroting (toen nog een serieuze kwestie), citeerde Galiani. Toch is zijn naam verdwenen. Als wij aan economen denken dan zijn dat Locke of Smith of Ricardo of Malthus: uitsluitend Engelse teksten.

Galiani’s boek werd nooit integraal vertaald, niet in het Engels, niet in het Frans of Duits. En wel voornamelijk omdat hij daar zelf geen poot naar heeft uitgestoken. Pas vorig jaar, 2005 kwam er een tweetalige Franse uitgave, en die is ronduit schitterend.
Om te beginnen een literair meesterwerk. Een economisch werk natuurlijk, waarin hij uitlegt waarom goud, zilver en koper waardevol zijn, en wat hun ruilwaarde nu precies uitmaakt. Maar tegelijk is zijn werk een historisch en cultureel archief. Klinkt dat droog? Galiani is zo spits en grappig altijd!
Om u een beetje op smaak te brengen lezer, geef ik een citaatje, niet dat dit het hoogtepunt is, maar heimelijk omdat ik hoop dat ook Verhofstadt, of anders zijn broer het leest, misschien zelfs in Toscane (een wat ongezonde omgeving volgens Galiani).

Hieronder heeft hij het over de drift van regeerders om steeds nieuwe wetten te maken, zonder zich aan de uitvoering van reeds bestaande wetten veel gelegen te laten liggen. Wat Galiani aanprijst is de deugd van het stilzitten. Hij als 22-jarige! een leeftijd waarop anderen nog aan hun eerste gloedvolle manifesten moeten beginnen.

[…] c’est que les hommes croient toujours bien faire en agissant et que, s’ils n’agissent pas, tout va mal. Et on ne trouve jamais un magistrat qui veuille se vanter de n’avoir rien fait. Et pourtant ne rien faire non seulement est une chose bien des fois pleine de mérite et d’utilité, mais c’est en outre chose très difficile et beaucoup plus pénible qu’il ne semble à executer. Et si l’on considère que toutes les bonnes lois, que l’on peut faire sur quelque matière que ce soit, on peut en un instant les faire et les rassembler sur une seule feuille, on s’aperçoit aussi que lorsqu’on a parfaitement agi et que l’on veut en outre (sans se contenter de faire exécuter les décisions prises) continuer à légiférer, le bien se corrompt inévitablement et le pire survient. Et même si l’on ne fait pas de mal, vouloir trop minutieusement réglementer les choses, c’est en soi un très grand défaut. Exemple en est la République florentine: suivant la nature du caractère de ses concitoyens, et voulant toujours se perfectionner dans les vétilles les plus infimes, elle ne fut jamais réglée dans les grandes.
Ferdinando Galiani
De la Monnaie/Della Moneta
Édité et traduit sous la direction de André Tiran
Traduction coordonnée par Anne Machet
Ed. Economica, Paris, 2005, pp.303-5

[…] het is eenmaal zo dat mensen altijd geloven goed te doen zolang ze maar ingrijpen, en dat alles naar de bliksem gaat als zij niets doen. Nooit tref je een politicus aan die er prat op gaat dat hij niets heeft uitgericht. En nochtans, niet zelden is nietsdoen, behalve zeer verdienstelijk en nuttig, ook een heel zware opgave en een stuk lastiger om uit te voeren dan het zou lijken. En als je voorts in overweging neemt dat je alle goede wetten, over wat voor materie ook, in een oogwenk kunt verzinnen en op één blaadje papier verzamelen, dan merk je tegelijk dat als je perfect hebt gewerkt maar niettemin (in plaats van je tevreden te stellen met het laten uitvoeren van reeds genomen beslissingen) wenst door te gaan met wetten maken – dat dan al het goede onvermijdelijk bedorven raakt en de kwalijkste zaken opduiken. En zelfs als je geen kwaad aanricht – de wil om alles uiterst nauwgezet te reglementeren is op zich een zeer zwaar gebrek. Voorbeeld hiervan is de Florentijnse Republiek: handelend volgens de natuurlijke aard van haar ingezetenen, en in een poging zich altijd maar verder te perfectioneren in de kleinste pietluttigheden, is zij wat de grote lijnen betreft nooit op orde geraakt.
.

12 juli 2006

Die affiche is onvolledig

.
Niemand staat wellicht te springen om nog iets te lezen over de drie verdraagzame concerten die de Koloniale Kloterij wil inrichten, de week voor de gemeenteraadsverkiezingen. Over het hele gedoe daarrond, beginnend met de onnozele reactie van het Vlaams Belang, is al veel en veel te veel geschreven. En al zag direct elkeen die kan lezen dat er in de bewuste brief van Dewinter helemaal geen sprake was van afdreiging, zoals de kwaliteitsjournalisten eendrachtig wél schreven, toch blijft: het Belang had die brave zangers met rust moeten laten. Quelle importance? Belangverkozenen houden zich (gedwongen) vér van kwisjes en talkshows en spelletjes en BV-gelul, en juist die omstandigheid levert hen massa’s stemmen op, die zij anders zouden mislopen. Meer geluk dan verstand lijkt wel, want als Dewinter zijn verstand gebruikt dan zwijgt hij in alle talen over de mensen die wél in dat circuit zitten.
Ik zou deze concertkwestie trouwens van een andere kant willen bezien, al moet ik meteen bekennen dat ik van popmuziek en schlagers geen kaas gegeten heb. Mijn vermoeden is dat er op de voorlopige 0110-affiche heel wat artiesten ontbreken. Mensen die niet direct in het gelid zijn gesprongen, ofwel niet gevraagd zijn.
Deze afwezigen riskeren de komende weken in een kwalijk licht te verschijnen. Immers, spreken wij hier over manifeste dienstweigering, of betreft het nalatigheid? Er bestaan ook delicten per omissionem meen ik. Een betrouwbare namenlijst van afwezigen opstellen gaat mijn krachten te boven, maar ik neem aan dat kwaliteitsjournalisten dat wel kunnen ...en hier zitten diepgaande interviews in.
Eén raad alvast kan ik aan de toekomstige ondervraagden, les accusés de l'avenir aanbieden: er zijn best ernstige redenen te bedenken voor uw werkverlet – een ander contract die dag, een buitenlandse tournee. Maar bijvoorbeeld een doktersbriefje, zoveel maanden op voorhand, zou ik afraden.

21 juni 2006

Een sukkel minder

.
Misschien lezer, zegt de naam Walter Pauli u iets, of anders niets maar dan is het nu te laat om hem te leren kennen. Tot eergisteren was die man journalist bij De Morgen. Hij heeft zijn ontslagbrief daar ingediend is mijn indruk. De man geeft op.
Ontmoedigd geraakt. Ik denk een burn-out. Wellicht bestaan er accuratere medische termen maar laten wij dan in wielertaal zeggen, de pedalen kwijt. Of in WK-termen, geen balcontrole. Of in pianistieke termen, de pedalen kwijt. Of in violistieke termen, problemen met de intonatie. Wat dat laatste betreft: als toehoorder stap je daar glimlachend over. Het is altijd een beetje erg als het gebeurt natuurlijk, maar het maakt niet uit als je iets anders in de plaats krijgt. Het moet vanzelfsprekend niet te bont worden.
Ik geef een wat cru voorbeeld: beeldt u zich in dat een gerespecteerde krant een hoofdartikel te lezen geeft waarin termen als strontvinger, tussen de benen schoppen, of poepen, neuken e.d. worden aangewend als instrumenten van politieke analyse. Ondenkbaar zult u zeggen, degraderend voor de schrijver en beledigend voor de lezer. Een normale mens verwacht beschouwingen over oorzaken, gevolgen &cet., uitgaand eerst van een nuchtere erkenning van feiten. Stilzwijgend verwacht hij ook een terminologie die in beschaafd gezelschap citeerbaar blijft.
Bijvoorbeeld Yves Desmet noch Peter Vandermeersch zouden de genoemde scheldtermen in hun blad willen veronderstel ik. Metro al zeker niet. Het Laatste Nieuws ook niet – een vervalste foto van een betoging tot daar aan toe, maar verder zullen ook zij niet gaan.
Pauli in zijn moedeloosheid wél. In zijn artikel (misschien was het vakantie voor Desmet?) zag hij als vanouds af van elke poging tot feitenweergave (geen persoonlijk verwijt aan Pauli, meer een slepende ziekte van het huis), en van elke analyse. In stede daarvan begon hij de nietsvermoedende lezer de huid vol te schelden.
Hij was anders redelijk goed begonnen, met een mooie lofzang op de VLD, omdat dat goed staat bij de jonge kaderleden die hij graag wil aanspreken. Verder had Pauli, die het Engels blijkbaar machtig is [*], zijn termen eerst vertaald. Je las bij hem dus geen Derde-Rijk-invectieven als mestkevers of zo, enkel het nette Amerikaanse fuck you. [**]
Niettemin, voor wie zijn yankeetaal terugvertaalt, is Pauli gewoon een vulgair ventje. Je vraagt je af, hoe raakt iemand zo ver?
De harde realiteit is mijn enige verklaring. Hoe het moést heeft Walter immers altijd al geweten, maar nu zag hij plots hoe het was. Als journalist was zijn model geloof ik de bioloog die de flora beschrijft, maar dan zonder de giftige planten, en de fauna zonder de bijtende beesten.
Adjunct-hoofdredacteur Pauli stelt ook in zijn laatste stukje nog voor om die beesten buiten beschouwing te laten. Hij herhaalt dat nog één keer voor zichzelf, als betrof het een nieuwe, nog onbeproefde tactiek, maar van zoveel zelfbedrog brandt een mens op. Burn-out, het moet hem plotseling zijn gedaagd dat een krantje als het zijne nauwelijks enige invloed heeft. Geen invloed. Niet geloofwaardig.
En nu verwijnt hij als journalist achter de bocht, hij abdiceert en bang achteruit kijkend steekt hij zijn middelvinger nog even op.
Bon débarras! Als de realiteit te straf wordt, dan blijkt ogenblikkelijk wat zulke analistjes als Pauli waard zijn: helden als het op lopen aankomt.

[*] Of toch enige notie heeft. De Engelse speler Gary Lineker zei ooit grappig: “Football is a game played by 22 people for 90 minutes and in the end the Germans win.” Zo staat het op de site van de FIFA. Bij Pauli wordt dat – feiten tellen natuurlijk niet echt – “Football is a simple game: 22 people chase a ball for 90 minutes and in the end the Germans always win.” Al een stuk minder grappig, door Pauli's nadrukkelijkheid, vooral dat “simple”, en het on-Engelse “always” dat alles finaal naar de bliksem helpt.
[**] Er is een reusachtig verschil tussen de term "mestkever", gebruikt tegen één persoon (moet kunnen denk ik, al kan elk geval door de rechter beoordeeld worden), en diezelfde term, gebruikt als aanduiding van een groep. Zelfs de aanduiding ermee van een welbepaalde groep kan nog acceptabel zijn meen ik. Echter, een heterogene groep zoals de kiezers van een grote partij ermee aanduiden lijkt mij roekeloos. Zulke groep bestaat uit kevers met vele verschillende kenmerken, zelfs tegenstrijdige. Ik neem aan dat zulke onderscheiden (eenvoudige klassenlogica nochtans, extentioneel, intentioneel) ook aan De Gucht voorbijgaan.

17 juni 2006

Over Thesissen en Tijdschriften

.
Dit artikel gaat wel degelijk over Freya en haar thesis, en over onverkwikkelijkheden als Knack en Meulenaere en Van Cauwelaert, maar eerst hebt u recht op een grappig stukje uit een vervloden tijd.

De opbrengsten van de edele wetenschap, uit de diepten van de menselijke geest door moeizaam vorsingswerk opgedolven, blijven vaak lange tijd in verborgen vertrekken onberoerd liggen; voor de bezitter zijn zij tot nut noch tot lust, en voor diegene die hen ontbeert blijven zij onbekend of ontoegankelijk. Zo kan het voorkomen dat menigeen, in duidelijke of in duistere nood verkerend, te midden van zijn schatten verhongert. Alle wetenschap is niets meer dan het metaal waarmee men in het leven betaalt; op zich is het ongenietbaar en geeft het enkel een trekkingsrecht op genot; pas door het uit te geven verkrijg je de tegenwaarde. Maar de goudstaven der waarheid, door rijken van geest in dikke boeken neergelegd, zijn niet dienstig om in de kleine dagelijkse behoeften van de onbemiddelden te voorzien. Die bruikbaarheid bezit enkel het aangemunte weten.
De tijdschriften zijn het die deze muntstukken aanmaken; geslagen uit de opbrengst der inzichten, onderhouden zij het wisselverkeer tussen leer en toepassing. Enkel zij brengen de wetenschap tot leven en voeren het leven tot de wetenschap terug.
Ook hun laakbare zijde mag niet onaangeroerd blijven. Welmenenden zullen graag en gewillig, en om kwaadwillige spot de pas af te snijden, toegeven dat – der houdbaarheid terwille – tijdschriften net zo min als munten het kunnen stellen zonder de toevoeging van onedele metalen; niets echter kan een zaak ontwaarden als het de bruikbaarheid ervan vergroot. Waarlijk, het koper dat door de dagbladen onder het volk wordt gebracht is meer waard dan al het goud in de boeken.
Laat het zo zijn dat vele waarheden enkel in omloop raken als zij eerst gemengd werden met dwaling, en dat vaak een correct oordeel pas ingang vindt als het vastgeknoopt zit aan een vooroordeel, toch zullen na verloop de zaken die niet deugen op de bodem neerslaan, en zal enkel het goede overeind blijven.

Ludwig Börne, 1818

De Duitse banneling Ludwig Börne – protestantse naam van Juda Löw Baruch (Frankfort 1786 - Parijs 1837) – had in 1818 een tijdschrift gelanceerd, De Weegschaal, en het uittreksel komt uit zijn programmaverklaring. Zijn tijdschrift moest een soort logboek van de samenleving worden, en het zou bespreken: de civiele maatschappij, de wetenschap en de kunst; maar vooral: „...die heilige Einheit jener drei.“

Nu over Freya en Meulenaere en Van Cauwelaert, en over dat blad Knack waar zoveel om te doen is. Eerst zeggen: ik lees het zo goed als nooit. Ook De Morgen sla ik altijd over (op een recent proefabonnement van één maand na, maar ze hadden toen pech met die schietpartij in Antwerpen: hun berichtgeving was pure stemmingmakerij, en een overschrijving kunnen zij dus vergeten). Humo is mij al jaren onbekend. Misschien ben ik te oud geworden voor die bladen, want vroeger las ik ze nog wel.
Over die laatste twee, De Morgen en Humo: hun puberale, sentimentele, maar vooral verzonnen en immorele berichtgeving over de zaak van Notaris X, vervolgens over Dutroux en Regina Louf heeft voor mij de deur dichtgedaan. Hun redacteurs leken niet de eerste begrippen van een democratische rechtsstaat te kennen. Minstens één verzonnen interview verscheen er bijvoorbeeld in De Morgen. Een compleet verzonnen interview gedrukt à la une, en op de volle breedte.
Er is geen weg terug voor deze kwaliteitsjournalisten, ook niet als achteraf hier of daar halfslachtig schuld werd bekend. Als lezer kun je, en moet je veel vergeven, maar three strikes and you're out.
Knack was iets minder slecht dacht ik vaak, en af en toe wijst iemand mij op een bepaald artikel, en dan lees ik dat plichtsbewust. Maar wat hun wonderknaap Meulenaere nu presteert hadden ze aan die andere twee bladen moeten overlaten.
Ik heb even die thesis van Freya bekeken, vijf minuten, haar wetenschappelijke goudstaaf, en toen vroeg ik mij af wat Koen Meulenaere heeft bezield om dat ding in ernst te lezen. Aan De Morgen wordt onzorgvuldigheid en sensatiezucht verweten begreep ik in vogelvlucht. Tja, wie dat nog niet wist.
Het lijkt mij een thesis als een andere, very forgettable.
Wat ik weer niet begrijp is dat Freya klacht neerlegt. Zij moest onze brave Koen juist dankbaar zijn, want tenslotte is de aandacht nu helemaal verschoven naar een onnozelheid, en worden haar leugens over de mazout, afgelegd voor de Kamer, naar de achtergrond gedrongen. Dat is pas politiek dienstbetoon zou ik denken, want bij die verklaringen was de democratie zelf in het geding, en de ministeriële verantwoordelijkheid. Akkoord, het was niet aan haar om ontslag te nemen als eerst Onkelinx en Dewael, en Reynders en De Gucht, en Lizin enzovoort dat ook niet deden toen zij aan de beurt waren. En er is tenslotte Guy Verhofstadt die alles netjes afdekt, altijd, want binnenkort valt voor hem het doek en hij wil nog even genieten. Wat betekent in dat perspectief een leugen voor het Parlement?
Niets zeggen de democratische partijen én de media, hun media. Tenslotte mogen zulke zaken in Amerika en Engeland ook zullen we maar denken. Wat echter niet mag, is (onbewezen) fouten maken in je studententijd.
Ik zal een voorspelling wagen: Freya trekt die klacht in, maar daar zal eerst nog wat tijd over gaan. Meulenaere heeft zijn staart tenslotte al ingetrokken, en gelijk heeft hij, want de bewijslast ligt bij hem en …of zij die thesis nu geschreven heeft ofwel een ander, ik weet het niet maar alvast het voorwoord zou wel eens van haar hand kunnen zijn. Meulenaere zal moeilijk kunnen volhouden, en dat zal Freya's advocaat ook niet ontgaan zijn, dat de zin waarin zij haar gynæcoloog bedankt: ."die mij op onnavolgbare wijze doorheen [sic] mijn zwangerschap heeft geloodsd [sic]" ...uit de pen van een stielman komt.

Hoe denkt Van Cauwelaert hierover? Als hoofdredacteur is hij verantwoordelijk voor wat zijn hofnar vertelt, en het siert hem wellicht dat hij die verantwoordelijkheid niet bij het eerste briesje laat varen. Maar zijn motieven zijn natuurlijk gekleurd.
Ik geloof dat hij paars haat (om de verkeerde, puur partizane redenen) en dat zijn haat hem op een slecht spoor heeft gezet. Zijn magazine, maar dat wisten wij al, bevat geen edele metalen, enkel koper en nikkel, en dat is niet wat Börne onder een deftig blad verstond.
.

12 juni 2006

Cyprus "jent" weer volgens Bernard Bulcke

.
Op zijn pagina's Opinie & Analyse legt de kwaliteitskrant vandaag uit hoe het komt dat Justine Henin tennistoernooien wint. Geweldig, maar misschien koop ik in het vervolg toch het Laatste Nieuws als ik van die dingen op de hoogte wil blijven.
Er staan gelukkig ook politieke artikels in de Standaard. Zo zien wij op p. 18 de kop : "Cyprus jent Turkije opnieuw met de eis tot erkenning". Aan dat werkwoord alleen zal de aandachtige lezer de journalist al herkend hebben: Bernard Bulcke inderdaad.
Dat jennen alweer! Ik had hem eerder nochtans al gewezen op het tendentieuze in zijn woordkeuze, en op de infantiliteit ervan. Het heeft onze man niet geholpen. Hij zal een beperkt register hebben wellicht, of misschien van herhaling houden. Daarin verschilt hij niet van andere journalisten die hun quotum aan woorden moeten halen en tegelijk ernstige analyses moeten schuwen.
Want ik onderschat zijn taak niet: versluierend spreken, of liever nog helemaal zwijgen over zowat elk belangrijk aspect van die Turkse toetreding is niet eenvoudig als je een artikel moet vullen. Maar het moet van hogerhand. Bulcke zal dan ook niet gauw feitelijke geografische, historische, taalkundige, culturele of brrr... religieuze onderwerpen aanraken. Bulcke mag wél praten over de inspanningen die het kandidaatlid nog moet leveren, over de flinke vorderingen die het hier maakt, over enkele kleine retouches die er nog nodig zijn, en passant zelfs over de moeilijkheden die niet-islamitische minderheden ondervinden in de lekenstaat Turkije, over mensenrechten &cet. Immers, ook al zijn zijn mededelingen hieromtrent volslagen ongeloofwaardig[*], er moet toch iéts verteld worden aan de bevolking ...die sowieso vierkant tegen is, dat weet elke democraat. Blijven doorlullen is de boodschap, tot iedereen hopelijk in slaap valt.
Over de eenvoudige waarheid, namelijk dat het EU-land Cyprus het recht heeft om van de EU te eisen dat het au sérieux wordt genomen[**], daar mag het dus niet over gaan. Zulke eis moet omschreven worden als "jennen".
Proficiat Bulcke, journalist ben je misschien niet, maar wel een trouwe spreekbuis van de regering en de EU-commissie. Dat zal zeker nog zijn vruchten afwerpen.

[*] De kwaliteitsmedia zijn daarin realistisch geworden: feitelijke geloofwaardigheid is al lang geen haalbare kaart meer. De décalage is te groot en er zijn te veel ugly little facts om over te zwijgen. Het gaat enkel nog om propaganda en duiding.
[**] Ik zou Bulcke graag eens lezen als, laten wij zeggen grote buur Frankrijk het over onze gewesten opnieuw zou hebben als over Le Département de l'Escaut.

P.S. (toegevoegd 13 juni)
Karel De Gucht vond vandaag, ik hoorde het vluchtig op de radio, dat het onzin was dat "op termijn" twee landen lid van de EU zouden kunnen zijn, terwijl één ervan het andere niet eens erkent als souverein.
Dat is een verdienstelijk inzicht van onze buitenlandminister: kennelijk groeit hij in zijn functie. Ik put hieruit de hoop dat hijzelf – misschien nog net voor zijn partij uit de regering verdwijnt – of dat anders zijn opvolger ook zal inzien dat die erkenning aan elk ernstig gesprek moet voorafgaan, en bijvoorbeeld niet als een wenselijk gevolg van lopende toetredingsgesprekken kan worden opgevat.
Ook zou het misschien een nuttige oefening zijn voor een beginnende minister op Buitenlandse Zaken om eens de naïeve vraag te stellen: in welke toestand bevindt zich Turkije op dit moment, ten opzichte van Cyprus ...en dus van de EU?
Onderhandelen wij hier niet met een buitenlandse bezetter ? Met een land dat zich in dat geval, zou ik denken, bevindt in een toestand van onverklaarde en wederrechtelijke oorlog met het bezette gebied ?
Verbeter mij Karel De Gucht, maar voorafgaand aan élk gesprek, weze het zelfs over onnozelheden als wetenschapsbeleid, moet er in dat geval een militair gesprek komen, a parley : om de elementaire vrede te herstellen.
En, diplomatiek gesproken kan dat laatste enkel en alleen uitlopen op een onvoorwaardelijke terugtrekking van het aanvals- en bezettingsleger.
.

2 juni 2006

Hoe een beschaafde Europeër al enkele eeuwen over ongelovigen denkt

.
Het is de laatste weken verschrikkelijk vermoeiend om kranten, tijdschriften, radio en televisie mee te maken. Niet dat er geen nieuws was natuurlijk, maar de elucubraties van de verzamelde redacties waren mij te saai en te moraliserend. Voorspelbaar vanaf de eerste lettergreep.
Tegen zulke verveling is niet op te bloggen. Liever lees ik dan wat verstandige mensen uit vroegere eeuwen vertelden, en bijvoorbeeld de geschriften van de Napolitaan Ferdinando Galiani neem ik graag ter hand.
In onderstaand brieffragmentje (dat ik heb vertaald, maar het Frans is natuurlijk veruit te verkiezen) vertelt de beroemde econoom en diplomaat abbé Galiani aan een vriendin in Parijs hoe hij denkt over ongelovigen. Het lijkt mij een typisch, maar helaas exclusief Europees standpunt. Serieus onderwerp, maar Galiani is altijd grappig. [cursief is van mij]


Napels vandaag 21 september 1776
Ongeloof is de grootste inspanning die de menselijke geest kan leveren, tegen eigen instinct en voorkeur in. Het komt erop neer dat men zich eens en voor goed alle geneugten van de verbeelding ontzegt, en elke smaak in het wonderbaarlijke; het komt erop neer dat men de zak der kennis leegschudt, terwijl de mens naar kennis zucht. Dat men loochent en voortdurend twijfelt aan alles, en achterblijft in verarmde denkbeelden over de kennis, de hogere wetenschappen etc. Wat een afschuwelijke leegte! wat een nietigheid! wat voor inspanning! Het is bijgevolg bewezen dat het overgrote deel van de mensen (en vooral van de vrouwen wier verbeelding dubbel is, aangezien zij de verbeelding van het hoofd bezitten, en de verbeelding van de baarmoeder) nooit ongelovig zou kunnen zijn, en diegenen die het wel kunnen, zullen de inspanning slechts volhouden zolang zij in de volheid van hun kracht verkeren en een jeugdig gemoed bezitten. Zodra het gemoed wat ouder wordt, duikt het een of andere geloof weer op. Juist daarom ook zou men de ware ongelovigen nooit mogen vervolgen: en laat mij hieraan toevoegen dat zij inderdaad nooit vervolgd werden. Vervolgen doet men enkel de fanatieke stichters van sekten die misschien volgelingen kunnen krijgen. De fanaticus is iemand die midden in een menigte het op een lopen zet, en aanvankelijk volgt iedereen hem. De ongelovige doet heel wat meer. Hij is een koorddanser die in de lucht de meest ongelooflijke toeren uithaalt en voltigeert op zijn koord. Hij vervult alle toeschouwers met huiver en verbazing, en geen mens die de neiging voelt om hem te volgen of te imiteren.
o-o-o-o-o-o
Naples ce 21 7mbre 1776
L’incrédulité est le plus grand effort, que l’esprit de l’homme puisse faire contre son propre instinct, et son goût. Il s’agit de se priver à jamais de tous les plaisirs de l’imagination, de tout le goût du merveilleux; il s’agit de vider tout le sac du savoir, et l’homme voudrait savoir. De nier ou de douter toujours, et de tout, et rester dans l’appauvrissement de toutes les idées, des connaissances, des sciences sublimes etc. Quel vide affreux ! quel rien ! quel effort ! Il est donc démontré, que la très grande partie des hommes (et surtout des femmes dont l’imagination est double, attendu qu’elles ont l’imagination dans la tête, et l’imagination de la matrice) ne saurait être incrédule, et celle qui peut l’être n ‘en saurait soutenir l’effort que dans la plus grande force, et jeunesse de son âme. Si l’âme vieillit, quelque croyance reparaît. Voilà aussi pourquoi il ne faudrait jamais persécuter les vrais incrédules: et je vous ajouterais qu’en effet ils n’ont jamais été persécutés. On ne persécute que les fanatiques fondateurs de sectes qui pourraient être suivis. Le fanatique est un homme qui se met à courir au milieu d’une foule, et d’abord tout le monde suit. L’incrédule fait bien plus. C’est un danseur de corde, qui fait les tours les plus incroyables en l’air voltigeant autour de sa corde. Il remplit de frayeur, et d’étonnement tous les spectateurs, et personne n’est tenté de le suivre, ou de l’imiter.
Ferdinando Galiani - Louise d’Épinay
Correspondance V, juin 1775 - juillet 1782
Les Éditions Desjonquères, 1997, pp.102-3

o-o-o-o-o-o

P.S. Voor zijn eigen geloofsgenoten (bv. van de orde der jezuïeten) is Galiani trouwens even kritisch als voor ongelovigen:

Elke jezuïet [op zich] was aardig, welopgevoed, nuttig, en de sociëteit als geheel, die nochtans niets meer was dan de verzameling van al deze individuen, was hatelijk, moreel corrupt, verderfelijk. Laat anderen dit zonderlinge fenomeen verklaren; ikzelf kom er niet uit.

Chaque jésuite était aimable, morigéné, utile, et toute la société, qui n’était pourtant que la masse de tous les individus, était odieuse, corrompue dans la morale, pernicieuse. Que d’autres expliquent cet étrange phénomène; pour moi je m’y perds.
ibid: p. 33

20 mei 2006

Laat ons ons eten niet bederven en over iets anders klappen

.
Dat moet De Gucht gedacht hebben toen hij volgende vraag kreeg van Filip Roegiers, in het grote interview vandaag in De Morgen, pp. 61-3:

"De rechter zegt inderdaad duidelijk dat er een dag en een nacht verschil is tussen wie kritiek uit op de multiculturele samenleving en wie systematisch 'de andere' stigmatiseert.

[even maar: ik neem aan dat de journalist niet bedoelt dat er telkens de tijdspanne van een volledig etmaal zit tussen die beide houdingen. Wellicht mismeestert de man hier een Nederlandse uitdrukking en bedoelt hij “een verschil van dag en nacht”, een heel groot verschil dus, zoals tussen het licht en de duisternis. Bon, we moesten hem daarvoor misschien niet onderbreken]

Maar soms is de grens vaag. Ayaan Hirsi Ali wordt door haar tegenstanders wel eens verweten dat ze in de Nederlandse samenleving meer tot polarisatie dan tot verzoening heeft bijgedragen. […]"

Inderdaad, die grens is vaag, maar de vraag is duidelijk. Het antwoord zou dat ook kunnen zijn, zeker van iemand die het niet gewend is om een blad voor de mond te nemen, zoals je altijd weer leest. Maar wat blijkt? Karel De Gucht kent Ayaan Hirsi Ali niet. Een blauwe toppolitica uit een buurland en meneer kent die vrouw niet! Wel heeft hij een oordeel over haar film, maar verder moet hij passen:

"Ik vind die vergelijking ongelukkig. Ayaan Hirsi Ali ken ik onvoldoende om mij uit te spreken over de vraag wat die mevrouw drijft: komen haar kritische uitlatingen voort uit politiek opportunisme of uit een diep ingewortelde overtuiging? Submission, de film die ze met Theo van Gogh maakte, vond ik nodeloos provocerend voor de moslimgemeenschap. Maar ik oordeel niet over mensen die ik niet ken."

Eigenaardig is dat De Gucht hier weigert te antwoorden op een vraag ...die niet gesteld werd. Hij begint gemakshalve over een al dan niet bestaande "diep ingewortelde overtuiging", maar de vraag ging over het maatschappelijk effect van Ayaan Hirsi Ali's optreden, niet over haar innerlijk. Doorzichtig truukje, intellectuele lafheid.
De stellingen van Hirsi Ali aanvallen, die tenslotte niets meer zijn dan de klassieke liberale leer maar dan in zijn moeilijke consequenties doorgedacht, dat kan hij niet, dat ligt boven zijn harrypotterkrachten. Maar het alternatief: haar misschien moeten bijtreden in haar analyse van de islam, is binnenlands-politiek voor hem onbruikbaar. Dus zegt hij met benepen stem: ik ken die vrouw niet.

Eerder in het interview haalde hij Matthéüs 12,30 aan: Wie met Mij niet is, die is tegen Mij; [en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit].
Guitig, maar ik zou onze Petrus De Gucht willen aanraden om een begonnen boek altijd plichtsbewust uit te lezen. Hij zal dan wél op het volgende vers stuiten: Matthéüs 26,74

Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren. Ik ken den Mens niet. 75 En terstond kraaide de haan.


17 mei 2006

De Moorse heeft haar plicht volbracht

.
Met de beslissing om haar mandaat als parlementslid op te geven en naar de Verenigde Staten te emigreren, heeft Ayaan Hirsi Ali aan Nederland, haar thuis sinds 14 jaar, een laatste dienst bewezen. Daardoor bespaart de van geboorte Somalische voorvechtster der vrouwenrechten dat land een wellicht pijnlijk en heftig debat over, nog maar eens de immigratiepolitiek. Zo komt zij op grootmoedige en loyale wijze aan haar critici tegemoet, want opnieuw brengt zij een persoonlijk offer. Mogelijk wordt haar zelfs het staatsburgerschap ontnomen.[*] Het deed haar veel pijn zei ze, dat zij zich alweer op vlucht bevond.
De beslissing van Hirsi Ali is consequent, en was zo goed als onvermijdelijk. Toch werpt zij een licht op problemen die de kern van het asiel- en immigratiedebat raken – niet enkel in Nederland, maar overal in Europa. Uiteindelijk gaat het om de vraag of er met asielzoekers en kandidaat-immigranten op een gedifferentieerde manier, al naar het specifieke geval dus, moet worden omgegaan of niet. Of platter uitgedrukt: zijn er goede en slechte inwijkelingen?
Gemeten aan de verdiensten die Hirsi Ali zich in Nederland verworven had lijken de omstandigheden waarin zij de politieke tribune verlaat om het zacht te zeggen niet netjes.
Er wordt haar nu een strop omgelegd vanwege de niet helemaal duidelijke verklaringen die zij toentertijd bij haar asielaanvraag zou hebben gegeven. In Kenia was zij al in een veilig gastland, wordt haar nu voorgeworpen, en haar verklaringen over een dwanghuwelijk met een verwante zouden evenmin loepzuiver zijn.
Wat dan nog? Beslissend is de omstandigheid dat dwanghuwelijken voornamelijk in de moslimwereld een realiteit zijn, niet in het laatst ook in Nederland. Als men bovendien in overweging neemt onder welke, vaak dubieuze omstandigheden duizenden immigranten in Nederland onderkomen vinden, hoe weinig zij zich daarna assimileren, en hoe schoorvoetend zij zich met de wetten en gebruiken van hun gastland verstaan, dan moet nu, na het vertrek van Hirsi Ali, minstens de vraag een antwoord krijgen hoe men in de toekomst soortgelijke verbreide fouten en misbruiken wil verhinderen.
Dat heeft Hirsi Ali met grote hardnekkigheid gepoogd te bereiken. Zij heeft Nederland gewekt en wakker geschud, de multiculti-leugen ontmaskerd en de talloze goedmenenden een spiegel voorgehouden. Of zijzelf al dan niet aan een dwanghuwelijk ten offer viel is secundair. Het enige dat telt is dat zij wist waarover zij het had. De heftige reacties op de film die zij met de regisseur Theo van Gogh draaide hebben dat duidelijk aangetoond. Voor zijn moed boette van Gogh met zijn leven. Voor haar engagement temidden van de tevredenen en de zelfgenoegzamen mocht echter Hirsi Ali, het parlementslid, proeven van de gevolgen op termijn. Hopen vijanden maakte zij zich, en midden in een democratie leefde zij ondergronds.
De moslims en islamisten had zij nog aangekund, die de schande niet verdroegen bekritiseerd te worden door een vrouw die daarbij als moslim geboren was. Erger waren de politieke tegenstanders, opportunisten en rustbehoevende buren, die zij meer en meer tot last werd. Met een resem klachten en rechtszaken hebben die haar nu op de knieën gedwongen en haar ook binnen haar eigen (liberale) partij allengs in isolement gedreven.
Nu vertrekt dus Ayaan Hirsi Ali. Zij gaat naar de VS, waar haar nauwelijks iets in de weg zal worden gelegd vanwege een wellicht niet ondergaan dwanghuwelijk.
De Moorse heeft haar plicht volbracht. Zonde. De jonge Somalische had Nederland nog diensten kunnen bewijzen.

[*] Dat is intussen, niet met bekwame spoed maar wel met verbluffende snelheid gebeurd, waarmee Rita Verdonk bewijst dat zoiets kàn binnen haar discretionaire bevoegdheid, en dat zal niet iedereen verblijden. In de handelwijze van de minister zit natuurlijk wel een bepaalde logica. Misschien zelfs een onvermijdelijkheid, maar het blijft aanstootgevend dat feiten die al lang bekend waren, plots – na gemeenteraadsverkiezingen die voor de socialisten gunstig uitvielen, en vlak voor de VLD-voorzittersverkiezing zou ik er willen aan toevoegen, en 48 uur na een TV-programma van de VARA – worden bovengehaald door een minister die daarbij net doet alsof zij als enige er geen weet van had. Dat is een grond om de vervallenverklaring aan te vechten zou ik denken.


Zowat alle buitenlandse kranten zijn keihard voor Nederland. Ook de spot van Die Welt is niet mis:
“Voor de Nederlandse consensusmaatschappij is een icoon als Ayaan Hirsi Ali een voortdurende provocatie, een doorn in het vlees. Een zendelinge als Hirsi Ali houdt zich niet bezig met detailvragen of met het zien van positieve tendensen, maar zij wil met de kop door de muur. ‘Ik ben werkelijk niet bezeten, maar ik wil deze kans benutten, dit tijdvenster dat ik heb.’ Nederland heeft dat venster nu met een klap dichtgegooid – met kleingeestige formalistische argumenten, want zij had bij haar inwijking ‘vals gespeeld’. Zo kan een land zichzelf demonteren.”

bij monde van correspondent Magnus Linklater, laat zich evenmin onbetuigd:
"Mevrouw Hirsi Ali’s doordringende analyse van de religie en samenleving in moslimlanden verdient een antwoord, en geen miskenning. Hier gaat het niet om een roman met een satire over de Profeet, of over enkele beledigende cartoons; wat zij brengt is een volgehouden en klaarziende kritiek van de Islam, van iemand die er de beperkingen van heeft ondervonden en die gelooft dat er goede gronden zijn voor een aanklacht ertegen. Een land dat zich van zulke zienswijze afkeert geeft te kennen dat het niet enkel onliberaal is, maar dat het zijn vertrouwen heeft verloren in de veerkracht van zijn eigen democratie."

o-o-o-o-o
'Deze affaire is een schande voor ons land en voor heel Europa. Voltaire en Erasmus draaien zich om in hun graf ', zegt woedend Afshin Ellian, professor Rechtsfilosofie aan de Leidse Universiteit. Ook hij wordt door moslims bedreigd, en zal zich door de Nederlandse Staat in de steek gelaten voelen.
o-o-o-o-o
Wat denk ik als Vlaming, ook een soort Nederlander toch, over deze affaire? Ten eerste denk ik dat er in Nederland op zijn minst een debat bestaat over échte dingen, wat wij hier niet gewend zijn, en ten tweede denk ik dat aan Ayaan Hirsi Ali enkel en alleen al om haar koninklijke Nederlands een soort van ereburgerschap zou moeten worden aangeboden, naast haar gewone Staatsburgerschap dat haar vanzelfsprekend niet kan ontnomen worden.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html